zaterdag 28 april 2018

241. Antihomogeweld (2)

Op 9 april 2018 kregen vier Arnhemmers lage taakstraffen voor antihomogeweld. Op 2 april 2017 hadden zij een homopaar uitgescholden voor "homo", "flikker" en "vies", achtervolgd en mishandeld. Een van de twee werd zo hard op zijn mond geslagen dat hij tanden verloor en een deel van zijn kaak werd verbrijzeld. Dit antihomogeweld leidde tot grote sociale en politieke verontwaardiging. Maar de rechter oordeelde echter dat antihomodiscriminatie geen rol gespeeld had. Waarom is dit een kwalijke uitspraak en is een hoger beroep nodig?

Antihomogeweld heeft grote maatschappelijke gevolgen
Uit onderzoek is gebleken dat zeventig procent van de LHBTI'ers in Nederland te maken kreeg met een vorm van geweld, verbaal of lichamelijk. Zestig procent zei uit angst voor antihomogeweld het gedrag in de openbare ruimte te hebben aangepast. Voor hetero's gebruikelijk gedrag, als hand in hand lopen of elkaar zoenen, is dan niet meer mogelijk.

Het COC verklaarde: "honderdduizenden LHBTI'ers krijgen te maken met verbaal of fysiek geweld, maar uit de cijfers van het Openbaar Ministerie blijkt dat jaarlijks gemiddeld voor slechts zestien LHBTI-gerelateerde discriminatiemisdrijven wordt vervolgd. In minder dan tien gevallen leidt dat tot een veroordeling. Dan volgt doorgaans een lage straf, zoals een boete van 400 euro of een taakstraf van 40 uur." Wetgeving tegen antihomogeweld wordt zo een dode letter. Dat tast de rechtsgelijkheid aan. De zaak in Arnhem toont dat aan.

Gehaaide advocaat
De advocaat van de daders had nog maar amper met hen gesproken of hij wist al in de media te melden dat antihomodiscriminatie geen enkele rol had gespeeld. Sinds wanneer zijn advocaten bevoegd en deskundig om psychologisch onderzoek te doen? In geval van antihomodiscriminatie kan strafverzwaring volgen. De wens om dat te voorkomen, weegt duidelijk zwaarder dan de waarheidsvinding. Zo'n advocaat is nog in staat om iemand die "vuile rotjood" heeft geroepen bij een geweldsmisdrijf vrij te pleiten van antisemitisme.

Slappe houding van politie en justitie
Geweld is makkelijker te bewijzen dan de achterliggende beweegredenen. Daarom is dit een belangrijke verklaring voor de weigerachtige houding bij politie en justitie om serieus te onderzoeken of er sprake is van antihomodiscriminatie. Dat gebeurt dus bijna nooit.

Wereldvreemde rechters
Door dit slechte voorwerk van de politie en justitie komen sommige rechters al snel in de verleiding om zich te beperken tot die zaken die wel makkelijk te bewijzen zijn. Kennelijk ontbreekt bij deze rechters het besef welke onaanvaardbare maatschappelijke gevolgen dit heeft voor een minderheid die naar willekeur uitgescholden en mishandeld wordt zonder dat serieuze strafvervolging volgt. Dit tast de seksuele rechtsgelijkheid uiterst ernstig aan.

Hoger beroep is vereist
Het COC verklaarde naar aanleiding van dit vonnis dat dit een "compleet verkeerd signaal" afgeeft: "alsof het de gewoonste zaak van de wereld is om te worden uitgescholden wegens je seksuele oriëntatie". Het is dan ook een zaak van rechtsgelijkheid dat een hoger beroep wordt geëist. Niet alleen voor de Arnhemse slachtoffers maar ook voor ieders welbevinden.

Minister, Tweede Kamer en COC willen betere aanpak van antihomogeweld
Op 6 maart 2018 had het COC een overleg met minister Grapperhaus van Veiligheid over een betere aanpak van antihomogeweld. De minister reageerde positief en verzekerde dat dit een topprioriteit van de regering blijft. Hij zei ook toe dat er een actieplan zal komen.

Op 5 april 2018 verklaarde een meerderheid in de Tweede Kamer zich voor een betere aanpak van het antihomogeweld. De VVD, CDA, D66, SP, PvdA en PvdD waren daar voor. Afwezig waren de PVV, ChristenUnie, 50Plus, Denk en FvD. Hieruit blijkt hoe belangrijk zelforganisatie en het samenwerken met bondgenoten en sleutelfiguren nog altijd is.

Op 1 november 2018 protesteerde het COC tegen een "schandalig vonnis in Dordtse mishandelingszaak". De rechter vond scheldwoorden als "flikker" en "kankerhomo" geen homovijandige uitingen. Het COC vindt dit onaanvaardbaar en eist een hoger beroep. Op 15 november 2018 blijkt dat het OM niet in hoger beroep gaat: het COC is verbijsterd.


Naschrift
Homoseksualiteit in Nederland
Als hoogste eindigde in deze serie het blogbericht 51 over Homostudies. Binnen deze categorie gevolgd door de berichten 114 over Identiteit als keuze, 78 over Homoseks en jongeren,  72 over Misleidend onderzoek ontstaan homoseksualiteit, nummer 144 over de vraag: Is homo-nieuws geen nieuws? (1) (de grootste stijger in deze groep), nummer 60 over Homovoorlichting, 128 over Homovluchtelingen, 162 over Homovoorlichting op school moet beter, nummer 36 over Lesbisch ouderschap en nummer 221 over #MeToo (2) Job Gosschalk (ook een grote stijger). Uit deze blogberichten blijkt dat nog heel veel voorlichting over homoseksualiteit gegeven moet worden. Een bekroonde film die daar zeer geschikt voor is: 'Jongens'. Dat geldt ook voor het korte tekenfilmpje 'In a Heartbeat'.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten