zaterdag 8 maart 2014

32. Mijn eerste vriendje (1)

Op 8 februari 2014 ben ik in blogbericht 28. Homojeugd begonnen met het plaatsen van stukjes over mijn persoonlijke homogeschiedenis uit mijn memoires in wording. Ik ga nu verder met het derde hoofdstuk uit deel twee over mijn studietijd in Nijmegen van 1964 tot 1967.

NIJMEGEN ZOMER 1965 

Ik kwam te wonen bij een weduwe op een zolderkamertje waarnaast (gescheiden door een dun wandje) haar zoon van zeventien woonde. Hij was voor mij hoorbaar seksueel actief. Ik raakte hiervan opgewonden en dat was opmerkelijk want ik dacht inmiddels dat ik aseksueel was want meisjes en vrouwen deden mij niets. Ik had wel regelmatig nachtelijke zaadlozingen maar aftrekken deed ik mijzelf nooit. Het ontbrak mij aan opwindende mogelijkheden tot herkenning.

Maar daar kwam snel een einde aan want hij begreep uit mijn toespelingen dat ik een en ander gehoord had en hij wilde mij er graag bij betrekken. Sindsdien waren we onafscheidelijk. Sterker nog: zijn moeder, mijn hospita, stelde zelfs voor dat na een verhuizing naar de Nijmeegse buitenwijk Hatert haar zoon en ik samen op één kamer gingen slapen want dan kon zij een extra kamer verhuren. Ik hielp hem met zijn huiswerk en hij wijdde mij in de seksualiteit in. En we waren het helemaal eens met elkaar dat we geen homo’s waren want verwijfd waren we niet.

Dat ging zelfs zo ver dat we een homostudent die aan de overkant van de straat woonde, gingen plagen. Het was ons opgevallen dat hij vaak ’s middags als er verder niemand thuis was een medestudent op bezoek kreeg en dat dan de gordijnen van zijn studentenkamer dicht gingen. Om hem op heterdaad te betrappen, belde ik een keer aan. Het duurde even voor hij open deed en ik kon vragen om een kopje suiker. Aan zijn snel aangetrokken kleren was te zien dat ons vermoeden klopte. Aan de heimelijke ontmoetingen van de twee jongeheren kwam zo een einde. Achteraf schaam ik mij er voor maar het paste in ons toenmalige streven om vooral niet voor homo’s aangezien te worden.

Dat bracht mij nog in problemen toen mijn hospita probeerde mij te koppelen aan de dochter van de buurvrouw. Studenten waren in die tijd geliefde beoogde partners voor jongedames die aan de man gebracht moesten worden. Om geen wantrouwen te wekken bij mijn hospita moest ik het spelletje wel meespelen maar omdat ik geen enkele belangstelling toonde om verder te gaan dan saaie avondjes naar de bioscoop zag het buurmeisje na verloop van tijd van verdere ontmoetingen af. 

Mijn eerste vriendje en ik waren anderhalf jaar heel gelukkig met elkaar. Hij was dol op popmuziek en ik herinner mij nog goed dat onze eerste seksuele ontmoeting op mijn zolderkamertje werd opgeluisterd door het Beatles-liedje “Here comes the sun”. Iedere keer als ik die muziek hoor, moet ik daar nog steeds aan denken. Achteraf gezien, is de ontdekking van mijn seksualiteit daarom zo’n bevrijding geweest omdat het niet belast werd door de negatieve lading die het begrip homoseksualiteit met zich mee bracht.

De ontkenning van onze homoseksualiteit leidde er toe dat wij onze eigen seksualiteit speels konden verkennen en beleven zonder de eeuwenoude maatschappelijke onderdrukking te hoeven voelen. Bovendien werden we ook niet beïnvloed door opvattingen in de homoseksuele subcultuur over hoe je je als homo had te gedragen. Tot op de dag van vandaag denken veel jongens die hun homoseksualiteit ontdekken dat ze pas echt zichzelf zouden zijn als ze zich nichterig, ‘vrouwelijk’, gaan gedragen. Door het overnemen van maatschappelijke vooroordelen over homoseksualiteit bevestigen zij die vooroordelen. Daardoor maken zij het voor andere jonge homo's moeilijker om uit de kast te komen als die zichzelf niet kunnen herkennen in dat nichterige gedrag.

Om misverstanden te voorkomen: ik heb niets tegen vooroordeelbevestigend gedrag van zich ‘vrouwelijk’ gedragende homo’s. Maar als andere homo’s die zich ‘mannelijk’ gedragen niet uit de kast komen, worden de heersende vooroordelen over homo’s niet doorbroken. Deze vooroordelen komen nog steeds op grote schaal voor en maken de zelfontwikkeling van homo’s onnodig moeilijk. Zelfs een woordenboek als de Dikke Van Dale bezondigt zich eraan. Een “mie” is een zich ‘vrouwelijk’ gedragende homo maar staat er ten onrechte omschreven als een “mannelijke homoseksueel”: precies het tegenovergestelde dus!

Mijn moeder merkte kennelijk mijn opbloeien, hoorde over onze vriendschap en nodigde hem uit om in Hilversum te komen logeren. In één kamer met twee bedden, dat wel. Maar dat was geen probleem omdat we gewend waren om samen in een eenpersoonsbed te slapen. Zij was zo verstandig om het woord homoseksualiteit niet te laten vallen maar genoot van zijn speelse aanwezigheid: “hij is net een jonge hond!” 

Zoals zoveel jongeren die op elkaar verliefd werden, waren wij ons niet bewust van de maatschappelijke gevaren die ons bedreigden. Het beruchte artikel 248-bis (Wetboek van Strafrecht) uit 1911 bestond nog. Dat zou betekend hebben dat ik vanaf mijn 21ste verjaardag, 19 augustus 1967, vanwege mijn meerderjarigheid strafbaar zou zijn door mijn verhouding met mijn eerste vriendje voor de duur van ons leeftijdsverschil, dus tot zijn meerderjarigheid. 

Mijn hospita, zijn moeder, was slecht ter been en kwam daarom nooit de trap op lopen naar onze gedeelde kamer. Tot die ochtend aan het begin van de zomer van 1967 toen wij ons beiden versliepen en zij ons tot haar ontzetting naakt slapend in elkaars armen in één bed aantrof. De rampenzomer 1967 was begonnen.



Zie voor de afloop blogbericht 37: Rampenzomer 1967.
Zie ook: blogbericht 59: Homojongeren.
Dit blogbericht is herplaatst op 22 oktober 2016.

Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

Enkele reacties van lezers: "Je beschrijft het mooi en nuchter. Dat smaakt naar meer." Een andere lezer:  "Mooi verhaal over jouw eerste vriendje. En weer laat je de dingen zien zoals ze echt zijn, dat jullie in staat waren om jullie seksualiteit te ontdekken juist omdat het niet die zware maatschappelijke lading had van het woord homoseksueel. We vergeten vaak hoezeer we gevormd worden, hoezeer we onder druk staan van al die maatschappelijke dogma's. Ik heb ook nog een tijdje make-up op mijn gezicht gehad, dat was laat jaren zeventig in. Maar natuurlijk iets wat in feite helemáál niet bij mij paste."

zaterdag 1 maart 2014

31. Oeganda-drama

Op zaterdag 9 november 2013 beschreef ik in blogbericht 19 de vreselijke gevolgen die de koloniale Britse anti-homo-wetgeving uit de negentiende eeuw op veertig landen heeft gehad. En in de meeste voormalige kolonies, zoals Gambia, India, Jamaica, Nigeria en Oeganda, tot op heden helaas nog steeds heeft. Op maandag 24 februari 2014 tekende president Museveni van Oeganda de wet die homoseksualiteit bestraft met straffen van 14 jaar tot levenslang. Ook hetero's die iemands homoseksualiteit niet aangeven bij de politie worden bestraft.

