zaterdag 30 april 2016

141. Humanistisch Verbond & verhullende statistieken

Dit weekeinde lever ik mijn tekst in voor mijn boek met homoseksuele en humanistische levensherinneringen. Dit zijn dus spannende dagen voor mij! In blogbericht 137 plaatste ik als voorpublicatie al de inleiding van mijn boek. Hieronder een bewerking van een eerdere voorpublicatie die heel veel gelezen is in Rusland en Oekraïne. Vermoedelijk omdat het laat zien hoe sommige kerken proberen hun aanhang veel groter voor te stellen dan die in werkelijkheid is. In de komende anderhalve maand kan er nog wat aan de teksten worden veranderd. Op 15 juni gaat de uiteindelijke tekst naar de uitgever en als alles goed gaat dan verschijnt het boek dit najaar.

Verhullende statistieken
In het dagblad Trouw van 11 oktober 2014 schreef Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, een behartigenswaardig artikel onder de titel "Religieuze kaart CBS deugt niet". Hieronder enkele aanhalingen.

"Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde recent de 'religieuze kaart van Nederland'. Dit onderzoek hapert op veel punten". Hij noemt het feit dat alle, onderling zeer verschillende, islamieten op één hoop worden gegooid terwijl dat bij de christenen niet gebeurt. 

"Nog onzorgvuldiger wordt omgesprongen met niet-religieuze Nederlanders. Net als eerder bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, worden zij als een amorfe groep behandeld: 47 procent van de Nederlanders! (...) Ook in andere landen wordt de groep niet-gelovigen groter en diverser: na het christendom en de islam zijn de 'ongebonden' wereldburgers de op twee na grootste levensbeschouwelijke groep in de wereld, nipt voor het hindoeïsme. (...) Humanisten en atheïsten hebben herhaaldelijk gevraagd naar een modernisering van de levensbeschouwelijke categorieën. Tevergeefs. Voor een goed begrip van onze samenleving moeten we de werkelijkheid als uitgangspunt nemen. Als de helft van de Nederlandse levensvisies stelselmatig wordt overgeslagen, levert dat scheve onderzoeks-resultaten op. Het wordt tijd de 50 procent 'niet-gelovigen' een gezicht te geven."

Als toenmalig voorzitter van het Humanistisch Verbond (1977-1987) heb ik er inderdaad herhaaldelijk op aangedrongen dat er een einde komt aan de verhullende statistieken van onder andere CBS en SCP. Hieronder geef ik enkele voorbeelden die terug te vinden zijn in het boek van Bert Gasenbeek en Floris van den BergRob Tielman, een begeesterd humanist (Breda 2010). De nummers van de bladzijden verwijzen naar dit boek.

Humanisme genegeerd
In 1983 schreef ik samen met Joos Sinke in het humanistisch wetenschappelijk tijdschrift Rekenschap: "Eén van de ernstigste verwijten die men Nederlandse sociale onderzoekers mag maken is, dat zij bijna stelselmatig het bestaan van het humanisme als geestelijke stroming genegeerd hebben. Een zeer kwalijk voorbeeld daarvan is Goddijn die het gepresteerd heeft om in een herhalingsonderzoek in 1979 het humanisme te 'vergeten', terwijl het eerste onderzoek al aangetoond had dat in 1969 9% van de mannen, en 5% van de vrouwen humanist waren. Men stelle zich eens voor dat een onderzoeker een geestelijke stroming met vergelijkbare omvang zoals de gereformeerden weggelaten zou hebben: een storm van kritiek zou losbarsten! Maar nu kwamen alleen protesten van humanistische zijde. 

Zoals Van Praag het heeft uitgedrukt: 'Wat daar tegen het humanisme aan onkunde, geborneerdheid en hooghartigheid wordt uitgespeeld grenst aan het ongelooflijke. Niet dat humanisten in de geestelijke begeleiding een claim leggen op wie dan ook; mondige mensen laten zich niet claimen en humanisten willen dat niet. Maar humanisten aanvaarden het ook niet dat christenen een monopolie van geestelijk leven opeisen, dat in de geestelijke werkelijkheid geen grondslag heeft.' " (Blz. 72).

Humanisme niet meer weg te denken   
In 1986 schreef ik in Rekenschap: "Kon in 1966 nog 7% tot de humanistische stroming gerekend worden, in 1978 was dat gestegen tot 14%, in 1983 tot 18% en in 1985 tot 23%. Als men bedenkt dat in 1982 de katholieke stroming 29%, de hervormde 16% en de gereformeerde 8% van de volwassen bevolking omvatte, dan zal het duidelijk zijn dat de humanistische stroming uit de Nederlandse samenleving niet meer weg te denken valt (hoewel veel sociale onderzoekers dat nog steeds trachten)." (Blz. 126).

Ontkerkelijking
In 1987 stelde ik in mijn oratie "Humanistische sociologie: een paradox als paradigma" (Utrecht 1987): "Onlangs gepubliceerd onderzoek naar ontkerkelijking en verzuiling maakt duidelijk hoezeer de officiële statistieken op dit gebied achterlopen bij de feitelijke maatschappelijke ontwikkelingen. 

Rekende in 1960 nog ongeveer 80% van de bevolking zich tot een kerkgenootschap, nu, in 1987, blijkt bijna de helft van de Nederlandse volwassenen buitenkerkelijk. De laatst-gehouden volkstelling (uit 1971) registreert 25% buitenkerkelijken: bijna de helft van wat er nu aan buitenkerkelijken blijkt te bestaan. In een aantal grote gemeenten blijken er twee tot drie keer meer buitenkerkelijken te wonen dan de gemeentelijke bevolkings-administraties hebben geregistreerd. Die registraties blijken veel meer de kerkelijke gezindte van de ouders bij de geboorte van hun kinderen weer te geven dan de huidige situatie onder de inmiddels volwassen geworden kinderen, waardoor deze registraties een generatie achterlopen. Mede omdat deze cijfers doorwerken in de verdeling van onderwijsvoorzieningen, blijken grote delen van ons land (vooral in het westen en zuiden) meer dan 20% ondervertegenwoordiging van het openbaar en algemeen bijzonder onderwijs te kennen." (Blz. 137).

Humanisme als hoofdstroming in Nederland
In 2008 schreef ik samen met Bert Gasenbeek in het tijdschrift Civis Mundi in het artikel "Humanisme: de hoofdstroming van Nederland": "Het klassieke misverstand in godsdienstsociologisch onderzoek is dat het kerklidmaatschap (meestal opgelegd door geboorte!) als richtinggevend model voor andere geestelijke stromingen wordt gehanteerd. Het is dus niet voldoende om een simpele vraag te stellen naar iemands godsdienst of kerklidmaatschap omdat dit niets zegt over de daadwerkelijke affiniteit met een geestelijke stroming. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds georganiseerde godsdienst en levensbeschouwing (beweging) en anderzijds achterliggende geestelijke opvattingen (stroming). 

Doet men een dergelijk onderzoek waarbij niet alleen met etiketten wordt gewerkt maar ook met achterliggende opvattingen en daadwerkelijk gedrag, dan blijkt dat 40% van de volwassen Nederlanders zich verwant voelt met het humanisme, dat 10 tot 15% gebruik maakt van humanistische voorzieningen en dat 13% het humanisme van doorslaggevend belang vindt voor de toekomstige ontwikkeling van de samenleving tegen 12% voor het protestantisme, 9% voor het katholicisme en 8% voor de islam." (Blz. 204). Daar komt nog bij dat het aantal islamieten in Nederland stelselmatig te hoog werd en wordt ingeschat: zie mijn blogbericht over Turkse troebelen. Er wonen in Nederland geen miljoen islamieten maar enkele honderdduizenden minder.

Verhullende statistieken
Dit gesjoemel met statistieken door godsdienstsociologen heeft er onder andere toe geleid dat twee derde van het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs godsdienstig is en maar een derde openbaar of vergelijkbaar pluriform onderwijs is, terwijl dat eerder andersom zou moeten zijn. Toch is maar de vraag of het verhullen van feiten gunstig is geweest voor de kerken. In de eerste plaats werden de grote kerken hierdoor lang in slaap gesust en toen de feitelijke ontkerkelijking niet meer te ontkennen viel, was het al te laat om de ontwikkeling te stuiten als dat al mogelijk was geweest.

In de tweede plaats heeft de oververtegenwoordiging van godsdienstig onderwijs een averechts gevolg gehad. Op 7 december 2012 schreef ik in blogbericht 23 over mijn onderwijsverleden: "Sociologen vragen zich wel eens af hoe het komt dat tweederde van de Nederlanders op katholieke of protestante scholen heeft gezeten terwijl in feite maar eenderde van de Nederlanders kerkelijk blijkt te zijn. Ik vermoed op grond van mijn eigen ervaring dat het godsdienstig onderwijs een weerstandswerver tegen godsdienst moet zijn geweest."

Ik ben het dus geheel met Boris van der Ham eens dat een einde moet komen aan de eenzijdige aandacht voor de godsdiensten en aan het verhullen van de niet-godsdienstige levensbeschouwingen!





Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die najaar 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding. 


zaterdag 23 april 2016

140. Brexit? Schotland Exit!

Het Verenigd Koninkrijk hoort tot de top tien landen waar mijn blog gelezen wordt. Ik heb mij in het verleden in mijn blog kritisch uitgelaten over Engeland. Bijvoorbeeld over de homovijandige invloed die Engeland in het verleden heeft gehad op grote delen van de wereld. Betekent dit dat ik er voorstander van ben dat de Britten de Europese Unie gaan verlaten: de Brexit?

Homovijandig verleden
Ik heb eerder in blogbericht 19 aandacht besteed aan het Britse homovijandige verleden. Hieronder geef ik dat in hoofdlijnen weer. Het kwam allemaal in de openbaarheid tijdens het proces in 1895 tegen Oscar Wilde. Door dat proces kreeg een Engelse uitdrukking voor homoseksualiteit bekendheid: "the love that dare not speak its name". In Groot Brittannië stond tot 1861 de doodstraf op seks tussen mannen en daarna bleef homoseks (ook tussen volwassenen) strafbaar tot 1967. In Nederland eindigden al deze straffen in 1811 met dank aan de Franse en Bataafse Revoluties.

In de toenmalige Britse wetgevingsdiscussie speelde het begrip sodomy een belangrijke rol. Het is een onterechte verwijzing naar het bijbelverhaal over Sodom en Gomorra want dat gaat niet over homoseksualiteit maar over schending van het gastrecht door verkrachting.  Zie mijn hoofdstuk: "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010). 

Homovijandige invloed wereldwijd
Ruim twintig jaar geleden heb ik onderzoek gedaan naar de sociale en juridische positie rond homoseksualiteit in alle landen ter wereld. Zie de World Survey on the Social and Legal Position of Gays and Lesbians; in: The Third Pink Book; Buffalo NY, 1993; 247-342. Een belangrijke bevinding was dat anti-homoseksuele wetgeving vooral te vinden was in dertig landen met een islamitische meerderheid (in negen landen gepaard gaand met de doodstraf!) en in veertig landen die de homovijandige wetgeving uit Groot Brittannië in koloniale tijden opgelegd hadden gekregen.

Ik heb mijn onderzoeksgegevens nog eens gelegd naast een hedendaags overzicht van homo/lesbische rechten per land en dan blijkt dat de volgende landen de van oorsprong Britse strafbaarstelling van homoseksualiteit nog altijd kennen: Antigua, Bangladesh, Barbados, Botswana, Brunei, Birma, Cook Eilanden, Gambia, Ghana, Grenada, Guyana, India, Jamaica, Kameroen, Kenia, Kiribati, Malawi, Maleisië, Maldiven, Mauritius, Namibië, Nauru, Nigeria, Oeganda, Pakistan, Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Lucia, Seychellen, Sierra Leone, Singapore, Solomon Eilanden, Sri Lanka, Soedan, Tonga, Trinidad, Tuvalu, Zambia en Zimbabwe.

Ik herinner mij uit eigen ervaring in de jaren tachtig de homosauna's in Amsterdam en Bangkok waar mannen vrijelijk met elkaar konden omgaan terwijl tegelijkertijd in mannensauna's in de nabij gelegen steden Londen en Singapore de seksuele spanning te snijden was. Omdat de spionnen van de politie overal rondliepen.  Die hadden kennelijk niets beters te doen of kwamen wellicht op die manier aan hun trekken. Gelukkig zijn er steeds meer landen waar homo/lesbische netwerken bij de politie bestaan.  Die voorkomen een hoop ellende binnen en buiten de politie.

Er zijn enkele voormalige Engelse kolonies die de strafbaarstelling van homoseksualiteit aanvankelijk opgelegd kregen maar later afschaften.  De sociale weerstand echter nog altijd groot in (delen van) Australië, Canada, India, Nieuw Zeeland, Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Alleen het laatste land heeft van alle bovengenoemde landen net zoals Nederland een landelijk geldende grondwettelijke gelijkberechtiging en openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Inmiddels heeft Engeland maart 2014 ook het huwelijk opengesteld maar woedt de homohaat voort in de voormalige Engelse kolonies...

Opvallend is dat vooral de Afrikaanse landen in dit lijstje roepen dat homoseksualiteit een koloniaal westers verschijnsel zou zijn. Terwijl het juist de aan hen opgelegde Britse homovijandige wetgeving is geweest die een einde wilde maken aan de vele tradities van Afrikaanse (en Aziatische) gelijkgeslachtelijke riten en relaties. En dan heb ik het nog niet gehad over de Amerikaanse fundamentalistische christenen die de homohaat in Afrika aanjagen, zoals in OegandaNigeria en D.R.Congo. Over kolonialisme gesproken!

Brexit?
Betekent dit alles dat ik de Britten nu liever zie vertrekken uit de Europese Unie? Integendeel! Want het zijn juist de Raad van Europa en de Europese Unie geweest die er toe hebben bijgedragen dat de wetgeving in Engeland, Schotland en Wales aanzienlijk homovriendelijker is geworden. En het is juist de meest eurokritische partij UKIP die het meest homovijandig is.

Er is nog een andere reden waarom ik Brexit nu in mijn blog aan de orde stel. Zoals mijn vaste lezers weten, woon ik in Friesland en houd ik mij in mijn blog bezig met de plaats van minderheidstalen in Europa. Het is dankzij de Europese Unie dat meer aandacht wordt besteed aan de rechten van minderheidstalen. Dat is een reden waarom Schotland in grote meerderheid tegen de Brexit is. Mocht het Verenigd Koninkrijk toch voor een Brexit kiezen dan is de kans groot dat Schotland alsnog er voor kiest om uit het Verenigd Koninkrijk te stappen. Het opvallende is dat de meeste Nederlandse en buitenlandse media daar vrijwel geen aandacht aan besteden. Vooral veel Engelse media voeren een hetze tegen de EU zonder er bij te vertellen dat een exit van Schotland door hun gestook dichterbij komt.

Mediakritiek
Gezien de onkritische houding van grote delen van de Nederlandse en buitenlandse media hoort dit blogbericht thuis in mijn serie over mediakritiek. Mijn vorige blogbericht, Referendum? Schijnvertoning!, paste daar ook in. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de nummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, 111 over Columnist in de Gaykrant en 52 over Het monster Trotteldrom

zaterdag 16 april 2016

139. Referendum? Schijnvertoning!

Omdat mijn blog in Oekraïne veel wordt gelezen (inmiddels ruim 4.000 keer bekeken), wil ik iets zeggen over het Nederlandse Oekraïne-referendum van woensdag  6 april 2016. Ik bied als Nederlander mijn verontschuldigingen aan voor deze schandelijke schijnvertoning. Anders dan de meeste media ons willen doen geloven, heeft de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking zich niet tegen het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne uitgesproken. Het ging slechts om 20% van de kiesgerechtigden en zelfs dat cijfer is nog aan de hoge kant, zoals ik hieronder zal uitleggen.

Associatieverdrag tussen EU en Oekraïne
Omdat mijn blog in meer dan 120 landen wordt gelezen, moet ik eerst even uitleggen waar het over gaat. Het is in de eerste plaats een handelsverdrag zoals de EU er vele heeft gesloten. Die verdragen worden bij meerderheid besloten en dat betekent dat Nederland als één van de 28 lidstaten van de EU het verdrag niet kan tegenhouden. Alleen al om deze reden was dit raadgevend referendum een misleidende schijnvertoning die nooit had mogen plaatsvinden. In de tweede plaats ging dit referendum niet over een toetreding van Oekraïne tot de EU terwijl veel stemmers daar wel van uit gingen. Ook om deze reden had dit referendum nooit in deze vorm gehouden mogen worden. Er had een inleiding tot de vraag in moeten zitten waarin duidelijk gemaakt werd dat aansluiting bij de EU niet aan de orde was en is. Waarover Nederland wel vetorecht heeft, is het beperkte gedeelte van het verdrag dat o.a. gaat over de bestrijding van corruptie, de bevordering van mensenrechten en de versterking van de rechtstaat. Dat zijn zaken waar een verstandige democraat niets tegen kan hebben. Door het ontbreken van een inleiding tot de vraag kon bij velen het misverstand ontstaan dat het referendum ging over een mogelijke uittreding van Nederland uit de EU. Een uittreding die blijkens representatief onderzoek door de meerderheid van de Nederlanders niet gewenst wordt.

Mediamissers
In het dagblad Trouw van zaterdag 9 april 2019 staat op bladzijde 10 de volgende zin in een bericht van de "redactie politiek" over het referendum van woensdag 6 april 2016: "Een meerderheid van de Nederlanders stemde toen tegen het associatieverdrag van de EU met Oekraïne." Het feit dat misschien wel de beste krant van Nederland dergelijke feitelijke onzin verkondigt geeft te denken. Veel Nederlandse en buitenlandse media maakten zich hieraan schuldig. Ik zet de fouten voor alle zekerheid nog even op een rijtje.

Niet alle Nederlanders zijn kiesgerechtigd
Veel media hebben het over Nederland alsof alle Nederlanders kiesgerechtigd zijn. Dat is niet zo omdat minderjarigen en in Nederland (vaak al heel lang) woonachtige buitenlanders niet kiesgerechtigd zijn. Slordigheden als deze, kenmerken veel media waarin met het grootste gemak over "DE Nederlander" gesproken wordt terwijl ik in mijn Tresoar-lezing uitvoerig heb uitgelegd dat die niet bestaat. Men kan hooguit spreken van een meerderheid van de kiesgerechtigde Nederlanders.

Er heeft geen meerderheid tegengestemd
De overgrote meerderheid (twee derde) van de kiesgerechtigde Nederlanders heeft helemaal niet gestemd. Dat is het grootste aantal ooit in de Nederlandse geschiedenis. Slechts 20% van de kiesgerechtigde Nederlanders heeft tegen het associatieverdrag gestemd. De initiatiefnemers van dit referendum vinden zichzelf geweldig democratisch. Er wordt zelfs gesproken van "de wil van het volk". Dit kenmerkt de ondemocratische aard van dit referendum. Ik heb al eerder gewaarschuwd tegen de opvatting dat democratie de dictatuur van de meerderheid zou zijn.

Ik schreef daarover in blogbericht 34: "Deze misvatting bestaat vaak in schijndemocratieën zoals China, Rusland en Turkije. Maar ook in Nederland leeft dit misverstand, zoals blijkt uit gezegden als "de meeste stemmen tellen" en "de kiezer heeft altijd gelijk". Dat mag waar zijn als het gaat om de kleur van de straatverlichting maar het geldt niet als mensenrechten geschonden worden. Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm mogen geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Dit beschermt individuen en minderheden tegen onverdraagzame meerderheden." Hoe kon dit Oekraïne-referendum er toe leiden dat Nederland gegijzeld werd door een minderheid?

Nederland is gegijzeld door een minderheid van 20%
Gezien de vele misverstanden over de vraagstelling denk ik dat het aantal Nederlanders dat tegen het EU-verdrag hebben gestemd zelfs lager is dan de 20% van de kiesgerechtigden. Daar komt nog bij dat die 20% tegenstanders dit alleen maar hebben kunnen bereiken omdat 10% voorstanders wel gestemd hebben waardoor de 30% norm voor rechtsgeldigheid op het nippertje bereikt werd. En dan zijn er nog politici en media die durven te stellen dat dit een duidelijke uitslag is.

Veel voorstanders van het EU-verdrag met Oekraïne hebben niet gestemd in de hoop dat daardoor de drempel van 30% kiezers niet gehaald zou worden. De les die Nederland hier uit kan leren, is dat het gebruik van kiesdrempels tot ondemocratische gevolgen kan leiden door strategisch stemmen: het wegblijven bij verkiezingen. De beste oplossing is dat, ongeacht het aantal mensen dat gestemd heeft, een meerderheid van meer dan de helft van al de stemgerechtigden vereist is om een referendum te winnen. 

Als er één ding duidelijk geworden is dat de overgrote meerderheid van de kiesgerechtigde Nederlanders niet tegen dit verdrag hebben gestemd waar de democratisch gekozen regering al toe besloten had. Dit roept de vraag op hoe democratisch referenda zijn.

Is directe democratie een betere democratie?
In blogbericht 34 schreef ik: "In theorie wel maar in de praktijk meestal niet. De meeste burgers zwichten voor de verleiding om minder belasting te willen betalen en tegelijkertijd meer dienstverlening van de overheid te verwachten. Uit eigen ervaring in Californië weet ik dat dit rampzalig kan aflopen. In deze tijden van privatisering hebben velen de neiging om zich niet als burgers maar als consumenten te gedragen. Maar de staat is niet een willekeurig bedrijf dat je in de steek kunt laten door naar een concurrent te lopen. De overheid dat zijn wij zelf en we kunnen niet onbeperkt uitgeven zonder voor inkomsten te zorgen. Daarom kiezen wij volksvertegenwoordigers die het gemeenschappelijk welbegrepen eigenbelang in de gaten moeten houden. Dat bestuur kun je niet overlaten aan verwende kinderen die steeds hun zin willen krijgen zonder rekening te houden met de onbedoelde gevolgen daarvan. Daarom moeten goede bestuurders geen willoze werktuigen zijn maar burgers op hun gedeelde verantwoordelijkheid wijzen. Anders gezegd: democratie is niet voor verwende bangeriken!" De Nederlandse regering en volksvertegenwoordiging doen er dan ook goed aan om dit raadgevend referendum in het belang van de Nederlandse, de Europese en de Oekraïense democratie weloverwogen naast zich neer te leggen.

Plofkippen en mensenrechten
De initiatiefnemers hebben zelf toegegeven dat het hen helemaal niet om Oekraïne ging maar om een opstap naar uittreding van Nederland uit de EU. In goed Nederlands heet dat volksverlakkerij. De drie partijen die dit kiezersbedrog ondersteunden, hebben hierdoor hun ware aard onthuld. Het treurigst vind ik nog de splinterpartij die het belang van Oekraïense plofkippen belangrijker vindt dan de mensenrechten van de homo/lesbische minderheid in Oekraïne die in gevaar zouden komen als de tegenstanders hun zin zouden krijgen. Ik zwijg dan nog maar over de neppartij, waarvan alleen de leider en niemand anders lid kan worden, die in Nederland doet alsof zij homovriendelijk is maar in Europa samenwerkt met homovijandige partijen. En dan is er nog een voorheen communistische partij die zich kennelijk zo verwant voelt met de ex-communist Poetin dat ze liever hem naar de mond praten dan te luisteren naar de wensen van de meerderheid van het Oekraïense volk. Tezamen vertegenwoordigen zij geen meerderheid in de Nederlandse volksvertegenwoordiging maar zij zijn niet te beroerd om te doen alsof zij namens de Nederlandse bevolking spreken.    

Mediakritiek
Gezien de onkritische houding van grote delen van de Nederlandse en buitenlandse media hoort dit blogbericht thuis in mijn serie over mediakritiek. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de nummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, 111 over Columnist in de Gaykrant en 52 over Het monster Trotteldrom

zaterdag 9 april 2016

138. Mijn homoseksuele media-optredens

In blogbericht 136, Memoires in wording, gaf ik een overzicht van mijn homoseksuele en humanistische levensherinneringen die al in mijn blog zijn verschenen. In blogbericht 137, Waarom memoires?, legde ik uit waarom ik dit beoogde boek belangrijk vind. In dit bericht geef ik uit mijn boek een overzicht van mijn belangrijkste homoseksuele media-optredens.

Op de achtergrond
Mijn rol in de media begon op de achtergrond. Op 21 januari 1969 werd op het Binnenhof in Den Haag de eerste homodemonstratie in Nederland gehouden. Dat was dus nog vóór de beroemde Stonewall-rellen eind juni 1969 in New York die wereldwijd tot een omslag leidden in de homo/lesbische beweging. Omdat de Nederlandse demonstratie gericht was tegen het beruchte 'chantage-artikel' 248-bis WvS dat seksuele contacten verbood tussen meerder- en minderjarigen van gelijk geslacht werd er voor gezorgd dat vooral jongeren onder de 21 (toen de leeftijdsgrens) aan deze demonstratie deelnamen. Sindsdien ben ik de media op de voet blijven volgen als zij (indertijd meestal negatief) over homo's en over homoseksualiteit schreven. Als bijvoorbeeld iemand in die tijd vermoord werd of gevangen genomen werd, vermeldden de media nooit dat betrokkenen hetero's waren maar juist wel als het homo's waren. Ook kwam het voor dat kranten schreven over "een man die een homoseksuele relatie met een man had": alsof je daar een heteroseksuele relatie mee kunt hebben! Vooral in de periode dat ik van 1972 tot 1975 algemeen secretaris was van het COC konden de media er op rekenen dat ik hen voortdurend wees op een discriminerende benadering rond homoseksualiteit. Dat hielp op den duur.  

In de eigen achterban was het in die tijd gebruikelijk om van een hetero te zeggen: "hij is normaal". Die gewoonte heb ik met succes bestreden. Het gebruik van het begrip 'normaal' lijkt onbeduidend maar is dat niet. Het vermengt de betekenissen 'gangbaar' en 'gewenst'.  Juist voor een minderheid die gelijkwaardigheid nastreeft, is het belangrijk om duidelijk te maken dat wanneer iets niet gangbaar is het daardoor niet ongewenst of minderwaardig is. Het is nu gelukkig gebruikelijk dat het woord 'hetero' wordt gebruikt in plaats van het begrip 'normaal'. Zo bestreed en bestrijd ik ook het gebruik van het woord 'natuurlijk' als 'vanzelfsprekend' bedoeld wordt. Voor homo's en lesbo's is er niets 'tegennatuurlijks' aan om de eigen seksuele natuur te volgen. Het doorbreken van de vanzelfsprekendheid van heteroseksualiteit is immers noodzakelijk om homo/lesbische jongeren meer kansen te bieden op een gelijkwaardig bestaan.

In 1970 was er veel te doen over de zogenaamde 'Homofielenpartij' van Harry Thomas die beweerde 20.000 leden te hebben. Dit leek mij, de homobeweging goed kennende, uiterst onwaarschijnlijk maar de meeste journalisten verzuimden dit na te gaan. Hij kreeg enorm veel publiciteit tot ik de mij bekende journalist Kees Noordewier inseinde. Hij onderzocht de zaak en kwam tot de ontdekking dat die partij helemaal niet bestond. In De Journalist van 15 december 1970 bewees hij dat Harry Thomas een "enorme fantast, querulant, herriemaker en bedrieger" was, waarmee deze politieke zeepbel tot een einde kwam. 

Uit de kast
Op 19 december 1971 was ik in de zendtijd van de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming voor het eerst op de televisie als openlijke homoseksueel. Daarmee was ik na Gerard Reve (1963) en Benno Premsela (1964) een van de eersten. Ik was die eerste keer behoorlijk zenuwachtig maar mijn vroegere buurvrouw uit de Hilversumse Graaf Florislaan Netty Rosenfeld stelde mij als interviewster op een goede wijze gerust. Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik niet onherkenbaar in beeld zou komen zoals toen gebruikelijk. Als jonge homo had ik niets om mij voor te schamen. Ik herinner me dat ik de dag erna zeer benieuwd was naar de reacties. Opvallend was dat juist veel oudere homo's het gevaarlijk vonden dat ik zo openlijk uit de kast kwam. Benno Premsela vertelde mij dat hij een zelfde ervaring had. Het feit dat er openlijk over homoseksualiteit gesproken werd, zagen homo's in de kast als een bedreiging van hun dubbelleven. En het feit dat je uit de kast kon komen zonder negatieve gevolgen, deed de vraag opkomen waarom zij nog in de kast wilden blijven.

Mijn hele leven heb ik mij nooit als openlijke homo echt bedreigd gevoeld. Ik ben twee keer bedreigd. De eerste keer was in de jaren zeventig in het Poolse Poznan. In een park dat kennelijk een ontmoetingsplaats voor homo's was, wilde de politie mij oppakken tijdens een razzia. Ik kon een brief laten zien waaruit bleek dat ik als wetenschapper de gast was van de Polska Akademia Nauk, de Poolse Academie van Wetenschappen. Toen werd ik "voor mijn eigen veiligheid" door de politie het park uitgeleid. Niet de lokale homo's maar de politie had ik als een bedreiging ervaren.

De tweede keer was in de jaren negentig in Brussel. Samen met een bodybuildende vriend verliet ik een aldaar bekende homosauna toen wij in een verlaten straat bedreigend in het Frans werden uitgescholden door een groepje jongens met Noord-Afrikaans uiterlijk. Dankzij mijn vriend met een bodyguard-uiterlijk waren zij banger dan wij en we riepen vrolijk scanderend al doorlopend terug: "zielepoten!" Niet alleen omdat wij vermoedden dat zij boter op hun hoofd hadden, (wie staat immers bij een uitgang van een homosauna te wachten?), maar ook om nog even in te wrijven dat Brussel een tweetalige stad is terwijl zij kennelijk het Nederlands niet machtig waren.

Koninklijke Goedkeuring
Na 27 jaar sociale, politieke en juridische strijd werd het COC najaar 1973 eindelijk rechtspersoon, de zogenoemde 'koninklijke goedkeuring'. Dit was mede dankzij D66-er Jan Glastra van Loon die van 1973 tot 1975 staatssecretaris voor Justitie in het kabinet Den Uyl was. Hij volgde mij van 1987 tot 1994 op als voorzitter van het Humanistisch Verbond. Tot 1973 waren bestuursleden van het COC hoofdelijk aansprakelijk, wat een zeer ernstige belemmering was voor de homo/lesbische beweging. En dat allemaal omdat het COC volgens de christelijke partijen een "gevaar voor de rechtsorde" was.

Zoals hiervoor beschreven, leerden mijn partner Herman Beks en ik elkaar 11 maart 1972 kennen. Heel snel daarna gingen wij samenwonen in mijn huurflat in de Utrecht wijk Overvecht. Dankzij vrienden van Benno Premsela hoorden wij dat er een verwaarloosd rijksmonument uit 1600 in Vianen te koop stond. Najaar 1973 liep Herman door een straatje van middeleeuws Vianen op weg om het pand te gaan bekijken toen hij mij plotseling door een raam op de televisie zag. Wat was er gebeurd?

Die middag was bekend geworden dat het COC eindelijk rechtspersoon zou worden. De NOS wilde Benno Premsela live in het Journaal van zes uur hebben maar hij vond het beter dat een jongere als ik dat zou doen. Het was de eerste rechtstreekse televisie-uitzending die ik meemaakte. Er zouden nog enkele volgen. Omdat er in die tijd nog geen mobieltjes waren, had ik Herman niet kunnen bereiken om hem in te seinen. Ik hoorde pas die avond laat dat hij mij had gezien door een raam in een huis vlak bij het huis waar wij ruim dertig jaar zouden gaan wonen. Ik ben niet bijgelovig maar deze samenloop van omstandigheden blijf ik heel toevallig vinden.  

Uur U
Begin jaren zeventig was het VARA-programma Uur U van Koos Postema toonzettend en taboedoorbrekend. De uitzending 'Samenleven en niet trouwen' was de eerste waarin een grote groep homo's en lesbo's openlijk aanwezig waren. Zij bepleitten relatierechten voor paren van gelijk geslacht. In die tijd was het nog gebruikelijk dat een homo/lesbische partner bij ziekenhuisopname of overlijden van zijn of haar levenspartner geen enkel recht had en de vaak homovijandige familie van de overledene wraak kon nemen op de gehate partner. Dat leidde tot schrijnende gevallen. Ik was daar als algemeen secretaris de woordvoerder van het COC. Het was bovendien de eerste televisie-uitzending waarin Herman en ik samen aanwezig waren. We hadden toen geen idee dat het nog bijna dertig jaar zou duren voor huwelijksgelijkberechtiging in Nederland als eerste land ter wereld tot stand zou komen.

