zaterdag 24 september 2016

162. Homovoorlichting op school moet beter

Begin september 2016 stuurde minister Bussemaker een onderzoeksrapport van de Onderwijsinspectie over homovoorlichting op school naar de Tweede Kamer. Uit dat onderzoek blijkt dat docenten die voorlichting belangrijk vinden maar dat de kwaliteit ervan nog veel te wensen overlaat. Volgens het onderzoeksrapport komt homoseksualiteit slechts "incidenteel" aan de orde, is het "weinig doelgericht",  "niet verankerd in het curriculum" en nauwelijks onderzocht op de effecten. Kortom: het moet beter. In de tweede helft van november 2016 verschijnt mijn boek met levensherinneringen. Hieronder een voorpublicatie daaruit over het belang van homovoorlichting op school.

Voorpublicatie uit mijn boek met levensherinneringen
In de afgelopen 25 jaar ben ik in het onderwijs veel misverstanden tegengekomen. Ten onrechte denken veel onderwijsgevenden dat de "homo/lesbische emancipatie voltooid" zou zijn, dat er op hun school "geen problemen rond homoseksualiteit" zouden zijn, dat het scheldwoord "homo!" geen schade aanricht, dat voorlichting over homoseksualiteit "iets voor homo/lesbische docenten" zou zijn, dat "ouders niet zouden willen dat er op school over homoseksualiteit gesproken zou worden", dat "pesten niets met homoseksualiteit te maken zou hebben" en dat "het pesten van homo/lesbische leerlingen hen alleen maar sterker zou maken". Dat is allemaal levensgevaarlijk onjuist. En inhoudelijk weten veel docenten geen goed antwoord te geven als homovijandige leerlingen, ouders en collega's met de onderstaande feitelijke onjuistheden komen aanzetten.

1. "Homoseksualiteit is zondig."
Zoals ik eerder heb aangetoond, worden homoseksuelen niet veroordeeld in bijbel en koran. In de tijd dat die boeken geschreven werden, ging men er van uit dat iedereen heteroseksueel was. Men had er geen idee van dat ongeveer een tiende van de mensen homoseksueel was en is. Wat men niet kende, kon niet veroordeeld worden, zoals televisie kijken of auto rijden door vrouwen. Hooguit kan men in die teksten een veroordeling lezen van homoseksueel gedrag door heteroseksuelen. Bovendien staat er heel veel in die boeken dat veroordeeld wordt waar de meeste gelovigen zich niet aan houden. En tenslotte heeft niemand en geen overheid het recht om andersdenkenden de wet voor te schrijven zolang zij geen mensenrechten schenden.

2. "Homoseksualiteit is een ziekte."
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO van de Verenigde Naties heeft op 17 mei 1990 verklaard dat homoseksualiteit geen ziekte is. Het is een biologische variant zoals er vele zijn. Denk bijvoorbeeld aan roodharigheid, linkshandigheid, taalvaardigheid, lenigheid, muzikaliteit en intelligentie. Zoals ik eerder schreef: "Niet homoseksualiteit is een probleem maar de maatschappelijke veroordeling er van". Die veroordeling en vervolging worden vaak veroorzaakt door onkunde. En door het zoeken van zondebokken om leden van minderheden de schuld te geven van problemen waarmee mensen en maatschappijen worstelen. In sommige landen staat er zelfs de doodstraf op. Als men echt zou denken dat het een ziekte was waarom hebben homo's en lesbo's in al die homovijandige landen geen recht op een uitkering uit de ziektewet? En sinds wanneer moeten zieken de gevangenis in?

3. "Homoseksualiteit is te genezen."
Ondanks alle vergeefse pogingen ertoe blijkt dat homoseksualiteit niet te 'genezen' is. Dat is bovendien in strijd met het mensenrecht om zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven zolang men de mensenrechten van anderen niet aantast. Veel van die zogenaamde 'genezers' blijken zelf homo's te zijn die hun eigen seksuele voorkeuren onderdrukken door ze in anderen te bestrijden. Zij richten daardoor grote psychische schade aan en vormen een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid.

4. "Homoseksualiteit is tegennatuurlijk."
Zoals ik beschrijf in mijn blogbericht over mijn eerste vriendje en ik hadden wij het grote geluk om onze eigen seksualiteit te kunnen verkennen zonder de maatschappelijke veroordeling te ondergaan. Daardoor werd ik mij bewust dat mijn homoseksualiteit voor mij net zo natuurlijk was als heteroseksualiteit voor heteroseksuelen. Het sprookje dat het tegennatuurlijk zou zijn omdat homoseksualiteit bij dieren niet zou voorkomen, is inmiddels weerlegd want het blijkt overal in het dierenrijk voor te komen. Dit zegt dus meer over de vooroordelen van vroegere wetenschappers dan over de werkelijkheid. Bovendien: godsdienst komt niet bij dieren voor. Is dat dan ook een reden om het maar te vervolgen omdat het 'tegennatuurlijk' zou zijn? Zijn televisies, auto's en vliegtuigen natuurlijk? We noemen veel dingen 'natuurlijk' die het niet zijn maar die we 'gewoon', 'gangbaar' of 'vanzelfsprekend' zouden moeten noemen.
 
5. "Homoseksualiteit is een keuze." 
Uit de voorgaande punten volgt dat homoseksualiteit geen keuze is. Geloven is dat wel. Toch is dat geen reden om godsdienst te verbieden. Waarom zou dat verbod dan wel voor homoseksualiteit gelden? Waarom zou je volgens sommige gelovigen wel homo mogen zijn maar er geen uiting aan mogen geven? Wat zouden die gelovigen er van vinden als zij wel mogen geloven maar er geen uiting aan mogen geven? Liefde is het mooiste wat mensen kunnen meemaken. Hoe liefdeloos is een godsdienst als je de liefde zelf verbiedt?

Het onderwijs heeft een belangrijke rol te vervullen om discriminatie tegen te gaan. Dat is in ieders belang. En in het belang van de samenleving als geheel. Daarom is het goed dat homovoorlichting op alle scholen verplicht is geworden. Niet alleen om te voorkomen dat homo/lesbische/biseksuele jongeren een einde aan hun leven gaan maken. Maar ook omdat een maatschappij vol homohaat voor iedereen mensonwaardig is. Vandaag kunnen homo's de zondebokken zijn en morgen kan iedere andere groep geslachtofferd worden. Kijk maar naar de ellende die sommige linkshandigen vroeger in het onderwijs hebben meegemaakt omdat ze gedwongen werden rechtshandig te schrijven. Om nog maar te zwijgen van alle slachtoffers van de godsdienstwaanzin die vele landen teistert.