Hij rechtvaardigde zijn handtekening met de overweging dat wetenschappers hem zouden hebben gerapporteerd dat homoseksualiteit niet aangeboren maar aangeleerd zou zijn. De Internartional Humanist and Ethical Union toonde aan dat dit een onjuiste interpretatie van het rapport was en stelde dat het al dan niet aangeboren zijn van iets nooit een reden mag zijn om iemands mensenrechten aan te tasten. Er blijkt zelfs sprake van regelrecht bedrog.

Een andere overweging van Museveni was dat homoseksualiteit vanuit het westen aan Oeganda opgedrongen zou worden. Uit deel 3 van het Hivos-boek "Urgency Required; Gay and Lesbian Rights are Human Rights" blijkt dat ook dit feitelijk onjuist is. Afrika kent al eeuwenlang vele vormen van gelijkgeslachtelijke liefde. Het zijn juist de Britse anti-homo-wetgeving en de Amerikaanse christelijke fundamentalisten die homovervolging opdringen. Er is zelfs sprake van een anti-homo-coalitie die zich baseert op onjuiste interpretaties van bijbelteksten: Homosexuality as Touchstone. De heksenjacht werd onmiddellijk geopend met het publiceren van homolijsten, gevolgd door een antihomoseksuele haatcampagne die ook de HIV-bestrijding bedreigt. De homo/lesbische mensenrechten worden er op grote schaal geschonden. Er is ook een tegenbeweging in Oeganda: een mensenrechtengroep heeft zich gewend tot het Grondwettelijk Hof. En de mensenrechtencommissie van de Afrikaaanse Unie heeft zich uitgesproken tegen homovijandig geweld. De invoering van de anti-homowet blijkt ongeldig! Nu is president Museveni weer aan zet. Het parlement van Oeganda bereidt een nieuwe anti-homo-wet voor naar Russisch model.

Kenmerkend was de opmerking van Museveni dat hij homo's niet begrijpt "omdat Oeganda zulke mooie vrouwen heeft". In de eerste plaats is het in zijn eigen redenering onlogisch dat hij dan lesbische seks strafbaar stelt. In de tweede plaats kan hij zich kennelijk niet verplaatsen in de meeste vrouwen die mannen aantrekkelijker vinden dan vrouwen. Om, in de derde plaats, nog maar te zwijgen over mannen die van mannen houden. Met zijn dommemannenopmerking liet hij weer eens zien hoe homo- en vrouwenonderdrukking nauw samenhangen. En dat alles om zijn tanende macht te redden: Museveni's machtlust.

Terecht heeft de Nederlandse regering bij monde van minister Timmermans geprotesteerd en maatregelen genomen. Er is sprake van veel buitenlandse kritiek waaronder van de Verenigde Naties, de Wereldbank en zelfs het Vaticaan! Er zijn opvallend weinig reacties uit Afrika en in het bijzonder  uit Zuid-Afrika, waar president Zuma homovijandig is ondanks de homovriendelijke grondwet daar. En dat laat zien hoe belangrijk het is om deze schending van mensenrechten niet onweersproken te laten omdat dit het gevaar zou vergroten dat meer landen (zoals bijvoorbeeld Ethiopië) dit slechte voorbeeld gaan volgen. Dit standpunt wordt gedeeld door Hivos. In de Verenigde Staten is het aanleiding om alle hulp aan homovijandige staten te heroverwegen.

In het Nederlandse dagblad Trouw van zaterdag 1 maart 2014 staat een artikel van mij: "Na de homo komt nu de homohater uit de kast". Daarin bestrijd ik de gedachte dat er plotseling een golf van homovervolging over de wereld zou trekken. De onderdrukking van gelijkgeslachtelijke relaties bestaat vrijwel overal al eeuwenlang. "Nu leidt internet ertoe dat homo/lesbische, biseksuele en transgender-minderheden elkaar wereldwijd weten te vinden. Zij vinden steun bij elkaar en bij mensenrechten respecterende instellingen. (...) Nu steeds meer gevoelsgenoten uit de kast durven te komen en niet meer over zich laten lopen, dwingen zij daardoor homovijanden ook uit de kast te komen. Dat lijkt op het eerste gezicht een achteruitgang, maar is in werkelijkheid een noodzakelijke stap om een einde aan homohaat te kunnen maken."


Omdat mijn blog wereldwijd wordt gelezen en Trouw helaas niet, kan de tekst van mijn artikel opgevraagd worden via: robtielman46@gmail.com


Ik heb veel positieve reacties van lezers ontvangen op mijn artikel in Trouw. De algemene tendens is dat we alert moeten blijven. "We moeten de coming out van de homohaters dus wel kunnen plaatsen, van zinnig commentaar voorzien, en adequaat bestrijden." En dus niet, zoals iemand in de NRC van 1/2 maart 2014 beweert, geen "Westerse pressie" uitoefenen op Oeganda omdat dit averechts zou werken. Zonder die pressie (die niet westers was maar wereldwijd) zou al jaren geleden de doodstraf daar zijn ingevoerd! Homo's weer de kast in jagen maakt geen einde aan de homohaat: integendeel!
"Gelukkig laten wij van ons horen in onze Gay/Straight Allianties over de hele wereld. Burgers en politici. Onze wens tot gelijkheid wordt meer en meer gedeeld. Alleen de vorm van sancties lijken nog zwak alsof racisme bijvoorbeeld zwaarder zou wegen. We zijn op de goede weg en hebben nog een lange weg te gaan."
"Ik vind het daarbij heel belangrijk dat je dit soort stukken blijft publiceren.....het haalt de agressie uit de discussie omdat dingen in perspectief worden gezet!"
Inmiddels is een wereldwijd onderzoek verschenen waaruit inderdaad blijkt dat de homo/lesbische emancipatie voortgang boekt.  

Een wetenschappelijk rapport waar homohaters veel van kunnen leren in de Daily Maverick van 8 juli 2015.

Er is nog hoop in Oeganda: een presidentskandidaat, Amama Mbazazi, keert zich tegen de daar heersende homohaat.

Op 18 oktober 2019 kwam zeer verontrustend nieuws uit Oeganda: er dreigt weer een verslechtering van de toestand aldaar.

Op 21 maart 2023 besluit het parlement dat iedere uiting van homoseksualiteit strafbaar wordt en dat op sommige vormen van homogedrag de doodstraft moet volgen. De EU overweegt economische sancties in te stellen.

Op 21 april 2023 wordt bekend dat de president van Oeganda onder internationale druk eist dat de nieuwe anti-homo-wet wordt aangepast omdat die in strijd met de grondwet is.

