donderdag 8 januari 2015

76. Blogpauze (2)

Op 28 december 2013 schreef ik over mijn eerste blogpauze dat het schrijven voor mijn blog helaas het schrijven aan mijn memoires in de weg zit. Dat is nog steeds zo. Want mijn bloglezers hebben een grotere belangstelling voor het bespreken van actualiteiten dan voor voorpublicaties uit mijn beoogde boek met levensherinneringen. De planning is dat dit boek zal verschijnen rond mijn zeventigste verjaardag midden augustus 2016. Omdat ik met het schrijven nu nog maar gevorderd ben tot 1972 heb ik het komende jaar hard nodig om de nodige voortgang met het boek te maken. Daarom kondig ik nu een tweede blogpauze aan tot het einde van januari 2015 om een inhaalslag te maken.

Blog en boek
In mijn vorige blogbericht schreef ik dat de meeste bloglezers meer belangstelling hebben voor mijn persoonlijke homogeschiedenis dan voor mijn verleden in zowel de humanistische beweging als in het (openbaar) onderwijs. Blog en boek hebben vermoedelijk verschillende doelgroepen. Ik zal in mijn blog daarom doorgaan met het bespreken van actualiteiten, al dan niet gekoppeld aan mijn ervaringen uit het verleden. In mijn boek zullen humanisme en (openbaar) onderwijs een belangrijkere rol gaan spelen dan in mijn blog.

Levensherinneringen in één verhaallijn
Aanvankelijk dacht ik in mijn beoogde boek mijn levensherinneringen in drie gescheiden verhaallijnen te vertellen rond homoseksualiteit, humanisme en (openbaar) onderwijs. Maar de gebeurtenissen uit het verleden blijken onderling zo verweven te zijn dat dit veel herhalingen en verwijzingen oplevert. Daarom worden de levensherinneringen in het boek nu in tijdsvolgorde beschreven. Ik heb van enkele lezers al verzoeken gekregen waarover zij graag wat meer willen lezen in mijn boek. Dergelijke 'verzoeknummers' kunnen worden doorgegeven via mijn postbus robtielman46@gmail.com.

Homo(auto)biografieën
De homo-autobiografie die ik voor het eerst las en die een heel grote indruk op mij heeft gemaakt, was Christopher and His Kind van Christopher Isherwood uit 1976. Het boek liet heel goed vanuit de persoonlijke levensgeschiedenis de samenhang zien met de opkomende homovervolging in het Berlijn van de jaren dertig. In het Engels zijn heel veel dergelijke biografieën verschenen. In het Nederlands bitter weinig. De belangrijkste zijn volgens mij: Bert Boelaars, Benno Premsela 1920-1997 Voorvechter van homo-emancipatie (Bussum 2008); Klaus Müller & Judith Schuyf (red.), Het begint met nee zeggen. Biografieën rond verzet en homoseksualiteit 1940-1945 (Amsterdam 2006); Judith Schuyf, Tiemon Hofman, vervolgd homoseksueel en avonturier (Amsterdam 2003) en Theo van der Meer, Jonkheer mr. Jacob Anton Schorer (1866-1957) Een biografie van homoseksualiteit (Amsterdam 2007). Het belang van dergelijke biografieën is dat zij bijdragen aan de ontwikkeling van homo/lesbische identiteiten in een wereld waarin heteroseksualiteit de vanzelfsprekende norm is. Voor wie meer hierover wil lezen, verwijs ik naar twee boeken onder redactie van Robert Aldrich & Garry Wotherspoon: Who's Who in Gay & Lesbian History From Antiquity to World War II en Who's Who in Contemporary Gay & Lesbian History From World War II to the Present Day (Londen & New York 2001).

Humanistische (auto)biografieën
Loopt Nederland vergeleken met het Engelse taalgebied achterop wat  de homo/lesbische (auto)biografieën betreft, op humanistisch gebied is het omgekeerde het geval. Dat is mee te danken aan de reeks Humanistisch Erfgoed van wat vroeger het Humanistisch Archief was en nu het Humanistisch Historisch Centrum heet. Daarin zijn onder meer biografieën verschenen over Jan Hoving, Multatuli, Leo Polak, Piet Spigt, Rob Tielman en Jan van Zijverden. Ook mogen de biografieën niet vergeten worden van Peter Derkx, H.J. Pos, 1898-1955. Objectief en partijdig. Biografie van een filosoof en humanist (Hilversum 1994), Peter Derkx & Bert Gasenbeek (red.), J.P. van Praag. Vader van het moderne Nederlandse humanisme (Utrecht 1997) en ook van Bert Gasenbeek e.a. (red.), Anton Constandse. Leven tegen de stroom in (Breda 1999). Voor een internationaal biografisch overzicht verwijs ik naar het boek van Warren Allen Smith, Who's Who in Hell. A Handbook and International Directory for Humanists, Freethinkers, Naturalists, Rationalists, and Non-Theists (New York 2000).

Biografieën en (openbaar) onderwijs
Op dit gebied zijn mij helaas geen biografieën bekend. Er bestaan twee handboeken over de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs in het algemeen: Philip Idenburg, Schets van het Nederlandse schoolwezen (Groningen 1964) en Nan Dodde, Geschiedenis van het Nederlandse schoolwezen (Purmerend 1981). Ook al gaan die niet uitsluitend over het openbaar onderwijs, toch vallen daar wel wat biografische gegevens over sleutelfiguren in het openbaar onderwijs uit te halen. Meer toegespitst op het openbaar onderwijs is het boek van Nan Dodde & P.J. Sekrêve, 'Maar ik heb schoolgegaan', 125 jaar NGL/AVMO (Den Haag 1992). Echt toegespitst op het openbaar onderwijs is het proefschrift van Sjaak Braster, De identiteit van het openbaar onderwijs (Groningen 1996). De achterstand in biografisch onderzoek rond openbaar onderwijs wordt hopelijk ingehaald door het beoogde proefschrift van Vincent Stolk over Vrijdenkers, humanisme en educatie in de periode 1850-1970, waarin ook biografische aandacht verwacht mag worden voor de vrijdenker A.H. Gerhard (1858-1948) en de humanist Léon van Gelder (1913-1981). Dit onderzoek vindt plaats bij het J.P. van Praag Instituut dat verbonden is aan de Universiteit voor Humanistiek.

