zaterdag 22 november 2014

69. Divagedrag tegen Zwarte Piet werkt averechts

De intocht van Sinterklaas in Gouda op 15 november 2014 heeft voor het eerst in de lange Nederlandse geschiedenis van dit kinderfeestje tot wanordelijkheden geleid. Zo'n negentig verstoorders van het vroeger gezellige kinderfeestje werden door de politie aangehouden. Waren het slachtoffers van kindermisbruik door de katholieke kerk die protesteerden tegen de komst van een honderden jaren oude bisschop? Waren het homo/lesbische actiegroepen die wilden wijzen op de eeuwenlange homovervolgingen door de katholieke kerk? Of waren het Friese betogers die vonden dat het witte paard van Sinterklaas eens vervangen moest worden door een zwart paard, het wereldberoemde Frysk hynder

Omdat ik veel buitenlandse lezers heb die wellicht wat minder thuis zijn in Nederlandse en Vlaamse kinderfeestjes moet ik eerst wat uitleggen.

Zwelgen in eigen slachtofferrol
Tijdens de jaren zestig tot en met negentig was ik actief in de homo/lesbische beweging in Nederland en wereldwijd. Er kwamen in die jaren veel homo/lesbische buitenlanders naar Nederland. Zij wilden leren van de toenmalige voortrekkersrol in de hoop ook in hun eigen land de homo/lesbische emancipatie op gang te kunnen brengen. Tot hun verrassing kregen zij vaak te maken met Nederlandse activisten die riepen dat het in Nederland helemaal niet zo goed ging. Die activisten zwolgen zo in hun eigen slachtofferrol dat zij niet inzagen dat hun leed niets was vergeleken met de ellende waarmee de buitenlanders te maken hadden. Die gingen teleurgesteld naar huis omdat hun alle hoop op verbetering ontnomen was. En de Nederlandse klaagdiva's genoten weer van het leed dat henzelf was aangedaan. Inmiddels is het homo/lesbische divagedrag, afgezien van enkele artiesten, aanzienlijk afgenomen. Organisaties als het COC en Hivos doen nu al jaren voortreffelijk werk om homo/lesbische bewegingen in andere landen te ondersteunen.

Divagedrag als Amsterdamse arrogantie
Waarom speelt de discussie over de vrolijke, zwartgemaakte hulpjes van de oude blanke kindervriend Sinterklaas vooral in Amsterdam en omstreken? Ik kom zelf uit het vlak bij Amsterdam gelegen Gooi en ben mijn hele werkzame leven bijna dagelijks in de binnenstad van Amsterdam geweest dus ik kan er over mee praten. Toen ik twaalf jaar geleden met mijn Friese vriend naar zijn heitelân (vaderland) Friesland verhuisde, voelde ik mij net een landverhuizer. Mijn cultuurschok beschrijf ik in de Tresoar-lezing die ik 13 mei 2011 in Leeuwarden heb gehouden. Hoezo "cultuurschok"? De meeste Friezen zullen dat een sterk overdreven uitdrukking vinden. Als men in Amsterdam iets "FAAANTAAASTIES!" vindt dan zegt men in Friesland "it koe minder" (het had slechter kunnen wezen).

Opvallend was dat de negentig opgepakte demonstranten voor de intocht in Gouda kozen om het kinderfeestje te verpesten en niet voor de intocht in Amsterdam waar de meesten vandaan kwamen. Waarom was dat? De intocht in Gouda was in zijn geheel te volgen op de Nederlandse televisie en die in Amsterdam niet. Je bent diva of je bent het niet. De rest van Nederland trok zich niets aan van het Amsterdamse divagedrag en dus verstoorde men daar de vreugde niet van de plaatselijke kinderfeestjes tijdens de duizenden intochten van Sinterklaas in vrijwel alle steden en dorpen.

Schoorsteenvegen is niet racistisch
Voor mijn buitenlandse lezers: Nederlandse en Vlaamse kinderen zetten 's avonds hun schoentjes bij de schoorsteen en de volgende ochtend vinden zij daarin geschenken die via de schoorsteen bezorgd zijn door Piet, het vrolijke hulpje van Sinterklaas. Zwarte Piet is zwart door het roet in de schoorsteen en dat heeft dus niets met racisme of slavernij te maken. Sinterklaas is een wat sukkelige oude man en zijn hele 'bedrijf' wordt gerund door Zwarte Pieten dus als er een groep in de maling wordt genomen in dit kindersprookje dan zijn het eerder oudere blanke mannen.

En als er al sprake zou zijn van racisme in de gevoerde acties dan is het de discriminatie van blanken omdat net wordt gedaan alsof zij de enige schuldigen van de slavernij zouden zouden zijn terwijl dat niet het geval is. De historische rol van Nederland in de slavernij is zeer beperkt geweest en Nederland bestrijdt de slavernij het best. Wie zich dus werkelijk bekommert om de afschaffing van slavernij kan zich dus aanzienlijk beter bezig houden met bijvoorbeeld de hedendaagse slavernij in Arabische landen en in Pakistan en India die veel grootschaliger is. Met name de vervolging van slavernijbestrijders in Mauretanië is hoogst zorgwekkend.

Blackface als Amerikaanse misleidende beeldvorming
De negatieve Amerikaanse beeldvorming over Nederland heb ik al eerder besproken. Er is in de VS vaak een schrijnend gebrek aan kennis over andere culturen. Door het woord Blackface te misbruiken in de discussie over Zwarte Piet doen de tegenstanders net alsof de Amerikaanse en de Nederlandse geschiedenis samen zouden vallen en dat is niet het geval. Amerika kende in eigen land slavernij, Nederland vrijwel niet. Nederlanders weten gemiddeld meer over Amerika dan omgekeerd. Een Nederlands kinderfeestje als slavernij neerzetten, is geschiedsvervalsing. De kreet "ZWARTE PIET = SLAVERNIJ" doet groot onrecht aan het leed van de slavernij door het gelijk te stellen aan een onschuldig kinderfeestje. En het tracht de Amerikaanse cultuur op te dringen zonder rekening te houden met de eigen geschiedenis van Europa.