Op 29 mei 2023 tekent de president van Oeganda een iets verzwakte anti-homo-wet. Het COC brengt de volgende verklaring uit: " De Oegandese president Museveni heeft een beruchte anti-LHBTI+ wet getekend. Het COC spreekt van een ‘walgelijke wet’ en heeft contact met Oegandese LHBTI+ activisten en de Nederlandse regering over acties tegen het Oegandese regime. ‘Dit is een walgelijke wet en een grove schending van de mensenrechten van LHBTI+ personen in Oeganda,’ aldus COC-voorzitter Astrid Oosenbrug. ‘We staan naast onze Oegandese vrienden en steunen hen waar we kunnen.’ Het COC onderhoudt continu contact met de LHBTI+ beweging in Oeganda over welke actie nodig is. Onze Oegandese collega’s pleiten voor sancties tegen leden van het regime die verantwoordelijk zijn voor deze mensenrechtenschendingen. Ook willen ze dat ontwikkelingsgelden worden verschoven van het Oegandese regime naar non-profitorganisaties. Zo worden de leden van het regime getroffen en geen onschuldige burgers. COC brengt dat onder de aandacht van de Nederlandse regering. De Nederlandse regering heeft inmiddels een justitieel hulpprogramma aan Oeganda van 25 miljoen euro stopgezet. COC Nederland spreekt ook met Oegandese activisten over andere mogelijkheden om het Oegandese regime te raken, en heeft daarover contact met de Nederlandse regering. Doodstraf De nieuwe anti-LHBTI+ wet stelt in bepaalde gevallen de doodstraf op ‘homoseksuele handelingen’. Er komt een straf van 20 jaar gevangenisstraf op het steunen van- en opkomen voor LHBTI+ personen. Op het verhuren van een ruimte waar ‘homoseksuele handelingen’ plaatsvinden, staat straks een gevangenisstraf van 7 jaar. De wet verplicht Oegandezen om een ‘verdenking van homoseksualiteit’ bij de autoriteiten te melden. Het samenwerkingsverband van Oegandese LHBTI+ organisaties, Convening for Equality, noemt de wet ‘gevaarlijk’ en vindt dat de mensenrechtencrisis in het land erdoor verergert. Alleen al de aankondiging van de wet leidde volgens de organisaties tot een heksenjacht op LHBTI+ personen. Volgens Convening for Equality wil het regime met de wet de aandacht afleiden van de echte problemen van de Oegandese bevolking, zoals de grote armoede in het land. Inmiddels heeft ook de Amerikaanse president Biden zich uitgesproken tegen de Oegandese anti-LHBTI wet. Datzelfde geldt voor de VN en de Europese Unie. De Nederlandse minister Schreinemacher (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) vindt het ‘vreselijk dat Oeganda definitief kiest voor extreme anti-LHBTIQ+ wetgeving’. Minister Hoekstra (Buitenlandse Zaken) is ‘diep teleurgesteld’ dat de wet is aangenomen en roept Oeganda op de mensenrechten te respecteren. Ook in 2014 werd in Oeganda een strenge anti-LHBTI+ wet aangenomen. Die werd destijds bij de rechter aangevochten, en is uiteindelijk door het hooggerechtshof op procedurele gronden vernietigd. Het samenwerkingsverband van Oegandese LHBTI+ organisaties wil ook nu weer een rechtszaak tegen de wet aanspannen." Bron: COC Nederland

Op 3 april 2024 bepaalt het Hooggerechtshof van Oeganda dat de nieuwe anti-homo-wet overeind blijft.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda. 

zaterdag 22 februari 2014

30. (On)godsdienstig verleden

Zoals ik op 28 december 2013 in blogbericht  26. Blogpauze heb aangekondigd, ben ik van plan de komende maanden regelmatig delen te plaatsen uit mijn memoires, die ik nu aan het schrijven ben. Dat doe ik langs drie hoofdlijnen: homoseksualiteit, humanisme en (openbaar) onderwijs.

Op 7 december 2013 begon ik met blogbericht 23. Onderwijsverleden. Op 8 februari 2014 werd dit gevolgd door blogbericht 28. Homojeugd. Nu begin ik met de oorsprong van mijn humanistisch verleden aan de hand van twee hoofdstukjes.


HILVERSUM ZOMER 1950 

Mijn tweede herinnering betreft de laan met hoge oude eikenbomen waar ik opgroeide, de Graaf Florislaan in Hilversum, vlakbij het beroemde gele raadhuis van Dudok. Mijn ouders woonden in een negentiende-eeuws herenhuis waar mijn grootouders van vaderszijde een kosthuis voor enkele vermogende oudere dames uitbaatten. Mijn sociaaldemocratische, ongodsdienstige grootouders waren in de crisisjaren dertig vanuit het armoedige Oost-Groningen naar het rijke Gooi getrokken in de hoop op een menswaardiger bestaan.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hun jongste zoon, mijn latere vader, op zestienjarige leeftijd opgepakt en via kamp Amersfoort naar een Duits werkkamp in Westfalen gevoerd. Mijn vader was daar gewond geraakt door een Engels bombardement en keerde in Hilversum terug als een achttienjarige die nauwelijks kon lopen door een been dat bijna was afgezet. Daar ontmoette mijn vader in diezelfde Graaf Florislaan het buurmeisje dat zijn vrouw en mijn moeder zou worden. Zij was met haar ouders aan het begin van de oorlog weggevlucht uit het door de Duitsers gebombardeerde Den Helder waar haar vader hoofdredacteur van een katholiek dagblad was. Omdat zij er Joods uitzag, kon zij de hele oorlog nauwelijks de deur uit.

De bevrijding gaf haar als twintigjarige niet alleen bewegingsruimte maar ook een aantrekkelijke achttienjarige buurjongen die overliep van hormonen na zijn kamptijd. Zij werden verliefd op elkaar en van het een kwam het ander. Haar zwangerschap kwam aan als een bominslag bij haar zwaar katholieke vader. Van abortus kon geen sprake zijn, er moest getrouwd worden, maar de verwekker was een socialistische heiden in een rolstoel!

Het ‘moetje’ (ik dus) moest katholiek opgevoed worden maar mocht als levend blijk van zoveel zedeloosheid niet het Roomse grootouderlijk huis aan de overzijde van de laan betreden. Grootmoeder was meer vergevingsgezind dan haar man: “Wat kan het kind er aan doen?” En dus kwam ik regelmatig in het geheim op verboden gebied als mijn Roomse grootvader niet thuis was. Maar op een keer kwam hij onverwacht thuis, trof mij daar aan en schreeuwde vol woede: “Wat moet dat hier?” Ik herinner me die (in mijn kinderlijke ogen) grote, levensbedreigende man nog als de dag van gisteren. Ik kreeg het gevoel geen levensrecht te hebben, volstrekt ongewenst te zijn. Grote paniek maakte zich van iedereen meester en ik werd als een verwerpelijk ding het huis uit gewerkt. 

Ik heb mijn grootvader nooit meer teruggezien want hij overleed later aan kanker. Dat was een half jaar nadat zijn door hem verstoten lesbische dochter zelfmoord had gepleegd op de hei bij Bussum. “God straft onmiddellijk” zeiden mijn heidense grootouders schamper. Ik kon mij later geen almachtige god voorstellen die mensen in kampen liet opsluiten en kinderen ongewenst ter wereld liet komen.

HILVERSUM WINTER 1962 

Mijn puberteit werd een opeenstapeling van verdrongen gevoelens in de loopgravenoorlog tussen atheïsten en katholieken. Zelfs naar de VARA-radiopraatjes van humanisten als Jaap van Praag moest ik in het geheim luisteren want mijn vader en zijn ouders waren socialisten van de platste soort die niets van "dat geouwehoer" moesten hebben.

De stem van Jaap van Praag had een rustgevende invloed op mij. Hij was een baken van redelijkheid in een zee van voortdurend hoog oplopende (on)godsdienstige hatelijkheden. Zijn standpunt dat mensen het recht hebben om zelf hun bestaan zin en vorm te geven zolang zij anderen niet schaden, sprak mij zeer aan omdat ik in een heel anders denkende omgeving leefde. Er werd voortdurend aan mij getrokken om partij te kiezen in deze kleinschalige koude oorlog. Het heeft mij wel geleerd om conflicten op diplomatieke wijze op te lossen en daar heb ik later veel aan gehad. Maar ik wens niemand zo'n jeugd toe.   



Zie voor het vervolg blogbericht 41: Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia.


Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 15 februari 2014

29. Сочи 2014

In de begintijd van mijn blog had ik in Rusland de meeste buitenlandse lezers. Tot ik op 3 augustus 2014 mijn bericht 5 "Towards Russia With Love" plaatste en mijn blog geblokkeerd werd in Rusland. Sindsdien is er in de aanloop naar Sotsji 2014 veel zin en onzin geschreven over de maatschappelijke positie van de homo/lesbische minderheid in Rusland. Hieronder enkele kanttekeningen bij veelgehoorde misverstanden, waar helaas ook Nederlandse journalisten in Rusland zich aan bezondigen.

"Homo/lesbische Russen willen die buitenlandse aandacht helemaal niet." Poetin kwam met dit argument nadat hij met de eigenaar van een homodisco zou hebben gesproken. In mijn proefschrift 'Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging' (Amsterdam, 1982) beschrijf ik dat de meeste eigenaren van commerciële homo/lesbische ontmoetingsplaatsen in homovijandige landen de emancipatie tegenwerken omdat zij er belang bij hebben hun klanten (die nergens anders terecht kunnen) zoveel mogelijk uit te buiten. In corrupte landen kopen die eigenaren de plaatselijke politie om waardoor die er ook belang bij heeft om de onderdrukking in stand te houden.

Een belangrijke verklaring voor het vroege succes van de Nederlandse homo/lesbische beweging is het feit dat het COC al meteen na de oprichting in 1946 waar mogelijk eigen sociëteiten oprichtte. Daardoor steunden de homo/lesbische geldstromen wel de eigen emancipatie en niet degenen die belang hadden bij voortzetting van de onderdrukking. Dankzij internet weten we dat er veel Russische zelforganisaties zijn die de buitenlandse steun wel waarderen mits die in overleg met de betrokkenen plaats vindt.

"Door die eenzijdige aandacht voor homorechten worden de andere schendingen van mensenrechten in Rusland verdonkeremaand." Veel heteroseksuelen denken dat de homo/lesbische minderheid gelijk is aan andere minderheden. Zoals de vroegere voorzitter van het COC, Benno Premsela, terecht stelde, is een belangrijk verschil dat kinderen die tot andere minderheden behoren, opgroeien bij ouders en in een omgeving die hen kunnen ondersteunen bij hun identiteitsontwikkeling. Bij opgroeiende homo/lesbische kinderen is dat niet het geval en dat maakt hun persoonlijke ontwikkeling uiterst kwetsbaar in een homovijandige omgeving. Zie het boek: Bert Boelaars, 'Benno Premsela, voorvechter van homo-emancipatie' (Bussum 2008).

Objectieve voorlichting over homoseksualiteit is dus van levensbelang voor homo/lesbische jongeren en dat is nu juist wat deze anti-homo-wet verbiedt. Iedere heksenjacht is te veroordelen maar deze verwoest onevenredig veel jonge levens. Het is daarom terecht dat het VN-Kinderrechtencomite heeft verklaard dat deze wet in strijd is met kinderrechten.

"Wij moeten onze opvattingen niet opdringen aan andere landen." Rusland is lid van de Raad van Europa, de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie. De nieuwe Russische anti-homo-wet en zeker de maatschappelijke vervolging van de homo/lesbische minderheid zijn in strijd met de handvesten van die organisaties. In mijn Socrates-lezing 1990 toon ik aan dat het verdedigen van het menselijk zelfbeschikkingsrecht nooit een vorm van opdringen kan zijn. Integendeel: het verdedigt het recht van mensen zelf zin en vorm aan hun eigen leven zolang zij het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantasten. Degenen die praten over het opdringen van opvattingen zijn juist degenen die zich daar zelf schuldig aan maken. Zoals het oude Nederlandse gezegde luidt: "de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet"!

"Sommige staten in de VS hebben ook homovijandige wetgeving." Dat klopt: nog twaalf deelstaten hebben "anti sodomy laws". Maar het verschil tussen Rusland en de VS is dat Rusland een nieuwe homovijandige federale wet heeft ingevoerd en dat de federale overheid in de VS de laatste jaren hard op weg is om steeds meer gelijkberechtiging tot stand te brengen. In de VS is inmiddels een duidelijke meerderheid voor homo/lesbische gelijkberechtiging en president Obama werkt aan een maatregel tegen homodiscriminatie. Omdat Rusland lid is van de Raad van Europa kunnen Russen in beroep gaan bij het mensenrechtenhof in Straatsburg. Ik hoop dat dit op grote schaal gaat gebeuren.

"Laten we eerst eens wat doen aan de homohaat in Nederland." Het één sluit het andere niet uit. De Nederlandse regering heeft een homobeleid ontwikkeld dat de helaas nog altijd bestaande homohaat wil tegengaan en voorkomen door homovoorlichting op scholen te verplichten en door ondersteuning van homo/lesbische zelforganisatie. De nieuwe Nederlandse telefilm 'Jongens' mag in Nederland wel vertoond worden maar in Rusland niet terwijl het veel bestaande vooroordelen daar zou wegnemen. Kan deze film met Russische ondertiteling op internet geplaatst worden?

"Poetin heeft gezegd niets tegen homo's te hebben als ze maar van kinderen afblijven." Zijn uitspraak is in tegenspraak met zichzelf want hij denkt kennelijk dat homo- en pedoseksualiteit hetzelfde zouden zijn: een gangbaar vooroordeel in alle homovijandige landen. Opmerkelijk is in die landen het samengaan van gewelddadige homohaat enerzijds en anderzijds het op grote schaal voorkomen van verkrachting van jongens en jonge mannen in gevangenissen en legers.

In mijn proefschrift (zie hierboven) laat ik zien dat dictators zich graag omringen met verborgen homo's omdat die af te persen zijn en op ieder gewenst ogenblik uitgeschakeld kunnen worden (zie Hitler en Röhm). Ook het oogluikend toelaten van homovijandig straatgeweld tegen openlijke homo's past in dit historische plaatje. Het is dus heel terecht dat de homo/lesbische beweging wereldwijd waarschuwt voor een dergelijke dreigende herhaling van de geschiedenis!




Naschrift

Omdat homovervolging vaak plaats vindt op grond van godsdienstige overwegingen is het belangrijk te weten dat dit gebaseerd is op onjuiste interpretatie van zogenaamd heilige teksten: Zie mijn hoofdstuk: "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010).

Het International Olympic Committee staat onder druk om in de toekomst discriminatie op grond van homoseksualiteit niet meer toe te staan in landen waar olympische spelen worden gehouden zoals in Rusland wel is gebeurd.
Inmiddels heeft het IOC besloten dat discriminatie op grond van homoseksualiteit niet meer toegestaan wordt in landen waar de spelen gehouden zullen worden!

Rusland speelt een bedenkelijke rol bij pogingen om via de VN Mensenrechtenraad onder het mom van 'gezinsbescherming' de homo/lesbische mensenrechten in te perken. Zie hier voor de tekst van de gewraakte resolutie. Rusland blijft proberen om een wereldwijd verbod op "homopropaganda" in te voeren. Toch is er ook goed nieuws uit de VN Mensenrechtenraad. Zie hier de stemverhouding.

Nederland maakt het makkelijker voor Russische LHBT om asiel te verkrijgen. Velen vluchten naar de Verenigde Staten.

Weer een verdachte dood van een anti-Poetin activist: Alexej Devotchenko en de vervolging van de homo/lesbische minderheid in Rusland gaat door. Dat geldt gelukkig ook voor de buitenlandse aandacht voor deze vervolging, bijvoorbeeld door Human Rights Watch.

Moskou doet vrijwel niets om een homovijandige mishandeling van een homoseksuele Nederlandse diplomaat in Moskou op te lossen.