Misleidend onderzoek
In de jaren zeventig tot en met negentig was een belangrijk deel van mijn media-optredens in kranten, radio en televisie gekoppeld aan het verschijnsel dat regelmatig (zogenaamd) wetenschappelijk onderzoek verscheen over het ontstaan van homoseksualiteit. Waarom was er in het verleden vaak gedoe over onderzoek naar het vermeende ontstaan van homoseksualiteit en nu niet meer? Allereerst omdat veel onderzoekers onder de verdenking stonden homoseksualiteit als een te genezen ziekte te beschouwen. Dat kwam omdat zij vaak begrippen als 'afwijking' of 'abnormaal' gebruikten en dat werkte als een rode lap op een stier.

In de tweede plaats waren dergelijke onderzoekingen vaak niet representatief en waren en geen controlegroepen. Bijvoorbeeld een groep van een tiental homomannen die aan aids waren overleden, is wetenschappelijk ongeschikt om welke verantwoorde uitspraak over homoseksualiteit dan ook te doen. Het aantal is te klein. Er was geen controlegroep van lesbische vrouwen of homo's die niet aan aids waren overleden of die niet regelmatig naar New York vlogen waardoor hun tijdklok in de hersenen er anders uitzag.

Men is steeds meer gaan begrijpen dat onderzoek naar uitsluitend het ontstaan van zoiets ingewikkelds als homoseksualiteit en niet naar het ontstaan van bi- en heteroseksualiteit per definitie discriminerend is. En welk zinnig mens denkt discriminatie op grond van een zwarte huidskleur te kunnen bestrijden door onderzoek te doen naar het ontstaan van een zwarte huid? Waarom is nog nooit gezocht naar een homohaatgen? Omdat medische en biologische onderzoekers ongetwijfeld veel verstand hebben van hun vakgebieden maar meestal niet van zoiets ingewikkelds als homoseksualiteit en homohaat wereldwijd door alle eeuwen heen. Bovendien is in steeds meer delen van de wereld de homo/lesbische gelijkberechtiging zo ver voortgeschreden dat velen hun schouders ophalen bij weer het zoveelste onderzoek dat niets verandert aan het maatschappelijke vraagstuk van grote homovijandigheid waarmee velen nog worstelen.

Openstelling huwelijk
Tijdens de kabinetsformatie van Paars II begin zomer 1998 was het eindelijk zover. Met dank aan D66-onderhandelaar Boris Dittrich werd er overeenstemming bereikt over de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Dit lekte uit op een vroege zomeravond en het NOS Journaal wilde daar om tien uur aandacht aan besteden. Zij belden na negenen op naar Henk Krol in Eindhoven om zo snel als mogelijk naar Hilversum te komen maar daar was de tijd te kort voor. Hij stelde de NOS voor om mij te benaderen in de terechte veronderstelling dat ik dichter bij Hilversum zou zijn.

Het is bijna niet meer voor te stellen maar dit speelde zich af in de tijd dat nog niet iedereen over een mobieltje beschikte. Mijn vriend Herman was gelukkig thuis in Vianen en hij wist dat ik met het bestuur van het Humanistisch Vormings Onderwijs vergaderde in een hotel in Utrecht. De receptionist van het hotel had mij daar binnen zien komen en toen de NOS belde kon hij mij meteen naar de telefoon halen. Ik stapte onmiddellijk in mijn auto en was net op tijd in de studio in Hilversum.

Er was geen tijd voor vooroverleg en ik werd overvallen door de kritische vraag waarom het homo/lesbisch ouderschap nog niet geregeld was. In minder dan een seconde overwoog ik dat het een strategische blunder zou zijn om deze stap vooruit nu te ondergraven door kritiek te geven op het bereikte resultaat. Uit onderzoek was al gebleken dat Nederland in meerderheid voor gelijkberechtiging van volwassen paren was maar verdeeld was over homo/lesbisch ouderschap. Daarom zei ik dat ouderschapswetgeving iets anders was dan huwelijkswetgeving en dat ik heel blij was dat dit mensenrecht om te kunnen trouwen nu werkelijkheid zou worden.

Veel emancipatiebewegingen lijden aan het 'alles-of-niets-euvel'. Maar gelukkig begreep polderend Nederland dat we niet het onderste uit de kan moesten willen omdat we anders homovijandige toestanden als de afgelopen jaren in Frankrijk over ons heen hadden kunnen krijgen. Nu is inmiddels in alle rust ook het lesbisch ouderschap van de niet-biologische moeder wettelijk in Nederland tot stand gekomen. Het duurde even maar die rust is zeker voor opgroeiende kinderen ook heel wat waard.

Rémi van der Elzen
Aan deze televisie-uitzending op 28 februari 1996 van Teevee Studio door Remi van der Elzen heb ik de meest aangename herinneringen. In de eerste plaats omdat zij een goede gastvrouw was en mij liet uitpraten en niet voortdurend onderbrak zoals dat tegenwoordig de mode is op de Nederlandse televisie. In de tweede plaats omdat ik zelf muziek en filmpjes mocht uitzoeken en mij niet in een vorm hoefde te persen die helaas veel programmamakers opleggen aan mensen die ondervraagd worden alsof zij bedenkelijke halvegaren zijn. Na mijn terugtreden als voorzitter van de Interfacultaire Werkgroep Homostudies Utrecht in 1992 ging ik bij hoge uitzondering in op uitnodigingen om op radio of televisie te verschijnen. Dit televisieprogramma was zo'n uitzondering.

Benno Premsela 
Een andere uitzondering was de televisiedocumentaire die Carrie de Swaan maakte over Benno Premsela en die op 17 november 1999 werd uitgezonden door de Humanistische Omroep. De eerste reden was dat Benno een tweede vader voor mij is geweest. De tweede reden was dat Carrie de Swaan uitstekende programma's had gemaakt. En de derde reden was dat ik heel blij was dat de Humanistische Omroep, door een programma over Benno te laten maken, liet zien dat hij een verbinding belichaamde tussen zowel de homo- als de humanistische emancipatiebewegingen waarin hij en ik actief waren. Wie de documentaire wil bekijken kan dat doen door de in 2008 verschenen biografie over Benno Premsela geschreven door Bert Boelaars te lezen waaraan de dvd als bijlage is toegevoegd.



Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die oktober 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding. 

zaterdag 2 april 2016

137. Waarom memoires?

Hieronder staat de concept-inleiding voor mijn boek met homoseksuele en humanistische levensherinneringen dat oktober 2016 zal verschijnen. In mijn vorige blogbericht gaf ik een overzicht van de voorpublicaties die al verschenen zijn in mijn blog. In de onderstaande concept-inleiding leg ik uit waarom ik aan het beoogde boek ben begonnen. Mogelijke vragen en/of opmerkingen kunnen aan mij gestuurd worden via <robtielman46@gmail.com>.

Waarom vind ik dit belangrijk?
Dit boek is geen biografie. Die kan door iemand anders geschreven worden als daar ooit behoefte aan is. In dit boek beschrijf ik mijn belangrijkste levensherinneringen. Deels persoonlijk maar vooral maatschappelijk. Voor een socioloog als ik ben, ligt dat laatste voor de hand. Waarom vind ik dit belangrijk? Mijn hele leven heb ik grote belangstelling gehad voor geschiedenis. Wat is er in het verleden gebeurd en wat kunnen we daar voor de toekomst van leren? Anders dan in het buitenland zijn er in Nederland weinig humanisten en homo's die hun persoonlijke geschiedenis beschreven hebben. En dat vergroot de kans dat fouten uit het verleden herhaald worden. Dat tracht ik te helpen voorkomen door dit boek te schrijven.

Mijn proefschrift (Homoseksualiteit in Nederland, 1982) ging over de homo/lesbische emancipatiegeschiedenis. Die was tot dan toe nog niet uitvoerig beschreven. Mijn oratie (Humanistische sociologie, een paradox als paradigma, 1987) ging over een schijnbare tegenstelling als uitgangspunt. Aan de ene kant is sociologie een wetenschap. Aan de andere kant is humanisme een levensovertuiging. Dat zijn twee gebieden die elkaar maar gedeeltelijk overlappen. Het raakvlak is op een wetenschappelijke manier naar humanisme kijken en op een humanistische manier naar wetenschap. Dat tracht ik te doen in dit boek.

Er wordt al tijden veel onzin verkocht over humanisme en over homoseksualiteit. Met dit boek wil ik die onzin weerleggen door aan de hand van mijn eigen leven te laten zien dat de werkelijkheid soms anders in elkaar zit dan velen denken. Zo vind ik het belangrijkste kenmerk van het humanisme niet de bestrijding van de godsdienst maar de verdediging van het mensenrecht op zelfbeschikking. En is homoseksualiteit niet een ziekelijke afwijking maar een biologische variant zoals linkshandigheid, roodharigheid, muzikaliteit, taal- en rekenvaardigheid en creativiteit.

