zaterdag 27 augustus 2016

158. Mijn rol in de wereldwijde strijd tegen aids

In mijn speurtocht naar minst gelezen blogberichten kwam ik dit bericht tegen over mijn rol in de wereldwijde strijd tegen aids. Mede dankzij die strijd verdween homoseksualiteit van de wereldwijde ziektelijst. Daarom besteed ik daar opnieuw aandacht aan.

Wereldgezondheidsorganisatie WHO
Hoe is het te verklaren dat de Wereldgezondheidsorganisatie WHO zoveel doelmatiger is omgegaan met de aidsepidemie dan met de uitbraken van ebola? Een belangrijke reden is dat de homo/lesbische beweging wereldwijd een goede lobbygroep was. Deze zorgde voor zelforganisatie die sleutelfiguren benaderde en samenwerkte met bondgenoten. Binnen de WHO was leiderschap aanwezig in de personen van Jonathan Mann (1947-1998) en Manuel Carballo (1941-) waardoor de ziekte en de preventie goed aangepakt konden worden. Zo werd bijvoorbeeld voorkomen dat het Vaticaan zijn zin kreeg om condooms te verwijderen uit de aidspreventie. Daardoor konden vele levens gered worden.

In de jaren tachtig en negentig was ik vanuit Homostudies Utrecht voor de WHO adviseur voor aidspreventie onder mannen die seks hebben met mannen (MSM). Dat het woord homo niet werd gebruikt, was van de WHO geen preutsheid. In het door mij geredigeerde boek "Bisexuality & HIV/AIDS; A Global Perspective" (Prometheus Books, Buffalo NY, 1991) leg ik uit dat wereldwijd de meeste mannen die seks hebben met mannen zich vaak niet herkennen in begrippen als homo, gay of biseksueel. Het gaat bij preventie in de eerste plaats om gedragsverandering en het gebruik van identiteitsgevoelige woorden kan daarbij als stoorzender werken.

Afrika
In 1989 nam ik in Brazzaville in het het WHO-regiokantoor voor Afrika ten zuiden van de Sahara deel aan een WHO-conferentie over de verspreiding van hiv/aids. Amerikaanse onderzoekers stelden op grond van hun onderzoek onder Afrikaanse vrouwen dat zij veel vaker aids hadden dan westerse vrouwen. Hun hypothese was dat vagina's van Afrikaanse vrouwen veel kwetsbaarder zouden zijn voor hiv-infecties. In de discussie bracht ik zo diplomatiek mogelijk mijn kritiek. Het onderzoek werd gedaan door blanke Amerikaanse mannen en dat verhoogt de betrouwbaarheid van de antwoorden van zwarte Afrikaanse vrouwen niet. Verder werd genegeerd dat veel antropologisch onderzoek in Afrika had aangetoond dat soms heteroseksuele contacten anaal waren als voorbehoedsmiddel of als middel om het maagdenvlies niet te breken. Bekend was toen al dat de anus van zowel mannen als vrouwen veel kwetsbaarder was voor infectie dan de vagina.

De verwijzing naar anale seks ging als een schok door de volle zaal. Inderdaad: 'obsceen taalgebruik' en zelfs 'rassendiscriminatie'. Ik hield staande dat wetenschappers de feiten bij hun naam moesten noemen omdat er anders onnodig vele doden zouden vallen door levensgevaarlijke preutsheid. De Amerikaanse onderzoekers waren ervan uitgegaan dat anale seks alleen bij homomannen zou voorkomen. Ook in Nederland leeft dat vooroordeel nog steeds. Over discriminatie gesproken!

Rusland
Rusland heb ik in de jaren tachtig meerdere keren bezocht. Als adviseur aids-preventie van de WHO herinner ik mij talloze vergaderingen waarin mij door Russen werd meegedeeld dat aids een 'kapitalistische en decadente' ziekte was die in de toenmalige Sovjet-Unie niet of nauwelijks voorkwam omdat de enkele homo's die er zouden zijn 'voor hun eigen welzijn' in psychiatrische inrichtingen werden opgenomen. Enkele jaren later bleek aids in de Sovjet Unie heel veel voor te komen met name onder spuitende drugsgebruikers. Zoals bekend houden virussen geen rekening met vooroordelen of seksuele voorkeuren.

In Moskou bezocht ik een mannenbadhuis (баня) waar opvallend veel mannen naar binnen gingen in allerhande politie- en militaire uniformen. Wat ik daar allemaal meemaakte zal ik maar niet beschrijven want voor je het weet, wordt mijn blog nog als porno gebrandmerkt. Laat ik het zo samenvatten dat er alles gebeurde wat in 'decadente' westerse homosauna's ook voorkomt, behalve dat dat er erg veel mannen elkaar afrosten met takkenbossen, maar dat schijnt een algemeen verschijnsel te zijn in Russische badhuizen.

Homovijandigheid komt vooral voor onder die mannen die hun eigen homo- of biseksuele voorkeur trachten te verdringen door die in anderen te bestrijden. Met name de katholieke kerk is daarvan wereldwijd een bekend voorbeeld (zie bijvoorbeeld de inmiddels overleden Nederlandse bisschop en homobestrijder Gijsen die wordt beschuldigd van aanranding van jongens). In sommige landen ziet men dat ook in de vorm van stelselmatige verkrachtingen van mannen door zogenaamde heteromannen in homovijandige gevangenissen, legers en politiebureaus. Rusland is ook in dit opzicht helaas geen uitzondering.

Vanwege de apartheid mocht ik in de jaren tachtig als WHO-adviseur aidspreventie niet actief zijn in Zuid Afrika. Ik heb dat altijd zeer betreurd. Door deze WHO-boycot heeft aids daar veel meer slachtoffers gemaakt dan nodig was. Er zijn veel oproepen geweest om ook homovijandig Rusland te gaan boycotten. Zolang het gaat om bijvoorbeeld het niet drinken van Russische wodka kan dat nuttig zijn. Maar wat we zeker niet moeten doen, is het in de steek laten van de vervolgde homo/lesbische minderheid in Rusland. Zij hebben onze steun meer dan ooit nodig.

Rusland, China en Cuba
Inmiddels trekt de Russische jacht op homo/lesbische zondebokken wereldwijd steeds meer aandacht. Ik herlas mijn beschrijving van de toestand in Rusland in het boek "The Third Pink Book; A Global View Of Lesbian And Gay Liberation And Oppression" (Prometheus Books, Buffalo NY, 1993). Toen was ik nog optimistisch over Rusland in vergelijking met landen als Cuba en China. Twintig jaar later is het beeld geheel anders: wat is er gebeurd?

Cuba kwam in de jaren tachtig in opspraak omdat mensen met hiv (waaronder veel homo's) in concentratiekampen werden opgesloten. China reageerde toen zoals ik hierboven over Rusland schreef: aids was een 'kapitalistische en decadente' ziekte die in China niet of nauwelijks voorkwam omdat de enkele homo's die er zouden zijn 'voor hun eigen welzijn' in psychiatrische inrichtingen werden opgenomen. Ik herinner mij nog een WHO-conferentie in Manilla in de jaren tachtig waar de minister van volksgezondheid uit Nieuw Zeeland spontaan in lachen uitbarstte toen haar Chinese collega dat met droge ogen verklaarde. Met moeite kon een diplomatieke rel voorkomen worden.

Als toenmalig voorzitter van Homostudies Utrecht was ik heel blij toen eind jaren tachtig een hoge delegatie uit Cuba zich op de hoogte liet stellen van wetenschappelijke inzichten rond homoseksualiteit. Kennelijk heeft dit enige invloed gehad want het beleid inzake homoseksualiteit is in Cuba daarna aanzienlijk milder geworden. Ook in China heeft een meer wetenschappelijk verantwoord beleid geleid tot ruimere mogelijkheden voor de homo/lesbische minderheid om zich te organiseren. In Rusland daarentegen is de toestand ernstig verslechterd mede onder invloed van de homovijandige orthodoxe kerk.

Onder Jeltsin leek de Russische homo/lesbische subcultuur in de jaren negentig op te bloeien. Mede daardoor voelde men er de noodzaak niet om tot een goede zelforganisatie (самоорганизации) te komen. Een vergelijkbare ontwikkeling deed zich voor in het Duitsland van de jaren twintig. Klaus Müller beschrijft in zijn boek "Doodgeslagen, doodgezwegen; vervolging van homoseksuelen door het nazi-regime 1933-1945" (Schorer Boeken, Amsterdam 2005) hoe kwetsbaar een bovengronds gekomen subcultuur wordt voor vervolging als een doelmatige zelforganisatie ontbreekt. Er was in de Duitse homo/lesbische minderheid sprake van een grote onderlinge verdeeldheid waardoor de nazi's vrij spel hadden om de dragers van de roze driehoeken in concentratiekampen onder en om te brengen.

Uit "The Third Pink Book" blijkt dat de naoorlogse homo/lesbische beweging in veel landen geleerd heeft om beter samen te werken en bondgenootschappen te sluiten met sleutelfiguren uit andere sociale bewegingen die opkomen voor mensenrechten en gelijkberechtiging. Wereldwijd zijn de belangrijkste tegenspelers nog altijd dogmatische godsdienstige (katholieke, islamitische en orthodoxe) groepen die niets moeten hebben van het recht van mensen om zelf zin en vorm te geven aan hun leven zolang zij anderen niet in hun mensenrechten aantasten. Het is, ook vanwege de aidspreventie, in ieders belang om de dwingelandij van die groepen in te perken.

Verenigde Staten
Met enkele voorbeelden van de puriteinse invloed in de VS kreeg ik zelf te maken in 1983 toen ik voor het eerst het land wilde bezoeken. Om een visum te krijgen, moest je toen invullen of je homo was en als dat zo was dan werd de toegang tot de VS geweigerd. Ik was uitgenodigd om aan een wetenschappelijke aids-conferentie deel te nemen en ik vroeg toen het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken om advies want ik had geen zin om te liegen en wilde ook niet het land uitgezet worden. Ik kreeg het advies om de vraag niet te beantwoorden en als ik daarover werd ondervraagd te melden dat ik als Nederlands rijksambtenaar volgens mijn regering niet verplicht was die vraag te beantwoorden. Aldus geschiedde en ik mocht er in.

Nadat de vraag naar homoseksualiteit van het visum-formulier verdween, kwam er een vraag naar aids (die overigens pas onlangs is verdwenen). Boston wilde in 1992 een internationale aids-conferentie organiseren waar mensen met aids dus geweigerd zouden kunnen worden! Als toenmalig aids-adviseur van de WHO heb ik er veel genoegen aan beleefd om er aan mee te werken dat dit aids-congres in 1992 naar Amsterdam werd verplaatst. De VS hebben in de beginjaren van de aids-epidemie op puriteinse gronden grote fouten gemaakt waardoor onnodig vele doden zijn gevallen. Zo mocht ik bijvoorbeeld in de vele Amerikaanse radio- en televisie-interviews die ik daar had over het doelmatiger Nederlandse aids-preventiebeleid nooit het woord condoom gebruiken. Op de meeste Amerikaanse scholen is seksuele voorlichting is nog steeds taboe waardoor de VS een verhoudingsgewijs veel groter aantal mensen met hiv/aids, en vrouwen met ongewenste zwangerschappen en abortussen heeft dan Nederland.

Eenzelfde averechts gevolg heeft de War on Drugs die even rampzalig is als de beruchte alcohol-drooglegging uit de vorige eeuw.  Beide hebben vooral in het voordeel van de maffia en drugsbendes gewerkt. Bij mijn eerste privé-bezoek aan San Francisco hadden de gastheren een uitstekende maaltijd bereid en na afloop lagen de lijntjes coke al netjes klaar. Zij konden zich niet voorstellen dat ik als Nederlander (uit een land waar toch alles mocht) hiervoor geen belangstelling zou hebben. Ze waren zeer verbaasd te horen dat het drugsgebruik en hiv/aids door spuitende drugsgebruikers in de repressieve VS relatief veel omvangrijker was (en nog is) dan in het veel liberalere Nederland.

Homoseksualiteit: de ziekte voorbij
Onder die titel werd van 10 tot 12 december 1987 onder andere door Homostudies Utrecht een internationale wetenschappelijke conferentie georganiseerd om homoseksualiteit te doen schrappen van de wereldwijde ziektelijst. Dat lukte vervolgens op 19 mei 1994 omdat de aidspreventie werd gehinderd door homoseksualiteit als ziekte te beschouwen. Hier is sprake van een opmerkelijke paradox. Aanvankelijk werd algemeen gevreesd dat aids de homovervolging zou aanwakkeren. Dat is in een aantal landen ook gebeurd. En nog steeds wordt aids misbruikt om homoseksualiteit te criminaliseren terwijl wereldwijd verreweg de meeste slachtoffers heteroseksuelen zijn.

Hier is sprake van vrijheidsbevorderende weerstanden. Ik beschrijf dat in mijn Tresoar-lezing. Vrijheid is niet de afwezigheid van dwang maar de aanwezigheid van zodanige omstandigheden dat de zelfbeschikking van mensen bevorderd wordt. Zelforganisatie is daarvoor van wezenlijk belang. Tegenstand kan daardoor omgezet worden in kracht om vooruit te komen. De wereldwijde homo/lesbische beweging heeft er door samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten voor gezorgd dat de strijd tegen aids ook een strijd tegen discriminatie is geworden.

Nadat ik in 1992 aftrad als voorzitter van Homostudies Utrecht ben ik ook gestopt met mijn werkzaamheden voor de WHO. Deels omdat ik mij meer wilde gaan inzetten voor de wereldwijde humanistische beweging. Maar ook omdat tien jaar strijd tegen aids een te zware last voor mij werd. Ik heb dan ook grote bewondering voor mensen die zich daar tientallen jaren voor hebben ingezet. Ik denk dan wat Nederland betreft bijvoorbeeld aan Riek Stienstra (1942-2007) die als directeur van Schorer van 1974 tot 2007 haar bijdrage heeft geleverd aan aids-preventie en buddyzorg voor mensen met hiv/aids.    




Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding. 


vrijdag 19 augustus 2016

157. Waarom ben ik met mijn blog begonnen?

Hieronder mijn minst gelezen blogbericht uit de serie over mijn homo-memoires. Omdat hieruit onder andere duidelijk wordt waarom ik met mijn blog begonnen ben, lijkt het mij de moeite waard om er nog eens de aandacht op te vestigen - met enkele aanvullingen.

Gaykrant
Op dertig jaar maandelijks columns schrijven rond een actualiteit in de Gaykrant kijk ik met tevredenheid terug. Wat men verder ook van de toenmalige Gaykrant mag vinden: er is een belangrijke bijdrage aan de homo/lesbische gelijkberechtiging geleverd. Ik leerde hoofdredacteur Henk Krol februari 1982 kennen tijdens mijn promotie op het proefschrift 'Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging' (Amsterdam 1982) waarvan 8000 exemplaren werden verkocht. De belangstelling was reusachtig. De Utrechtse Senaatszaal was overvol en ik herinner me dat zelfs de toenmalige minister van onderwijs Arie Pais geen zitplaats meer kon vinden. Na afloop vroeg Henk Krol mij of ik maandelijks een column wilde schrijven en dat heb ik al die jaren gedaan omdat ik door het meest gelezen Nederlandstalig homoblad een belangrijk deel van de homogemeenschap kon bereiken.

Aids
Dat was een strategische overweging omdat juist in die tijd de aids-epidemie genadeloos toesloeg en seksuele gedragsverandering van groot belang was. Door vragenlijsten in de krant op te nemen, konden we snel nagaan hoe (on)veilig er gevreeën werd en wat de effecten van de voorlichting onder homomannen waren. Er was veel kritiek. Werd daardoor niet het beeld bevestigd dat aids een "homoziekte" zou zijn? Voerde ik geen "campagne tegen anale seks"? Schaadde het niet mijn academische loopbaan door in zo'n "ordinair blaadje met blootfoto's" te staan? Schrijver Frans Kellendonk vond zelfs dat ik mij "over de ruggen van homo's wilde verrijken" terwijl ik voor die columns nooit een cent heb willen ontvangen. Ik trok mij daar niets van aan omdat veel vrienden van mij in die tijd stierven aan aids en ik het letterlijk van levensbelang vond om te helpen voorkomen wat toen niet te genezen was.

Huwelijksgelijkberechtiging
Maar ook op andere gebieden speelde de Gaykrant een grote rol. De openstelling van het huwelijk in 2001 is daarvan een belangrijk voorbeeld, nadat jarenlang de homo/lesbische belangenbehartiger COC er tegen was geweest. Als algemeen secretaris van het COC van 1971 tot 1975 vond ik het nogal opmerkelijk dat mijn medewerking aan de Gaykrant voor het COC reden was om mij jarenlang te negeren. Gelukkig werd dat door het COC oktober 1998 goedgemaakt door mij als "een van de belangrijkste pijlers onder het succes van integratie van homoseksualiteit in de Nederlandse samenleving in de afgelopen dertig jaar" de Bob Angelo Penning uit te reiken. Er was in het verleden opmerkelijk veel haat en nijd in homoland maar gelukkig zijn de tijden ook in dit opzicht veranderd.

Internet
Dat geldt ook voor de opkomst van internet hetgeen grote gevolgen heeft gehad voor de homo/lesbische beweging wereldwijd. Voor zover ik kan nagaan zijn mijn honderden columns in de Gaykrant niet op internet terug te vinden maar hopelijk zijn de archieven in de doorstart in 2013 niet verloren gegaan. Zelf heb ik de meeste columns in mijn eigen archieven maar in de pre-internet-tijd werden ze doorgebeld dus dat moet ik nog eens nagaan.

Geluk bij een ongeluk
Elk nadeel heeft zijn voordeel. Het einde van de Gaykrant oude stijl in 2013 betekende ook het einde van mijn column. De oude redactie bedankte mij voor mijn vele werk en van de nieuwe redactie heb ik nooit iets vernomen. Achteraf gezien, was dit een geluk bij een ongeluk. Ik ontving een persoonlijk briefje van minister van Onderwijs Jet Bussemaker: "Ik hoop je elders wel tegen te blijven komen en te kunnen blijven genieten van je altijd inhoudelijke kritiek en interessante denkbeelden." Toen besloot ik mijn maandelijkse column om te zetten in een wekelijkse blog. Oud-medewerker van Homostudies Utrecht, Carel Jansen, hielp mij daarbij.

Blog
Als columnist in de Gaykrant was ik wel gewend om regelmatig reacties te krijgen, vooral uit kringen van politiek en media. Maar als blogger stond en sta ik nu in een veel directer contact met mijn lezers. Bovendien kan ik dankzij de door Google bijgeleverde statistieken goed volgen wat en waar er gelezen wordt. Inmiddels is mijn blog in ruim drie jaar ruim 120.000 keer in meer dan 140 landen gelezen. Bovendien gaat mijn blog over veel meer onderwerpen dan alleen homoseksualiteit. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de top tien aan best gelezen blog-onderwerpen: 1. intimiteit en erotiek tussen mannen, 2. humanisme, 3. mijn eigen homoverleden, 4. Friesland, 5. mediakritiek, 6. wereldwijde homovervolging, 7. Nederlands wereldwijd, 8. homoseksualiteit in Nederland, 9. Amerika en 10. racismediscussie. Met dank aan de Gaykrant waar ik heb geleerd om voor een breed publiek te schrijven!





Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.


zaterdag 13 augustus 2016

156. Hoe de Stasi zakte voor 'Homoseksualiteit als toetssteen'

Een van de leuke dingen met blogs is dat je kunt zien hoe vaak blogberichten gelezen zijn. Zo viel het mij op dat een blogbericht uit de serie met humanistische levensherinneringen opvallend weinig gelezen is. Daarom krijgt het nu een herkansing met enkele aanvullingen. Mijn ervaringen met de Berlijnse muur, de val ervan en de Oost-Duitse geheime dienst Stasi zijn de moeite waard. Oordeel zelf!

De DDR- grenswachten hielden elkaar onder schot
Tijdens de Koude Oorlog had ik de indruk gekregen dat de voortdurende mediamanipulatie de Oost-Europese bevolking tot overtuigde communisten had gemaakt. Zoals vandaag de dag velen denken dat de Russen massaal achter Poetin staan. Tijdens mijn eerste bezoek aan de toenmalige DDR eind jaren zestig werd dat vooroordeel aanvankelijk bevestigd omdat geen Oost-Duitser zich kritisch over de 'communistische heilstaat' durfde uit te laten. Totdat mijn trein het laatste station voor het IJzeren Gordijn verliet en het mij opviel dat de grenswachten elkaar onder schot hielden om te voorkomen dat collega's de 'trein naar de vrijheid' zouden nemen. Toen wist ik dat het schijnbare machtsblok een reus op lemen voeten was omdat men zelfs de eigen ordediensten niet kon vertrouwen.

Humanisten als handlangers van de Sovjet Unie
De Amerikaanse geheime dienst CIA zag in de Koude Oorlog de humanisten in de VS als handlangers van de Sovjet Unie. Dat was nogal lachwekkend want in tegenstelling tot de wel toegelaten kerken werden humanistische organisaties in de communistische landen stelselmatig verboden. Met uitzondering van de DDR toen eind jaren tachtig daar een Freidenkerverband werd opgericht met onmiddellijk tienduizenden leden. Dat was nogal verdacht want zoiets was in de humanistische geschiedenis nog nooit voorgekomen. (Zie: 'Humanistische emancipatiebewegingen' in: Bert Gasenbeek (red.) 'Rob Tielman, een begeesterd humanist' blz. 163-175) Toen dit Deutsche Freidenkerverband lid van de IHEU wilde worden, ging ik in Oost-Berlijn op werkbezoek waarbij de Stasi-mentaliteit zo overduidelijk was dat het lidmaatschap geweigerd werd. Zo zakten zij voor het examen 'Homoseksualiteit als toetssteen' (idem blz. 300-308) omdat zij op mijn vraag wat zij vonden van homoseksualiteit bleven vragen wat zij daarvan moesten vinden in plaats van daar zelf een antwoord op te geven. Een paar maanden later bleek het inderdaad om een Stasi-mantelorganisatie te gaan. Tot zover de vooroordelen van de CIA.

Hoe ik de val van de Muur tegemoet reed
Als adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nam ik in de eerste week van november 1989 in Congo-Brazzaville deel aan een WHO conferentie over de verspreiding van hiv/aids in Afrika ten zuiden van de Sahara. (Zie: Levensgevaarlijke preutsheid). Na afloop vloog ik terug naar Parijs waar mijn auto stond. Mijn volgende afspraak was dat ik aan de universiteit van Göttingen een gastcollege zou geven over Homostudies.

Toen ik West-Duitsland binnenreed, hoorde ik via de autoradio dat de Oost-Duitse grenzen plotseling open waren gegaan. Al spoedig reed mij een vloedgolf van oude Trabantjes uit Oost-Duitsland tegemoet. In Göttingen aangekomen, wilde ik naar de dichtbij gelegen grensovergang rijden maar dat werd mij afgeraden want het was al middernacht geweest en het was er een verkeerschaos. Nadat ik de volgende dag mijn gastcollege had gegeven, reed ik door naar West-Berlijn. De stad was overspoeld door Trabantjes die vaak als wrak werden achtergelaten. De West-Berlijners waren minder opgetogen dan de Oost-Berlijners want de eerstgenoemden hadden het gevoel dat hun oase van rust en welvaart bedreigd werd.

Een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren
Zodra het mogelijk was, maakte ik een rondreis van een week door de DDR in zijn nadagen. Het was een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren: het grauwe Nederland van eind jaren veertig en begin jaren vijftig. Overal was armoede, nergens was kleur, afgezien van de vaalrode spandoeken die de heilstaat verheerlijkten. Opvallend waren de foeilelijke fabrieken die overal als pronkstukken langs de wegen stonden en niet, zoals in Nederland, ergens bij elkaar tussen bomen weggestopt. Heel veel oude binnensteden waren in verval. Dat gold ook voor het Holländisches Viertel in Potsdam bij Berlijn dat op instorten stond maar dankzij Nederlandse steun later gerestaureerd is. Ik vond veel Nederlandse en Vlaamse (de Fläming) invloeden in Oost-Duitsland waarvan de plaatselijke bevolking nauwelijks iets wist.

Humanistischer Verband Deutschlands
Als (co)president van de International Humanist and Ethical Union van 1986 tot 1998 heb ik een bijdrage kunnen leveren aan de oprichting en ontwikkeling van het Humanistischer Verband Deutschlands. Na de val van de Berlijnse Muur dreigde een leegte te ontstaan voor de overwegend ongodsdienstige bevolking. De kerken stonden al klaar om die leegte op te vullen maar een groot deel van de vanouds onkerkelijke Oost-Duitse bevolking moest daar niets van hebben. Daarom vond een aantal jonge humanisten in West-Berlijn het uiterst belangrijk een humanistisch alternatief te bieden. Ik ben blij hen daarbij te hebben kunnen helpen naar het model van het Nederlandse, het Vlaamse en het Noorse Humanistisch Verbond. Dat bleek niet alleen aan te slaan in Oost- maar ook in West-Duitsland waardoor het een van de belangrijkste humanistische organisaties in de wereld is geworden.




Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.

zaterdag 6 augustus 2016

155. Onzin over de Europese Unie

In de afgelopen jaren kwam ik in de media de grootst mogelijke onzin tegen over de EU. Slechts enkele media nemen de moeite om die onzin tegen te spreken. Ook de meeste homo/lesbische media laten het op dit punt afweten. In 2014 had ik in mijn blog de grootste onzin en de tegensprekende feiten over de EU nog eens op een rijtje gezet. Het behoort tot de minst gelezen blogberichten. Daarom herhaal ik dat bericht met enkele aanvullingen hieronder in de hoop dat ook anderen meer tegenspel gaan bieden tegen de anti-EU-hetze die gaande is. 

1. "De Europese Unie dreigt een superstaat te worden."
China telt 1,3 miljard inwoners, India 1 miljard, de EU 500 miljoen, de VS 300 miljoen en Rusland 140 miljoen. De EU heeft in de wereld 3% van de landoppervlakte, 7% van de wereldbevolking en is met 30% de grootste wereldeconomie. Van het bruto binnenlands product (bbp) gaat in de EU lidstaten gemiddeld 47% naar de overheid (in Nederland is dat 45,5%) en de Europese Unie kost 1% van het bbp. In de VS kost de federatie 30% van het bbp. Van het geld dat de EU ontvangt, gaat 94% terug naar projecten in de lidstaten en gaat 6% naar gebouwen, salarissen en pensioenen. De EU heeft 40.000 personeelsleden, dat is in veel landen de omvang van één ministerie. Kortom: de EU is spotgoedkoop en heeft het geld niet om een superstaat te worden.

2. "Nederlanders betalen veel meer aan de EU dan zij terugkrijgen."
Het EU-lidmaatschap kost per Nederlander € 200,- per jaar. De handel met de EU levert per Nederlander € 1500,- tot € 2000,- per jaar op. Onze uitvoer is voor 80% naar EU-landen. Wie teveel op de centen let, loopt een veelvoud aan euro's mis.

3. "De EU is niet democratisch."
De macht van het rechtstreeks gekozen Europees Parlement is de laatste jaren enorm gegroeid. Wie een democratischer EU wil en daarom niet gaat stemmen, handelt in strijd met de eigen opvattingen.  De Europese raden van regeringsleiders en ministers beslissen mee maar die zijn op hun beurt gekozen door kiezers in de lidstaten. Op die manier wordt voorkomen dat de Europese democratie een dictatuur van een parlementaire meerderheid wordt want minderheden hebben zo veel invloed.

4. "Kleine landen tellen in de EU niet mee."
Integendeel, de grotere landen hebben in verhouding veel minder zetels dan de kleinere. Alle landen hebben ongeacht grootte evenveel zetels in het dagelijks bestuur (de Europese Commissie) en in de raden van regeringsleiders en ministers.

5. "De EU bemoeit zich met belachelijke dingen als kromme bananen."
Met name in de Britse media wordt veel onzin verteld over de Europese Unie. Veel politici in de lidstaten schrijven de successen van de EU aan henzelf toe en de mislukkingen aan de EU. Door het ontbreken van echt Europese media wordt het verdraaien van feiten helaas niet opgemerkt en verbeterd. Ook de Nederlandse publieke omroep faalt op dit punt: naast de vaste politieke mediarubriek Den Haag Vandaag ontbreekt Brussel Vandaag.

6. "De EU is een bedreiging voor homo/lesbische rechten."
Uit het ILGA-Europa rapport 2014 blijkt dat Nederland vierde in Europa is als het gaat om homo/lesbische gelijkberechtiging. De Nederlandse minister Bussemaker zet zich goed in om achterstanden in Europa weg te werken. In de praktijk blijkt de EU een belangrijke steunpilaar voor de homo/lesbische emancipatie. Dankzij de mensenrechtenverdragen in Europa zou zelfs een kwaadwillende meerderheid in het Europese Parlement die klok niet kunnen terugdraaien.

7. "De EU trekt de godsdiensten voor."
In de Europese verdragen is de gelijkberechtiging van godsdiensten en humanisme goed geregeld. In de praktijk hangt het van de voorzitter van de Europese Commissie af of die verdragen ook worden nageleefd. Ik heb van 1991 tot 1999 als vicevoorzitter van de European Humanist Federation meegemaakt dat de Franse protestant Jacques Delors tussen 1985 en 1995 hier veel aan gedaan heeft maar dat daarna regelmatig getracht werd om de godsdiensten voor te trekken. Het is daarom goed dat de humanistische beweging ook op dit punt alert is.

De oprichters van de Europese eenwording wilden na de Tweede Wereldoorlog een einde maken aan eeuwen van oorlogen tussen Europese landen. Het goede nieuws is dat dit in de EU gelukt is. Het slechte nieuws is dat veel Europeanen dit zo vanzelfsprekend zijn gaan vinden dat zij het gevaar van nieuwe oorlogen onderschatten.





Dit bericht past in de serie over mediakritiek. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, nummer 74 over Valse nichten, nummer 63 over Mediamissers, nummer 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, nummer 44 over Mediamanipulatie, nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning! (de grootste stijger in deze groep), nummer 140 over Brexit? Schotland Exit!, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang en nummer 62 over Geschiedvervalsing. Het nieuwste bericht is nummer 144 over de vraag: Is homo-nieuws geen nieuws? Het antwoord luidt: de Nederlandse media laten veel steken vallen!







zaterdag 30 juli 2016

154. Mijn blog bestaat ruim drie jaar!

Mijn blog bestaat ruim drie jaar en is in meer dan 140 landen ruim 120.000 keer bekeken. De toptienlanden met de meeste lezers zijn op dit ogenblik: 1. Nederland, 2. de Verenigde Staten, 3. Rusland, 4. België, 5. Oekraïne 6. Duitsland, 7. Frankrijk, 8. Zweden, 9. Brazilië en 10. het Verenigd Koninkrijk. Het aantal lezers van mijn blog in Vlaanderen staat op de vierde plaats mede dankzij Het Roze Huis in Antwerpen dat wekelijks mijn blog plaatst. Opvallend is dat de Nederlandse homo/lesbische media nog geen enkele keer aandacht aan mijn blog hebben besteed. Het past wel in mijn beeld van hedendaags, navelstaarderig Nederland dat liever de grenzen sluit dan er overheen te kijken. Ik ben daarom blij met de wereldwijde belangstelling voor mijn blog en ga er dus vrolijk mee door!

De belangrijkste vijf websites die naar mijn blog verwijzen, zijn: 1. www.google.nl  2. www.google.com, 3. www.google.be, 4. www.hetrozehuis.be en 5. www.itnijs.frl . Het meest voorkomend zoekwoord is Nederlands wereldtaal. Tenzij anders vermeld, vinden de meeste lezers mijn blog dankzij Google.

De meest gelezen onderwerpen
Hier de toptien aan thema's die de lezers tot nu gekozen hebben om te lezen: 1. intimiteit en erotiek tussen mannen, 2. humanisme, 3. mijn eigen homoverleden, 4. Friesland, 5. mediakritiek, 6. wereldwijde homovervolging (met de meeste wijzigingen), 7. Nederlands wereldwijd, 8. homoseksualiteit in Nederland, 9. Amerika en 10. racismediscussie.

Deze volgorde vloeit voort uit de populariteit van de meest gelezen blogberichten. Voor ieder thema noem ik vervolgens de meest gelezen berichten binnen dat thema, ook in volgorde van populariteit.

1. Intimiteit en erotiek tussen mannen
Deze serie scoort het hoogst. Opmerkelijk genoeg vooral in homovijandige landen. De best bekeken blogberichten in deze serie zijn: 98 over Liever homo-erotiek dan homoporno, nummer 90 over Homo-erotiek in mannengroepen, nummer 99 over Homo-erotisch mannennaakt, nummer 92 over Homo-erotische sporters, nummer 96 over de vraag: Wat is (homo)porno? (2), nummer 89 over Gay Twins, nummer 93 over Mannennaakt dat geen porno is, nummer 95 over de vraag: Wat is (homo)porno? (1), nummer 80 over de World Press Photo 2014, en nummer 87 over Mannen zoenen mannen. De blogberichten over homo-erotiek worden meer gelezen dan die over homoporno.

2. Humanisme
Het meest gelezen humanistisch bericht is nu nummer 65 over Verhullende statistieken. Vooral in Rusland was hier veel belangstelling voor: mogelijk vanwege de groeiende macht van de Russisch-orthodoxe kerk. Als tweede binnen dit thema eindigt nu nummer 24 over Pieter Admiraal (1929-2013) die wereldwijd een belangrijke rol speelde in de strijd voor legalisering van vrijwillige euthanasie. Dit bericht wordt in deze groep gevolgd door blogbericht 41 uit mijn humanistisch verleden over Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia, nummer 55 over Godsdienstwaanzin, nummer 119 over IHEU & de Verenigde Staten, nummer 123 over IHEU & Engeland, nummer 103 over Solidariteit, nummer 7 over KGB & CIA, nummer 25 onder de titel Godgeklaagd!  en nummer 46 over Jaap van Praag, grondlegger van de humanistische beweging. De berichten over de IHEU zijn omhoog geschoten: vanwege de onthullingen daarin misschien?

3. Mijn eigen homoverleden
Bovenaan staat blogbericht 32 over Mijn eerste vriendje. De andere berichten over mijn persoonlijk homoverleden die goed bekeken werden, waren nummer 45 over Gerard Reve & Antoine Bodar, 37 over Rampenzomer 1967, nummer 40 over Benno Premsela, een nieuwe vader, nummer 28 over mijn eigen Homojeugd, nummer 74 over Valse nichten, nummer 47 over een Leerzaam avontuur, nummer 108 over Homodok, Homologie, Urania, Vrolijk & Schorer, nummer 104 over Mijn rol in het COC en nummer 39 over hoe ik werd Gered door een studentendecaan. Deze blogberichten zijn terug te vinden in mijn memoires die komend najaar als boek verschijnen.

4. Friesland
Het best bekeken blogbericht over Friesland blijft nummer 33 over de Friese taalvrede. Binnen deze groep zijn ook veel bekeken de blogberichten 9 over Vlaanderen & Friesland, nummer 21 over It wrede paradys, nummer 81 over de Fryske taalfrede, nummer 114 over Identiteit als keuze, nummer 143 over Friesland in mijn memoires, nummer 109 over de Fryske taalfrede op 'e nij bedrige en nummer 150 over Nexit? Fryslânexit!

De Fryske webside It Nijs.frl besteedde aandacht aan mijn blog, onder andere door in het Fries vertaalde blogberichten te plaatsen: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts, Fryslân yn myn tinzen en Nexit? Fryslânexit! Een leuke manier om Fries te leren lezen...

5. Mediakritiek
Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning! (de grootste stijger in deze groep), nummer 140 over Brexit? Schotland Exit!, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang en 62 over Geschiedvervalsing. Het nieuwste bericht is nummer 144 over de vraag: Is homo-nieuws geen nieuws? Het antwoord luidt: de Nederlandse media laten veel steken vallen! 

6. Wereldwijde homovervolging
Het meest gelezen blogbericht hierover is nummer 29 over het homovijandige Rusland. Dat wordt in deze groep gevolgd door bericht 19 over de noodlottige Britse invloed op de wereldwijde homovervolging, door bericht 72 over misleidend onderzoek naar het ontstaan van homoseksualiteit, door bericht 64 over homohaters, door het (sterkst op de ranglijst gestegen!) bericht 128 over Homovluchtelingen, door 4 over levensgevaarlijke preutsheid, door bericht 79 over Alan Turing (1912-1954), door het (ook sterk op de lijst gestegen) bericht 148 over Orlando, door bericht 147 over het falen van Rainbow Europe en door bericht 146 over Homo/lesbische vooruitgang (1)

Wie behoefte heeft aan positieve berichten op dit gebied verwijs ik naar de alsmaar groeiende huwelijksgelijkberechtiging. En ook naar mijn betoog dat door de meesten ten onrechte wordt aangenomen dat bijbel- en koranteksten homoseksualiteit verbieden: zie hierover mijn hoofdstuk over "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010). Klik hier voor bijbelse overwegingen om homohaat te bestrijden en hier voor islamitische. 

7. Nederlands wereldwijd
De groep blogberichten over de positie van de Nederlandse taal en cultuur wereldwijd wordt vooral gelezen dankzij de opleidingen Neerlandistiek die van mijn blog gebruik maken. In deze groep werd het meest gekeken naar blogbericht 71 over Nederlands wereldtaal? gevolgd door nummer 17 over Disadvantaged by English, door nummer 22 over Nieuw Holland & Nieuw Zeeland, nummer 12 over Handicapé par la francophonie, nummer 20 over over de Engelse vijandschap tegen het Nederlands: No Dutch please!, nummer 102 over Grenzenloos Nederlands, nummer 13 over Afrikaner identiteit, nummer 11 over Frankrijk & Nederland en nummer 10 over Vlaanderen & Nederland. In deze serie blogberichten vonden geen verschuivingen plaats.

8. Homoseksualiteit in Nederland
Als hoogste eindigde in deze serie het blogbericht 51 over Homostudies. Binnen deze categorie gevolgd door de berichten 114 over Identiteit als keuze, 78 over Homoseks en jongeren,  72 over Misleidend onderzoek ontstaan homoseksualiteit,  nummer 60 over Homovoorlichting, 128 over Homovluchtelingen (de sterkste stijger in deze groep), 36 over Lesbisch ouderschap, 59 over Homojongeren, 138 over Mijn homoseksuele media optredens en 146 over Homo/lesbische vooruitgang (1). Uit deze blogberichten blijkt dat nog heel veel voorlichting over homoseksualiteit gegeven moet worden. Een bekroonde film die daar zeer geschikt voor is: Jongens.

9. Amerika
Het aantal Amerikaanse lezers van mijn blog is het grootst na die uit Nederland. In deze groep berichten werd het blogbericht 15 over (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam het meest gelezen. Daarna gevolgd door blogbericht 16 over Hans Brinker and a finger in a leaking dike. Ook veel bekeken werd blogbericht 18 over Dangerous stamps! Met dank aan Postzegelblog want postzegels kunnen heel veel onthullen over een land, in dit geval de Verenigde Staten. Tenslotte moeten genoemd worden nummer 148 over de aanslag in Orlando (de grootste stijger in deze groep), nummer 119 over IHEU & de Verenigde Staten, nummer 101 over American Democracy 101 en nummer 67 over American paradoxes.

10. Racismediscussie
Deze groep berichten staat nu op de tiende plaats dankzij mijn reacties op het debat over Zwarte Piet: blogbericht 61 over Racisme? en nummer 69 over Divagedrag tegen Zwarte Piet werkt averechts. Dit laatste bericht is nu ook beschikbaar in Friese vertaling: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts. De soms vermeende discriminatie op grond van afkomst speelde ook een rol in blogbericht 70 over de Turkse troebelen (1) (de sterkste stijger in deze groep). Lezers van dit laatste bericht kwamen vooral binnen via het landelijk platform voor openbaar onderwijs CBOO. De nieuwste berichten in deze serie zijn nummer 110: Strategische blunders door 'antiracisten' en nummer 142: Turkse troebelen (2).


Naschrift: het laatste nieuws is dat mijn boek met levensherinneringen eind dit jaar uitkomt. Ik blijf u op de hoogte houden!


zaterdag 23 juli 2016

153. Homo/lesbische vooruitgang (4)

Gaat de strijd voor homo/lesbische gelijkberechtiging achteruit of vooruit? Wat zijn de gevolgen van de grootste aanslag op een homo/lesbische bijeenkomst op 12 juni 2016 in Orlando? Onder welke voorwaarden kan tegenwind toch tot vooruitgang leiden?

Er is wereldwijd sprake van toenemende homo/lesbische huwelijksgelijkberechtiging. Die vooruitgang is geen reden om nu tevreden achterover te leunen. De ILGA-wereldkaarten tonen aan dat we er nog niet zijn. Sommigen zijn, als reactie op Orlando, bang dat velen weer de kast in gaan. Het is gezien de achterstanden die er nog zijn onterecht om de strijd voor wereldwijde homo/lesbische gelijkberechtiging nu te stoppen. Hoe kunnen we het beste verder gaan?

Zelforganisatie
Uit mijn wereldwijde onderzoek naar de sociale en juridische posities van homo/lesbische minderheden is gebleken dat zelforganisatie noodzakelijk is voor gelijkberechtiging. Aan de ene kant durven veel homo's en lesbo's nog niet uit de kast te komen. Aan de andere kant denken sommige homo/lesbische jongeren dat verkregen rechten vanzelfsprekend zijn. In beide gevallen verzwakt dat de noodzakelijke homo/lesbische zelforganisatie. Ook is er vaak sprake van versnippering. Vooral de samenwerking tussen mannen en vrouwen laat in nogal wat landen te wensen over. Landen waar de homo/lesbische zelforganisatie wel goed geregeld is, zijn in het algemeen verder met homo/lesbische emancipatie dan landen waar dat niet het geval is.

Sleutelfiguren
Een tweede belangrijke factor is het benaderen van sleutelfiguren, vooral in de politiek. De Nederlandse homo/lesbische beweging (de oudste ter wereld) is daarvan een goed voorbeeld. Mijn onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse homo/lesbische emancipatiebeweging geeft daarvan vele voorbeelden. Ook het benaderen van juristen die zich inzetten voor mensenrechten is belangrijk. Datzelfde geldt voor journalisten die bereid zijn om de bestaande vooroordelen in de media te doorbreken. Sleutelfiguren in universiteiten, vakbeweging, politie, leger en kerken kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van het maatschappelijk klimaat rond homoseksualiteit.

Bondgenoten
Omdat homo/lesbische minderheden te klein zijn om een meerderheid te worden, is het van groot belang om bondgenootschappen te ontwikkelen met groepen en stromingen die samen wel een meerderheid vormen. In Nederland waren met name de vrouwenbeweging en het Humanistisch Verbond van belang. Ook de homo/lesbische netwerken in politieke partijen, universiteiten, vakbonden, politie, leger en kerken zorgden ervoor dat bredere bondgenootschappen ontstonden. Daardoor groeiden meerderheden die homo/lesbische gelijkberechtiging ondersteunden.

In veel landen zijn roze netwerken ontstaan bij de politie. Die worden terecht gezien als bondgenoten door homo/lesbische emancipatiebewegingen. Zwarte Amerikanen die bij de politie gaan werken, worden door veel zwarte activisten als verraders beschouwd. Dat verschil in denken over bondgenoten verklaart in belangrijke mate de vraag hoe het komt dat de Amerikaanse homo/lesbische beweging veel meer succes heeft bereikt in de strijd voor gelijke behandeling dan de Afro-Americans. In het wilde weg anderen uitschelden voor racisten of homohaters maakt geen bondgenoten maar vergroot het isolement. De wereldwijde keuze van homo/lesbische bewegingen voor de regenboogvlag die diversiteit uitstraalt, blijkt dus strategisch verantwoord te zijn. Datzelfde geldt voor de vrolijke ("gay") homo/lesbische acties, zoals de wereldwijde Gay Parades. Geweld werkt averechts.

Orlando en daarna
Gelukkig is gebleken dat de meeste reacties op het drama in Orlando bemoedigend zijn voor de homo/lesbische emancipatie. Wereldwijde blijken van solidariteit maken duidelijk dat de strategie van zelforganisatie en het werken met sleutelfiguren en bondgenoten werkt. Studenten die mijn colleges volgden, vroegen mij vaak waarom ik er van overtuigd was en ben dat de wereld verbeterd kan worden. Allereerst is kennis van de geschiedenis belangrijk. Wie daar geen weet van heeft, kan snel gaan denken dat we in de slechtste tijd uit de wereldgeschiedenis leven. Het tegendeel is het geval. Maar eeuwenlang wist men niet wat er elders in de wereld gebeurde. Nu worden we overstelpt door alle berichten waar wereldwijd ook maar iets fout gaat. Daardoor wordt ons wereldbeeld vertekend als wij onze geschiedenis van oorlogen en vervolgingen niet kennen.

Als studenten mij vroegen wat het belang van sociale wetenschappen is, verwees ik altijd naar het stripverhaal over Het monster Trotteldrom door Marten Toonder. Het eiland Trottel werd geterroriseerd door een monster dat alles op het eiland om de zoveel tijd vernietigde. Totdat Tom Poes er achter komt dat de mensen zelf het monster zijn. Zij vatten democratie ten onrechte op als de dictatuur van de meerderheid en raken in paniek als zij zich bedreigd voelen. Mensen zijn dikwijls meer het slachtoffer van de angst voor rampen dan door rampen zelf. Wie tegenspraak en andersdenkenden uit de maatschappij verbant, wordt het slachtoffer van wraakzuchtigen waardoor uiteindelijk iedereen een verliezer wordt. Men hoeft nu maar naar Rusland en Turkije te kijken om te zien hoezeer Marten Toonder gelijk had met zijn waarschuwing tegen de democratie als dictatuur van de meerderheid!

zaterdag 16 juli 2016

152. Brexit & Nexit: hoe betrouwbaar is opinie-onderzoek?

Op donderdag 23 juni 2016, de dag van het Brexit-referendum, gingen velen naar bed met de verwachting dat de meeste Britten het vertrek uit de EU hadden afgewezen. Op de dag erna bleek dat de meeste opinie-peilingen er naast zaten. Wat hebben deze onderzoekers fout gedaan? Diezelfde dag beweerden EU-tegenstanders op grond van een peiling dat ook de meeste Nederlanders uit de EU willen stappen. Klopt dat wel? En wat kunnen we leren van de ervaringen met onderzoek onder homo/lesbische minderheden wereldwijd?