Waarom schrijf ik een autobiografie?
In de eerste plaats omdat gebleken is dat het schrijven over mijn levensherinneringen een heilzame werking heeft gehad. Ik heb geen vrolijke jeugd gehad en het deed mij goed om dat van mij af te schrijven. In de tweede plaats omdat ik zelf veel gehad heb aan het lezen van autobiografieën en omdat die in homoseksueel Nederland veel te weinig geschreven zijn. In de derde plaats omdat er veel ontbreekt aan wat er tot nu toe over mij geschreven is. Heel begrijpelijk want archieven bevatten maar een beperkt deel van het verleden. Daarom zal ik in mijn autobiografie vooral de nadruk leggen op gebeurtenissen die (vrijwel) niet zwart op wit zijn vastgelegd. Want die zouden met mijn onverhoopte overlijden uit de gemeenschappelijke herinnering verdwijnen. Hieronder alvast enkele herinneringen die ik in de afgelopen anderhalf jaar in mijn blog heb beschreven, in volgorde van verschijnen.

Mijn eigen homoverleden
Dat kwam aan de orde in de blogberichten 28 over mijn Homojeugd, nummer 32 over Mijn eerste vriendje (in deze groep het meest gelezen), nummer 37 over de Rampenzomer 1967, nummer 45 over Gerard Reve & Antoine Bodar, nummer 47 over een Leerzaam avontuur en nummer 59 over Homojongeren. Omdat hiervoor de meeste belangstelling blijkt te bestaan onder mijn lezers geef ik aan het eind van dit blogbericht een overzicht van mijn geschiedenis in de homo/lesbische beweging, ook in volgorde van verschijnen.

Mijn eigen humanistisch verleden
Dat werd beschreven in de blogberichten 30 over mijn (On)godsdienstig verleden, nummer 41 over Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia (in deze groep het meest gelezen) en ten slotte nummer 46 over Jaap van Praag, grondlegger van de humanistische beweging. Een goed overzicht geeft het boek van Bert Gasenbeek & Floris van den Berg (red.), Rob Tielman, een begeesterd humanist (Breda 2010).

Mijn eigen onderwijsverleden
Daarover heb ik geschreven in de blogberichten 23 over mijn Onderwijsverleden, nummer 27 over het "Dachautje spelen" (in deze groep het meest gelezen), nummer 35 over Twee katholieke kandidaatsexamens, nummer 39 onder de titel: Gered door studentendecaan, nummer 48 over mijn eerste ervaring met onderwijs geven, nummer 50 over mijn eerste jaren als docent, nummer 52 over mijn meest geliefde college-onderwerp en nummer 60 over mijn belangrijkste onderwijservaring in het voortgezet onderwijs.

Mijn verleden in de homo/lesbische beweging
In blogbericht 2 leg ik uit waarom ik met mijn blog ben begonnen: Van column naar blog. Al vanaf het begin kreeg mijn eigen rol in de geschiedenis van de homo/lesbische beweging de nodige aandacht. Door de loop der geschiedenis werd die emancipatiebeweging in de jaren tachtig nauw verbonden met de strijd tegen hiv/aids, zoals bijvoorbeeld besproken in blogbericht 4 over Levensgevaarlijke preutsheid (in dit groepje het meest gelezen). Dat bracht mij onder andere in contact met veel homovijandige landen, zoals besproken in de blogberichten nummer 5: Towards Russia With Love, nummer 6: Rusland, Cuba en China, nummer 7: KGB & CIA, en nummer 8: Tsjaikovski verbieden?

Maar ook de Angelsaksische wereld kent veel homovijandigheid, zoals ik beschrijf ik in de blogberichten nummer 17: Disadvantaged by English, nummer 18: Dangerous stamps! en nummer 19: "No sex please, we're British". En niet te vergeten de islamitische wereld, zoals beschreven in blogbericht 25: Godgeklaagd! In veel homovijandige landen worden drogredenen gebruikt om de homo/lesbische minderheden achter te stellen, zoals ik heb besproken in blogbericht 29 over de winterspelen van 2014 in Sotsji (in dit groepje het meest gelezen).

Nu weer terug naar Nederland. Wij mogen trots zijn op de voortrekkersrol die ons land heeft gespeeld bij het tot stand komen van huwelijksgelijkberechtiging. Zelf heb ik een bescheiden rol gehad in het voortraject zoals beschreven in blogbericht 36. Zoals ik in blogbericht 40 beschrijf, is het aan Benno Premsela te danken dat ik in 1967 actief werd in de homo/lesbische beweging. Dat ging niet zonder slag of stoot zoals ik uitleg in bericht 45 over Gerard Reve & Antoine Bodar (in dit groepje het meest gelezen). Al doende leerde ik, blijkt uit bericht 47 over een Leerzaam avontuur. Mijn beginnende werkzaamheden in de Nederlandse homo/lesbische beweging gingen gepaard met hoogtepunten (bericht 48: Jubeljaar 1971) en met een ernstig dieptepunt (bericht 50: Aan de dood ontsnapt...).

Van 1971 tot 1975 was ik (als vrijwilliger naast mijn universitaire werk) algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit COC. Sindsdien werkte ik aan mijn sociaal-wetenschappelijke proefschrift Homoseksualiteit in Nederland. Studie van een emancipatiebeweging (Amsterdam 1982). Zoals ik in blogbericht 51 beschrijf, bleef ik ook daarna tot 1992 actief in Homostudies aan de Universiteit Utrecht. Dankzij mijn werk aan de lerarenopleiding van de Universiteit Utrecht kwam ik vaak in het onderwijs waardoor ik mij bewust werd van het belang van Homovoorlichting, waarover ik schrijf in blogbericht 60 (in dit groepje het meest gelezen). Als socioloog met belangstelling voor geschiedenis kwam ik veel voorbeelden tegen van Geschiedvervalsing, het onderwerp van blogbericht 62. Dat gold ook voor MediamissersHomohatersMisleidend onderzoek en Valse nichten (de blogberichten 63, 64, 72 en 74). Kortom: bepaald geen saai leven!




Blogbericht nummer 77 staat gepland voor zaterdag 31 januari 2015.

zaterdag 3 januari 2015

75. Best bekeken blogberichten

Op 30 augustus 2014 beschreef ik in blogbericht 57 de toen best bekeken blogberichten. In dit blogbericht van 3 januari 2015 beschrijf ik wat er de afgelopen tijd gebeurd is met het leesgedrag. Mijn blog is eind 2014 bijna 17.000 keer bekeken in meer dan zestig landen. De top tien landen zijn: Nederland, Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Rusland, België, Oekraïne, India, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Met bijzondere dank aan de opleidingen Neerlandistiek en de Nederlandse Taalunie!

1. Fryslân boppe
Het best bekeken blogbericht is nog steeds nummer 33 over de Friese taalvrede. Binnen deze Friese groep zijn ook de blogberichten 21 over It wrede paradys en nummer 3 over o.a. het Fries archief Tresoar goed bekeken. De Fryske webside It Nijs besteedde aandacht aan mijn blog, onder andere door een in het Fries vertaald blogbericht te plaatsen: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts.

