Eind november 2016 verschijnt bij uitgeverij de Papieren Tijger in Breda mijn boek met levensherinneringen, getiteld: Humanisme als zelfbeschikking. In de
rumoerige aanloop tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen plaats ik
een voorpublicatie over mijn ervaringen in de VS. Hopelijk verheldert
dat een aantal Amerikaanse eigenaardigheden.
Verenigde Staten & Nederland
In
de jaren tachtig en negentig was ik alles bij elkaar een jaar in de VS
en er ging geen week voorbij of ik gaf er lezingen over Nederland. Het
was een goede manier om meer te leren
over het bijzondere van mijn eigen land. En over de VS vanzelfsprekend.
De meeste aanwezigen bij mijn lezingen bleken het verhaal van Hans Brinker te kennen. Velen dachten dat Hans de vinger in een lekkende dijk (a finger in a leaking dike) stak om Holland te redden maar dat is echter in het boek van Mary Mapes Dodge
een naamloos zoontje van een sluiswachter. Sprak ik voor een
homo/lesbisch gehoor dan leidde mijn woordspeling vaak tot gegniffel
maar voor veel Amerikanen is de subculturele betekenis van het woord dike voor lesbo kennelijk onbekend of men hield zich discreet in.
Waarom
zegt dit vingerverhaal meer over de VS dan over Nederland? Amerikanen
zijn dol op individuele helden die hun land of de wereld redden van de
ondergang. Nederlanders geloven meer in polderen: to solve a problem by sharing enlightened self-interests. Het loutere feit dat men het begrip polderen niet kent, verklaart al veel. De VS is gegroeid door pioneers
die land veroverden op anderen. Nederland groeide door gezamenlijk een
land te ontwikkelen dat voor het dichtst bevolkte deel onder de
zeespiegel ligt. Ook zeevaarders en handelaars droegen gezamenlijk bij
aan de wereldhandel die zich zo
ontwikkelde tot 's werelds eerste multinational: de Vereenigde
Oostindische Compagnie V.O.C. .
Engels
is een wereldtaal geworden door veel landen te bezetten. Nederlands was
een handelstaal en men had op een enkele uitzondering na er geen
zakelijk belang bij om andere talen te verdringen. Integendeel: het is
voor de handel juist goed om veeltalig te zijn en de eigen taal als
geheimtaal achter de hand te houden. Zo schakelen mijn partner Herman en
ik in het buitenland wel eens over op het Fries als wij vertrouwelijke
dingen willen bespreken en we vermoeden dat er Nederlanders in de buurt
zijn. Hoewel de Friese taal tussen het Engels en het Nederlands in ligt,
leert de ervaring dat de meeste Engels- en Nederlandstaligen het niet
onmiddellijk verstaan.
In de vroege Middeleeuwen
bewoonden de Friezen de gehele Noordzeekust van wat nu Vlaanderen en
Holland is tot in Duitsland en in de laatste duizend jaar tot aan wat nu
Denemarken is. De Romeinen beschrijven aan het begin van onze
jaartelling dat de Friezen terpen, human made hills, opwierpen
tegen hoogwater om er te wonen en het vee te stallen. Omdat de
zeespiegel bleef stijgen begon men rond de lagere gebieden dijken te
maken en zo ontstonden de polders, areas below see level surrounded by dikes.
Polders konden niet gered worden door individuele vingers in dijken te
steken maar alleen door gezamenlijk en planmatig de handen uit de mouwen
te steken. Zo werden de Friezen de grondleggers van het Nederlandse poldermodel.
Iedereen zal begrijpen dat dergelijke
gebieden alleen tegen het water beschermd zijn als de dijken overal
voldoende hoog zijn. Zo ontstond in Nederland een diep geworteld besef
van het gemeenschappelijk welbegrepen eigenbelang. Datzelfde besef
leefde bij de vele scheepsbemanningen die eeuwenlang de wereldzeeën
introkken: ze zaten met z'n allen in hetzelfde bootje. En dat besef werd
nog versterkt door het feit dat de kleine Nederlandse staat en cultuur
omringd werden (en worden) door grotere en machtige staten en culturen:
de Engelse, de Duitse en de Franse.
Het is vanuit die achtergrond goed te verklaren dat de Nederlandse jurist Hugo de Groot, Hugo Grotius,
een grondlegger is van het internationaal recht. Wie klein is, heeft
baat bij een rechtsorde die de vrijheid van de zwakkeren beschermt. Mij
viel op dat in de VS een ander vrijheidsbegrip overheerst: de
afwezigheid van regels. De paradox is dat daardoor de vrijheid van de
sterkeren groter wordt en die van de zwakkeren kleiner: de wetten van
het oerwoud. In een polder en op een schip hebben de sterkeren er belang
bij dat iedereen sterk genoeg is om de kleine gemeenschap te helpen
verdedigen tegen de veel grotere gemeenschappelijke vijand: het
omringende water.
In de ogen van veel Nederlanders
leidt de Amerikaanse maatschappij aan een extreem egocentrisme waardoor
gemeenschappelijke belangen in gevaar komen. Als velen het eigen
wapenbezit als een grondrecht beschouwen dan neemt de maatschappelijke
onveiligheid toe. Als men toelaat dat armen geen gezondheidszorg krijgen
dan bedreigt dat de gezondheid van de rijken omdat voor iedereen
besmettelijke ziekten onvoldoende bestreden worden. Als conservatieve
christenen gods water over gods akker willen laten lopen dan steunen zij
feitelijk het darwinisme dat zij zo bestrijden: the survival of the fittest.
Dit egocentrisme wordt nog versterkt door het districtenstelsel waarin geldt: the winner takes all.
Daardoor wordt democratie opgevat als de dictatuur van de meerderheid.
In Nederland, waar eeuwenlang nooit een meerderheidspartij heeft bestaan,
wordt echte democratie juist opgevat als de maatschappelijke vormgeving
van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm geven aan hun bestaan
zolang zij het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantasten.
International Humanist and Ethical Union (IHEU)
Van 1986 tot 1998 heb ik als (co)president van de IHEU
mogen meewerken aan de groei van deze wereldorganisatie. In deze tijden
van
toenemende godsdienstige onverdraagzaamheid is het erg belangrijk dat de
belangen van ongodsdienstigen doelmatig behartigd worden. Als de
verdedigers van vrijheid zich niet organiseren dan helpen de vijanden
van vrijheid haar om zeep. Humanisten gaan er
van uit dat mensen het recht hebben om zelf zin en vorm te geven aan hun
bestaan zolang zij anderen in hun mensenrechten niet schaden. Het is
daarom
nogal lachwekkend om te zien dat sommige Amerikaanse christenen in dit kader spreken
van
een 'War on Christianity'.
Aanleiding voor
deze onterechte beschuldiging is de grote voortgang die de Amerikaanse homo/lesbische beweging maakt door met name de
openstelling van
het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Het verzet tegen huwelijksgelijkberechtiging neemt in de Verenigde Staten soms potsierlijke vormen aan. Wie
niet beter weet, zou haast denken dat het heteroseksuele huwelijk
verboden dreigt te worden. En dat daar alleen nog maar same sex marriages, huwelijken tussen
mannen en tussen vrouwen,
toegestaan zouden worden. Om deze vorm van heteroseksuele
onverdraagzaamheid te maskeren
wordt net gedaan of er sprake zou zijn van 'Gay intolerance'.
Zo wordt er geroepen dat de vrijheid van godsdienst door same sex marriages in gevaar zou komen
terwijl iedereen in de VS mag geloven wat hij of zij
wil zolang men de vrijheid van
andersdenkenden niet aantast. Werkelijke godsdienstvrijheid houdt ook in
dat mensen van godsdienst mogen veranderen of bijvoorbeeld humanist
mogen worden. In de VS halen sommigen er zelfs de vermeende schuld voor het dodelijke virus ebola bij om atheïsme en homoseksualiteit te bestrijden!
Ook wordt gedaan alsof de belangen van kinderen
worden geschaad door ouderparen van gelijk geslacht terwijl uit een overvloed
aan onderzoek bewijst dat dit niet het geval is (zie voor een overzicht: www.meerdangewenst.nl . Zo blijkt weer eens dat
homoseksualiteit een belangrijke toetssteen is voor de handhaving van mensenrechten.
Bovendien
heerst ook in de VS het gangbare misverstand dat het democratisch zou
zijn om de homo/lesbische minderheid van hun mensenrechten te beroven.
Zij denken ten onrechte dat democratie de dictatuur van de meerderheid zou zijn.
Het is dan ook van groot belang dat de IHEU als grote wereldwijde levensbeschouwelijke
organisatie de gelijkberechtiging van met name homo/lesbische
minderheden tot een van de speerpunten van haar beleid heeft gemaakt. Paradoxaal genoeg
beseffen godsdienstigen vaak niet dat het uitgerekend de humanisten zijn
die de vrijheid van godsdienst en van levensbeschouwing het beste verdedigen. Vergelijk dat eens met al die onverdraagzame
godsdienstigen die alleen hun eigen godsdienst de vrijheid gunnen die zij echter onder
andersdenkenden bestrijden. Kijk maar naar al die godsdienstoorlogen die momenteel
gevoerd worden.
Humanisme in de VS
Door
al die lezingen in de VS heb ik Amerikaanse humanisten goed leren
kennen. Terwijl in polderend Nederland de humanistische beweging goed
samenwerkte en steeds meer gelijke behandeling kon bereiken, was er in de VS
geen sprake van een doelmatige humanistische beweging. Telkens waren er
weer goed bedoelende pioniers die een eigen organisatie gingen opzetten
los van de tientallen andere humanistische organisaties die al
bestonden. Helaas heb ik daar vanuit de internationale humanistische
beweging geen verandering in kunnen brengen. Wel heb ik kunnen bereiken
dat er minder tijd en energie werd gestoken in het bestrijden van elkaar
en meer in het streven naar gelijkberechtiging.
Verreweg mijn belangrijkste contactpersoon in de VS was de hoogleraar filosofie Paul Kurtz (1925-2012). Hij richtte al in 1969 de belangrijkste humanistische uitgeverij Prometheus Books op. Van 1986 tot 1994 was hij samen met mij (co)president van de IHEU. Sinds 1990 was ik lid van de International Academy of Humanism waarvan hij oprichter en voorzitter was. Hij richtte in 1991 het wereldwijde Center for Inquiry op dat het blad Free Inquiry
uitgeeft waarvan hij hoofdredacteur was. Hij heeft tientallen boeken
geschreven over het hedendaagse humanisme. Paul Kurtz mag zonder meer
een van de belangrijkste Amerikaanse en internationale humanistische
pioniers genoemd worden. Wij hadden in de IHEU de afspraak dat hij het
polderen aan mij overliet. De pionier en de polderaar: het bleek voor de
IHEU een geslaagde combinatie!
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn
memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen
blogteksten haal ik niet steeds als citaat aan. Voor wie mij wil gaan citeren: er zijn kleine redactionele verschillen tussen blog en boek.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Een Nederlandse lezer die veel in de VS verblijft, schrijft: "Fantastische interessante blog over het
verschil in opvattingen over democratie in de VS en Nederland
Rob!!!"
zaterdag 15 oktober 2016
zaterdag 8 oktober 2016
164. Mijn ervaring met ontgroening
De recente ontgroeningsuitwassen in Groningen en Amsterdam deden mij
denken aan mijn eigen ervaring met ontgroening. Eind november 2016
verschijnt bij uitgeverij de Papieren Tijger in Breda mijn boek met
levensherinneringen: Humanisme als zelfbeschikking. In dit blogbericht daarom een voorpublicatie daaruit over mijn ervaring met ontgroening.
NIJMEGEN ZOMER 1964
Mijn vader was door zijn verblijf in een Duits kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog in feite een ongeschoold arbeider met een bijna afgezet been en met een moeizaam overwonnen tbc. Hij bracht het toch maar tot directeur huishoudelijke dienst van de VARA. Daarom vond hij dat ik na de lagere school ook maar moest gaan werken. Onder druk van mijn moeder legde hij er zich bij neer dat ik naar het lyceum ging. Ook onder haar druk vond hij het het uiteindelijk goed dat ik daarna ging studeren. Maar dan als spoorstudent in Utrecht of Amsterdam zodat ik thuis in Hilversum kon blijven wonen, want dat was goedkoper. De steeds maar oplopende spanning tussen hem en mij was echter inmiddels zeer onhoudbaar geworden. En zo kwam ik in uiterste nood met de redenering dat hij als atheïst bij zijn huwelijk met mijn katholieke moeder had moeten beloven dat ik katholiek werd opgevoed. Dat werd dus studeren in Nijmegen, augustus 1964.
Gelukkig was ik niet de enige dwarsligger in Nijmegen. Zo werd ik lid van Bazarov, een onafhankelijke studentendispuut, waar ik de latere vrijdenkersvoorzitter Anton van Hooff leerde kennen. En ik werd ook lid van de socialistische studentenvereniging Politeia, waardoor ik de latere topambtenaar Henk Molleman ontmoette. Een en ander leidde er wel toe dat ik regelmatig door medestudenten op straat werd uitgescholden voor "vuile rotcommunist" omdat de politieke verschillen ter linkerzijde kennelijk nog niet tot hen waren doorgedrongen. De inmiddels opkomende Nijmeegse communistische studenten (die de godsdienst hadden ingewisseld voor andere dogma's) vonden mij op hun beurt weer rechts omdat ik lid was geworden van "de klassenvijand" PvdA als tegenwicht tegen de polariserende politieke verhoudingen in Nijmegen.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten haal ik niet steeds als citaat aan. Voor wie mij wil gaan citeren: er zijn kleine redactionele verschillen tussen blog en boek.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
NIJMEGEN ZOMER 1964
Mijn vader was door zijn verblijf in een Duits kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog in feite een ongeschoold arbeider met een bijna afgezet been en met een moeizaam overwonnen tbc. Hij bracht het toch maar tot directeur huishoudelijke dienst van de VARA. Daarom vond hij dat ik na de lagere school ook maar moest gaan werken. Onder druk van mijn moeder legde hij er zich bij neer dat ik naar het lyceum ging. Ook onder haar druk vond hij het het uiteindelijk goed dat ik daarna ging studeren. Maar dan als spoorstudent in Utrecht of Amsterdam zodat ik thuis in Hilversum kon blijven wonen, want dat was goedkoper. De steeds maar oplopende spanning tussen hem en mij was echter inmiddels zeer onhoudbaar geworden. En zo kwam ik in uiterste nood met de redenering dat hij als atheïst bij zijn huwelijk met mijn katholieke moeder had moeten beloven dat ik katholiek werd opgevoed. Dat werd dus studeren in Nijmegen, augustus 1964.
Het eerste
nadeel van toen studeren in Nijmegen werd al snel duidelijk: alle studenten moesten
(onder het motto “één God, één Kerk, één Corps”) verplicht lid worden van het
Nijmeegs Studenten Corps met de bijbehorende ontgroening. Het tweede nadeel was de in mijn ogen ongelooflijke slaafsheid van
de (meest Brabantse en Limburgse) studenten die dat allemaal als geslagen honden
over hen heen lieten komen.
Na de
inschrijving bij de universiteit liep ik naar de sociëteit van het N.S.C. om
mij daar ook even in te schrijven, dacht ik. Maar tot mijn verrassing kwam ik
geheel onvoorbereid terecht op een tjokvolle zolder van het Corpsgebouw aan de
Oranjesingel in Nijmegen waar zielige ouderejaars “Dachautje” aan het spelen
waren met eerstejaars die al uren gedwongen werden om staande zonder eten drinken de meest
vernederende dingen naar hun hoofd geslingerd te krijgen.
Mijn vader had
nooit wat over zijn kampervaringen willen vertellen maar mijn moeder wel, in
haar goedbedoelde pogingen om de boel bij elkaar te houden. Aan de verhalen
over volgepakte treinen bestaande uit veewagens heb ik levenslang een grote angst
overgehouden voor volle ruimtes en daarom loop ik nog altijd weg uit volgepakte
liften en treinen.
De meest fanatieke ontgroener was een Indische Nederlander, zo te horen uit Limburg, die ons toeschreeuwde: "Jullie willen toch lid worden van het Corps?!" Dat was voor mij de druppel die de emmer deed overlopen. Ik steeg boven mijn verlegen zelf uit en schreeuwde terug: "Ik wil helemaal niet lid worden maar wordt daar toe gedwongen! Wij leven in een vrij land en ik doe niet mee aan dit fascistische spelletje.”
Met alle macht wilden de ouderejaars mij tegenhouden maar ik opende het zolderraam aan de kant van de drukke Oranjesingel en begon om politiehulp te schreeuwen. Om de overige eerstejaars niet nog verder te verontrusten die al rumoerig werden door mijn opstandig optreden, liet men mij schijnbaar gaan.
De meest fanatieke ontgroener was een Indische Nederlander, zo te horen uit Limburg, die ons toeschreeuwde: "Jullie willen toch lid worden van het Corps?!" Dat was voor mij de druppel die de emmer deed overlopen. Ik steeg boven mijn verlegen zelf uit en schreeuwde terug: "Ik wil helemaal niet lid worden maar wordt daar toe gedwongen! Wij leven in een vrij land en ik doe niet mee aan dit fascistische spelletje.”
Met alle macht wilden de ouderejaars mij tegenhouden maar ik opende het zolderraam aan de kant van de drukke Oranjesingel en begon om politiehulp te schreeuwen. Om de overige eerstejaars niet nog verder te verontrusten die al rumoerig werden door mijn opstandig optreden, liet men mij schijnbaar gaan.
Schijnbaar, want
volgens goed katholiek gebruik werd ik op weg naar buiten aan alle kanten benaderd om mij weer in
het gareel te krijgen. Dat maakte mij alleen maar nog opstandiger. Ik dreigde
naar het toen nog bestaande Nijmeegse Vrije Volk te lopen. In een laatste
poging om deze rel te sussen, werd ik uitgenodigd bij de praeses die tot mijn
verrassing uit West-Friesland bleek te komen. Hij had het over “de achterlijkheid van Brabanders en
Limburgers” en vanzelfsprekend hoefde ik aan de ontgroening niet meer mee te
doen en werd ik toch lid gemaakt van het Corps “want dat was nu eenmaal verplicht.”
Binnen de kortste
keren werd ik dankzij de net begonnen studentenvakbond SVB lid van de Nijmeegse
studentengrondraad en kwam er (ondanks de tegenwerking van de nieuwe N.S.C.
praeses en latere werkgeversvoorzitter Jacques Schraven) een einde aan deze
verplichting. Dankzij mijn voorganger als SVB-fractievoorzitter (de latere
uitgever en schrijver Wilfried Uitterhoeve) was mijn deelname aan de grondraad
een goed lesje in het omgaan met de
macht van kerk en politiek.
Nijmegen maakte
revolutionaire tijden mee en het viel mij als sociologiestudent met historische
belangstelling op dat bijna niemand het belang van goede archivering inzag waardoor
vrijwel alle stukken in prullenmanden verdwenen. Dat werd een andere goede
les: documenten toegankelijk bewaren voor latere onderzoekers. Ook leerde ik
een medestudent kennen die correspondent was voor de NRC en zo kwam het dat ik mijn
loopbaan als schrijver begon met een krantenberichtje over de toen al omstreden katholieke
identiteit van de Nijmeegse universiteit.
Gelukkig was ik niet de enige dwarsligger in Nijmegen. Zo werd ik lid van Bazarov, een onafhankelijke studentendispuut, waar ik de latere vrijdenkersvoorzitter Anton van Hooff leerde kennen. En ik werd ook lid van de socialistische studentenvereniging Politeia, waardoor ik de latere topambtenaar Henk Molleman ontmoette. Een en ander leidde er wel toe dat ik regelmatig door medestudenten op straat werd uitgescholden voor "vuile rotcommunist" omdat de politieke verschillen ter linkerzijde kennelijk nog niet tot hen waren doorgedrongen. De inmiddels opkomende Nijmeegse communistische studenten (die de godsdienst hadden ingewisseld voor andere dogma's) vonden mij op hun beurt weer rechts omdat ik lid was geworden van "de klassenvijand" PvdA als tegenwicht tegen de polariserende politieke verhoudingen in Nijmegen.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten haal ik niet steeds als citaat aan. Voor wie mij wil gaan citeren: er zijn kleine redactionele verschillen tussen blog en boek.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 1 oktober 2016
163. Taalstrijd en humanisme in België
Eind november 2016 verschijnt bij uitgeverij de Papieren Tijger in Breda mijn boek met levensherinneringen, getiteld: Humanisme als zelfbeschikking.
Omdat mijn blog veel in België gelezen wordt, plaats ik nu een
voorpublicatie uit mijn boek die over België gaat.
Taalstrijd en humanisme in België
Als beginnend voorzitter van de IHEU wilde ik in 1986 kennismaken met de twee min of meer humanistische universiteiten in Brussel. De Nederlandstalige Vrije Universiteit Brussel en de Franstalige Université libre de Bruxelles. Omdat ze beide op dezelfde campus liggen, dacht ik snel van de eerste naar de tweede afspraak te kunnen wandelen. Maar toen bleek dat de twee universiteiten gescheiden werden door een bijna onneembare dijk waar ik me met moeite door het struikgewas kon worstelen. Een dijk als taalgrens: dat was ik nog niet eerder tegengekomen! Geen Berlijnse muur maar een Brusselse dijk. Een merkwaardige ontmoeting in het België van een helaas eeuwenoude taalstrijd.
Omdat Brussel officieel een tweetalige stad is, kwam ik (in het Frans) bij de ULB met het voorstel dat ik Nederlands zou spreken en de gastheren Frans. Maar dat mocht niet: Nederlands spreken was er verboden. Ik moest toen denken aan de (Franstalige) lezingen die ik in Frankrijk had gegeven. Die begon ik met het grapje dat ik mij verontschuldigde voor mijn onvolmaakte Frans maar dat ik aannam dat mijn Frans beter was dan hun Nederlands. Dat werd steevast als een erge belediging opgevat: de gedachte dat Fransen een minderwaardig taaltje als het Nederlands zouden willen leren was onverdraaglijk! Ik neem al jaren deel aan een Europese humanistische discussiegroep op internet. Daar maakte ik eens de fout om een Nederlandstalig bericht aan een Vlaming naar het hele netwerk te sturen. De haat tegen het Nederlands spatte af van de berichten van enkele Fransen die zich kennelijk persoonlijk beledigd voelden dat zij dit achterlijke taaltje ('patois') te lezen kregen. Voor de verschillen tussen de Vlaamse taalstrijd en de Friese taalvrede verwijs ik naar mijn Tresoar-lezing Identiteit als keuze.
In de jaren dat ik actief was in de Nederlandse en in de internationale humanistische beweging ben ik vele malen door geestverwanten uitgenodigd om lezingen te geven in Vlaanderen, enkele malen in Frankrijk maar nimmer in Franstalig België. Ik heb wel goede herinneringen overgehouden aan de keren dat ik (Nederlandstalige) gastcolleges gaf aan studenten Neerlandistiek in Franstalig België. In de afgelopen eeuwen zijn veel Vlamingen om economische redenen naar Franstalig België verhuisd waar men heel veel Vlaamse achternamen aantreft. Friezen die om diezelfde redenen uit Friesland zijn vertrokken, zijn nog altijd trots op hun afstamming. Lees mijn blogbericht over It wrede paradys. Ik heb nog nooit een Franstalige Belg ontmoet die trots was op zijn Vlaamse afkomst. En de vele werkeloze Franstalige Belgen zijn meestal niet bereid om werk te zoeken in Vlaanderen waar het economisch veel beter gaat.
HVV & CAL
In Vlaanderen werd in 1951 naar Nederlands voorbeeld een eigen Humanistisch Verbond opgericht. Dat is inmiddels opgegaan in de Humanistisch Vrijzinnige Vereniging. In Vlaanderen heb ik zowel met de bestuurders als met de medewerkers vriendschappelijke betrekkingen onderhouden. In Franstalig België werd in 1969 naar Frans voorbeeld een Centre d'action laïque opgericht. Maar toch is er een belangrijk verschil. In Frankrijk staat de volstrekte scheiding van kerk en staat centraal: het neutralisme. In geheel België wordt net als in Nederland uitgegaan van een pluralistische benadering: een gelijke behandeling en ondersteuning van zowel godsdienst als levensbeschouwing. Ook is er in België net als in Nederland aandacht voor het bieden van een ongodsdienstig alternatief voor de kerken in de vorm van (wat in Nederland genoemd wordt) het humanistisch vormingsonderwijs en de humanistische geestelijke verzorging. Het begrip humanisme is in Franstalig België helaas gekaapt door de Franstalige christen-democraten waardoor net als in Frankrijk (anders dan in de rest van Europa) verwarring omtrent de humanistische identiteit bestaat onder Franstaligen.
EHF/FHE
In 1991 was ik in Praag een van de oprichters van de Europese Humanistische Federatie EHF/FHE, waarvan ik van 1991 tot 1999 vicevoorzitter was. Daar was aanvankelijk verzet tegen vanuit Engelstalige bestuurders van IHEU-lidorganisaties. Zij leden aan een kwaal die ik vaker in humanistische kringen ben tegengekomen: een uiterst dogmatisch opgevat internationalisme dat niet te verenigen zou zijn met iedere vorm van regionalisme, zoals bijvoorbeeld de open Fryske mienskip. Het begrip gelijkheid wordt in die kringen opgevat als gelijkvormigheid. In een ideale wereld zou er naar hun mening maar plaats zijn voor één staat en één taal, in hun geval het Engels.
Naar mijn mening houdt de humanistische opvatting van gelijkheid geen gelijkvormigheid in maar gelijkwaardigheid. Geen eenvormigheid maar veelvormigheid. Geen eentaligheid maar veeltaligheid. Geen dictatuur van een meerderheid maar zelfbeschikking voor individuen en zelfgekozen zelforganisatievormen van minderheden. Gelukkig kon ik als IHEU-voorzitter de tegenstanders er van overtuigen dat het voor de humanistische belangenbehartiging noodzakelijk was om in Brussel een humanistische Europese organisatie te vestigen. Die is er gekomen op de Franstalige campus van de ULB. Ik heb toen wel bedongen dat er voldoende Engelskundige medewerkers en vrijwilligers zouden komen om te voorkomen dat de EHF/FHE een uitsluitend Franstalige organisatie zou worden. Dit is naar tevredenheid geregeld zoals onder andere blijkt uit de website humanistfederation.eu. Ook mijn verlangen dat niet alleen de Franse neutralistische maar ook de Nederlands/Belgische pluriforme benadering naar voren gebracht zou worden, werd aanvaard. Inmiddels hangt het merendeel van de Europese humanistische lidorganisaties de pluralistische benadering aan. Ik was van 1994 tot 1999 voorzitter van de European Humanist Professionals waaraan humanistische onderwijsgevenden en geestelijke verzorgers uit meerdere Europese landen deelnemen.
De taakverdeling tussen de IHEU en de EHF/FHE was lange tijd een bron van spanningen omdat vooral de Amerikaanse humanistische pionier Paul Kurtz in Europa initiatieven ontwikkelde, zoals in Rusland, Spanje en Griekenland. Dat zagen sommige lidorganisaties van de EHF/FHE als een Amerikaanse inmenging in Europese aangelegenheden. Ik kon hen uiteindelijk geruststellen dat, mochten daar humanistische organisaties ontstaan, zij ongetwijfeld lid van de EHF/FHE zouden worden. Hetgeen geschiedde. Ook bleef ik de vertegenwoordiging van de IHEU bij de Raad van Europa mede bemensen omdat een aanvrage vanuit de EHF/FHE om die over te nemen niet bij voorbaat zeker was. Maar dankzij veel polderen werden de meeste plooien glad gestreken.
De EHF/FHE heeft veel bereikt om de gelijke behandeling van humanisten in de Europese Unie te bewerkstelligen. Vooral de Franse voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors stond daar tijdens zijn voorzitterschap van 1985 tot 1995 voor open. De EHF/FHE heeft in de begintijd veel gehad aan de Franstalige, Nederlandskundige, Brusselaar Claude Wachtelaer, met wie ik nauw samenwerkte. Hij leidde vanuit de EHF/FHE een door de EU gesteund project om de contacten tussen de vele godsdienstige en levensbeschouwelijke organisaties in Europa te verbeteren. Zo heeft de Belgische ervaring om om te gaan met taal- en cultuurverschillen op de grens tussen Noord- en Zuid-Europa ook de humanistische beweging in Europa helpen versterken. De bovengenoemde Brusselse dijk werd alsnog een culturele brug!
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind november 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Taalstrijd en humanisme in België
Als beginnend voorzitter van de IHEU wilde ik in 1986 kennismaken met de twee min of meer humanistische universiteiten in Brussel. De Nederlandstalige Vrije Universiteit Brussel en de Franstalige Université libre de Bruxelles. Omdat ze beide op dezelfde campus liggen, dacht ik snel van de eerste naar de tweede afspraak te kunnen wandelen. Maar toen bleek dat de twee universiteiten gescheiden werden door een bijna onneembare dijk waar ik me met moeite door het struikgewas kon worstelen. Een dijk als taalgrens: dat was ik nog niet eerder tegengekomen! Geen Berlijnse muur maar een Brusselse dijk. Een merkwaardige ontmoeting in het België van een helaas eeuwenoude taalstrijd.
Omdat Brussel officieel een tweetalige stad is, kwam ik (in het Frans) bij de ULB met het voorstel dat ik Nederlands zou spreken en de gastheren Frans. Maar dat mocht niet: Nederlands spreken was er verboden. Ik moest toen denken aan de (Franstalige) lezingen die ik in Frankrijk had gegeven. Die begon ik met het grapje dat ik mij verontschuldigde voor mijn onvolmaakte Frans maar dat ik aannam dat mijn Frans beter was dan hun Nederlands. Dat werd steevast als een erge belediging opgevat: de gedachte dat Fransen een minderwaardig taaltje als het Nederlands zouden willen leren was onverdraaglijk! Ik neem al jaren deel aan een Europese humanistische discussiegroep op internet. Daar maakte ik eens de fout om een Nederlandstalig bericht aan een Vlaming naar het hele netwerk te sturen. De haat tegen het Nederlands spatte af van de berichten van enkele Fransen die zich kennelijk persoonlijk beledigd voelden dat zij dit achterlijke taaltje ('patois') te lezen kregen. Voor de verschillen tussen de Vlaamse taalstrijd en de Friese taalvrede verwijs ik naar mijn Tresoar-lezing Identiteit als keuze.
In de jaren dat ik actief was in de Nederlandse en in de internationale humanistische beweging ben ik vele malen door geestverwanten uitgenodigd om lezingen te geven in Vlaanderen, enkele malen in Frankrijk maar nimmer in Franstalig België. Ik heb wel goede herinneringen overgehouden aan de keren dat ik (Nederlandstalige) gastcolleges gaf aan studenten Neerlandistiek in Franstalig België. In de afgelopen eeuwen zijn veel Vlamingen om economische redenen naar Franstalig België verhuisd waar men heel veel Vlaamse achternamen aantreft. Friezen die om diezelfde redenen uit Friesland zijn vertrokken, zijn nog altijd trots op hun afstamming. Lees mijn blogbericht over It wrede paradys. Ik heb nog nooit een Franstalige Belg ontmoet die trots was op zijn Vlaamse afkomst. En de vele werkeloze Franstalige Belgen zijn meestal niet bereid om werk te zoeken in Vlaanderen waar het economisch veel beter gaat.
HVV & CAL
In Vlaanderen werd in 1951 naar Nederlands voorbeeld een eigen Humanistisch Verbond opgericht. Dat is inmiddels opgegaan in de Humanistisch Vrijzinnige Vereniging. In Vlaanderen heb ik zowel met de bestuurders als met de medewerkers vriendschappelijke betrekkingen onderhouden. In Franstalig België werd in 1969 naar Frans voorbeeld een Centre d'action laïque opgericht. Maar toch is er een belangrijk verschil. In Frankrijk staat de volstrekte scheiding van kerk en staat centraal: het neutralisme. In geheel België wordt net als in Nederland uitgegaan van een pluralistische benadering: een gelijke behandeling en ondersteuning van zowel godsdienst als levensbeschouwing. Ook is er in België net als in Nederland aandacht voor het bieden van een ongodsdienstig alternatief voor de kerken in de vorm van (wat in Nederland genoemd wordt) het humanistisch vormingsonderwijs en de humanistische geestelijke verzorging. Het begrip humanisme is in Franstalig België helaas gekaapt door de Franstalige christen-democraten waardoor net als in Frankrijk (anders dan in de rest van Europa) verwarring omtrent de humanistische identiteit bestaat onder Franstaligen.
EHF/FHE
In 1991 was ik in Praag een van de oprichters van de Europese Humanistische Federatie EHF/FHE, waarvan ik van 1991 tot 1999 vicevoorzitter was. Daar was aanvankelijk verzet tegen vanuit Engelstalige bestuurders van IHEU-lidorganisaties. Zij leden aan een kwaal die ik vaker in humanistische kringen ben tegengekomen: een uiterst dogmatisch opgevat internationalisme dat niet te verenigen zou zijn met iedere vorm van regionalisme, zoals bijvoorbeeld de open Fryske mienskip. Het begrip gelijkheid wordt in die kringen opgevat als gelijkvormigheid. In een ideale wereld zou er naar hun mening maar plaats zijn voor één staat en één taal, in hun geval het Engels.
Naar mijn mening houdt de humanistische opvatting van gelijkheid geen gelijkvormigheid in maar gelijkwaardigheid. Geen eenvormigheid maar veelvormigheid. Geen eentaligheid maar veeltaligheid. Geen dictatuur van een meerderheid maar zelfbeschikking voor individuen en zelfgekozen zelforganisatievormen van minderheden. Gelukkig kon ik als IHEU-voorzitter de tegenstanders er van overtuigen dat het voor de humanistische belangenbehartiging noodzakelijk was om in Brussel een humanistische Europese organisatie te vestigen. Die is er gekomen op de Franstalige campus van de ULB. Ik heb toen wel bedongen dat er voldoende Engelskundige medewerkers en vrijwilligers zouden komen om te voorkomen dat de EHF/FHE een uitsluitend Franstalige organisatie zou worden. Dit is naar tevredenheid geregeld zoals onder andere blijkt uit de website humanistfederation.eu. Ook mijn verlangen dat niet alleen de Franse neutralistische maar ook de Nederlands/Belgische pluriforme benadering naar voren gebracht zou worden, werd aanvaard. Inmiddels hangt het merendeel van de Europese humanistische lidorganisaties de pluralistische benadering aan. Ik was van 1994 tot 1999 voorzitter van de European Humanist Professionals waaraan humanistische onderwijsgevenden en geestelijke verzorgers uit meerdere Europese landen deelnemen.
De taakverdeling tussen de IHEU en de EHF/FHE was lange tijd een bron van spanningen omdat vooral de Amerikaanse humanistische pionier Paul Kurtz in Europa initiatieven ontwikkelde, zoals in Rusland, Spanje en Griekenland. Dat zagen sommige lidorganisaties van de EHF/FHE als een Amerikaanse inmenging in Europese aangelegenheden. Ik kon hen uiteindelijk geruststellen dat, mochten daar humanistische organisaties ontstaan, zij ongetwijfeld lid van de EHF/FHE zouden worden. Hetgeen geschiedde. Ook bleef ik de vertegenwoordiging van de IHEU bij de Raad van Europa mede bemensen omdat een aanvrage vanuit de EHF/FHE om die over te nemen niet bij voorbaat zeker was. Maar dankzij veel polderen werden de meeste plooien glad gestreken.
De EHF/FHE heeft veel bereikt om de gelijke behandeling van humanisten in de Europese Unie te bewerkstelligen. Vooral de Franse voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors stond daar tijdens zijn voorzitterschap van 1985 tot 1995 voor open. De EHF/FHE heeft in de begintijd veel gehad aan de Franstalige, Nederlandskundige, Brusselaar Claude Wachtelaer, met wie ik nauw samenwerkte. Hij leidde vanuit de EHF/FHE een door de EU gesteund project om de contacten tussen de vele godsdienstige en levensbeschouwelijke organisaties in Europa te verbeteren. Zo heeft de Belgische ervaring om om te gaan met taal- en cultuurverschillen op de grens tussen Noord- en Zuid-Europa ook de humanistische beweging in Europa helpen versterken. De bovengenoemde Brusselse dijk werd alsnog een culturele brug!
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind november 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 24 september 2016
162. Homovoorlichting op school moet beter
Begin september 2016 stuurde minister Bussemaker een onderzoeksrapport van de Onderwijsinspectie over homovoorlichting op school
naar de Tweede Kamer. Uit dat onderzoek blijkt dat docenten die
voorlichting belangrijk vinden maar dat de kwaliteit ervan nog veel te
wensen overlaat. Volgens het onderzoeksrapport komt homoseksualiteit
slechts "incidenteel" aan de orde, is het "weinig doelgericht", "niet verankerd in het curriculum"
en nauwelijks onderzocht op de effecten. Kortom: het moet beter. In de tweede helft van
november 2016 verschijnt mijn boek met levensherinneringen. Hieronder
een voorpublicatie daaruit over het belang van homovoorlichting op
school.
Voorpublicatie uit mijn boek met levensherinneringen
In de afgelopen 25 jaar ben ik in het onderwijs veel misverstanden tegengekomen. Ten onrechte denken veel onderwijsgevenden dat de "homo/lesbische emancipatie voltooid" zou zijn, dat er op hun school "geen problemen rond homoseksualiteit" zouden zijn, dat het scheldwoord "homo!" geen schade aanricht, dat voorlichting over homoseksualiteit "iets voor homo/lesbische docenten" zou zijn, dat "ouders niet zouden willen dat er op school over homoseksualiteit gesproken zou worden", dat "pesten niets met homoseksualiteit te maken zou hebben" en dat "het pesten van homo/lesbische leerlingen hen alleen maar sterker zou maken". Dat is allemaal levensgevaarlijk onjuist. En inhoudelijk weten veel docenten geen goed antwoord te geven als homovijandige leerlingen, ouders en collega's met de onderstaande feitelijke onjuistheden komen aanzetten.
1. "Homoseksualiteit is zondig."
Zoals ik eerder heb aangetoond, worden homoseksuelen niet veroordeeld in bijbel en koran. In de tijd dat die boeken geschreven werden, ging men er van uit dat iedereen heteroseksueel was. Men had er geen idee van dat ongeveer een tiende van de mensen homoseksueel was en is. Wat men niet kende, kon niet veroordeeld worden, zoals televisie kijken of auto rijden door vrouwen. Hooguit kan men in die teksten een veroordeling lezen van homoseksueel gedrag door heteroseksuelen. Bovendien staat er heel veel in die boeken dat veroordeeld wordt waar de meeste gelovigen zich niet aan houden. En tenslotte heeft niemand en geen overheid het recht om andersdenkenden de wet voor te schrijven zolang zij geen mensenrechten schenden.
2. "Homoseksualiteit is een ziekte."
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO van de Verenigde Naties heeft op 17 mei 1990 verklaard dat homoseksualiteit geen ziekte is. Het is een biologische variant zoals er vele zijn. Denk bijvoorbeeld aan roodharigheid, linkshandigheid, taalvaardigheid, lenigheid, muzikaliteit en intelligentie. Zoals ik eerder schreef: "Niet homoseksualiteit is een probleem maar de maatschappelijke veroordeling er van". Die veroordeling en vervolging worden vaak veroorzaakt door onkunde. En door het zoeken van zondebokken om leden van minderheden de schuld te geven van problemen waarmee mensen en maatschappijen worstelen. In sommige landen staat er zelfs de doodstraf op. Als men echt zou denken dat het een ziekte was waarom hebben homo's en lesbo's in al die homovijandige landen geen recht op een uitkering uit de ziektewet? En sinds wanneer moeten zieken de gevangenis in?
3. "Homoseksualiteit is te genezen."
Ondanks alle vergeefse pogingen ertoe blijkt dat homoseksualiteit niet te 'genezen' is. Dat is bovendien in strijd met het mensenrecht om zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven zolang men de mensenrechten van anderen niet aantast. Veel van die zogenaamde 'genezers' blijken zelf homo's te zijn die hun eigen seksuele voorkeuren onderdrukken door ze in anderen te bestrijden. Zij richten daardoor grote psychische schade aan en vormen een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid.
4. "Homoseksualiteit is tegennatuurlijk."
Zoals ik beschrijf in mijn blogbericht over mijn eerste vriendje en ik hadden wij het grote geluk om onze eigen seksualiteit te kunnen verkennen zonder de maatschappelijke veroordeling te ondergaan. Daardoor werd ik mij bewust dat mijn homoseksualiteit voor mij net zo natuurlijk was als heteroseksualiteit voor heteroseksuelen. Het sprookje dat het tegennatuurlijk zou zijn omdat homoseksualiteit bij dieren niet zou voorkomen, is inmiddels weerlegd want het blijkt overal in het dierenrijk voor te komen. Dit zegt dus meer over de vooroordelen van vroegere wetenschappers dan over de werkelijkheid. Bovendien: godsdienst komt niet bij dieren voor. Is dat dan ook een reden om het maar te vervolgen omdat het 'tegennatuurlijk' zou zijn? Zijn televisies, auto's en vliegtuigen natuurlijk? We noemen veel dingen 'natuurlijk' die het niet zijn maar die we 'gewoon', 'gangbaar' of 'vanzelfsprekend' zouden moeten noemen.
5. "Homoseksualiteit is een keuze."
Uit de voorgaande punten volgt dat homoseksualiteit geen keuze is. Geloven is dat wel. Toch is dat geen reden om godsdienst te verbieden. Waarom zou dat verbod dan wel voor homoseksualiteit gelden? Waarom zou je volgens sommige gelovigen wel homo mogen zijn maar er geen uiting aan mogen geven? Wat zouden die gelovigen er van vinden als zij wel mogen geloven maar er geen uiting aan mogen geven? Liefde is het mooiste wat mensen kunnen meemaken. Hoe liefdeloos is een godsdienst als je de liefde zelf verbiedt?
Het onderwijs heeft een belangrijke rol te vervullen om discriminatie tegen te gaan. Dat is in ieders belang. En in het belang van de samenleving als geheel. Daarom is het goed dat homovoorlichting op alle scholen verplicht is geworden. Niet alleen om te voorkomen dat homo/lesbische/biseksuele jongeren een einde aan hun leven gaan maken. Maar ook omdat een maatschappij vol homohaat voor iedereen mensonwaardig is. Vandaag kunnen homo's de zondebokken zijn en morgen kan iedere andere groep geslachtofferd worden. Kijk maar naar de ellende die sommige linkshandigen vroeger in het onderwijs hebben meegemaakt omdat ze gedwongen werden rechtshandig te schrijven. Om nog maar te zwijgen van alle slachtoffers van de godsdienstwaanzin die vele landen teistert.
Dankzij het besluit op 17 mei 1990 van de WHO om homoseksualiteit te schrappen op de lijst van ziekten is 17 mei de internationale dag tegen homohaat geworden. Niemand in Nederland dwingt de basisscholen om aandacht aan die dag te besteden. Maar het feit dat "homo!" het meest gangbare scheldwoord op Nederlandse scholen is geworden, toont wel aan dat teveel mensen nog niet beseffen dat alle scholen voor iedereen veilig moeten zijn!
Zie ook: Paarse vrijdag 2018: scholen & homoseksualiteit
Naschrift: op 11 april 2017 besluit de Tweede Kamer dat scholen die geen voorlichting geven over homoseksualiteit bestraft moeten worden. Op 19 april 2018 wordt bekend dat LHBTI-acceptatiebevordering ook verplicht wordt in het middelbaar beroepsonderwijs. Op 9 oktober 2019 wordt in Trouw uit onderzoek van Rutgers onder leerlingen bekend dat zij informatie over homoseksualiteit missen: "Ja, homoseksualiteit bestaat wel, maar we praten er niet echt over".
Op 10 januari 2020 maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat uit onderzoek van het CBS blijkt dat homo- en biseksuele jongeren tussen de 12 en 25 jaar ruim tweemaal zo vaak (11,4%) online gepest worden dan heteroseksuele jongeren (5%).
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind november 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen.