Zelfverklaarde 'antiracisten' bevorderen racisme
Culturele kopkleppen moeten niet bevorderd worden maar juist bestreden. Als dan iemand (zogenaamd namens de Verenigde Naties) uit homovijandig Jamaica Nederlanders racisten noemt vanwege een kinderfeestje terwijl in haar eigen land homo's tot in de dood vervolgd worden dan werkt dat volstrekt averechts. De acties tegen Zwarte Piet hebben precies het tegenovergestelde bereikt van wat werd beoogd.

De Amerikaanse kerstman Santa Claus (van Nederlandse afkomst!) bedreigde in populariteit het Sinterklaasfeest maar dat beleeft nu een recordomzet door de aanval op Zwarte Piet. Nederlanders laten zich niet ten onrechte beschuldigen van iets dat zij niet zijn. Men zal naar goed Nederlands gebruik weer heel veel moeten polderen om de aangerichte schade te herstellen!



Zie voor de Friese vertaling: It Nijs.

Menno Nicolai schrijft:"Je hebt het met je analyse stellig bij het rechte eind. Ik heb het ook niet zo op de fanatici die hun beschuldigingen over racisme baseren op een sprookjesfiguur met een heel andere achtergrond. Evenmin heb ik veel waardering voor degenen die de voorstanders van een andere Piet allerlei akeligs toewensen, waarbij terugkeer naar het land van hun voorvaderen nog maar de vriendelijkste is. Dat neemt niet weg dat sommige donkere kindjes in deze tijd van het jaar gepest worden worden door kindjes van nare, of tenminste domme ouders. Dat vind ik zielig en het lijkt me op termijn niet bij te dragen aan een evenwichtige samenleving. Als dat voor een deel kan worden weggenomen door de Piet wat minder stereotiep in te kleuren lijkt me dat voor niemand een probleem en al helemaal niet voor de nieuwe aanwas van kleine kinderen"

zaterdag 15 november 2014

68. De val van de Berlijnse Muur

Op 9 november 2014 werd de 25e verjaardag van de val van de Berlijnse Muur herdacht. Die herdenking raakte ook bij mij een snaar. Hieronder enkele herinneringen.

De grenswachten hielden elkaar onder schot
Op 6 september 2014 schreef ik in blogbericht 58: "Tijdens de Koude Oorlog had ik de indruk gekregen dat de voortdurende mediamanipulatie de Oost-Europese bevolking tot overtuigde communisten had gemaakt. Zoals vandaag de dag velen denken dat de Russen massaal achter Poetin staan. Tijdens mijn eerste bezoek aan de toenmalige DDR eind jaren zestig werd dat vooroordeel aanvankelijk bevestigd omdat geen Oost-Duitser zich kritisch over de 'communistische heilstaat' durfde uit te laten. Totdat mijn trein het laatste station voor het IJzeren Gordijn verliet en het mij opviel dat de grenswachten elkaar onder schot hielden om te voorkomen dat collega's de 'trein naar de vrijheid' zouden nemen. Toen wist ik dat het schijnbare machtsblok een reus op lemen voeten was omdat men zelfs de eigen ordediensten niet kon vertrouwen."

Humanisten als handlangers van de Sovjet Unie
Op 17 augustus 2013 schreef ik in blogbericht 7 over de houding van de VS tegen de humanistische beweging en over mijn bezoek aan de DDR vlak voor de val van de Muur: 
"Wat de CIA betreft, was dat te verklaren omdat humanisten in de VS als handlangers van de Sovjet Unie werden beschouwd. Dat was nogal lachwekkend want in tegenstelling tot de wel toegelaten kerken werden humanistische organisaties in de communistische landen stelselmatig verboden. Met uitzondering van de DDR toen eind jaren tachtig daar een Freidenkerverband werd opgericht met onmiddellijk tienduizenden leden. Dat was nogal verdacht want zoiets was in de humanistische geschiedenis nog nooit voorgekomen. Zie: 'Rob Tielman, Humanistische emancipatiebewegingen' in: 'Paul Cliteur (redactie), Geschiedenis van het humanisme' (Amsterdam 1991 blz. 289-302). Toen dit Deutsche Freidenkerverband lid van de IHEU wilde worden, ging ik in Oost-Berlijn op werkbezoek waarbij de Stasi-mentaliteit zo overduidelijk was dat het lidmaatschap geweigerd werd en een paar maanden later bleek het inderdaad om een Stasi-mantelorganisatie te gaan. Tot zover de vooroordelen van de CIA."

Hoe ik de val van de Muur tegemoet reed
Op 27 september 2014 schreef ik dat ik als adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in de eerste week van november 1989 in Congo-Brazzaville deel nam aan een WHO conferentie over de verspreiding van hiv/aids in Afrika ten zuiden van de Sahara. Na afloop vloog ik terug naar Parijs waar mijn auto stond. Mijn volgende afspraak was dat ik aan de universiteit van Göttingen een gastcollege zou geven over Homostudies.
Toen ik West-Duitsland binnenreed, hoorde ik via de autoradio dat de Oost-Duitse grenzen plotseling open waren gegaan. Al spoedig reed mij een vloedgolf van oude Trabantjes uit Oost-Duitsland tegemoet. In Göttingen aangekomen, wilde ik naar de dichtbij gelegen grensovergang rijden maar dat werd mij afgeraden want het was al middernacht geweest en het was er een verkeerschaos. Nadat ik de volgende dag mijn gastcollege had gegeven, reed ik door naar West-Berlijn. De stad was overspoeld door Trabantjes die vaak als wrak werden achtergelaten. De West-Berlijners waren minder opgetogen dan de Oost-Berlijners want de eerstgenoemden hadden het gevoel dat hun oase van rust en welvaart bedreigd werd.

