zaterdag 23 juli 2016

153. Homo/lesbische vooruitgang (4)

Gaat de strijd voor homo/lesbische gelijkberechtiging achteruit of vooruit? Wat zijn de gevolgen van de grootste aanslag op een homo/lesbische bijeenkomst op 12 juni 2016 in Orlando? Onder welke voorwaarden kan tegenwind toch tot vooruitgang leiden?

Er is wereldwijd sprake van toenemende homo/lesbische huwelijksgelijkberechtiging. Die vooruitgang is geen reden om nu tevreden achterover te leunen. De ILGA-wereldkaarten tonen aan dat we er nog niet zijn. Sommigen zijn, als reactie op Orlando, bang dat velen weer de kast in gaan. Het is gezien de achterstanden die er nog zijn onterecht om de strijd voor wereldwijde homo/lesbische gelijkberechtiging nu te stoppen. Hoe kunnen we het beste verder gaan?

Zelforganisatie
Uit mijn wereldwijde onderzoek naar de sociale en juridische posities van homo/lesbische minderheden is gebleken dat zelforganisatie noodzakelijk is voor gelijkberechtiging. Aan de ene kant durven veel homo's en lesbo's nog niet uit de kast te komen. Aan de andere kant denken sommige homo/lesbische jongeren dat verkregen rechten vanzelfsprekend zijn. In beide gevallen verzwakt dat de noodzakelijke homo/lesbische zelforganisatie. Ook is er vaak sprake van versnippering. Vooral de samenwerking tussen mannen en vrouwen laat in nogal wat landen te wensen over. Landen waar de homo/lesbische zelforganisatie wel goed geregeld is, zijn in het algemeen verder met homo/lesbische emancipatie dan landen waar dat niet het geval is.

Sleutelfiguren
Een tweede belangrijke factor is het benaderen van sleutelfiguren, vooral in de politiek. De Nederlandse homo/lesbische beweging (de oudste ter wereld) is daarvan een goed voorbeeld. Mijn onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse homo/lesbische emancipatiebeweging geeft daarvan vele voorbeelden. Ook het benaderen van juristen die zich inzetten voor mensenrechten is belangrijk. Datzelfde geldt voor journalisten die bereid zijn om de bestaande vooroordelen in de media te doorbreken. Sleutelfiguren in universiteiten, vakbeweging, politie, leger en kerken kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van het maatschappelijk klimaat rond homoseksualiteit.

Bondgenoten
Omdat homo/lesbische minderheden te klein zijn om een meerderheid te worden, is het van groot belang om bondgenootschappen te ontwikkelen met groepen en stromingen die samen wel een meerderheid vormen. In Nederland waren met name de vrouwenbeweging en het Humanistisch Verbond van belang. Ook de homo/lesbische netwerken in politieke partijen, universiteiten, vakbonden, politie, leger en kerken zorgden ervoor dat bredere bondgenootschappen ontstonden. Daardoor groeiden meerderheden die homo/lesbische gelijkberechtiging ondersteunden.

In veel landen zijn roze netwerken ontstaan bij de politie. Die worden terecht gezien als bondgenoten door homo/lesbische emancipatiebewegingen. Zwarte Amerikanen die bij de politie gaan werken, worden door veel zwarte activisten als verraders beschouwd. Dat verschil in denken over bondgenoten verklaart in belangrijke mate de vraag hoe het komt dat de Amerikaanse homo/lesbische beweging veel meer succes heeft bereikt in de strijd voor gelijke behandeling dan de Afro-Americans. In het wilde weg anderen uitschelden voor racisten of homohaters maakt geen bondgenoten maar vergroot het isolement. De wereldwijde keuze van homo/lesbische bewegingen voor de regenboogvlag die diversiteit uitstraalt, blijkt dus strategisch verantwoord te zijn. Datzelfde geldt voor de vrolijke ("gay") homo/lesbische acties, zoals de wereldwijde Gay Parades. Geweld werkt averechts.

Orlando en daarna
Gelukkig is gebleken dat de meeste reacties op het drama in Orlando bemoedigend zijn voor de homo/lesbische emancipatie. Wereldwijde blijken van solidariteit maken duidelijk dat de strategie van zelforganisatie en het werken met sleutelfiguren en bondgenoten werkt. Studenten die mijn colleges volgden, vroegen mij vaak waarom ik er van overtuigd was en ben dat de wereld verbeterd kan worden. Allereerst is kennis van de geschiedenis belangrijk. Wie daar geen weet van heeft, kan snel gaan denken dat we in de slechtste tijd uit de wereldgeschiedenis leven. Het tegendeel is het geval. Maar eeuwenlang wist men niet wat er elders in de wereld gebeurde. Nu worden we overstelpt door alle berichten waar wereldwijd ook maar iets fout gaat. Daardoor wordt ons wereldbeeld vertekend als wij onze geschiedenis van oorlogen en vervolgingen niet kennen.

