zaterdag 8 december 2018

273. Homo/lesbische (on)veiligheid in Nederland

Op 21 november 2018 publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau de LHBT-monitor 2018 over de leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland. In dit bericht bespreek ik de positieve en te verbeteren ontwikkelingen rond feitelijke en gevoelde (on)veiligheid. Waarom is het vaak veiliger dan veel mensen denken?

Positieve ontwikkelingen van 2012 tot 2017
De leefsituatie is op een aantal gebieden verbeterd, maar is vaak nog steeds slechter dan die van niet-LHBT'ers. Verbeterd is dat homo/lesbische personen in 2017 niet vaker geweld meemaken dan hetero's. Waarom dat zo is, kon niet worden getoetst. Het kan zijn dat de acceptatie is toegenomen. En het kan ook zijn dat homo/lesbische personen hun gedrag aangepast hebben door bijvoorbeeld minder vaak hand in hand te lopen. Het respectloos gedrag ten opzichte van homo/lesbische personen en hetero's nam van 2012 tot 2017 af. 

Het COC herkent het beeld niet dat het anti-homo/lesbisch geweld zou zijn afgenomen. “Wij spreken dagelijks mensen die te maken krijgen met ernstige vormen van geweld wegens hun identiteit”, aldus meldt het COC: “De politie registreert drie meldingen van anti-LHBTI-geweld en discriminatie per dag, transgender personen krijgen zeven keer vaker met geweld te maken en ‘homo’ is op school het meest gebruikte scheldwoord".

Te verbeteren toestanden
Tussen 2012 en 2017 hadden LHB's in bepaalde omstandigheden meer last van respectloos gedrag dan hetero's. Zo hadden 27% van de hetero's in 2017 tijdens het uitgaan te maken met respectloos gedrag en bij LHB's was dat 30%. Van de hetero's voelde 33% zich onveilig bij het uitgaan, van de biseksuelen 37% en van de homo/lesbische personen was dat 43%. De gevoelens van onveiligheid zijn dus groter dan de werkelijke onveiligheid. Hoe kan dat?

Waarom schatten velen de situatie slechter in dan die is?
In mijn serie over mediakritiek (zie hieronder) toon ik aan dat mensen de werkelijkheid negatiever inschatten dan die in werkelijkheid is omdat de meeste media geen aandacht besteden aan goed nieuws. Nog steeds geldt het dogma dat goed nieuws geen nieuws is.

Wat de homo/lesbische beleving van veiligheid betreft, speelt nog een aantal factoren een rol. Vroeger werd vrijwel geen aangifte gedaan van anti-homogeweld, nu aanzienlijk meer. Daardoor kan de indruk bestaan dat het toeneemt terwijl het in werkelijkheid afneemt.

In de rechtszaken over recent anti-homogeweld in Arnhem en Dordrecht zijn heel kwalijke rechterlijke uitspraken gedaan waardoor de indruk is ontstaan dat homo's nu straffeloos uitgescholden mogen worden. Door de gebrekkige homovoorlichting op school is het woord "homo" daar nog steeds het meest voorkomende scheldwoord en komt zelfdoding onder homo/lesbische jongeren nog veel vaker voor dan onder heterojongeren. En het nog altijd homovijandige mannenvoetbal is één van de laatste anti-homobastions. Zie daarover bijvoorbeeld interviews met mij en anderen in de Volkskrant van 3 december 2018.

Alert blijven
De homo/lesbische beweging moet voor twee uitersten uitkijken. Het ene gevaar is dat sommigen (rechters, leraren, journalisten) gaan denken dat er geen anti-homogeweld meer voorkomt. Het andere gevaar is dat het anti-homogeweld wordt overschat en men terug in de kast kruipt. Zelforganisatie en het samenwerken met bondgenoten en sleutelfiguren blijven daarom van wezenlijk belang om het anti-homogeweld te blijven bestrijden.

Het COC wil "een land waar je zichtbaar jezelf kunt zijn", waar mensen geen klappen krijgen "omdat ze zijn wie ze zijn, omdat ze houden van wie ze houden", waar het niet aanvaard wordt "dat honderdduizenden LHBTI's in hun leven te maken krijgen met fysiek of verbaal geweld om wie ze zijn", "dat jaarlijks meer dan duizend aangiften en meldingen van LHBTI-discriminatie worden gedaan terwijl er uiteindelijk minder dan tien daders voor worden veroordeeld tot lage straffen", "dat rechters oordelen dat schelden met woorden als 'kankerhomo' geen homofobie is" en dat de overheid daar veel te weinig tegen doet.



Naschrift. Mediakritiek
Het best bekeken in deze serie is nummer 226 over Terugblik op 2017: populismegolf gestopt (de grootste stijger in mijn blog). Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 80 over de World Press Photo 2014, het nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning!, nummer 74 over Valse nichten, nummer 186 Populismegolf gestopt in Nederland, nummer 34 over Vijf misverstanden over democratie, nummer 144 over de vraag: Is homo-nieuws geen nieuws? (1), nr. 184 over CDA-aanval op zelfbeschikking (1), bericht nummer 4 over Levensgevaarlijke preutsheid en nummer 63 over Mediamissers.

Naschrift. Homoseksualiteit in Nederland
Als hoogste eindigde in deze serie het blogbericht 51 over Homostudies. Binnen deze categorie gevolgd door de berichten 114 over Identiteit als keuze, nummer 144 over de vraag: Is homo-nieuws geen nieuws? (1) (de grootste stijger in deze groep), nr. 78 over Homoseks en jongeren,  72 over Misleidend onderzoek ontstaan homoseksualiteit, nummer 60 over Homovoorlichting, 128 over Homovluchtelingen, nummer 162 over Homovoorlichting op school moet beter, nummer 221 over #MeToo (2) Job Gosschalk (ook een grote stijger) en nummer 36 over Lesbisch ouderschap. Uit deze blogberichten blijkt dat nog heel veel voorlichting over homoseksualiteit gegeven moet worden. Een film die daar zeer geschikt voor is: 'Jongens'. Dat geldt ook voor het filmpje 'In a Heartbeat'.