Dankzij het besluit op 17 mei 1990 van de WHO om homoseksualiteit te schrappen op de lijst van ziekten is 17 mei de internationale dag tegen homohaat geworden. Niemand in Nederland dwingt de basisscholen om aandacht aan die dag te besteden. Maar het feit dat "homo!" het meest gangbare scheldwoord op Nederlandse scholen is geworden, toont wel aan dat teveel mensen nog niet beseffen dat alle scholen voor iedereen veilig moeten zijn!



Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind november 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen.


zaterdag 17 september 2016

161. Turkse troebelen (3)

Lang heb ik gedacht dat homovijandige jongeren van Turkse afkomst tijd nodig hebben om homovriendelijker te worden. Sommigen denken dat nog steeds omdat Nederland immers vijftig jaar nodig heeft gehad om van een in meerderheid homovijandig een overwegend homovriendelijk land te worden. Maar sinds 2013 weet ik wel beter. De vanuit Turkije geregisseerde rel rond de lesbische pleegouders van de Nederlands-Turkse jongen Ynus maakte mij duidelijk dat Erdogan en zijn partijgenoten vinden dat in Nederland wonende Turken schijnbaar Nederlander mogen worden maar bovenal Turk moeten blijven. Gelukkig hield en houdt minister Asscher voet bij stuk. Sindsdien zijn de spanningen rond de lange arm van Erdogan alleen maar toegenomen. Hoe kunnen we daar het beste mee omgaan?

DE Turkse Nederlander bestaat niet!
Allereerst is het van belang om niet alle in Nederland wonende Turken op één grote hoop te gooien. In veel media is het gebruikelijk om te melden dat de meerderheid van hen achter Erdogan zou staan. In blogbericht 70, Turkse troebelen (1), heb ik al aangetoond dat dit feitelijk onjuist is. Minstens 40.000 Nederlanders van Turkse afkomst geven aan ongodsdienstig te zijn, 80.000 zijn alevieten (die aangesloten zijn bij de Humanistische Alliantie) en 40.000 zijn christenen. Al deze drie groepen moeten niets hebben van de islamiseringspolitiek van Erdogan. De 70.000 Nederlandse Koerden afkomstig uit Turkije verzetten zich tegen zijn beleid om de Koerden in Turkije als tweederangs burgers te behandelen. En de minstens 10.000 (maar naar alle waarschijnlijkheid veel meer) Gülen-aanhangers worden door hem als terroristen vervolgd. Dat betekent dat een meerderheid van minstens 230.000 van de 400.000 in Nederland wonende Turken om uiteenlopende redenen tegen het beleid van Erdogan en zijn partij is.

Waarom beweren veel media dan het tegendeel? In blogbericht 142, Turkse troebelen (2), heb ik uitgelegd hoe dit misverstand in de media is ontstaan. Het is gebaseerd op het feit dat bij de laatste Turkse presidentsverkiezingen een meerderheid van de in Nederland wonende Turkse stemmers op Erdogan gestemd hebben. De opkomst was zeer laag: slechts 17.000! Dit stemresultaat rechtvaardigt dus niet om te spreken over een meerderheid onder alle in Nederland wonende Turken.

Een vergelijkbare denkfout maken veel media als ze schrijven dat de meerderheid van de Nederlanders op woensdag 6 april 2016 tegen het associatieverdrag met Oekraïne gestemd zou hebben. Uit blogbericht 139, Referendum? Schijnvertoning!, blijkt duidelijk dat slechts 20% van de kiesgerechtigde Nederlanders tegen het associatieverdrag hebben gestemd. Omdat 10% van de kiesgerechtigden voor gestemd hebben, werd de kiesdrempel van 30% net gehaald. Wie blijft beweren dat de meerderheid van de Nederlanders tegengestemd heeft, kan ofwel niet rekenen of is te kwader trouw.

Wat te doen met de handlangers van Erdogan?
Sinds 2013 hebben Erdogan en zijn aanhangers telkens getracht zich met de binnenlandse aangelegenheden in Nederland te bemoeien. In de blogberichten over Turkse troebelen die ik hierboven noemde, geef ik daarvan een overzicht. Structurele Turkse beïnvloeding vindt plaats via de dienst Diyanet (godsdienstzaken) die valt onder de Turkse regering. De Turkse imams in ongeveer 140 moskeeën in Nederland worden via deze dienst door de Turkse overheid aangestuurd. Dat is niet in overeenstemming met de Nederlandse grondwettelijke scheiding van godsdienst en staat. Hier moet scherp toezicht op worden gehouden.

Turkije heeft een ambassade in Den Haag en consulaten in Amsterdam, Deventer, Leiden en Rotterdam. Hoewel het officieel wordt ontkend, heeft het er alle schijn van dat die beschikbaar zijn om als kliklijn te dienen voor lieden die aangifte willen doen tegen Nederlanders met een Turkse achtergrond die kritisch zijn tegenover Erdogan en zijn regering. Zie bijvoorbeeld de vervolging in Turkije van de columniste Ebru Umar. Zie de Turkse acties tegen zogenaamde 'Gülen-terroristen' in Nederland die geleid hebben tot bijna 200 aangiften wegens bedreigingen. Zie de 600 scholieren die onder Turkse druk van school veranderd zijn omdat het 'Gülen-scholen' zouden zijn, wat door de getroffen scholen ontkend wordt. En zie de richtlijnen die het Turkse consulaat in Rotterdam heeft gestuurd naar burgemeesters in die regio om op te treden tegen demonstranten die het niet met Erdogan eens zijn. Minister Asscher heeft daarom terecht vertegenwoordigers van 15 Turks-Nederlandse organisaties op 14 september 2016 laten toezeggen dat zij voortaan duidelijk afstand nemen van bedreigingen en intimidaties tegen andersdenkenden in Nederland.

Op 13 september 2016 heeft de Tweede Kamer felle kritiek geuit op het Turks/Nederlandse Kamerlid Kuzu dat weigert afstand te nemen van ontwikkelingen in Turkije die strijdig zijn met internationale mensenrechtenverdragen en niet te verenigen zijn met de Nederlandse Grondwet. Van de Armeense genocide, de onderdrukking van de Koerden en het muilkorven van de vrije pers tot het zonder voorafgaande rechterlijke toetsing ontslaan en schorsen van 100.000 rechters, docenten, ambtenaren, militairen, journalisten en door Koerden gekozen burgemeesters: Kuzu weigert hier kritiek op te leveren. Intussen beschuldigt hij Nederland van discriminatie en racisme. In blogbericht 69 heb ik dit divagedrag genoemd: het zichzelf wentelen in het kleine eigen leed in Nederland en ondertussen het grote leed van de slavernij, het racisme en de discriminatie in islamitische landen onbesproken laten. Het ergst is dat in Mauretanië. Op 11 september 2016 gaf het televisieprogramma  Zondag met Lubach (filmpje) hilarisch voorbeelden van de schijnheiligheid van Kuzu en de zijnen.

Opvallend was dat de gefundeerde kritiek van de Tweede Kamer op 13 september 2016 amper doorklonk in het NOS Journaal van die avond maar daarin werd wel uitvoerig stil gestaan bij het taalgebruik van premier Rutte omdat dit 'onwaardig' zou zijn. Vanwege dit gebrek aan vermogen om belangrijke kwesties te onderscheiden van onbenulligheden, en vanwege de hierboven genoemde mediamissers hoort ook dit blogbericht thuis in mijn serie met mediakritiek.

Deze serie is het sterkst gestegen. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, nummer 52 over Het monster Trotteldrom en nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning! (de snelste stijger in deze groep).

zaterdag 10 september 2016

160. Boerkiniverbod? Naaktlopen! (2)

Mijn vorige blogbericht over het boerkiniverbod werd door veel lezers zeer gewaardeerd maar riep ook een aantal vragen op. Waarom loopt dit uitgerekend in Frankrijk zo uit de hand? Heeft dat iets te maken met Franse opvattingen over de scheiding van kerk en staat? Heersen daar andere opvattingen over democratie dan in Nederland en België? Hoe denken Franse humanisten hierover? En de Franse homo/lesbische beweging? Is er een verband met de eeuwenlange onderdrukking van Vlamingen in Frankrijk? En heeft het boerkiniverbod te maken met de belangrijkste verschillen tussen Frans, Nederlands en Fries nationalisme?

Neutralisme of pluralisme?
Frankrijk, Nederland en België kennen alle drie een scheiding van kerk en staat. Frankrijk heeft gekozen voor een neutralistisch model: kerk en staat zijn volstrekt gescheiden. Zo mag in het Franse openbaar onderwijs geen aandacht worden besteed aan godsdienst. Het gevolg is dat vanuit het buitenland betaalde koranscholen een voor de Franse democratie schadelijke invloed uitoefenen zonder toezicht van de overheid. Nederland en ook België hebben gekozen voor een pluralistischer model. De overheid bekostigt hier godsdienstige en humanistische activiteiten mits die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Op openbare scholen kan gekozen worden voor godsdienstige en levensbeschouwelijke keuzevakken die gegeven worden door daartoe goed opgeleide docenten en op grond van goedgekeurde leerplannen. Dat alles onder toezicht van overheden die extremisme kunnen voorkomen.

Dictatuur van de meerderheid of zelfbeschikking?
In Frankrijk wordt democratie opgevat als een dictatuur van een meerderheid. Dat leidt tot het negeren van minderheden. In Nederland en België bestaan al eeuwenlang coalities van partijen die oog hebben voor minderheidsbelangen. Hier wordt democratie opgevat als de maatschappelijke vormgeving van zelfbeschikking. Dat lijkt een kwetsbaarder stelsel maar zorgt voor meer maatschappelijk draagvlak dan een meerderheidspartij die door dikwijls wegvallende maatschappelijke steun een reus op lemen voeten kan worden. Dat leidt in Frankrijk vaak tot gewelddadige conflicten tussen de straat en de staat. In de lage landen bestaat daarentegen een lange traditie van het poldermodel dat veel democratischer is.

Dogmatisch rationalisme of humanisme?
Frankrijk kent geen humanistische beweging zoals in Nederland en België. Die zoeken niet zozeer hun kracht in het bestrijden van kerken en godsdienst maar meer in het bieden van op zelfbeschikking gebaseerde alternatieven voor de kerken. Ik noem als voorbeelden (wat in Nederland heet) humanistisch vormingsonderwijs op openbare scholen en humanistische geestelijke verzorging in de strijdkrachten, gevangenissen en zieken- en bejaardenhuizen. Het dogmatisch rationalisme van de Franse 'laïcité' vindt de neutralistische scheiding van kerk en staat belangrijker dan het voorzien in maatschappelijke behoeften aan zingeving. Daardoor voelen Franse ongodsdienstigen zich kwetsbaarder en angstiger in het omgaan met godsdiensten die zich wel georganiseerd hebben in het maatschappelijke middenveld.

Gelijkvormigheid of veelvormige gelijkwaardigheid?
Frankrijk, Nederland en België zijn alle drie beïnvloed door de leuze 'liberté, egalité et fraternité' van de Franse revolutie. Maar er is een groot verschil. De Franse taal kent geen onderscheid tussen gelijkvormigheid en gelijkwaardigheid. Daardoor staat in Frankrijk de eenvormigheid centraal en in Nederland en België de veelvormigheid in gelijkwaardigheid. Zowel in Nederland als in België heeft dat een positieve invloed gehad op het ontstaan van homo/lesbische emancipatiebewegingen en het bereiken van huwelijksgelijkberechtiging. In Frankrijk is nauwelijks sprake van een invloedrijke homo/lesbische beweging en was de openstelling van het burgerlijk huwelijk het meest omstreden van al die landen in Europa die daartoe besloten. Franse eenvormigheid bestreed homo/lesbische veelvormigheid.

Eentaligheid of veeltaligheid?
Dit eenvormige denken heeft in Frankrijk geleid tot een nadruk op eentaligheid waardoor de Vlaamse minderheid daar eeuwenlang onderdrukt is en het Nederlands nog steeds niet erkend is als minderheidstaal. Dat is wel het geval met het Fries in Nederland (de 'Fryske taalfrede') en met de veeltaligheid in België. Ook al is daar de onverdraagzaamheid van Franstaligen jegens Nederlandstaligen al eeuwenlang een bron van taalstrijd. De Franse eentaligheid ('ils sont handicapé par la francophonie') leidt tot onkunde over mogelijke probleemoplossingen in anderstalige landen, bijvoorbeeld in het omgaan met de boerkini.

Gesloten of open nationalisme?
Mede door die eentaligheid is het Franse nationalisme gesloten en neerbuigend ten aanzien van andere culturen. De lage landen hebben een eeuwenoude traditie van openheid, mede dankzij de handel waardoor zij leerden omgaan met andere talen en culturen. Daardoor voelen mensen die gewend zijn aan het omgaan met verschillen zich minder snel bedreigd dan mensen die dat nooit geleerd hebben. Je ziet dat terug in het omgaan met de boerkini die veroordeeld wordt door zowel extreme islamisten als secularisten. Zelfbeschikking speelt een grotere rol in Nederland en Friesland dan in Frankrijk waar eerder de neiging bestaat om andersdenkenden de wet voor te schrijven. Met name het Friese nationalisme ("iepen mienskip") staat veel meer open voor veelvormigheid dan het Franse nationalisme dat bol staat van de eenvormigheid. Nederland kan ook wat dit betreft nog wat leren van Friesland: zie mijn lezing over "identiteit als keuze". Wie deze gelezen heeft, begrijpt beter hoe al dat gedoe over de boerkini voorkomen kan worden door zelfbeschikking!


zaterdag 3 september 2016

159. Boerkiniverbod? Naaktlopen! (1)

Sommigen raken kennelijk erg opgewonden als zij op een strand een vrouw zien in een badpak dat alleen het gezicht, handen en voeten onbedekt laat. Zo opgewonden zelfs dat zij het dragen van zo'n boerkini willen verbieden. Anderen vinden dat zo'n verbod in strijd zou zijn met de godsdienstvrijheid. Als dat woord wordt gebruikt dan is het vaak oppassen geblazen. Want voor je het weet, wordt de vrijheid van andersdenkenden aangetast. Dan is het goed om te weten dat waar een vrijheid van godsdienst bestaat er ook een vrijheid van een ongodsdienstige levensovertuiging behoort te zijn. Bijvoorbeeld om als humanist bloot rond te lopen en te gaan baden. Is er vanuit een humanistische benadering een aanpak om het gedoe rond het boerkiniverbod op te lossen?

Vrijheid van godsdienst én levensovertuiging
Nederland en België horen tot de weinige landen waar het recht op vrijheid van godsdienst en dat op vrijheid van een ongodsdienstige levensovertuiging gelijk behandeld moeten worden. Humanisten gaan ervan uit dat mensen het recht hebben zelf zin en vorm te geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Het is dan ook geen wonder dat humanisten in Nederland zich hebben ingezet om het verbod op naaktlopen afgeschaft te krijgen. Als toenmalig voorzitter van het Humanistisch Verbond was ik daar nauw bij betrokken. Bert Schwartz (1917-1999) speelde als overtuigd naturist en vicevoorzitter van het HV een belangrijke rol daarbij. Hij was van 1971 tot 1977 lid van de Eerste Kamer voor D66. Op zijn initiatief werd het niet langer strafbaar om in het openbaar naakt te lopen. Pas als daar bezwaar tegen gemaakt werd en het verzoek van de politie om zich aan te kleden werd geweigerd, kon het dan strafbaar worden als het tot een rechtszaak kwam. Wel was het daarbij van belang dat plaatselijke overheden gebieden zouden aanwijzen waar naaktrecreatie toegestaan werd. Sindsdien is de rust rond het naaktlopen in Nederland teruggekeerd en de naaktstranden zijn meestal oases van rust vergeleken met andere stranden.

Zelf heb ik eens de proef op de som genomen door samen met een vriend naakt te zonnen op een strandje langs de Lek bij Vianen, waar ik toen woonde. Kennelijk heeft iemand dat vanaf de dijk gezien en de politie gebeld. Die stuurde een zeer aantrekkelijke jonge agent op ons af. Hij bleek goed op de hoogte van de toen nieuwe wet. Toen hij aan kwam lopen, bleven wij bewust bloot liggen want wij deden niets strafbaars. Na een leuk gesprekje verzocht hij ons formeel om iets aan te trekken. Dat deden we en daarmee was de zaak afgerond. Helaas bleek later dat niet alle agenten van deze wet op de hoogte waren. Alle rechtszaken die hierover gevoerd zijn, werden gewonnen door degenen die zich aan de wet hadden gehouden. Jaren later hoorden wij van onze toenmalige buren in Vianen dat zij bij de politie een klacht wilden indienen omdat wij de gewoonte hadden om naakt te zonnen in onze ommuurde tuin. Toen bleek dat zij dat alleen maar konden zien door op een trapje te klimmen, raadde de politie hen aan om dat trapje dan maar niet meer te beklimmen. 

Wat kunnen wij hiervan leren?
Als mensen ergens aanstoot aan nemen dan ligt het voor de hand om naar oplossingen te zoeken die recht doen aan ieders zelfbeschikking. Zeer veel mensen hechten er aan om iemands gezicht te kunnen zien. Zij voelen zich onveilig als iemand rondloopt met een bivakmuts op of rondrijdt in een auto met donker getinte glazen zodat men niet kan zien om wie het gaat. Terecht wordt gezichtsherkenning in bijvoorbeeld het openbaar vervoer en in onderwijs en rechtszalen dan ook voorgeschreven. Ik heb nog nooit bezwaren gehoord tegen mensen die in wetsuits gaan plankzeilen die alleen het gezicht, handen en voeten onbedekt laten.

Diegenen die bezwaar hebben tegen het dragen van boerkini's in openbare zwambaden en op stranden beseffen mogelijk niet dat zij het kennelijk eens zijn met die extremistische islamieten die vinden dat vrouwen op dergelijke plekken niet mogen komen. Franstaligen hebben daar een paar passende uitdrukkingen voor: "bien etonné de se trouver ensemble" en "les extrêmes se touchent". Ofwel: tegenstanders van de menselijke zelfbeschikking hebben elkaar in het boerkiniverbod gevonden. Maar ook de voorstanders van het recht op zelfbeschikking kunnen elkaar vinden. Overal waar ik wereldwijd naaktstranden bezocht, werd er door de naaktrecreanten geen enkel probleem gemaakt over het feit dat er ook geklede mannen en vrouwen rondliepen. Kortom: de boerkinidraagsters zijn van harte welkom op de naaktstranden. Het ultieme bewijs van zelfbeschikking!


Naschrift. Zie het vervolg op dit blogbericht in: 160. Boerkiniverbod? Naaktlopen! (2)


zaterdag 27 augustus 2016

158. Mijn rol in de wereldwijde strijd tegen aids

In mijn speurtocht naar minst gelezen blogberichten kwam ik dit bericht tegen over mijn rol in de wereldwijde strijd tegen aids. Mede dankzij die strijd verdween homoseksualiteit van de wereldwijde ziektelijst. Daarom besteed ik daar opnieuw aandacht aan.

Wereldgezondheidsorganisatie WHO
Hoe is het te verklaren dat de Wereldgezondheidsorganisatie WHO zoveel doelmatiger is omgegaan met de aidsepidemie dan met de uitbraken van ebola? Een belangrijke reden is dat de homo/lesbische beweging wereldwijd een goede lobbygroep was. Deze zorgde voor zelforganisatie die sleutelfiguren benaderde en samenwerkte met bondgenoten. Binnen de WHO was leiderschap aanwezig in de personen van Jonathan Mann (1947-1998) en Manuel Carballo (1941-) waardoor de ziekte en de preventie goed aangepakt konden worden. Zo werd bijvoorbeeld voorkomen dat het Vaticaan zijn zin kreeg om condooms te verwijderen uit de aidspreventie. Daardoor konden vele levens gered worden.

In de jaren tachtig en negentig was ik vanuit Homostudies Utrecht voor de WHO adviseur voor aidspreventie onder mannen die seks hebben met mannen (MSM). Dat het woord homo niet werd gebruikt, was van de WHO geen preutsheid. In het door mij geredigeerde boek "Bisexuality & HIV/AIDS; A Global Perspective" (Prometheus Books, Buffalo NY, 1991) leg ik uit dat wereldwijd de meeste mannen die seks hebben met mannen zich vaak niet herkennen in begrippen als homo, gay of biseksueel. Het gaat bij preventie in de eerste plaats om gedragsverandering en het gebruik van identiteitsgevoelige woorden kan daarbij als stoorzender werken.

Afrika
In 1989 nam ik in Brazzaville in het het WHO-regiokantoor voor Afrika ten zuiden van de Sahara deel aan een WHO-conferentie over de verspreiding van hiv/aids. Amerikaanse onderzoekers stelden op grond van hun onderzoek onder Afrikaanse vrouwen dat zij veel vaker aids hadden dan westerse vrouwen. Hun hypothese was dat vagina's van Afrikaanse vrouwen veel kwetsbaarder zouden zijn voor hiv-infecties. In de discussie bracht ik zo diplomatiek mogelijk mijn kritiek. Het onderzoek werd gedaan door blanke Amerikaanse mannen en dat verhoogt de betrouwbaarheid van de antwoorden van zwarte Afrikaanse vrouwen niet. Verder werd genegeerd dat veel antropologisch onderzoek in Afrika had aangetoond dat soms heteroseksuele contacten anaal waren als voorbehoedsmiddel of als middel om het maagdenvlies niet te breken. Bekend was toen al dat de anus van zowel mannen als vrouwen veel kwetsbaarder was voor infectie dan de vagina.

De verwijzing naar anale seks ging als een schok door de volle zaal. Inderdaad: 'obsceen taalgebruik' en zelfs 'rassendiscriminatie'. Ik hield staande dat wetenschappers de feiten bij hun naam moesten noemen omdat er anders onnodig vele doden zouden vallen door levensgevaarlijke preutsheid. De Amerikaanse onderzoekers waren ervan uitgegaan dat anale seks alleen bij homomannen zou voorkomen. Ook in Nederland leeft dat vooroordeel nog steeds. Over discriminatie gesproken!

Rusland
Rusland heb ik in de jaren tachtig meerdere keren bezocht. Als adviseur aids-preventie van de WHO herinner ik mij talloze vergaderingen waarin mij door Russen werd meegedeeld dat aids een 'kapitalistische en decadente' ziekte was die in de toenmalige Sovjet-Unie niet of nauwelijks voorkwam omdat de enkele homo's die er zouden zijn 'voor hun eigen welzijn' in psychiatrische inrichtingen werden opgenomen. Enkele jaren later bleek aids in de Sovjet Unie heel veel voor te komen met name onder spuitende drugsgebruikers. Zoals bekend houden virussen geen rekening met vooroordelen of seksuele voorkeuren.

In Moskou bezocht ik een mannenbadhuis (баня) waar opvallend veel mannen naar binnen gingen in allerhande politie- en militaire uniformen. Wat ik daar allemaal meemaakte zal ik maar niet beschrijven want voor je het weet, wordt mijn blog nog als porno gebrandmerkt. Laat ik het zo samenvatten dat er alles gebeurde wat in 'decadente' westerse homosauna's ook voorkomt, behalve dat dat er erg veel mannen elkaar afrosten met takkenbossen, maar dat schijnt een algemeen verschijnsel te zijn in Russische badhuizen.

Homovijandigheid komt vooral voor onder die mannen die hun eigen homo- of biseksuele voorkeur trachten te verdringen door die in anderen te bestrijden. Met name de katholieke kerk is daarvan wereldwijd een bekend voorbeeld (zie bijvoorbeeld de inmiddels overleden Nederlandse bisschop en homobestrijder Gijsen die wordt beschuldigd van aanranding van jongens). In sommige landen ziet men dat ook in de vorm van stelselmatige verkrachtingen van mannen door zogenaamde heteromannen in homovijandige gevangenissen, legers en politiebureaus. Rusland is ook in dit opzicht helaas geen uitzondering.

Vanwege de apartheid mocht ik in de jaren tachtig als WHO-adviseur aidspreventie niet actief zijn in Zuid Afrika. Ik heb dat altijd zeer betreurd. Door deze WHO-boycot heeft aids daar veel meer slachtoffers gemaakt dan nodig was. Er zijn veel oproepen geweest om ook homovijandig Rusland te gaan boycotten. Zolang het gaat om bijvoorbeeld het niet drinken van Russische wodka kan dat nuttig zijn. Maar wat we zeker niet moeten doen, is het in de steek laten van de vervolgde homo/lesbische minderheid in Rusland. Zij hebben onze steun meer dan ooit nodig.

Rusland, China en Cuba
Inmiddels trekt de Russische jacht op homo/lesbische zondebokken wereldwijd steeds meer aandacht. Ik herlas mijn beschrijving van de toestand in Rusland in het boek "The Third Pink Book; A Global View Of Lesbian And Gay Liberation And Oppression" (Prometheus Books, Buffalo NY, 1993). Toen was ik nog optimistisch over Rusland in vergelijking met landen als Cuba en China. Twintig jaar later is het beeld geheel anders: wat is er gebeurd?