Als studenten mij vroegen wat het belang van sociale wetenschappen is, verwees ik altijd naar het stripverhaal over Het monster Trotteldrom door Marten Toonder. Het eiland Trottel werd geterroriseerd door een monster dat alles op het eiland om de zoveel tijd vernietigde. Totdat Tom Poes er achter komt dat de mensen zelf het monster zijn. Zij vatten democratie ten onrechte op als de dictatuur van de meerderheid en raken in paniek als zij zich bedreigd voelen. Mensen zijn dikwijls meer het slachtoffer van de angst voor rampen dan door rampen zelf. Wie tegenspraak en andersdenkenden uit de maatschappij verbant, wordt het slachtoffer van wraakzuchtigen waardoor uiteindelijk iedereen een verliezer wordt. Men hoeft nu maar naar Rusland en Turkije te kijken om te zien hoezeer Marten Toonder gelijk had met zijn waarschuwing tegen de democratie als dictatuur van de meerderheid!

zaterdag 16 juli 2016

152. Brexit & Nexit: hoe betrouwbaar is opinie-onderzoek?

Op donderdag 23 juni 2016, de dag van het Brexit-referendum, gingen velen naar bed met de verwachting dat de meeste Britten het vertrek uit de EU hadden afgewezen. Op de dag erna bleek dat de meeste opinie-peilingen er naast zaten. Wat hebben deze onderzoekers fout gedaan? Diezelfde dag beweerden EU-tegenstanders op grond van een peiling dat ook de meeste Nederlanders uit de EU willen stappen. Klopt dat wel? En wat kunnen we leren van de ervaringen met onderzoek onder homo/lesbische minderheden wereldwijd?

De onvoorspelbaarheid van kiezersgedrag
Voor sociaal-wetenschappelijke onderzoekers wordt het steeds moeilijker om kiezersgedrag te voorspellen. Vergeleken met vroeger zijn kiezers steeds wispelturiger geworden. Bij het Brexit-referendum bleek dat vooral jongere tegenstanders niet waren gaan stemmen en dat vooral oudere voorstanders die nooit gingen stemmen dat nu ineens wel deden.

In blogbericht 149 liet ik zien dat veel Schotten en Noord-Ieren om strategische redenen thuis bleven of vóór stemden terwijl zij eigenlijk tegen waren. Bovendien maken heel veel onderzoekers gebruik van internetpeilingen en dat leidt weer tot oververtegenwoordiging van jongere tegenstemmers en tot ondervertegenwoordiging van oudere voorstemmers. Als hun opkomstgedrag dan ook nog eens anders is dan gebruikelijk bij verkiezingen dan zit je er als onderzoeker snel naast.

Onderzoek onder homo/lesbische minderheden
Zelf was ik vanaf de jaren zeventig betrokken bij veel homostudies-onderzoek. Daardoor weet ik dat onderzoek onder homo/lesbische minderheden wereldwijd heel erg moeilijk is. Velen zijn niet bereid om mee te werken aan onderzoek dat persoonlijk en sociaal gevoelig ligt. Daardoor is het vrijwel onmogelijk om vast te stellen hoe groot het aantal mensen is dat zich (ook) aangetrokken voelt tot mensen van het eigen geslacht. Zelf ga ik er daarom van uit dat het ergens tussen de 5% en 10% ligt. Dat is een onzekerheidsmarge die te groot is als je de uitslag wilt voorspellen van een referendum waarbij de maatschappij in min of meer gelijke delen is opgesplitst.

Bij homostudies is dat opgelost door niet zozeer te kijken naar getallen maar meer naar gevoelens, ervaringen, gedragingen en opvattingen. Over de maatschappij als geheel hebben we al veel getallenkennis dankzij instellingen als het CBS en het SCP. Door met tegengestelde doelgroepen diepgaande gesprekken te voeren, kom je als onderzoekers meer te weten. Denk aan laag- en hoogopgeleiden, ouderen en jongeren, armen en rijken, godsdienstigen en ongodsdienstigen, grote gezinnen en alleenstaanden, hetero's en homo's, blanken en zwarten, enzovoorts. Die gegevens kun je dan weer koppelen aan statistieken die uit getalsonderzoeken bekend zijn. Dat is betrouwbaarder dan weer het zoveelste internetonderzoekje snel uit te voeren.

Is een meerderheid in Nederland voor een Nexit?
Op de dag na het Brexit-referendum ging in heel veel media het sprookje rond dat ook in Nederland een meerderheid voor uittreding uit de EU zou zijn. Bij nadere beschouwing blijkt daar niets van te kloppen. In mijn vorige blogbericht heb ik al gesteld dat media niet klakkeloos dergelijke sprookjes moeten doorvertellen maar aan feiten moeten toetsen. Dan was meteen duidelijk geworden waarom het niet klopt. Het was gebaseerd op slechts één internetpeiling van Een Vandaag. Daaruit bleek dat van de ondervraagden maar 48% voor uittreding was, 7% twijfelde en 45% tegen was. Dat is dus geen meerderheid vóór want dat is nog altijd de helft plus één of meer.

In blogbericht 139, Referendum? Schijnvertoning!, over het Nederlandse Oekraïne-referendum heb ik berekend dat een zeer kleine minderheid van slechts 20% van de stemgerechtigden het doet voorkomen alsof zij een meerderheid van de Nederlanders vertegenwoordigen. Ook hier trappen veel media in deze valkuil door deze leugen als een willoos doorgeefluik verder te vertellen.

Ik heb de belangrijkste peilingen uit de periode vóór Brexit nog even nagelopen en daaruit blijkt dat in al die peilingen er geen meerderheid voor uittreding is. Peil.nl vond 43% voor, 11% twijfel en 46% tegen. Ipsos vond 34% voor en 66% tegen. TNS/NIPO vond 35% voor, 15% twijfel en 51% tegen. En I&O vond 22% voor, 11% twijfel en 67% tegen. Zulke gigantische verschillen wijzen er al op dat deze peilingen niet betrouwbaar zijn. Deels komt dat omdat sommige peilers gebruik maken van internetters die zich voor opiniepeilingen aanmelden waardoor dergelijk 'onderzoek' open staat voor manipulatie door anti-EU-activisten.

Hoe dan wel?
Media zouden niet ieder onderzoekje voor zoete koek moeten slikken maar eerst even moeten nagaan of de resultaten wel kloppen. Opiniepeilers zouden kwalitatief sterker onderzoek moeten doen en misbruik door activisten trachten te voorkomen. Lezers en ondervraagden zouden beter ingelicht moeten worden over de context waarbinnen een onderzoek plaats vindt. Zo kan een Nexit-referendum in Nederland juridisch helemaal niet omdat daarvoor een parlementair besluit moet zijn genomen. In een sterk polariserende samenleving is niemand gebaat bij feitenvrije stemmingmakerij!




Naschrift. Dit blogbericht past in de serie Mediakritiek. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, nummer 52 over Het monster Trotteldrom en nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning! (de snelste stijger in deze groep). Het nieuwste bericht is nummer 151: Feiten zijn niet "ook maar een mening"!


Op 20 juli 2016 ontving ik een bericht van Yahoo UK News: "Many Dutch voters share his eurosceptic views and, if he is elected Prime Minister next year (he’s currently ahead in the polls), a referendum could follow – but it would require huge legal changes." Weer een klassiek voorbeeld van Britse volksverlakkerij. In Nederland wordt geen minister-president verkozen. In de peilingen komt de PVV niet verder dan een kwart of een derde. Dat laat voldoende Kamerzetels over om een coalitie te vormen waarin de PVV niet zit en ruim voldoende om een grondwetswijziging tegen te houden die voor een referendum over Nexit nodig zal zijn. Wie corrigeert deze Britse onzin?






zaterdag 9 juli 2016

151. Feiten zijn niet "ook maar een mening"!

In mijn blogberichten over het Nederlandse Oekraïne-referendum, de Brexit en de Nexit (Nederland uit de EU) schreef ik dat dit soort referenda een bedreiging van de democratie vormen. Zij wekken de indruk dat democratie de dictatuur van de meerderheid is. Terwijl de democratische rechtsorde gebaseerd is op het beginsel dat mensen zelf zin en vorm mogen geven aan hun eigen leven zolang zij het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantasten. Hoe komt het dat veel mensen zich zo laten manipuleren dat zij tegen hun eigen belangen in stemmen? Welke rol spelen sommige media daarbij? En wat kunnen wij leren van de ervaringen van homo/lesbische emancipatiebewegingen wereldwijd?

Homoseksualiteit als toetssteen
Eeuwenlang werden homo/lesbische minderheden wereldwijd vervolgd. Zij waren net als heksen en Joden de zwarte schapen van hun tijd. Alles wat er fout ging, was hun schuld. Daar kwam in Nederland pas verandering in dankzij de Verlichting toen na de Franse en de Bataafse Revolutie in 1811 de strafbaarstelling van homoseksualiteit werd opgeheven. De 'zondebokken' gingen zich vanaf 1911 organiseren en wisten dankzij de invoering van de mensenrechten na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk aan samen met bondgenoten en sleutelfiguren in tientallen landen gelijkberechtiging tot stand te brengen.

De godsdienstige benadering van homoseksualiteit werd steeds meer vervangen door een wetenschappelijke. Daaruit bleek dat niet homoseksualiteit het probleem was maar de maatschappelijke veroordeling ervan. Eeuwenlang heersende vooroordelen werden zo doorbroken. De homo/lesbische emancipatie ging gelijk op met de vrouwenemancipatie. Zelf heb ik in de jaren zestig tot en met negentig gemerkt hoe moeizaam de strijd tegen die eeuwenoude vooroordelen was. Een dieptepunt was de anti-homo-hetze die in 1996 ontstond naar aanleiding van de Dutroux-affaire. Een Belgische heteroman verkrachte en vermoorde meisjes en vervolgens werd de enige op seksuele zelfbeschikking gerichte homo/lesbische boekhandel in Nederland met sluiting bedreigd door een hetze van een aantal Nederlandse media. Omdat het een "pedo-netwerk" zou zijn. Was er toen een referendum geweest dan was de kans groot geweest dat weer door stemmingmakerij en volksverlakkerij het zoveelste homo/lesbische zwarte schaap naar de slachtbank was geleid. Gelukkig bewezen de feiten het tegendeel.

Referendumhetze
Aan die mediahetze moest ik denken toen ik de Britse media volgde in de aanloop naar de Brexit. Er werd naar hartenlust gelogen en bedrogen met een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Er was nauwelijks sprake van een feitelijke toetsing van wat er allemaal beweerd werd. Dieptepunten waren het gelijk stellen van de EU met Hitler en de affiche die de indruk wekte dat Brexit een einde zou maken aan de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten. De vrijheid van meningsuiting werd op grote schaal misbruikt door aan te zetten tot discriminatie, haat en geweld. Dat leidde tot een campagne vol desinformatie die wij maar al te goed kennen uit Rusland en Turkije.

Steven de Winter wijst er terecht op dat media de verantwoordelijkheid hebben om feitelijke onjuistheden en ongefundeerde verdachtmakingen te signaleren. Wordt dat nagelaten dan kunnen mediahetzes er toe leiden dat ongeremde vreemdelingenhaat gelegitimeerd lijkt ("we decided to kick you out!") en dat mensenrechten niet meer bestaan als een gemanipuleerde meerderheid dat vindt ("we want our country back!").

Feiten zijn niet "ook maar een mening"!
Veel serieuze media streven naar objectiviteit door tegengestelde meningen te publiceren. Maar zij vergeten dan dat feiten niet "ook maar een mening" zijn. Professionele media moeten beseffen dat de vrijheid van meningsuiting ook verantwoordelijkheid inhoudt. En dan heb ik het niet alleen over het tegengaan van aanzetten tot discriminatie, haat en geweld. Feitelijke onjuistheden moeten worden gecorrigeerd. Onjuiste verdachtmakingen moeten worden ontmaskerd. Serieuze media horen niet een willoos doorgeefluik te zijn van hetzes en volksverlakkerij. Zo maken de meeste media nog de fout om te schrijven dat de meerderheid in Nederland tegen het associatieverdrag met Oekraïne zou zijn en dat de meeste Turken in Nederland voor Erdogan zouden zijn, terwijl ik aantoon dat het in beide gevallen om een minderheid gaat.

HET volk bestaat niet!
Vaak heerst het misverstand dat democratie betekent dat alle politici en media willoze werktuigen van "HET volk" zouden moeten zijn terwijl ik heb aangetoond dat dit helemaal niet bestaat. Meestal gaat het om een kleine groep van de grootste schreeuwers. Bij de ontmaskering van die groep volksverlakkers heeft sociaal-wetenschappelijk onderzoek een belangrijke rol te vervullen. Ook daar gaat veel fout. Zo beweerden Brexit-aanhangers ten onrechte dat een meerderheid in Nederland voor een Nexit zou zijn. In mijn volgende blogbericht ontmasker ik deze zoveelste leugen uit die hoek!




Naschrift. Dit blogbericht past in de serie Mediakritiek. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, nummer 52 over Het monster Trotteldrom en de nieuwkomer nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning! (de snelste stijger in deze groep).




zaterdag 2 juli 2016

150. Nexit? Fryslânexit!

In de blogberichten 139 over het Oekraïne-referendum en 149 over een Brexit heb ik al aangetoond dat een referendum makkelijk gekaapt en gemanipuleerd kan worden. In dit blogbericht leg ik uit dat een referendum helemaal niet het toppunt van democratie is: integendeel! Het referendum lijkt democratisch maar is in werkelijkheid een bedreiging voor de democratie. Dat is met name het geval voor homo/lesbische en andere, grotere en kleinere, minderheden wereldwijd.

Nexit: Nederland uit de Europese Unie en een Fryslânexit?
Na het Brexit-referendum is het Verenigd Koninkrijk in grote problemen terecht gekomen. Zoals ik eerder in blogbericht 140 (Brexit? Schotland exit!) voorspelde, wil Schotland in de EU blijven en uit het Verenigd Koninkrijk stappen. Uit de uitslagen van het referendum blijkt dat de Britse bevolking tot op het bot verdeeld is, tussen jong en oud, tussen hoger en lager opgeleiden, en tussen Engelsen enerzijds en Schotten en de meeste Noord-Ieren anderzijds. Brexit blijkt een gevaarlijke splijtzwam die eerder het Verenigd Koninkrijk dan de EU bedreigt. Bovendien blijken de voorstanders van Brexit zeer verdeeld over de vraag hoe het dan wel moet.

Wie deze puinhoop overziet, vraagt zich wel af hoe een verstandig mens kan bepleiten dat Nederland dit slechte voorbeeld moet gaan volgen. Willen zij een Nexit? Zo is men in Friesland dankzij het EU-beleid ter ondersteuning van minderheden zeer voor de EU. Wil men dat Friesland het voorbeeld van Schotland gaat volgen? Een Fryslânexit? Wie de door de Nederlandse overheid bedreigde positie van Omrop Fryslân beziet, begrijpt heel goed dat zo maar de vlam in de pan kan vliegen.

Een referendum holt de democratie uit 
De ervaringen met referenda hebben laten zien dat de voorstanders democratie opvatten als de dictatuur van de meerderheid. Het recht van individuen en zelfgekozen minderheden wordt bedreigd om zin en vorm te geven aan het leven zonder het zelfbeschikkingsrecht van anderen aan te tasten. Mag een meerderheid beslissen dat Friezen geen Fries meer mogen spreken, humanisten in goden moeten gaan geloven, en mannen niet met mannen of vrouwen niet met vrouwen mogen trouwen?  Dictaturen van meerderheden walsen met vreselijke gevolgen over minderheden heen, zoals we in Turkije en Rusland kunnen zien.

