zaterdag 28 februari 2015

81. Fryske taalfrede

Voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 schreef ik al eerder over de Friese taalvrede. Die wordt bedreigd door enkele inwoners van Friesland die weigeren te aanvaarden dat het Fries in Friesland een gelijkberechtigde taal en in Nederland een erkende tweede rijkstaal is. De Friese taal wordt beschermd door een Friese taalwet die een uitwerking is van het Europees Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden en ook van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden.

De tegenstanders van Friese gelijkberechtiging doen net alsof die taalbescherming niet zou bestaan en zij spelen daardoor met vuur. Omdat op woensdag 18 maart 2015 verkiezingen zijn voor de Friese Provinciale Staten laait de taalstrijd in Friesland weer op. Ik heb veel gelezen over overeenkomsten en verschillen tussen de Vlaamse en de Friese taalstrijd. Op grond daarvan hoop ik hier enkele veel voorkomende misverstanden bij taalhaters van het Fries weg te kunnen nemen.

1. "De meerderheid beslist"
In mijn blog van 22 maart 2014 heb ik geschreven: "Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm mogen geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Dit beschermt (...) minderheden tegen onverdraagzame meerderheden." Frieshaters die beweren dat Nederlandstaligen de meerderheid uitmaken en dat zij dus de rechten van het Fries naar hartenlust kunnen inperken, hebben ongelijk. Friestaligen zijn in grote delen van Friesland in de meerderheid maar deze overweging is voor de rechten van taalminderheden niet doorslaggevend.

Wel belangrijk in de taalwetgeving is het uitgangspunt dat minderheidstalen beschermd moeten worden. Eeuwenlang is wereldwijd veel geweld gebruikt omdat meerderheden hun taal en cultuur aan anderen wilden opleggen. Denk in Europa bijvoorbeeld aan Baskenland, Bosnië-Herzegovina, Catalonië, Elzas-Lotharingen, Ierland, Kosovo, Kroatië, Macedonië, Rusland, Servië, Sleeswijk-Holstein (1864, Noord-Friesland door Pruisen bezet), Zuid-Tirol tot aan hedendaags Oekraïne toe. En dan zwijg ik nog over wat ik de 'culturele genocide' in Frans-Vlaanderen heb genoemd. Al dat geweld en die onderdrukking hadden voorkomen kunnen worden als het goede voorbeeld van de Friese taalvrede was gevolgd.

2. "Friestaligen in Friesland zijn onverdraagzaam"
Ik woon nu bijna twaalf jaar in Friesland en mijn ervaringen zijn heel anders. Niemand heeft mij gedwongen Fries te leren spreken of schrijven. Ik moet zelfs moeite doen om er voor te zorgen dat Friestaligen Fries met mij spreken omdat de meesten onmiddellijk overgaan op Nederlands terwijl ik de Friese taal graag wil leren verstaan en spreken. Mij lijkt dat vanzelfsprekend als iemand in een gebied gaat wonen waar duizenden jaren die taal gesproken wordt. Niet-Friestaligen die hier komen wonen en de taal niet willen leren verstaan, gedragen zich even hooghartig als bijvoorbeeld die Turken die in Nederland komen wonen en weigeren om Nederlands te leren. Omdat zij vinden dat de Nederlandse instellingen zich maar in het Turks tot hen moeten richten.

Niet de Friestaligen in Friesland zijn onverdraagzaam maar de Friesonkundigen in Friesland die weigeren de taal te leren verstaan. Die onverdraagzaamheid komt veel voor onder Franstaligen in Vlaanderen die weigeren Nederlands te leren verstaan omdat zij dat een "patois" (minderwaardig taaltje) vinden. Deze Franstaligen echter gedragen zichzelf juist minderwaardig want zij zijn "handicapé par la francophonie". Dat betekent dat zij, in de waan een wereldtaal te spreken, zichzelf in een taalgevangenis hebben opgesloten. Zij benadelen zichzelf en hun omgeving in plaats van elkaar cultureel te verrijken door nieuwe taalvensters te openen. België had veel schade door taalstrijd kunnen voorkomen als die Franstaligen eenzelfde bereidheid hadden gehad als de Nederlandstaligen om de andere landstaal te leren verstaan. Dan hadden beide taalgroepen in hun eigen talen met elkaar kunnen spreken zoals dat nu in Friesland op grote schaal gebeurt.

3. "In vergaderingen met één Friesonkundige mag geen Fries gesproken worden"
Friezen hebben het poldermodel zo ongeveer uitgevonden. Het welbegrepen eigenbelang in een maatschappij die zelfbeschikking, gelijkwaardigheid en gedeelde verantwoordelijkheid centraal stelt. Friesonkundige Nederlanders die in Friesland wonen en weigeren om Fries te verstaan, gedragen zich als bezetters die zichzelf en hun taal belangrijker vinden dan de oorspronkelijke bewoners. Zij vergeten dat Nederland ooit ontstaan is uit verzet tegen de Spaanse bezetters die hun feodale macht misbruikten om vrije burgers te knechten. Wie de eeuwenoude Friese geschiedenis vanaf de Romeinse tijd een beetje kent, begrijpt dat de Friese verdraagzaamheid daar eindigt waar bezetters trachten hun onverdraagzaamheid aan Friezen op te leggen.