Humanisme
In mijn Socrateslezing (Humanisme onder kritiek, 1990) beschrijf en weerleg ik de meest belangrijke punten van humanismekritiek. Ik vat die hieronder samen. Het Nederlands kent de uitdrukking "van god los" om aan te geven dat iets of iemand niet deugt. Mijn leven toont aan dat het wel degelijk mogelijk is om zonder godsdienst menswaardig te leven. Voor het humanisme is het niet van belang of goden bestaan maar wel dat mensen vrij en verantwoordelijk zijn om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zonder zich daarbij te verschuilen achter god(en) en zonder het zelfbeschikkingsrecht van anderen aan te tasten.

Volgens humanisten is ons bestaan bij voorbaat noch zinvol, noch zinloos, maar kunnen we er wel zin aan geven. Evenmin is de mens van nature goed of slecht maar kunnen we wel zelf en samen met anderen een menswaardiger bestaan opbouwen.

Absolute vrijheid bestaat niet en pogingen daartoe verworden snel tot het recht van de sterkste en de onvrijheid van de zwakkeren. Humanistische vrijheid is niet de afwezigheid van regels maar de aanwezigheid van zodanige regels dat ieders zelfbeschikkingsrecht wordt gewaarborgd. Humanistische gelijkheid is niet gelijkvormigheid maar bovenal gelijkwaardigheid in veelvormigheid. Humanistische solidariteit wordt niet van boven af opgelegd maar vindt de grondslag in het welbegrepen eigenbelang dat wij allen hebben bij het elkaar niet in de steek laten. Niet het humanisme is schuldig aan de mentaliteit van "ikke, ikke en de rest kan stikke" maar die denkrichtingen die het eigen zielenheil boven alles stellen, ten koste van andersdenkenden.

Dit zelfbeschikkingsdenken is niet imperialistisch zoals (vaak godsdienstige) tegenstanders beweren. Het zijn juist deze tegenstanders die trachten andersdenkenden hun wil op te leggen door zich te beroepen op hogere machten om zich te rechtvaardigen. Vooral ongodsdienstigen, vrouwen en homoseksuelen zijn daarvan al eeuwen slachtoffers.

Homoseksualiteit
Dat brengt mij op de tweede hoofdlijn uit dit boek. Zowel humanisten als homoseksuelen worden bedreigd in hun mensenrecht op zelfbeschikking. Kijk maar naar de doodstraf op ongodsdienstigheid en op homoseksualiteit in veel islamitische landen. Humanisten zouden nog wat kunnen leren van de wereldwijde successen van homo/lesbische emancipatie.

Zelforganisatie en het werken met sleutelfiguren en bondgenoten verklaren veel van de toegenomen homo/lesbische gelijkberechtiging, zoals de openstelling van het burgerlijk huwelijk. De homo/lesbische minderheden hebben veel kunnen bereiken door uit de kast te komen waartoe ze veroordeeld waren door onverdraagzame, meestal godsdienstige, meerderheden. Anders dan godsdiensten ons trachten wijs te maken, neemt het geloof in god(en) wereldwijd af. Maar helaas zijn de meeste ongodsdienstigen nog niet uit de kast gekomen. Daardoor laten zij de beeldvorming, net als vroeger bij homoseksualiteit het geval was, over aan hun tegenstanders.

Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar een rechtsorde die vooral het zelfbeschikkingsrecht van individuen en zelfgekozen minderheden respecteert. Ook op dit punt is homoseksualiteit een toetssteen, in dit geval voor een werkelijk democratische rechtsorde. In dit boek beschrijf ik mijn eigen ervaringen met de strijd voor het toenemend vermogen om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan, ofwel emancipatie, van homoseksuelen en humanisten. Die verworven vrijheid, gelijkheid en solidariteit zijn niet voor eeuwig vastgelegd. Zij vragen een voortdurende bereidheid om zich daarvoor in te zetten, juist in tijden waarin die verworvenheden weer bedreigd worden. Wie de eigen geschiedenis niet kent, loopt het risico dat de fouten uit het verleden herhaald worden. Ik hoop dat het lezen van dit boek tot de benodigde weerbaarheid zal leiden!

zaterdag 26 maart 2016

136. Memoires in wording

Vaste lezers van mijn blog weten dat ik al een tijdje bezig ben met het beschrijven van mijn homoseksuele en humanistische levensherinneringen. In de afgelopen tijd heb ik af en toe voorpublicaties daaruit in blogberichten geplaatst. Dat leverde weer reacties op die hebben geleid tot een aantal veranderingen. Ik ben nu bezig om de laatste hoofdstukken te schrijven en de eerdere te herschrijven. De geplande maand van verschijnen van dit boek is oktober 2016 en ik moet 1 mei aanstaande mijn teksten inleveren. Daarom bied ik nu voor de allerlaatste keer de mogelijkheid om te reageren op de reeds geplaatste teksten als daar aanleiding toe is. Om het de lezers iets makkelijker te maken heb ik de berichten geordend naar thema en in volgorde van mijn levensloop gezet. Dat wil niet zeggen dat deze berichten in dezelfde vorm en inhoud in het boek opgenomen zullen worden want ik wil die aanpassen mede op grond van de reacties die binnenkomen. Sommige blogberichten vallen binnen meer thema's en die komen dus twee of drie keer voor in onderstaande lijstjes.

Mijn onderwijsverleden
In deze groep blogberichten zijn inmiddels verschenen de nummers:
23. Onderwijsverleden, 27. "Dachautje spelen" (in deze groep het meest gelezen), 35. Twee katholieke kandidaatsexamens, 39. Gered door studentendecaan, 48. Jubeljaar 1971 en 50. Aan de dood ontsnapt (het minst gelezen: angst voor de dood misschien?).

Mijn homoverleden
In deze groep blogberichten zijn inmiddels verschenen de nummers:
28, Homojeugd, 32, Mijn eerste vriendje (in deze groep het meest gelezen), 37, Rampenzomer 1967, 40. Benno Premsela, een nieuwe vader, 45. Gerard Reve & Antoine Bodar (de meest binnengekomen zoekopdrachten aan Google die bij mijn blog uitkwamen, waren Reve en Bodar), 47. Leerzaam avontuur, 48.  Jubeljaar 1971, 50. Aan de dood ontsnapt, 74. Valse nichten, 104. Mijn rol in het COC, 105. Homo/lesbische politiek, 106. International Gay & Lesbian Movement, 107. Homostudies Utrecht, 108. Homodok, Homologie, Urania, Vrolijk & Schorer, 111. Columnist in de Gaykrant, 4. Levensgevaarlijke preutsheid, 18. Dangerous stamps! en 72. Misleidend onderzoek ontstaan homoseksualiteit (dit is de sterkste stijger in aantallen lezers van de blogberichten over mijn verleden).

Mijn humanistisch verleden
In deze groep blogberichten zijn inmiddels verschenen de nummers:
30, (On)godsdienstig verleden, 41. Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia (in deze groep het meest gelezen), 46. Jaap van Praag, grondlegger van de humanistische beweging, 48. Jubeljaar 1971, 50. Aan de dood ontsnapt en 103. Solidariteit (het meeste actuele blogbericht over mijn verleden, vanwege de ontwikkelingen meer rond dan in de PvdA).

Reacties opsturen
Omdat veel van mijn lezers (al dan niet met behulp van Google Translate) wel Nederlands kunnen lezen maar niet kunnen schrijven, kunnen zij in hun eigen taal schrijven naar <robtielman46@gmail.com>. Bij voorbaat dank!

zaterdag 19 maart 2016

135. "Anti Gay Porn"? (5) 'Fuck-free gay sex'

In blogbericht 97, Kritiek op homoporno, stel ik dat in veel homoporno heterootje gespeeld wordt. Dat heterogedrag in homoporno wordt deels veroorzaakt door het feit dat heel veel zelfverklaarde heteromannen voorkomen in homoporno omdat (in Amerika) daar meer mee verdiend kan worden dan in heteroporno. Maar er is meer aan de hand. Bij veel makers van dit soort homoporno heerst kennelijk het vooroordeel dat alleen heteroseks 'echte seks' is.