Terecht wordt er op gewezen dat een Nexit een economische ramp zou zijn voor een land dat leeft van de wereldhandel. Maar tegenstanders van een Nexit zouden ook wat meer aandacht mogen besteden aan de ethische gevaren van referenda. Aan het tegen elkaar opzetten van ouderen en jongeren, van armen en rijken, van hoger en lager opgeleiden, van homo's en hetero's, van Randstedelingen en Friezen, om nog maar te zwijgen van het aanwakkeren van vreemdelingenhaat zoals Brexit in Engeland heeft gedaan.

Juist in een land waar de meeste mensen onder de zeespiegel leven, zou men verwachten dat men beseft dat polderen de enige manier van overleven is. Wie in zo'n land aanzet tot haat tussen meerder- en minderheden ondergraaft letterlijk het bestaan van een van de gelukkigste landen ter wereld. Hoe blind moet je zijn om in strijd met het welbegrepen eigenbelang te handelen? Welke kwalijke rol spelen sommige (a)sociale media daarbij? Daarover gaat mijn volgende blogbericht!




Naschrift. Dit blogbericht past in mijn serie van blogberichten over Friesland. Het best bekeken blogbericht over Friesland is nummer 33 over de Friese taalvrede. Binnen deze groep zijn ook de blogberichten 9 over Vlaanderen & Friesland, nummer 21 over It wrede paradys, nummer 81 over de Fryske taalfrede, nummer 114 over Identiteit als keuze en nummer 109 over Fryske taalfrede op 'e nij bedrige veel bekeken. De Fryske webside It Nijs.frl besteedde aandacht aan mijn blog, onder andere door in het Fries vertaalde blogberichten te plaatsen: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts, Fryslân yn myn tinzen en Nexit? Fryslânexit!

De Fryske Nasjonale Partij wil dat er een onderzoek gedaan wordt naar het belang van de EU voor Friesland.  

zaterdag 25 juni 2016

149. Brexit? Referendum exit!

In blogbericht 140 schreef ik: Brexit? Schotland exit! Inmiddels is duidelijk geworden dat een kleine Britse meerderheid heeft gestemd voor uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. De opkomst in Schotland en Noord-Ierland (overwegend voorstanders van de EU) was uiterst laag. Als die opkomst hoog was geweest dan was Groot-Brittannië waarschijnlijk in de EU gebleven. Anders gezegd: veel Schotten en Noord-Ieren hebben om strategische redenen niet gestemd om zo alsnog uit het Verenigd Koninkrijk te kunnen stappen. Brexit lijkt op het eerste gezicht een overwinning voor de Engelse nationalisten maar zal mogelijk eindigen in hun nederlaag. Wat leert ons dit over het nut en onnut van het referendum? En wat zijn de gevolgen voor de homo/lesbische en humanistische Britten?

Waarom is het referendum een ongericht projectiel?
In blogbericht 139 schreef ik: Referendum? Schijnvertoning! Door strategisch thuis te blijven, hoopten Nederlandse voorstanders van het associatieverdrag van de EU met Oekraïne de opkomst onder de 30% te houden waardoor het referendum ongeldig zou worden. Dat lukte net niet. Daardoor ontstond de toestand dat een kleine groep van 20% tegenstanders geholpen door een nog kleinere groep van 10% voorstanders die wel gingen stemmen de rest van de bevolking kon gijzelen als ware zij een meerderheid. Nu het strategisch wegblijven van de stembus ook in Groot-Brittannië is toegepast, roept dat de vraag op hoe betrouwbaar een referendum is als het niet de werkelijke verhoudingen weergeeft.

Daar komt bij dat een referendum gekaapt kan worden waardoor de stemming niet meer gaat over het onderwerp waarover het lijkt te gaan. Eerdere referenda in Nederland over de Europese grondwet en het associatieverdrag met Oekraïne werden verkapte stemmingen voor of tegen de EU. En verkapte stemmingen voor of tegen de zittende Nederlandse regering. Dit Britse referendum werd gekaapt door tegenstanders van migratie. Dieptepunt was de affiche met een stroom vluchtelingen uit het Midden-Oosten terwijl het verlaten van de EU daar niets aan zal veranderen want Groot-Brittannië hoort nu al niet tot het Schengen-gebied en die stromen vluchtelingen zullen niet minder worden als de Britten uit de EU verdwijnen. Het was dus misbruik of zelfs aanwakkeren van vreemdelingenhaat.

Britse tegenstanders van de EU verklaarden deze stemming tot een onafhankelijkheidsdag van Groot-Brittannië. De ironie van de geschiedenis is dat deze uitslag na het vertrek van Schotland en (delen van) Noord-Ierland wel eens het einde van een Groot- en het begin van een Klein-Brittannië kan gaan worden. Zij verwezen herhaaldelijk naar Noorwegen en Zwitserland die dankzij hun associaties met de EU wel de voordelen en niet de nadelen van een EU-lidmaatschap zouden hebben. Maar zij vergaten er bij te vertellen dat Noorwegen en Zwitserland nu EU-beslissingen moeten volgen waarover zij helemaal niet hebben kunnen meebeslissen. Het vertrek uit de EU betekent dus niet meer maar minder Britse macht. Dat was dus weer een voorbeeld van volksverlakkerij.