Als toenmalig voorzitter van de International Humanist and Ethical Union (van 1986 tot 1998) heb ik talrijke veeltalige vergaderingen voorgezeten waar mensen zoveel mogelijk hun eigen talen spraken en ik voor de nodige samenvattende vertalingen zorgde. Vooral Franstaligen bleken zich te ergeren aan het horen van voor hen vreemde talen. Zij waren niet gewend om met veeltaligheid om te gaan. Vanwege de wereldwijde handel waren veel Nederlanders dat wel. Friesonkundige Nederlanders die in Friesland weigeren Fries te leren verstaan, vervreemden zich niet alleen van hun Friese omgeving maar ook van hun eigen Nederlandse afkomst. Door zich te gaan gedragen als die Franstalige Belgen die neerkijken op de Nederlandse taal schaden zij niet alleen de Friese verdraagzaamheid maar ook heel belangrijke Nederlandse verworvenheden waar zij kennelijk weinig weet van hebben!

zaterdag 21 februari 2015

80. World Press Photo 2014

Februari 2015 werd bekend dat de World Press Photo 2014 is gewonnen door de Deense fotograaf Mads Nissen met zijn foto van het vriendenpaar Jon & Alex als protest tegen de homovervolging in Rusland. Deze prijs voor dit fotoprotest kreeg veel aandacht in media als The Huffington Post, The New York Times, de BBC, CNN, YAHOO!, de NOS, RTL, NRC, One WorldEuronews en de voorpagina van het dagblad Trouw. In de meeste landen werd deze foto niet geplaatst. Naast veel positieve reacties waren er ook negatieve van homohaters die naar eigen zeggen "moesten overgeven". Hoe komt het dat twee verliefde mannen zoveel haat kunnen oproepen?

Vroeger kon men nog zeggen dat men niet gewend was aan lichamelijkheid tussen mannen. Maar het opvallende is nu juist dat de homohaat het grootst is in landen waar het vroeger heel gewoon was dat jongens hand in hand over straat liepen en mannen elkaar zoenden. Dat past in het plaatje dat men in dergelijke homovijandige landen het wel mocht doen maar het niet mocht zijn. Juist de ontwikkeling van openlijke homo/lesbische identiteiten roept daar de meeste weerstanden op. Tegelijkertijd zijn dat ook de landen waar men het meest via internet naar 'gay porn' kijkt. Ook in de VS geldt: hoe toleranter de staat, des te minder wordt homoporno gekeken.

Ook is opvallend dat de voor iedereen (en dus ook voor kinderen!) toegankelijke media vergeven zijn van openlijk lichamelijk geweld tussen mannen. Je zou als opgroeiende jongere dus gaan denken dat mannen elkaar alleen maar gewelddadig mogen aanraken. En aan de andere kant is er op internet veel stiekem verborgen homoseks te vinden. Maar wat tot voor kort bijna niet te vinden was in de media zijn beelden van op elkaar verliefde mannen zoals in de winnende World Press Photo 2014.

Toch komt daar langzamerhand verandering is. Zo was er onlangs voor het eerst in de geschiedenis een Amerikaanse marineman die openlijk zijn vriend begroette: Thomas Sawicki & Shawn. Datzelfde geldt voor de eerste American football player Michael Sam & Vito, de eerste Britse zwemmer Tom Daley & Dustin en de Amerikaanse boysbandzanger Lance Bass & Michael. Ook in het nieuws over gediscrimineerde homoscholieren (Austin & Nicolay) en in de reclame voor mode (Mariano & Dominik) en zwembroeken (Joshua & Steven) wordt intimiteit tussen mannen niet meer geschuwd. Dat is ook te merken op Twitter @huffpostgay , Facebook AMP Hairy Men en vele andere websites en blogs. Zie bijvoorbeeld de foto's van de vriendenparen Pablo & MurrayJosey & Rodiney, Colby & Melvin, Max & Paul en Steve & Nicholas.

Ook in (opvallend weinig!) films zijn enkele verliefde homoparen als hoofdpersonen te zien: My Beautiful Laundrette  (1985), Maurice (1987), Yossi & Jagger (2002), Brokeback Mountain (2005) en de voorlichtingsfilm Jongens (2014). Zie voor het belang van een dergelijke film mijn blogbericht over homovoorlichting. Bekende fotografen die aandacht besteden aan romantische vriendschappen tussen jongens en tussen mannen zijn bij voorbeeld Bruce Weber en VANFLYMEN. Een historisch overzicht geeft William Benemann in zijn boek Male-Male Intimacy in Early America beyond Romantic Friendships (2006).

Anders dan in Rusland zijn nu ook in China homovriendschappen zichtbaar geworden. Maar vergeleken met de grote overvloed aan romantische heterostelletjes op straat en in de media is het duidelijk dat op openlijke intimiteit tussen jongens en tussen mannen nog een groot taboe rust. Zelfs in het zo verdraagzame Nederland ontstond in 2011 een heuse rel toen in de veelbekeken televisieserie GTST twee jongens verliefd op elkaar werden. Ook opmerkelijk was de buitenlandse aandacht hiervoor.

De gemengde reacties op homoseksuele intimiteit worden voorbeeldig weergegeven in het schilderij 'The Mirror' van de Nederlandse schilder Wim Heldens en winnaar van de zeer prestigieuze BP Portrait Award 2011. Het werk van Wim Heldens doorbreekt de scheidslijn tussen enerzijds het doodzwijgen van intimiteit tussen mannen en anderzijds het verengen ervan tot homoporno. Hij verrijkt daarmee de vaak eenzijdige beeldculturen rond mannen en seksualiteit. Zijn werk verdient daarom een ereplaats in het al jaren door mij bepleite Nederlandse homomuseum als erkenning van de strijd voor gelijkberechtiging die hier en elders gestreden is en nog altijd gestreden moet worden!




The Imitation Game heeft een Oscar gewonnen.

Een half miljoen mensen hebben een verzoek ondertekend om van de 49.000 homo's die onder dezelfde wet als Alan Turing zijn veroordeeld alsnog die veroordeling in te trekken.



Enkele lezers schrijven:  
"Oh MY!!!.....fantastisch mooi stuk Rob!!!".
"Tederheid tussen mannen ervaart men als pervers, bruut geweld is de norm: volkomen absurd!"

"Ik vind het echt een geweldig stuk en een heel belangrijk onderwerp waar veel aandacht aan besteed moet worden."
"The Mirror" is een volkomen normaal narratief tafereel om te schilderen, maar het commentaar van deze en gene was dat het werk "wel erg homosexueel" was: men vraagt zich af of iets ook "erg heterosexueel" kan zijn in dat verband toch?"
"Waarom is dit schilderij nog vrijwel nergens tentoongesteld geweest?"


 

zaterdag 14 februari 2015

79. Alan Turing (1912-1954), de weggestopte held

November 2015 besprak ik de film Pride als een uitstekend voorbeeld van homo/lesbische filmische geschiedschrijving na tijden van geschiedvervalsing waarin roze gebeurtenissen werden weggestopt. Een ander goed voorbeeld daarvan is de film The Imitation Game over de Britse wiskundige Alan Turing. Hij krijgt na jaren van doodzwijgen eindelijk erkenning omdat hij er voor gezorgd heeft dat de Tweede Wereldoorlog jaren korter heeft geduurd doordat hij de Duitse code Enigma wist te breken. Hij wordt ook gezien als de grondlegger van de hedendaagse computers. En hij is na de schrijver Oscar Wilde (1854-1900) inmiddels een van de meest bekende slachtoffers van de beruchte Britse anti-homowetgeving die nog steeds grote delen van de wereld teistert.

Aan het doodzwijgen van Alan Turing en zijn homoseksualiteit kwam in belangrijke mate een einde na het verschijnen van het boek van Andrew Hodges: Alan Turing: The Enigma in 1983, waarop de film gebaseerd is. Maar het duurde nog tot vijftig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog toen de geheime archieven openbaar werden. Daardoor werd in volle omvang de betekenis van Alan Turing duidelijk. Evenals de schandelijke wijze waarop hij als homoseksueel gedwongen werd tot chemische castratie, hetgeen vermoedelijk heeft bijgedragen aan zijn dood. Film en boek vermoeden dat er sprake was van zelfdoding, wat veel voor kwam en komt in door homohaters vervolgde homo/lesbische minderheden. Zelf houd ik de mogelijkheid open van moord door de Britse geheime dienst die bang was voor lekken, maar daar zullen we vermoedelijk nooit achter komen.

In de film Pride wordt duidelijk hoe belangrijk zelforganisatie, bondgenootschappen en sleutelfiguren zijn voor homo/lesbische emancipatiebewegingen. De film over Alan Turing laat zien hoe sterk en kwetsbaar individuele homo's zijn die vervolgd worden. Daarmee staat deze film in de traditie van films als Wilde uit 1997 en Brokeback Mountain uit 2005. De film Milk uit 2008 over de Amerikaanse homovoorvechter Harvey Milk (1930-1978) gaat zowel over de homo/lesbische emancipatiebeweging als de kracht en kwetsbaarheid van een individu, die in dit geval werd doodgeschoten door een katholieke homohater. Het is belangrijk dat er meer films gemaakt worden over de homo/lesbische geschiedenis en voorvechters daaruit.

The Imitation Game is nadrukkelijk geen documentaire maar een spannende speelfilm gebaseerd op echte gebeurtenissen. Helemaal aan het einde van de film (als de meeste bezoekers de zaal verlaten hebben) wordt dat nog eens uitgelegd. Zo is Alan Turing niet gechanteerd met zijn homoseksualiteit door een Russische spion, zoals The Guardian terecht stelt. Maar anders dan deze krant zie ik dat niet als een poging om Alan Turing door het homovijandig slijk te halen maar juist als een aanklacht tegen het Britse verbod op homoseksualiteit dat een bron van chantage en veiligheidsrisico's werd. Zie hierover mijn blog over de Nederlandse homovoorvechter Benno Premsela (1920-1997). Waarom wordt over hem geen film gemaakt?

Soortgelijke kritiek op The Imitation Game valt te lezen in The New York Review of Books en The Daily Beast. Alan Turing zou teveel in de slachtofferrol zijn geduwd en zijn wel degelijk bestaande homoseksleven wordt wel aannemelijk gemaakt maar niet getoond. Zijn homoseksualiteit komt uitgebreid aan de orde en er wordt niet de indruk gewekt dat hij heteroseksueel zou zijn zoals in de terecht geflopte film Enigma uit 2001 het geval is. Men kan op iedere slak zout leggen, zeker als het een documentaire zou zijn maar dat is niet het geval. Voor het grote publiek maakt de film in ieder geval duidelijk welke grote schade de Britse anti-homowetgeving heeft aangericht en is de film een eerherstel voor een weggestopte held!



The Imitation Game won een Oscar.

zaterdag 7 februari 2015

78. Homoseks en jongeren

Onlangs verscheen het onderzoeksverslag Jongeren en seksuele oriëntatie. Ervaringen van en opvattingen over lesbische, biseksuele en heteroseksuele jongeren (Den Haag 2015) van het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau. Het goede nieuws is dat de aantallen jongvolwassenen (16-25 jaar) die negatief denken over homo- en biseksualiteit tussen 2006 en 2013 zijn gedaald van 18% tot 6%. Ook scholieren (11-16 jaar) denken in 2013 positiever over homo- en biseksualiteit dan voorheen. Veel homo/bi/lesbische jongeren zijn nu open over hun seksuele voorkeur en hun naaste omgeving reageert bijna altijd positief op hun uit de kast komen. Van scholieren in het basisonderwijs heeft 67% en van die in het voortgezet onderwijs heeft 76% er geen moeite mee als hun vrienden homo, bi of lesbisch zouden zijn. Slechts 6% van alle ondervraagde jongeren vindt dat het huwelijk voor echtparen van gelijk geslacht moet worden afgeschaft. In lijn met mijn Mediawet van schijnbare achteruitgang werd er in de media vrijwel geen aandacht aan deze positieve ontwikkelingen besteed. Een goede uitzondering: "Jongeren positiever over homoseksualiteit".