Zij doen alsof het alleen echte seks is als er geneukt wordt. Homo's laten juist zien dat seks veel meer omvat dan alleen maar neuken. Daarom in dit blogbericht aandacht voor de vaak vergeten vormen van homoseks in homoporno. Voor Engelstalige lezers die mijn blog lezen dankzij Google Translate noem ik dat: 'Fuck-free gay sex'. Ofwel: seksvoorlichting voor die mannen die verder kijken dan hun jongeheer lang is.

Homovriendelijke homoporno
Dit is de vijfde en laatste aflevering van de serie homovriendelijke homoporno. De eerste ging over het gebrek aan aandacht voor safe sex. Dat betreft niet alleen het gebruik van condooms maar ook veilige vormen van seks zoals jezelf en elkaar aftrekken. De tweede ging over het gebrek aan klantvriendelijkheid in grote delen van de homoporno-industrie. De (meestal Amerikaanse) homoporno-industrie negeert de pornokijkers. De derde besprak het gebrek aan seksplezier in veel homoporno.Terwijl de homobeweging wereldwijd porno heeft genegeerd, zijn (vaak jonge) homo's in homovijandige landen gebaat bij beelden van homoseks waar je ziet dat je er ook echt plezier aan kunt beleven. De vierde aflevering bespreekt de negatieve rol van die homoporno die kijkers eerder afwijst dan uitnodigt om mee te doen. Ofwel: mag de verleidelijke homo-erotiek weer terug in de homoporno?

Hieronder een verzameling van afbeeldingen van (meestal) naakte mannen die ik meer erotisch dan pornografisch vind. Degenen die liever geen blote mannen zien, kunnen de onderstaande links beter overslaan. Wie een tekst ziet zonder links kan het beste gaan naar: http://robtielmanblogt.blogspot.nl/2016/03/135-anti-gay-porn-5-fuck-free-gay-sex.html

Wrijfstandjes
Tijdens mijn zoektocht op internet naar intimiteit en erotiek tussen mannen, bleek deze door mij uitgekozen foto van de Brit Dylan Rosser veel bekeken te worden. Waarom juist deze foto van twee mannen die op elkaar liggen met de gezichten naar elkaar toe? Toen besefte ik dat dit standje in de meeste homoporno ongebruikelijk is. Want in vrijwel alle homoporno draait het om neuken en dat kan met dit standje niet. Wel kan men elkaar wrijven en dat komt in homoporno nauwelijks voor. Voor wie zich bij wrijfstandjes niets kan voorstellen, hier twee filmpjes met voorbeelden: liggend en staande. Dit is vrijwel niet te vinden op internet. Hier enkele voorbeelden van het begin van een liggend wrijfstandje: de Europeanen Joel Birkin & Jack Harrer, Kris Evans & Rhys Jagger en Jean-Daniel Chagall & Rick Lautner en de Amerikanen Jake Cruise & Scotty Dean en Smith & Harper. In dit eerste filmpje van een liggend wrijfstandje zijn beide partners actief, in dit tweede filmpje is dat alleen de bovenste partner, in dit derde filmpje wrijft alleen de bovenste partner, en in dit vierde filmpje een halfgekleed liggend wrijfstandje. Ik heb slechts enkele voorbeelden gevonden van een beginnend staand wrijfstandje: de Europeanen Dario Dolce & Dolph Lambert, de Amerikanen Trenton Ducati & Vito Gallo, de Europeanen Kris Evans & een onbekende en Fabrizio & Fernando Mangiatti, de Amerikanen Malachi Marx & Reese Rideout, twee onbekenden en een filmpje. En ook nog een filmpje over een mengvorm van een wrijfstandje en van dubbel aftrekken. En tenslotte een voorbeeld van een anaal wrijfstandje door de Europeanen Brandon Manilow & Dolph Lambert. Vergeleken met al het neuken in de homoporno is dit een wel heel magere oogst voor de heel veel veiliger wrijfstandjes.

Pijpstandjes
In de meeste heteroporno wordt de passieve man gepijpt door een actieve vrouw die zelf niet bevredigd wordt door de man. Dit heterogedrag zien we terug in veel homoporno. De ene man laat zich pijpen maar doet niets om de andere man te bevredigen. En dat terwijl een van de grote voordelen van homoseks is dat beide mannen elkaar tegelijkertijd kunnen pijpen. Dat heeft bovendien het voordeel dat je door te vertragen of te versnellen, kunt bevorderen dat beiden tegelijk klaarkomen. En je kunt de stijl van pijpen aanpassen aan wat de andere doet bij jou. Dit is ook een heel veilig standje als je geen wondjes hebt in de mond. Anders moet je de ander buiten je mond laten klaarkomen.

Hier zien we een paar voorbeelden van een zijliggend pijpstandje 69: de Amerikanen Josh Long & Dylan Drive, Brannon & Dorian Ferro, Charlie Hunter & Jack Hall en Adi Hadad & Sean Zevran en de Europeanen Tobias & Tomas, Ryan Thulin & Alex Orioli, Tim Hamilton & Etienne Pauliac en Kris Evans & Dolph Lambert (uit het homoseksvoorlichtingsboek van Bel Ami). En nog een filmpje van dit zijstandje 69. Ik vond een zeldzaam voorbeeld van een bijna rugliggend pijpstandje 69 en van een driehoekspijpstandje 69. Een kleine oogst, terwijl dit zijliggend pijpstandje 69 voor beide partners het makkelijkste 69-standje is.

Veel meer voorbeelden zijn er op internet te vinden van het standje waarbij één partner op zijn rug ligt en de andere boven hem is. Ik noem dit hier gemakshalve het hoogstandje 69. Voorbeelden daarvan zijn: de Braziliaan en de Amerikaan Rafael Alencar & Phillip Aubrey, de Europeannen Joel Birkin & Jack Harrer, Jack Harrer & Kevin Warhol, Jim Kerouac & Julien Hussey en Jim Kerouac & Todd Rosset, en verder de Amerikanen Chad Logan & Scotty Dean, Conner Maguire & Levi Karter, Danny Roddick & Jan Fischer, Tate Ryder & Duncan Black, Jaco van Sant & Sean Davis en Orando White & Yuri Adamov. Ook een voorbeeld waarbij pijpen en aftrekken gecombineerd wordt: de Europeanen Arne Coen & Emilio Fargas. En ik vond nog een kort filmpje van hoogstandje 69 dat kan verklaren waarom pornomakers de 69-standjes meestal overslaan: ze kosten teveel tijd in het lopende band tempo van de porno-industrie. Maar een bedrijf dat zich bewust is van zijn sociale verantwoordelijkheden zou veel meer aandacht moeten besteden aan standjes die een veiliger vrijen bevorderen. En degenen die al kijkend klaar willen komen, krijgen zo wat meer tijd: leve de 'slow sex'!

Aftrekstandjes 69
Aan het jezelf en anderen aftrekken, wordt meer aandacht besteed in de homoporno-industrie. Maar dan weer niet als vorm van standje 69. Ik vond een filmpje als voorbeeld hoe het niet moet. Kennelijk hadden zij nog nooit van standje 69 gehoord. Voor hen en anderen begin ik bij de voorstandjes 69 door de Europeanen Kris Evans & Rhys Jagger en de Amerikanen Leo Giomani & Bo Dean. Vervolgens ging ik op zoek naar aftrekstandjes 69 zoals deze, waarbij men zichzelf of de ander aftrekt vanuit standje 69 terwijl men naar elkaar kijkt. Ik vond een foto en een filmpje. Meer heb ik op internet niet kunnen vinden terwijl het hele veilige standjes zijn. Mochten lezers die wel kunnen vinden dan hoor ik dat graag.

Aftrekken naast of met elkaar
Het samen zichzelf aftrekken (bewegend beeld) en het elkaar aftrekken komt wel op grote schaal op internet voor maar dan vrijwel altijd vanuit één standje, namelijk naast elkaar en niet tegenover elkaar of met elkaar (bewegend beeld), zoals bijvoorbeeld de Amerikanen Chad Logan & Scotty Dean en Johnny Ryder & Rod Daily en de Europeanen Joel Birkin & Jack Harrer, Jack Harrer & Roger LambertLukas Ridgeston & Kris Evens en Claude Saurel & Paul Valery. Ik neem aan dat regisseurs van homoporno dat doen omdat twee mannen naast elkaar makkelijker te filmen zijn, maar het maakt het wel veel saaier. Ik heb een voorbeeld gevonden om dat duidelijk te maken. In de volgende drie filmpjes zie je dat de Europeanen Kris Evans & Rhys Jagger veel meer opgewonden raken door tijdens het zichzelf aftrekken naar elkaars stijven te kijken dan door zichzelf af te trekken terwijl zij niet naar elkaar kijken. Ik vermoed dat heteromannen zichzelf liever aftrekken zonder naar een andere man te kijken. Mogelijk is dat een reden dat deze aftrekstandjes tegenover en met elkaar zo weinig voorkomen in de meeste homoporno.

Elkaar aftrekken
Het standje waarin twee mannen elkaar aftrekken tegenover elkaar komt op internet vrijwel niet voor. Datzelfde geldt voor het standje waarbij mannen elkaar zoenend aftrekken. Ik geef een paar voorbeelden van mannen naast elkaar: de Amerikanen Ajay & Mickey, de Europeanen Joel Birkin & Jack Harrer, Kris Evans & Lukas Ridgeston, Harris Hilton & Kris Evans en Alex Waters & Phillipe Gaudin. Ik vond ook nog een paar filmpjes van de Europeanen Yuri Alpatov & Roald Ekberg en Pavel Novotny & Lukas Ridgeston. Hier zijn nog veel meer voorbeelden van, maar allemaal naast elkaar zittend waardoor de kijker indruk krijgt dat mannen tijdens het aftrekken niet intiemer met elkaar kunnen zijn dan elkaars stijven af te trekken. Hierdoor ontstaat een eenzijdig beeld van homoseks.

Samen aftrekken
Dat eenzijdige beeld wordt nog versterkt door de afbeeldingen van mannen die naast elkaar zittend zichzelf aftrekken: samen aftrekken als een verplicht standje door mannen die zich niet tot elkaar aangetrokken lijken. Soms raakt de een wel opgewonden door het aftrekken van de ander maar omgekeerd niet, zoals in dit voorbeeld van de Europeanen Jerome Exupery & Helmut Huxley (bewegend beeld). Het komt op internet af en toe voor dat mannen samen aftrekken kijkend naar elkaar (bewegend beeld), terwijl dat in de werkelijkheid vermoedelijk veel meer voorkomt. Als ze (zoals de Amerikanen Chad Logan & Scotty Dean) niet naast elkaar zitten maar meer betrokken zijn op elkaar dan komt het vaker voor dat zij samen tegelijk klaarkomen (zoals de Europeanen Jim Kerouac & Julien Hussey, bewegend beeld). De Europeanen Kris Evans & Lukas Ridgeston komen vlak na elkaar klaar, zoals blijkt uit dit eerste en dit tweede filmpje. Het klaarkomen van de één, stimuleert het klaarkomen van de ander. Dit standje leent zich daar beter voor dan alle andere in homoporno omdat de porno-acteurs elkaar niet goed hoeven te kennen om toch het tempo van klaarkomen zelf te kunnen bepalen.

Staand dubbel aftrekken
Een kenmerkend homostandje is het dubbel aftrekken door twee stijven met één hand af te trekken. Dit is vooral een geliefd standje onder paren die elkaar al wat langer kennen en die het opwindend vinden om te streven naar samen tegelijk klaarkomen. Mannen die dat ook willen en elkaar nog niet kennen, kunnen beter beginnen door zichzelf af te trekken en van de ander te laten afhangen of ze moeten versnellen of vertragen. Een voorbeeld van beginnend staand dubbel aftrekken geven de Amerikanen Doninic Santos & Jimmy Fanz. Voorbeelden van staand dubbel aftrekken geven de Amerikanen Mario Costa & Tommy Defendi, Dato Foland & Axel Brooks en Addison Graham & Dante Martin, de Europeanen Julien Hussey & Kevin Warhol (bewegend beeld) en de Europeanen Evan Parker & Kody Knight en Paul Valery & Claude Sorel. Ik vond ook nog een filmpje met staand dubbel aftrekken. Dit standje komt veel op openbare ontmoetingsplaatsen voor als tussenstandje waarna wordt overgegaan op het jezelf aftrekken tegen de tijd dat men klaar wil komen.

Liggend/staand dubbel aftrekken
In homosauna's met cabines waarin een verhoging is waarop men kan liggen, komt dit standje veel voor met liggend/staand dubbel aftrekken. Hier enkele voorbeelden door de Europeanen Joel Birkin & Jack Harrer en de Amerikanen Mario Costa & Mason Coxx. Ik vond ook nog een filmpje met dit liggend/staand dubbel aftrekken. In homosauna's is dit ook vaak een tussenstandje op weg naar een standje waarin men wil klaarkomen.

Liggend/geknield dubbel aftrekken
Het liggend/geknield dubbel aftrekken wordt veel door mannenparen gebruikt om samen tegelijk klaar te komen. Ik vond opmerkelijk genoeg maar één voorbeeld, door de Europeanen Alec Rothko & Jack Harrer. Een mogelijke verklaring is dat in de homoporno-industrie weinig paren werken die elkaar goed kennen. Omdat het klaarkomen daar niet eindeloos herhaald kan worden, is het minder riskant om mannen na elkaar klaar te laten komen. Bovendien heeft de pornoregisseur dan twee orgasmes in plaats van één voor het zelfde geld, nietwaar. Maar het is wel jammer dat dergelijke gelijktijdige en zichtbare orgasmes die zo kenmerkend zijn voor homoseks in homoporno op internet vrijwel niet voorkomen.Over het 'faken' van orgasmes heb ik eerder geschreven in blogbericht 132, "Anti Gay Porn"? (2) Aankijken.

Zittend dubbel aftrekken
Het standje zittend dubbel aftrekken is vrijwel niet te vinden op internet. Dat is te begrijpen omdat het nogal vermoeiend is omdat één arm gebruikt moet worden om overeind te blijven. Bovendien halveert dat de mogelijkheden om met armen de partner te stimuleren. Ik vond een filmpje over zittend dubbel aftrekken waarbij de linker partner kennelijk tegen iets aanleunt.

Liggend dubbel aftrekken
Het standje liggend dubbel aftrekken komt ook niet veel voor op internet omdat het nogal vermoeiend is voor de bovenpartij. Ik vond een voorbeeld door de Amerikanen Jonathan Agassi & Issac Jones. En een filmpje over liggend dubbel aftrekken en wrijven. Dit houdt de bovenpartij niet lang vol: het is makkelijker om te gaan staan.

Op internet vergeten standjes
Deze vrijhouding van de Amerikanen Trent Locke & Parker London komt veel voor onder verliefde paren maar is op internet moeilijk te vinden. Wie op grond van deze serie denkt dat ik tegen neuken ben die heeft het mis maar wat mij wel ergert op internet is dat homoseks daar vrijwel is teruggebracht tot anaal neuken terwijl er zoveel meer te beleven valt. Ik denk bijvoorbeeld aan oraal neuken (ook in standje 69): de mond kan zoveel meer dan een anus! En die kan veel doeltreffender gestimuleerd worden door het juiste vingerwerk, zoals uit dit filmpje blijkt. En wie toch anaal wil neuken terwijl de partner aan zijn trekken komt (bewegend beeld, en foto), die kan leren van bijvoorbeeld de Amerikanen Lucas Knight & Andy Banks en Kyle Ross & Lucas Knight dat dit niet altijd onpersoonlijk hoeft te zijn, zoals in de meeste homoporno. Daarin is degenen die geneukt wordt meestal de onderliggende, passieve partij terwijl hij ook de boven zittende, actieve partij kan zijn, zoals bij de Europeanen Darius Ferdynand & Gabriel Clark. Ik bepleit dat er een einde komt aan de eenheidsworst in de meeste homoporno.

Veel foto's en filmpjes waarnaar ik verwees in mijn eerdere serie op zoek naar intimiteit en erotiek tussen mannen zijn nu overal op internet terug te vinden. Ik hoop dat hetzelfde gaat gebeuren met afbeeldingen uit de serie homovriendelijke homoporno. Daardoor kan de eenzijdige beeldvorming rond homoseks verbeterd worden. Dat is vooral belangrijk voor (jonge) homo's uit homovijandige landen, waar mijn blog opvallend veel bekeken wordt!



Naschrift: een zoekopdracht met de titel van dit blogbericht, Fuck-free gay sex, leverde bij Google op 23 maart 2016 ruim 300 afbeeldingen op. Daarvan was een tiende hetero, ruim een derde anaal en iets minder dan een derde oraal. Er waren enkele afbeeldingen te vinden uit dit blogbericht. Binnenkort houd ik een volgende meting.