Voorpublicatie uit mijn boek met levensherinneringen
In de afgelopen 25 jaar ben ik in het onderwijs veel misverstanden tegengekomen. Ten onrechte denken veel onderwijsgevenden dat de "homo/lesbische emancipatie voltooid" zou zijn, dat er op hun school "geen problemen rond homoseksualiteit" zouden zijn, dat het scheldwoord "homo!" geen schade aanricht, dat voorlichting over homoseksualiteit "iets voor homo/lesbische docenten" zou zijn, dat "ouders niet zouden willen dat er op school over homoseksualiteit gesproken zou worden", dat "pesten niets met homoseksualiteit te maken zou hebben" en dat "het pesten van homo/lesbische leerlingen hen alleen maar sterker zou maken". Dat is allemaal levensgevaarlijk onjuist. En inhoudelijk weten veel docenten geen goed antwoord te geven als homovijandige leerlingen, ouders en collega's met de onderstaande feitelijke onjuistheden komen aanzetten.
1. "Homoseksualiteit is zondig."
Zoals ik eerder heb aangetoond, worden homoseksuelen niet veroordeeld in bijbel en koran. In de tijd dat die boeken geschreven werden, ging men er van uit dat iedereen heteroseksueel was. Men had er geen idee van dat ongeveer een tiende van de mensen homoseksueel was en is. Wat men niet kende, kon niet veroordeeld worden, zoals televisie kijken of auto rijden door vrouwen. Hooguit kan men in die teksten een veroordeling lezen van homoseksueel gedrag door heteroseksuelen. Bovendien staat er heel veel in die boeken dat veroordeeld wordt waar de meeste gelovigen zich niet aan houden. En tenslotte heeft niemand en geen overheid het recht om andersdenkenden de wet voor te schrijven zolang zij geen mensenrechten schenden.
2. "Homoseksualiteit is een ziekte."
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO van de Verenigde Naties heeft op 17 mei 1990 verklaard dat homoseksualiteit geen ziekte is. Het is een biologische variant zoals er vele zijn. Denk bijvoorbeeld aan roodharigheid, linkshandigheid, taalvaardigheid, lenigheid, muzikaliteit en intelligentie. Zoals ik eerder schreef: "Niet homoseksualiteit is een probleem maar de maatschappelijke veroordeling er van". Die veroordeling en vervolging worden vaak veroorzaakt door onkunde. En door het zoeken van zondebokken om leden van minderheden de schuld te geven van problemen waarmee mensen en maatschappijen worstelen. In sommige landen staat er zelfs de doodstraf op. Als men echt zou denken dat het een ziekte was waarom hebben homo's en lesbo's in al die homovijandige landen geen recht op een uitkering uit de ziektewet? En sinds wanneer moeten zieken de gevangenis in?
3. "Homoseksualiteit is te genezen."
Ondanks alle vergeefse pogingen ertoe blijkt dat homoseksualiteit niet te 'genezen' is. Dat is bovendien in strijd met het mensenrecht om zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven zolang men de mensenrechten van anderen niet aantast. Veel van die zogenaamde 'genezers' blijken zelf homo's te zijn die hun eigen seksuele voorkeuren onderdrukken door ze in anderen te bestrijden. Zij richten daardoor grote psychische schade aan en vormen een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid.
4. "Homoseksualiteit is tegennatuurlijk."
Zoals ik beschrijf in mijn blogbericht over mijn eerste vriendje en ik hadden wij het grote geluk om onze eigen seksualiteit te kunnen verkennen zonder de maatschappelijke veroordeling te ondergaan. Daardoor werd ik mij bewust dat mijn homoseksualiteit voor mij net zo natuurlijk was als heteroseksualiteit voor heteroseksuelen. Het sprookje dat het tegennatuurlijk zou zijn omdat homoseksualiteit bij dieren niet zou voorkomen, is inmiddels weerlegd want het blijkt overal in het dierenrijk voor te komen. Dit zegt dus meer over de vooroordelen van vroegere wetenschappers dan over de werkelijkheid. Bovendien: godsdienst komt niet bij dieren voor. Is dat dan ook een reden om het maar te vervolgen omdat het 'tegennatuurlijk' zou zijn? Zijn televisies, auto's en vliegtuigen natuurlijk? We noemen veel dingen 'natuurlijk' die het niet zijn maar die we 'gewoon', 'gangbaar' of 'vanzelfsprekend' zouden moeten noemen.
5. "Homoseksualiteit is een keuze."
Uit de voorgaande punten volgt dat homoseksualiteit geen keuze is. Geloven is dat wel. Toch is dat geen reden om godsdienst te verbieden. Waarom zou dat verbod dan wel voor homoseksualiteit gelden? Waarom zou je volgens sommige gelovigen wel homo mogen zijn maar er geen uiting aan mogen geven? Wat zouden die gelovigen er van vinden als zij wel mogen geloven maar er geen uiting aan mogen geven? Liefde is het mooiste wat mensen kunnen meemaken. Hoe liefdeloos is een godsdienst als je de liefde zelf verbiedt?
Het onderwijs heeft een belangrijke rol te vervullen om discriminatie tegen te gaan. Dat is in ieders belang. En in het belang van de samenleving als geheel. Daarom is het goed dat homovoorlichting op alle scholen verplicht is geworden. Niet alleen om te voorkomen dat homo/lesbische/biseksuele jongeren een einde aan hun leven gaan maken. Maar ook omdat een maatschappij vol homohaat voor iedereen mensonwaardig is. Vandaag kunnen homo's de zondebokken zijn en morgen kan iedere andere groep geslachtofferd worden. Kijk maar naar de ellende die sommige linkshandigen vroeger in het onderwijs hebben meegemaakt omdat ze gedwongen werden rechtshandig te schrijven. Om nog maar te zwijgen van alle slachtoffers van de godsdienstwaanzin die vele landen teistert.
Dankzij het besluit op 17 mei 1990 van de WHO om homoseksualiteit te schrappen op de lijst van ziekten is 17 mei de internationale dag tegen homohaat geworden. Niemand in Nederland dwingt de basisscholen om aandacht aan die dag te besteden. Maar het feit dat "homo!" het meest gangbare scheldwoord op Nederlandse scholen is geworden, toont wel aan dat teveel mensen nog niet beseffen dat alle scholen voor iedereen veilig moeten zijn!
Zie ook: Paarse vrijdag 2018: scholen & homoseksualiteit
Naschrift: op 11 april 2017 besluit de Tweede Kamer dat scholen die geen voorlichting geven over homoseksualiteit bestraft moeten worden. Op 19 april 2018 wordt bekend dat LHBTI-acceptatiebevordering ook verplicht wordt in het middelbaar beroepsonderwijs. Op 9 oktober 2019 wordt in Trouw uit onderzoek van Rutgers onder leerlingen bekend dat zij informatie over homoseksualiteit missen: "Ja, homoseksualiteit bestaat wel, maar we praten er niet echt over".
Op 10 januari 2020 maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat uit onderzoek van het CBS blijkt dat homo- en biseksuele jongeren tussen de 12 en 25 jaar ruim tweemaal zo vaak (11,4%) online gepest worden dan heteroseksuele jongeren (5%).
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind november 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen.
zaterdag 17 september 2016
161. Turkse troebelen (3)
Lang heb ik gedacht dat homovijandige jongeren van Turkse afkomst
tijd nodig hebben om homovriendelijker te worden. Sommigen denken dat
nog steeds omdat Nederland immers vijftig jaar nodig heeft gehad om van
een in meerderheid homovijandig een overwegend homovriendelijk land te
worden. Maar sinds 2013 weet ik wel beter. De vanuit Turkije
geregisseerde rel rond de lesbische pleegouders van de Nederlands-Turkse
jongen Ynus maakte mij duidelijk dat Erdogan en zijn partijgenoten
vinden dat in Nederland wonende Turken schijnbaar Nederlander mogen
worden maar bovenal Turk moeten blijven. Gelukkig hield en houdt
minister Asscher voet bij stuk. Sindsdien zijn de spanningen rond de
lange arm van Erdogan alleen maar toegenomen. Hoe kunnen we daar het
beste mee omgaan?
DE Turkse Nederlander bestaat niet!
Allereerst is het van belang om niet alle in Nederland wonende Turken op één grote hoop te gooien. In veel media is het gebruikelijk om te melden dat de meerderheid van hen achter Erdogan zou staan. In blogbericht 70, Turkse troebelen (1), heb ik al aangetoond dat dit feitelijk onjuist is. Minstens 40.000 Nederlanders van Turkse afkomst geven aan ongodsdienstig te zijn, 80.000 zijn alevieten (die aangesloten zijn bij de Humanistische Alliantie) en 40.000 zijn christenen. Al deze drie groepen moeten niets hebben van de islamiseringspolitiek van Erdogan. De 70.000 Nederlandse Koerden afkomstig uit Turkije verzetten zich tegen zijn beleid om de Koerden in Turkije als tweederangs burgers te behandelen. En de minstens 10.000 (maar naar alle waarschijnlijkheid veel meer) Gülen-aanhangers worden door hem als terroristen vervolgd. Dat betekent dat een meerderheid van minstens 230.000 van de 400.000 in Nederland wonende Turken om uiteenlopende redenen tegen het beleid van Erdogan en zijn partij is.
Waarom beweren veel media dan het tegendeel? In blogbericht 142, Turkse troebelen (2), heb ik uitgelegd hoe dit misverstand in de media is ontstaan. Het is gebaseerd op het feit dat bij de laatste Turkse presidentsverkiezingen een meerderheid van de in Nederland wonende Turkse stemmers op Erdogan gestemd hebben. De opkomst was zeer laag: slechts 17.000! Dit stemresultaat rechtvaardigt dus niet om te spreken over een meerderheid onder alle in Nederland wonende Turken.
Een vergelijkbare denkfout maken veel media als ze schrijven dat de meerderheid van de Nederlanders op woensdag 6 april 2016 tegen het associatieverdrag met Oekraïne gestemd zou hebben. Uit blogbericht 139, Referendum? Schijnvertoning!, blijkt duidelijk dat slechts 20% van de kiesgerechtigde Nederlanders tegen het associatieverdrag hebben gestemd. Omdat 10% van de kiesgerechtigden voor gestemd hebben, werd de kiesdrempel van 30% net gehaald. Wie blijft beweren dat de meerderheid van de Nederlanders tegengestemd heeft, kan ofwel niet rekenen of is te kwader trouw.
Wat te doen met de handlangers van Erdogan?
Sinds 2013 hebben Erdogan en zijn aanhangers telkens getracht zich met de binnenlandse aangelegenheden in Nederland te bemoeien. In de blogberichten over Turkse troebelen die ik hierboven noemde, geef ik daarvan een overzicht. Structurele Turkse beïnvloeding vindt plaats via de dienst Diyanet (godsdienstzaken) die valt onder de Turkse regering. De Turkse imams in ongeveer 140 moskeeën in Nederland worden via deze dienst door de Turkse overheid aangestuurd. Dat is niet in overeenstemming met de Nederlandse grondwettelijke scheiding van godsdienst en staat. Hier moet scherp toezicht op worden gehouden.
Turkije heeft een ambassade in Den Haag en consulaten in Amsterdam, Deventer, Leiden en Rotterdam. Hoewel het officieel wordt ontkend, heeft het er alle schijn van dat die beschikbaar zijn om als kliklijn te dienen voor lieden die aangifte willen doen tegen Nederlanders met een Turkse achtergrond die kritisch zijn tegenover Erdogan en zijn regering. Zie bijvoorbeeld de vervolging in Turkije van de columniste Ebru Umar. Zie de Turkse acties tegen zogenaamde 'Gülen-terroristen' in Nederland die geleid hebben tot bijna 200 aangiften wegens bedreigingen. Zie de 600 scholieren die onder Turkse druk van school veranderd zijn omdat het 'Gülen-scholen' zouden zijn, wat door de getroffen scholen ontkend wordt. En zie de richtlijnen die het Turkse consulaat in Rotterdam heeft gestuurd naar burgemeesters in die regio om op te treden tegen demonstranten die het niet met Erdogan eens zijn. Minister Asscher heeft daarom terecht vertegenwoordigers van 15 Turks-Nederlandse organisaties op 14 september 2016 laten toezeggen dat zij voortaan duidelijk afstand nemen van bedreigingen en intimidaties tegen andersdenkenden in Nederland.
Op 13 september 2016 heeft de Tweede Kamer felle kritiek geuit op het Turks/Nederlandse Kamerlid Kuzu dat weigert afstand te nemen van ontwikkelingen in Turkije die strijdig zijn met internationale mensenrechtenverdragen en niet te verenigen zijn met de Nederlandse Grondwet. Van de Armeense genocide, de onderdrukking van de Koerden en het muilkorven van de vrije pers tot het zonder voorafgaande rechterlijke toetsing ontslaan en schorsen van 100.000 rechters, docenten, ambtenaren, militairen, journalisten en door Koerden gekozen burgemeesters: Kuzu weigert hier kritiek op te leveren. Intussen beschuldigt hij Nederland van discriminatie en racisme. In blogbericht 69 heb ik dit divagedrag genoemd: het zichzelf wentelen in het kleine eigen leed in Nederland en ondertussen het grote leed van de slavernij, het racisme en de discriminatie in islamitische landen onbesproken laten. Het ergst is dat in Mauretanië. Op 11 september 2016 gaf het televisieprogramma Zondag met Lubach (filmpje) hilarisch voorbeelden van de schijnheiligheid van Kuzu en de zijnen.
Opvallend was dat de gefundeerde kritiek van de Tweede Kamer op 13 september 2016 amper doorklonk in het NOS Journaal van die avond maar daarin werd wel uitvoerig stil gestaan bij het taalgebruik van premier Rutte omdat dit 'onwaardig' zou zijn. Vanwege dit gebrek aan vermogen om belangrijke kwesties te onderscheiden van onbenulligheden, en vanwege de hierboven genoemde mediamissers hoort ook dit blogbericht thuis in mijn serie met mediakritiek.
Deze serie is het sterkst gestegen. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, nummer 52 over Het monster Trotteldrom en nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning! (de snelste stijger in deze groep).
Naschrift. Op 24 december 2016 wordt bekend dat Sylvana Simons vertrekt uit de partij van het Turks/Nederlandse Kamerlid Kuzu (Denk), onder andere omdat zij daar te weinig ruimte krijgt om op te komen voor vrouwen- en homo-emancipatie.
Denk eist tienduizenden euro's schadevergoeding terwijl de oprichters zelf zich afsplitsten van de PvdA zonder ook maar iets te betalen.
Op 11 februari 2017 blijken de oprichters van Denk ook oplichters te zijn: zij maken gebruik van ten minste twintig nepaccounts met bijbehorende trollen op (a)sociale media.
Op 17 februari 2017 wordt bekend dat het Turks consulaat in Rotterdam Turkse paspoorten in beslag neemt van vermeende tegenstanders van Erdogan. Denk heeft hierop geen kritiek.
Op 3 maart 2017 verklaart de Nederlandse regering dat het niet gewenst is dat een Turkse minister in Rotterdam campagne gaat voeren voor een referendum om de Turkse president meer macht te geven ten koste van de parlementaire democratie in Turkije. Denk heeft geen kritiek op Turkije.
Op 16 maart 2017 bekritiseert de journalistenbond NVJ de partij Denk dat zij journalisten weert van openbare partijbijeenkomsten omdat dit in strijd is met een open democratie.
Op 24 maart 2017 bepaalt de rechter dat Sylvana Simons geen schadevergoeding aan Denk hoeft te betalen. Integendeel: zij heeft recht op een schadevergoeding!
Op 19 mei 2017 werd bekend dat Erdogan-aanhangers in Rotterdam politie-agenten met een Turkse achtergrond hebben bedreigd. Op diezelfde dag werd bekend dat op 18 mei 2017 Erdogan instemmend toeziet hoe zijn bewakers op Amerikaans grondgebied in Washington vreedzame betogers met grof geweld in elkaar slaan.
Op 22 mei 2017 werd bekend dat de Turkse minister die niet werd toegelaten tot Nederland de rechtszaak intrekt die tegen Nederland werd aangespannen.
Zie voor het vervolg blogbericht 185, Turkse troebelen (4)
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
DE Turkse Nederlander bestaat niet!
Allereerst is het van belang om niet alle in Nederland wonende Turken op één grote hoop te gooien. In veel media is het gebruikelijk om te melden dat de meerderheid van hen achter Erdogan zou staan. In blogbericht 70, Turkse troebelen (1), heb ik al aangetoond dat dit feitelijk onjuist is. Minstens 40.000 Nederlanders van Turkse afkomst geven aan ongodsdienstig te zijn, 80.000 zijn alevieten (die aangesloten zijn bij de Humanistische Alliantie) en 40.000 zijn christenen. Al deze drie groepen moeten niets hebben van de islamiseringspolitiek van Erdogan. De 70.000 Nederlandse Koerden afkomstig uit Turkije verzetten zich tegen zijn beleid om de Koerden in Turkije als tweederangs burgers te behandelen. En de minstens 10.000 (maar naar alle waarschijnlijkheid veel meer) Gülen-aanhangers worden door hem als terroristen vervolgd. Dat betekent dat een meerderheid van minstens 230.000 van de 400.000 in Nederland wonende Turken om uiteenlopende redenen tegen het beleid van Erdogan en zijn partij is.
Waarom beweren veel media dan het tegendeel? In blogbericht 142, Turkse troebelen (2), heb ik uitgelegd hoe dit misverstand in de media is ontstaan. Het is gebaseerd op het feit dat bij de laatste Turkse presidentsverkiezingen een meerderheid van de in Nederland wonende Turkse stemmers op Erdogan gestemd hebben. De opkomst was zeer laag: slechts 17.000! Dit stemresultaat rechtvaardigt dus niet om te spreken over een meerderheid onder alle in Nederland wonende Turken.
Een vergelijkbare denkfout maken veel media als ze schrijven dat de meerderheid van de Nederlanders op woensdag 6 april 2016 tegen het associatieverdrag met Oekraïne gestemd zou hebben. Uit blogbericht 139, Referendum? Schijnvertoning!, blijkt duidelijk dat slechts 20% van de kiesgerechtigde Nederlanders tegen het associatieverdrag hebben gestemd. Omdat 10% van de kiesgerechtigden voor gestemd hebben, werd de kiesdrempel van 30% net gehaald. Wie blijft beweren dat de meerderheid van de Nederlanders tegengestemd heeft, kan ofwel niet rekenen of is te kwader trouw.
Wat te doen met de handlangers van Erdogan?
Sinds 2013 hebben Erdogan en zijn aanhangers telkens getracht zich met de binnenlandse aangelegenheden in Nederland te bemoeien. In de blogberichten over Turkse troebelen die ik hierboven noemde, geef ik daarvan een overzicht. Structurele Turkse beïnvloeding vindt plaats via de dienst Diyanet (godsdienstzaken) die valt onder de Turkse regering. De Turkse imams in ongeveer 140 moskeeën in Nederland worden via deze dienst door de Turkse overheid aangestuurd. Dat is niet in overeenstemming met de Nederlandse grondwettelijke scheiding van godsdienst en staat. Hier moet scherp toezicht op worden gehouden.
Turkije heeft een ambassade in Den Haag en consulaten in Amsterdam, Deventer, Leiden en Rotterdam. Hoewel het officieel wordt ontkend, heeft het er alle schijn van dat die beschikbaar zijn om als kliklijn te dienen voor lieden die aangifte willen doen tegen Nederlanders met een Turkse achtergrond die kritisch zijn tegenover Erdogan en zijn regering. Zie bijvoorbeeld de vervolging in Turkije van de columniste Ebru Umar. Zie de Turkse acties tegen zogenaamde 'Gülen-terroristen' in Nederland die geleid hebben tot bijna 200 aangiften wegens bedreigingen. Zie de 600 scholieren die onder Turkse druk van school veranderd zijn omdat het 'Gülen-scholen' zouden zijn, wat door de getroffen scholen ontkend wordt. En zie de richtlijnen die het Turkse consulaat in Rotterdam heeft gestuurd naar burgemeesters in die regio om op te treden tegen demonstranten die het niet met Erdogan eens zijn. Minister Asscher heeft daarom terecht vertegenwoordigers van 15 Turks-Nederlandse organisaties op 14 september 2016 laten toezeggen dat zij voortaan duidelijk afstand nemen van bedreigingen en intimidaties tegen andersdenkenden in Nederland.
Op 13 september 2016 heeft de Tweede Kamer felle kritiek geuit op het Turks/Nederlandse Kamerlid Kuzu dat weigert afstand te nemen van ontwikkelingen in Turkije die strijdig zijn met internationale mensenrechtenverdragen en niet te verenigen zijn met de Nederlandse Grondwet. Van de Armeense genocide, de onderdrukking van de Koerden en het muilkorven van de vrije pers tot het zonder voorafgaande rechterlijke toetsing ontslaan en schorsen van 100.000 rechters, docenten, ambtenaren, militairen, journalisten en door Koerden gekozen burgemeesters: Kuzu weigert hier kritiek op te leveren. Intussen beschuldigt hij Nederland van discriminatie en racisme. In blogbericht 69 heb ik dit divagedrag genoemd: het zichzelf wentelen in het kleine eigen leed in Nederland en ondertussen het grote leed van de slavernij, het racisme en de discriminatie in islamitische landen onbesproken laten. Het ergst is dat in Mauretanië. Op 11 september 2016 gaf het televisieprogramma Zondag met Lubach (filmpje) hilarisch voorbeelden van de schijnheiligheid van Kuzu en de zijnen.
Opvallend was dat de gefundeerde kritiek van de Tweede Kamer op 13 september 2016 amper doorklonk in het NOS Journaal van die avond maar daarin werd wel uitvoerig stil gestaan bij het taalgebruik van premier Rutte omdat dit 'onwaardig' zou zijn. Vanwege dit gebrek aan vermogen om belangrijke kwesties te onderscheiden van onbenulligheden, en vanwege de hierboven genoemde mediamissers hoort ook dit blogbericht thuis in mijn serie met mediakritiek.
Deze serie is het sterkst gestegen. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, nummer 52 over Het monster Trotteldrom en nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning! (de snelste stijger in deze groep).
Naschrift. Op 24 december 2016 wordt bekend dat Sylvana Simons vertrekt uit de partij van het Turks/Nederlandse Kamerlid Kuzu (Denk), onder andere omdat zij daar te weinig ruimte krijgt om op te komen voor vrouwen- en homo-emancipatie.
Denk eist tienduizenden euro's schadevergoeding terwijl de oprichters zelf zich afsplitsten van de PvdA zonder ook maar iets te betalen.
Op 11 februari 2017 blijken de oprichters van Denk ook oplichters te zijn: zij maken gebruik van ten minste twintig nepaccounts met bijbehorende trollen op (a)sociale media.
Op 17 februari 2017 wordt bekend dat het Turks consulaat in Rotterdam Turkse paspoorten in beslag neemt van vermeende tegenstanders van Erdogan. Denk heeft hierop geen kritiek.
Op 3 maart 2017 verklaart de Nederlandse regering dat het niet gewenst is dat een Turkse minister in Rotterdam campagne gaat voeren voor een referendum om de Turkse president meer macht te geven ten koste van de parlementaire democratie in Turkije. Denk heeft geen kritiek op Turkije.
Op 16 maart 2017 bekritiseert de journalistenbond NVJ de partij Denk dat zij journalisten weert van openbare partijbijeenkomsten omdat dit in strijd is met een open democratie.
Op 24 maart 2017 bepaalt de rechter dat Sylvana Simons geen schadevergoeding aan Denk hoeft te betalen. Integendeel: zij heeft recht op een schadevergoeding!
Op 19 mei 2017 werd bekend dat Erdogan-aanhangers in Rotterdam politie-agenten met een Turkse achtergrond hebben bedreigd. Op diezelfde dag werd bekend dat op 18 mei 2017 Erdogan instemmend toeziet hoe zijn bewakers op Amerikaans grondgebied in Washington vreedzame betogers met grof geweld in elkaar slaan.
Op 22 mei 2017 werd bekend dat de Turkse minister die niet werd toegelaten tot Nederland de rechtszaak intrekt die tegen Nederland werd aangespannen.
Zie voor het vervolg blogbericht 185, Turkse troebelen (4)
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 10 september 2016
160. Boerkiniverbod? Naaktlopen! (2)
Mijn vorige blogbericht over het boerkiniverbod werd
door veel lezers zeer gewaardeerd maar riep ook een aantal vragen op.
Waarom loopt dit uitgerekend in Frankrijk zo uit de hand? Heeft dat iets
te maken met Franse opvattingen over de scheiding van kerk en staat?
Heersen daar andere opvattingen over democratie dan in Nederland en
België? Hoe denken Franse humanisten hierover? En de Franse
homo/lesbische beweging? Is er een verband met de eeuwenlange
onderdrukking van Vlamingen in Frankrijk? En heeft het boerkiniverbod te
maken met de belangrijkste verschillen tussen Frans, Nederlands en
Fries nationalisme?
Neutralisme of pluralisme?
Frankrijk, Nederland en België kennen alle drie een scheiding van kerk en staat. Frankrijk heeft gekozen voor een neutralistisch model: kerk en staat zijn volstrekt gescheiden. Zo mag in het Franse openbaar onderwijs geen aandacht worden besteed aan godsdienst. Het gevolg is dat vanuit het buitenland betaalde koranscholen een voor de Franse democratie schadelijke invloed uitoefenen zonder toezicht van de overheid. Nederland en ook België hebben gekozen voor een pluralistischer model. De overheid bekostigt hier godsdienstige en humanistische activiteiten mits die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Op openbare scholen kan gekozen worden voor godsdienstige en levensbeschouwelijke keuzevakken die gegeven worden door daartoe goed opgeleide docenten en op grond van goedgekeurde leerplannen. Dat alles onder toezicht van overheden die extremisme kunnen voorkomen.
Dictatuur van de meerderheid of zelfbeschikking?
In Frankrijk wordt democratie opgevat als een dictatuur van een meerderheid. Dat leidt tot het negeren van minderheden. In Nederland en België bestaan al eeuwenlang coalities van partijen die oog hebben voor minderheidsbelangen. Hier wordt democratie opgevat als de maatschappelijke vormgeving van zelfbeschikking. Dat lijkt een kwetsbaarder stelsel maar zorgt voor meer maatschappelijk draagvlak dan een meerderheidspartij die door dikwijls wegvallende maatschappelijke steun een reus op lemen voeten kan worden. Dat leidt in Frankrijk vaak tot gewelddadige conflicten tussen de straat en de staat. In de lage landen bestaat daarentegen een lange traditie van het poldermodel dat veel democratischer is.
Dogmatisch rationalisme of humanisme?
Frankrijk kent geen humanistische beweging zoals in Nederland en België. Die zoeken niet zozeer hun kracht in het bestrijden van kerken en godsdienst maar meer in het bieden van op zelfbeschikking gebaseerde alternatieven voor de kerken. Ik noem als voorbeelden (wat in Nederland heet) humanistisch vormingsonderwijs op openbare scholen en humanistische geestelijke verzorging in de strijdkrachten, gevangenissen en zieken- en bejaardenhuizen. Het dogmatisch rationalisme van de Franse 'laïcité' vindt de neutralistische scheiding van kerk en staat belangrijker dan het voorzien in maatschappelijke behoeften aan zingeving. Daardoor voelen Franse ongodsdienstigen zich kwetsbaarder en angstiger in het omgaan met godsdiensten die zich wel georganiseerd hebben in het maatschappelijke middenveld.
Gelijkvormigheid of veelvormige gelijkwaardigheid?
Frankrijk, Nederland en België zijn alle drie beïnvloed door de leuze 'liberté, egalité et fraternité' van de Franse revolutie. Maar er is een groot verschil. De Franse taal kent geen onderscheid tussen gelijkvormigheid en gelijkwaardigheid. Daardoor staat in Frankrijk de eenvormigheid centraal en in Nederland en België de veelvormigheid in gelijkwaardigheid. Zowel in Nederland als in België heeft dat een positieve invloed gehad op het ontstaan van homo/lesbische emancipatiebewegingen en het bereiken van huwelijksgelijkberechtiging. In Frankrijk is nauwelijks sprake van een invloedrijke homo/lesbische beweging en was de openstelling van het burgerlijk huwelijk het meest omstreden van al die landen in Europa die daartoe besloten. Franse eenvormigheid bestreed homo/lesbische veelvormigheid.
Eentaligheid of veeltaligheid?
Dit eenvormige denken heeft in Frankrijk geleid tot een nadruk op eentaligheid waardoor de Vlaamse minderheid daar eeuwenlang onderdrukt is en het Nederlands nog steeds niet erkend is als minderheidstaal. Dat is wel het geval met het Fries in Nederland (de 'Fryske taalfrede') en met de veeltaligheid in België. Ook al is daar de onverdraagzaamheid van Franstaligen jegens Nederlandstaligen al eeuwenlang een bron van taalstrijd. De Franse eentaligheid ('ils sont handicapé par la francophonie') leidt tot onkunde over mogelijke probleemoplossingen in anderstalige landen, bijvoorbeeld in het omgaan met de boerkini.
Gesloten of open nationalisme?
Mede door die eentaligheid is het Franse nationalisme gesloten en neerbuigend ten aanzien van andere culturen. De lage landen hebben een eeuwenoude traditie van openheid, mede dankzij de handel waardoor zij leerden omgaan met andere talen en culturen. Daardoor voelen mensen die gewend zijn aan het omgaan met verschillen zich minder snel bedreigd dan mensen die dat nooit geleerd hebben. Je ziet dat terug in het omgaan met de boerkini die veroordeeld wordt door zowel extreme islamisten als secularisten. Zelfbeschikking speelt een grotere rol in Nederland en Friesland dan in Frankrijk waar eerder de neiging bestaat om andersdenkenden de wet voor te schrijven. Met name het Friese nationalisme ("iepen mienskip") staat veel meer open voor veelvormigheid dan het Franse nationalisme dat bol staat van de eenvormigheid. Nederland kan ook wat dit betreft nog wat leren van Friesland: zie mijn lezing over "identiteit als keuze". Wie deze gelezen heeft, begrijpt beter hoe al dat gedoe over de boerkini voorkomen kan worden door zelfbeschikking!
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Neutralisme of pluralisme?
Frankrijk, Nederland en België kennen alle drie een scheiding van kerk en staat. Frankrijk heeft gekozen voor een neutralistisch model: kerk en staat zijn volstrekt gescheiden. Zo mag in het Franse openbaar onderwijs geen aandacht worden besteed aan godsdienst. Het gevolg is dat vanuit het buitenland betaalde koranscholen een voor de Franse democratie schadelijke invloed uitoefenen zonder toezicht van de overheid. Nederland en ook België hebben gekozen voor een pluralistischer model. De overheid bekostigt hier godsdienstige en humanistische activiteiten mits die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Op openbare scholen kan gekozen worden voor godsdienstige en levensbeschouwelijke keuzevakken die gegeven worden door daartoe goed opgeleide docenten en op grond van goedgekeurde leerplannen. Dat alles onder toezicht van overheden die extremisme kunnen voorkomen.
Dictatuur van de meerderheid of zelfbeschikking?
In Frankrijk wordt democratie opgevat als een dictatuur van een meerderheid. Dat leidt tot het negeren van minderheden. In Nederland en België bestaan al eeuwenlang coalities van partijen die oog hebben voor minderheidsbelangen. Hier wordt democratie opgevat als de maatschappelijke vormgeving van zelfbeschikking. Dat lijkt een kwetsbaarder stelsel maar zorgt voor meer maatschappelijk draagvlak dan een meerderheidspartij die door dikwijls wegvallende maatschappelijke steun een reus op lemen voeten kan worden. Dat leidt in Frankrijk vaak tot gewelddadige conflicten tussen de straat en de staat. In de lage landen bestaat daarentegen een lange traditie van het poldermodel dat veel democratischer is.
Dogmatisch rationalisme of humanisme?
Frankrijk kent geen humanistische beweging zoals in Nederland en België. Die zoeken niet zozeer hun kracht in het bestrijden van kerken en godsdienst maar meer in het bieden van op zelfbeschikking gebaseerde alternatieven voor de kerken. Ik noem als voorbeelden (wat in Nederland heet) humanistisch vormingsonderwijs op openbare scholen en humanistische geestelijke verzorging in de strijdkrachten, gevangenissen en zieken- en bejaardenhuizen. Het dogmatisch rationalisme van de Franse 'laïcité' vindt de neutralistische scheiding van kerk en staat belangrijker dan het voorzien in maatschappelijke behoeften aan zingeving. Daardoor voelen Franse ongodsdienstigen zich kwetsbaarder en angstiger in het omgaan met godsdiensten die zich wel georganiseerd hebben in het maatschappelijke middenveld.
Gelijkvormigheid of veelvormige gelijkwaardigheid?
Frankrijk, Nederland en België zijn alle drie beïnvloed door de leuze 'liberté, egalité et fraternité' van de Franse revolutie. Maar er is een groot verschil. De Franse taal kent geen onderscheid tussen gelijkvormigheid en gelijkwaardigheid. Daardoor staat in Frankrijk de eenvormigheid centraal en in Nederland en België de veelvormigheid in gelijkwaardigheid. Zowel in Nederland als in België heeft dat een positieve invloed gehad op het ontstaan van homo/lesbische emancipatiebewegingen en het bereiken van huwelijksgelijkberechtiging. In Frankrijk is nauwelijks sprake van een invloedrijke homo/lesbische beweging en was de openstelling van het burgerlijk huwelijk het meest omstreden van al die landen in Europa die daartoe besloten. Franse eenvormigheid bestreed homo/lesbische veelvormigheid.
Eentaligheid of veeltaligheid?
Dit eenvormige denken heeft in Frankrijk geleid tot een nadruk op eentaligheid waardoor de Vlaamse minderheid daar eeuwenlang onderdrukt is en het Nederlands nog steeds niet erkend is als minderheidstaal. Dat is wel het geval met het Fries in Nederland (de 'Fryske taalfrede') en met de veeltaligheid in België. Ook al is daar de onverdraagzaamheid van Franstaligen jegens Nederlandstaligen al eeuwenlang een bron van taalstrijd. De Franse eentaligheid ('ils sont handicapé par la francophonie') leidt tot onkunde over mogelijke probleemoplossingen in anderstalige landen, bijvoorbeeld in het omgaan met de boerkini.
Gesloten of open nationalisme?
Mede door die eentaligheid is het Franse nationalisme gesloten en neerbuigend ten aanzien van andere culturen. De lage landen hebben een eeuwenoude traditie van openheid, mede dankzij de handel waardoor zij leerden omgaan met andere talen en culturen. Daardoor voelen mensen die gewend zijn aan het omgaan met verschillen zich minder snel bedreigd dan mensen die dat nooit geleerd hebben. Je ziet dat terug in het omgaan met de boerkini die veroordeeld wordt door zowel extreme islamisten als secularisten. Zelfbeschikking speelt een grotere rol in Nederland en Friesland dan in Frankrijk waar eerder de neiging bestaat om andersdenkenden de wet voor te schrijven. Met name het Friese nationalisme ("iepen mienskip") staat veel meer open voor veelvormigheid dan het Franse nationalisme dat bol staat van de eenvormigheid. Nederland kan ook wat dit betreft nog wat leren van Friesland: zie mijn lezing over "identiteit als keuze". Wie deze gelezen heeft, begrijpt beter hoe al dat gedoe over de boerkini voorkomen kan worden door zelfbeschikking!
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 3 september 2016
159. Boerkiniverbod? Naaktlopen! (1)
Sommigen raken kennelijk erg opgewonden als zij op een strand een
vrouw zien in een badpak dat alleen het gezicht, handen en voeten
onbedekt laat. Zo opgewonden zelfs dat zij het dragen van zo'n boerkini
willen verbieden. Anderen vinden dat zo'n verbod in strijd zou zijn met
de godsdienstvrijheid. Als dat woord wordt gebruikt dan is het vaak
oppassen geblazen. Want voor je het weet, wordt de vrijheid van
andersdenkenden aangetast. Dan is het goed om te weten dat waar een
vrijheid van godsdienst bestaat er ook een vrijheid van een
ongodsdienstige levensovertuiging behoort te zijn. Bijvoorbeeld om als
humanist bloot rond te lopen en te gaan baden. Is er vanuit een
humanistische benadering een aanpak om het gedoe rond het boerkiniverbod
op te lossen?
Vrijheid van godsdienst én levensovertuiging
Nederland en België horen tot de weinige landen waar het recht op vrijheid van godsdienst en dat op vrijheid van een ongodsdienstige levensovertuiging gelijk behandeld moeten worden. Humanisten gaan ervan uit dat mensen het recht hebben zelf zin en vorm te geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Het is dan ook geen wonder dat humanisten in Nederland zich hebben ingezet om het verbod op naaktlopen afgeschaft te krijgen. Als toenmalig voorzitter van het Humanistisch Verbond was ik daar nauw bij betrokken. Bert Schwartz (1917-1999) speelde als overtuigd naturist en vicevoorzitter van het HV een belangrijke rol daarbij. Hij was van 1971 tot 1977 lid van de Eerste Kamer voor D66. Op zijn initiatief werd het niet langer strafbaar om in het openbaar naakt te lopen. Pas als daar bezwaar tegen gemaakt werd en het verzoek van de politie om zich aan te kleden werd geweigerd, kon het dan strafbaar worden als het tot een rechtszaak kwam. Wel was het daarbij van belang dat plaatselijke overheden gebieden zouden aanwijzen waar naaktrecreatie toegestaan werd. Sindsdien is de rust rond het naaktlopen in Nederland teruggekeerd en de naaktstranden zijn meestal oases van rust vergeleken met andere stranden.
Zelf heb ik eens de proef op de som genomen door samen met een vriend naakt te zonnen op een strandje langs de Lek bij Vianen, waar ik toen woonde. Kennelijk heeft iemand dat vanaf de dijk gezien en de politie gebeld. Die stuurde een zeer aantrekkelijke jonge agent op ons af. Hij bleek goed op de hoogte van de toen nieuwe wet. Toen hij aan kwam lopen, bleven wij bewust bloot liggen want wij deden niets strafbaars. Na een leuk gesprekje verzocht hij ons formeel om iets aan te trekken. Dat deden we en daarmee was de zaak afgerond. Helaas bleek later dat niet alle agenten van deze wet op de hoogte waren. Alle rechtszaken die hierover gevoerd zijn, werden gewonnen door degenen die zich aan de wet hadden gehouden. Jaren later hoorden wij van onze toenmalige buren in Vianen dat zij bij de politie een klacht wilden indienen omdat wij de gewoonte hadden om naakt te zonnen in onze ommuurde tuin. Toen bleek dat zij dat alleen maar konden zien door op een trapje te klimmen, raadde de politie hen aan om dat trapje dan maar niet meer te beklimmen.
Wat kunnen wij hiervan leren?
Als mensen ergens aanstoot aan nemen dan ligt het voor de hand om naar oplossingen te zoeken die recht doen aan ieders zelfbeschikking. Zeer veel mensen hechten er aan om iemands gezicht te kunnen zien. Zij voelen zich onveilig als iemand rondloopt met een bivakmuts op of rondrijdt in een auto met donker getinte glazen zodat men niet kan zien om wie het gaat. Terecht wordt gezichtsherkenning in bijvoorbeeld het openbaar vervoer en in onderwijs en rechtszalen dan ook voorgeschreven. Ik heb nog nooit bezwaren gehoord tegen mensen die in wetsuits gaan plankzeilen die alleen het gezicht, handen en voeten onbedekt laten.
Diegenen die bezwaar hebben tegen het dragen van boerkini's in openbare zwambaden en op stranden beseffen mogelijk niet dat zij het kennelijk eens zijn met die extremistische islamieten die vinden dat vrouwen op dergelijke plekken niet mogen komen. Franstaligen hebben daar een paar passende uitdrukkingen voor: "bien etonné de se trouver ensemble" en "les extrêmes se touchent". Ofwel: tegenstanders van de menselijke zelfbeschikking hebben elkaar in het boerkiniverbod gevonden. Maar ook de voorstanders van het recht op zelfbeschikking kunnen elkaar vinden. Overal waar ik wereldwijd naaktstranden bezocht, werd er door de naaktrecreanten geen enkel probleem gemaakt over het feit dat er ook geklede mannen en vrouwen rondliepen. Kortom: de boerkinidraagsters zijn van harte welkom op de naaktstranden. Het ultieme bewijs van zelfbeschikking!
Naschrift. Zie het vervolg op dit blogbericht in: 160. Boerkiniverbod? Naaktlopen! (2)
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Vrijheid van godsdienst én levensovertuiging
Nederland en België horen tot de weinige landen waar het recht op vrijheid van godsdienst en dat op vrijheid van een ongodsdienstige levensovertuiging gelijk behandeld moeten worden. Humanisten gaan ervan uit dat mensen het recht hebben zelf zin en vorm te geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Het is dan ook geen wonder dat humanisten in Nederland zich hebben ingezet om het verbod op naaktlopen afgeschaft te krijgen. Als toenmalig voorzitter van het Humanistisch Verbond was ik daar nauw bij betrokken. Bert Schwartz (1917-1999) speelde als overtuigd naturist en vicevoorzitter van het HV een belangrijke rol daarbij. Hij was van 1971 tot 1977 lid van de Eerste Kamer voor D66. Op zijn initiatief werd het niet langer strafbaar om in het openbaar naakt te lopen. Pas als daar bezwaar tegen gemaakt werd en het verzoek van de politie om zich aan te kleden werd geweigerd, kon het dan strafbaar worden als het tot een rechtszaak kwam. Wel was het daarbij van belang dat plaatselijke overheden gebieden zouden aanwijzen waar naaktrecreatie toegestaan werd. Sindsdien is de rust rond het naaktlopen in Nederland teruggekeerd en de naaktstranden zijn meestal oases van rust vergeleken met andere stranden.
Zelf heb ik eens de proef op de som genomen door samen met een vriend naakt te zonnen op een strandje langs de Lek bij Vianen, waar ik toen woonde. Kennelijk heeft iemand dat vanaf de dijk gezien en de politie gebeld. Die stuurde een zeer aantrekkelijke jonge agent op ons af. Hij bleek goed op de hoogte van de toen nieuwe wet. Toen hij aan kwam lopen, bleven wij bewust bloot liggen want wij deden niets strafbaars. Na een leuk gesprekje verzocht hij ons formeel om iets aan te trekken. Dat deden we en daarmee was de zaak afgerond. Helaas bleek later dat niet alle agenten van deze wet op de hoogte waren. Alle rechtszaken die hierover gevoerd zijn, werden gewonnen door degenen die zich aan de wet hadden gehouden. Jaren later hoorden wij van onze toenmalige buren in Vianen dat zij bij de politie een klacht wilden indienen omdat wij de gewoonte hadden om naakt te zonnen in onze ommuurde tuin. Toen bleek dat zij dat alleen maar konden zien door op een trapje te klimmen, raadde de politie hen aan om dat trapje dan maar niet meer te beklimmen.
Wat kunnen wij hiervan leren?
Als mensen ergens aanstoot aan nemen dan ligt het voor de hand om naar oplossingen te zoeken die recht doen aan ieders zelfbeschikking. Zeer veel mensen hechten er aan om iemands gezicht te kunnen zien. Zij voelen zich onveilig als iemand rondloopt met een bivakmuts op of rondrijdt in een auto met donker getinte glazen zodat men niet kan zien om wie het gaat. Terecht wordt gezichtsherkenning in bijvoorbeeld het openbaar vervoer en in onderwijs en rechtszalen dan ook voorgeschreven. Ik heb nog nooit bezwaren gehoord tegen mensen die in wetsuits gaan plankzeilen die alleen het gezicht, handen en voeten onbedekt laten.
Diegenen die bezwaar hebben tegen het dragen van boerkini's in openbare zwambaden en op stranden beseffen mogelijk niet dat zij het kennelijk eens zijn met die extremistische islamieten die vinden dat vrouwen op dergelijke plekken niet mogen komen. Franstaligen hebben daar een paar passende uitdrukkingen voor: "bien etonné de se trouver ensemble" en "les extrêmes se touchent". Ofwel: tegenstanders van de menselijke zelfbeschikking hebben elkaar in het boerkiniverbod gevonden. Maar ook de voorstanders van het recht op zelfbeschikking kunnen elkaar vinden. Overal waar ik wereldwijd naaktstranden bezocht, werd er door de naaktrecreanten geen enkel probleem gemaakt over het feit dat er ook geklede mannen en vrouwen rondliepen. Kortom: de boerkinidraagsters zijn van harte welkom op de naaktstranden. Het ultieme bewijs van zelfbeschikking!
Naschrift. Zie het vervolg op dit blogbericht in: 160. Boerkiniverbod? Naaktlopen! (2)
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Abonneren op:
Posts (Atom)