Een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren
Zodra het mogelijk was, maakte ik een rondreis van een week door de DDR in zijn nadagen. Het was een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren: het grauwe Nederland van eind jaren veertig en begin jaren vijftig. Overal was armoede, nergens was kleur, afgezien van de vaalrode spandoeken die de heilstaat verheerlijkten. Opvallend waren de foeilelijke fabrieken die overal als pronkstukken langs de wegen stonden en niet, zoals in Nederland, ergens bij elkaar tussen bomen weggestopt. Heel veel oude binnensteden waren in verval. Dat gold ook voor het Holländisches Viertel in Potsdam bij Berlijn dat op instorten stond maar dankzij Nederlandse steun gerestaureerd is. Ik vond veel Nederlandse en Vlaamse invloeden in Oost-Duitsland waarvan de plaatselijke bevolking nauwelijks iets wist.

Humanistischer Verband Deutschlands
Als (co)president van de International Humanist and Ethical Union van 1986 tot 1998 heb ik een bijdrage kunnen leveren aan de oprichting en ontwikkeling van het Humanistischer Verband Deutschlands. Na de val van de Berlijnse Muur dreigde een leegte te ontstaan voor de overwegend ongodsdienstige bevolking. De kerken stonden al klaar om die leegte op te vullen maar een groot deel van de vanouds onkerkelijke Oost-Duitse bevolking moest daar niets van hebben. Daarom vond een aantal jonge humanisten in West-Berlijn het uiterst belangrijk een humanistisch alternatief te bieden. Ik ben blij hen daarbij te hebben kunnen helpen naar het model van het Nederlandse, het Vlaamse en het Noorse Humanistisch Verbond. Dat bleek niet alleen aan te slaan in Oost- maar ook in West-Duitsland waardoor het een van de belangrijkste humanistische organisaties in de wereld is geworden.


zaterdag 8 november 2014

67. American paradoxes

Op 4 november 2014 werden tussentijdse verkiezingen gehouden in de Verenigde Staten. Mij viel een aantal (al dan niet schijnbare) tegenstellingen op. Aan mijn lezers (al dan niet Amerikaans) de vraag hoe die tegenstellingen te verklaren zijn.

Homohaat
De afgelopen jaren is er in de VS heel veel gedoe geweest over de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht. In de afgelopen maanden is het aantal staten met opengestelde huwelijken gestegen van een minderheid tot een meerderheid. Dit speelde bij deze verkiezingen nauwelijks een rol. Tegenstanders van 'marriage equality' (huwelijksgelijkberechtiging) riepen en roepen dat het ondemocratisch zou zijn van de homo/lesbische minderheid om dit aan een heteroseksuele meerderheid op te dringen. En het zou kinderen van homo/lesbische ouders schaden.

Deze tegenstanders geven blijk van een aantal misverstanden. In de eerste plaats is een echte democratie niet de dictatuur van de meerderheid. In de tweede plaats kunnen ook heteroseksuelen voorstander zijn van een gelijke behandeling van de homo/lesbische minderheid. In de derde plaats wordt niets aan deze tegenstanders opgedrongen want niemand dwingt hen om met partners van het eigen geslacht te trouwen. Als er al sprake zou zijn van opdringen dan zijn het de tegenstanders die de voorstanders iets willen verbieden. En in de vierde plaats blijken vooroordelen tegen roze gezinnen geheel ten onrechte te zijn. Waarom speelde deze homohaat bij deze verkiezingen vrijwel geen rol?

Ebolavrees
Bij deze verkiezingen speelde wel een rol dat president Obama gefaald zou hebben bij de bestrijding van ebola. Uit eigen ervaring wist ik al hoezeer de VS lijdt aan smetvrees. Zelfs postzegels kunnen gevaarlijk zijn: dangerous stamps! In de jaren tachtig heb ik zelf ervaren hoe de presidenten Reagan en Bush sr. de aids-epidemie in eigen land zo slecht hebben aangepakt dat onnodig vele duizenden slachtoffers zijn gevallen. Zij werden daar indertijd verhoudingsgewijs minder massaal op aangevallen vergeleken met de enkele gevallen die de huidige president werden verweten. Hoe is dat verschil te verklaren?

Islamangst
President Bush jr. heeft door zijn onbezonnen aanval in Irak de huidige radicalisering in het Midden Oosten op zijn geweten. Waarom wordt president Obama nu door veel kiezers bij deze verkiezingen verweten dat hij eerst nadenkt voordat hij met Amerikaanse troepen soortgelijk, averechts werkend, geweld toepast?

"It's the economy"
De Democratische presidenten Clinton en Obama hebben de Amerikaanse economie goed gestimuleerd terwijl de Republikeinse president Bush jr. die enorm geschaad heeft, vooral door het voeren van uiterst kostbare oorlogen en door het ontsporend winstbejag van vele rijken. Obama slaagt er geleidelijk in om de schade te repareren. Waarom worden dan de Democraten bij deze laatste verkiezingen gestraft en de Republikeinen beloond? Wie kan deze kortzichtigheid verklaren?

Voor alle bovenstaande vragen geldt: wie het weet mag het zeggen. Graag via robtielman46@gmail.com




Een Nederlander met een Amerikaanse vriend schrijft: "De opkomst was dinsdag maar 30%. Dat is echt schokkend. En het zijn altijd de ultra rechtse mensen die wél gaan stemmen. Mijn eigen vriend vond het kennelijk ook niet de moeite, volstrekt verbijsterend. Ze verdienen deze puinhoop!"
Een Amerikaanse lezer schrijft: "Low turn-out in by-elections often bring strange results. This one was particularly irrational. US economy is doing better than most around the world, unemployment is much diminished from worst period. Life in US is generously good for so many...so, no good deed, even in government, goes unpunished."
De Huffington Post wijst er op dat de Republikeinen weliswaar 53% van de senaatszetels hebben maar slechts 46% van de kiezers. Een vertekenend gevolg van het districtenstelsel...
Het was de laagste opkomst sinds 1942
The Daily Beast stelt dat de meeste Republikeinen niet meer de anti-homo kaart spelen omdat inmiddels de meerderheid van de Amerikanen voor huwelijksgelijkberechtiging is.

zaterdag 1 november 2014

66. Pride

De nieuwe film Pride is heel geschikt voor iedereen die de homo/lesbische geschiedenis beter wil begrijpen. En voor wie wil weten hoe het komt dat een van de meest verachte minderheden ter wereld er in enkele tientallen jaren in geslaagd is om in steeds meer landen gelijkberechtiging tot stand te brengen. Wat kunnen we van deze film leren?

Samenvatting
Eerst een samenvatting van Pride geschreven voor het jongerenmagazine Expreszo door Tom Haines en geplaatst op 24 oktober 2014. "Het is halverwege de jaren ’80 en het Verenigd Koninkrijk staat op springen. In Londen vecht een bont gezelschap homo’s en lesbiennes voor hun rechten. Op het platteland wordt door stakende mijnwerkers gestreden. Dat die twee groepen toch hun krachten weten te bundelen lijkt bijna te mooi om waar te zijn. Dat de film Pride toch op waar gebeurde feiten is gebaseerd, maakt hem zo ontroerend.
Vanaf het moment dat de 20-jarige Joe uit de grip van zijn burgelijke ouders ontsnapt om mee te lopen in een Prideparade, word je meegevoerd in deze film. 
Zowel de LHBT-activisten en de mijnwerkers zijn stuk voor stuk hilarische personages. De botsing van twee compleet verschillende werelden zorgt voor hilarische momenten. Zo wil een bejaarde Welshe dame weten of het waar is wat ze over lesbiennes heeft gehoord. “Zijn ze écht allemaal vegetariër?”
Uit een gevoel iets te moeten doen, ontstaat de actiegroep ‘Lesbians and Gays Support the Miners’ (LGSM). In de mijnbouwdorpen van Wales zit alleen niet iedereen te wachten op de steun uit onverwachte hoek. Ze worden belachelijk gemaakt, bedreigd en uitgebreid op de hak genomen in de roddelpers. Toch laten zowel LGSM als de mijnwerkers zich niet uit het veld slaan. (...) Als je dit jaar maar één roze film gaat zien, zorg dan dat het Pride is. De film heeft een enorm hoog feelgood-factor en je zult de bioscoop verlaten met een, zoals de titel verraadt, gevoel van trots." 

Veel positieve reacties
Ook de meeste andere media schrijven positieve recensies. De drie dagbladen die ik lees, NRC, Trouw en Leeuwarder Courant, zijn zeer lovend. De landelijke homo/lesbische emancipatiebeweging COC schrijft op 24 oktober 2014 op zijn Facebookpagina: "FILMTIP: Pride - de film vertelt het waargebeurde verhaal van LHBT-activisten die in het Engeland van de jaren tachtig samen met mijnwerkers optrekken tegen de regering van Margaret Thatcher. Een ontroerende en onvervalste 'feel good movie.' Met zijn prikkelende enthousiasme voor activisme is de film een bron van inspiratie voor al die mensen die zich vandaag de dag onvermoeibaar inzetten voor LHBT-emancipatie. Pride draait in bioscopen in heel Nederland."

Zelforganisatie
Wat de film goed laat zien, is het belang van zelforganisatie. Nederland had vergeleken met Engeland een groot voordeel. Van 1911 tot de Duitse bezetting mei 1940 was het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee een van de oudste homo/lesbische organisaties ter wereld. Na de Duitse bezetting werd vanaf december 1946 de strijd voor gelijkberechtiging voortgezet door het nog altijd actieve COC. In Engeland ontbreekt een dergelijke traditie van zelforganisatie, mede omdat seks tussen mannen daar tot 1967 strafbaar was. Net zoals in grotere steden in de Verenigde Staten speelt in Londen de homo/lesbische boekhandel een belangrijke rol in de beginfase van zelforganisatie. Het is dan ook terecht dat de boekhandel Gay's the Word een centrale rol speelt in de film. De vergelijkbare Nederlandse boekhandel Vrolijk (waarvan ik van 1983 tot 2001 voorzitter was) speelde door het bestaan van het COC een meer bescheiden rol. Vrolijk was wel belangrijk bij de groei van homostudies.

Bondgenoten
De homo/lesbische minderheden over de hele wereld kunnen niet zonder bondgenoten. In Engeland was homoseksualiteit tussen vrouwen niet strafbaar. In Nederland discrimineerde artikel 248-bis zowel homo's als lesbo's. Daardoor had de Nederlandse homo/lesbische beweging in grote delen van de vrouwenbeweging wel een bondgenoot en die in Engeland veel minder. Het was strategisch een goede zet om bondgenoten te zoeken onder andere slachtoffers van het Thatcher-bewind. De film laat heel goed zien hoe veel vooroordelen verdwijnen als sneeuw voor de zon als men elkaar door het gedeelde leed beter leert kennen. Onbekend maakt onbemind. 

Sleutelfiguren
Dankzij de Nederlandse verzuiling kon het homo/lesbische 'zuiltje' bij de grotere zuilen mensen vinden die bereid waren om met de homo/lesbische minderheid samen te werken. Dit is een belangrijke verklaring voor het succes van de Nederlandse homo/lesbische beweging. Zie voor een onderbouwing mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland; studie van een emancipatiebeweging (Amsterdam 1982). De film laat zien dat men toch in Engeland sleutelfiguren weet te mobiliseren. Vooral het geschiedenis makende optreden van de Britse popgroep Bronski Beat was belangrijk om zowel geld op te halen als het taboe op homoseksualiteit in de media te doorbreken.

Media
De meeste Britse media waren zeer homovijandig. De film laat daar stuitende voorbeelden van zien. De hetze tegen homoseksualiteit werkte uiteindelijk averechts omdat de homo's en lesbo's als men ze leerde kennen veel aardiger waren dan de vreselijke monsters uit de beeldvorming. De film breekt heersende vooroordelen op een komische wijze af. Het zou de moeite waard zijn om deze film op grote schaal in homovijandige landen als Rusland te laten zien.

Films
Dat brengt mij op mijn laatste punt. Er zijn maar weinig films die de homo/lesbische geschiedenis goed weergeven. Zelf vind ik de film over de eerste openlijk homoseksuele Amerikaanse politicus Milk zeer indrukwekkend. Maar de moord op hem is geen positief einde. Een vergelijkbaar slecht einde treft de Iers/Britse schrijver Oscar Wilde, in de gelijknamige film voortreffelijk gespeeld door Stephen Fry. Wel positief eindigen de films Maurice (naar een roman van de Britse schrijver E.M.Forster) en de eveneens Britse film My Beautiful Laundrette.

Het bijzondere aan de film Pride is dat ontwikkelingen uit de homo/lesbische geschiedenis (zoals in de twee eerstgenoemde films) gekoppeld worden aan de in Pride waar gebeurde goede afloop (zoals vergelijkbaar in de twee laatstgenoemde films). Dankzij de solidariteit met de mijnwerkers ontstaat er wederkerige solidariteit vanuit de Labour Party die er uiteindelijk toe bijdraagt dat homo/lesbische gelijkberechtiging in Engeland, Wales en Schotland tot stand komt. Eind goed, al goed!

zaterdag 25 oktober 2014

65. Verhullende statistieken

In het dagblad Trouw van 11 oktober 2014 schrijft Boris van der Ham, de huidige voorzitter van het Humanistisch Verbond, een behartigenswaardig artikel onder de titel "Religieuze kaart CBS deugt niet". Hieronder enkele aanhalingen.

"Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde recent de 'religieuze kaart van Nederland'. Dit onderzoek hapert op veel punten". Hij noemt het feit dat alle islamieten op één hoop worden gegooid terwijl dat bij de christenen niet gebeurt. 

"Nog onzorgvuldiger wordt omgesprongen met niet-religieuze Nederlanders. Net als eerder bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, worden zij als een amorfe groep behandeld: 47 procent van de Nederlanders! (...) Ook in andere landen wordt de groep niet-gelovigen groter en diverser: na het christendom en de islam zijn de 'ongebonden' wereldburgers de op twee na grootste levensbeschouwelijke groep in de wereld, nipt voor het hindoeïsme. (...) Humanisten en atheïsten hebben herhaaldelijk gevraagd naar een modernisering van de levensbeschouwelijke categorieën. Tevergeefs. Voor een goed begrip van onze samenleving moeten we de werkelijkheid als uitgangspunt nemen. Als de helft van de Nederlandse levensvisies stelselmatig wordt overgeslagen, levert dat scheve onderzoeks-resultaten op. Het wordt tijd de 50 procent 'niet-gelovigen' een gezicht te geven."

Als toenmalig voorzitter van het Humanistisch Verbond (1977-1987) heb ik er inderdaad herhaaldelijk op aangedrongen dat er een einde komt aan de verhullende statistieken van onder andere CBS en SCP. Hieronder geef ik enkele voorbeelden die terug te vinden zijn in het boek van Bert Gasenbeek en Floris van den Berg: "Rob Tielman, een begeesterd humanist" (Breda 2010).

Humanisme genegeerd
In 1983 schreef ik samen met Joos Sinke in het humanistisch wetenschappelijk tijdschrift Rekenschap: "Eén van de ernstigste verwijten die men Nederlandse sociale onderzoekers mag maken is, dat zij bijna stelselmatig het bestaan van het humanisme als geestelijke stroming genegeerd hebben. Een zeer kwalijk voorbeeld daarvan is Goddijn die het gepresteerd heeft om in een herhalingsonderzoek in 1979 het humanisme te 'vergeten', terwijl het eerste onderzoek al aangetoond had dat in 1969 9% van de mannen, en 5% van de vrouwen humanist waren. Men stelle zich eens voor dat een onderzoeker een geestelijke stroming met vergelijkbare omvang zoals de gereformeerden weggelaten zou hebben: een storm van kritiek zou losbarsten! Maar nu kwamen alleen protesten van humanistische zijde. 

Zoals Van Praag het heeft uitgedrukt: 'Wat daar tegen het humanisme aan onkunde, geborneerdheid en hooghartigheid wordt uitgespeeld grenst aan het ongelooflijke. Niet dat humanisten in de geestelijke begeleiding een claim leggen op wie dan ook; mondige mensen laten zich niet claimen en humanisten willen dat niet. Maar humanisten aanvaarden het ook niet dat christenen een monopolie van geestelijk leven opeisen, dat in de geestelijke werkelijkheid geen grondslag heeft.' " (Blz. 72).

Humanisme niet meer weg te denken   
In 1986 schreef ik in Rekenschap: "Kon in 1966 nog 7% tot de humanistische stroming gerekend worden, in 1978 was dat gestegen tot 14%, in 1983 tot 18% en in 1985 tot 23%. Als men bedenkt dat in 1982 de katholieke stroming 29%, de hervormde 16% en de gereformeerde 8% van de volwassen bevolking omvatte, dan zal het duidelijk zijn dat de humanistische stroming uit de Nederlandse samenleving niet meer weg te denken valt (hoewel veel sociale onderzoekers dat nog steeds trachten)." (Blz. 126).

Ontkerkelijking
In 1987 stelde ik in mijn oratie "Humanistische sociologie: een paradox als paradigma" (Utrecht 1987): "Onlangs gepubliceerd onderzoek naar ontkerkelijking en verzuiling maakt duidelijk hoezeer de officiële statistieken op dit gebied achterlopen bij de feitelijke maatschappelijke ontwikkelingen. 