Gevolgen voor homo/lesbische en humanistische Britten
Britse tegenstanders van de EU riepen ook regelmatig dat zij af willen van uitspraken van Europese rechters. Wat de homo/lesbische en andere mensenrechten betreft is dat ook onkunde of volksverlakkerij want de mensenrechtenverdragen zijn geen aangelegenheid van de EU maar van de Raad van Europa. Het vertrek van de Britse Europarlementariërs is wel een aderlating voor de homo/lesbische en humanistische bewegingen in de EU omdat die vaak op de steun van uitstekende Britse Europarlementariërs konden rekenen.

Homo/lesbische en humanistische Britten hebben buiten de EU wel meer te lijden van de Britse gewoonte om democratie op te vatten als de dictatuur van de meerderheid: 'the winner takes all'. Door het Angelsaksische districtenstelsel kan dat er toe leiden dat verspreid wonende minderheden worden achtergesteld. De EU waakt juist over de rechten van minderheden. Wonend in Friesland kan ik daar over meepraten. Zelfs in het veel verdraagzamer Nederland (vergeleken met Engeland) worden de rechten van minderheden wel eens verwaarloosd. Nog een reden om waakzaam te zijn tegen de neiging om een zwart/wit-referendum als het toppunt van democratie te zien: het versterkt de polarisatie en de neiging om democratie als dictatuur van een meerderheid op te vatten. Het grote voordeel van een parlementaire democratie is dat men al polderend tot een compromis komt dat meer recht doet aan zoveel mogelijk mensen om zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven zolang men de mensenrechten van anderen respecteert. Samenvattend: Brexit is voor homo/lesbisch en humanistische Britten geen feestdag!


Zie voor het vervolg: Nexit? Fryslânexit!


Naschrift: The Guardian plaatst op 25 juni 2016 een artikel over een dorp in Wales waarin de EU op grote schaal geïnvesteerd heeft en dat desondanks voor Brexit heeft gestemd omdat men niet naar de feiten heeft gekeken maar men zich bang heeft laten maken door de 'factfree' spookverhalen de meeste Britse media.

zaterdag 18 juni 2016

148. Homo/lesbische vooruitgang (3)

Op 12 juni 2016 vond de grootste aanslag ooit plaats op een homo/lesbische bijeenkomst. Bij het bloedbad in Orlando in Florida (VS) werden van de ongeveer 300 homo/lesbische bezoekers zeker 49 gedood en 53 gewond, waarvan enkele zeer ernstig. De schutter, Omar Mateen, was een 29-jarige Amerikaan van Afghaanse afkomst die kennelijk worstelde om zijn homoseksualiteit te doen overeenstemmen met zijn islamitische achtergrond. Zijn vrouw wist naar eigen zeggen van zijn plannen en was er bij aanwezig toen hij het wapen kocht maar ging niet naar de politie. Wereldwijd werd deze aanslag afgekeurd en in vele tientallen steden vonden herdenkingen plaats. De International Humanist and Ethical Union veroordeelde de aanslag en riep op om wereldwijd de homohaat aan te pakken. Zoals ik eerder schreef in mijn blog is homoseksualiteit in zo'n zeventig landen strafbaar waarvan in negen islamitische landen met de doodstraf. Waarom plaats ik dit rampzalige bericht toch in mijn serie over homo/lesbische vooruitgang? Omdat de geschiedenis leert dat de homo/lesbische beweging hier onder bepaalde voorwaarden sterker uit kan komen.

Strafbaarstelling leidde tot oudste nog bestaande homo/lesbische beweging
In 1811 werd met dank aan de Franse en de Bataafse Revolutie de doodstraf op homoseks afgeschaft in de Nederlandse gewesten. In 1911 zorgde een meerderheid van christelijke partijen er voor dat homoseks weer strafbaar werd in Nederland tussen meerderjarigen (21 en ouder) en minderjarigen: artikel 248-bis WvS. Dat was voor jonkheer Jacob Schorer (1866-1957) aanleiding om het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee op te richten. Het was het begin van de wereldwijd oudste nog bestaande homo/lesbische beweging.

Zoals ik beschreef in de blogberichten nummer 32 over Mijn eerste vriendje en nummer 37 over de Rampenzomer 1967 was artikel 248-bis bijna de nekslag geworden van mijn leven. Na mijn 21ste verjaardag zou ik voor het anderhalf jaar durende leeftijdsverschil met hem strafbaar zijn geweest met alle ernstige gevolgen van dien. Nu kwam er een afgedwongen einde aan onze relatie. Dit persoonlijk drama was voor mij een doorslaggevende reden om actief te worden in de homo/lesbische beweging. In 1971 werd dankzij die beweging het discriminerende artikel 248-bis afgeschaft, mede omdat de christelijke partijen toen geen meerderheid meer hadden in de volksvertegenwoordiging.

Homovervolging WO II stimuleerde homo/lesbische zelforganisatie
De homovervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog betekende het einde van het NWHK maar het begin van de voortzetting ervan in het COC. De man die deze twee organisaties verbond, was de verzetsstrijder Jaap van Leeuwen (1892-1978). Waar het NWHK zich beperkte tot het benaderen van sleutelfiguren en bondgenoten, voegde het COC daar de homo/lesbische zelforganisatie aan toe. Dit leidde niet alleen tot de afschaffing van artikel 248-bis maar ook tot steeds grotere gelijke behandeling, onder andere in de Grondwet van 1983, waaraan ik ook heb mogen bijdragen. Zie mijn blogbericht 105 over Homo/lesbische politiek.

Strijd tegen aids maakte een einde aan homoseksualiteit als ziekte
In diezelfde tijd dreigde een levensbedreigende ziekte een einde te maken aan de bereikte emancipatie. In blogbericht 115 beschrijf ik hoe de strijd tegen aids er toe leidde dat de
Wereldgezondheidsorganisatie WHO homoseksualiteit schrapte van de ziektelijst. Omdat de aidspreventie alleen goed kon werken als zoveel mogelijk mannen die seks hebben met mannen meewerken. En omdat homoseksualiteit geen ziekte is. Niet homoseksualiteit is het probleem maar de maatschappelijke veroordeling ervan.

Nabestaanden van slachtoffers aids versnelden openstelling huwelijk
In de jaren tachtig heb ik vele vrienden verloren die aan aids overleden. Dat leidde soms tot extra ellende omdat homovijandige families van de overledenen alsnog wraak wilden nemen op hun levenspartners door hen uit ziekenhuizen en van begrafenissen te weren. Ook was het erfrecht van mannenparen niet geregeld. Bij velen in de homo/lesbische beweging groeide het besef dat huwelijksgelijkberechtiging noodzakelijk was om de rechten van beide partners te beschermen.

De wereldwijde beweging tot openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht is zeer succesvol. Die beweging begon in Nederland (2001) en ging door in België (2003), Spanje (2005), Zuid-Afrika (2006), Noorwegen (2009), Zweden (2009), Portugal (2010), IJsland (2010), Argentinië (2010), Denemarken (2012), Brazilië (2013), Frankrijk (2013), Uruguay (2013), Nieuw-Zeeland (2013), Engeland (2014), Wales (2014), Schotland (2014), Luxemburg (2015), Verenigde Staten (2015), Ierland (2015), Colombia (2016) en Finland (2017). Wat kunnen wij hier van leren?

Tegenwind kan je vooruit doen gaan
Zeilers weten dat je met tegenwind snel vooruit kunt komen dankzij een handig gebruik ervan. Hierboven gaf ik een paar voorbeelden hoe de homo/lesbische beweging tegenwind wist om te zetten in vooruitgang. In een volgend blogbericht zal ik uiteenzetten aan welke voorwaarden voldaan moet worden om dat tot stand te brengen. In ieder geval is het wel duidelijk dat het drama in Orlando er niet toe hoeft te leiden dat de homo/lesbische minderheid weer de kast in duikt!


Naschrift. Op 15 juni 2016 werd bekend dat Nederland en Uruguay een wereldwijde LHBTI-conferentie organiseren van 13 tot 15 juli 2016 in Montevideo.  Op 16 juni 2016 besloot de Europese Unie meer aandacht te besteden aan het bestrijden van discriminatie van lhbt. Op 17 juni 2016 verspreidt de Huffington Post een leuk filmpje over elkaar zoenende mannen voor mensen die daar moeite mee hebben. Op 19 juni 2016 bezochten 50.000 mensen een herdenking in Orlando van de slachtoffers. Op 22 juni 2016 schrijft PvdA Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch in het dagblad Trouw dat islamieten homo's juist moeten beschermen in plaats van hen aan te vallen. Op 23 juni zetten de Democraten in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een zitdemonstratie voort tegen de weigering van de Republikeinen om te stemmen over een wapenbeperking. Op 26 juni loopt de Amerikaanse presidentskandidaat Hillary Clinton mee in de Gay Parade in New York. Op 27 juni 2016 komt naar buiten dat de paus vindt dat homo's excuses verdienen van christenen en kerk: homo's moeten met respect behandeld worden. Op 31 juni 2016 blokkeert een Amerikaanse rechter een antihomowet in de staat Mississippi die godsdienstigen wilde toestaan om op grond van homoseksualiteit te discrimineren. Op 1 juli 2016 wordt op Puerto Rica een monument onthuld ter nagedachtenis aan de 49 slachtoffers van de aanslag in Orlando, waarvan 23 van Puerto Ricaanse afkomst waren. Het internetmagazine De Correspondent kleurt in juli roze. Op 9 juli 2016 vertelt televisiepresentator Peter van der Vorst in de Leeuwarder Courant hoe hij door homohaters werd aangevallen toen hij aandacht had besteed in RTL Late Night aan de aanslag in Orlando; hij werd daar juist weerbaarder van: "Je moet je stem laten horen". Op 12 juli 2016, een maand na de aanslag in Orlando, willen de Republikeinen in het Amerikaanse Congres godsdienstige vormen van discriminatie op grond van homoseksualiteit wettelijk mogelijk blijven maken.

vrijdag 10 juni 2016

147. Homo/lesbische vooruitgang (2)

ILGA Europe publiceerde onlangs Rainbow Europe: een overzicht van LGBTI-discriminatie in Europa. Nederland zakte daarin van de zevende naar de elfde plaats, achter Kroatië. En Malta eindigde op de eerste plaats. Toen dacht ik meteen: dat kan niet kloppen! Wat is er mogelijk fout gegaan in dat onderzoek?