Het slechte nieuws uit dit onderzoek is geen nieuws en kreeg dus ook geen aandacht: de homovijandigheid van een steeds kleiner geworden minderheid is nog altijd zo groot dat 40% van de homo/bi/lesbische jongeren te maken heeft gehad met negatieve reacties op hun seksuele voorkeur. Die waren voor 31% afkomstig van onbekenden. Dat ging dan voor 26% om vervelende vragen, voor 23% om grappen, voor 12% om uitschelden en voor 5% om bedreigingen. Homo/bi/lesbische jongeren die dergelijke negatieve ervaringen hebben meegemaakt, melden meer problemen te hebben en pogingen tot zelfdoding te hebben gedaan. Homo/bi/lesbische scholieren blijken wekelijks vier keer zoveel gepest te worden als heteroseksuele leerlingen (16% tegen 4%). Dit leidt tot meer geestelijke, lichamelijke, gevoelsmatige en gedragsmoeilijkheden. 

Gezien dit homovijandig klimaat in het onderwijs is het goed dat besloten is dat scholen verplicht homovoorlichting moeten geven. Des te verbazingwekkender is het dat enkele christelijke partijen zich blijken te verzetten tegen het overheidsbeleid om scholen ook voor homo/bi/lesbische leerlingen veiliger te maken. Zij zijn immers medeplichtig omdat juist de kerken in verleden en heden hebben bijgedragen tot het ontstaan van het huidige homovijandige klimaat. Daarom is het goed dat het jongerenorgaan Expreszo.nl homo/bi/lesbische scholieren heeft opgeroepen om aan hen door te geven als er geen of slechte homovoorlichting wordt gegeven. Zelforganisatie is de grondslag van emancipatie!

zaterdag 31 januari 2015

77. Het 'Gele Gevaar'?

In de afgelopen twaalf jaar dat ik in Friesland woon, heb ik veel met toeristen te maken. Het dorp waar ik woon, ligt aan de Elfstedenroute. Die wordt door ontelbare toeristen gereden met alle mogelijke vervoermiddelen tot en met de benenwagen, ofwel wandelend. Voor mijn buitenlandse lezers: de Friese Elfstedentocht is een bijna 200 kilometer lange schaatstocht die bij langdurige vorst gereden kan worden langs de elf Friese steden. De laatste keer was dat in 1997 en door het aanhoudende warme weer is het maar zeer de vraag wanneer de volgende tocht zal plaats vinden.

Hoe langer de Elfstedentocht geleden is, hoe meer de Elfstedenroute over weg of water gereden of gevaren wordt. Alle mogelijke vervoersmiddelen heb ik in de afgelopen jaren vaak in clubverband voorbij zien komen, van 'Lelijke Eendjes' tot beeldschone oude Volvo's. Meestal zijn deze dagjesmensen en hun voer- en vaartuigen heel aangenaam om voorbij te zien trekken. Al zouden enkele motorclubs wel eens wat aan hun knalpotten mogen doen. Maar het ergerlijkst zijn Randstedelijke toeristen op elektrische fietsen die op te hoge snelheid door ons dorp flitsen terwijl ze op luide toon over van alles en nog wat iets op te merken hebben als waren zij op safari in Friesland vreemde diersoorten aan het bekijken.

Over ergerlijke toeristen gesproken: het goede nieuws is dat er dankzij de zwakke roebel veel minder Russen op reis gaan, het slechte nieuws is dat daar Chinese toeristen voor in de plaats zijn gekomen. Mijn vriend Herman en ik waren de afgelopen weken weer eens in het homovriendelijke Thailand. Daar konden we al tientallen jaren geleden terecht in een hotelkamer met één groot bed toen dat in de rest van de wereld nog ondenkbaar was en in de meeste landen nog steeds is.

De meeste Russische toeristen hadden nog het voordeel dat hun dronkenmansgelal na verloop van tijd overging in diep geronk. In twee Thaise hotels kreeg ik voor het eerst met groepen Chinese toeristen te maken. De dalende euro had er toe geleid dat de afgelopen weken minder Europese toeristen naar Thailand waren gekomen. De hotels daar moeten toch brood op de plank verdienen. En veel Chinezen hebben meer te besteden en kunnen nu dankzij nieuwe prijsvechtende luchtvaartmaatschappijen zich goedkoop verplaatsen.

In het ene Thaise hotel leek het bij binnenkomst van de grote ontbijtzaal alsof er net een sprinkhanenplaag was langsgetrokken. Het hotel was westerse gasten gewend die verspreid over de ochtenduren binnenkwamen en hun individuele keuzes maakten aan de zeer rijk voorziene buffetten. Nu was er een grote groep Chinezen in één keer binnen komen vallen die hun borden volgestapeld hadden met allerlei hun onbekende etenswaren die ze bij nader inzien toch niet lekker vonden. Het duurde even voor het overvallen personeel alles opgeruimd had en de buffetten weer aangevuld waren.