Rekende in 1960 nog ongeveer 80% van de bevolking zich tot een kerkgenootschap, nu, in 1987, blijkt bijna de helft van de Nederlandse volwassenen buitenkerkelijk. De laatst-gehouden volkstelling (uit 1971) registreert 25% buitenkerkelijken: bijna de helft van wat er nu aan buitenkerkelijken blijkt te bestaan. In een aantal grote gemeenten blijken er twee tot drie keer meer buitenkerkelijken te wonen dan de gemeentelijke bevolkings-administraties hebben geregistreerd. Die registraties blijken veel meer de kerkelijke gezindte van de ouders bij de geboorte van hun kinderen weer te geven dan de huidige situatie onder de inmiddels volwassen geworden kinderen, waardoor deze registraties een generatie achterlopen. Mede omdat deze cijfers doorwerken in de verdeling van onderwijsvoorzieningen, blijken grote delen van ons land (vooral in het westen en zuiden) meer dan 20% ondervertegenwoordiging van het openbaar en algemeen bijzonder onderwijs te kennen." (Blz. 137).

Humanisme als hoofdstroming in Nederland
In 2008 schreef ik samen met Bert Gasenbeek in het tijdschrift Civis Mundi in het artikel "Humanisme: de hoofdstroming van Nederland": "Het klassieke misverstand in godsdienstsociologisch onderzoek is dat het kerklidmaatschap (meestal opgelegd door geboorte!) als richtinggevend model voor andere geestelijke stromingen wordt gehanteerd. Het is dus niet voldoende om een simpele vraag te stellen naar iemands godsdienst of kerklidmaatschap omdat dit niets zegt over de daadwerkelijke affiniteit met een geestelijke stroming. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds georganiseerde godsdienst en levensbeschouwing (beweging) en anderzijds achterliggende geestelijke opvattingen (stroming). 

Doet men een dergelijk onderzoek waarbij niet alleen met etiketten wordt gewerkt maar ook met achterliggende opvattingen en daadwerkelijk gedrag dan blijkt dat 40% van de volwassen Nederlanders zich verwant voelt met het humanisme, dat 10 tot 15% gebruik maakt van humanistische voorzieningen en dat 13% het humanisme van doorslaggevend belang vindt voor de toekomstige ontwikkeling van de samenleving tegen 12% voor het protestantisme, 9% voor het katholicisme en 8% voor de islam." (Blz. 204).

Verhullende statistieken
Dit gesjoemel met statistieken door godsdienstsociologen heeft er onder andere toe geleid dat tweederde van het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs godsdienstig is en maar eenderde openbaar of vergelijkbaar pluriform onderwijs is. Toch is maar de vraag of het verhullen van feiten gunstig is geweest voor de kerken. In de eerste plaats werden de grote kerken hierdoor lang in slaap gesust en toen de feitelijke ontkerkelijking niet meer te ontkennen viel, was het al te laat om de ontwikkeling te stuiten als dat al mogelijk was geweest.

In de tweede plaats heeft de oververtegenwoordiging van godsdienstig onderwijs een averechts gevolg gehad. Op 7 december 2012 schreef ik in blogbericht 23 over mijn onderwijsverleden: "Sociologen vragen zich wel eens af hoe het komt dat tweederde van de Nederlanders op katholieke of protestante scholen heeft gezeten terwijl in feite maar eenderde van de Nederlanders kerkelijk blijkt te zijn. Ik vermoed op grond van mijn eigen ervaring dat het godsdienstig onderwijs een weerstandswerver tegen godsdienst moet zijn geweest."

Ik ben het dus geheel met Boris van der Ham eens dat een einde moet komen aan de eenzijdige aandacht voor de godsdiensten en aan het verhullen van de niet-godsdienstige levensbeschouwingen!




Enkele berichten van lezers: "Uitstekende en goed onderbouwde blog!" "Mooi stuk! Dank!" 
"Vooral het slot vond ik mooi. Herken ik ook. Het verhaal van Abraham en Isaak, waarin Abraham de opdracht krijgt zijn zoon Isaak te vermoorden is noch bevorderlijk voor de kinderziel van een zevenjarig kind, en is ook geen reclame voor het geloof. Er zijn wat dat betreft veel betere verhalen. Ook Bijbelse Geschiedenis, wat vooral bestond uit het hoofd leren van de namen van de bijbelboeken, droeg niet echt bij tot een (christelijke) levensvisie."

zaterdag 18 oktober 2014

64. Waar heersen homohaters?

In mijn vorig blogbericht beschreef ik enkele mediamissers. Een daarvan gaat over het volgende. "Op 26 september 2014 nam de VN-Mensenrechtenraad een belangrijke beslissing over wereldwijde discriminatie van homo/lesbische minderheden. De International Humanist and Ethical Union (IHEU) en de Nederlandse homo/lesbische beweging COC zijn daar waarnemers. In de aangenomen resolutie werd deze discriminatie veroordeeld en werd besloten in alle landen na te gaan in hoeverre er gediscrimineerd wordt en wat daar aan gedaan moet worden. Over deze mijlpaal in de homo/lesbische geschiedenis heb ik niets in de Nederlandse media kunnen terugvinden." Eerst beschrijf ik hieronder wie de voor- en tegenstanders in deze raadsvergadering waren. Dan ga ik in op de overwegingen tegen homo/lesbische gelijkberechtiging. En tenslotte bespreek ik het belang van deze beslissing en van de te nemen stappen in de nabije toekomst.

Voorstemmers; homoseksualiteit niet strafbaar
De 25 voorstemmers waren allemaal landen waar homoseksualiteit niet strafbaar is: Argentinië, Brazilië, Chili, Costa Rica, Cuba, Estland, Filipijnen, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Italië, Japan, Macedonië, Mexico, Montenegro, Oostenrijk, Peru, Roemenië, Tsjechië, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Vietnam, Zuid-Afrika, en Zuid-Korea. Het betreft hier voornamelijk Amerikaanse en Europese landen. Er waren 14 tegenstemmers, 7 onthoudingen en 1 afwezige (Benin). Het lidmaatschap wisselt om de zoveel jaren, dus er is geen zekerheid dat het hier om een blijvende meerderheid van voorstemmers gaat. Een belangrijke reden om niet achterover te leunen!