Zie ook de winnaar van World Press Photo 2014 als protest tegen de homohaat in Rusland.

Het Manifest van de Russische Humanisten verklaart zich tegen discriminatie van vertegenwoordigers van de homo/bi/trans/lesbische gemeenschap en de staatsbemoeienis met de intieme levenssfeer.

IKEA stopt met Russisch magazine vanwege Russische anti-homo-wet

Ruslands anti-homo-beleid wordt niet overgenomen door de Verenigde Naties.

Homo/lesbische docenten worden ontslagen in Rusland.

Antihomowet in  Kirgizië gaat mogelijk niet door.

Homo/lesbische Russen kunnen makkelijker asiel aanvragen in Nederland.

Russische homo-asielzoeker mag blijven.

Rusland doet niets tegen de grootschalige homovervolging in Tsjetsjenië. Op 19 april 2017 wordt daar in Amsterdam tegen geprotesteerd. Op 2 mei 2017 dringt Merkel er tijdens een persconferentie met haar en Poetin op aan dat hij een einde maakt aan die vervolging. Op 9 mei 2017 wordt bekend dat een Russisch homo/lesbisch netwerk er in geslaagd is om tientallen homo' uit Rusland te laten ontsnappen aan deze vervolging. Op 11 juli 2017 wordt meer bekend over de eerste golf van vervolgingen en over de tweede golf die inmiddels plaats vindt.

De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst MIVD verklaart op 24 april 2017 dat Rusland na het terrorisme de grootste bedreiging voor Nederland vormt.

Op 20 juni 2017 oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de Russische wet tegen 'homopropaganda' discriminerend is.

Vanaf 2019 dreigt men in Rusland niet mijn blog meer te kunnen lezen door een internetblokkade.

Op 13 mei 2019 wordt bekend dat een Russische trollenfabriek meer dan 65000 tweets plaatste in twee dagen na neerschieten MH17.

Op 31 mei 2019 werd bekend dat in Rusland verwijzingen naar homoseksualiteit uit de film Rocketman over Elton John zijn verwijderd.

Op 12 juli 2019 werd de Russische activiste voor homo/lesbische gelijkberechtiging Jelena Grigorjeva vermoord. De jaarlijkse Pride Walk Amsterdam wordt 27 juli 2019 aan haar opgedragen.

Op 24 november 2022 heeft de Doema besloten om iedere "homopropaganda" strafbaar te maken. Mensenrechtengroepen en lhbti+activisten vrezen dat de wet elke publieke uiting van homoseksualiteit onmogelijk zal maken waardoor alle lhbti+'ers gedwongen worden in de kast te leven en makkelijk gechanteerd kunnen worden.
In de Groene Amsterdammer van 22 december 2022 staat een dagboekfragment van de Russische schrijver Alexander Snegirjov van 26 november 2022: "De wet tegen homo-propaganda is aangenomen.Het is verboden om vanuit een positief standpunt relaties tussen mensen van hetzelfde geslavht te tonen of te beschrijven. Ik weet zeker dat de verhoogde interesse voor zulke relaties van onze wetgevers ingegeven is door hun eigen problemen. Ze hebben er overduidelijk belangstelling voor, maar schamen zich dat hun eigen persoonlijkheid niet beantwoordt aan de 'traditionele' norm. Ze kunnen zichzelf niet zijn en benijden en haten degenen die dat wel durven. Ze projecteren hun verknipte gevoelens op de hele maatschappij. Zo is een heel land slachtoffer van een paar vergiftigde persoonlijkheden. Allerlei gekken en boze types sluiten zich bij hen aan. Die zijn altijd heel actief.Ze zijn als onkruid dat alles verstikt, ze dulden geen enkele afwijking van de norm."

Op 18 januari 2023 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg bepaald dat Rusland huwelijken van paren van gelijk geslacht moet erkennen op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit moet ook gevolgen hebben voor Bulgarije, Letland, Litouwen, Polen en Slowakije die dergelijke huwelijken ook niet erkennen.

Op 14 juli 2023 komt de NOS met het volgende bericht: "Het Russische parlement heeft een wet aangenomen die geslachtsaanpassende operaties verbiedt. Het is een nieuwe inperking van de toch al zeer bescheiden lhbti-rechten in Rusland. Tegelijk met deze wet nam de Doema ook een resolutie aan waarbij transseksualiteit, travestie en pedofilie als ziektes worden bestempeld. De wet verbiedt "alle medische interventies die erop gericht zijn om de sekse van een persoon te veranderen". Ook mag het gender van een persoon niet worden aangepast in officiële documenten. Een uitzondering wordt gemaakt voor kinderen die met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken geboren zijn. De wet die is aangenomen is zelfs nog iets strenger dan het voorstel dat gisteren bij de Doema lag. Er zijn clausules toegevoegd waardoor een huwelijk ontbonden wordt als een persoon "van gender verandert" en waarmee het voor trans personen verboden wordt om kinderen te adopteren. Het voorstel moet nog goedgekeurd worden door het Russische Hogerhuis en getekend worden door president Poetin, maar dit is min of meer een formaliteit. Al jaren zijn er bij mensenrechtenorganisaties grote zorgen over de onderdrukking van lhbti-personen in Rusland. Rusland krijgt wetten die volgens de voorstanders bedoeld zijn om de "traditionele waarden" van het land te beschermen tegen de "Westerse anti-familie-ideologieën". Vorig jaar nam het parlement een wet aan waarbij het werd verboden om informatie over homo- en biseksualiteit te verspreiden. Sinds de invoering van de 'homopropagandawet' in 2013 gold dat verbod al voor verspreiding van informatie aan minderjarigen. Hierdoor werd het vrijwel onmogelijk voor actievoerders om nog te demonstreren voor homorechten. Naast de mensenrechtenorganisaties zijn ook sommige medici in Rusland het oneens met de wet die de Doema vandaag heeft aangenomen. Zo zegt Ljoebov Vinogradova, de directeur van de onafhankelijke psychiatrische vereniging, tegen persbureau AP dat de wet "mensenhatend" is. Volgens haar zouden de operaties niet geheel verboden moeten worden. "Want er zijn mensen voor wie het de enige manier is om normaal te bestaan en vrede met zichzelf te hebben". Tot zover het bericht van de NOS.

Op 30 november 2023 heeft het Russische hooggerechtshof bekend gemaakt dat de regen-booggemeenschap een wereldwijde terroristische organisatie zou zijn. Tot nu toe hebben Poetin-vriendjes in Nederland nog niet hierop gereageerd. De dag erna werden razzia's gehouden in homobars in Moskou. Nog steeds geen enkel woord van Nederlandse Poetin-vriendjes.

Op 29 augustus 2024 plaatste ik dit blogbericht 562 over de recente ontwikkelingen in Rusland. In het dagblad Trouw van 27 augustus 2024 staat op de voorpagina van het katern 'de Verdieping' de kop: "Onderdrukt. In Rusland krijgen lhbti+'ers het steeds zwaarder." Bij heel bijzondere gebeurtenissen gebruik ik vaak de uitdrukking: 'dat mag wel in de krant!' Dat is in dit geval terecht want de meeste media besteden geen aandacht meer aan de vervolging van leden van de regenbooggemeenschap in Rusland. Daarom is dit artikel van Jarron Kamphorst zeer te prijzen. Ik citeer hieronder.

"De Russischtalige onafhankelijke omroeporganisatie Current Time publiceerde in maart dit jaar een onderzoek over deze zogeheten 'conversieklinieken'. Daarbij kwamen de journa-listen tot de conclusie dat er minstens een dozijn van dit soort inrichtingen in Rusland zijn.