2. Mijn homoverleden
Op de tweede plaats eindigt nu blogbericht 32 over Mijn eerste vriendje. De andere berichten over mijn persoonlijk homoverleden die goed bekeken werden, waren nummer 45 over Gerard Reve & Antoine Bodar, nummer 37 over Rampenzomer 1967 en nummer 28 over Homojeugd. Het valt op dat de homoseksuele voorpublicaties uit mijn memoires in wording veel hoger scoren dan alle andere voorpublicaties. In mijn volgende blogbericht kom ik daar op terug.

3. Nederlands wereldwijd
De groep blogberichten over de positie van de Nederlandse taal en cultuur wereldwijd steeg in een half jaar tijd van de zesde naar de derde plaats. Dat komt mede dankzij de opleidingen Neerlandistiek die van mijn blog gebruik maken. In deze groep werd het meest gekeken naar blogbericht 71 over Nederlands wereldtaal? gevolgd door nummer 17 over Disadvantaged by English, nummer 12 over Handicapé par la francophonie en nummer 13 over Afrikaner identiteit. Veel lezers kwamen ook binnen via Gay Afrikaners.

4. Humanisme
Het meest gelezen humanistisch blogbericht is nog steeds nummer 24 over Pieter Admiraal (1929-2013) die wereldwijd een belangrijke rol speelde in de strijd voor legalisering van vrijwillige euthanasie. Dit bericht wordt in deze groep gevolgd door blogbericht 41 over Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia en nummer 65 over Verhullende statistieken. De meeste lezers van deze groep humanistische berichten kwamen binnen via de Universiteit voor Humanistiek.

5. Racisme?
Deze groep berichten schoot omhoog vanuit het niets naar de vijfde plaats mede dankzij mijn reacties op het debat over Zwarte Piet: blogbericht 61 over Racisme? en nummer 69 over Divagedrag tegen Zwarte Piet werkt averechts. Dit laatste bericht is ook beschikbaar in Friese vertaling: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts. De soms vermeende discriminatie op grond van afkomst speelde ook een rol in blogbericht 70 over de Turkse troebelen. Veel lezers van dit laatste bericht kwamen binnen via het landelijk platform openbaar onderwijs CBOO.

6. Wereldwijde homovervolging
Het meest gelezen blogbericht hierover is nummer 29 over homovijandig Rusland. Dat wordt in deze groep gevolgd door bericht 19 over de noodlottige Britse invloed op de wereldwijde homovervolging. Ook veel werd bericht 31 gelezen over het Oeganda-drama. Wie behoefte heeft aan positieve berichten op dit gebied kan ik verwijzen naar de alsmaar groeiende huwelijksgelijkberechtiging en naar mijn betoog over homoseksualiteit als toetssteen. Er bestaat gelukkig ook goed nieuws over homoseksualiteit!

7. Vlamingen in België en Frankrijk
Het meest gelezen bericht in deze Vlaamse groep is nummer 9 over mijn vergelijking tussen Vlaanderen en Friesland. Daarin schrijf ik onder andere over de vaak vergeten Vlamingen in Frankrijk, een nog steeds niet volledig erkende minderheid in Frankrijk. Dit komt ook aan de orde in bericht 11 over Frankrijk en Nederland. Het aantal lezers in Vlaanderen steeg het laatste halfjaar dankzij Het Roze Huis in Antwerpen.

8. Amerikaanse aandacht
Het aantal Amerikaanse lezers van mijn blog is het grootst na die uit Nederland. In deze groep berichten werd het blogbericht 16 over Hans Brinker and a finger in a leaking dike het meest gelezen. Daarna gevolgd door blogbericht 15 over (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam. Ook veel bekeken werd blogbericht 18 over Dangerous stamps! Met dank aan Postzegelblog want postzegels kunnen heel veel onthullen over een land, in dit geval de Verenigde Staten.

9. Mediakritiek
Het meest bekeken in deze categorie is blogbericht 34 over Vijf misverstanden over democratie. Dat wordt gevolgd door de berichten 63 over Mediamissers en 44 over Mediamanipulatie. Ik ben blij met de belangstelling voor kritiek op media omdat hier lange tijd ten onrechte een taboe op rustte. Gelukkig treedt hierin verandering op. Een goed voorbeeld daarvan is De Snijtafel bespreekt Samsom bij Pauw: heel leuk en leerzaam!

10. Homoseksualiteit in Nederland
Als tiende eindigde blogbericht 60 over Homovoorlichting. Binnen deze categorie gevolgd door de berichten 51 over Homostudies en 59 over Homojongeren. Deze blogberichten bevestigen dat nog heel veel voorlichting over homoseksualiteit gegeven moet worden. Een veelbekroonde film die daar zeer geschikt voor is: Jongens.

Belangrijkste ontwikkelingen
Ik ben heel blij met de toegenomen belangstelling onder de opleidingen Neerlandistiek. Teleurstellend is het geringe aantal lezers in Indonesië, het land met een kwart miljard inwoners waarmee Nederland een eeuwenlange geschiedenis deelde. Verheugend is het groeiend aantal lezers in India, het land met meer dan een miljard inwoners waarmee Nederland een vrijwel vergeten eeuwenlange geschiedenis had. En ik blijf blij met het grote aantal lezers in de Verenigde Staten, het land met een derde miljard inwoners dat in belangrijke mate beïnvloed werd en wordt door wat indertijd Nieuw Nederland heette.

De belangstelling voor mijn blogberichten over Rusland is helaas wat teruggelopen. Het gaat om de berichten 5 over Towards Russia With Love, nummer 6 over Rusland, Cuba en China, nummer 7 over KGB & CIA en nummer 8 over Tsjaikovski verbieden? Wel wordt nog heel veel gekeken naar mijn bericht over de homovervolging in Rusland. De lezers in Rusland vormen nog altijd de vijfde groep en die uit Oekraïne de zevende.

Maar de belangrijkste ontwikkeling in leesgedrag is de teleurstellende belangstelling voor juist die blogberichten die voorpublicaties zijn uit de niet homoseksuele delen van mijn memoires in wording. Zo is blogbericht 68 over mijn persoonlijke herinneringen aan De val van de Berlijnse Muur nu slechts 9 keer bekeken en blogbericht 50 Aan de dood ontsnapt... slechts 13 (!) keer. Dat vraagt om een beleidswijziging inzake de voorpublicaties uit mijn memoires in wording. Hierover gaat mijn volgende blog!

zaterdag 27 december 2014

74. Valse nichten

Voor mijn vele buitenlandse lezers moet ik eerst twee woorden uitleggen. Het bekendste Nederlandse woordenboek, de Dikke Van Dale, omschrijft een 'nicht' ten onrechte als een 'mannelijke homoseksueel'. Dat moet het tegenovergestelde zijn: 'verwijfde homoman'. De uitdrukking 'valse nicht' betekent een homoman die onoprecht, onbetrouwbaar, vijandig en/of een pestkop is.

Een belangrijke voorman van de Nederlandse homo/lesbische beweging, Benno Premsela (1920-1997), was een van de eerste Nederlanders die openlijk uit kwam voor zijn homozijn. Hij vertelde mij in 1967 dat zijn uit de kast komen de felste weerstand had opgeroepen bij andere homo's die zich door zijn openheid bedreigd voelden. Zij meenden hun eigen falen en mislukkingen te kunnen verklaren door de homodiscriminatie die toen heel sterk was. Op het moment dat openlijke homo's ook kunnen slagen in het leven riep dat veel afgunst op. Hen werd als het ware de alles verklarende slachtofferrol ontnomen.

Een van de meest vooraanstaande slachtoffers van zo'n 'valse nicht' was de topambtenaar van het ministerie van Financiën, mr. L.A. Ries (1893-1962). In 1936 beschuldigde een minderjarige man (de leeftijdsgrens was toen 21 jaar) hem er van seks met hem te hebben gehad. Dat was toen strafbaar op grond van het beruchte 'chantage-artikel' 248-bis uit het Wetboek van Strafrecht. Het bleek een verzonnen verhaal maar de topambtenaar was toen wel ontslagen en vluchtte naar de VS, waar hij in 1962 zonder eerherstel is overleden.

Een andere hooggeplaatste homo, Elio Di Rupo (premier van België van 2011-2014), werd in 1996 valselijk beschuldigd door een meerderjarige man die beweerde als minderjarige seks met hem te hebben gehad. Elio di Rupo bleek ten onrechte te zijn beschuldigd en werd een van de eerste openlijk homoseksuele premiers in de wereld. 

Het meest recente voorbeeld speelde zich af op 10 december 2014 toen de burgemeester van Maastricht Onno Hoes zijn functie ter beschikking stelde. De door sommige media 'miezerig ratje' genoemde  Robbie en de publieke omroep Powned waren er in geslaagd de burgemeester in de val te laten lopen door met een verborgen camera flirterige gesprekjes op te nemen en die op een publieke zender uit te zenden. Weer een duidelijk geval van mediamanipulatie. Dat werd nog versterkt door het feit dat veel media het hadden over "een jonge jongen". Dat is volgens mij iemand jonger dan twaalf jaar terwijl de jongeman een twintiger was! Er was niets strafbaars gebeurd.  Er had geen seks plaats gevonden en de leeftijdsgrens is 16 jaar. Onno Hoes heeft een klacht ingediend tegen zowel de man als de omroep die hem uitlokkende vragen had ingefluisterd en de geheime opname zonder toestemming had uitgezonden.

Begin jaren negentig had ik bijna iets vergelijkbaars meegemaakt. Door de hoofdredacteur van een weekblad werd ik uitgenodigd voor een etentje in een uitstekend Amsterdams restaurant. Hij bood zijn verontschuldigingen aan voor het feit dat zijn weekblad bezig was geweest met het schrijven van een vernietigend artikel over mij. Door verschillende lieden uit kringen van homostudies en aidsonderzoek waren de meest vreselijke verhalen over mij verteld. Omdat het een keurige journalist was (waar vind je dat vandaag de dag nog in deze internettijden) had hij alle roddels laten uitzoeken en er bleek niets van waar te zijn.

Het bleek om een doelgerichte poging te gaan om mijn positie binnen homostudies en het aidsonderzoek onmogelijk te maken. Niet alleen de hoofdredacteur maar (naar achteraf bleek) ook de belastingdienst, mijn werkgever de universiteit en de betrokken ministeries zochten de valse beschuldigingen uit en ik werd van alle blaam gezuiverd. Maar ik had geen zin meer om in een glazen huis te wonen.  Ik voelde mij in de steek gelaten. De schrijver Frans Kellendonk had tien jaar daarvoor nog de lef gehad om mij op soortgelijke roddels aan te spreken. Maar deze 'valse nichten' deden het laf en achterbaks. Zij verloochenden daarmee dezelfde homo/lesbische beweging waarvoor ik mij met hart en ziel had ingezet. Met ingang van 1992 verlegde ik mijn loopbaan binnen de Universiteit Utrecht naar het humanistisch vormingsonderwijs en het openbaar onderwijs en daar heb ik geen spijt van gekregen!









zaterdag 20 december 2014

73. Theocratische terreur

De International Humanist and Ethical Union (IHEU) heeft op mensenrechtendag woensdag 10 december 2014 het Freedom of Thought Report 2014 naar buiten gebracht. Het goede nieuws is dat hieruit blijkt dat wereldwijd het aantal atheïsten en overige ongodsdienstigen is gestegen tot 36% en het aantal godsdienstigen is gedaald tot 59%. Het slechte nieuws is dat zich ook een aantal zorgelijke ontwikkelingen voordoen.

Zorgelijke ontwikkelingen in 2014
Heel ernstig is de groei van godsdienstwaanzinnige groepen als Islamitische Staat in Syrië en Irak en als Boko Haram in Nigeria. Deze theocratische terroristen willen niet alleen ongodsdienstigen maar alle andersdenkenden als 'goddelozen' uitroeien. Ook lidstaten van de Verenigde Naties maken zich schuldig aan grove schendingen van mensenrechten van ongodsdienstigen. Zij handelen daardoor in strijd met de Universele verklaring van de rechten van de mens.

Zo besloot Saoedi-Arabië in januari 2014 om atheïsten gelijk te stellen aan "terroristen". Mei 2014 noemde de Maleisische premier Razak "humanisme, secularisme en liberalisme" staatsgevaarlijk. Vanaf juni 2014 werden in Egypte atheïsten gevangen gezet omdat zij "maatschappijbedreigend" zouden zijn. Ook hier gaat de vervolging van ongodsdienstigen gelijk op met homovervolging. Uit het IHEU-rapport blijkt dat op grote schaal in heel veel landen zogenaamde "afvalligen" en "godslasteraars" vervolgd worden. Daarom is het belangrijk dat de IHEU jaarlijks wereldwijd aandacht vraagt voor deze schendingen van mensenrechten.

Verbeterpunten
Precies een jaar geleden schreef ik over het IHEU-rapport 2013 in mijn blogbericht 25: Godgeklaagd! Toen noemde ik ook een aantal verbeterpunten. Zo vond ik dat landen waar homoseksuelen worden vervolgd niet thuis horen in de categorie "Free and Equal" uit het IHEU-rapport. Gelukkig zijn dit jaar landen zoals Benin, Jamaica, Japan, Kosovo, Kiribati, Nauru, Niger, Sao Tomé, Taiwan en Zuid Korea uit de categorie "Free and Equal" gehaald. Maar dat is nog niet gebeurd voor Fiji (waar homorelaties niet erkend worden) en Sierra Leone (waar op homoseksualiteit zelfs levenslang staat!). Hopelijk wordt dat volgend jaar verbeterd.

Ik schreef vorig jaar dat in de categorie "Severe Discrimination" in het IHEU-rapport 2013 landen vallen zoals Algerije, Birma, Centraal Afrikaanse Republiek, Congo (D.R.), Ethiopië, Kameroen, Kazakstan, Laos, Libanon, Palestina, Rusland, Sri Lanka, Tunesië, Tsjaad, Turkije, Uzbekistan, Vietnam, Wit-Rusland en Zimbabwe. Daar kan men zich iets bij voorstellen. Maar in het IHEU-rapport 2013 zijn landen als Denemarken, Duitsland, Nieuw Zeeland en IJsland in datzelfde rijtje terecht gekomen! En dat omdat zij nog geen einde hebben gemaakt aan de dode letter van een wet op de godslastering. Helaas is dat in het rapport over 2014 nog steeds zo. Het mag wellicht te verdedigen zijn uit eenzijdig juridisch oogpunt maar het doet geen recht aan de maatschappelijke werkelijkheid in deze landen. Daarom hoop ik dat volgend jaar deze landen wat genuanceerder worden behandeld.

Zoals ik in Homosexuality as Touchstone heb aangetoond, zijn homorechten een heel goede toetssteen voor mensenrechten in het algemeen. In het IHEU-rapport 2014 wordt daar vaak aandacht aan besteed maar niet stelselmatig. Zo zouden al die landen waar sprake is van homo/lesbische huwelijksgelijkberechtiging in het rapport terug te vinden moeten zijn. Hopelijk ontstaat er zo in het rapport over 2015 wat meer gelijke behandeling van alle landen!



In Nederland werd het IHEU-rapport 2014 aangeboden aan de Tweede Kamer en aan ambassades.

zaterdag 13 december 2014

72. Misleidend onderzoek ontstaan homoseksualiteit

Onlangs werd weer eens aandacht besteed aan een onderzoek naar het ontstaan van homoseksualiteit. Dit keer ging het om een onderzoek onder 409 paren (al dan niet ééneiige) homobroers. Het onderzoek zou aantonen dat er zoiets als een 'homogen' zou bestaan. In het verleden leidden dergelijke onderzoekingen tot heftige toestanden. Deze keer niet. Waarom niet? En waarom wordt er geen onderzoek gedaan naar het ontstaan van heteroseksualiteit? Of naar het ontstaan van homohaat? Is er zoiets als een 'homohaatgen'?

Oud nieuws
Al in 1982 schreef ik in mijn proefschrift "Homoseksualiteit in Nederland. Studie van een emancipatiebeweging" dat een biologische oorsprong waarschijnlijk is. Ik deed dat op grond van een onderzoek van Kallmann dat in 1952 gepubliceerd werd: Comparative Twin Study on the Genetic Aspects of Male Homosexuality (blz.161; bladzijdenummers verwijzen naar mijn proefschrift). Kallmann ontdekte dat ééneiige tweelingen meestal ofwel beiden homo ofwel beiden hetero waren. Oud nieuws dus. Zelf heb ik veel gehad aan het onderzoek van de socioloog Schofield dat in 1965 uitkwam: Sociological Aspects of Homosexuality. Daaruit bleek dat homo's en hetero's in vrijwel niets verschilden behalve in hun seksuele voorkeur. Anders samengevat: niet homoseksualiteit is het probleem maar de maatschappelijke veroordeling ervan.

Verleidingssprookje
Eeuwenlang had in Nederland de doodstraf gestaan op seks tussen mensen van hetzelfde geslacht op grond van een onjuiste bijbelinterpretatie. De Franse en de Bataafse Revolutie brachten de scheiding van kerk en staat waarmee er een einde kwam aan deze vorm van godsdienstverdwazing. Tussen 1911 en 1971 zorgde er in Nederland een meerderheid van christelijke partijen voor dat seksuele contacten tussen meerder- en minderjarigen van hetzelfde geslacht strafbaar werden: artikel 248-bis Wetboek van Strafrecht. Deze trieste hernieuwde strafbaarstelling (blz. 76-77) was gegrond op de veronderstelling dat men door verleiding homoseksueel zou kunnen worden. Sinds de oprichting in 1911 was de oudste ter wereld nog bestaande Nederlandse homo/lesbische emancipatiebeweging er op gericht om deze discriminatie af te schaffen door aan te tonen dat de zogenaamde  verleiding een onwetenschappelijk sprookje was. Voor de afschaffing van artikel 248-bis in 1971 was het daarom van groot belang dat de Nederlandse Gezondheidsraad een rapport uitbracht waaruit bleek dat men niet door verleiding homoseksueel kon worden (blz. 176-178).

Homoseksualiteit aangeboren of een mensenrecht
De Duitse voorloper van de homo/lesbische emancipatie, de medicus/seksuoloog  Magnus Hirschfeld (1868-1935), ging er ten onrechte van uit dat als wetenschappelijk aangetoond zou worden dat homoseksualiteit aangeboren was dat dan de strafbaarstelling vanzelf zou verdwijnen (blz. 65-67). Zijn lijfspreuk was "per scientiam ad justitiam" (door wetenschap naar rechtvaardigheid). Het tegendeel bleek het geval: de nazi's zagen er een reden in om homoseksualiteit "met wortel en tak" uit te roeien (blz. 128-137).

De Nederlandse voorloper van de homo/lesbische emancipatie, de jurist jonkheer Jacob Schorer (1866-1957), ging ook uit van de aangeboren homoseksualiteit maar benadrukte vooral het recht van mensen om hun eigen seksualiteit vorm te geven (blz. 82-91). Zijn brochure uit 1946 heet niet voor niets "Gelijkheid van Recht, ook hier" (blz. 320).  Het is deze mensenrechtenbenadering die wereldwijd geleid heeft tot een toename van gelijke rechten zoals bijvoorbeeld de openstelling van het huwelijk in steeds meer landen. Want waarom zou iets aangeboren moeten zijn om niet gediscrimineerd te worden?

Juist de godsdienstige tegenstanders zouden moeten begrijpen hoe onzinnig het is om aan te tonen dat godsdienst erfelijk zou moeten zijn om de vrijheid van godsdienst te kunnen verdedigen. Hun recht op godsdienstvrijheid is gegrond op hetzelfde beginsel als het recht van alle mensen (en dus ook homo's) om zelf zin en vorm te geven aan hun eigen leven zolang zij het recht van anderen op zelfbeschikking niet aantasten. Hoe dom kunnen ze zijn om de tak af te zagen waarop zij zelf zitten!

Misleidend onderzoek
Waarom was er in het verleden vaak gedoe over onderzoek naar het vermeende ontstaan van homoseksualiteit en nu niet meer? Allereerst omdat veel onderzoekers onder de verdenking stonden homoseksualiteit als een te genezen ziekte te beschouwen. Dat kwam omdat zij vaak begrippen als 'afwijking' of 'abnormaal' gebruikten en dat werkte als een rode lap op een stier. In de tweede plaats waren dergelijke onderzoekingen vaak niet representatief en waren en geen controlegroepen. Een groep van een tiental homomannen die aan aids waren overleden, is wetenschappelijk ongeschikt om welke verantwoorde uitspraak over homoseksualiteit dan ook te doen. Het aantal is te klein. Er was geen controlegroep van lesbische vrouwen of homo's die niet aan aids waren overleden of die niet regelmatig naar New York vlogen waardoor hun tijdklok er anders uitzag.

Men is steeds meer gaan begrijpen dat onderzoek naar uitsluitend het ontstaan van zoiets ingewikkelds als homoseksualiteit en niet naar het ontstaan van bi- en heteroseksualiteit per definitie discriminerend is. En welk zinnig mens denkt discriminatie op grond van een zwarte huidskleur te kunnen bestrijden door onderzoek te doen naar het ontstaan van een zwarte huid? Waarom is nog nooit gezocht naar een homohaatgen? Omdat medische en biologische onderzoekers ongetwijfeld veel verstand hebben van hun vakgebieden maar meestal niet van zoiets ingewikkelds als homoseksualiteit en homohaat wereldwijd door alle eeuwen heen. Bovendien is in steeds meer delen van de wereld de homo/lesbische gelijkberechtiging zo ver voortgeschreden dat velen hun schouders ophalen bij weer het zoveelste onderzoek dat niets verandert aan het maatschappelijke vraagstuk van homohaat waarmee velen nog worstelen.

zaterdag 6 december 2014

71. Nederlands wereldtaal?

Mijn blog is bijna 15.000 keer gelezen over de hele wereld. Er zijn nu duizenden lezers in Nederland. Honderden (gerangschikt naar aantallen) in de Verenigde Staten, Duitsland, België, Zuid Afrika, Rusland, en India. Tientallen in Frankrijk, Oekraïne, Polen, Servië en in het Verenigd Koninkrijk. En enkele lezers in (alfabetische volgorde) Albanië, Algerije, Antigua, Australië, Brazilië, Bulgarije, Cambodja, Canada, Chili, China, Colombia, Congo-Kinshasa, Costa Rica, Curaçao, Denemarken, Filipijnen, Finland, Ghana, Griekenland, Hongarije, Hongkong, Ierland, Indonesië, Irak, Israël, Italië, Japan, Kazachstan, Letland, Libanon, Macao, Macedonië, Maleisië, Marokko, Mauritius, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Saoedi-Arabië, Singapore, Spanje, Suriname, Taiwan, Thailand, Tsjechië, Turkije, Venezuela, Vietnam, Zuid Korea, Zweden en Zwitserland.

Die wereldwijde verspreiding is mede te danken aan de over grote delen van de wereld bestaande opleidingen Neerlandistiek en aan de Nederlandse Taalunie die hen met raad en daad ondersteunt. Buiten Nederland, België en Suriname wordt in veertig landen aan 175 universiteiten Nederlands gegeven door 700 docenten aan 15.000 studenten en wordt door 6000 leraren Nederlandse lessen gegeven aan 400.000 scholieren op scholen voor basis- en voortgezet onderwijs. Het grootste aantal scholieren (23.000) is te vinden in de Duitse deelstaten die aan ons land grenzen: Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen.

Witte vlekken
Toch zijn er nog enkele witte vlekken op de wereldkaart: landen waar wel opleidingen Neerlandistiek zijn maar mijn blog nog geen enkele keer is gelezen. Dat zijn Armenië, Aruba (!), Georgië, Kroatië, Mexico, Namibië (!), Slovenië, Slowakije en Wit-Rusland. Vooral Aruba is opvallend omdat Nederlands daar een officiële taal is. En Namibië omdat Afrikaans daar voor meer dan een tiende van de bevolking de moedertaal is en het er veel gesproken wordt.

Afrikaans
Over Afrikaans gesproken: in Nederland bestaat nog steeds het vooroordeel dat de meeste Afrikaanstaligen blanken zijn. In Zuid-Afrika leven bijna 7 miljoen mensen voor wie het Afrikaans de moedertaal is. Dat zijn 2,7 miljoen blanken en 4,1 miljoen kleurlingen, die zichzelf 'bruinmense' noemen. Afrikaans is de moedertaal van 13,5% van de bevolking. De andere grote moedertalen zijn Zoeloe (22%), Xhosa (16%) en Engels (9%). Wie meer wil weten over  het Afrikaans kan bij deze 'webwerf' terecht. Ook heel handig is het Groot Woordenboek Afrikaans en Nederlands waarin de twee talen in elkaar geschoven zijn, hetgeen makkelijk kan omdat 90 tot 95% van de Afrikaanstalige woorden oorspronkelijk uit het Nederlands afkomstig zijn.

Homo/lesbische netwerken
Mijn meeste lezers in Zuid-Afrika dank ik aan de Gay Afrikaners. Internet is heel belangrijk om wereldwijd homo/lesbische netwerken te ontwikkelen. Mijn blogberichten die gaan over homoseksualiteit worden gemiddeld genomen het beste gelezen. Landen die het huwelijk hebben opengesteld voor paren van gelijk geslacht (huwelijksgelijkberechtiging) beschikken over de meest doelmatige homo/lesbische netwerken. En in vrijwel al die landen wordt mijn blog gelezen. De enige uitzonderingen zijn Argentinië, Luxemburg, Malta, Uruguay en IJsland: ook de enige landen met huwelijksgelijkberechtiging die geen opleiding Neerlandistiek hebben. Dat verklaart vermoedelijk waarom mijn blog daar geen lezers heeft.

Wel lezers maar geen opleidingen Neerlandistiek
Omdat naast homoseksualiteit de 'Nederlandse cultuur wereldwijd' tot de belangrijkste onderwerpen van mijn blog behoort, is het interessant om na te gaan in welke landen waarmee Nederland een verleden heeft er wel lezers van mijn blog te vinden zijn maar geen opleidingen Neerlandistiek.

Allereerst Australië (Nieuw-Holland) en Nieuw Zeeland. Beide landen zijn door de Nederlander Abel Tasman ontdekt en er wonen 300.000 respectievelijk 100.000 mensen van Nederlandse afkomst maar er zijn geen opleidingen Neerlandistiek. Nederlands-Brazilië is een voormalige kolonie die in Brazilië in hoog aanzien staat maar er is geen opleiding Neerlandistiek. Datzelfde geldt voor vaak vergeten voormalige Nederlandse overzeese gebieden en handelsposten waar mijn blog wel lezers heeft als Japan (Dejima), Maleisië (Malakka), Mauritius, Singapore, Taiwan (Formosa) en Thailand (Ayutthaya). Hier moet ook de voormalige Belgische kolonie Congo (Kinshasa) genoemd worden waar nog veel Vlamingen wonen maar geen opleiding Neerlandistiek bestaat.

Noch lezers, noch opleidingen Neerlandistiek
In de vaak vergeten voormalige kolonies Bangla Desh (Bengalen), Ghana (Goudkust), Guyana (Berbice, Essequebo en Demerery, westelijk van Suriname) en Sri Lanka (Ceylon) zijn noch lezers noch opleidingen Neerlandistiek te vinden. In Sri Lanka leven nog Nederlandse nakomelingen, de 'Dutch Burghers'. In Guyana ligt een plaats met de naam New Amsterdam. En ik heb nogal wat Ghanezen ontmoet die Nederlandse achternamen hebben. (Inmiddels is in Ghana een lezer opgedoken!)

En lezers, én opleidingen
En om positief te eindigen: in Indonesië (Nederlands-Indië), India (met veel vergeten handelsposten van de Vereenigde Oostindische Compagnie in Malabar, Coromandel en Bengalen), Suriname en Zuid-Afrika zijn zowel lezers van mijn blog als opleidingen Neerlandistiek te vinden. Er is in deze landen sprake van een toenemende belangstelling voor het gemeenschappelijke Nederlandse verleden.

Nederlands als wereldtaal
Hoe ziet het Nederlands taalgebied er alles bij elkaar genomen uit? Er zijn 23 miljoen mensen met Nederlands als moedertaal en 4 miljoen mensen die Nederlands kunnen spreken als vreemde taal. En er zijn 7 miljoen mensen met Afrikaans als moedertaal en 10 miljoen mensen die Afrikaans kunnen spreken. Het Nederlands is een officiële taal in de landen of landsdelen Aruba, België, Brussel, Curaçao, Nederland, Sint-Maarten, Suriname en Vlaanderen. Voor Afrikaans is dat het geval in Namibië en Zuid-Afrika.

Volgens de Nederlandse Taalunie is Nederlands een wereldtaal. Het hoort wereldwijd tot de veertig meest gesproken talen. Samen met het Afrikaans komen zij zelfs rond plaats 25. Het aan Nederlands en Afrikaans verwante Duits is tiende. Het Nederlands is wereldwijd een van de tien belangrijkste talen op internet en in de sociale media. Het staat op de achtste plaats als officiële taal binnen de Europese Unie, die 28 lidstaten en een half miljard inwoners heeft. Kortom: ik kan nog even vooruit met mijn blog!




De Nederlandse Taalunie schrijft mij: 
We zijn blij met de aandacht die u aan het onderwijs Nederlands wereldwijd besteedt en kunnen u meedelen dat we vanuit de Taalunie inderdaad bekijken of we ook in landen als Australië en Brazilië het onderwijs Nederlands kunnen ondersteunen, bij voorkeur in samenwerking met andere organisaties die op dit terrein actief zijn, zoals de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland.
Een land als Congo is in het verleden al vaker ter sprake gekomen in Taalunieverband, maar in tegenstelling tot de oud-koloniën van Nederland, heeft het Nederlands in deze oud-kolonie van België weinig tot geen voet aan de grond gekregen, met name omdat het Frans ten tijde van de kolonisatie van Congo de voertaal binnen België was en dus ook de primaire taal van de kolonisatie was.
Veel succes verder met uw blog. We hopen dat die in alle landen gelezen blijft en zal worden waar het Nederlands een positie bekleedt in bestuur of onderwijs, of op andere wijze sporen heeft nagelaten. 

zaterdag 29 november 2014

70. Turkse troebelen

Als uit een onderzoek zou blijken dat 80% van de Nederlandse jongeren het terrorisme van IS zouden steunen dan begrijpt iedereen dat zo'n onderzoek nooit representatief kan zijn. Maar als hetzelfde gezegd wordt over "Turkse jongeren in Nederland" dan staat een groot deel van de Nederlandse media op zijn kop terwijl het eveneens onzin is. Slechts heel erg spaarzaam wordt gewezen op de methodologische tekortkomingen waardoor dit onderzoek niet representatief is. Maar er deugt nog meer niet aan het onderzoek en de berichtgeving erover in veel media.

"De Turken in Nederland" bestaan niet.
Op godsdienstig/levensbeschouwelijk gebied zijn Nederlanders met een Turkse afkomst onderling net zo verdeeld als andere Nederlanders. Ik noem maar een paar groepen. Om te beginnen de meer dan 40.000 ongodsdienstige Turkse Nederlanders. Als voorzitter van het Humanistisch Verbond (van 1977 tot 1987) ben ik er veel tegengekomen maar je hoort er bijna nooit wat over omdat het een taboe is in Turkse kringen. En omdat ze al dan niet bewust 'vergeten' worden in verhullende statistieken. Dan zijn er de ruim 80.000 Turkse Alevieten die zijn aangesloten bij de Humanistische Alliantie voor wie de islam eerder een culturele dan een godsdienstige traditie is. Ongeveer 40.000 christenen uit Turkije wonen in Nederland. En verder moeten de zo'n 70.000 Nederlandse Koerden afkomstig uit Turkije genoemd worden die ook weer onderling verdeeld zijn maar die zeker gemeen hebben dat zij niets van het terrorisme van IS moeten hebben. Net zoals alle andere bovengenoemde groepen, in totaal zo'n ongeveer 250.000 van de bijna 400.000 Nederlanders van Turkse afkomst. Dat maakt het hoge percentage steun voor IS-terroristen onder de zogenoemde "Turkse jongerenzeer onwaarschijnlijk.