Onderzoeksmethode deugt niet
Ik behoor tot de eersten die onderzoek hebben gedaan naar de juridische en sociale positie van homo/lesbische minderheden in alle landen van de wereld. Zie: World Survey on the Social and Legal Position of Gays and Lesbians; in: The Third Pink Book; Buffalo NY, 1993; 247-342. Ik heb er als socioloog toen bewust voor gekozen om niet alleen te kijken naar de juridische aspecten. Want een wetgeving mag nog zo mooi zijn (neem bijvoorbeeld Zuid-Afrika), de sociale positie kan zwaar tegenvallen. De eerste fout van dit ILGA Europe onderzoek is dat men zich tot de wetgeving heeft beperkt.

De tweede fout is dat homoseksualiteit op één grote hoop is gegooid met transgender en interseksualiteit. Ik begrijp heel goed dat om strategische redenen op deze gebieden wordt samengewerkt. Maar dat betekent nog niet dat het feitelijk hetzelfde is. Zo komt het in islamitische landen voor dat de doodstraf staat op homoseksualiteit maar dat transgender en interseksualiteit worden gedoogd. In de onderzoeksmethode die ILGA Europe heeft gebruikt, zou dat er toe leiden dat landen met de doodstraf op homoseksualiteit in die gevallen beter kunnen uitkomen dan landen die geen doodstraf hierop kennen. Deze werkwijze is dus geen betrouwbare methode om de houding jegens homoseksualiteit te meten.

De derde fout is dat ILGA Europe met een puntensysteem werkt dat een grote exactheid suggereert (met twee cijfers achter de komma!) terwijl deze cijfers boterzacht zijn. De maatschappelijke werkelijkheid is veel ingewikkelder dan de juridische. En zelfs die is minder eenduidig dan die lijkt. Zo wordt bijvoorbeeld in de Nederlandse grondwet het woord homoseksualiteit niet genoemd maar blijkt uit de wetgeving overduidelijk dat die er wel onder valt. En bovendien hoort Nederland tot de weinige landen waarin rechters niet aan de grondwet mogen toetsen maar wel aan de uitwerking daarvan in de wet gelijke behandeling, waarin homoseksualiteit wel genoemd wordt.

Malta, Kroatië en Nederland
De gekozen onderzoeksmethode leidt tot onwerkelijke gevolgtrekkingen. Zo eindigt Malta op de eerste plaats met 87,75% (!) terwijl uit Europees onderzoek uit 2006 nog bleek dat Malta tot de slechtst scorende landen behoorde. Zo was slechts 18% voor openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht, slechts 7% voor adoptie door paren van gelijk geslacht en slechts 32% zei homo/lesbische vrienden of kennissen te hebben. Men maakt mij niet wijs dat die homonegativiteit in tien jaar tijd is omgeslagen in een positieve houding ten aanzien van homoseksualiteit die de hoofdprijs verdient. Hetzelfde geldt voor Kroatië dat als tiende eindigt met respectievelijk de schamele cijfers van 17%, 9% en 9%. Nederland dat als elfde eindigde scoorde het beste met respectievelijk 82%, 69% en 68%. Nederland scoorde in dat Europese onderzoek op alle punten het beste. Ik noem als voorbeelden: "Homoseksuele mannen en lesbische vrouwen moeten vrij zijn om hun leven te leiden zoals zij dat willen", "Een seksuele relatie tussen twee personen van hetzelfde geslacht is helemaal niet verkeerd",  "Het homohuwelijk zou toegestaan moeten worden" en "De adoptie van kinderen door homoseksuele stellen moet geaccepteerd worden". ILGA Europe straft de beste jongetjes en meisjes van de klas met een elfde plaats!

Openstelling huwelijk als toetssteen
Maar zelfs al zou je je beperken tot de juridische werkelijkheid dan klopt het onderzoek nog niet. Neem als voorbeeld de openstelling van het huwelijk van paren van gelijk geslacht. Dat is toch een goede toetssteen om discriminatie te meten. Ik noem hieronder de jaartallen en Europese landen waar het huwelijk is opengesteld met daarachter de ranking van ILGA Europe. Dat leidt tot opvallende verschillen: (!). 2001 Nederland (11!), 2003 België (2), 2005 Spanje (5), 2009 Noorwegen (8), 2009 Zweden (12!), 2010 Portugal (6), 2010 IJsland (14!), 2012 Denemarken (4), 2013 Frankrijk (9), 2015 Luxemburg (19!) en 2015 Ierland (17!). En nog het meest opmerkelijke: het als eerste eindigende land Malta heeft het huwelijk nog helemaal niet opengesteld! Er is wel een geregistreerd partnerschap maar een bewijs van best gedrag is dat toch niet waard. Luxemburg eindigde als negentiende. Dat is lager dan vier landen die het huwelijk nog niet opengesteld hebben: Kroatië (10!), Oostenrijk (13), het zeer homovijandige Griekenland (15!) en Hongarije (18) eindigen boven het homovriendelijke Luxemburg. ILGA Europe zou zich voor dit onderzoek moeten schamen!


Naschrift: zie voor het vervolg Homo/lesbische vooruitgang (3).