Over de telefoon lieten diverse instanties aan de anonieme verslaggevers weten dat ze de 'homo-aandoening' konden 'behandelen' met behulp van onder meer hypnose, medicatie, gebeden en psychologische therapiesessies. Gemiddelde kosten: 130.000 roebel (circa 1300 euro). (...) Ook rapporten van mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch beves-tigen het bestaan en de praktijk van conversieklinieken. Het fenomeen past in het alsmaar homofobere klimaat in Rusland onder het bewind van president Vladimir Poetin. Nadat de zogenaamde 'anti-homopropagandawet' in 2013 de rechten van lhbti+'ers al ernstig knevel-de, werden Russische queers in november vorig jaar officieel vogelvrij verklaard toen het hooggerechtshof de - zeer vaag gedefinieerde en niet bestaande - 'internationale lhbti+-beweging' als 'extremistische organisatie' brandmerkte. (...) De wetten en daaruit voort-vloeiende veroordelingen en beslissingen leggen de fundamenten voor een maatschap-pelijke context die lhbti+'ers veroordeelt tot de rol van universele zondebok. Een politiek-totalitaire tendens die niet alleen queer uitingen verbiedt, maar ook queer zijn in de ban doet. Het is een direct gevolg van de strijd die het Kremlin zegt te voeren tegen verdor-ven, westerse waarden die volgens Moskou een existentiële bedreiging vormen voor het traditionele, orthodoxe conservatisme dat Poetin predikt." Tot zover dit citaat uit Trouw.

Ik zie dit artikel als een waarschuwing dat de meeste media een kwalijke rol spelen door de aandacht voor deze voortdurende vervolging te doen verslappen. Wat Rusland doet, is in strijd met beleid van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO en met het mensenrechten-beleid van de Verenigde Naties en van de Raad van Europa. Het is van groot belang dat media de aandacht blijven vestigen op deze mensenrechten schendende praktijken.




Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 8 februari 2014

28. Homojeugd


Zoals aangekondigd, plaats ik de komende maanden enkele teksten uit mijn memoires. Uit mijn onderwijsverleden heb ik al twee berichten geplaatst. Hieronder begin ik met mijn persoonlijke homogeschiedenis: drie hoofdstukjes uit mijn memoires. 

Na de oorlog woonden mijn ouders in bij mijn grootouders die voor, tijdens en gedurende de eerste jaren na de oorlog een pension voor oudere dames hadden in de Graaf Florislaan in Hilversum.
 

HILVERSUM ZOMER 1949

In mijn vroegste herinnering sta ik als driejarige kleuter op de zonnige groenomzoomde Groest (een hoofdstraat in Hilversum) en vraag ik aan mijn moeder: “Waarom kunnen jongens niet met jongens trouwen?” Haar antwoord weet ik niet meer, maar ik heb toen wel geleerd dat je daarover beter kunt zwijgen. Ergens diep van binnen ontstond een geheime plek waar dit soort gevoelens werden opgeslagen in de hoop op betere tijden waarin het onnoembare bespreekbaar zou kunnen worden.


HILVERSUM ZOMER 1957

Nadat de laatste dame was overleden en aan het kosthuis een einde kwam, ging de ongehuwde broer van mijn vader, oom Wubbo, in die kamer wonen. Hij werkte bij de Nederlandse Spoorwegen als opzichter bij baanwerkzaamheden. Ik herinner mij hem als een altijd gespannen, zenuwachtige en kettingrokende man die vaak met onze eveneens ongehuwde buurman Johan met vakantie ging naar Baden-Baden. Pas meer dan tien jaar later ontdekte ik dat dit een geheim ontmoetingspunt was voor Duitse ‘gevoelsgenoten’ in een tijd dat homoseksualiteit daar nog strafbaar was.

Anders dan in Nederland was de strafbaarstelling van homoseksualiteit uit de nazi-tijd niet uit de Duitse wetgeving (paragraaf 175) geschrapt. Buurman Johan leek als twee druppels water op de boze buurman uit de film 'Ja zuster, nee zuster' al kon ik daar toen nog geen weet van hebben. Ik had regelmatig ruzie met hem omdat mijn krielkipjes door het gazen hek heen aten van de planten uit zijn tuin waar hij overigens verder geen enkele aandacht aan besteedde.

Hij woonde alleen in zijn ouderlijk huis dat gebouwd was in de jaren twintig. Dat huis was sindsdien geheel ongewijzigd gebleven, op door kettingroken zwart geworden behang en plafonds na. Het enige persoonlijke dat hij mij wel eens had toevertrouwd was dat hij om geld uit te sparen in plaats van wekelijks nu eens in de twee weken in bad ging en daar dan twee keer zo lang in bleef liggen.

Toen zijn buurman aan de andere kant van zijn huis overleed, begon de kersverse jonge weduwe hem en mijn oom Wubbo te benaderen op zoek naar een nieuwe echtgenoot. Dat leidde tot de nodige paniek bij beide heren. Johan wist zich handig daaraan te onttrekken door het klassieke verhaal op te hangen dat zijn verloofde helaas bij een bombardement in de oorlog was omgekomen en dat hij niet ontrouw wilde worden aan zijn Grote Liefde. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat ik stiekem een gesprek afluisterde tussen een huilende oom Wubbo en mijn moeder die hem troostte met de woorden dat hij "toch niet gedwongen was om te trouwen als je dat niet wilde". Pas tien jaar later besefte ik hoe diep de maatschappelijke veroordeling van de onnoembare liefde zat en welke levensvernietigende gevolgen er uit voort vloeiden.



HILVERSUM HERFST 1957

Bij gebrek aan vaderlijke aandacht, laat staan liefde, was ik daarnaar voortdurend op zoek bij oudere mannen die ik aardig vond. De vele ooms aan moeders kant moesten niets hebben van dat kleffe gedoe en de voelbare angst van oom Wubbo met buurman Johan sprak mij in het geheel niet aan. Maar gelukkig was daar nog de bloemist die goed bevriend was met mijn moeder. Hij kwam geregeld over de vloer om ons armoedige huishouden wat op te vrolijken door een bloemetje mee te nemen dat volgens eigen zeggen “toch was overgebleven omdat er geen kopers voor waren” en mijn moeder droeg dan uit dank heel romantische Duitse gedichten voor. Ik herinner mij nog van Goethe: “über allen Gipfeln ist Ruh, kaum spürest Du einen Hauch”, hetgeen voor mij kennelijk de hoogste vorm van gelukzaligheid uitdrukte in een leven vol haat en nijd.

Vanzelfsprekend wist mijn vader niets van deze heimelijke bezoekjes. Niet zozeer omdat hij kennelijk door had dat van de bloemist weinig gevaar op echtbreuk uitging, maar meer omdat hij alles haatte wat Duits was.  De bundels met Duitse gedichten werden dan ook door mijn moeder in een kast verborgen alsof het porno betrof.

Mijn vader was inmiddels na jaren van onledig thuiszitten portier bij de VARA geworden, een paar lanen verderop. Kennelijk deed hij dat goed want hij bracht het daar zonder enige opleiding tot hoofd van de huishoudelijke dienst. Via de VARA kende hij veel homo’s maar daar werd door hem nauwelijks of met enige minachting ("verwijfde types”) over gesproken.

Verwijfd was de bloemist zeker niet maar wel ongehuwd. Ik herinner mij nog goed dat aan zijn heimelijke bezoekjes een einde kwam nadat ik een keer naast hem was meegereden in zijn bloemenwagen. Hij vertelde mij dat hij mij heel aardig vond maar dat hij mijn moeder niet wilde bedriegen en dat het daarom beter was dat we elkaar niet meer zouden zien. Ik begreep er niets van maar was er heel verdrietig over zonder dat ik het mijn moeder durfde te vertellen. Ik voelde wel aan dat er anders een groot gevaar zou dreigen, al wist ik in mijn kinderlijke onschuld niet wat.



Mijn hele middelbare schooltijd speelde homoseksualiteit geen enkele rol al had ik wel door dat ik de lieveling was van de leraar Latijn. Zo groen als gras en zonder enige seksuele ervaring ging ik augustus 1964 in Nijmegen studeren. Zie voor het vervolg blogbericht 32: Mijn eerste vriendje van zaterdag 8 maart 2014.

Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 1 februari 2014

27. "Dachautje spelen"


Op zaterdag 7 december 2013 plaatste ik blogbericht 23 over mijn Onderwijsverleden. Hieronder staat een tweede tekst over onderwijs uit mijn memoires in wording. 

NIJMEGEN ZOMER 1964

Mijn vader was door zijn verblijf in een Duits kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog in feite een ongeschoold arbeider met een bijna afgezet been en met een moeizaam overwonnen tbc. Hij bracht het toch maar tot directeur huishoudelijke dienst van de VARA. Daarom vond hij dat ik na de lagere school ook maar moest gaan werken. Onder druk van mijn moeder legde hij er zich bij neer dat ik naar het lyceum ging. Ook onder haar druk vond hij het het uiteindelijk goed dat ik daarna ging studeren. Maar dan als spoorstudent in Utrecht of Amsterdam zodat ik thuis in Hilversum kon blijven wonen, want dat was goedkoper. De steeds maar oplopende spanning tussen hem en mij was echter inmiddels onhoudbaar geworden. En zo kwam ik in uiterste nood met de redenering dat hij als atheïst bij zijn huwelijk met mijn katholieke moeder had moeten beloven dat ik katholiek werd opgevoed. Dat werd dus studeren in Nijmegen, augustus 1964.

Het eerste nadeel van studeren in Nijmegen werd al snel duidelijk: alle studenten moesten (onder het motto “één God, één Kerk, één Corps”) verplicht lid worden van het Nijmeegs Studenten Corps met de bijbehorende ontgroening. Het tweede nadeel was de ongelooflijke slaafsheid van de (meest Brabantse en Limburgse) studenten die dat allemaal als geslagen honden over hen heen lieten komen.

Na de inschrijving bij de universiteit liep ik naar de sociëteit van het N.S.C. om mij daar ook even in te schrijven, dacht ik. Maar tot mijn verrassing kwam ik geheel onvoorbereid terecht op een tjokvolle zolder van het Corpsgebouw aan de Oranjesingel in Nijmegen waar zielige ouderejaars “Dachautje” aan het spelen waren met eerstejaars die al uren gedwongen werden om staande de meest vernederende dingen naar hun hoofd geslingerd te krijgen. 

Mijn vader had nooit wat over zijn kampervaringen willen vertellen maar mijn moeder wel, in haar goedbedoelde pogingen om de boel bij elkaar te houden. Aan de verhalen over volgepakte treinen bestaande uit veewagens heb ik levenslang een angst overgehouden voor volle ruimtes en daarom loop ik nog altijd weg uit volgepakte liften en treinen.

De meest fanatieke ontgroener was een Indische Nederlander, zo te horen uit Limburg, die ons toeschreeuwde: "Jullie willen toch lid worden van het Corps?!" Dat was voor mij de druppel die de emmer deed overlopen. Ik steeg boven mijn verlegen zelf uit en schreeuwde terug: "Ik wil helemaal niet lid worden maar wordt daar toe gedwongen! Wij leven in een vrij land en ik doe niet mee aan dit fascistische spelletje.” 

Met alle macht wilden de ouderejaars mij tegenhouden maar ik opende het zolderraam aan de kant van de drukke Oranjesingel en begon om politiehulp te schreeuwen. Om de overige eerstejaars niet verder te verontrusten die rumoerig werden door mijn opstandig optreden, liet men mij schijnbaar gaan. 

Schijnbaar, want volgens goed katholiek gebruik werd ik op weg naar buiten aan alle kanten benaderd om mij weer in het gareel te krijgen. Dat maakte mij alleen maar nog opstandiger. Ik dreigde naar het toen nog bestaande Nijmeegse Vrije Volk te lopen. In een laatste poging om deze rel te sussen, werd ik uitgenodigd bij de praeses die tot mijn verrassing uit West-Friesland bleek te komen. Hij had het over  “de achterlijkheid van Brabanders en Limburgers” en vanzelfsprekend hoefde ik aan de ontgroening niet meer mee te doen en werd ik toch lid van het Corps “want dat was nu eenmaal verplicht.” 

Binnen de kortste keren werd ik dankzij de net begonnen studentenvakbond SVB lid van de Nijmeegse studentengrondraad en kwam er (ondanks de tegenwerking van de nieuwe N.S.C. praeses en latere werkgeversvoorzitter Jacques Schraven) een einde aan deze verplichting. Dankzij mijn voorganger als SVB-fractievoorzitter (de latere uitgever en schrijver Wilfried Uitterhoeve) was mijn deelname aan de grondraad een goed lesje in het omgaan  met de macht van kerk en politiek.

Nijmeegse studenten maakten revolutionaire tijden mee en het viel mij als sociologiestudent met historische belangstelling op dat niemand het belang van goede archivering inzag waardoor vrijwel alle stukken in prullenmanden verdwenen. Dat werd een andere goede les: documenten toegankelijk bewaren voor latere onderzoekers. Ook leerde ik een medestudent kennen die correspondent was voor de NRC en zo kwam het dat ik mijn loopbaan als schrijver begon met een krantenberichtje over de toen al omstreden katholieke identiteit van de Nijmeegse universiteit.

Gelukkig was ik niet de enige dwarsligger in Nijmegen.  Zo werd ik lid van het onafhankelijke studentendispuut Bazarow, waar ik de latere vrijdenkersvoorzitter Anton van Hooff leerde kennen.  En ik werd ook lid van de socialistische studentenvereniging Politeia, waardoor ik de latere topambtenaar Henk Molleman ontmoette. Een en ander leidde er wel toe dat ik regelmatig op straat werd uitgescholden voor "vuile rotcommunist" door Nijmeegse studenten tot wie de politieke verschillen ter linkerzijde kennelijk nog niet waren doorgedrongen. De inmiddels opkomende Nijmeegse communistische studenten (die het ene geloof hadden ingewisseld voor het andere) vonden mij op hun beurt weer rechts omdat ik lid was geworden van "de klassenvijand" PvdA als tegenwicht tegen de polariserende politieke verhoudingen in Nijmegen.

Zoals ik in mijn eerste blogbericht over mijn onderwijsverleden al heb beschreven, wilde ik mijn hele jeugd architect worden maar door een (in het lager en middelbaar onderwijs niet ontdekte) afwijking in het hoofdrekenen (een-en-tachtig werd in mijn hoofd 18) ging dat niet door. De moord op Kennedy bracht mij tot verhoogd maatschappelijk bewustzijn en de keuze voor sociologie lag dus voor de hand: "geen huizen bouwen maar een betere maatschappij!" De studie sociologie verliep voorspoedig. 

Bij het nog steeds bestaande Instituut voor Toegepaste Sociologie werd ik assistent van de latere minister van onderwijs Jos van Kemenade en kreeg ik vooral tot taak mondelinge vragenlijsten af te nemen in de wijde omgeving van Nijmegen. Daardoor werd ik mij goed bewust van de enorme kloof tussen enerzijds de sociale wetenschappen en anderzijds de onderkant van de maatschappij omdat de vragen vaak niet of verkeerd begrepen werden.

