Mijn plotselinge vertrek in 1998 als president van de IHEU had tot een groot schandaal kunnen leiden vanwege de anti-Nederlandse en homovijandige achtergronden ervan. Ik heb mijn afscheid toen beargumenteerd vanwege "gebrek aan wederzijds vertrouwen". Dit om de IHEU niet te schaden. En om het strategisch belang van de internationale humanistische beweging bij het behoud van goede betrekkingen met Nederland en met de wereldwijde homo/lesbische beweging. Deze betrekkingen zijn door mijn wijze van vertrekken gelukkig niet verslechterd. De persoon die indertijd mijn vertrouwen schond, is na zeventien jaar uit de IHEU vertrokken. Vanwege de historische en sociologische achtergronden van dit conflict acht ik het belangrijk om nu opening van zaken te geven. Eerst een overzicht van de anti-Nederlandse en homovijandige achtergronden in Engeland waar ik in 1998 veel minder zicht op had dan nu.
Engelse minachting van Nederland
Het meest bekende voorbeeld van Engelse geschiedsvervalsing is het wegmoffelen van de Nederlandse geschiedenis van 1609 tot 1664 in wat toen Nieuw Amsterdam en Nieuw Nederland heette en nu New York en omstreken is. Het is de verdienste van de Holland Society of New York , het New Netherland Institute, en de Amerikanen Charles Gehring , Janny Venema, Annette Stott en Russell Shorto
dat de door de Engelsen 'vergeten' geschiedenis van Nederland in
Noord-Amerika weer de nodige aandacht krijgt. De meest belangwekkende boeken
hierover vind ik: Annette Stott; Holland Mania, the Unknown Dutch Period in American Art and Culture (Woodstock NY 1998), Janny Venema; Beverwijck, a Dutch Village on the American Frontier 1652-1664 (Albany 2003), en Russell Shorto; The Island at the Center of the World, the Epic Story of Dutch Manhattan and the Forgotten Colony that Shaped America (New York 2004). De Dutch American invloed op de VS is veel groter dan de meeste Nederlanders beseffen. Zie bijvoorbeeld de lijst van belangrijkste Dutch Americans
. Er wonen nu meer dan vijf miljoen Amerikanen van Nederlandse afkomst
in de VS. En Nederland is de derde grootste investeerder in de VS.
New York is niet het enige voorbeeld van Engelse geschiedvervalsing als het om de grote betekenis van Nederland voor Engeland gaat. Het beste boek daarover vind ik dat van de Engelse geschiedkundige Lisa Jardine; Going Dutch, How England Plundered Holland's Glory (Londen 2008). De boektitel spreekt voor zich. De titel van de Nederlandse vertaling is aanzienlijk diplomatieker: Gedeelde weelde. Hoe de zeventiende-eeuwse cultuur van de Lage Landen Engeland veroverde en veranderde (Amsterdam/Antwerpen 2008). Zij toont overtuigend aan hoeveel Engeland aan Nederland te danken heeft. Maar in plaats van daar dankbaar of zelfs trots op te zijn zoals bovengenoemde Amerikanen, heeft Engeland kosten noch moeite gespaard om die Nederlandse invloed onder het tapijt te vegen. Er is zelfs sprake van een regelrechte minachting van Nederland. Omdat Lisa Jardine zich vooral beperkt tot Engeland zelf, richt ik mij in dit blogbericht op de wereldwijde gevolgen van deze Engelse minachting voor alles wat Nederlands was en is.
Engelse wereldwijde geschiedvervalsing
Ik kwam dit op het spoor dankzij mijn grote verzameling oude historische atlassen. Daarin viel het mij op dat Engelse atlassen stelselmatig het wereldwijde Nederlandse
verleden hebben weggelaten. Overigens weten ook veel Nederlanders weinig van de vaderlandse geschiedenis overzee. Zo weten de meesten niets of weinig over Nederlands Brazilië
terwijl dat in Brazilië zelf veel beter bekend is. Ook onbekend is bij verreweg
de meeste Nederlanders dat eeuwenlang ten westen van Nieuw Zeeland het ook door Nederlanders ontdekte Nieuw-Holland ofwel Australië op kaarten te vinden was. En vrijwel niemand in Nederland kent nog de geschiedenis van Nederlands Formosa ofwel het huidige Taiwan.
In eerdere berichten besteedde ik aandacht aan de voormalig Nederlandse gebieden België en delen van Noord-Frankrijk, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Daar weet men in Nederland meestal wel wat meer van. In dit blogbericht beperk ik mij (in alfabetische volgorde) tot landen die door Nederland zijn afgestaan aan Groot Brittannië en waarvan de Nederlandse voorgeschiedenis vergeten dreigt te worden.
Delen van hedendaags Ghana (ofwel de Nederlandse Goudkust) waren Nederlands van 1598 tot 1872. Mede door de rol van Nederland in de slavernij
is over deze voormalige kolonie het een en ander bekend. Maar er is
vaak sprake van onjuiste beeldvorming. Amsterdam zou zijn welvaart aan
de slavernij te danken hebben, terwijl de handel in goederen en diensten
veel belangrijker was. Nederland zou een grote rol in de handel in
slaven gespeeld hebben, terwijl het maar om enkele procenten gaat.
Slavernij zou vooral door Europeanen gepleegd zijn, terwijl ook
belangrijke daders Afrikanen en Arabieren waren. En slavernij zou een
zaak uit het verleden zijn, terwijl die (vooral in islamitische
gebieden) nog steeds voorkomt. In de negentiende eeuw wierf het
Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger in de toenmalige Goudkust soldaten, de zwarte Hollanders: Belanda Hitam.
Het westelijk van Suriname gelegen Guyana
is een duidelijk voorbeeld van een voormalig Nederlands overzees gebied
waarvan de Nederlandse geschiedenis van 1600 tot 1814 in vergetelheid
is geraakt door het beleid van de Britse koloniale opvolger. Zo werd de
naam van de hoofdstad Stabroek veranderd in Georgetown maar gelukkig is
de plaatsnaam New Amsterdam hier nog wel bewaard gebleven. De
universiteit van Leiden is begonnen de vergeten geschiedenis van Berbice, Essequebo en Demerery te onderzoeken. De naam Berbice heeft in Nederland nog enige bekendheid dankzij de gelijknamige buitenplaats te Voorschoten. De uitdrukking iemand naar de barrebiesjes wensen (iemand naar de hel wensen) maakt duidelijk hoe weinig geliefd dit overzees gebied was.
Heel belangrijk is de vergeten geschiedenis van Nederlands India. Het mooi uitgegeven boek van Van der Pol: De VOC in India, een reis langs Nederlands erfgoed in Gujarat, Malabar, Coromandel en Bengalen (Zutphen, 2011)
heeft een breder publiek bereikt. Ook hier heeft de Britse koloniale
opvolger het belang van de Nederlandse geschiedenis van 1605 tot 1825 in
India zoveel mogelijk gekleineerd. Een hedendaags voorbeeldje van de
gevolgen daarvan is de tekst van de website Dutch India waarin gelukkig wel een duidelijke kaart staat, waaruit de omvang van de
Nederlandse invloed alsnog blijkt. De belangstelling voor de Vereenigde
Oostindische Compagnie V.O.C (en dus ook voor Nederlands India) is de laatste tijd gestegen. Gelukkig kan sinds kort Nederlands gestudeerd worden in New Delhi zodat hopelijk de aandacht voor deze bijna vergeten geschiedenis ook in India toeneemt.
Veel Nederlandse gebieden in Azië gingen verloren door het Verdrag van Londen uit 1824 in ruil voor de Britse erkenning van Nederlands Oost Indië. Daarmee kwam ook een einde aan de Nederlandse bezittingen in wat nu Maleisië en Singapore is. Over de Nederlandse tijd van 1641 tot 1825 zijn in de stad Malakka
nog wat sporen te vinden maar in de rest van Maleisië en Singapore
ontbreekt wetenschappelijke aandacht voor het Nederlands en de
Nederlandse cultuur. Wederom een voorbeeld van de gevolgen van Britse
veronachtzaming van alles wat Nederlands was en is.
Nederlanders ontdekten het eiland Mauritius in 1598 en zij vernoemden het naar prins Maurits. Het eiland bleef Nederlands tot 1710, Frans van 1721 tot 1810 (als Ile de France)
en vervolgens Brits na 1810. Zij noemden het eiland weer Mauritius en
mede dankzij die naam bleef de Nederlandse tijd in het bewustzijn van de
eilanders leven. In 1998 werden 400 jaar betrekkingen tussen Nederland
en Mauritius herdacht, werden resten van het V.O.C.-fort Frederik
Hendrik opgegraven en werden postzegels ter herdenking uitgegeven. In
Nederland kreeg Mauritius ook bekendheid door het al dan niet door de
Nederlanders veroorzaakte uitsterven van de loopvogel Dodo.
Sri Lanka was als Ceylon van 1638 tot 1796 Nederlands. Dankzij nog bestaande gebouwen, de zelforganisatie van de Dutch Burghers
en de overblijfselen van het oudvaderlands recht zijn er nog resten uit
het Nederlandse tijdperk te vinden. Maar ook in Sri Lanka ontbreekt het
aan wetenschappelijke belangstelling voor het Nederlands en de
Nederlandse cultuur als gevolg van de Britse onderwaardering van
alles wat Nederlands was en is. Het Britse bewind leidde tot de
invoering van "winner takes all" (democratie als dictatuur van de
meerderheid). Hierdoor werd stelselmatig de Tamil-minderheid
achtergesteld, met de bekende noodlottige gevolgen van tientallen jaren
lange burgeroorlogen.
Standaardwerken als dat van Temminck Groll, The Dutch Overseas; Architectural Survey; Mutual Heritage of four Centuries in three Continents (Zwolle, 2012), en van Ron van Oers, Dutch Town Planning Overseas during VOC en WIC Rule (1600 - 1800) (Zwolle, 2000) stemmen
weemoedig over wat er verloren is gegaan of dreigt te gaan aan
Nederlandse overzeese cultuur. Maar dat is niet alleen te wijten aan
bovengenoemd gebrek aan Britse waardering voor Nederlandse cultuur. Ook de Nederlandse overheid leidt vaak aan wat ik de 'Engelse ziekte' zou willen noemen: een onderwaardering van de betekenis van de wereldwijde Nederlandse cultuur in verleden en heden.Een voorbeeld daarvan zijn de dreigende bezuinigingen op onderwijs in het Nederlands wereldwijd.
Uit het Engels blijkt de minachting
Als ik Engels als moedertaal zou hebben dan zou ik mij
schamen om het discriminerend taalgebruik rond het op zichzelf al
onjuiste woord Dutch dat eigenlijk Netherlandic zou moeten zijn: double Dutch (onzin), Dutch bargain (oneerlijke handel), Dutch build (dik), Dutch comfort (schrale troost), Dutch concert (tumult), Dutch courage (dronkenmansmoed), Dutch defense (overgave), Dutch gold (namaakgoud), Dutch kiss (opgedrongen kus), Dutch luck (onverdiend geluk), Dutchman's headache (dronkenschap), Dutchman's land (vermeend land aan de einder), Dutch medley (door elkaar heen praten), Dutch palate (slechte smaak), Dutch praise (vervloeking), his Dutch is up (hij is kwaad), I'm a Dutchman if I do (dat zal ik nooit doen), it's all Dutch to me (ik begrijp er niets van), to dutch
(wegrennen) en dan ben ik er nog een aantal vergeten. Het is dat
Nederlanders geen ras vormen want anders zouden we Engelstaligen nog van
racisme kunnen beschuldigen!
Engelse homohaat
Engeland heeft wereldwijd een zeer negatieve invloed gehad op het denken en handelen inzake homoseksualiteit. Het meest berucht is het proces in 1895 tegen Oscar Wilde. Door dat proces kreeg een Engelse uitdrukking voor homoseksualiteit bekendheid: "the love that dare not speak its name". In Groot Brittannië stond tot 1861 de doodstraf op seks tussen mannen en
daarna bleef homoseks (ook tussen volwassen mannen) strafbaar tot 1967. In Nederland eindigden al deze
straffen in 1811 met dank aan zowel de Franse als de Bataafse Revolutie.
In de toenmalige Britse wetgevingsdiscussie speelde het begrip sodomy
een belangrijke rol. Het is een onterechte verwijzing naar het
bijbelverhaal over Sodom en Gomorra want dat gaat niet over
homoseksualiteit maar over schending van het gastrecht door
verkrachting. Zie mijn hoofdstuk: "Homoseksualiteit als
toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in:
Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd
humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010).
Ruim
twintig jaar geleden heb ik onderzoek gedaan naar de sociale en
juridische positie rond homoseksualiteit in alle landen ter wereld. Zie
de World Survey on the Social and Legal Position of Gays and Lesbians; in: The Third Pink Book (Buffalo NY, 1993; 247-342).
Een belangrijke bevinding was dat anti-homoseksuele wetgeving vooral te
vinden was in dertig landen met een islamitische meerderheid (in negen
landen gepaard gaand met de doodstraf!) en in veertig landen die de
homovijandige wetgeving uit Groot Brittannië in koloniale tijden
opgelegd hadden gekregen.
Ik heb mijn onderzoeksgegevens nog even gelegd naast een hedendaags overzicht van homo/lesbische rechten per land en dan blijkt dat de volgende landen de van oorsprong Britse strafbaarstelling van homoseksualiteit nog altijd kennen: Antigua,
Bangladesh, Barbados, Botswana, Brunei, Birma, Cook Eilanden, Gambia,
Ghana, Grenada, Guyana, India, Jamaica, Kameroen, Kenia, Kiribati, Malawi,
Maleisië, Maldiven, Mauritius, Namibië, Nauru, Nigeria, Oeganda, Pakistan,
Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Lucia, Seychellen, Sierra Leone, Singapore,
Solomon Eilanden, Sri Lanka, Soedan, Tonga, Trinidad, Tuvalu, Zambia en
Zimbabwe. Het Britse Gemenebest speelt nog steeds een kwalijke rol. In India wordt homoseksualiteit in 2013 weer strafbaar gesteld, en in 2014 werd weer op grote schaal vervolgd. Om nog maar te zwijgen over het inmiddels ingevoerde levenslang in Oeganda, de toegenomen vervolging in Nigeria, Gambia en Zimbabwe, en de dreigende steniging van homo's in Brunei. Ook in (deels Afrikaanstalig) Namibië wordt de homohaat weer aangewakkerd. Datzelfde geldt voor Kenia, Ghana, Jamaica en Maleisië. De VN heeft kritiek op de negatieve ontwikkelingen in Gambia.
Ik herinner mij uit eigen ervaring in de jaren tachtig de homosauna's in Amsterdam en Bangkok waar mannen vrijelijk met elkaar konden omgaan terwijl tegelijkertijd in mannensauna's in de nabij gelegen steden Londen en Singapore
de seksuele spanning te snijden was maar waar niets kon gebeuren omdat
overal de spionnen van de politie rondliepen. Die hadden kennelijk
niets beters te doen of kwamen wellicht op die manier aan hun trekken.
Gelukkig zijn er landen waar homo/lesbische netwerken bij de politie bestaan want die voorkomen een hoop ellende binnen en buiten de politie.
Er
zijn enkele voormalige Engelse kolonies die de strafbaarstelling van
homoseksualiteit aanvankelijk opgelegd kregen maar later afschaften,
hoewel de sociale weerstand nog altijd groot is in (delen van) Australië, Canada, Nieuw Zeeland, Verenigde Staten en Zuid-Afrika.
Alleen het laatste land heeft van alle bovengenoemde landen net zoals
Nederland een landelijk geldende grondwettelijke gelijkberechtiging en
openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Inmiddels
heeft Engeland maart 2014 ook het huwelijk opengesteld maar woedt de homohaat voort in de voormalige Engelse kolonies...
Ik wil niet zwartepieten maar het is wel opvallend dat een hoogleraar mensenrechten uit het vroegere Engelse Jamaica
onlangs Nederland beschuldigde van terugkeer naar de slavernij vanwege
een traditioneel kinderfeestje maar die, voor zover ik kon nagaan, nog
nooit geprotesteerd heeft tegen de moorddadige aanvallen op homo's op
haar eigen eiland. (Haar universiteit wilde niet meewerken dus was ik
aangewezen op internet om dit uit te zoeken). De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) heeft zich inmiddels tegen de schending van homorechten uitgesproken.
Ook
opvallend is dat vooral de Afrikaanse landen in dit lijstje roepen dat
homoseksualiteit een koloniaal westers verschijnsel zou zijn terwijl het
juist de aan hen opgelegde Britse homovijandige wetgeving is geweest
die een einde wilde maken aan de vele tradities van Afrikaanse (en
Aziatische) gelijkgeslachtelijke riten en relaties. En dan heb ik het
nog niet gehad over de Amerikaanse fundamentalistische christenen die de homohaat in Afrika, zoals in Oeganda, Nigeria en D.R.Congo, aanjagen. Over kolonialisme gesproken!
Wat heeft deze voorgeschiedenis met mijn vertrek uit de IHEU te maken?
Voor mijn verkiezing tot co-president van de IHEU in 1986 (zo is mij veel later gebleken) was daar aanvankelijk van vooral Angelsaksische zijde verzet tegen omdat een openlijk homoseksuele voorzitter het imago van de IHEU zou kunnen schaden. De Nederlanders in die vergadering stelden juist dat mijn voorzitterschap van het Humanistisch Verbond niet had geleden onder mijn openlijke homoseksualiteit. Integendeel, omdat Nederland zo kon zien dat het humanisme voor zelfbeschikking en tegen discriminatie was. Ik heb buiten Engeland nooit iets van discriminatie gemerkt in IHEU-verband. Wel verbaasde het mij dat Engeland het enige land ter wereld was waar homo/lesbische humanisten zich vanaf 1979 apart hadden georganiseerd, in de GALHA. Pas in 2012 is dit deel geworden van de British Humanist Association. Kort voor mijn vertrek bij de IHEU gingen er in Engeland geruchten rond dat ik aan vriendjespolitiek zou doen door homo's naar voren te schuiven. Ik heb er tijdens mijn voorzitterschap van het Humanistisch Verbond en van de IHEU nooit een geheim van gemaakt dat ik het van groot strategisch belang vond om meer jongeren, vrouwen, homo's en lesbo's bij de humanistische beweging te betrekken omdat deze groepen het meeste te lijden hadden onder de macht van de hen discriminerende godsdiensten. Dat in Engeland juist een punt werd gemaakt van de homo's en niet van de andere groepen had mij te denken moeten geven maar ik vond dat ik achterbaks geroddel moest negeren.
Het is mij vaak overkomen dat ik e-mail-berichten kreeg met een staart aan voorafgaande berichten waarvan de verzenders zich kennelijk niet bewust waren dat ik die ook onder ogen kreeg. In 1998 overkwam mij dat ook. Daaruit bleek dat de machtige penningmeester van de BHA en lid van het dagelijks bestuur van de IHEU Robbi Robson van mening was dat ik als Nederlander niet te vertrouwen was, dat ik onrechtmatig geld van de IHEU zou verdonkeremanen en andere Nederlanders zou voortrekken zoals 'the Dutch for centuries were used to do so'. Dat deed voor mij de deur dicht. Pas later werd ik mij er van bewust dat zij een kennelijk breder in Engeland levend vooroordeel verwoordde, hetgeen onder andere bleek uit het feit dat in de voorgaande e-mail-correspondentie de andere Engelsen geen bezwaar maakten tegen haar stemmingmakerij.
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn
memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen
blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met
het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met
bronvermelding.
zaterdag 12 december 2015
zaterdag 5 december 2015
122. IHEU & Nederland
Nederland was van groot belang bij het tot stand komen van de IHEU in 1952. Van 1952 tot 1998 was er altijd een Nederlandse IHEU(co)president. Daarna niet meer. Van 1952 tot 1997 was het IHEU-hoofdkantoor in Utrecht gevestigd. Daarna in Londen. Wat ging er mis in de relatie tussen IHEU en Nederland? En vond zo'n verwijdering ook plaats tussen Nederland en de wereldwijde homo/lesbische beweging omdat er mogelijk sprake is van een bredere ontwikkeling in Nederland?
IHEU
Vanaf het oprichtingscongres in Amsterdam in 1952 was de Nederlandse invloed op de IHEU groot. Niet alleen door de vier Nederlandse (co)presidenten van 1952 tot 1998 en door het hoofdkantoor in Utrecht van 1952 tot 1997, maar ook door de verhoudingsgewijs grote financiële inbreng (gemiddeld 25% van 1952 tot 2002) en de veeltalige vrijwilligers die de kleine IHEU-staf ondersteunde.
Nederland
Tijdens mijn (co)presidentschap van 1986 tot 1998 zag ik het draagvlak voor de IHEU in Nederland afbrokkelen. Lag dat aan mij? Of was hier sprake van een maatschappelijke onderstroom? Tijdens mijn voorzitterschap van het Humanistisch Verbond van 1977 tot 1987 heb ik vele tientallen lezingen door heel Nederland gehouden en was ik regelmatig te zien, te horen en te lezen in de Nederlandse humanistische en algemene media. Tijdens mijn (co)presidentschap van de IHEU werd ik in Nederland slechts enkele keren gevraagd een lezing te houden en was ik vrijwel niet terug te vinden in de Nederlandse media.
Buitenlandse bezoekers van IHEU-lidorganisaties klaagden steen en been over de geringe belangstelling onder Nederlandse humanisten voor hun werk. In de Nederlandse media (ook de humanistische televisie, radio en bladen) is heel weinig terug te vinden over enige belangstelling voor buitenlandse humanistische bewegingen. Voor de IHEU-congressen in Nederland in 1974, 1992 en 2002 was er geen sprake van grote belangstelling onder Nederlandse humanisten. Na mijn vertrek als HV-voorzitter in 1987 was er onder mijn opvolgers geen merkbare belangstelling voor de internationale humanistische beweging. Dat is pas de laatste tijd veranderd onder de HV-voorzitters Rein Zunderdorp en Boris van der Ham.
Er waren meer uitzonderingen. Onder de vrijwilligers moet ik Nettie Klein noemen die van 1982 tot 1996 algemeen secretaris was. Zij onderhield veel contacten met personen die actief waren in de wereldwijde humanistische beweging. Onder de medewerkers moet ik Jaap Dijkstra vermelden die van 1985 tot 2002 directeur was van de humanistische ontwikkelingsorganisatie Hivos die de uitbreiding van de IHEU in ontwikkelingslanden sterk heeft gesteund. Onder Nederlandse humanistische geestelijke verzorgers en docenten humanistisch vormingsonderwijs bestond wel grote belangstelling voor contacten met buitenlandse collega's, bijvoorbeeld via de European Humanist Professionals. Onder de medewerkers van de Universiteit voor Humanistiek toonden Fons Elders, Rob Buitenweg en Bert Gasenbeek levendige belangstelling voor de wereldwijde humanistische beweging.
Vlaanderen
De naar binnen gekeerde belangstelling van de meeste Nederlandse humanisten is geen uitzondering. Sonja Eggericks, Vlaamse president van de IHEU van 2006 tot 2015, en dus in zekere zin mijn opvolgster, schreef mij: "Er zijn zeker nog altijd mensen in Vlaanderen die belangstelling hebben voor wat in Nederland gebeurt maar helaas een minderheid. Ik heb het ook in humanistische middens ondervonden: wanneer ik bijvoorbeeld verslag uitbracht over IHEU, waren er altijd wel leden (...) die vonden dat er "bij ons" nog zoveel te doen was.... Dit verandert nu wel een beetje (...) en ik probeer waar dan ook uit te leggen dat Vlaamse mensen mee aan de oorsprong liggen van IHEU bijvoorbeeld."
Homo/lesbische beweging
Eerder schreef ik in blogbericht 106 dat de homo/lesbische pendant van de IHEU, de International Committee for Sexual Equality ICSE (1951-1960), vrijwel geen draagvlak in Nederland kon vinden. Ook latere pogingen om in Nederland internationale homo/lesbische initiatieven te ontwikkelen, vonden weinig steun. Terwijl Nederland een voorbeeld was voor buitenlandse emancipatiebewegingen konden buitenlandse bezoekers hier weinig steun verwachten. Ook in dit geval was Hivos een goede uitzondering die veel beginnende homo/lesbische organisaties in ontwikkelingslanden heeft gesteund. De laatste jaren voert ook het COC een actiever buitenlands beleid.
Huwelijksgelijkberechtiging
Ondanks al deze sombere constateringen heeft Nederland gelukkig toch (wellicht zijns ondanks) een voortrekkersrol gespeeld. Zeker als het gaat om het recht van mensen om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zolang men het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantast. In 1982 bepleitte de IHEU al gelijke behandeling van homo- en heteroseksuelen. Een goed voorbeeld is de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht in 2001. Sindsdien is deze gelijkberechtiging in Nederland gevolgd door (in alfabetische volgorde) Argentinië, België, Brazilië, Canada, Denemarken, Engeland, Finland, Frankrijk, Ierland, IJsland, Luxemburg, Malta, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Portugal, Schotland, Slovenië, Spanje, Uruguay, Wales, Zuid Afrika, Zweden en delen van Mexico. Zie dit overzicht van toenemende huwelijksgelijkberechtiging.
Recht op een zelfgekozen levenseinde
Een soortgelijke ontwikkeling doet zich voor bij de wettelijke erkenning van het recht om zelf te beschikken over een menswaardig levenseinde. Dat begon in Nederland gevolgd door België, Luxemburg, Canada, Colombia en Uruguay. Hulp bij zelfdoding is nu wettelijk mogelijk in Zwitserland en in de Amerikaanse deelstaten Montana, Oregon, Vermont, Washington en Californië. In veel landen of deelstaten doen zich ontwikkelingen in deze richting voor. Zie ook: Wikipedia legality of euthanasia. Zowel in Nederland als wereldwijd heeft de op 30 november 2013 overleden Pieter Admiraal een belangrijke rol gespeeld.
Ik ontmoette hem op het IHEU congres van 1992 in Amsterdam toen hem de International Humanist Award werd uitgereikt "for advocating the right of self-determination in the field of voluntary euthanasia". Ik maakte hem sindsdien regelmatig mee als Laureate of the International Academy of Humanism, Honorary Associate of Rationalist International, en als bestuurslid van het Center for Inquiry Low Countries.
Pieter Admiraal heeft over de hele wereld meer dan 300 lezingen gegeven over het belang van het medisch-wetenschappelijk verantwoord begeleiden van mensen die een einde willen (doen) maken aan hun uitzichtloos en ongeneeslijk lijden. Zijn betekenis werd in 1994 erkend toen hij benoemd werd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Zijn strijd voor menswaardig sterven heeft velen uit hun lijden verlost en zal dat blijven doen ook na zijn dood. Hij heeft laten zien dat praktisch humanisme vanuit Nederland een grote rol heeft vervuld.
Navelstaarderij of een menswaardiger wereld?
Alles overziende voel ik mij niet schuldig voor de verwijdering tussen Nederland en de internationale humanistische beweging. Ik heb heel veel tijd en geld (zoals reis- en verblijfkosten) in de wereldwijde humanistische beweging gestoken. Maar de Nederlandse samenleving die na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog open stond voor internationale solidariteit is helaas het slachtoffer geworden van navelstaarderij en angst voor het vreemde. Juist een klein land heeft een welbegrepen eigenbelang bij een wereldorde die het recht op zelfbeschikking van mensen, zelfgekozen minderheden en kleine culturen erkent en steunt. Levend onder de zeespiegel zou je een grootschalige inzet voor klimaatverbetering verwachten en geen mentaliteit van 'ikke, ikke en de rest kan stikken' en 'de grenzen dicht'. Ik ben nu te oud om zoals vroeger de wereld af te reizen. Maar gelukkig heb ik nog mijn blog om te trachten om geestverwanten te blijven vinden die ook streven naar een menswaardiger wereld!
Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
IHEU
Vanaf het oprichtingscongres in Amsterdam in 1952 was de Nederlandse invloed op de IHEU groot. Niet alleen door de vier Nederlandse (co)presidenten van 1952 tot 1998 en door het hoofdkantoor in Utrecht van 1952 tot 1997, maar ook door de verhoudingsgewijs grote financiële inbreng (gemiddeld 25% van 1952 tot 2002) en de veeltalige vrijwilligers die de kleine IHEU-staf ondersteunde.
Nederland
Tijdens mijn (co)presidentschap van 1986 tot 1998 zag ik het draagvlak voor de IHEU in Nederland afbrokkelen. Lag dat aan mij? Of was hier sprake van een maatschappelijke onderstroom? Tijdens mijn voorzitterschap van het Humanistisch Verbond van 1977 tot 1987 heb ik vele tientallen lezingen door heel Nederland gehouden en was ik regelmatig te zien, te horen en te lezen in de Nederlandse humanistische en algemene media. Tijdens mijn (co)presidentschap van de IHEU werd ik in Nederland slechts enkele keren gevraagd een lezing te houden en was ik vrijwel niet terug te vinden in de Nederlandse media.
Buitenlandse bezoekers van IHEU-lidorganisaties klaagden steen en been over de geringe belangstelling onder Nederlandse humanisten voor hun werk. In de Nederlandse media (ook de humanistische televisie, radio en bladen) is heel weinig terug te vinden over enige belangstelling voor buitenlandse humanistische bewegingen. Voor de IHEU-congressen in Nederland in 1974, 1992 en 2002 was er geen sprake van grote belangstelling onder Nederlandse humanisten. Na mijn vertrek als HV-voorzitter in 1987 was er onder mijn opvolgers geen merkbare belangstelling voor de internationale humanistische beweging. Dat is pas de laatste tijd veranderd onder de HV-voorzitters Rein Zunderdorp en Boris van der Ham.
Er waren meer uitzonderingen. Onder de vrijwilligers moet ik Nettie Klein noemen die van 1982 tot 1996 algemeen secretaris was. Zij onderhield veel contacten met personen die actief waren in de wereldwijde humanistische beweging. Onder de medewerkers moet ik Jaap Dijkstra vermelden die van 1985 tot 2002 directeur was van de humanistische ontwikkelingsorganisatie Hivos die de uitbreiding van de IHEU in ontwikkelingslanden sterk heeft gesteund. Onder Nederlandse humanistische geestelijke verzorgers en docenten humanistisch vormingsonderwijs bestond wel grote belangstelling voor contacten met buitenlandse collega's, bijvoorbeeld via de European Humanist Professionals. Onder de medewerkers van de Universiteit voor Humanistiek toonden Fons Elders, Rob Buitenweg en Bert Gasenbeek levendige belangstelling voor de wereldwijde humanistische beweging.
Vlaanderen
De naar binnen gekeerde belangstelling van de meeste Nederlandse humanisten is geen uitzondering. Sonja Eggericks, Vlaamse president van de IHEU van 2006 tot 2015, en dus in zekere zin mijn opvolgster, schreef mij: "Er zijn zeker nog altijd mensen in Vlaanderen die belangstelling hebben voor wat in Nederland gebeurt maar helaas een minderheid. Ik heb het ook in humanistische middens ondervonden: wanneer ik bijvoorbeeld verslag uitbracht over IHEU, waren er altijd wel leden (...) die vonden dat er "bij ons" nog zoveel te doen was.... Dit verandert nu wel een beetje (...) en ik probeer waar dan ook uit te leggen dat Vlaamse mensen mee aan de oorsprong liggen van IHEU bijvoorbeeld."
Homo/lesbische beweging
Eerder schreef ik in blogbericht 106 dat de homo/lesbische pendant van de IHEU, de International Committee for Sexual Equality ICSE (1951-1960), vrijwel geen draagvlak in Nederland kon vinden. Ook latere pogingen om in Nederland internationale homo/lesbische initiatieven te ontwikkelen, vonden weinig steun. Terwijl Nederland een voorbeeld was voor buitenlandse emancipatiebewegingen konden buitenlandse bezoekers hier weinig steun verwachten. Ook in dit geval was Hivos een goede uitzondering die veel beginnende homo/lesbische organisaties in ontwikkelingslanden heeft gesteund. De laatste jaren voert ook het COC een actiever buitenlands beleid.
Huwelijksgelijkberechtiging
Ondanks al deze sombere constateringen heeft Nederland gelukkig toch (wellicht zijns ondanks) een voortrekkersrol gespeeld. Zeker als het gaat om het recht van mensen om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zolang men het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantast. In 1982 bepleitte de IHEU al gelijke behandeling van homo- en heteroseksuelen. Een goed voorbeeld is de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht in 2001. Sindsdien is deze gelijkberechtiging in Nederland gevolgd door (in alfabetische volgorde) Argentinië, België, Brazilië, Canada, Denemarken, Engeland, Finland, Frankrijk, Ierland, IJsland, Luxemburg, Malta, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Portugal, Schotland, Slovenië, Spanje, Uruguay, Wales, Zuid Afrika, Zweden en delen van Mexico. Zie dit overzicht van toenemende huwelijksgelijkberechtiging.
Recht op een zelfgekozen levenseinde
Een soortgelijke ontwikkeling doet zich voor bij de wettelijke erkenning van het recht om zelf te beschikken over een menswaardig levenseinde. Dat begon in Nederland gevolgd door België, Luxemburg, Canada, Colombia en Uruguay. Hulp bij zelfdoding is nu wettelijk mogelijk in Zwitserland en in de Amerikaanse deelstaten Montana, Oregon, Vermont, Washington en Californië. In veel landen of deelstaten doen zich ontwikkelingen in deze richting voor. Zie ook: Wikipedia legality of euthanasia. Zowel in Nederland als wereldwijd heeft de op 30 november 2013 overleden Pieter Admiraal een belangrijke rol gespeeld.
Ik ontmoette hem op het IHEU congres van 1992 in Amsterdam toen hem de International Humanist Award werd uitgereikt "for advocating the right of self-determination in the field of voluntary euthanasia". Ik maakte hem sindsdien regelmatig mee als Laureate of the International Academy of Humanism, Honorary Associate of Rationalist International, en als bestuurslid van het Center for Inquiry Low Countries.
Pieter Admiraal heeft over de hele wereld meer dan 300 lezingen gegeven over het belang van het medisch-wetenschappelijk verantwoord begeleiden van mensen die een einde willen (doen) maken aan hun uitzichtloos en ongeneeslijk lijden. Zijn betekenis werd in 1994 erkend toen hij benoemd werd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Zijn strijd voor menswaardig sterven heeft velen uit hun lijden verlost en zal dat blijven doen ook na zijn dood. Hij heeft laten zien dat praktisch humanisme vanuit Nederland een grote rol heeft vervuld.
Navelstaarderij of een menswaardiger wereld?
Alles overziende voel ik mij niet schuldig voor de verwijdering tussen Nederland en de internationale humanistische beweging. Ik heb heel veel tijd en geld (zoals reis- en verblijfkosten) in de wereldwijde humanistische beweging gestoken. Maar de Nederlandse samenleving die na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog open stond voor internationale solidariteit is helaas het slachtoffer geworden van navelstaarderij en angst voor het vreemde. Juist een klein land heeft een welbegrepen eigenbelang bij een wereldorde die het recht op zelfbeschikking van mensen, zelfgekozen minderheden en kleine culturen erkent en steunt. Levend onder de zeespiegel zou je een grootschalige inzet voor klimaatverbetering verwachten en geen mentaliteit van 'ikke, ikke en de rest kan stikken' en 'de grenzen dicht'. Ik ben nu te oud om zoals vroeger de wereld af te reizen. Maar gelukkig heb ik nog mijn blog om te trachten om geestverwanten te blijven vinden die ook streven naar een menswaardiger wereld!
Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
zaterdag 28 november 2015
121. IHEU & Scandinavië
Tijdens mijn voorzitterschap van de IHEU voelde ik mij op bezoek bij humanistische organisaties (na Nederland en Vlaanderen) het meeste thuis in Scandinavië. En sinds ik in Friesland woon is dat gevoel alleen maar versterkt omdat de Friese cultuur heel vaak Scandinavisch aandoet. Scandinavië is bovendien een goed voorbeeld om te laten zien waarom binnen vergelijkbare culturen sommige humanistische bewegingen slagen en andere niet. En om duidelijk te maken hoe humanistische en homo/lesbische emancipatie samenhangen.
Humanistische organisaties
Ik bespreek hier de Scandinavische humanistische organisaties per land op alfabetische volgorde. Het Deense Humanistisk Samfund (opgericht in 2008) kwam moeilijk van de grond omdat de Deense staatskerk nogal liberaal is waardoor vele humanisten niet de noodzaak zagen om zich te organiseren. Toch is het alsnog gelukt om een humanistische organisatie te beginnen die inmiddels meer dan 600 leden telt. De scheiding van kerk en staat is een belangrijk punt omdat Denemarken nog steeds een staatskerk heeft. Hiermee samen hangt het streven om een humanistisch alternatief voor het godsdienstonderwijs op scholen te ontwikkelen zoals in Nederland en Vlaanderen het geval is.
De Finse humanistische organisatie Suomen humanistiliitto bestaat sinds 1968 maar stelt heel weinig voor. Ze zijn voorbij gestreefd door de Finse vrijdenkers die al sinds 1945 bestaan. Zij hebben meer dan 1800 leden en zijn inmiddels aangesloten bij de Europese Humanistische Federatie. In Finland is het levensbeschouwelijk onderwijs als alternatief voor het godsdienstonderwijs de belangrijkste activiteit.
Het Noorse Human-Etisk Forbund (opgericht in 1956) is wereldwijd gezien, omgerekend naar het aantal inwoners, de grootste humanistische organisatie met meer dan 84.000 leden. Dit is in belangrijke mate te danken aan hun oud-voorzitter Levi Fragell met wie ik enkele jaren co-president van de IHEU was. Een belangrijk resultaat was de opheffing van de (nogal conservatieve) lutherse kerk als staatskerk en de gelijke behandeling van humanistische en kerkelijke activiteiten. Een belangrijk knelpunt was de humanistische toegang tot het onderwijs als alternatief voor het godsdienstonderwijs. Ik heb jarenlang in Noorwegen veel (Engelstalige) lezingen gehouden en hun jaarcongressen bijgewoond en was inmiddels in staat om de vergaderingen in het Noors redelijk te volgen. Denen, Noren en Zweden verstaan elkaar onderling goed en Scandinavië lijkt wat dat betreft op de Fryske taalfrede.
Een vergelijkbaar succesverhaal is op IJsland van toepassing. Het Sidmennt bestaat sinds 1990 en hun succes is in belangrijke mate te danken aan Hope Knútsson. IJsland heeft maar weinig inwoners en het ledental van meer dan duizend leden is verhoudingsgewijs hoog. Net als in Noorwegen, Nederland en België is ook hier de strijd voor humanistische gelijkberechtiging en voor een alternatief aanbod voor kerkelijke activiteiten een goede verklaring voor het succes.
Wat voor Denemarken gold, gold ook voor het Zweedse Humanisterna: last van een liberale staatskerk waardoor veel humanisten de noodzaak tot zelforganisatie niet zagen. Opgericht in 1979 heeft het nu meer dan 400 leden en is het dus inmiddels in dit opzicht door de humanisten in Denemarken ingehaald. Ook in Zweden heb ik enkele jaarcongressen meegemaakt en (Engelstalige) lezingen gehouden.
Homo/lesbische organisaties
Tijdens mijn humanistische lezingen in Scandinavië viel mij de grote homo/lesbische aanwezigheid op. Anders dan tijdens mijn lezingen in de rest van de wereld (buiten Nederland en Vlaanderen waar dat ook het geval was) bleek er een grote overlap te zijn tussen de humanistische en de homo/lesbische bewegingen. In Denemarken is dat de LGBT-Danmark (opgericht in 1948), in Finland is dat Seta (1974), in Noorwegen is dat de LHH (1952), in IJsland is dat Samtökin'78 (1978) en in Zweden is dat de RFSL (1950). Het Nederlandse COC is opgericht in 1946 en kent net als alle Scandinavische homo/lesbische organisaties een goede samenwerking tussen mannen en vrouwen. In de rest van de wereld is dat aanzienlijk minder het geval, zijn de meeste homo/lesbische organisaties veel later opgericht en wordt er minder nauw met de humanistische beweging samengewerkt.
En er zijn nog enkele overeenkomsten. In Nederland is het huwelijk opengesteld voor paren van gelijk geslacht in 2001, in België in 2003, in Denemarken in 2012, in Finland gebeurt dat in 2017, in Noorwegen was dat in 2009, in IJsland in 2010 en in Zweden in 2009. Deze landen zijn wereldwijd koplopers in de strijd voor huwelijksgelijkberechtiging. IJsland heeft wereldwijd van 2009 tot 2013 de eerste openlijk lesbische premier gehad, Jóhanna Sigurðardóttir, en België van 2011 tot 2014 de eerste openlijke homo-premier, Elio di Rupo. Dat was alleen maar mogelijk dankzij het feit deze samenlevingen het humanistisch beginsel van zelfbeschikking hadden omarmd en dat zowel de homo/lesbische als de humanistische emancipatiebewegingen zich goed georganiseerd hadden.
Scandinavië, Nederland en Vlaanderen
Van 1952 tot 2015 heeft de IHEU altijd een Nederlandse, Noorse of Vlaamse (co)president gehad met uitzondering van een korte onderbreking van 2003 tot 2006. Bijna de helft van alle inkomsten van de IHEU kwamen uit deze gebieden. Zij vertegenwoordigen een vorm van humanisme die niet zozeer theoretisch maar vooral praktisch gericht is door concrete humanistische alternatieven aan te bieden voor kerkelijke activiteiten. Zij hebben hun strijd voor gelijkberechtiging gevoerd door zelforganisatie, en door bondgenoten (zoals de vrouwen- en homo/lesbische beweging) en sleutelfiguren (onder andere in de politiek) te benaderen. Dankzij de strijd zowel tégen kerkelijke bevoorrechting als vóór praktische dienstverlening kregen zij draagvlak in het buitenkerkelijk deel van de bevolking. Hun successen vormen de ruggengraat van de internationale humanistische beweging!
Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Humanistische organisaties
Ik bespreek hier de Scandinavische humanistische organisaties per land op alfabetische volgorde. Het Deense Humanistisk Samfund (opgericht in 2008) kwam moeilijk van de grond omdat de Deense staatskerk nogal liberaal is waardoor vele humanisten niet de noodzaak zagen om zich te organiseren. Toch is het alsnog gelukt om een humanistische organisatie te beginnen die inmiddels meer dan 600 leden telt. De scheiding van kerk en staat is een belangrijk punt omdat Denemarken nog steeds een staatskerk heeft. Hiermee samen hangt het streven om een humanistisch alternatief voor het godsdienstonderwijs op scholen te ontwikkelen zoals in Nederland en Vlaanderen het geval is.
De Finse humanistische organisatie Suomen humanistiliitto bestaat sinds 1968 maar stelt heel weinig voor. Ze zijn voorbij gestreefd door de Finse vrijdenkers die al sinds 1945 bestaan. Zij hebben meer dan 1800 leden en zijn inmiddels aangesloten bij de Europese Humanistische Federatie. In Finland is het levensbeschouwelijk onderwijs als alternatief voor het godsdienstonderwijs de belangrijkste activiteit.
Het Noorse Human-Etisk Forbund (opgericht in 1956) is wereldwijd gezien, omgerekend naar het aantal inwoners, de grootste humanistische organisatie met meer dan 84.000 leden. Dit is in belangrijke mate te danken aan hun oud-voorzitter Levi Fragell met wie ik enkele jaren co-president van de IHEU was. Een belangrijk resultaat was de opheffing van de (nogal conservatieve) lutherse kerk als staatskerk en de gelijke behandeling van humanistische en kerkelijke activiteiten. Een belangrijk knelpunt was de humanistische toegang tot het onderwijs als alternatief voor het godsdienstonderwijs. Ik heb jarenlang in Noorwegen veel (Engelstalige) lezingen gehouden en hun jaarcongressen bijgewoond en was inmiddels in staat om de vergaderingen in het Noors redelijk te volgen. Denen, Noren en Zweden verstaan elkaar onderling goed en Scandinavië lijkt wat dat betreft op de Fryske taalfrede.
Een vergelijkbaar succesverhaal is op IJsland van toepassing. Het Sidmennt bestaat sinds 1990 en hun succes is in belangrijke mate te danken aan Hope Knútsson. IJsland heeft maar weinig inwoners en het ledental van meer dan duizend leden is verhoudingsgewijs hoog. Net als in Noorwegen, Nederland en België is ook hier de strijd voor humanistische gelijkberechtiging en voor een alternatief aanbod voor kerkelijke activiteiten een goede verklaring voor het succes.
Wat voor Denemarken gold, gold ook voor het Zweedse Humanisterna: last van een liberale staatskerk waardoor veel humanisten de noodzaak tot zelforganisatie niet zagen. Opgericht in 1979 heeft het nu meer dan 400 leden en is het dus inmiddels in dit opzicht door de humanisten in Denemarken ingehaald. Ook in Zweden heb ik enkele jaarcongressen meegemaakt en (Engelstalige) lezingen gehouden.
Homo/lesbische organisaties
Tijdens mijn humanistische lezingen in Scandinavië viel mij de grote homo/lesbische aanwezigheid op. Anders dan tijdens mijn lezingen in de rest van de wereld (buiten Nederland en Vlaanderen waar dat ook het geval was) bleek er een grote overlap te zijn tussen de humanistische en de homo/lesbische bewegingen. In Denemarken is dat de LGBT-Danmark (opgericht in 1948), in Finland is dat Seta (1974), in Noorwegen is dat de LHH (1952), in IJsland is dat Samtökin'78 (1978) en in Zweden is dat de RFSL (1950). Het Nederlandse COC is opgericht in 1946 en kent net als alle Scandinavische homo/lesbische organisaties een goede samenwerking tussen mannen en vrouwen. In de rest van de wereld is dat aanzienlijk minder het geval, zijn de meeste homo/lesbische organisaties veel later opgericht en wordt er minder nauw met de humanistische beweging samengewerkt.
En er zijn nog enkele overeenkomsten. In Nederland is het huwelijk opengesteld voor paren van gelijk geslacht in 2001, in België in 2003, in Denemarken in 2012, in Finland gebeurt dat in 2017, in Noorwegen was dat in 2009, in IJsland in 2010 en in Zweden in 2009. Deze landen zijn wereldwijd koplopers in de strijd voor huwelijksgelijkberechtiging. IJsland heeft wereldwijd van 2009 tot 2013 de eerste openlijk lesbische premier gehad, Jóhanna Sigurðardóttir, en België van 2011 tot 2014 de eerste openlijke homo-premier, Elio di Rupo. Dat was alleen maar mogelijk dankzij het feit deze samenlevingen het humanistisch beginsel van zelfbeschikking hadden omarmd en dat zowel de homo/lesbische als de humanistische emancipatiebewegingen zich goed georganiseerd hadden.
Scandinavië, Nederland en Vlaanderen
Van 1952 tot 2015 heeft de IHEU altijd een Nederlandse, Noorse of Vlaamse (co)president gehad met uitzondering van een korte onderbreking van 2003 tot 2006. Bijna de helft van alle inkomsten van de IHEU kwamen uit deze gebieden. Zij vertegenwoordigen een vorm van humanisme die niet zozeer theoretisch maar vooral praktisch gericht is door concrete humanistische alternatieven aan te bieden voor kerkelijke activiteiten. Zij hebben hun strijd voor gelijkberechtiging gevoerd door zelforganisatie, en door bondgenoten (zoals de vrouwen- en homo/lesbische beweging) en sleutelfiguren (onder andere in de politiek) te benaderen. Dankzij de strijd zowel tégen kerkelijke bevoorrechting als vóór praktische dienstverlening kregen zij draagvlak in het buitenkerkelijk deel van de bevolking. Hun successen vormen de ruggengraat van de internationale humanistische beweging!
Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 21 november 2015
120. IHEU & België
Als beginnend voorzitter van de IHEU wilde ik kennismaken met de twee min of meer humanistische universiteiten in Brussel. De Nederlandstalige Vrije Universiteit Brussel en de Franstalige Université libre de Bruxelles. Omdat ze beide op dezelfde campus liggen, dacht ik snel van de eerste naar de tweede afspraak te kunnen wandelen. Maar toen bleek dat de twee universiteiten gescheiden werden door een bijna onneembare dijk waar ik me met moeite door het struikgewas kon worstelen. Een dijk als taalgrens: dat was ik nog niet eerder tegengekomen! Geen Berlijnse muur maar een Brusselse dijk. Een merkwaardige ontmoeting in het België van een helaas eeuwenoude taalstrijd.
Omdat Brussel officieel een tweetalige stad is, kwam ik (in het Frans) bij de ULB met het voorstel dat ik Nederlands zou spreken en de gastheren Frans. Maar dat mocht niet: Nederlands spreken was er verboden. Ik moest toen denken aan de (Franstalige) lezingen die ik in Frankrijk had gegeven. Die begon ik met het grapje dat ik mij verontschuldigde voor mijn onvolmaakte Frans maar dat ik aannam dat mijn Frans beter was dan hun Nederlands. Dat werd steevast als een erge belediging opgevat: de gedachte dat Fransen een minderwaardig taaltje als het Nederlands zouden willen leren was onverdraaglijk! Ik neem al jaren deel aan een Europese humanistische discussiegroep op internet. Daar maakte ik eens de fout om een Nederlandstalig bericht aan een Vlaming naar het hele netwerk te sturen. De haat tegen het Nederlands spatte af van de berichten van enkele Fransen die zich kennelijk persoonlijk beledigd voelden dat zij dit achterlijke taaltje ('patois') te lezen kregen. Voor de verschillen tussen de Vlaamse taalstrijd en de Friese taalvrede verwijs ik naar mijn Tresoar-lezing Identiteit als keuze.
In de jaren dat ik actief was in de Nederlandse en in de internationale humanistische beweging ben ik vele malen door geestverwanten uitgenodigd om lezingen te geven in Vlaanderen, enkele malen in Frankrijk maar nimmer in Franstalig België. Ik heb wel goede herinneringen overgehouden aan de keren dat ik (Nederlandstalige) gastcolleges gaf aan studenten Neerlandistiek in Franstalig België. In de afgelopen eeuwen zijn veel Vlamingen om economische redenen naar Franstalig België verhuisd waar men heel veel Vlaamse achternamen aantreft. Friezen die om diezelfde redenen uit Friesland zijn vertrokken, zijn nog altijd trots op hun afstamming. Lees mijn blogbericht over It wrede paradys. Ik heb nog nooit een Franstalige Belg ontmoet die trots was op zijn Vlaamse afkomst. En de vele werkeloze Franstalige Belgen zijn meestal niet bereid om werk te zoeken in Vlaanderen waar het economisch veel beter gaat.
HVV & CAL
In Vlaanderen werd in 1951 naar Nederlands voorbeeld een eigen Humanistisch Verbond opgericht. Dat is inmiddels opgegaan in de Humanistisch Vrijzinnige Vereniging. In Vlaanderen heb ik zowel met de bestuurders als met de medewerkers vriendschappelijke betrekkingen onderhouden. In Franstalig België werd in 1969 naar Frans voorbeeld een Centre d'action laïque opgericht. Maar toch is er een belangrijk verschil. In Frankrijk staat de volstrekte scheiding van kerk en staat centraal: het neutralisme. In geheel België wordt net als in Nederland uitgegaan van een pluralistische benadering: een gelijke behandeling en ondersteuning van zowel godsdienst als levensbeschouwing. Ook is er in België net als in Nederland aandacht voor het bieden van een ongodsdienstig alternatief voor de kerken in de vorm van (wat in Nederland genoemd wordt) het humanistisch vormingsonderwijs en de humanistische geestelijke verzorging. Het begrip humanisme is in Franstalig België helaas gekaapt door de Franstalige christen-democraten waardoor net als in Frankrijk en anders dan in de rest van Europa verwarring omtrent de humanistische identiteit bestaat onder Franstaligen.
EHF/FHE
In 1991 was ik in Praag een van de oprichters van de Europese Humanistische Federatie EHF/FHE, waarvan ik van 1991 tot 1999 vicevoorzitter was. Daar was aanvankelijk verzet tegen vanuit Engelstalige bestuurders van IHEU-lidorganisaties. Zij leden aan een kwaal die ik vaker in humanistische kringen ben tegengekomen: een uiterst dogmatisch opgevat internationalisme dat niet te verenigen zou zijn met iedere vorm van nationalisme, zoals bijvoorbeeld de open Fryske mienskip. Het begrip gelijkheid wordt in die kringen opgevat als gelijkvormigheid. In een ideale wereld zou er naar hun mening maar plaats zijn voor één staat en één taal, in hun geval het Engels.
Naar mijn mening houdt de humanistische opvatting van gelijkheid geen gelijkvormigheid in maar gelijkwaardigheid. Geen eenvormigheid maar veelvormigheid. Geen eentaligheid maar veeltaligheid. Geen dictatuur van een meerderheid maar zelfbeschikking voor individuen en zelfgekozen zelforganisatievormen van minderheden. Gelukkig kon ik als IHEU-voorzitter de tegenstanders er van overtuigen dat het voor de humanistische belangenbehartiging noodzakelijk was om in Brussel een humanistische Europese organisatie te vestigen. Die is er gekomen op de Franstalige campus van de ULB. Ik heb toen wel bedongen dat er voldoende Engelskundige medewerkers en vrijwilligers zouden komen om te voorkomen dat de EHF/FHE een uitsluitend Franstalige organisatie zou worden. Dit is naar tevredenheid geregeld zoals onder andere blijkt uit de website humanistfederation.eu. Ook mijn verlangen dat niet alleen de Franse neutralistische maar ook de Nederlands/Belgische pluriforme benadering naar voren gebracht zou worden, werd aanvaard. Inmiddels hangt het merendeel van de Europese humanistische lidorganisaties de pluralistische benadering aan. Ik was van 1994 tot 1999 voorzitter van de European Humanist Professionals waaraan humanistische onderwijsgevenden en geestelijke verzorgers uit meerdere Europese landen deelnemen.
De taakverdeling tussen de IHEU en de EHF/FHE was lange tijd een bron van spanningen omdat vooral de Amerikaanse humanistische pionier Paul Kurtz in Europa initiatieven ontwikkelde, zoals in Rusland, Spanje en Griekenland. Dat zagen sommige lidorganisaties van de EHF/FHE als een Amerikaanse inmenging in Europese aangelegenheden. Ik kon hen uiteindelijk geruststellen dat, mochten daar humanistische organisaties ontstaan, zij ongetwijfeld lid van de EHF/FHE zouden worden. Hetgeen geschiedde. Ook bleef ik de vertegenwoordiging van de IHEU bij de Raad van Europa mede bemensen omdat een aanvrage vanuit de EHF/FHE om die over te nemen niet bij voorbaat zeker was. Maar dankzij veel polderen werden de meeste plooien glad gestreken.
De EHF/FHE heeft veel bereikt om de gelijke behandeling van humanisten in de Europese Unie te bewerkstelligen. Vooral de Franse voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors stond daar tijdens zijn voorzitterschap van 1985 tot 1995 voor open. De EHF/FHE heeft in de begintijd veel gehad aan de Franstalige, Nederlandskundige, Brusselaar Claude Wachtelaer, met wie ik nauw samenwerkte. Hij leidde vanuit de EHF/FHE een door de EU gesteund project om de contacten tussen godsdienstige en levensbeschouwelijke organisaties in Europa te verbeteren. Zo heeft de Belgische ervaring om om te gaan met taal- en cultuurverschillen op de grens tussen Noord- en Zuid-Europa ook de humanistische beweging in Europa helpen versterken. De bovengenoemde Brusselse dijk werd alsnog een culturele brug!
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Omdat Brussel officieel een tweetalige stad is, kwam ik (in het Frans) bij de ULB met het voorstel dat ik Nederlands zou spreken en de gastheren Frans. Maar dat mocht niet: Nederlands spreken was er verboden. Ik moest toen denken aan de (Franstalige) lezingen die ik in Frankrijk had gegeven. Die begon ik met het grapje dat ik mij verontschuldigde voor mijn onvolmaakte Frans maar dat ik aannam dat mijn Frans beter was dan hun Nederlands. Dat werd steevast als een erge belediging opgevat: de gedachte dat Fransen een minderwaardig taaltje als het Nederlands zouden willen leren was onverdraaglijk! Ik neem al jaren deel aan een Europese humanistische discussiegroep op internet. Daar maakte ik eens de fout om een Nederlandstalig bericht aan een Vlaming naar het hele netwerk te sturen. De haat tegen het Nederlands spatte af van de berichten van enkele Fransen die zich kennelijk persoonlijk beledigd voelden dat zij dit achterlijke taaltje ('patois') te lezen kregen. Voor de verschillen tussen de Vlaamse taalstrijd en de Friese taalvrede verwijs ik naar mijn Tresoar-lezing Identiteit als keuze.
In de jaren dat ik actief was in de Nederlandse en in de internationale humanistische beweging ben ik vele malen door geestverwanten uitgenodigd om lezingen te geven in Vlaanderen, enkele malen in Frankrijk maar nimmer in Franstalig België. Ik heb wel goede herinneringen overgehouden aan de keren dat ik (Nederlandstalige) gastcolleges gaf aan studenten Neerlandistiek in Franstalig België. In de afgelopen eeuwen zijn veel Vlamingen om economische redenen naar Franstalig België verhuisd waar men heel veel Vlaamse achternamen aantreft. Friezen die om diezelfde redenen uit Friesland zijn vertrokken, zijn nog altijd trots op hun afstamming. Lees mijn blogbericht over It wrede paradys. Ik heb nog nooit een Franstalige Belg ontmoet die trots was op zijn Vlaamse afkomst. En de vele werkeloze Franstalige Belgen zijn meestal niet bereid om werk te zoeken in Vlaanderen waar het economisch veel beter gaat.
HVV & CAL
In Vlaanderen werd in 1951 naar Nederlands voorbeeld een eigen Humanistisch Verbond opgericht. Dat is inmiddels opgegaan in de Humanistisch Vrijzinnige Vereniging. In Vlaanderen heb ik zowel met de bestuurders als met de medewerkers vriendschappelijke betrekkingen onderhouden. In Franstalig België werd in 1969 naar Frans voorbeeld een Centre d'action laïque opgericht. Maar toch is er een belangrijk verschil. In Frankrijk staat de volstrekte scheiding van kerk en staat centraal: het neutralisme. In geheel België wordt net als in Nederland uitgegaan van een pluralistische benadering: een gelijke behandeling en ondersteuning van zowel godsdienst als levensbeschouwing. Ook is er in België net als in Nederland aandacht voor het bieden van een ongodsdienstig alternatief voor de kerken in de vorm van (wat in Nederland genoemd wordt) het humanistisch vormingsonderwijs en de humanistische geestelijke verzorging. Het begrip humanisme is in Franstalig België helaas gekaapt door de Franstalige christen-democraten waardoor net als in Frankrijk en anders dan in de rest van Europa verwarring omtrent de humanistische identiteit bestaat onder Franstaligen.
EHF/FHE
In 1991 was ik in Praag een van de oprichters van de Europese Humanistische Federatie EHF/FHE, waarvan ik van 1991 tot 1999 vicevoorzitter was. Daar was aanvankelijk verzet tegen vanuit Engelstalige bestuurders van IHEU-lidorganisaties. Zij leden aan een kwaal die ik vaker in humanistische kringen ben tegengekomen: een uiterst dogmatisch opgevat internationalisme dat niet te verenigen zou zijn met iedere vorm van nationalisme, zoals bijvoorbeeld de open Fryske mienskip. Het begrip gelijkheid wordt in die kringen opgevat als gelijkvormigheid. In een ideale wereld zou er naar hun mening maar plaats zijn voor één staat en één taal, in hun geval het Engels.
Naar mijn mening houdt de humanistische opvatting van gelijkheid geen gelijkvormigheid in maar gelijkwaardigheid. Geen eenvormigheid maar veelvormigheid. Geen eentaligheid maar veeltaligheid. Geen dictatuur van een meerderheid maar zelfbeschikking voor individuen en zelfgekozen zelforganisatievormen van minderheden. Gelukkig kon ik als IHEU-voorzitter de tegenstanders er van overtuigen dat het voor de humanistische belangenbehartiging noodzakelijk was om in Brussel een humanistische Europese organisatie te vestigen. Die is er gekomen op de Franstalige campus van de ULB. Ik heb toen wel bedongen dat er voldoende Engelskundige medewerkers en vrijwilligers zouden komen om te voorkomen dat de EHF/FHE een uitsluitend Franstalige organisatie zou worden. Dit is naar tevredenheid geregeld zoals onder andere blijkt uit de website humanistfederation.eu. Ook mijn verlangen dat niet alleen de Franse neutralistische maar ook de Nederlands/Belgische pluriforme benadering naar voren gebracht zou worden, werd aanvaard. Inmiddels hangt het merendeel van de Europese humanistische lidorganisaties de pluralistische benadering aan. Ik was van 1994 tot 1999 voorzitter van de European Humanist Professionals waaraan humanistische onderwijsgevenden en geestelijke verzorgers uit meerdere Europese landen deelnemen.
De taakverdeling tussen de IHEU en de EHF/FHE was lange tijd een bron van spanningen omdat vooral de Amerikaanse humanistische pionier Paul Kurtz in Europa initiatieven ontwikkelde, zoals in Rusland, Spanje en Griekenland. Dat zagen sommige lidorganisaties van de EHF/FHE als een Amerikaanse inmenging in Europese aangelegenheden. Ik kon hen uiteindelijk geruststellen dat, mochten daar humanistische organisaties ontstaan, zij ongetwijfeld lid van de EHF/FHE zouden worden. Hetgeen geschiedde. Ook bleef ik de vertegenwoordiging van de IHEU bij de Raad van Europa mede bemensen omdat een aanvrage vanuit de EHF/FHE om die over te nemen niet bij voorbaat zeker was. Maar dankzij veel polderen werden de meeste plooien glad gestreken.
De EHF/FHE heeft veel bereikt om de gelijke behandeling van humanisten in de Europese Unie te bewerkstelligen. Vooral de Franse voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors stond daar tijdens zijn voorzitterschap van 1985 tot 1995 voor open. De EHF/FHE heeft in de begintijd veel gehad aan de Franstalige, Nederlandskundige, Brusselaar Claude Wachtelaer, met wie ik nauw samenwerkte. Hij leidde vanuit de EHF/FHE een door de EU gesteund project om de contacten tussen godsdienstige en levensbeschouwelijke organisaties in Europa te verbeteren. Zo heeft de Belgische ervaring om om te gaan met taal- en cultuurverschillen op de grens tussen Noord- en Zuid-Europa ook de humanistische beweging in Europa helpen versterken. De bovengenoemde Brusselse dijk werd alsnog een culturele brug!
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 14 november 2015
119. IHEU & de Verenigde Staten
In de jaren tachtig en negentig heb ik honderden lezingen over
Nederland gegeven in de VS. Het was een goede manier om meer te leren
over het bijzondere van mijn eigen land. En over de VS vanzelfsprekend.
De meeste aanwezigen bij mijn lezingen bleken het verhaal van Hans Brinker te kennen. Velen dachten dat Hans de vinger in een lekkende dijk (a finger in a leaking dike) stak om Holland te redden maar dat is echter in het boek van Mary Mapes Dodge
een naamloos zoontje van een sluiswachter. Sprak ik voor een
homo/lesbisch gehoor dan leidde mijn woordspeling vaak tot gegniffel
maar voor veel Amerikanen is de subculturele betekenis van het woord dike voor lesbo kennelijk onbekend of men hield zich discreet in.
Verenigde Staten & Nederland
Waarom zegt dit vingerverhaal meer over de VS dan over Nederland? Amerikanen zijn dol op individuele helden die hun land of de wereld redden van de ondergang. Nederlanders geloven meer in polderen: to solve a problem by sharing enlightened self-interests. Het loutere feit dat men het begrip polderen niet kent, verklaart al veel. De VS is gegroeid door pioneers die land veroverden op anderen. Nederland groeide door gezamenlijk een land te ontwikkelen dat voor het dichtst bevolkte deel onder de zeespiegel ligt. Ook zeevaarders en handelaars droegen gezamenlijk bij aan de wereldhandel die zich ontwikkelde tot 's werelds eerste multinational: de Vereenigde Oostindische Compagnie V.O.C. .
Engels is een wereldtaal geworden door veel landen te bezetten. Nederlands was een handelstaal en men had op een enkele uitzondering na er geen zakelijk belang bij om andere talen te verdringen. Integendeel: het is voor de handel juist goed om veeltalig te zijn en de eigen taal als geheimtaal achter de hand te houden. Zo schakelen mijn partner Herman en ik in het buitenland wel eens over op het Fries als wij vertrouwelijke dingen willen bespreken en we vermoeden dat er Nederlanders in de buurt zijn. Hoewel de Friese taal tussen het Engels en het Nederlands in ligt, leert de ervaring dat de meeste Engels- en Nederlandstaligen het niet onmiddellijk verstaan.
In de vroege Middeleeuwen bewoonden de Friezen de gehele Noordzeekust van wat nu Vlaanderen en Holland is tot in Duitsland en in de laatste duizend jaar tot aan wat nu Denemarken is. De Romeinen beschrijven aan het begin van onze jaartelling dat de Friezen terpen, human made hills, opwierpen tegen hoogwater om er te wonen en het vee te stallen. Omdat de zeespiegel bleef stijgen begon men rond de lagere gebieden dijken te maken en zo ontstonden de polders, areas below see level surrounded by dikes. Polders konden niet gered worden door individuele vingers in dijken te steken maar alleen door gezamenlijk en planmatig de handen uit de mouwen te steken. Zo werden de Friezen de grondleggers van het Nederlandse poldermodel.
Iedereen zal begrijpen dat dergelijke gebieden alleen tegen het water beschermd zijn als de dijken overal voldoende hoog zijn. Zo ontstond in Nederland een diep geworteld besef van het gemeenschappelijk welbegrepen eigenbelang. Datzelfde besef leefde bij de vele scheepsbemanningen die eeuwenlang de wereldzeeën introkken: ze zaten met z'n allen in hetzelfde bootje. En dat besef werd nog versterkt door het feit dat de kleine Nederlandse staat en cultuur omringd werden (en worden) door grotere en machtige staten en culturen: de Engelse, de Duitse en de Franse.
Het is vanuit die achtergrond goed te verklaren dat de Nederlandse jurist Hugo de Groot, Hugo Grotius, een grondlegger is van het internationaal recht. Wie klein is, heeft baat bij een rechtsorde die de vrijheid van de zwakkeren beschermt. Mij viel op dat in de VS een ander vrijheidsbegrip overheerst: de afwezigheid van regels. De paradox is dat daardoor de vrijheid van de sterkeren groter wordt en die van de zwakkeren kleiner: de wetten van het oerwoud. In een polder en op een schip hebben de sterkeren er belang bij dat iedereen sterk genoeg is om de kleine gemeenschap te helpen verdedigen tegen de veel grotere gemeenschappelijke vijand: het omringende water.
In de ogen van veel Nederlanders leidt de Amerikaanse maatschappij aan een extreem egocentrisme waardoor gemeenschappelijke belangen in gevaar komen. Als velen het eigen wapenbezit als een grondrecht beschouwen dan neemt de maatschappelijke onveiligheid toe. Als men toelaat dat armen geen gezondheidszorg krijgen dan bedreigt dat de gezondheid van de rijken omdat voor iedereen besmettelijke ziekten onvoldoende bestreden worden. Als conservatieve christenen gods water over gods akker willen laten lopen dan steunen zij feitelijk het darwinisme dat zij zo bestrijden: the survival of the fittest.
Dit egocentrisme wordt nog versterkt door het districtenstelsel waarin geldt: the winner takes all. Daardoor wordt democratie opgevat als de dictatuur van de meerderheid. In Nederland, waar eeuwenlang nooit een meerderheidspartij heeft bestaan, wordt echte democratie juist opgevat als de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm geven aan hun bestaan zolang zij het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantasten.
IHEU
Van 1986 tot 1998 heb ik als (co)president van de IHEU mogen meewerken aan de groei van deze wereldorganisatie. In deze tijden van toenemende godsdienstige onverdraagzaamheid is het erg belangrijk dat de belangen van ongodsdienstigen doelmatig behartigd worden. Als de verdedigers van vrijheid zich niet organiseren dan helpen de vijanden van vrijheid haar om zeep. Humanisten gaan er van uit dat mensen het recht hebben om zelf zin en vorm te geven aan hun bestaan zolang zij anderen in hun mensenrechten niet schaden. Het is daarom nogal lachwekkend om te zien dat sommige Amerikaanse christenen in dit kader spreken van een 'War on Christianity'.
Aanleiding voor deze onterechte beschuldiging is de voortgang die de Amerikaanse homo/lesbische beweging maakt door met name de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Het verzet tegen huwelijksgelijkberechtiging neemt in de Verenigde Staten soms potsierlijke vormen aan. Wie niet beter weet, zou haast denken dat het heteroseksuele huwelijk verboden dreigt te worden. En dat daar alleen nog maar huwelijken tussen mannen en tussen vrouwen toegestaan zouden worden. Om deze vorm van heteroseksuele onverdraagzaamheid te maskeren wordt net gedaan of er sprake zou zijn van 'gay intolerance'.
Zo wordt er geroepen dat de vrijheid van godsdienst door same sex marriages in gevaar zou komen terwijl iedereen in de VS mag geloven wat hij of zij wil zolang men de vrijheid van andersdenkenden niet aantast. Werkelijke godsdienstvrijheid houdt ook in dat mensen van godsdienst mogen veranderen of bijvoorbeeld humanist mogen worden. In de VS halen sommigen er zelfs de vermeende schuld voor het dodelijke virus ebola bij om atheïsme en homoseksualiteit te bestrijden!
Ook wordt gedaan alsof de belangen van kinderen worden geschaad door ouderparen van gelijk geslacht terwijl uit een overvloed aan onderzoek bewijst dat dit niet het geval is. Zo blijkt weer eens dat homoseksualiteit een belangrijke toetssteen is voor de handhaving van mensenrechten.
Bovendien heerst ook in de VS het gangbare misverstand dat het democratisch zou zijn om de homo/lesbische minderheid van hun mensenrechten te beroven. Zij denken ten onrechte dat democratie de dictatuur van de meerderheid zou zijn.
Het is dan ook van groot belang dat de IHEU als grote wereldwijde levensbeschouwelijke organisatie de gelijkberechtiging van homo/lesbische minderheden tot een van de speerpunten van haar beleid heeft gemaakt. Paradoxaal genoeg beseffen de meeste godsdienstigen niet dat het uitgerekend de humanisten zijn die de vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing het beste verdedigen. Vergelijk dat eens met al die onverdraagzame godsdienstigen die alleen hun eigen godsdienst de vrijheid gunnen die zij onder andersdenkenden bestrijden. Kijk maar naar al die godsdienstoorlogen die momenteel gevoerd worden.
Humanisme in de VS
Verenigde Staten & Nederland
Waarom zegt dit vingerverhaal meer over de VS dan over Nederland? Amerikanen zijn dol op individuele helden die hun land of de wereld redden van de ondergang. Nederlanders geloven meer in polderen: to solve a problem by sharing enlightened self-interests. Het loutere feit dat men het begrip polderen niet kent, verklaart al veel. De VS is gegroeid door pioneers die land veroverden op anderen. Nederland groeide door gezamenlijk een land te ontwikkelen dat voor het dichtst bevolkte deel onder de zeespiegel ligt. Ook zeevaarders en handelaars droegen gezamenlijk bij aan de wereldhandel die zich ontwikkelde tot 's werelds eerste multinational: de Vereenigde Oostindische Compagnie V.O.C. .
Engels is een wereldtaal geworden door veel landen te bezetten. Nederlands was een handelstaal en men had op een enkele uitzondering na er geen zakelijk belang bij om andere talen te verdringen. Integendeel: het is voor de handel juist goed om veeltalig te zijn en de eigen taal als geheimtaal achter de hand te houden. Zo schakelen mijn partner Herman en ik in het buitenland wel eens over op het Fries als wij vertrouwelijke dingen willen bespreken en we vermoeden dat er Nederlanders in de buurt zijn. Hoewel de Friese taal tussen het Engels en het Nederlands in ligt, leert de ervaring dat de meeste Engels- en Nederlandstaligen het niet onmiddellijk verstaan.
In de vroege Middeleeuwen bewoonden de Friezen de gehele Noordzeekust van wat nu Vlaanderen en Holland is tot in Duitsland en in de laatste duizend jaar tot aan wat nu Denemarken is. De Romeinen beschrijven aan het begin van onze jaartelling dat de Friezen terpen, human made hills, opwierpen tegen hoogwater om er te wonen en het vee te stallen. Omdat de zeespiegel bleef stijgen begon men rond de lagere gebieden dijken te maken en zo ontstonden de polders, areas below see level surrounded by dikes. Polders konden niet gered worden door individuele vingers in dijken te steken maar alleen door gezamenlijk en planmatig de handen uit de mouwen te steken. Zo werden de Friezen de grondleggers van het Nederlandse poldermodel.
Iedereen zal begrijpen dat dergelijke gebieden alleen tegen het water beschermd zijn als de dijken overal voldoende hoog zijn. Zo ontstond in Nederland een diep geworteld besef van het gemeenschappelijk welbegrepen eigenbelang. Datzelfde besef leefde bij de vele scheepsbemanningen die eeuwenlang de wereldzeeën introkken: ze zaten met z'n allen in hetzelfde bootje. En dat besef werd nog versterkt door het feit dat de kleine Nederlandse staat en cultuur omringd werden (en worden) door grotere en machtige staten en culturen: de Engelse, de Duitse en de Franse.
Het is vanuit die achtergrond goed te verklaren dat de Nederlandse jurist Hugo de Groot, Hugo Grotius, een grondlegger is van het internationaal recht. Wie klein is, heeft baat bij een rechtsorde die de vrijheid van de zwakkeren beschermt. Mij viel op dat in de VS een ander vrijheidsbegrip overheerst: de afwezigheid van regels. De paradox is dat daardoor de vrijheid van de sterkeren groter wordt en die van de zwakkeren kleiner: de wetten van het oerwoud. In een polder en op een schip hebben de sterkeren er belang bij dat iedereen sterk genoeg is om de kleine gemeenschap te helpen verdedigen tegen de veel grotere gemeenschappelijke vijand: het omringende water.
In de ogen van veel Nederlanders leidt de Amerikaanse maatschappij aan een extreem egocentrisme waardoor gemeenschappelijke belangen in gevaar komen. Als velen het eigen wapenbezit als een grondrecht beschouwen dan neemt de maatschappelijke onveiligheid toe. Als men toelaat dat armen geen gezondheidszorg krijgen dan bedreigt dat de gezondheid van de rijken omdat voor iedereen besmettelijke ziekten onvoldoende bestreden worden. Als conservatieve christenen gods water over gods akker willen laten lopen dan steunen zij feitelijk het darwinisme dat zij zo bestrijden: the survival of the fittest.
Dit egocentrisme wordt nog versterkt door het districtenstelsel waarin geldt: the winner takes all. Daardoor wordt democratie opgevat als de dictatuur van de meerderheid. In Nederland, waar eeuwenlang nooit een meerderheidspartij heeft bestaan, wordt echte democratie juist opgevat als de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm geven aan hun bestaan zolang zij het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantasten.
IHEU
Van 1986 tot 1998 heb ik als (co)president van de IHEU mogen meewerken aan de groei van deze wereldorganisatie. In deze tijden van toenemende godsdienstige onverdraagzaamheid is het erg belangrijk dat de belangen van ongodsdienstigen doelmatig behartigd worden. Als de verdedigers van vrijheid zich niet organiseren dan helpen de vijanden van vrijheid haar om zeep. Humanisten gaan er van uit dat mensen het recht hebben om zelf zin en vorm te geven aan hun bestaan zolang zij anderen in hun mensenrechten niet schaden. Het is daarom nogal lachwekkend om te zien dat sommige Amerikaanse christenen in dit kader spreken van een 'War on Christianity'.
Aanleiding voor deze onterechte beschuldiging is de voortgang die de Amerikaanse homo/lesbische beweging maakt door met name de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Het verzet tegen huwelijksgelijkberechtiging neemt in de Verenigde Staten soms potsierlijke vormen aan. Wie niet beter weet, zou haast denken dat het heteroseksuele huwelijk verboden dreigt te worden. En dat daar alleen nog maar huwelijken tussen mannen en tussen vrouwen toegestaan zouden worden. Om deze vorm van heteroseksuele onverdraagzaamheid te maskeren wordt net gedaan of er sprake zou zijn van 'gay intolerance'.
Zo wordt er geroepen dat de vrijheid van godsdienst door same sex marriages in gevaar zou komen terwijl iedereen in de VS mag geloven wat hij of zij wil zolang men de vrijheid van andersdenkenden niet aantast. Werkelijke godsdienstvrijheid houdt ook in dat mensen van godsdienst mogen veranderen of bijvoorbeeld humanist mogen worden. In de VS halen sommigen er zelfs de vermeende schuld voor het dodelijke virus ebola bij om atheïsme en homoseksualiteit te bestrijden!
Ook wordt gedaan alsof de belangen van kinderen worden geschaad door ouderparen van gelijk geslacht terwijl uit een overvloed aan onderzoek bewijst dat dit niet het geval is. Zo blijkt weer eens dat homoseksualiteit een belangrijke toetssteen is voor de handhaving van mensenrechten.
Bovendien heerst ook in de VS het gangbare misverstand dat het democratisch zou zijn om de homo/lesbische minderheid van hun mensenrechten te beroven. Zij denken ten onrechte dat democratie de dictatuur van de meerderheid zou zijn.
Het is dan ook van groot belang dat de IHEU als grote wereldwijde levensbeschouwelijke organisatie de gelijkberechtiging van homo/lesbische minderheden tot een van de speerpunten van haar beleid heeft gemaakt. Paradoxaal genoeg beseffen de meeste godsdienstigen niet dat het uitgerekend de humanisten zijn die de vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing het beste verdedigen. Vergelijk dat eens met al die onverdraagzame godsdienstigen die alleen hun eigen godsdienst de vrijheid gunnen die zij onder andersdenkenden bestrijden. Kijk maar naar al die godsdienstoorlogen die momenteel gevoerd worden.
Humanisme in de VS
Door al die lezingen in de VS heb ik Amerikaanse humanisten goed leren kennen. Terwijl in polderend Nederland de humanistische beweging goed samenwerkte en veel gelijke behandeling kon bereiken, was er in de VS geen sprake van een doelmatige humanistische beweging. Telkens waren er weer goed bedoelende pioniers die een eigen organisatie gingen opzetten los van de tientallen andere humanistische organisaties die er al bestonden. Helaas heb ik daar vanuit de internationale humanistische beweging geen verandering in kunnen brengen. Wel heb ik kunnen bereiken dat er minder tijd en energie werd gestoken in het bestrijden van elkaar en meer in het streven naar gelijkberechtiging.
Verreweg mijn belangrijkste contactpersoon in de VS was de hoogleraar filosofie Paul Kurtz (1925-2012). Hij richtte in 1969 de wereldwijd belangrijkste humanistische uitgeverij Prometheus Books op. Van 1986 tot 1994 was hij samen met mij (co)president van de IHEU. Sinds 1990 was ik lid van de International Academy of Humanism waarvan hij oprichter en voorzitter was. Hij richtte in 1991 het wereldwijde Center for Inquiry op dat het blad Free Inquiry uitgeeft waarvan hij hoofdredacteur was. Hij heeft tientallen boeken geschreven over het hedendaagse humanisme. Paul Kurtz mag zonder meer een van de belangrijkste Amerikaanse en internationale humanistische pioniers genoemd worden. Wij hadden in de IHEU de afspraak dat hij het polderen aan mij overliet. De pionier en de polderaar: het bleek voor de IHEU een geslaagde combinatie!
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
Verreweg mijn belangrijkste contactpersoon in de VS was de hoogleraar filosofie Paul Kurtz (1925-2012). Hij richtte in 1969 de wereldwijd belangrijkste humanistische uitgeverij Prometheus Books op. Van 1986 tot 1994 was hij samen met mij (co)president van de IHEU. Sinds 1990 was ik lid van de International Academy of Humanism waarvan hij oprichter en voorzitter was. Hij richtte in 1991 het wereldwijde Center for Inquiry op dat het blad Free Inquiry uitgeeft waarvan hij hoofdredacteur was. Hij heeft tientallen boeken geschreven over het hedendaagse humanisme. Paul Kurtz mag zonder meer een van de belangrijkste Amerikaanse en internationale humanistische pioniers genoemd worden. Wij hadden in de IHEU de afspraak dat hij het polderen aan mij overliet. De pionier en de polderaar: het bleek voor de IHEU een geslaagde combinatie!
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
zaterdag 7 november 2015
118. IHEU & Frankrijk
Van alle landen waar het huwelijk is opengesteld voor paren van gelijk geslacht was de weerstand in Frankrijk het heftigst. Wat zegt dit over het hedendaagse Frankrijk? De Franse
katholieke kerk heeft altijd moeite gehad met het omgaan met
andersdenkenden. Dat geldt trouwens voor alle landen waar katholieken in
de meerderheid zijn. In 1988 nam ik als voorzitter van de International Humanist and Ethical Union IHEU in Amsterdam deel aan een dialoog tussen humanisten en het Vaticaan. De Roomse delegatie stond onder leiding van de Franse kardinaal Poupard en de Belgische kardinaal Daneels
en bestond geheel uit mannen. De humanistische delegatie bestond in
meerderheid uit vrouwen en homo's. Dat vonden de Roomse geestelijken zichtbaar wat
ongemakkelijk. Voor mij was het opvallend dat het Vaticaan uiterst
opportunistisch voor godsdienstvrijheid en scheiding van kerk en staat
was als de katholieken in een land in de minderheid waren maar er heel weinig
van moesten hebben als zij in de meerderheid waren.
Dit denken over democratie als de staatsdictatuur van de meerderheid zit in Frankrijk ingebakken. Fransen zijn meestal verbaasd als ik hen vertel dat Nederland sinds Napoleon nooit een partij heeft gekend die een meerderheid had in de volksvertegenwoordiging. Omgaan met minderheden hoort niet tot de sterkste kant van de Franse cultuur en dat geldt zeker voor het omgaan met minderheidstalen. In Noord-Franse scholen was het eeuwenlang verboden om Vlaams te spreken en het Nederlands is in strijd met de Europese verdragen nog steeds niet als minderheidstaal erkend in Frankrijk zoals dat bijvoorbeeld wel met het Fries in Nederland het geval is.
Ik heb het Nederlandse taalonderwijs in Frans-Vlaanderen altijd gesteund. Maar de Vlaamse beweging heeft daar, meer nog dan in Belgisch-Vlaanderen, in het verleden de strategische fout gemaakt de taalstrijd te koppelen aan de pogingen van de katholieke kerk om de Verlichting te bestrijden. Daardoor werd de taalstrijd een ideologische strijd. Dat het doelmatiger kan, laten de Friese taalrechten in Nederland zien. In Friesland werden bondgenootschappen gesloten met liberale, sociaaldemocratische en andere bewegingen die voor gelijkberechtiging zorgden: de Fryske taalfrede.
Die afgedwongen Franstaligheid gaat samen met een weerzin tegen veeltaligheid. Ik heb menige internationale vergadering in Frankrijk voorgezeten waar niet in tolken was voorzien en ik voor de Franse deelnemers heen en weer moest tolken omdat zij geen enkele andere taal spraken of verstonden. De grootste ergernis van veel Franse sprekers was vaak dat ik hun wijdlopige betogen kort en helder samenvatte in het Engels en zij een volledige vertaling eisten van hun briljant geachte gedachten. Ik antwoordde daar steevast op dat ik het ook niet kon helpen dat het Engels nu eenmaal een veel compactere taal was dan het Frans, hetgeen zij door hun eigen onkunde van het Engels niet konden weerleggen. Het toppunt was een Europese vergadering waar de Franse deelnemers eisten dat de voertaal van Engels Frans zou worden nadat de Engelse deelnemers de bijeenkomst eerder hadden verlaten omdat zij hun vlucht moesten halen. De aanwezige Fransen dachten kennelijk dat alle andere deelnemers uit geheel Europa Frans konden spreken en dat zij dat alleen niet deden omdat er Engelsen aanwezig waren. Het waanbeeld dat Frans nog altijd een wereldtaal zou zijn, was kennelijk nogal hardnekkig: ils sont handicapé par la francophonie.
In de humanistische beweging is Frankrijk een buitenbeen. Waar in Nederland, België, Duitsland, Engeland en met name Noorwegen de humanistische beweging een volwaardig ongodsdienstig alternatief biedt voor de kerken, is dat in Frankrijk allerminst het geval. Ik herinner mij nog goed dat ik in de jaren tachtig en negentig in Parijs verketterd werd in intellectualistische vergaderingen van de Union Rationaliste en van anti-godsdienstige vrijmetselaars. Als voorzitter van het Nederlandse platform openbaar onderwijs CBOO verdedigde ik dat onze openbare scholen de keuzevakken godsdienst en humanistisch vormingsonderwijs aanbieden. Dat de neutralistische Franse openbare scholen door een verbod daarop de door islamistische fundamentalisten gedomineerde koranscholen bevorderen (met alle dramatische gevolgen voor veel Franse voorsteden) vonden deze dogmatische intellectuelen minder belangrijk. Dogma gaat daar voor de praktische gevolgen.
Diezelfde Franse dogmatici hebben bij de Franse filosoof Foucault (1926-1984) geleid tot een antihumanistisch misverstand. Ik heb dat in mijn Socrateslezing 1990 ontrafeld: Humanisme onder kritiek . Helaas werd de man die de vrijheid van de Verlichting trachtte te ontmaskeren zelf het tragische symbool van de onvrijheid als verborgen homoseksueel met een dubbelleven die aan aids overleed.
Wat Frankrijk betreft, heb ik het als IHEU-voorzitter als mijn belangrijkste taak gezien om de Ligue française de l'enseignement et de l'éducation permanente binnen de IHEU te houden. De LFEEP was met haar miljoenen aanhangers verreweg de grootste lidorganisatie van de IHEU. Weliswaar was het openbaar onderwijs haar belangrijkste werkgebied maar in feite was het verreweg de machtigste belangenbehartiger van seculier Frankrijk en een toegang tot buitenkerkelijk Zuid-Europa. Dankzij vele werkbezoeken aan het hoofdkantoor in Parijs en ontmoetingen in Straatsburg tijdens vergaderingen van de Raad van Europa bleef de LFEEP binnen de IHEU hoewel men moeite had met het feit dat Engels daar de voertaal was. Als voorzitter van vergaderingen van hoofdbestuur en en congressen vergde dat veel tolkwerk van mij. Ook was veel diplomatie vereist om de Franse lange tenen te vermijden.
Een kenmerkend incident vond plaats tijdens een vergadering in Parijs. Met veel trots werd mij een publicatie getoond met daarin een kaart van Europa. Opvallend was dat Nederland er niet in stond maar deel van de Noordzee was geworden. Het was kenmerkend voor de geringe belangstelling voor het land dat hardnekkig Hollande werd genoemd ondanks mijn ontelbare pogingen daar Pays Bas van te maken. Toen ik er diplomatiek op wees dat Nederland op de kaart door de Noordzee verzwolgen was, werd de publicatie uit mijn handen gerukt en moest ik beloven er over te zwijgen. Het hogere belang van de IHEU deed mij dat beloven. Maar tegen het einde van mijn leven voel ik me eindelijk vrij om deze zonde op te biechten...
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
Dit denken over democratie als de staatsdictatuur van de meerderheid zit in Frankrijk ingebakken. Fransen zijn meestal verbaasd als ik hen vertel dat Nederland sinds Napoleon nooit een partij heeft gekend die een meerderheid had in de volksvertegenwoordiging. Omgaan met minderheden hoort niet tot de sterkste kant van de Franse cultuur en dat geldt zeker voor het omgaan met minderheidstalen. In Noord-Franse scholen was het eeuwenlang verboden om Vlaams te spreken en het Nederlands is in strijd met de Europese verdragen nog steeds niet als minderheidstaal erkend in Frankrijk zoals dat bijvoorbeeld wel met het Fries in Nederland het geval is.
Ik heb het Nederlandse taalonderwijs in Frans-Vlaanderen altijd gesteund. Maar de Vlaamse beweging heeft daar, meer nog dan in Belgisch-Vlaanderen, in het verleden de strategische fout gemaakt de taalstrijd te koppelen aan de pogingen van de katholieke kerk om de Verlichting te bestrijden. Daardoor werd de taalstrijd een ideologische strijd. Dat het doelmatiger kan, laten de Friese taalrechten in Nederland zien. In Friesland werden bondgenootschappen gesloten met liberale, sociaaldemocratische en andere bewegingen die voor gelijkberechtiging zorgden: de Fryske taalfrede.
Die afgedwongen Franstaligheid gaat samen met een weerzin tegen veeltaligheid. Ik heb menige internationale vergadering in Frankrijk voorgezeten waar niet in tolken was voorzien en ik voor de Franse deelnemers heen en weer moest tolken omdat zij geen enkele andere taal spraken of verstonden. De grootste ergernis van veel Franse sprekers was vaak dat ik hun wijdlopige betogen kort en helder samenvatte in het Engels en zij een volledige vertaling eisten van hun briljant geachte gedachten. Ik antwoordde daar steevast op dat ik het ook niet kon helpen dat het Engels nu eenmaal een veel compactere taal was dan het Frans, hetgeen zij door hun eigen onkunde van het Engels niet konden weerleggen. Het toppunt was een Europese vergadering waar de Franse deelnemers eisten dat de voertaal van Engels Frans zou worden nadat de Engelse deelnemers de bijeenkomst eerder hadden verlaten omdat zij hun vlucht moesten halen. De aanwezige Fransen dachten kennelijk dat alle andere deelnemers uit geheel Europa Frans konden spreken en dat zij dat alleen niet deden omdat er Engelsen aanwezig waren. Het waanbeeld dat Frans nog altijd een wereldtaal zou zijn, was kennelijk nogal hardnekkig: ils sont handicapé par la francophonie.
In de humanistische beweging is Frankrijk een buitenbeen. Waar in Nederland, België, Duitsland, Engeland en met name Noorwegen de humanistische beweging een volwaardig ongodsdienstig alternatief biedt voor de kerken, is dat in Frankrijk allerminst het geval. Ik herinner mij nog goed dat ik in de jaren tachtig en negentig in Parijs verketterd werd in intellectualistische vergaderingen van de Union Rationaliste en van anti-godsdienstige vrijmetselaars. Als voorzitter van het Nederlandse platform openbaar onderwijs CBOO verdedigde ik dat onze openbare scholen de keuzevakken godsdienst en humanistisch vormingsonderwijs aanbieden. Dat de neutralistische Franse openbare scholen door een verbod daarop de door islamistische fundamentalisten gedomineerde koranscholen bevorderen (met alle dramatische gevolgen voor veel Franse voorsteden) vonden deze dogmatische intellectuelen minder belangrijk. Dogma gaat daar voor de praktische gevolgen.
Diezelfde Franse dogmatici hebben bij de Franse filosoof Foucault (1926-1984) geleid tot een antihumanistisch misverstand. Ik heb dat in mijn Socrateslezing 1990 ontrafeld: Humanisme onder kritiek . Helaas werd de man die de vrijheid van de Verlichting trachtte te ontmaskeren zelf het tragische symbool van de onvrijheid als verborgen homoseksueel met een dubbelleven die aan aids overleed.
Wat Frankrijk betreft, heb ik het als IHEU-voorzitter als mijn belangrijkste taak gezien om de Ligue française de l'enseignement et de l'éducation permanente binnen de IHEU te houden. De LFEEP was met haar miljoenen aanhangers verreweg de grootste lidorganisatie van de IHEU. Weliswaar was het openbaar onderwijs haar belangrijkste werkgebied maar in feite was het verreweg de machtigste belangenbehartiger van seculier Frankrijk en een toegang tot buitenkerkelijk Zuid-Europa. Dankzij vele werkbezoeken aan het hoofdkantoor in Parijs en ontmoetingen in Straatsburg tijdens vergaderingen van de Raad van Europa bleef de LFEEP binnen de IHEU hoewel men moeite had met het feit dat Engels daar de voertaal was. Als voorzitter van vergaderingen van hoofdbestuur en en congressen vergde dat veel tolkwerk van mij. Ook was veel diplomatie vereist om de Franse lange tenen te vermijden.
Een kenmerkend incident vond plaats tijdens een vergadering in Parijs. Met veel trots werd mij een publicatie getoond met daarin een kaart van Europa. Opvallend was dat Nederland er niet in stond maar deel van de Noordzee was geworden. Het was kenmerkend voor de geringe belangstelling voor het land dat hardnekkig Hollande werd genoemd ondanks mijn ontelbare pogingen daar Pays Bas van te maken. Toen ik er diplomatiek op wees dat Nederland op de kaart door de Noordzee verzwolgen was, werd de publicatie uit mijn handen gerukt en moest ik beloven er over te zwijgen. Het hogere belang van de IHEU deed mij dat beloven. Maar tegen het einde van mijn leven voel ik me eindelijk vrij om deze zonde op te biechten...
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
zaterdag 31 oktober 2015
117. IHEU & Duitsland
Op 24 oktober 2015 schreef ik hoe de Oost-Duitse geheime dienst onder het mom van een vrijdenkersbond zakte voor het examen "Homoseksualiteit als toetssteen". Hoe ging het verder met de humanistische beweging in Duitsland na de val van de Muur? En waarom is in Duitsland het huwelijk nog steeds niet opengesteld voor paren van gelijk geslacht?
Hoe ik de val van de Muur tegemoet reed
Op 27 september 2014 schreef ik dat ik als adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in de eerste week van november 1989 in Congo-Brazzaville deel nam aan een WHO conferentie over de verspreiding van hiv/aids in het Afrika ten zuiden van de Sahara. Na afloop vloog ik terug naar Parijs waar mijn auto stond. Mijn volgende afspraak was dat ik aan de universiteit van Göttingen een gastcollege zou geven over Homostudies.
Toen ik West-Duitsland binnenreed, hoorde ik via de autoradio dat de Oost-Duitse grenzen plotseling open waren gegaan. Al spoedig reed mij een vloedgolf van oude Trabantjes uit Oost-Duitsland tegemoet. In Göttingen aangekomen, wilde ik naar de dichtbij gelegen grensovergang rijden. Maar dat werd mij afgeraden want het was al middernacht geweest en het was er een verkeerschaos. Nadat ik de volgende dag mijn gastcollege had gegeven, reed ik door naar West-Berlijn. De stad was overspoeld door Trabantjes die vaak als wrak werden achtergelaten. De West-Berlijners waren minder opgetogen dan de Oost-Berlijners want de eerstgenoemden hadden het gevoel dat hun oase van rust en welvaart bedreigd werd.
Een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren
Zodra het mogelijk was, maakte ik een rondreis van een week door de DDR in zijn nadagen. Het was een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren: het grauwe Nederland van eind jaren veertig en begin jaren vijftig. Overal was armoede, nergens was kleur, afgezien van de vaalrode spandoeken die de heilstaat verheerlijkten. Opvallend waren de foeilelijke fabrieken die overal als pronkstukken langs de wegen stonden en niet, zoals in Nederland, ergens bij elkaar tussen bomen weggestopt. Heel veel oude binnensteden waren in verval. Dat gold ook voor het Holländisches Viertel in Potsdam bij Berlijn dat op instorten stond maar dankzij Nederlandse steun gerestaureerd is. Ik vond veel Nederlandse en Vlaamse (Der Fläming) invloeden in Oost-Duitsland waarvan de plaatselijke bevolking nauwelijks iets wist.
Humanistischer Verband Deutschlands
Als (co)president van de International Humanist and Ethical Union van 1986 tot 1998 heb ik een bijdrage kunnen leveren aan de oprichting en ontwikkeling van het Humanistischer Verband Deutschlands. Na de val van de Berlijnse Muur dreigde een leegte te ontstaan voor de overwegend ongodsdienstige bevolking. De kerken stonden al klaar om die leegte op te vullen maar een groot deel van de vanouds onkerkelijke Oost-Duitse bevolking moest daar niets van hebben. Daarom vond een aantal jonge humanisten in West-Berlijn het uiterst belangrijk een humanistisch alternatief te bieden. Ik ben blij hen daarbij te hebben kunnen helpen naar het model van het Nederlandse, het Vlaamse en het Noorse Humanistisch Verbond. Dat bleek niet alleen aan te slaan in Oost- maar ook in West-Duitsland waardoor het een van de belangrijkste humanistische organisaties in de wereld is geworden.
Waarom een Nederlander?
De meeste Oost-Duitsers moesten niet veel hebben van West-Duitsers die hen kwamen vertellen wat ze allemaal fout hadden gedaan en hoe het anders moest. Daarom deden de jonge humanisten in West-Berlijn graag een beroep op een Nederlander als ik omdat ik veel onbevangener omging met Oost-Duitsers. Zo moesten veel docenten marxisme-leninisme omgeschoold worden tot docenten humanistisch vormingsonderwijs, aldaar Lebenskunde genoemd. Daar bestond veel vraag naar als alternatief voor het godsdienstonderwijs in het overwegend buitenkerkelijke Oost-Duitsland.
Ik koos niet voor tegen-indocrinatie maar voor de socratische werkwijze. Door de juiste vragen te stellen, te stimuleren dat men zelf ging nadenken in plaats van communistische dogma's te herhalen. Ik baseerde mij daarbij op de Verlichting en humanistische elementen in het vroege marxisme. Het recht om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zonder de zelfbeschikking van anderen aan te tasten stond daarbij centraal. Zie voor een samenvatting van die benadering mijn Tresoar-lezing Identiteit als keuze. Dat sloeg aan en zo werden honderden docenten omgeschoold.
Waarom humanistisch?
In Duitsland werd bij het begrip humanisme meestal aan het klassieke humanisme gedacht uit de Grieks-Romeinse oudheid. De West-Berlijnse humanisten noemden zich vrijdenkers maar dat begrip was in Oost-Duitsland in opspraak gebracht omdat de Oost-Duitse geheime dienst een Freidenkerverband had opgericht als communistische mantelorganisatie. Ik kon de West-Berlijners ervan overtuigen dat Duitsland behoefte had aan een hedendaagse humanistische beweging naar het voorbeeld van het Nederlandse Humanistisch Verbond. Geen afzetten tegen de godsdienst maar een ongodsdienstig alternatief voor de kerken bieden. Geen eindeloze ideologische discussies maar praktische dienstverlening aan mensen die geen gebruik wilden maken van de kerkelijke instellingen.
Ook dat sloeg aan, van kinderopvang tot bejaardenhuisvesting, als alternatief voor de kerkelijke instellingen die zich vanuit West-Duitsland stortten op de buitenkerkelijke Oost-Duitse bevolking. Het Humanistischer Verband Deutschlands begon in Berlijn en breidde zich al snel uit tot eerst de neue Bundesländer en daarna tot heel Duitsland. Daarbij werd steeds gebruik gemaakt van de Nederlandse voorbeelden. Veel Nederlanders uit de humanistische werkvelden gingen naar Duitsland om te vertellen hoe de Nederlandse humanistische werkvelden het aanpakten.
Slechts op één punt kon ik de Duitse humanisten niet overtuigen. Zij bleven tegen het aanbieden van humanistische geestelijke verzorging in het leger. De weerzin tegen het historische Duitse militarisme was te groot. Vanuit datzelfde Duitse verleden mocht ik er ook niet spreken over de Nederlandse vrijwillige euthanasie maar door het Sterbehilfe te noemen kon ook dat bespreekbaar worden.
Waarom geen huwelijksgelijkberechtiging?
Dat brengt mij op een laatste punt waarop Duitsland opvallend achter loopt bij recente West-Europese en Amerikaanse ontwikkelingen. Al in de jaren negentig viel mij op hoe groot de macht van de Duitse katholieke kerk was. In Nederland was de ontkerkelijking veel sterker geweest. Daar kwam bij dat de Nederlandse homo/lesbische beweging veel sterker was dan de volledig versplinterde Duitse. Men had kennelijk weinig geleerd van de rampzalige homovervolging in de jaren dertig. Mannen en vrouwen werkten nauwelijks samen. Gebrekkige zelforganisatie en vrijwel ontbrekende bondgenoten en sleutelfiguren maakten de Duitse homo/lesbische beweging vrijwel machteloos. Zij heeft niet zoals de Duitse humanistische beweging gebruik gemaakt van onder andere het Nederlandse voorbeeld om tot grotere gelijkberechtiging te komen.
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
Hoe ik de val van de Muur tegemoet reed
Op 27 september 2014 schreef ik dat ik als adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in de eerste week van november 1989 in Congo-Brazzaville deel nam aan een WHO conferentie over de verspreiding van hiv/aids in het Afrika ten zuiden van de Sahara. Na afloop vloog ik terug naar Parijs waar mijn auto stond. Mijn volgende afspraak was dat ik aan de universiteit van Göttingen een gastcollege zou geven over Homostudies.
Toen ik West-Duitsland binnenreed, hoorde ik via de autoradio dat de Oost-Duitse grenzen plotseling open waren gegaan. Al spoedig reed mij een vloedgolf van oude Trabantjes uit Oost-Duitsland tegemoet. In Göttingen aangekomen, wilde ik naar de dichtbij gelegen grensovergang rijden. Maar dat werd mij afgeraden want het was al middernacht geweest en het was er een verkeerschaos. Nadat ik de volgende dag mijn gastcollege had gegeven, reed ik door naar West-Berlijn. De stad was overspoeld door Trabantjes die vaak als wrak werden achtergelaten. De West-Berlijners waren minder opgetogen dan de Oost-Berlijners want de eerstgenoemden hadden het gevoel dat hun oase van rust en welvaart bedreigd werd.
Een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren
Zodra het mogelijk was, maakte ik een rondreis van een week door de DDR in zijn nadagen. Het was een reis door mijn grijsgetinte vroege jeugdjaren: het grauwe Nederland van eind jaren veertig en begin jaren vijftig. Overal was armoede, nergens was kleur, afgezien van de vaalrode spandoeken die de heilstaat verheerlijkten. Opvallend waren de foeilelijke fabrieken die overal als pronkstukken langs de wegen stonden en niet, zoals in Nederland, ergens bij elkaar tussen bomen weggestopt. Heel veel oude binnensteden waren in verval. Dat gold ook voor het Holländisches Viertel in Potsdam bij Berlijn dat op instorten stond maar dankzij Nederlandse steun gerestaureerd is. Ik vond veel Nederlandse en Vlaamse (Der Fläming) invloeden in Oost-Duitsland waarvan de plaatselijke bevolking nauwelijks iets wist.
Humanistischer Verband Deutschlands
Als (co)president van de International Humanist and Ethical Union van 1986 tot 1998 heb ik een bijdrage kunnen leveren aan de oprichting en ontwikkeling van het Humanistischer Verband Deutschlands. Na de val van de Berlijnse Muur dreigde een leegte te ontstaan voor de overwegend ongodsdienstige bevolking. De kerken stonden al klaar om die leegte op te vullen maar een groot deel van de vanouds onkerkelijke Oost-Duitse bevolking moest daar niets van hebben. Daarom vond een aantal jonge humanisten in West-Berlijn het uiterst belangrijk een humanistisch alternatief te bieden. Ik ben blij hen daarbij te hebben kunnen helpen naar het model van het Nederlandse, het Vlaamse en het Noorse Humanistisch Verbond. Dat bleek niet alleen aan te slaan in Oost- maar ook in West-Duitsland waardoor het een van de belangrijkste humanistische organisaties in de wereld is geworden.
Waarom een Nederlander?
De meeste Oost-Duitsers moesten niet veel hebben van West-Duitsers die hen kwamen vertellen wat ze allemaal fout hadden gedaan en hoe het anders moest. Daarom deden de jonge humanisten in West-Berlijn graag een beroep op een Nederlander als ik omdat ik veel onbevangener omging met Oost-Duitsers. Zo moesten veel docenten marxisme-leninisme omgeschoold worden tot docenten humanistisch vormingsonderwijs, aldaar Lebenskunde genoemd. Daar bestond veel vraag naar als alternatief voor het godsdienstonderwijs in het overwegend buitenkerkelijke Oost-Duitsland.
Ik koos niet voor tegen-indocrinatie maar voor de socratische werkwijze. Door de juiste vragen te stellen, te stimuleren dat men zelf ging nadenken in plaats van communistische dogma's te herhalen. Ik baseerde mij daarbij op de Verlichting en humanistische elementen in het vroege marxisme. Het recht om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zonder de zelfbeschikking van anderen aan te tasten stond daarbij centraal. Zie voor een samenvatting van die benadering mijn Tresoar-lezing Identiteit als keuze. Dat sloeg aan en zo werden honderden docenten omgeschoold.
Waarom humanistisch?
In Duitsland werd bij het begrip humanisme meestal aan het klassieke humanisme gedacht uit de Grieks-Romeinse oudheid. De West-Berlijnse humanisten noemden zich vrijdenkers maar dat begrip was in Oost-Duitsland in opspraak gebracht omdat de Oost-Duitse geheime dienst een Freidenkerverband had opgericht als communistische mantelorganisatie. Ik kon de West-Berlijners ervan overtuigen dat Duitsland behoefte had aan een hedendaagse humanistische beweging naar het voorbeeld van het Nederlandse Humanistisch Verbond. Geen afzetten tegen de godsdienst maar een ongodsdienstig alternatief voor de kerken bieden. Geen eindeloze ideologische discussies maar praktische dienstverlening aan mensen die geen gebruik wilden maken van de kerkelijke instellingen.
Ook dat sloeg aan, van kinderopvang tot bejaardenhuisvesting, als alternatief voor de kerkelijke instellingen die zich vanuit West-Duitsland stortten op de buitenkerkelijke Oost-Duitse bevolking. Het Humanistischer Verband Deutschlands begon in Berlijn en breidde zich al snel uit tot eerst de neue Bundesländer en daarna tot heel Duitsland. Daarbij werd steeds gebruik gemaakt van de Nederlandse voorbeelden. Veel Nederlanders uit de humanistische werkvelden gingen naar Duitsland om te vertellen hoe de Nederlandse humanistische werkvelden het aanpakten.
Slechts op één punt kon ik de Duitse humanisten niet overtuigen. Zij bleven tegen het aanbieden van humanistische geestelijke verzorging in het leger. De weerzin tegen het historische Duitse militarisme was te groot. Vanuit datzelfde Duitse verleden mocht ik er ook niet spreken over de Nederlandse vrijwillige euthanasie maar door het Sterbehilfe te noemen kon ook dat bespreekbaar worden.
Waarom geen huwelijksgelijkberechtiging?
Dat brengt mij op een laatste punt waarop Duitsland opvallend achter loopt bij recente West-Europese en Amerikaanse ontwikkelingen. Al in de jaren negentig viel mij op hoe groot de macht van de Duitse katholieke kerk was. In Nederland was de ontkerkelijking veel sterker geweest. Daar kwam bij dat de Nederlandse homo/lesbische beweging veel sterker was dan de volledig versplinterde Duitse. Men had kennelijk weinig geleerd van de rampzalige homovervolging in de jaren dertig. Mannen en vrouwen werkten nauwelijks samen. Gebrekkige zelforganisatie en vrijwel ontbrekende bondgenoten en sleutelfiguren maakten de Duitse homo/lesbische beweging vrijwel machteloos. Zij heeft niet zoals de Duitse humanistische beweging gebruik gemaakt van onder andere het Nederlandse voorbeeld om tot grotere gelijkberechtiging te komen.
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
Abonneren op:
Posts (Atom)