zaterdag 12 oktober 2019

315. Vrijheid van meningsuiting

In mijn vorig blogberichten, Vrijheid van godsdienst én levensovertuiging en Vrijheid van onderwijs, laat ik zien dat op salafistische moskeescholen onderwijs wordt gegeven waarin wordt aangezet tot haat, tot geweld en zelfs tot het doden van mensen met een andere of geen godsdienst, net zoals afvalligen en homoseksuelen. Het gaat om ± vijftig koranscholen met ± duizend leerlingen die dit onderwijs volgen in avonduren en/of weekeinden. Deze ± 50 uiterst extremistische islamitische scholen kunnen zich overigens naast de vrijheden van godsdienst en onderwijs ook beroepen op de vrijheid van meningsuiting. Is dat wel terecht?

Artikel 7 van de grondwet
Over artikel 7 van de grondwet is veel geschreven. Ik beperk mij in dit bericht niet alleen tot dat islamitisch onderwijs waarin in strijd met de beginselen van onze democratische rechtsstaat onderwezen wordt. Dit betreft zowel door de overheid bekostigd onderwijs als door anderen bekostigd onderwijs. Wat de bekostiging vanuit extremistische islamitische landen betreft, verwijs ik naar mijn eerdere blogbericht 313, Vrijheid van godsdienst én levensovertuiging. Daarin stel ik dat het beginsel van wederkerigheid zou moeten gelden.

Artikel 7, lid 1
"Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet." Waarom hier nog heel ouderwets verwijzen naar maar één voorbeeld van meningsuiting en niet naar alle uitingen?

Artikel 7, lid 2
"De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending." Alle uitingsvormen gelijk behandelen.

Artikel 7, lid 3
"Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden." Waarom alleen deze beperking noemen? Er zijn veel beperkingen mogelijk, bijvoorbeeld het aanzetten tot haat, tot geweld en tot het doden. Of tot het verspreiden van feitelijke onjuistheden die voor derden levensbedreigend kunnen zijn.

Sommige feitelijke onjuistheden doen weinig kwaad: dat de aarde plat zou zijn, dat er spoken, kabouters en vliegende schotels zouden bestaan, enzovoorts. Maar anderen zijn wel gevaarlijk. Dat godsdienst en homoseksualiteit te genezen 'ziekten' zouden zijn. Dat vrouwen behekst kunnen zijn. Dat Joden uit zouden zijn op wereldmacht. Die onwaarheden hebben in het verleden en heden tot vervolgingen geleid met vele dodelijke slachtoffers. 

In mijn blogberichten 151, Feiten zijn niet ook "maar een mening" en 231, Rassenwaan is geen wetenschap heb ik beschreven hoe belangrijk wetenschap is om levensbedreigende onwaarheden te bestrijden. Helaas wordt de vrijheid van meningsuiting in sommige media misbruikt om mensen tegen elkaar op te zetten en elkaars gezondheid ernstig te schaden.

Artikel 7, lid 4
"De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame." Waarom zou hiervoor een uitzondering gemaakt worden? Misleiding uit commerciële overwegingen kan wel degelijk zeer schadelijk zijn. Zeker in de gezondheidszorg maar ook daarbuiten.

Grondwetswijziging gewenst
Artikel 7 is in veel opzichten achterhaald, met name door internet en de grote groei van (a)sociale media. Het aanzetten tot haat, tot geweld en tot het doden van anderen kan al aangepakt worden dankzij andere wetgeving maar de vrijheid van meningsuiting wordt veel te veel misbruikt en dat vraagt nu om een aangescherpte formulering van het artikel 7.



Naschrift. Mediakritiek
Het best bekeken in deze serie is nummer 226 over Terugblik op 2017: populismegolf gestopt (de grootste stijger in mijn hele blog). Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 80 over de World Press Photo 2014, het nummer 4 over Levensgevaarlijke preutsheid (de tweede stijger in deze serie), nummer 74 over Valse nichten, het nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning!, het nummer 144 over de vraag: Is homo-nieuws geen nieuws? (1), het nummer 34 over Vijf misverstanden over democratie, nummer 186 Populismegolf gestopt in Nederland nr. 184 over CDA-aanval op zelfbeschikking (1) en nummer 277 over De fabel van de gele hesjes & klaagschaamte (nieuwste binnenkomer).