Mijn voornemen om mijn zelfgekozen verbanning naar Nijmegen zo snel mogelijk na mijn meerderjarigheid (toen nog 21 jaar) te beëindigen, kwam in een stroomversnelling in de voor mij dramatisch verlopen zomer van 1967. Daarover meer in de derde aflevering van deze serie over mijn onderwijsverleden: blogbericht 35: Twee katholieke kandidaatsexamens van zaterdag 29 maart 2014.


Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 28 december 2013

26. Blogpauze (1)

Toen ik een half jaar geleden begon met het wekelijkse bloggen, vermoedde ik niet dat het zo goed zou aanslaan. Er zijn nu duizenden lezers in Nederland, honderden in de Verenigde Staten, tientallen in (gerangschikt naar aantallen) Rusland, Duitsland, België, Frankrijk, Oekraïne, Zuid Afrika, Servië en het Verenigd Koninkrijk, en enkele lezers in (alfabetische volgorde) Antigua, Australië, Brazilië, Canada, China, Costa Rica, Finland, Griekenland, India, Indonesië, Japan, Maleisië, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Polen, Singapore, Taiwan, Thailand, Tsjechië, Turkije, Venezuela, Zuid Korea en Zweden. Met dank aan de 175 in veertig landen over de hele wereld verspreide opleidingen Neerlandistiek!

Aanvankelijk zag ik erg op tegen het bloggen omdat sociale media vaak uitblinken in het slechtste wat een samenleving zichzelf kan aandoen. Maar het blijkt dat bloggen een ander soort mensen aantrekt: inhoudelijk belangstellend, bereid om met aanvullende inlichtingen en goed onderbouwde tegenoverwegingen te komen, en bogend op veel belangwekkende eigen ervaringen. Kritiek was er ook: "teveel aandacht voor Friesland" en "waarom niet in het Engels?" Opvallend genoeg kwam die kritiek alleen uit de Randstad en niet uit de rest van Nederland en het buitenland.

In mijn eerste blogbericht (van 6 juli 2013) schreef ik al heel duidelijk "dat ik mij niet meer hoef te beperken tot onderwerpen rond homoseksualiteit maar dat ik ook kan gaan schrijven over humanisme, openbaar onderwijs, Nederlandse cultuur (...) wereldwijd, Fryslân en wat me nog meer heeft beziggehouden en zal blijven boeien". Gegeven die doelstelling ligt het voor de hand dat Friesland af en toe aan de orde komt. Ik steek niet onder stoelen of banken dat mijn tienjarig verblijf daar mij beter is bevallen dan ruim 55 jaar in de Randstad. Dat steekt sommigen kennelijk. Maar wie Friesland een beetje kent, weet dat deze kritiek een aansporing is om daar vrolijk mee door te gaan: Fryslân boppe! (Zij die vrezen voor verfoeilijk Fries nationalisme: zie mijn Tresoar Lezing over Friese en homo- & lesbische identiteiten, op te vragen via robtielman46@gmail.com).

Gegeven mijn belangstelling voor Nederlandse cultuur wereldwijd en mijn ervaring met studenten Neerlandistiek in het buitenland, kies ik er bewust voor om in het Nederlands te schijven. Mensen die Nederlands willen leren, ergeren zich eraan dat Nederlanders meestal meteen omschakelen naar het Engels waardoor zij de taal moeilijker leren. Friezen die in dorpen leven, hebben dat gelukkig iets minder. Dat heeft het leren van het Fries voor mij vergemakkelijkt. Het lijkt wel alsof veel Nederlanders zich voor hun taal schamen en het maar raar vinden als buitenlanders trachten Nederlands te leren. Juist in een door internet steeds eentaliger wordende wereld is het belangrijk om de betekenis van kleine talen te onderkennen. Zoals ik in mijn Socrateslezing 1990 heb betoogd, lopen eentaligen het gevaar om taalgevangenen te worden en bevordert veeltaligheid een open houding ten opzichte van verscheidenheid in gelijkwaardigheid.

Een belangrijk voordeel van bloggen boven het schijven van columns in een maandblad is dat voortdurend nieuwe ontwikkelingen kunnen worden verwerkt in oude teksten. Dankzij de links met internetbronnen kan iedereen nagaan waar mijn gegevens vandaan komen. Bovendien kunnen lezers mij over het bloggen rechtstreeks via  robtielman46@gmail.com benaderen met het verzoek om hun reacties al dan niet op te nemen. Tot nu toe heb ik geen enkele reactie hoeven te weigeren.

Er zijn lezers die wel Nederlands lezen maar toch liever in hun eigen taal reageren. Enkele Engelstalige reacties heb ik al opgenomen omdat die meestal door mijn lezers begrepen worden. Maar ook reacties in Afrikaans, Fries, Duits, Frans, Spaans, Portugees, Italiaans, Noors, Esperanto en Russisch kunnen opgestuurd worden. Die zal ik plaatsen en indien nodig kort samengevat vertalen. Leve de veeltaligheid!

Een ander voordeel van bloggen zijn de blogstatistieken. Ik had het al over de landen waar de lezers zitten. Dankzij de blogstatistieken kan ik nu ook nagaan welke blogberichten het meest bekeken zijn. Vanzelfsprekend staan 1. Rob Tielman gaat bloggen en 2. Van column naar blog bovenaan want veel lezers willen weten waarom ik dit doe. Dan volgen 15. (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam  (vooral bekeken in de VS), 11. Frankrijk & Nederland (veel gelezen door Frans-Vlamingen die Nederlands leren) en 21. It wrede paradys (geliefd bij Friezen).

Ook leuk om te weten: de meeste lezers gebruiken Firefox (66%), Chrome (11%), Internet Explorer (10%) en Safari (9%). De meest gebruikte besturingssystemen onder mijn lezers zijn Mac (59%), Windows (28%), iPad (5%), iPhone (2%) en Linux (2%). En er komen veel lezers binnen dankzij Google, Speld, Postzegelblog, CBOO en lezers die over mijn blog schrijven op Facebook.

Mijn derde blogbericht (van 20 juli 2013) eindigde ik met: "En nu maar kijken of het schrijven van blogs het schrijven van memoires remt of bevordert!" En uitgerekend dat bleek het enige nadeel van het bloggen: het kostte mij meer tijd dan verwacht waardoor het schrijven van mijn memoires vertraging opliep. Mede dankzij het landelijk platform openbaar onderwijs CBOO is daar een oplossing voor gevonden. Maandelijks schrijf ik een blogbericht over (openbaar) onderwijs dat daarnaast zowel in mijn memoires als op http://www.openbaaronderwijs.nl/ zal verschijnen.

Ik overweeg eveneens maandelijks afleveringen uit mijn memoires in mijn blog te gaan opnemen. Dat betreft dan de andere twee hoofdlijnen in mijn memoires: homoseksualiteit en humanisme, elke hoofdlijn in een eigen lettertype. Daarnaast blijft er dan ook ruimte om maandelijks in te gaan op actuele ontwikkelingen in het lettertype dat ik nu gebruik. Maar eerst moet ik de opgelopen achterstanden wegwerken door enkele weken voorrang te geven aan het schrijven van mijn memoires. Daarom las ik de komende vijf weken een blogpauze in en verschijnt mijn eerstvolgende blogbericht op zaterdag 1 februari 2014. Alvast een goede jaarwisseling en een gelukkig 2014 gewenst!




Voor wie vijf weken erg lang is: (her)lees mijn Burgemeester Dales Lezing van 25 januari 2000 eens. In februari 2014 besteed ik aandacht aan mijn Nijmeegse ervaringen... 

Zie ook: Wikipedia over Rob Tielman

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.