Onthoudingen; homoseksualiteit niet strafbaar
Een aantal landen heeft zich onthouden terwijl homoseksualiteit daar niet strafbaar is: Burkina Faso, China, Congo, en Kazachstan. In Franstalig Afrika was homoseksualiteit niet strafbaar dankzij de Franse revolutie en de daarbij behorende scheiding van kerk en staat. China ontwikkelt zich in gunstige richting. Kazachstan bevindt zich onder Russische invloed in de gevarenzone.

Onthoudingen; homoseksualiteit strafbaar
Dit betreft: India, Namibië en Sierra Leone. De strafbaarstelling van homoseksualiteit in India is een restant van Engels kolonialisme dat juridisch aangevochten wordt. In Namibië en Sierra Leone is onduidelijk of er ook werkelijk vervolgd wordt.

Tegenstemmers; homoseksualiteit niet strafbaar
Deze groep landen zal de meeste aandacht vragen omdat daar een verergering gevreesd moet worden: Gabon, Indonesië, Ivoorkust en Rusland. Vooral onder invloed van de groeiende homovijandige sfeer in voormalige Engelse kolonies dreigt nu ook een aantal voormalige Franse kolonies zich in homovijandige richting te ontwikkelen. Indonesië staat onder toenemende islamitische druk om homoseksualiteit strafbaar te stellen. In Atjeh is dat al het geval. Aan de achteruitgang in Rusland heb ik al veel aandacht besteed. De Russische homohaat dreigt zich nu ook te verspreiden in omringende landen die onder Russische invloed staan.

Tegenstemmers; homoseksualiteit strafbaar
Het betreft hier vooral islamitische landen en voormalige Engelse kolonies: Algerije, Botswana, Ethiopië, Kenia, Koeweit, Marokko, Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten. Er zijn vermoedelijk weinig mogelijkheden om deze tegenstemmers tot andere inzichten te brengen maar het beoogde VN-onderzoek kan wel duidelijk maken tot welke gruwelijke mensenrechtenschendingen deze landen in staat zijn. Je vraagt je wel af wat deze landen in een VN-Mensenrechtenraad te zoeken hebben!

Tegenstemmers; doodstraf op homoseksualiteit
Die vraag geldt helemaal voor de Maldiven en Saoedi-Arabië die op homoseksualiteit de doodstraf hebben staan. Overige staten of gebieden die momenteel geen lid zijn van de VN-Mensenrechtenraad en die in hun hele land homoseksualiteit met de dood bestraffen, zijn Afghanistan, Brunei, Gaza, Iran, Jemen, Mauritanië en Soedan. Bovendien zijn er landen waar in bepaalde landsdelen de doodstraf wordt uitgeoefend: Irak, Nigeria, Somalië en Syrië.

Drogredenen
In mijn blogbericht over homovoorlichting heb ik al beschreven welke onterechte redenen meestal opgevoerd worden om homoseksualiteit te bestrijden: het zou een "zonde" zijn, een "ziekte" zijn, te "genezen" zijn, "tegennatuurlijk" zijn, en een "keuze" zijn. Ook wordt in de VN-Mensenrechtenraad vaak gesteld dat homorechten geen mensenrechten zouden zijn en dat zogenaamd "westerse" opvattingen aan de rest van de wereld opgedrongen zouden worden. In mijn Socrateslezing heb ik al aangetoond dat die redenering niet klopt. Het opdringen gebeurt niet door degenen die stellen dat alle mensen het recht hebben om zelf zin en vorm te geven aan hun eigen leven zolang zij de mensenrechten van anderen niet aantasten. Het opdringen gebeurt juist door die landen die het zelfbeschikkingsrecht van mensen niet erkennen.

Wat te doen?
Het is van groot belang dit komende VN-onderzoek te steunen. Bijvoorbeeld door het schenden van homo/lesbische mensenrechten door te geven. Daarom is het ook zo te betreuren dat Nederlandse media dit besluit tot het verrichten van onderzoek tot nu toe genegeerd hebben. Een belangrijke rol bij het verzamelen van deze gegevens en het aan de kaak stellen van discriminatie bij de betrokken landen speelt de Nederlander Boris Dittrich van Human Rights Watch. Zijn werk is via Facebook goed te volgen. Door juist nu waakzaam te zijn, kunnen we in de nabije toekomst de wereldwijde discriminatie van homo/lesbische minderheden tegengaan!



Heel belangrijk voor dit onderzoek en de besluitvorming erover: Nederland wordt van 2015 tot 2017 weer lid van de VN Mensenrechtenraad!

Lees meer over de toekomst van homorechten.

Ook op internet moet homohaat bestreden worden.

zaterdag 11 oktober 2014

63. Mediamissers

Na mijn eerdere blogberichten over levensgevaarlijke preutsheid, over mediamanipulatie, over de mediawet van schijnbare achteruitgang en over geschiedvervalsing dit keer enkele voorbeelden van mediamissers.

Blote mannen op boten

Zo heb ik mij jarenlang geërgerd aan het feit dat het NOS-Journaal, iedere keer weer als het over homoseksualiteit ging, er vooroordeelbevestigende beelden bij plaatste van blote mannen op boten tijdens de Amsterdamse Canal Parade. Ik heb niets tegen blote mannen maar het slaat nergens op om die beelden te gebruiken bij berichten over bijvoorbeeld geweld tegen homo's. Naar aanleiding van klachten kwam de NOS-ombudsman Tom van Brussel tot de onderstaande stellingname.