In het andere hotel had men dit probleem al opgelost door aparte tafels te dekken voor de groep Chinezen met uitsluitend Chinese etenswaren. Maar men worstelde nog met een ander probleem. De luidruchtige groep verplaatste zich al schreeuwend, rochelend en spugend in en rond het hotel tot ergernis van de andere toeristen. Uit het onderwijsveld komend, deed hun gedrag mij nog het meeste denken aan leerlingen uit autoritair geleide schoolklassen die zich geen raad weten met hun vrijheid als de leerkracht even weg is.

China doet er alles aan om een wereldspeler te worden. De Chinese belangstelling gaat vooral uit naar landen met veel grondstoffen en een autoritaire, liefst corrupte en vaak homovijandige leiding. Die landen worden zo snel mogelijk leeggehaald in ruil voor wat snelwegen en spoorlijnen die vooral werk opleveren voor Chinese gastarbeiders. Uit eigen ervaring in Suriname en in Zuidelijk Afrika weet ik dat dit bij de plaatselijke bevolking op veel weerstanden stuit. Ook in Nederland was er in het verleden verzet tegen het toen zo genoemde 'gele gevaar' van de goedkope arbeidskrachten en de invloed van misdadige netwerken gekoppeld aan gokken en verdovende middelen. Mede dankzij het Nederlandse poldermodel zijn de hier woonachtige Chinezen toch nog redelijk goed terecht gekomen.

Toch is er nog een ander 'geel gevaar' en dat zit hem in de Chinese steun voor Rusland. De democratische mensenrechten eerbiedigende wereld wordt bedreigd door Russisch geweld tegen Oost-Europese landen en andersdenkende minderheden in eigen land. De sancties tegen Russische machthebbers worden nu uitgehold door deze Chinese economische steun aan Rusland. Maar China is voor de handel weer afhankelijk van ons.

Democratieën lijken op het eerste gezicht kwetsbaarder dan dictaturen. Maar deze open samenlevingen zijn uiteindelijk weerbaarder als zij verdraagzaamheid niet opvatten als lijdzaamheid maar als het daadwerkelijk verdedigen van mensenrechten. Friesland hoeft dus niet bang te zijn voor groepen Chinese toeristen als wij bij voorbaat onze Friese gebruiksaanwijzingen duidelijk aangeven en handhaven. We zouden alvast eens kunnen oefenen op onze Randstedelijke landgenoten op safari in Friesland!



Zie voor gebruiksaanwijzingen in verschillende landen dit artikel: "Rare jongens die Hollanders" Let op: waar 'Nederlanders' staat, moet 'Randstedelingen' gelezen worden
Zie voor gebruiksaanwijzingen hoe men het beste met Friezen kan omgaan: Marja Boonstra, nieuwefriezen.nl, inburgeringsgids voor Hollanders 

donderdag 8 januari 2015

76. Blogpauze (2)

Op 28 december 2013 schreef ik over mijn eerste blogpauze dat het schrijven voor mijn blog helaas het schrijven aan mijn memoires in de weg zit. Dat is nog steeds zo. Want mijn bloglezers hebben een grotere belangstelling voor het bespreken van actualiteiten dan voor voorpublicaties uit mijn beoogde boek met levensherinneringen. De planning is dat dit boek zal verschijnen rond mijn zeventigste verjaardag midden augustus 2016. Omdat ik met het schrijven nu nog maar gevorderd ben tot 1972 heb ik het komende jaar hard nodig om de nodige voortgang met het boek te maken. Daarom kondig ik nu een tweede blogpauze aan tot het einde van januari 2015 om een inhaalslag te maken.

Blog en boek
In mijn vorige blogbericht schreef ik dat de meeste bloglezers meer belangstelling hebben voor mijn persoonlijke homogeschiedenis dan voor mijn verleden in zowel de humanistische beweging als in het (openbaar) onderwijs. Blog en boek hebben vermoedelijk verschillende doelgroepen. Ik zal in mijn blog daarom doorgaan met het bespreken van actualiteiten, al dan niet gekoppeld aan mijn ervaringen uit het verleden. In mijn boek zullen humanisme en (openbaar) onderwijs een belangrijkere rol gaan spelen dan in mijn blog.

Levensherinneringen in één verhaallijn
Aanvankelijk dacht ik in mijn beoogde boek mijn levensherinneringen in drie gescheiden verhaallijnen te vertellen rond homoseksualiteit, humanisme en (openbaar) onderwijs. Maar de gebeurtenissen uit het verleden blijken onderling zo verweven te zijn dat dit veel herhalingen en verwijzingen oplevert. Daarom worden de levensherinneringen in het boek nu in tijdsvolgorde beschreven. Ik heb van enkele lezers al verzoeken gekregen waarover zij graag wat meer willen lezen in mijn boek. Dergelijke 'verzoeknummers' kunnen worden doorgegeven via mijn postbus robtielman46@gmail.com.

Homo(auto)biografieën
De homo-autobiografie die ik voor het eerst las en die een heel grote indruk op mij heeft gemaakt, was Christopher and His Kind van Christopher Isherwood uit 1976. Het boek liet heel goed vanuit de persoonlijke levensgeschiedenis de samenhang zien met de opkomende homovervolging in het Berlijn van de jaren dertig. In het Engels zijn heel veel dergelijke biografieën verschenen. In het Nederlands bitter weinig. De belangrijkste zijn volgens mij: Bert Boelaars, Benno Premsela 1920-1997 Voorvechter van homo-emancipatie (Bussum 2008); Klaus Müller & Judith Schuyf (red.), Het begint met nee zeggen. Biografieën rond verzet en homoseksualiteit 1940-1945 (Amsterdam 2006); Judith Schuyf, Tiemon Hofman, vervolgd homoseksueel en avonturier (Amsterdam 2003) en Theo van der Meer, Jonkheer mr. Jacob Anton Schorer (1866-1957) Een biografie van homoseksualiteit (Amsterdam 2007). Het belang van dergelijke biografieën is dat zij bijdragen aan de ontwikkeling van homo/lesbische identiteiten in een wereld waarin heteroseksualiteit de vanzelfsprekende norm is. Voor wie meer hierover wil lezen, verwijs ik naar twee boeken onder redactie van Robert Aldrich & Garry Wotherspoon: Who's Who in Gay & Lesbian History From Antiquity to World War II en Who's Who in Contemporary Gay & Lesbian History From World War II to the Present Day (Londen & New York 2001).

Humanistische (auto)biografieën
Loopt Nederland vergeleken met het Engelse taalgebied achterop wat  de homo/lesbische (auto)biografieën betreft, op humanistisch gebied is het omgekeerde het geval. Dat is mee te danken aan de reeks Humanistisch Erfgoed van wat vroeger het Humanistisch Archief was en nu het Humanistisch Historisch Centrum heet. Daarin zijn onder meer biografieën verschenen over Jan Hoving, Multatuli, Leo Polak, Piet Spigt, Rob Tielman en Jan van Zijverden. Ook mogen de biografieën niet vergeten worden van Peter Derkx, H.J. Pos, 1898-1955. Objectief en partijdig. Biografie van een filosoof en humanist (Hilversum 1994), Peter Derkx & Bert Gasenbeek (red.), J.P. van Praag. Vader van het moderne Nederlandse humanisme (Utrecht 1997) en ook van Bert Gasenbeek e.a. (red.), Anton Constandse. Leven tegen de stroom in (Breda 1999). Voor een internationaal biografisch overzicht verwijs ik naar het boek van Warren Allen Smith, Who's Who in Hell. A Handbook and International Directory for Humanists, Freethinkers, Naturalists, Rationalists, and Non-Theists (New York 2000).

Biografieën en (openbaar) onderwijs
Op dit gebied zijn mij helaas geen biografieën bekend. Er bestaan twee handboeken over de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs in het algemeen: Philip Idenburg, Schets van het Nederlandse schoolwezen (Groningen 1964) en Nan Dodde, Geschiedenis van het Nederlandse schoolwezen (Purmerend 1981). Ook al gaan die niet uitsluitend over het openbaar onderwijs, toch vallen daar wel wat biografische gegevens over sleutelfiguren in het openbaar onderwijs uit te halen. Meer toegespitst op het openbaar onderwijs is het boek van Nan Dodde & P.J. Sekrêve, 'Maar ik heb schoolgegaan', 125 jaar NGL/AVMO (Den Haag 1992). Echt toegespitst op het openbaar onderwijs is het proefschrift van Sjaak Braster, De identiteit van het openbaar onderwijs (Groningen 1996). De achterstand in biografisch onderzoek rond openbaar onderwijs wordt hopelijk ingehaald door het beoogde proefschrift van Vincent Stolk over Vrijdenkers, humanisme en educatie in de periode 1850-1970, waarin ook biografische aandacht verwacht mag worden voor de vrijdenker A.H. Gerhard (1858-1948) en de humanist Léon van Gelder (1913-1981). Dit onderzoek vindt plaats bij het J.P. van Praag Instituut dat verbonden is aan de Universiteit voor Humanistiek.

Waarom schrijf ik een autobiografie?
In de eerste plaats omdat gebleken is dat het schrijven over mijn levensherinneringen een heilzame werking heeft gehad. Ik heb geen vrolijke jeugd gehad en het deed mij goed om dat van mij af te schrijven. In de tweede plaats omdat ik zelf veel gehad heb aan het lezen van autobiografieën en omdat die in homoseksueel Nederland veel te weinig geschreven zijn. In de derde plaats omdat er veel ontbreekt aan wat er tot nu toe over mij geschreven is. Heel begrijpelijk want archieven bevatten maar een beperkt deel van het verleden. Daarom zal ik in mijn autobiografie vooral de nadruk leggen op gebeurtenissen die (vrijwel) niet zwart op wit zijn vastgelegd. Want die zouden met mijn onverhoopte overlijden uit de gemeenschappelijke herinnering verdwijnen. Hieronder alvast enkele herinneringen die ik in de afgelopen anderhalf jaar in mijn blog heb beschreven, in volgorde van verschijnen.

Mijn eigen homoverleden
Dat kwam aan de orde in de blogberichten 28 over mijn Homojeugd, nummer 32 over Mijn eerste vriendje (in deze groep het meest gelezen), nummer 37 over de Rampenzomer 1967, nummer 45 over Gerard Reve & Antoine Bodar, nummer 47 over een Leerzaam avontuur en nummer 59 over Homojongeren. Omdat hiervoor de meeste belangstelling blijkt te bestaan onder mijn lezers geef ik aan het eind van dit blogbericht een overzicht van mijn geschiedenis in de homo/lesbische beweging, ook in volgorde van verschijnen.

Mijn eigen humanistisch verleden
Dat werd beschreven in de blogberichten 30 over mijn (On)godsdienstig verleden, nummer 41 over Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia (in deze groep het meest gelezen) en ten slotte nummer 46 over Jaap van Praag, grondlegger van de humanistische beweging. Een goed overzicht geeft het boek van Bert Gasenbeek & Floris van den Berg (red.), Rob Tielman, een begeesterd humanist (Breda 2010).

Mijn eigen onderwijsverleden
Daarover heb ik geschreven in de blogberichten 23 over mijn Onderwijsverleden, nummer 27 over het "Dachautje spelen" (in deze groep het meest gelezen), nummer 35 over Twee katholieke kandidaatsexamens, nummer 39 onder de titel: Gered door studentendecaan, nummer 48 over mijn eerste ervaring met onderwijs geven, nummer 50 over mijn eerste jaren als docent, nummer 52 over mijn meest geliefde college-onderwerp en nummer 60 over mijn belangrijkste onderwijservaring in het voortgezet onderwijs.

Mijn verleden in de homo/lesbische beweging
In blogbericht 2 leg ik uit waarom ik met mijn blog ben begonnen: Van column naar blog. Al vanaf het begin kreeg mijn eigen rol in de geschiedenis van de homo/lesbische beweging de nodige aandacht. Door de loop der geschiedenis werd die emancipatiebeweging in de jaren tachtig nauw verbonden met de strijd tegen hiv/aids, zoals bijvoorbeeld besproken in blogbericht 4 over Levensgevaarlijke preutsheid (in dit groepje het meest gelezen). Dat bracht mij onder andere in contact met veel homovijandige landen, zoals besproken in de blogberichten nummer 5: Towards Russia With Love, nummer 6: Rusland, Cuba en China, nummer 7: KGB & CIA, en nummer 8: Tsjaikovski verbieden?

Maar ook de Angelsaksische wereld kent veel homovijandigheid, zoals ik beschrijf ik in de blogberichten nummer 17: Disadvantaged by English, nummer 18: Dangerous stamps! en nummer 19: "No sex please, we're British". En niet te vergeten de islamitische wereld, zoals beschreven in blogbericht 25: Godgeklaagd! In veel homovijandige landen worden drogredenen gebruikt om de homo/lesbische minderheden achter te stellen, zoals ik heb besproken in blogbericht 29 over de winterspelen van 2014 in Sotsji (in dit groepje het meest gelezen).

Nu weer terug naar Nederland. Wij mogen trots zijn op de voortrekkersrol die ons land heeft gespeeld bij het tot stand komen van huwelijksgelijkberechtiging. Zelf heb ik een bescheiden rol gehad in het voortraject zoals beschreven in blogbericht 36. Zoals ik in blogbericht 40 beschrijf, is het aan Benno Premsela te danken dat ik in 1967 actief werd in de homo/lesbische beweging. Dat ging niet zonder slag of stoot zoals ik uitleg in bericht 45 over Gerard Reve & Antoine Bodar (in dit groepje het meest gelezen). Al doende leerde ik, blijkt uit bericht 47 over een Leerzaam avontuur. Mijn beginnende werkzaamheden in de Nederlandse homo/lesbische beweging gingen gepaard met hoogtepunten (bericht 48: Jubeljaar 1971) en met een ernstig dieptepunt (bericht 50: Aan de dood ontsnapt...).

Van 1971 tot 1975 was ik (als vrijwilliger naast mijn universitaire werk) algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit COC. Sindsdien werkte ik aan mijn sociaal-wetenschappelijke proefschrift Homoseksualiteit in Nederland. Studie van een emancipatiebeweging (Amsterdam 1982). Zoals ik in blogbericht 51 beschrijf, bleef ik ook daarna tot 1992 actief in Homostudies aan de Universiteit Utrecht. Dankzij mijn werk aan de lerarenopleiding van de Universiteit Utrecht kwam ik vaak in het onderwijs waardoor ik mij bewust werd van het belang van Homovoorlichting, waarover ik schrijf in blogbericht 60 (in dit groepje het meest gelezen). Als socioloog met belangstelling voor geschiedenis kwam ik veel voorbeelden tegen van Geschiedvervalsing, het onderwerp van blogbericht 62. Dat gold ook voor MediamissersHomohatersMisleidend onderzoek en Valse nichten (de blogberichten 63, 64, 72 en 74). Kortom: bepaald geen saai leven!




Blogbericht nummer 77 staat gepland voor zaterdag 31 januari 2015.

zaterdag 3 januari 2015

75. Best bekeken blogberichten

Op 30 augustus 2014 beschreef ik in blogbericht 57 de toen best bekeken blogberichten. In dit blogbericht van 3 januari 2015 beschrijf ik wat er de afgelopen tijd gebeurd is met het leesgedrag. Mijn blog is eind 2014 bijna 17.000 keer bekeken in meer dan zestig landen. De top tien landen zijn: Nederland, Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Rusland, België, Oekraïne, India, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Met bijzondere dank aan de opleidingen Neerlandistiek en de Nederlandse Taalunie!

1. Fryslân boppe
Het best bekeken blogbericht is nog steeds nummer 33 over de Friese taalvrede. Binnen deze Friese groep zijn ook de blogberichten 21 over It wrede paradys en nummer 3 over o.a. het Fries archief Tresoar goed bekeken. De Fryske webside It Nijs besteedde aandacht aan mijn blog, onder andere door een in het Fries vertaald blogbericht te plaatsen: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts.

2. Mijn homoverleden
Op de tweede plaats eindigt nu blogbericht 32 over Mijn eerste vriendje. De andere berichten over mijn persoonlijk homoverleden die goed bekeken werden, waren nummer 45 over Gerard Reve & Antoine Bodar, nummer 37 over Rampenzomer 1967 en nummer 28 over Homojeugd. Het valt op dat de homoseksuele voorpublicaties uit mijn memoires in wording veel hoger scoren dan alle andere voorpublicaties. In mijn volgende blogbericht kom ik daar op terug.

