zaterdag 21 april 2018

240. Antihomogeweld (1)

Op 9 april 2018 kregen vier Arnhemmers lage taakstraffen voor antihomogeweld. Op die kwalijke zaak zal ik in een volgend blogbericht ingaan. Maar eerst wil ik het vooroordeel wegnemen dat antihomogeweld in Nederland zou toenemen. Wat gelukkig toeneemt is de aangiftebereidheid van de slachtoffers. En dat zijn overigens niet alleen homo's maar ook mannen die daarvoor worden aangezien. Hieronder een persoonlijke ervaring op dit gebied.

Voorzitter Humanistisch Verbond
Ik was voorzitter van het Nederlandse Humanistisch Verbond van 1977 tot 1987. Het HV was toen een zendgemachtigde met eigen radio- en televisie-uitzendingen. Midden de tachtiger jaren moest ik een vergadering voorzitten van de radio- en televisiecommissie van het HV. Ik reed aan het eind van de middag van mijn werk aan de universiteit in Utrecht op weg naar Hilversum. Plotseling besefte ik dat ik de vergaderstukken nog niet had gelezen. Om dat snel nog even te doen, stopte ik op de toenmalige parkeerplaats Bosberg langs de A27.

Homo-ontmoetingsplaats Bosberg
Ik wist dat de Bosberg een homo-ontmoetingsplaats was waar vooral 's avonds veel, vaak met een vrouw getrouwde, homomannen met een dubbelleven contact zochten. Het was een stralende middag in mei en ik verwachtte daarom weinig homobezoek. Bovendien had ik wel iets anders aan mijn hoofd: ik moest in sneltreinvaart de vergaderstukken lezen.

Een scheldende politieagent
Vanwege het mooie weer had ik mijn raampje open staan. Plotseling begon een mannelijke politieagent tegen mij te schreeuwen vanuit een politiewagen. Hij zat achter het stuur. Naast hem, dus het dichtst bij mij, zat een vrouwelijke agent, ook met het raampje open. Zij zei tijdens zijn geschreeuw helemaal niets maar zij was een belangrijke getuige. De man schreeuwde dat ik hier niets te zoeken had en dat hij mijn kenteken aan mijn vrouw zou doorgeven. Ik bleef heel rustig en antwoordde dat ik zijn kenteken zou doorgeven aan de burgemeester van Hilversum. Omdat ik daar geboren was en tot mijn achttiende daar gewoond had, wist ik dat de Bosberg op Hilversums grondgebied ligt. Hij reed snel weg.

Homologie
Nadat ik zijn kenteken had opgeschreven, vroeg ik mij af hoe hij kon weten dat ik homo ben terwijl hij mij kennelijk niet kende. Ik was in die tijd voorzitter van de stichting die het wetenschappelijk tijdschrift Homologie uitgaf. Daarin stond veel informatie over het vak homostudies dat in die tijd populair was onder studenten. Als voorzitter van 1982 tot 1992 van de Interfacultaire Werkgroep Homostudies Utrecht was ik daar zeer nauw bij betrokken. Toen zag ik dat ik het laatste nummer met de grote kop Homologie op de zogenaamde hoedenplank achterin mijn auto had liggen. Dat raadsel was dus opgelost.

Brief aan de burgemeester
Omdat mij dit overkwam terwijl ik als voorzitter van het HV bezig was mijn stukken te lezen, schreef ik op briefpapier van het HV een brief aan de burgemeester. Daarin vroeg ik hem of dit gedrag gebruikelijk was bij de politie in Hilversum. En ik vroeg om een gesprek.

Telefoontje van inspecteur Stormbroek
Kort daarop werd ik gebeld door politie-inspecteur Stormbroek (nomen est omen). Hij bood zijn verontschuldigingen aan voor het gedrag van de agent. De verhoogde politiecontrole daar was het gevolg van het feit dat de Bosberg werd geplaagd door een bende maar dat niemand aangifte wilde doen. Ik verklaarde mij graag bereid om die bende te helpen op te rollen en we maakten aanstaande vrijdag een afspraak op het politiebureau in Hilversum.