"Gisteren (maandag 17 november 2008) hadden we om 20.00 uur een kort onderwerp over geweld tegen homo’s. Daarbij lieten we onder andere beeld zien van de Gayparade. Het is niet voor het eerst dat we dat zo doen in soortgelijke onderwerpen. 
Een zeer merkwaardige en foutieve keuze. En ook een keuze die bij veel kijkers ergernis oproept, zo blijkt uit mails. Beide onderwerpen hebben niks met elkaar te maken.
• Is er geweld tegen homo’s op die boten tijdens de Gayparade?
• Hebben deze deelnemers het veroorzaakt?

• Homoseksualiteit=Gayparade, bedoelen we dat?
Het is een keuze die ergernis oproept, omdat wij hiermee homoseksualiteit gelijk zouden stellen aan deze uitingen. Veel homo’s herkennen zich daar in het geheel niet in. Sterker, ze willen er niks mee te maken hebben. Om een collega te citeren: we gaan toch ook geen paaldansen laten zien bij een onderwerp over geweld tegen vrouwen?"

Goed nieuws over homo's is geen nieuws?

Op 26 september 2014 nam de VN-Mensenrechtenraad een belangrijke beslissing over wereldwijde discriminatie van homo/lesbische minderheden. De International Humanist and Ethical Union (IHEU) en de Nederlandse homo/lesbische beweging COC zijn daar waarnemers. In de aangenomen resolutie werd deze discriminatie veroordeeld en werd besloten in alle landen na te gaan in hoeverre er gediscrimineerd wordt en wat daar aan gedaan moet worden. Over deze mijlpaal in de homo/lesbische geschiedenis heb ik niets in de Nederlandse media kunnen terugvinden. Wel bijvoorbeeld in Zuid Afrika. Hoe is deze mediamisser te verklaren? Komt het omdat goed nieuws geen nieuws is?

Op 6 oktober 2014 nam het Amerikaanse Hooggerechtshof een besluit waardoor in de Verenigde Staten het aantal staten met gelijke huwelijksrechten voor de homo/lesbische minderheid wordt vergroot van 19 naar 30. Dit betekent dat in één keer van 44% naar 60% van de Amerikaanse bevolking leeft in staten met huwelijksgelijkheid voor hetero's en homo's. Het ziet er naar uit dat de overige staten in de VS zullen volgen. Aan dit goede nieuws werd wel enige aandacht besteed in de Nederlandse media. Waarom wel aandacht voor goed homo/lesbisch nieuws uit Amerika en niet als het om een grote internationale organisatie als de Verenigde Naties gaat?

Nederlandse navelstaarderij

Als algemeen secretaris van het COC (van 1971 tot 1975) en als (co)president van de IHEU (van 1986 tot 1998) had ik al grote moeite om aan Nederlanders duidelijk te maken hoe belangrijk de internationale homo/lesbische en humanistische samenwerking was. In het humanistisch wetenschappelijk tijdschrift Rekenschap schreef ik in 1991: "De meeste Nederlandse humanisten trekken zich in de huiskamer terug en zien op beeldbuis de wereld als een stripverhaal voorbijtrekken. Als er onverhoeds aan het raam getikt wordt, is het een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker, die we zullen vragen naar zijn paspoort om hem zo snel mogelijk weer terug te sturen. Wat zou van Nederland zijn geworden, en wat zou het Nederlandse humanisme hebben voorgesteld, als onze voorouders net zulke heikneuters zouden zijn geweest als de meeste Nederlandse humanisten nu?

Maar gelukkig hadden veel van onze voorouders een fijne neus om het eigenbelang zo naadloos mogelijk te laten aansluiten op dat van de vrije geesten die in hun eigen land door godsdienstwaanzinnigen vervolgd werden. Het is mede aan die horden intellectuele en economische vluchtelingen te danken dat wij een traditie van verdraagzaamheid en pluriformiteit hebben kunnen opbouwen. Een traditie die niet voor eeuwig vastligt, maar die telkens weer opnieuw in stand moet worden gehouden. Net zoals het humanisme.

Zonder buitenlandse bevruchting wordt iedere beschaving een treurig geval van inteelt. Het Nederlandse humanisme stond in open verbinding met buitenlandse geestverwanten, van wie velen hier hun toevlucht vonden in roerige tijden. Wie nu het Nederlandse humanisme beziet, moet door vele lagen zelfgenoegzaamheid heen om nog iets van die oorspronkelijke bevlogenheid van vrije en oorspronkelijke geesten tegen te komen."

De aangehaalde tekst uit 1991 is na te lezen in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red.); Rob Tielman, een begeesterd humanist (Breda 2010, blz. 288-289). De geringe belangstelling onder Nederlandse humanisten voor de wereldwijde humanistische beweging leidde er toe dat na 45 jaar in 1997 het hoofdkantoor van de IHEU verhuisde van Utrecht naar Londen (Bert Gasenbeek (red.); International Humanist and Ethical Union 1952-2002; Utrecht 2002, blz. 84-85).

Nederlandse zelfgenoegzaamheid en homoseksualiteit

Gelukkig heeft de Nederlandse humanistische beweging nu een organisatie als Hivos, en heeft de Nederlandse homo/lesbische beweging nu het COC, om mede uit een welbegrepen eigenbelang het wereldwijde belang van vrije en open samenlevingen te behartigen. Maar Nederland als geheel is niet vrij van kneuterigheid, zelfgenoegzaamheid en navelstaarderij.

Zo leeft vrij algemeen de gedachte dat homo's niet meer moeten zeuren nu ze mogen trouwen. Daarbij wordt snel vergeten dat er nog heel veel anti-homoseksueel geweld is in Nederland en zeker in de rest van de wereld. Daarom is het van groot belang dat de VN tot een anti-discriminatiebeleid komt. Als de meeste Nederlandse media de kans missen om te bekijken waar blijkens de debatten en stemmingen de weerstanden zitten en wat daaraan gedaan kan worden dan laat ik die kans zeker niet voorbij gaan. Daarover in mijn volgende blog meer!