3. Nederlands wereldwijd
De groep blogberichten over de positie van de Nederlandse taal en cultuur wereldwijd steeg in een half jaar tijd van de zesde naar de derde plaats. Dat komt mede dankzij de opleidingen Neerlandistiek die van mijn blog gebruik maken. In deze groep werd het meest gekeken naar blogbericht 71 over Nederlands wereldtaal? gevolgd door nummer 17 over Disadvantaged by English, nummer 12 over Handicapé par la francophonie en nummer 13 over Afrikaner identiteit. Veel lezers kwamen ook binnen via Gay Afrikaners.

4. Humanisme
Het meest gelezen humanistisch blogbericht is nog steeds nummer 24 over Pieter Admiraal (1929-2013) die wereldwijd een belangrijke rol speelde in de strijd voor legalisering van vrijwillige euthanasie. Dit bericht wordt in deze groep gevolgd door blogbericht 41 over Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia en nummer 65 over Verhullende statistieken. De meeste lezers van deze groep humanistische berichten kwamen binnen via de Universiteit voor Humanistiek.

5. Racisme?
Deze groep berichten schoot omhoog vanuit het niets naar de vijfde plaats mede dankzij mijn reacties op het debat over Zwarte Piet: blogbericht 61 over Racisme? en nummer 69 over Divagedrag tegen Zwarte Piet werkt averechts. Dit laatste bericht is ook beschikbaar in Friese vertaling: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts. De soms vermeende discriminatie op grond van afkomst speelde ook een rol in blogbericht 70 over de Turkse troebelen. Veel lezers van dit laatste bericht kwamen binnen via het landelijk platform openbaar onderwijs CBOO.

6. Wereldwijde homovervolging
Het meest gelezen blogbericht hierover is nummer 29 over homovijandig Rusland. Dat wordt in deze groep gevolgd door bericht 19 over de noodlottige Britse invloed op de wereldwijde homovervolging. Ook veel werd bericht 31 gelezen over het Oeganda-drama. Wie behoefte heeft aan positieve berichten op dit gebied kan ik verwijzen naar de alsmaar groeiende huwelijksgelijkberechtiging en naar mijn betoog over homoseksualiteit als toetssteen. Er bestaat gelukkig ook goed nieuws over homoseksualiteit!

7. Vlamingen in België en Frankrijk
Het meest gelezen bericht in deze Vlaamse groep is nummer 9 over mijn vergelijking tussen Vlaanderen en Friesland. Daarin schrijf ik onder andere over de vaak vergeten Vlamingen in Frankrijk, een nog steeds niet volledig erkende minderheid in Frankrijk. Dit komt ook aan de orde in bericht 11 over Frankrijk en Nederland. Het aantal lezers in Vlaanderen steeg het laatste halfjaar dankzij Het Roze Huis in Antwerpen.

8. Amerikaanse aandacht
Het aantal Amerikaanse lezers van mijn blog is het grootst na die uit Nederland. In deze groep berichten werd het blogbericht 16 over Hans Brinker and a finger in a leaking dike het meest gelezen. Daarna gevolgd door blogbericht 15 over (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam. Ook veel bekeken werd blogbericht 18 over Dangerous stamps! Met dank aan Postzegelblog want postzegels kunnen heel veel onthullen over een land, in dit geval de Verenigde Staten.

9. Mediakritiek
Het meest bekeken in deze categorie is blogbericht 34 over Vijf misverstanden over democratie. Dat wordt gevolgd door de berichten 63 over Mediamissers en 44 over Mediamanipulatie. Ik ben blij met de belangstelling voor kritiek op media omdat hier lange tijd ten onrechte een taboe op rustte. Gelukkig treedt hierin verandering op. Een goed voorbeeld daarvan is De Snijtafel bespreekt Samsom bij Pauw: heel leuk en leerzaam!

10. Homoseksualiteit in Nederland
Als tiende eindigde blogbericht 60 over Homovoorlichting. Binnen deze categorie gevolgd door de berichten 51 over Homostudies en 59 over Homojongeren. Deze blogberichten bevestigen dat nog heel veel voorlichting over homoseksualiteit gegeven moet worden. Een veelbekroonde film die daar zeer geschikt voor is: Jongens.

Belangrijkste ontwikkelingen
Ik ben heel blij met de toegenomen belangstelling onder de opleidingen Neerlandistiek. Teleurstellend is het geringe aantal lezers in Indonesië, het land met een kwart miljard inwoners waarmee Nederland een eeuwenlange geschiedenis deelde. Verheugend is het groeiend aantal lezers in India, het land met meer dan een miljard inwoners waarmee Nederland een vrijwel vergeten eeuwenlange geschiedenis had. En ik blijf blij met het grote aantal lezers in de Verenigde Staten, het land met een derde miljard inwoners dat in belangrijke mate beïnvloed werd en wordt door wat indertijd Nieuw Nederland heette.

De belangstelling voor mijn blogberichten over Rusland is helaas wat teruggelopen. Het gaat om de berichten 5 over Towards Russia With Love, nummer 6 over Rusland, Cuba en China, nummer 7 over KGB & CIA en nummer 8 over Tsjaikovski verbieden? Wel wordt nog heel veel gekeken naar mijn bericht over de homovervolging in Rusland. De lezers in Rusland vormen nog altijd de vijfde groep en die uit Oekraïne de zevende.

Maar de belangrijkste ontwikkeling in leesgedrag is de teleurstellende belangstelling voor juist die blogberichten die voorpublicaties zijn uit de niet homoseksuele delen van mijn memoires in wording. Zo is blogbericht 68 over mijn persoonlijke herinneringen aan De val van de Berlijnse Muur nu slechts 9 keer bekeken en blogbericht 50 Aan de dood ontsnapt... slechts 13 (!) keer. Dat vraagt om een beleidswijziging inzake de voorpublicaties uit mijn memoires in wording. Hierover gaat mijn volgende blog!