Cuba kwam in de jaren tachtig in opspraak omdat mensen met hiv (waaronder veel homo's) in concentratiekampen werden opgesloten. China reageerde toen zoals ik hierboven over Rusland schreef: aids was een 'kapitalistische en decadente' ziekte die in China niet of nauwelijks voorkwam omdat de enkele homo's die er zouden zijn 'voor hun eigen welzijn' in psychiatrische inrichtingen werden opgenomen. Ik herinner mij nog een WHO-conferentie in Manilla in de jaren tachtig waar de minister van volksgezondheid uit Nieuw Zeeland spontaan in lachen uitbarstte toen haar Chinese collega dat met droge ogen verklaarde. Met moeite kon een diplomatieke rel voorkomen worden.

Als toenmalig voorzitter van Homostudies Utrecht was ik heel blij toen eind jaren tachtig een hoge delegatie uit Cuba zich op de hoogte liet stellen van wetenschappelijke inzichten rond homoseksualiteit. Kennelijk heeft dit enige invloed gehad want het beleid inzake homoseksualiteit is in Cuba daarna aanzienlijk milder geworden. Ook in China heeft een meer wetenschappelijk verantwoord beleid geleid tot ruimere mogelijkheden voor de homo/lesbische minderheid om zich te organiseren. In Rusland daarentegen is de toestand ernstig verslechterd mede onder invloed van de homovijandige orthodoxe kerk.

Onder Jeltsin leek de Russische homo/lesbische subcultuur in de jaren negentig op te bloeien. Mede daardoor voelde men er de noodzaak niet om tot een goede zelforganisatie (самоорганизации) te komen. Een vergelijkbare ontwikkeling deed zich voor in het Duitsland van de jaren twintig. Klaus Müller beschrijft in zijn boek "Doodgeslagen, doodgezwegen; vervolging van homoseksuelen door het nazi-regime 1933-1945" (Schorer Boeken, Amsterdam 2005) hoe kwetsbaar een bovengronds gekomen subcultuur wordt voor vervolging als een doelmatige zelforganisatie ontbreekt. Er was in de Duitse homo/lesbische minderheid sprake van een grote onderlinge verdeeldheid waardoor de nazi's vrij spel hadden om de dragers van de roze driehoeken in concentratiekampen onder en om te brengen.

Uit "The Third Pink Book" blijkt dat de naoorlogse homo/lesbische beweging in veel landen geleerd heeft om beter samen te werken en bondgenootschappen te sluiten met sleutelfiguren uit andere sociale bewegingen die opkomen voor mensenrechten en gelijkberechtiging. Wereldwijd zijn de belangrijkste tegenspelers nog altijd dogmatische godsdienstige (katholieke, islamitische en orthodoxe) groepen die niets moeten hebben van het recht van mensen om zelf zin en vorm te geven aan hun leven zolang zij anderen niet in hun mensenrechten aantasten. Het is, ook vanwege de aidspreventie, in ieders belang om de dwingelandij van die groepen in te perken.

Verenigde Staten
Met enkele voorbeelden van de puriteinse invloed in de VS kreeg ik zelf te maken in 1983 toen ik voor het eerst het land wilde bezoeken. Om een visum te krijgen, moest je toen invullen of je homo was en als dat zo was dan werd de toegang tot de VS geweigerd. Ik was uitgenodigd om aan een wetenschappelijke aids-conferentie deel te nemen en ik vroeg toen het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken om advies want ik had geen zin om te liegen en wilde ook niet het land uitgezet worden. Ik kreeg het advies om de vraag niet te beantwoorden en als ik daarover werd ondervraagd te melden dat ik als Nederlands rijksambtenaar volgens mijn regering niet verplicht was die vraag te beantwoorden. Aldus geschiedde en ik mocht er in.

Nadat de vraag naar homoseksualiteit van het visum-formulier verdween, kwam er een vraag naar aids (die overigens pas onlangs is verdwenen). Boston wilde in 1992 een internationale aids-conferentie organiseren waar mensen met aids dus geweigerd zouden kunnen worden! Als toenmalig aids-adviseur van de WHO heb ik er veel genoegen aan beleefd om er aan mee te werken dat dit aids-congres in 1992 naar Amsterdam werd verplaatst. De VS hebben in de beginjaren van de aids-epidemie op puriteinse gronden grote fouten gemaakt waardoor onnodig vele doden zijn gevallen. Zo mocht ik bijvoorbeeld in de vele Amerikaanse radio- en televisie-interviews die ik daar had over het doelmatiger Nederlandse aids-preventiebeleid nooit het woord condoom gebruiken. Op de meeste Amerikaanse scholen is seksuele voorlichting is nog steeds taboe waardoor de VS een verhoudingsgewijs veel groter aantal mensen met hiv/aids, en vrouwen met ongewenste zwangerschappen en abortussen heeft dan Nederland.

Eenzelfde averechts gevolg heeft de War on Drugs die even rampzalig is als de beruchte alcohol-drooglegging uit de vorige eeuw.  Beide hebben vooral in het voordeel van de maffia en drugsbendes gewerkt. Bij mijn eerste privé-bezoek aan San Francisco hadden de gastheren een uitstekende maaltijd bereid en na afloop lagen de lijntjes coke al netjes klaar. Zij konden zich niet voorstellen dat ik als Nederlander (uit een land waar toch alles mocht) hiervoor geen belangstelling zou hebben. Ze waren zeer verbaasd te horen dat het drugsgebruik en hiv/aids door spuitende drugsgebruikers in de repressieve VS relatief veel omvangrijker was (en nog is) dan in het veel liberalere Nederland.

Homoseksualiteit: de ziekte voorbij
Onder die titel werd van 10 tot 12 december 1987 onder andere door Homostudies Utrecht een internationale wetenschappelijke conferentie georganiseerd om homoseksualiteit te doen schrappen van de wereldwijde ziektelijst. Dat lukte vervolgens op 19 mei 1994 omdat de aidspreventie werd gehinderd door homoseksualiteit als ziekte te beschouwen. Hier is sprake van een opmerkelijke paradox. Aanvankelijk werd algemeen gevreesd dat aids de homovervolging zou aanwakkeren. Dat is in een aantal landen ook gebeurd. En nog steeds wordt aids misbruikt om homoseksualiteit te criminaliseren terwijl wereldwijd verreweg de meeste slachtoffers heteroseksuelen zijn.