De onvoorspelbaarheid van kiezersgedrag
Voor sociaal-wetenschappelijke onderzoekers wordt het steeds moeilijker om kiezersgedrag te voorspellen. Vergeleken met vroeger zijn kiezers steeds wispelturiger geworden. Bij het Brexit-referendum bleek dat vooral jongere tegenstanders niet waren gaan stemmen en dat vooral oudere voorstanders die nooit gingen stemmen dat nu ineens wel deden.

In blogbericht 149 liet ik zien dat veel Schotten en Noord-Ieren om strategische redenen thuis bleven of vóór stemden terwijl zij eigenlijk tegen waren. Bovendien maken heel veel onderzoekers gebruik van internetpeilingen en dat leidt weer tot oververtegenwoordiging van jongere tegenstemmers en tot ondervertegenwoordiging van oudere voorstemmers. Als hun opkomstgedrag dan ook nog eens anders is dan gebruikelijk bij verkiezingen dan zit je er als onderzoeker snel naast.

Onderzoek onder homo/lesbische minderheden
Zelf was ik vanaf de jaren zeventig betrokken bij veel homostudies-onderzoek. Daardoor weet ik dat onderzoek onder homo/lesbische minderheden wereldwijd heel erg moeilijk is. Velen zijn niet bereid om mee te werken aan onderzoek dat persoonlijk en sociaal gevoelig ligt. Daardoor is het vrijwel onmogelijk om vast te stellen hoe groot het aantal mensen is dat zich (ook) aangetrokken voelt tot mensen van het eigen geslacht. Zelf ga ik er daarom van uit dat het ergens tussen de 5% en 10% ligt. Dat is een onzekerheidsmarge die te groot is als je de uitslag wilt voorspellen van een referendum waarbij de maatschappij in min of meer gelijke delen is opgesplitst.

Bij homostudies is dat opgelost door niet zozeer te kijken naar getallen maar meer naar gevoelens, ervaringen, gedragingen en opvattingen. Over de maatschappij als geheel hebben we al veel getallenkennis dankzij instellingen als het CBS en het SCP. Door met tegengestelde doelgroepen diepgaande gesprekken te voeren, kom je als onderzoekers meer te weten. Denk aan laag- en hoogopgeleiden, ouderen en jongeren, armen en rijken, godsdienstigen en ongodsdienstigen, grote gezinnen en alleenstaanden, hetero's en homo's, blanken en zwarten, enzovoorts. Die gegevens kun je dan weer koppelen aan statistieken die uit getalsonderzoeken bekend zijn. Dat is betrouwbaarder dan weer het zoveelste internetonderzoekje snel uit te voeren.

Is een meerderheid in Nederland voor een Nexit?
Op de dag na het Brexit-referendum ging in heel veel media het sprookje rond dat ook in Nederland een meerderheid voor uittreding uit de EU zou zijn. Bij nadere beschouwing blijkt daar niets van te kloppen. In mijn vorige blogbericht heb ik al gesteld dat media niet klakkeloos dergelijke sprookjes moeten doorvertellen maar aan feiten moeten toetsen. Dan was meteen duidelijk geworden waarom het niet klopt. Het was gebaseerd op slechts één internetpeiling van Een Vandaag. Daaruit bleek dat van de ondervraagden maar 48% voor uittreding was, 7% twijfelde en 45% tegen was. Dat is dus geen meerderheid vóór want dat is nog altijd de helft plus één of meer.

In blogbericht 139, Referendum? Schijnvertoning!, over het Nederlandse Oekraïne-referendum heb ik berekend dat een zeer kleine minderheid van slechts 20% van de stemgerechtigden het doet voorkomen alsof zij een meerderheid van de Nederlanders vertegenwoordigen. Ook hier trappen veel media in deze valkuil door deze leugen als een willoos doorgeefluik verder te vertellen.

Ik heb de belangrijkste peilingen uit de periode vóór Brexit nog even nagelopen en daaruit blijkt dat in al die peilingen er geen meerderheid voor uittreding is. Peil.nl vond 43% voor, 11% twijfel en 46% tegen. Ipsos vond 34% voor en 66% tegen. TNS/NIPO vond 35% voor, 15% twijfel en 51% tegen. En I&O vond 22% voor, 11% twijfel en 67% tegen. Zulke gigantische verschillen wijzen er al op dat deze peilingen niet betrouwbaar zijn. Deels komt dat omdat sommige peilers gebruik maken van internetters die zich voor opiniepeilingen aanmelden waardoor dergelijk 'onderzoek' open staat voor manipulatie door anti-EU-activisten.

Hoe dan wel?
Media zouden niet ieder onderzoekje voor zoete koek moeten slikken maar eerst even moeten nagaan of de resultaten wel kloppen. Opiniepeilers zouden kwalitatief sterker onderzoek moeten doen en misbruik door activisten trachten te voorkomen. Lezers en ondervraagden zouden beter ingelicht moeten worden over de context waarbinnen een onderzoek plaats vindt. Zo kan een Nexit-referendum in Nederland juridisch helemaal niet omdat daarvoor een parlementair besluit moet zijn genomen. In een sterk polariserende samenleving is niemand gebaat bij feitenvrije stemmingmakerij!




Naschrift. Dit blogbericht past in de serie Mediakritiek. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, nummer 52 over Het monster Trotteldrom en nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning! (de snelste stijger in deze groep). Het nieuwste bericht is nummer 151: Feiten zijn niet "ook maar een mening"!


Op 20 juli 2016 ontving ik een bericht van Yahoo UK News: "Many Dutch voters share his eurosceptic views and, if he is elected Prime Minister next year (he’s currently ahead in the polls), a referendum could follow – but it would require huge legal changes." Weer een klassiek voorbeeld van Britse volksverlakkerij. In Nederland wordt geen minister-president verkozen. In de peilingen komt de PVV niet verder dan een kwart of een derde. Dat laat voldoende Kamerzetels over om een coalitie te vormen waarin de PVV niet zit en ruim voldoende om een grondwetswijziging tegen te houden die voor een referendum over Nexit nodig zal zijn. Wie corrigeert deze Britse onzin?