Bent u er nog? Want ik heb het nog niet gehad over de 142 moskeeën in Nederland die vallen onder de Turkse overheidsdienst Diyanet onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken imams werken. Of over de 39 moskeeën van de conservatief godsdienstige Milli Görüs-beweging. De naar eigen zeggen wat meer verlichte Gülen-beweging leeft op voet van oorlog met de huidige Turkse machthebbers omdat zij die beschuldigt van corruptie. En dan moet ik nog de zeer godsdienstige maar apolitieke Süleyman-beweging noemen. Deze laatste vier staan op het lijstje van minister Asscher om in de gaten te worden gehouden, onder andere omdat getwijfeld wordt of zij de integratie in de Nederlandse samenleving willen bevorderen of eerder de nauwe banden met Turkije belangrijk vinden.

Turkse bemoeienis met Nederlandse aangelegenheden
Mijn eigen twijfel over de integratie van Nederlanders van Turkse afkomst bestaat al gedurende de 25 jaar dat ik voorzitter was van het Nederlandse platform openbaar onderwijs CBOO omdat er voortdurend verontrustende berichten binnenkwamen uit de achterban over vrouw- en homovijandige uitlatingen van (meestal) jongens van Turkse (en ook Marokkaanse) afkomst. Terwijl in Marokkaanse kringen belangrijke voorlieden als het PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch nadrukkelijk de gelijkberechtiging van de homo/lesbische minderheid verdedigen, ben ik in Nederlands-Turkse kringen dergelijke gezaghebbende voorlieden nog niet tegengekomen. De toegenomen homovijandigheid in het onderwijs was voor het CBOO een reden om mee te doen aan het nog altijd goed lopende project voor seksuele diversiteit in het onderwijs.

Een geruchtmakend en schokkend voorbeeld van Turkse bemoeienis met Nederlandse aangelegenheden was in 2013 de rel rond de Nederlands-Turkse jongen Ynus en zijn lesbische pleegouders. De Turkse media en Erdogan liepen homovijandig te hoop maar gelukkig hield minister Asscher voet bij stuk. Dat deed hij ook toen de illegale Turkse kostscholen werden ontdekt en de Turkse bemoeienis met moskeeën in Nederland aan de orde werd gesteld. Twee PvdA-Kamerleden van Turkse afkomst weigerden daarop hun vertrouwen te geven aan het door Asscher gevoerde beleid waarop zij uit de fractie vertrokken, niet nadat een van hen de hoop uitsprak dat hun collega, de bovengenoemde Achmed Marchouch, door Allah gestraft zou worden. Je vraagt je af hoe verketteraars in de PvdA verzeild zijn geraakt...

Een islamitische partij in Nederland is net zo onwaarschijnlijk als een homopartij
Er zaten een paar opvallende kanten aan deze zaak. In de eerste plaats het feit dat veel media het hadden over Turkse Kamerleden terwijl het toch echt over Nederlanders ging van Turkse afkomst. Dat verschil is kennelijk nog niet tot iedereen doorgedrongen. In de tweede plaats hadden alle media het over deze twee mannen maar vrijwel niemand over de drie vrouwen van Turkse afkomst die wel in de PvdA-fractie bleven zitten. Mogelijk zegt dat iets over de vrouwonvriendelijkheid rond dit gebeuren? In de derde plaats beriepen de twee mannen zich op de vrijheid van meningsuiting terwijl zij nooit kritiek hebben geuit op het feit dat Erdogan in Turkije bezig is de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen. En in de vierde plaats wordt in sommige media meteen druk gespeculeerd over een mogelijke Turkse of islamitische partij. Hoe onzinnig dat wel is, blijkt uit de hierboven beschreven versplintering in Turkse kring. En dan heb ik het nog niet eens gehad over hun politieke onenigheid. Over de verdeeldheid in islamitische kring schrijf ik een andere keer want daar heb ik ook de nodige ervaring mee. Wat politieke verscheidenheid betreft, zijn Turken en islamieten net homo's want daar is het ook nooit gelukt om een homopartij op te richten!


Naschrift: ik had bovenstaande tekst net uitgeschreven toen de Turkse regering op 26 november 2014 zelf een duidelijk voorbeeld gaf hoe zij zich bemoeit met Nederlandse aangelegenheden. De Turkse beschuldiging dat Nederland ten opzichte van Nederlandse Turken "racistisch" zou zijn, bevestigt mijn blogbericht over racisme waaruit blijkt dat dit begrip te pas en te onpas wordt gebruikt. Juist Turkije met zijn geschiedenis van de Armeense genocide en de achterstelling van de Koerden zou een toontje lager moeten zingen.
Op 27 november 2014 weer de bekende Hilversumse hijgerigheid en een goed voorbeeld van mediamanipulatie: het televisieprogramma "NieuwZuur" organiseert een aanval op minister Asscher door de Kamerleden Pechtold (D66) en Buma (CDA) op de dag van het Kamerdebat over integratie.  Zij geven krtitiek op de volgens hen te harde aanpak door Asscher van Turkije. Dit gebeurt nogal laf niet in het Kamerdebat zelf maar in de Haagse wandelgangen. In de rechtstreekse uitzending maakt iemand van Milli Görüs in zijn aanval op Asscher precies duidelijk waarom Asscher gelijk heeft: veel Turken in Nederland richten zich meer op Turkije dan op Nederland. Het opzetje om Asscher aan te pakken is mislukt.
Nog een ander voorbeeld van stemmingmakerij tegen de PvdA die mislukt: de Snijtafel bespreekt Samsom bij Pauw


De acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren met een Turkse alsook Marokkaanse achtergrond blijft nog steeds achterlopen blijkens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Minister Bussemaker zegt dat er meer moet gebeuren om de acceptatie te bevorderen en noemt daarbij met name Turkse Nederlanders. Het COC ondersteunt dit. Het PvdA-Kamerlid van Turkse afkomst Keklik Yücel eveneens.

Lezers vragen mij waarom er vaak nog gesproken wordt over een miljoen islamieten terwijl de statistieken nu veel lager uitvallen. Ik heb al eerder geschreven over verhullende statistieken. Dit is daar ook een voorbeeld van. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ging er vroeger van uit dat iedereen in Nederland islamiet was waarvan een (groot)ouder afkomstig was uit een overwegend islamitisch land. Zo werden dus onder anderen (klein)kinderen van christelijke of ongodsdienstige ouders die vanwege de islam uit hun vroegere land gevlucht waren hier als islamiet meegeteld!
Enkele honderdduizenden zogenaamde islamieten waren dat dus helemaal niet. En dan heb ik het nog niet gehad over voormalige islamieten die van hun geloof zijn gevallen want die durven daar niet voor uit te komen.