Hier is sprake van vrijheidsbevorderende weerstanden. Ik beschrijf dat in mijn Tresoar-lezing. Vrijheid is niet de afwezigheid van dwang maar de aanwezigheid van zodanige omstandigheden dat de zelfbeschikking van mensen bevorderd wordt. Zelforganisatie is daarvoor van wezenlijk belang. Tegenstand kan daardoor omgezet worden in kracht om vooruit te komen. De wereldwijde homo/lesbische beweging heeft er door samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten voor gezorgd dat de strijd tegen aids ook een strijd tegen discriminatie is geworden.

Nadat ik in 1992 aftrad als voorzitter van Homostudies Utrecht ben ik ook gestopt met mijn werkzaamheden voor de WHO. Deels omdat ik mij meer wilde gaan inzetten voor de wereldwijde humanistische beweging. Maar ook omdat tien jaar strijd tegen aids een te zware last voor mij werd. Ik heb dan ook grote bewondering voor mensen die zich daar tientallen jaren voor hebben ingezet. Ik denk dan wat Nederland betreft bijvoorbeeld aan Riek Stienstra (1942-2007) die als directeur van Schorer van 1974 tot 2007 haar bijdrage heeft geleverd aan aids-preventie en buddyzorg voor mensen met hiv/aids.    




Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding. 


vrijdag 19 augustus 2016

157. Waarom ben ik met mijn blog begonnen?

Hieronder mijn minst gelezen blogbericht uit de serie over mijn homo-memoires. Omdat hieruit onder andere duidelijk wordt waarom ik met mijn blog begonnen ben, lijkt het mij de moeite waard om er nog eens de aandacht op te vestigen - met enkele aanvullingen.

Gaykrant
Op dertig jaar maandelijks columns schrijven rond een actualiteit in de Gaykrant kijk ik met tevredenheid terug. Wat men verder ook van de toenmalige Gaykrant mag vinden: er is een belangrijke bijdrage aan de homo/lesbische gelijkberechtiging geleverd. Ik leerde hoofdredacteur Henk Krol februari 1982 kennen tijdens mijn promotie op het proefschrift 'Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging' (Amsterdam 1982) waarvan 8000 exemplaren werden verkocht. De belangstelling was reusachtig. De Utrechtse Senaatszaal was overvol en ik herinner me dat zelfs de toenmalige minister van onderwijs Arie Pais geen zitplaats meer kon vinden. Na afloop vroeg Henk Krol mij of ik maandelijks een column wilde schrijven en dat heb ik al die jaren gedaan omdat ik door het meest gelezen Nederlandstalig homoblad een belangrijk deel van de homogemeenschap kon bereiken.

Aids
Dat was een strategische overweging omdat juist in die tijd de aids-epidemie genadeloos toesloeg en seksuele gedragsverandering van groot belang was. Door vragenlijsten in de krant op te nemen, konden we snel nagaan hoe (on)veilig er gevreeën werd en wat de effecten van de voorlichting onder homomannen waren. Er was veel kritiek. Werd daardoor niet het beeld bevestigd dat aids een "homoziekte" zou zijn? Voerde ik geen "campagne tegen anale seks"? Schaadde het niet mijn academische loopbaan door in zo'n "ordinair blaadje met blootfoto's" te staan? Schrijver Frans Kellendonk vond zelfs dat ik mij "over de ruggen van homo's wilde verrijken" terwijl ik voor die columns nooit een cent heb willen ontvangen. Ik trok mij daar niets van aan omdat veel vrienden van mij in die tijd stierven aan aids en ik het letterlijk van levensbelang vond om te helpen voorkomen wat toen niet te genezen was.

Huwelijksgelijkberechtiging
Maar ook op andere gebieden speelde de Gaykrant een grote rol. De openstelling van het huwelijk in 2001 is daarvan een belangrijk voorbeeld, nadat jarenlang de homo/lesbische belangenbehartiger COC er tegen was geweest. Als algemeen secretaris van het COC van 1971 tot 1975 vond ik het nogal opmerkelijk dat mijn medewerking aan de Gaykrant voor het COC reden was om mij jarenlang te negeren. Gelukkig werd dat door het COC oktober 1998 goedgemaakt door mij als "een van de belangrijkste pijlers onder het succes van integratie van homoseksualiteit in de Nederlandse samenleving in de afgelopen dertig jaar" de Bob Angelo Penning uit te reiken. Er was in het verleden opmerkelijk veel haat en nijd in homoland maar gelukkig zijn de tijden ook in dit opzicht veranderd.

Internet
Dat geldt ook voor de opkomst van internet hetgeen grote gevolgen heeft gehad voor de homo/lesbische beweging wereldwijd. Voor zover ik kan nagaan zijn mijn honderden columns in de Gaykrant niet op internet terug te vinden maar hopelijk zijn de archieven in de doorstart in 2013 niet verloren gegaan. Zelf heb ik de meeste columns in mijn eigen archieven maar in de pre-internet-tijd werden ze doorgebeld dus dat moet ik nog eens nagaan.

Geluk bij een ongeluk
Elk nadeel heeft zijn voordeel. Het einde van de Gaykrant oude stijl in 2013 betekende ook het einde van mijn column. De oude redactie bedankte mij voor mijn vele werk en van de nieuwe redactie heb ik nooit iets vernomen. Achteraf gezien, was dit een geluk bij een ongeluk. Ik ontving een persoonlijk briefje van minister van Onderwijs Jet Bussemaker: "Ik hoop je elders wel tegen te blijven komen en te kunnen blijven genieten van je altijd inhoudelijke kritiek en interessante denkbeelden." Toen besloot ik mijn maandelijkse column om te zetten in een wekelijkse blog. Oud-medewerker van Homostudies Utrecht, Carel Jansen, hielp mij daarbij.

Blog
Als columnist in de Gaykrant was ik wel gewend om regelmatig reacties te krijgen, vooral uit kringen van politiek en media. Maar als blogger stond en sta ik nu in een veel directer contact met mijn lezers. Bovendien kan ik dankzij de door Google bijgeleverde statistieken goed volgen wat en waar er gelezen wordt. Inmiddels is mijn blog in ruim drie jaar ruim 120.000 keer in meer dan 140 landen gelezen. Bovendien gaat mijn blog over veel meer onderwerpen dan alleen homoseksualiteit. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de top tien aan best gelezen blog-onderwerpen: 1. intimiteit en erotiek tussen mannen, 2. humanisme, 3. mijn eigen homoverleden, 4. Friesland, 5. mediakritiek, 6. wereldwijde homovervolging, 7. Nederlands wereldwijd, 8. homoseksualiteit in Nederland, 9. Amerika en 10. racismediscussie. Met dank aan de Gaykrant waar ik heb geleerd om voor een breed publiek te schrijven!





Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.


zaterdag 13 augustus 2016

156. Hoe de Stasi zakte voor 'Homoseksualiteit als toetssteen'

Een van de leuke dingen met blogs is dat je kunt zien hoe vaak blogberichten gelezen zijn. Zo viel het mij op dat een blogbericht uit de serie met humanistische levensherinneringen opvallend weinig gelezen is. Daarom krijgt het nu een herkansing met enkele aanvullingen. Mijn ervaringen met de Berlijnse muur, de val ervan en de Oost-Duitse geheime dienst Stasi zijn de moeite waard. Oordeel zelf!

De DDR- grenswachten hielden elkaar onder schot
Tijdens de Koude Oorlog had ik de indruk gekregen dat de voortdurende mediamanipulatie de Oost-Europese bevolking tot overtuigde communisten had gemaakt. Zoals vandaag de dag velen denken dat de Russen massaal achter Poetin staan. Tijdens mijn eerste bezoek aan de toenmalige DDR eind jaren zestig werd dat vooroordeel aanvankelijk bevestigd omdat geen Oost-Duitser zich kritisch over de 'communistische heilstaat' durfde uit te laten. Totdat mijn trein het laatste station voor het IJzeren Gordijn verliet en het mij opviel dat de grenswachten elkaar onder schot hielden om te voorkomen dat collega's de 'trein naar de vrijheid' zouden nemen. Toen wist ik dat het schijnbare machtsblok een reus op lemen voeten was omdat men zelfs de eigen ordediensten niet kon vertrouwen.

Humanisten als handlangers van de Sovjet Unie
De Amerikaanse geheime dienst CIA zag in de Koude Oorlog de humanisten in de VS als handlangers van de Sovjet Unie. Dat was nogal lachwekkend want in tegenstelling tot de wel toegelaten kerken werden humanistische organisaties in de communistische landen stelselmatig verboden. Met uitzondering van de DDR toen eind jaren tachtig daar een Freidenkerverband werd opgericht met onmiddellijk tienduizenden leden. Dat was nogal verdacht want zoiets was in de humanistische geschiedenis nog nooit voorgekomen. (Zie: 'Humanistische emancipatiebewegingen' in: Bert Gasenbeek (red.) 'Rob Tielman, een begeesterd humanist' blz. 163-175) Toen dit Deutsche Freidenkerverband lid van de IHEU wilde worden, ging ik in Oost-Berlijn op werkbezoek waarbij de Stasi-mentaliteit zo overduidelijk was dat het lidmaatschap geweigerd werd. Zo zakten zij voor het examen 'Homoseksualiteit als toetssteen' (idem blz. 300-308) omdat zij op mijn vraag wat zij vonden van homoseksualiteit bleven vragen wat zij daarvan moesten vinden in plaats van daar zelf een antwoord op te geven. Een paar maanden later bleek het inderdaad om een Stasi-mantelorganisatie te gaan. Tot zover de vooroordelen van de CIA.

Hoe ik de val van de Muur tegemoet reed
Als adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nam ik in de eerste week van november 1989 in Congo-Brazzaville deel aan een WHO conferentie over de verspreiding van hiv/aids in Afrika ten zuiden van de Sahara. (Zie: Levensgevaarlijke preutsheid). Na afloop vloog ik terug naar Parijs waar mijn auto stond. Mijn volgende afspraak was dat ik aan de universiteit van Göttingen een gastcollege zou geven over Homostudies.

Toen ik West-Duitsland binnenreed, hoorde ik via de autoradio dat de Oost-Duitse grenzen plotseling open waren gegaan. Al spoedig reed mij een vloedgolf van oude Trabantjes uit Oost-Duitsland tegemoet. In Göttingen aangekomen, wilde ik naar de dichtbij gelegen grensovergang rijden maar dat werd mij afgeraden want het was al middernacht geweest en het was er een verkeerschaos. Nadat ik de volgende dag mijn gastcollege had gegeven, reed ik door naar West-Berlijn. De stad was overspoeld door Trabantjes die vaak als wrak werden achtergelaten. De West-Berlijners waren minder opgetogen dan de Oost-Berlijners want de eerstgenoemden hadden het gevoel dat hun oase van rust en welvaart bedreigd werd.

Een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren
Zodra het mogelijk was, maakte ik een rondreis van een week door de DDR in zijn nadagen. Het was een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren: het grauwe Nederland van eind jaren veertig en begin jaren vijftig. Overal was armoede, nergens was kleur, afgezien van de vaalrode spandoeken die de heilstaat verheerlijkten. Opvallend waren de foeilelijke fabrieken die overal als pronkstukken langs de wegen stonden en niet, zoals in Nederland, ergens bij elkaar tussen bomen weggestopt. Heel veel oude binnensteden waren in verval. Dat gold ook voor het Holländisches Viertel in Potsdam bij Berlijn dat op instorten stond maar dankzij Nederlandse steun later gerestaureerd is. Ik vond veel Nederlandse en Vlaamse (de Fläming) invloeden in Oost-Duitsland waarvan de plaatselijke bevolking nauwelijks iets wist.

Humanistischer Verband Deutschlands
Als (co)president van de International Humanist and Ethical Union van 1986 tot 1998 heb ik een bijdrage kunnen leveren aan de oprichting en ontwikkeling van het Humanistischer Verband Deutschlands. Na de val van de Berlijnse Muur dreigde een leegte te ontstaan voor de overwegend ongodsdienstige bevolking. De kerken stonden al klaar om die leegte op te vullen maar een groot deel van de vanouds onkerkelijke Oost-Duitse bevolking moest daar niets van hebben. Daarom vond een aantal jonge humanisten in West-Berlijn het uiterst belangrijk een humanistisch alternatief te bieden. Ik ben blij hen daarbij te hebben kunnen helpen naar het model van het Nederlandse, het Vlaamse en het Noorse Humanistisch Verbond. Dat bleek niet alleen aan te slaan in Oost- maar ook in West-Duitsland waardoor het een van de belangrijkste humanistische organisaties in de wereld is geworden.




Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.