Gesprek met Stormbroek
Het leek wel alsof het politiekorps de mooiste man had uitgezocht om met mij te spreken. Ik legde mijn strategie in het kort uit. Twee of drie onopvallende wagens met telkens twee politiemannen in burger zouden bij beginnende duisternis zich gespreid opstellen op de Bosberg. Zodra er sprake was van geweld konden zij de daders op heterdaad oppakken.

Het plan was geslaagd maar dreigde te mislukken
Maandagochtend hing inspecteur Stormbroek weer aan de lijn op mijn werk. Ze hadden dat weekeinde meteen mijn plan toegepast en inmiddels een tiental jongemannen uit het zeer nabijgelegen Loosdrecht opgepakt. Die hadden toegegeven dat zij mannen hadden beroofd, met dagen en tijdstippen erbij. Alleen: er was geen enkele aangifte gedaan en zonder dat kon de politie niets uitrichten. Ik zegde toe om homobars in de omgeving te benaderen om een tekst te verspreiden dat zij anoniem konden doorgeven aan een doorkiesnummer bij de politie op welke dagen en tijden zij waren overvallen en beroofd. Als die data klopten met de bekentenissen dan kon er juridisch worden vervolgd. De bareigenaren werkten mee.

Voldoende aangiftes binnen gekomen
Er kwamen voldoende anonieme aangiftes door om een tiental te vervolgen. Het bleek om een informeel netwerk te gaan van leerlingen uit een vmbo-school. De slachtoffers waren overwegend mannen die met een vrouw getrouwd waren en hun homoseksualiteit geheim wilden houden. Zo zat er een rector tussen van een christelijke school voor voortgezet onderwijs. De daders werden veroordeeld en het beroven op de Bosberg was afgelopen.

Veel adviezen gegeven
Na dit succes ben ik veel gevraagd door gemeenten en door plaatselijke politiekorpsen om te adviseren over het oppakken van bendes van potenrammers. Maar na verloop van tijd merk je dat die kennis verloren gaat en dat het wiel vaak weer opnieuw moet worden uitgevonden. Sommige gemeenten kennen roze netwerken binnen de politie maar andere geven geen prioriteit aan het bestrijden van anthomogeweld. Uit onderzoek is gebleken dat 70% van LHBTI'ers te maken heeft gehad met een vorm van geweld, verbaal of fysiek. Het meest gewelddadig zijn jongens tussen 14 en 18 jaar, meestal in groepjes. Een overgrote meerderheid van 70% daarvan is al eerder met de politie in aanraking geweest. Het aantal aangiftes is tussen 2009 en 2016 gestegen van 428 tot 1295. Dat betekent niet dat er meer geweld is maar wel dat de aangiftebereidheid gestegen is. De algemene indruk is dat de politie en de justitie geen grote prioriteit geven aan het vervolgen van antihomogeweld.


Naschrift. Zie voor het vervolg: blogbericht 241, Antihomogeweld (2).


Naschrift
Homoseksualiteit in Nederland
Als hoogste eindigde in deze serie het blogbericht 51 over Homostudies. Binnen deze categorie gevolgd door de berichten 114 over Identiteit als keuze, 78 over Homoseks en jongeren,  72 over Misleidend onderzoek ontstaan homoseksualiteit, nummer 144 over de vraag: Is homo-nieuws geen nieuws? (1) (de grootste stijger in deze groep), nummer 60 over Homovoorlichting, 128 over Homovluchtelingen, 162 over Homovoorlichting op school moet beter, nummer 36 over Lesbisch ouderschap en nummer 221 over #MeToo (2) Job Gosschalk (ook een grote stijger). Uit deze blogberichten blijkt dat nog heel veel voorlichting over homoseksualiteit gegeven moet worden. Een bekroonde film die daar zeer geschikt voor is: 'Jongens'. Dat geldt ook voor het korte tekenfilmpje 'In a Heartbeat'.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten