zaterdag 18 mei 2019

294. Vrijheidbevorderende identiteiten

Identiteitspolitiek lijkt wel een scheldwoord te zijn geworden. Dat terwijl humanistische, homo/lesbische, Friese en vrouwenbewegingen heel veel te danken hebben aan vrijheid bevorderende identiteiten. Rechts en links populistische partijen trachten de verkregen mensenrechten van minderheden aan te tasten. Democratie wordt opgevat als dictatuur van een meerderheid of zelfs van een minderheid onder alle stemgerechtigden. De roep om referenda is daar een treurig voorbeeld van. Belangrijke begrippen als vrijheid, gelijkheid en solidariteit worden misbruikt om het recht aan te tasten om zelf zin en vorm te geven aan het leven zolang men het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantast. Redenen genoeg om mijn acht jaar geleden gehouden Treoar-lezing onder de aandacht te brengen.


IDENTITEIT ALS KEUZE
Tresoar, Leeuwarden, vrijdag 13 mei 2011

1. Misverstanden wegnemen
Allereerst wil ik twee gangbare misverstanden wegnemen. Mijn partner Herman Beks wijst er regelmatig op dat het in de media gebruikelijk is geworden om het begrip “vergelijken” ten onrechte te gebruiken als “gelijkstellen aan” terwijl Van Dale vergelijken terecht omschrijft als het op een rijtje zetten van overeenkomsten en verschillen. Als ik identiteiten vergelijk, betekent dat dus niet dat ik ze gelijkstel maar dat ik overeenkomsten en verschillen op een rijtje zet.

Prinses Maxima is verguisd omdat zij het waagde te zeggen dat DE Nederlandse identiteit niet bestaat. Iedere sociale wetenschapper kan uitleggen dat zij daar helemaal gelijk mee had omdat het gebruik van het woordje DE veronderstelt dat ALLE betrokkenen volledig gelijk zouden zijn en dat is wetenschappelijk gezien onzin. DE man, DE vrouw, DE homo, DE hetero, DE Fries: ze bestaan niet. Ik zie wel een meneer De Vries in de zaal zitten, maar hij zal het met mij eens zijn dat hij niet DE Fries is... 

2. Keuze 
Humanisten gaan er van uit dat mensen het vermogen en het recht hebben om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zolang zij het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantasten. Dit uitgangspunt heeft gevolgen voor hoe je aankijkt tegen vrijheid, gelijkheid en broederschap, de idealen van de Franse en de Bataafse Revolutie. 

Vrijheid is dan niet negatief (de AFwezigheid van regels) want dat leidt tot het recht van de sterkste en dus de onvrijheid van de zwakkeren. Vrijheid is vanuit humanistisch oogpunt positief: de AANwezigheid van zodanige regels dat ieders zelfbeschikkingsrecht vorm gegeven kan worden.

Gelijkheid is dan niet gelijkVORMigheid (want dat is onverenigbaar met vrijheid) maar gelijkWAARDIGheid (gelijke toegang tot mensenrechten) want dat is heel goed te verenigen met veelvormigheid. Vooral voor de gelijkberechtiging van minderheden als homo’s en Friezen is dat van groot belang.


Broederschap is in humanistische zin niet de van boven afgedwongen solidariteit: we hebben in de ondergang van de Sovjet-Unie en Joegoslavië kunnen zien tot welke ellende dat kan leiden. Het gaat hier om het welbegrepen eigenbelang: je beseft dat als de ene minderheid onderdrukt wordt, jou dat ook kan treffen omdat iedereen op de een of andere manier tot minderheden behoort: linkshandigen, roodharigen, enz. Samengevat: mensen kunnen kiezen en ook niet-kiezen is een keuze. 


3. Theocratie, technocratie, biocratie, of democratie? 
Deze keuzevrijheid staat haaks op de gedachte dat mensen zich hebben te onderwerpen aan hogere machten (theocratie), aan wetenschappelijke wetten (technocratie), als ook aan natuurwetten (biologisch determinisme) maar is uitstekend te verbinden met democratie.

Vanuit humanistisch oogpunt is democratie niet de dictatuur van de meerderheid maar de maatschappelijke vormgeving van het menselijk zelfbeschikkingsrecht. Anders gezegd: als 76 Kamerleden zouden beslissen dat homo’s en Friezen gediscrimineerd mogen worden dan is dat geen democratisch besluit. Homo’s en Friezen hebben het recht om zelf zin en vorm te geven aan hun bestaan zonder dat aangetoond hoeft te worden dat zij andere hersenen of genen hebben, ook al probeert een professor Sickbock ons dat nog zo vaak wijs te maken. Er zijn ongetwijfeld biologische factoren die van belang zijn in het menselijk bestaan maar dat geeft niemand het recht om op grond daarvan mensenrechten te schenden. 

4. Identiteit 
We kunnen een onderscheid maken tussen een persoonlijke identiteit (WIE ben ik) en een collectieve (WAT ben ik). Vanuit humanistisch oogpunt staat de persoonlijke identiteit centraal maar de paradox is dat die zich niet kan ontwikkelen in een omgeving zonder bepaalde soorten collectieve identiteiten. 

Dit is de paradox van de opvoeding: afwezigheid van regels maakt onvrije mensen omdat iedereen pas zijn eigen identiteit kan ontwikkelen in wisselwerking met collectieve identiteiten die daar ruimte voor scheppen. Je ziet dit het duidelijkst bij het opgroeien van homo/lesbische kinderen. Vrijwel alle andere leden van minderheden groeien op in een omgeving die hen mogelijkheden tot positieve identificatie bieden maar vrijwel alle homo/lesbische kinderen groeien in een heteroseksuele omgeving op en missen dus op dit punt de mogelijkheid om zich in anderen te kunnen herkennen tenzij ouders, opvoeders en onderwijzers zich daarvan bewust zijn en daarnaar handelen. 

Voor de toekomst van de Friese identiteit is het daarom van belang dat ouders, opvoeders en onderwijzers zich bewust zijn van het belang van positieve mogelijkheden tot identificatie met de Friese taal en cultuur. Het domste wat je dan kunt doen is dat te verwaarlozen, bijvoorbeeld door bibliotheken met Friese boeken weg te bezuinigen. Friestalig onderwijs,  de toneelgroepen Tryater en Sult evenals Omrop Fryslân spelen daarom een wezenlijke rol voor de toekomst van de Friese cultuur.

Identiteiten kunnen opgedrongen, toegeschreven, verkregen of zelfgekozen zijn. Dat opdringen kan gebeuren door op grond van de vijf G’s (geboorte, geslacht, gerichtheid, godsdienst of geschiedenis) iemand een bepaalde identiteit op te leggen. Zo denken hele volksstammen (zelfs veel homo’s!) dat een homoman zich vrouwelijk zou moeten gedragen. Hier zie je ook de samenhang tussen vrouwen- en homodiscriminatie: omdat in homovijandige culturen “mannelijk” gedrag hoger gewaardeerd wordt dan “vrouwelijk” gedrag, verlaagt een homoman zich door dat gedrag aan te nemen. Culturen die mannen en vrouwen meer vrijheid geven voor persoonlijke identiteitsvorming denken positiever over homoseksualiteit dan culturen waarin de rollen van mannen en vrouwen vastgelegd liggen.  


De vijf G’s zijn niet onbelangrijk maar ze zijn als afkomst geen persoonlijke verdienste: als iemand zegt trots te zijn als homo of als Fries dan wordt bedoeld trots te zijn op wat de betrokkene van die aanleg of afkomst gemaakt heeft. Dat kan het beste omschreven worden met het begrip emancipatie: het toenemend vermogen om met behulp van bepaalde collectieve identiteiten een persoonlijke identiteit te ontwikkelen en vandaar uit weer bij te dragen aan het verder ontwikkelen van die collectieve identiteiten die zelfbeschikking en diversiteit bevorderen.

Anders gezegd: de emancipatie van homo’s, vrouwen en Friezen is niet voltooid als zij zich als hetero’s, mannen en Hollanders gaan gedragen. Emancipatie heeft niet als eindstation de gelijkvormigheid maar de ongelijkvormigheid in gelijkwaardigheid. In die zin moeten dus begrippen als “Proud to be gay” en “Fryslân boppe” begrepen worden. 


5. Voorbeeld: Vlaanderen 
Het had niet veel gescheeld of ik was in 1982 niet gepromoveerd op het proefschrift "Homoseksualiteit in Nederland; studie van een emancipatiebeweging" maar op de taalstrijd in Vlaanderen. Mijn hoogleraar vond taalstrijd in die tijd achterhaald en homobevrijding veel actueler. Wie nu (2011) naar de problemen in België kijkt, kan tot een andere afweging komen. Het is voor de Vlaamse en de Friese emancipatiebewegingen belangrijk om van elkaars ervaringen te leren. Er zijn zeker verschillen: de Vlamingen vormen in België een meerderheid en de Friezen in Nederland een minderheid. Maar veel van de hedendaagse problemen in België hadden vermeden kunnen worden als Walen en Vlamingen beter naar de Friese geschiedenis hadden gekeken. Zo is het een verademing om te zien hoe Friestaligen en niet-Friestaligen in Friesland met elkaar omgaan in vergelijking met de minachting waarmee de meerderheid van de Franstaligen weigert Nederlands te leren verstaan. 

Wist U dat de (in 2011) alsmaar mislukkende onderhandelingen om tot een nieuwe Belgische regering te komen in de minderheidstaal het Frans werden gehouden? Dat in Brussel en omgeving de meeste Franstaligen weigeren met Nederlandstaligen te spreken? Dat de Fransdolle partij FDF (Front des Francophones) Vlamingen als nazi’s behandelt?

De haat waarmee de Vlamingen in Frankrijk eeuwenlang werd verboden om Nederlands te spreken, zou ik culturele genocide willen noemen. Toch is er (of misschien wel juist daardoor) in Frans-Vlaanderen sprake van een sterke Vlaamse identiteit en wordt in steeds meer scholen in Rijsel/Lille en Duinkerke, Kassel, Hazebroek, Winoksbergen, Wormhout, Hondschote, en Steenvoorde Nederlands gegeven op basisscholen. En in de delta van het riviertje de Aa tussen Duinkerken en Kalis/Calais had ik zelfs het gevoel in Friesland rond te rijden. Op de indrukwekkende berg van Kassel kwam ik tot mijn vreugde zelfs een standbeeld tegen van de Vlaamse graaf Robert le Frison! De gewoonte om de historische Friese invloedssfeer te laten ophouden bij het Zwin is mijns inziens te bescheiden. Het wordt hoog tijd dat meer Friezen het Blootland en het Houtland tussen Duinkerke en Rijsel gaan bezoeken en leren waarderen. 

6. Voorbeeld: verschillende Frieslanden 
Het voorbeeld van het Vlaams bewustzijn in verfranste gebieden in Frankrijk kan ons helpen om de Friese identiteit van de andere Frieslanden West-, Oost- en Noord-Friesland beter te begrijpen. Men kan mensen wel hun taal ontnemen maar moeilijker hun identiteit. “De taal is gans het volk”, zoals de Vlaamse strijdkreet luidde. Maar desalniettemin zou het voor de Friese emancipatiebeweging onverstandig zijn om die uitsluitend als een taalstrijd te benaderen. Het heeft mij steeds verbaasd om te merken hoe weinig Nederlandse Friezen ooit Oost- en Noord-Friesland in Duitsland hebben bezocht waar de Friese identiteit nog altijd springlevend is. En hoeveel Friezen zijn zich bewust van de invloed die Friezen hebben gehad op de ontwikkeling van Holland, Nederland en via Nieuw-Amsterdam op de Verenigde Staten? (Lees de boeken van Luit van der Tuuk over De Friezen; de vroegste geschiedenis van het Nederlandse kustgebied, en van Russel Shorto over "Nieuw Amsterdam; eiland in het hart van de wereld" over het ontstaan van Friese en Amerikaanse identiteiten). 

Gelukkig groeit in Friesland wel het besef dat het Europese minderhedenbeleid van grote betekenis is om de verworvenheden van de Friese emancipatie ook in de toekomst veilig te stellen. Net zoals dat voor de homobeweging geldt. Vroeger gold de regel: “stadslucht maakt vrij”. Tegenwoordig kun je als homo beter op het Friese platteland wonen: “Friesland maakt vrij!” Ik herinner mij nog dat Nederlandse homo’s al blij waren als ze door de Amsterdamse Leidsestraat hand in hand konden lopen en neerkeken op de achterlijke provincie. Veel van die Amsterdammers kwamen daar overigens zelf vandaan. 

Net zoals potenrammers hun eigen onzekerheid over hun seksuele identiteit afreageren door die in openlijke homo’s te vervolgen, zo is de minachting van “de provincie” door sommige Randstedelingen een blijk van onverwerkte minderwaardigheidsgevoelens over hun eigen verleden. De bevordering van een positieve en op diversiteit gerichte Friese identiteit in de verschillende Frieslanden is daarom een welbegrepen eigenbelang voor iedereen die de betekenis van culturele diversiteit voor een verenigd Europa onderkent. 

7. Assimilatie, segregatie, integratie 
Eeuwenlang hebben mannen die op mannen vielen (en vrouwen die op vrouwen vielen) geworsteld tussen aanpassing en afzondering. Homoseksueel gedrag is van alle tijden en plaatsen, wereldwijd. Maar telkens werd daar op andere wijzen inhoud en vorm aan gegeven. Wie zegt dat de bijbel of de koran homoseksualiteit verbiedt, verkondigt net zulke onzin als godsdienstigen die dat zeggen over televisie kijken of autorijdende vrouwen.

Hedendaagse homoseksuele identiteiten zijn pas in de laatste eeuwen tot ontwikkeling gekomen. Alle veroordelingen die men in bijbelse en koranteksten meent te moeten lezen, slaan op zijn best (of zijn slechtst) op mensen die geacht werden hetero te zijn en die zich tegen hun eigen identiteit in zouden gedragen. En degenen die menen dat homoseksualiteit een westerse uitvinding zou zijn, blijken niet op de hoogte van de gelijkgeslachtelijke praktijken in vroegere en hedendaagse Afrikaanse en Aziatische culturen. Niet homoseksualiteit is opgedrongen aan die culturen maar de anti-homoseksualiteit van met name de Engelse koloniale wetgeving uit vooral de negentiende eeuw.

We zijn dus niet meer gedwongen te kiezen tussen assimilatie of segregatie want er is een tussenvorm die integratie heet: het ontwikkelen van persoonlijke of subculturele identiteiten die heel goed kunnen samengaan met collectieve identiteiten die ruimte bieden aan gelijkwaardigheid in verscheidenheid. 


Onlangs was er een Marokkaans-Nederlandse jongen die op de televisie zei niets van homo’s te moeten hebben: ze moesten maar terug naar “hun eigen land”! Hier zien we duidelijk dat discriminatie op grond van afwijkende identiteiten makkelijk doorgegeven kan worden. Daarom is het ontwikkelen van een sterke en open Friese identiteit niet een bron van discriminatie maar juist een middel tot bestrijding daarvan. Iemand die weet wie en wat hij of zij wil zijn, staat sterker in de schoenen dan iemand die zich achtergesteld voelt en dat gevoel wil wegdringen door zich tegen anderen af te zetten. De grootste homovervolgers zijn degenen die hun eigen homogevoelens onderdrukken door die in anderen te achtervolgen. 

8. Friese identiteiten 
Ik ben zelf geboren en (tot mijn achttiende) getogen in het Gooi. Toen Herman en ik elkaar veertig jaar geleden leerden kennen, spraken wij af dat hij naar de Randstad zou komen en dat wij na onze werkloopbaan naar zijn "heitelân" Friesland zouden verhuizen. Dankzij onze vele vakanties in Friesland kon ik mij daar wel iets bij voorstellen maar de overgang van Randstad naar Friesland was toch groter dan ik dacht. Zonder de hulp van Herman had het makkelijk mis kunnen gaan. Helaas kennen weinig mensen de inburgeringsgids van Marja Boonstra voor niet-Friezen die in Friesland willen gaan wonen, werken of verblijven: "nieuwefriezen.nl". We kennen wel allemaal het voorbeeld van de Friese brugwachter die tegen een tegemoetkomende boot met niet-Friezen roept: “It kin net” ofwel: het kan niet! 

Maar gelukkig waren er enkele Hollanders die Friesland bezochten die mij enorm geholpen hebben om te verfriezen. De eerste cultuurschok was het vele toeteren in de Friese dorpen. Ik was gewend aan het toeteren in de Randstad dat meestal gepaard ging met schelden en de opgestoken middelvinger. Ik ben de hele wereld rondgereisd en ben in het verkeer nog nooit zoveel uitgescholden als in Amsterdam. Het meest nog door voetgangers en fietsers die zich zelf niet aan verkeersregels houden maar een groot genoegen beleven aan het uitfoeteren van automobilisten die zich wel aan de regels houden. Het was dus een hele, positieve, ontdekking dat men in Friese dorpen elkaar begroet door te toeteren! 

Mijn tweede inburgeringservaring was dat men in Friese dorpen met elkaar de straat schoon houdt. Toen ik gedachteloos wat rotzooi van de straat oppikte, werd ik verrast door een bekakt Goois pratende “dame” die schamperde: “Ingehuurd om de straat schoon te houden?” Gelukkig kon ik haar in hetzelfde bekakte Goois antwoorden dat “wij Friezen” geen rotzooi maken van de openbare ruimte en dat men daar in de Randstad nog wat van kon leren! 

De derde ervaring betrof een groep Leidse studenten. (Ook hier helpt het als je de Randstad- dialecten een beetje kent.) Ze liepen in ons dorp Molkwar rond zoals men een dierentuin met exotische vogels bespreekt en de minachting voor het achterlijke platteland spatte er van af. Ik kon het toen niet laten om mij voor te stellen als een hoogleraar die het betreurde dat sommige studenten zich vooroordeelbevestigend gedroegen, waarop zij met de spreekwoordelijke staart tussen de benen afdropen. 

Een vierde ervaring was een taalmisverstand. Algemeen Beschaafd Fries heet “Geef Frysk” (spreek uit: keef) ofwel gaaf Fries, maar ik verstond Gay Fries en was heel benieuwd naar deze mij onbekende homotaal...

De vijfde ervaring heeft voor iemand een noodlottiger afloop gehad zoals vele Friezen uit de media weten. Voor niet-Friezen: het is in Friesland veel gebruikelijker dan in de Randstad om elkaar op straat te begroeten ook al kent men elkaar niet. Gangbaar is: “Goeie” (spreek uit koeie) dat niets met koeien te maken heeft maar goedendag betekent, iets dat je in de Randstad nauwelijks meer hoort. Ook gebruikelijk is “Midje” dat goedemiddag betekent maar door homovijandige Friesonkundige jongelingen snel verstaan kan worden als “mietje” met alle mogelijk fatale gewelddadige gevolgen van dien. Kortom: een gebruiksaanwijzing Fries voor niet-Friezen is zeer aan te raden!


Er zijn drie soorten Friese identiteiten: je bent er geboren en getogen, je bent Fries van herkomst maar woont elders (de “Friezen om utens” die zich vaak nog heel nauw met Friesland verbonden voelen), en de nieuwkomers zoals ik. Van hen wordt verwacht dat ze snel leren om Fries te verstaan. Dat laatste is makkelijker dan veel niet-Friese Nederlanders denken. Begrijp je een woord niet, ga naar het Engels en dan lukt het meestal wel want het Fries bevindt zich tussen het Nederlands en het Engels in. Wat zou helpen is als de Nederlandstalige televisiezenders wat meer Friessprekenden met ondertiteling zou laten zien en horen. En als Friestaligen niet meteen Nederlands beginnen te spreken tegen mensen zoals ik die Fries willen leren spreken. Een soort uit de kast komen van Friezen dus! 


Een sterke en open Friese identiteit vraagt om het gebruik van Fries in opvoeding, onderwijs, media en positieve beeldvorming. Wie dat nalaat, geeft de beeldvorming uit handen met alle gevaarlijke gevolgen van dien zoals de geschiedenis van de homovervolging heeft laten zien: wie beantwoordt aan de vooroordelen wordt opgemerkt en versterkt de vooroordelen, wie met open vizier opkomt voor de eigen identiteit die doorbreekt de negatieve vooroordelen en bevordert een sterke en open identiteit, zowel persoonlijk als collectief. 

Identiteit: daar moet je wel wat voor doen maar dan heb je ook wat om trots op te zijn! 



Naschrift. Friesland
Het best bekeken blogbericht over Friesland blijft nummer 33 over de Friese taalvrede. Binnen deze groep zijn ook veel bekeken de blogberichten nummer 21 over It wrede paradys, 9 over Vlaanderen & Friesland, nummer 114 over Identiteit als keuze, nummer 81 over de Fryske taalfrede, nummer 258 over Vreedzaam Friesland (2)  (de grootste stijger in deze groep), nummer 143 over Friesland in mijn memoires, nummer 109 over de Fryske taalfrede op 'e nij bedrige, nummer 150 over Nexit? Fryslânexit!, nummer 176 over Friezen uitvinders poldermodel en nummer 175 over Frieslands 'iepen mienskip' . Zie voor een recent blogbericht over onder andere Friesland nummer 224 over # MeToo (5) #IkOok (2) Een zwarte man als dader? (met name over de beruchte 'slag om Dokkum').

De Fryske webside It Nijs.frl besteedde aandacht aan mijn blog, onder andere door in het Fries vertaalde blogberichten te plaatsen: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts, Fryslân yn myn tinzen en Nexit? Fryslânexit! Een leuke manier om Fries te leren lezen...


Naschrift. Vlogberichten
Inmiddels zijn dertien vlogberichten verschenen:
1. Aanleiding memoires Rob Tielman, (het op twee na meest bekeken vlogbericht)
2. Boerkini's welkom op het naaktstrand, (het op een na meest bekeken vlogbericht)
3. Homo(zelf)haat,  
4. Tegen homoporno en voor homo-erotiek, (het meest bekeken vlogbericht)
5. Geweld en preutsheid in de VS,
6. Nederlandse en puriteinse tradities in de VS,
7. Frieslands 'iepen mienskip', (het meest bekeken Friese vlogbericht)
8. Friezen uitvinders poldermodel,
9. Atlas van Friesland,  
10. Homoseksualiteit en homocultuur, (het op drie na meest bekeken vlogbericht)
11. Internetdating homo's en beeldvorming,
12. Misverstanden rond Europese Unie en
13. Humanisme is niet het bestrijden van godsdienst.

zaterdag 11 mei 2019

293. Humanisme-kritiek weersproken

Regelmatig wordt de meest onzinnige kritiek op "het humanisme" geuit zonder dat daar vanuit de humanistische stroming en beweging op gereageerd wordt. Dat komt omdat men niet op alle onzin kan reageren die vooral via (a)sociale media wordt verspreid. Ik geef een paar voorbeelden: dat de aarde plat zou zijn, dat men van inentingen dikwijls autistisch zou worden, dat homoseksualiteit te "genezen" zou zijn, dat communisme, fascisme en humanisme één pot nat zou zijn, dat er geen Joden- en homovervolgingen zouden zijn geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog, enzovoorts. Toch is het goed om zo af en toe de minder stompzinnige kritiek serieus te nemen. Dat deed ik al bijna dertig jaar geleden in de Socrates-lezing 1990. Tot mijn verrassing bleek die grotendeels nog steeds actueel te zijn. Inmiddels heeft de wereldwijde humanistische beweging goed naar mijn geuite kritiek geluisterd en dat is dan in deze overpessimistische tijden het broodnodige goede nieuws.


1. Inleiding
Deze Socrateslezing staat in het teken van de zogenaamde humanisme-kritiek. In de afgelopen jaren is er vanuit verschillende hoeken kritiek geuit op het humanisme. Mij is verzocht om deze kritiek te ontleden en er op te reageren.

Allereerst zal ik omschrijven wat ik onder humanisme versta. En vervolgens zal ik de belangrijkste vormen van hedendaagse kritiek op dit humanisme beschrijven en beantwoorden. Deze reacties komen vanzelfsprekend geheel voor mijn eigen verantwoording. Toch zal ik trachten mijn antwoorden zo te verwoorden dat zij zoveel mogelijk weergeven wat op dit ogenblik in de internationale humanistische beweging leeft (i).

Het woord humanisme heeft net als ieder ander woord geen betekenis in zichzelf. Taal heeft de betekenis die wij er aan toekennen. In het dagelijks leven vooronderstellen wij dat we dezelfde betekenissen geven aan dezelfde woorden. In onze wetenschappelijke en levensbeschouwelijke bezinning mogen wij daar echter niet van uit gaan. Juist dan moeten wij onszelf rekenschap geven van de betekenissen die wij vaak onbewust aan onze woorden hechten.

Ik omschrijf humanisme als de levensovertuiging die ervan uitgaat dat mensen in staat zijn en ook in staat gesteld moeten worden om zelf zin en vorm te geven aan hun bestaan. Die levensovertuiging kan vervolgens maatschappelijk vorm krijgen in een humanistische beweging. Uitgaande van het menselijk vermogen tot, en het recht op zelfbeschikking, kent deze beweging geen openbaring of leergezag zoals de meeste andere georganiseerde levensbeschouwingen. Dit heeft grote gevolgen voor de wijze waarop wij omgaan met het humanisme en de kritiek daarop.

2. Humanistische heiligen?
Bijvoorbeeld: dit is de Socrateslezing 1990, uitgesproken in het Erasmushuis te Utrecht. Wat betekent het gebruik van deze namen door humanisten? Zijn Socrates en Erasmus misschien humanistische heiligen geworden? Is alles wat zij gezegd, geschreven of gedaan hebben nu tot humanistisch dogma verklaard, en is alle kritiek daarop ook tegelijkertijd kritiek op ons? Het zal duidelijk zijn dat het antwoord ontkennend is: het humanisme kent geen heiligen of dogma's. Wij kunnen ons door mensen zoals Socrates en Erasmus laten inspireren zonder ons geheel en al met hen te vereenzelvigen.

Betekent het ontbreken van openbaring, leergezag, heiligen en dogma's nu ook dat wij ons geheel vrijblijvend kunnen onttrekken aan iedere kritiek op het humanisme? Integendeel: wie vrijheid zoekt, vindt verantwoordelijkheid. Wie beschuldigd wordt van normloosheid, westers imperialisme, milieuvervuiling, vrouwenonderdrukking, en dogmatisch rationalisme kan deze beschuldigingen niet onweersproken laten.

Maar is al die kritiek dan wel op het georganiseerde humanisme gericht? Iets is niet humanistisch, omdat er humanistisch op staat. Vaak richt de kritiek zich op meningen waarin de Nederlandse humanistische beweging zich niet kan herkennen. Maar dat is nog geen reden om te doen alsof er niets aan de hand is. Wij leven niet op een eiland, maar maken deel uit van een wereld waarin het recht op menselijke zelfbeschikking voortdurend wordt geschonden. Wie nu de humanisme-kritiek onweersproken laat, moet niet verbaasd zijn als spoedig het recht tot tegenspraak verdwenen is.

3. Grootste bedreiging
Internationaal gezien gaat de grootste bedreiging uit van de theocratische humanisme-kritiek. Volgens fundamentalistische godsdienstigen is het ‘goddeloze’ humanisme verantwoordelijk voor alle normloosheid en daarmee samenhangende criminaliteit, drugsgebruik, prostitutie, consumptiecultuur enzovoorts. De achterliggende redenering is dat mensen zelf niet in staat zijn om te bepalen wat goed en kwaad is, en dat zij daarvoor een beroep moeten doen op hogere machten.

Wat is er waar van deze kritiek? Zeker: er waren en zijn humanisten die ervan uit gingen dat de mens van nature goed zou zijn. Dat het verspreiden van wetenschappelijke kennis vanzelf tot betere mensen zou leiden. Dat een scheiding van kerk en staat vanzelf tot een betere samenleving zou voeren. En dat mensen in staat zouden zijn om geheel vanuit zichzelf met nieuwe vrijheden op verantwoorde wijze om te gaan.

Die vooronderstellingen blijken in de praktijk vaak niet te kloppen. En het is dan ook niet toevallig dat juist die humanistische bewegingen het meest succesvol zijn geweest die deze vooronderstellingen verlaten hebben. Die er van uit gaan dat de mens zich zowel ten goede als ten kwade kan ontwikkelen. Die in humanistisch vormingsonderwijs en geestelijk werk mensen zodanig begeleiden dat zij steeds meer in staat zijn om zelf aan hun bestaan inhoud en vorm te geven. Die geen neutrale, maar een pluriforme staat willen. En die niet de nadruk leggen op het afbreken van de godsdienst, maar op het opbouwen van een levensovertuiging die daadwerkelijk mensen in staat stelt vrij en verantwoordelijk te zijn (ii).

Mijn antwoord op de theocratische humanisme-kritiek is dat het hedendaagse humanisme geen antigodsdienstig neutralisme is, maar een levensovertuiging die wezenlijk bijdraagt aan een pluriforme democratie gebaseerd op de internationale mensenrechtenverdragen.

4 Cultuur-imperialisten
Het zijn diezelfde mensenrechtenverdragen die een tweede vorm van humanisme-kritiek opleveren: het humanisme zou een vorm van cultuur-imperialisme zijn. Humanisten zouden westerse opvattingen over individuele zelfbeschikking opdringen aan culturen die er andere opvattingen op na houden. Zijn humanisten inderdaad onverdraagzaam als zij zich inzetten voor de handhaving van mensenrechten?

Juist omdat wij uitgaan van zelfbeschikking, betekent dat ook dat iemand in vrijheid kan beslissen om deel uit te maken van een organisatie die de vrijheid van de eigen leden beperkt. Wezenlijk is echter dat die organisatie niet het zelfbeschikkingsrecht van anderen aantast en dat alle leden het recht hebben om die organisatie weer te kunnen verlaten. Daarom moet iedere staat die de mensenrechten wil handhaven, per definitie levensbeschouwelijk pluriform zijn. Niet het humanisme is imperialistisch, maar degenen die hun macht gebruiken om anderen in hun zelfbeschikking te beperken.

5. Dogmatisch vooruitgangsgeloof
Een derde vorm van kritiek is de modernisme-kritiek (iii). In het zogenaamde postmoderne denken wordt het vooruitgangsgeloof aangevallen. De vooronderstelling dat de vrije ontwikkeling van wetenschap en techniek vanzelf tot een betere wereld zou leiden, die vooronderstelling heeft inderdaad in het verleden in de humanistische stroming veel aanhang gehad. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en de ontwikkeling van kernwapens hebben echter op grote schaal in de humanistische beweging een einde gemaakt aan een dogmatisch vooruitgangsgeloof. Het zijn met name humanistische wetenschappers geweest die de ethische verantwoordelijkheid van het vrije wetenschappelijke onderzoek hebben benadrukt.

Niet alles wat kan, moet ook kunnen. Niet alles wat nieuw of modern is, is daarom goed. Het humanisme is geen modernisme en hoeft zich daarom niet alle modernisme-kritiek aan te trekken. Toch is het goed om het dogmatisch vooruitgangsgeloof niet zonder meer in te ruilen voor een even dogmatisch doemdenken. Net zomin als de mens van nature goed of slecht is, net zomin is er een natuurwet die vooruitgang of ondergang aan ons oplegt. Evenzeer zoals wij ons persoonlijk bestaan menswaardiger kunnen maken, zo kunnen wij dat ook met onze wereld doen. En zo is het oude vooruitgangsgeloof in humanistische kring vervangen door een denken in termen van het menswaardiger maken van onze wereld (iv).

6 Bepaald door structuren
Emancipatie, opgevat als het toenemend vermogen zelf vorm te geven aan het eigen bestaan, is een belangrijk kenmerk van het hedendaagse humanisme. En dat is tegelijkertijd het doelwit van de structuralistische humanisme-kritiek (v). Deze kritiek komt er op neer dat het humanisme verweten wordt dat het bij mensen de waan oproept dat zij zichzelf zouden kunnen bevrijden, terwijl in feite alleen maar oude vormen van afhankelijkheid vervangen worden door nieuwe. In deze gedachtegang blijven mensen bepaald door de structuren waarvan zij deel uit maken. Wij denken zelf te denken, maar in feite zouden wij gedacht worden omdat wij ons aan de dwingende structuren van cultuur en taal niet zouden kunnen onttrekken.

De vooronderstelling achter deze kritiek is dat er zoiets als absolute vrijheid door het humanisme zou worden nagestreefd. Toegepast op de taal, wordt al snel duidelijk hoe onzinnig een dergelijk absoluut vrijheidsideaal is. Als iedereen een geheel eigen taal zou spreken, zou niemand elkaar meer verstaan. Het andere uiterste is het echter om de mensen die een taal spreken slechts te zien als het willoze werktuig van die taal. Onze taal is noch subjectief noch objectief maar intersubjectief: wij gebruiken bestaande of maken nieuwe woorden en kennen daar bewust of onbewust betekenissen aan toe.

Het is de ironie van de geschiedenis dat de structuralistische humanisme-kritiek vooral in Frankrijk tot ontwikkeling is gekomen onder filosofen die nauwelijks een andere taal dan het Frans beheersten. Zijzelf zijn daardoor het beste bewijs geworden voor hun beperkte gelijk. Door hun onvermogen andere talen te bespelen zoals hun moedertaal, werden zij inderdaad de gevangenen van de beperkingen die aan iedere afzonderlijke taal kleven. Het is door de veeltaligheid dat wij ons bewust worden van zowel de tekorten als de mogelijkheden die talen ons bieden. Talen zijn niet meer en niet minder dan werktuigen van onze geest. Wij worden slechts dan een willoos werktuig van onze taal als wij niet in staat zijn via andere talen met onszelf te spreken.

Het vermogen andere talen te spreken, scherpt onze vaardigheid om onze gedachten te onderscheiden van de woorden waarin wij gewend zijn ons uit te drukken. Net zoals buitenlanders vaak beter in staat zijn om de eigenaardigheden van onze cultuur te doorzien, zo dwingt het uitspreken van onze gedachten in andere talen ons om de eigenaardigheden van iedere taal te onderkennen.

Het is door de Nederlandse veeltaligheid dat het Nederlandse humanisme niet in een intellectueel isolement is terecht gekomen. Het is door de Franse eentaligheid dat het Franse humanisme voor een belangrijk deel in een dogmatisch rationalisme en antiklerikalisme is blijven steken. En het is door diezelfde Franse eentaligheid dat de vereenzelviging van humanisme met dogmatisch rationalisme door het structuralisme heeft kunnen plaats vinden. Dit alles maakt duidelijk hoezeer in een eenwordend Europa de veeltaligheid moet worden toegejuicht en de eentaligheid als een gevaar voor intellectuele inteelt moet worden tegengegaan.

Het absoluut vrije subject staat niet als humanistisch ideaal tegenover een vermeend objectieve collectiviteit. Als iets in de Nederlandse geschiedenis duidelijk is geworden, dan is dat het feit dat mensen een maatschappij kunnen maken waarin zowel het relatief autonome individu als een pluriform democratische overheid kunnen samengaan. Het grondwettelijk beginsel van zelfbeschikking voorkomt dat democratie wordt opgevat als de dictatuur van de meerderheid. En het bestaan van intermediaire structuren tussen individu en overheid maakt de maatschappij menswaardiger.

De rol van zelfgekozen intermediaire structuren is wezenlijk in een pluriforme democratie. Het voorkomt vervreemding en verhoogt de maatschappelijke betrokkenheid. Democratie is meer dan vrije verkiezingen en vrije media. Wie het zelfbeschikkingsrecht van individuen en minderheden centraal stelt, begrijpt dat er een tegenwicht moet zijn tegen een democratie opgevat als dictatuur van de meerderheid. Wie het democratiseringsproces in Midden-Europa beziet, begrijpt dat het fataal was dat vrijwel het gehele maatschappelijke middengebied verstatelijkt was. Een levende democratie kan niet bestaan zonder zelforganisaties van burgers die er voor zorgen dat de balans tussen staat en individu niet doorslaat naar de ene of de andere kant, naar de dictatuur van de staat of de dictatuur van de straat.

Nederland verschilt in dit opzicht duidelijk van Frankrijk en de Verenigde Staten. De Franse en de Amerikaanse Revolutie hebben de scheiding van kerk en staat neutralistisch opgevat. De angst voor de kerkelijke macht is daar onder humanisten zodanig groot geweest dat de nadruk altijd meer heeft gelegen op het beschermen van individuele vrijheden dan op het tot stand brengen van intermediaire levensbeschouwelijke verbanden. In een pluriforme benadering zoals in Nederland laten gelijkwaardigheid en ongelijkvormigheid zich veel makkelijker combineren. Daardoor kunnen zelfgekozen intermediaire verbanden tussen burger en overheid een belangrijke functie vervullen om de tegenstelling tussen individu en collectief om te zetten in samenwerking (vi).

Hoe zijn nu de ontwikkelingen in Midden- en Oost-Europa te begrijpen? (vii) Omdat het communisme aldaar zich graag tooide met het woord humanisme, zijn voor velen humanisten uit West-Europa verdacht. In de eerste plaats kan niemand het humanistisch alleenvertoningsrecht opeisen en staat het dus iedereen vrij om zich humanist te noemen. In de tweede plaats had de humanistische beweging in het geheel geen organisatievrijheid onder de communistische regimes terwijl de kerken dat (afgezien van Albanië) tot op zekere hoogte wel hadden.

Het doet dan ook wat vreemd aan om de katholieke kerk in Midden-Europa plotseling te zien opduiken als de grote verdediger van de democratie, terwijl diezelfde kerk er geen gras over laat groeien om het individuele zelfbeschikkingsrecht in te perken. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan is Polen, waar het katholieke godsdienstonderwijs aan de openbare scholen wordt opgedrongen, waar abortus strafbaar is gesteld en waar het antisemitisme ongeremd tot uiting komt. In levensbeschouwelijk meer pluriforme landen als Tsjecho-Slowakije en Hongarije hebben humanisten iets meer kans om het zelfbeschikkingsrecht te verdedigen. Maar over het algemeen overheerst de paradox dat jarenlange godsdienst-bestrijding de ontkerkelijking eerder vertraagd dan versneld heeft.

7. Schuld aan milieuvervuiling
Er is nog een andere belangrijke vorm van kritiek op het humanisme, die ik zou willen omschrijven als de biocratische humanisme-kritiek (viii). Onder biocratisch versta ik biologisch-deterministisch: de vooronderstelling dat de mens zodanig deel uit maakt van de natuur dat zijn bestaan daar volledig door bepaald wordt. In deze gedachtegang wordt ‘moeder aarde’ heilig verklaard, en is iedere aantasting van de natuur per definitie slecht. Het humanisme zou volgens deze critici een belangrijke schuldige zijn voor de huidige milieuvervuiling omdat het de mens centraal heeft gesteld in plaats van de natuur.

Vanuit humanistisch oogpunt is de natuur op zichzelf waarden-loos: het loutere feit dat iets natuurlijk is, maakt het noch goed noch slecht. Het romantische idee dat de natuur iets goeds zou zijn dat door de slechte mens verknoeid is, wordt al snel weerlegd door het feit dat de biologische overlevingswetten uiteindelijk neer komen op het recht van de sterkste. En wie het recht van de sterkste op de maatschappij ziet toegepast, begrijpt dat een biocratische samenleving mensonwaardig is.

De natuur is van A tot Z, van AIDS tot Zeehond, geen bron van humanistische normen. Die bron ligt in de mens. Mensen maken net als ieder ander levend wezen deel uit van de natuur. Toch nemen mensen daarbinnen een bijzondere plaats in. Volgens veel godsdiensten is de menselijke geest een afspiegeling van het goddelijke en ligt daarin een argument om de mens van hogere orde te verklaren vergeleken met de rest van de natuur. In het christendom zoals wij dat in Nederland kennen, was er tot voor kort sprake van een duidelijke natuurvijandigheid die bijvoorbeeld tot uiting kwam in een negatieve houding ten aanzien van seksualiteit: de zogenaamde ‘dierlijke lusten’ waarvoor niet genoeg gewaarschuwd kon worden. Het christelijke rentmeesterschap doet niets af aan de hogere betekenis die aan de mens wordt toegekend vergeleken met de rest van de natuur.

In de humanistische beweging heeft daarmee vergeleken altijd een relatief positievere houding bestaan tegenover het feit dat mensen via hun lichamelijkheid deel uitmaken van de natuur. Natuur is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor mens-zijn. Lichaam en geest worden in het hedendaagse humanisme wel onderscheiden, maar zeker niet gescheiden (ix). Het menselijk bewustzijn, het menselijk vermogen zich rekenschap te geven van eigen denken en handelen, het vermogen onderscheidend te kunnen oordelen, dit alles maakt de mens niet minder deel van de natuur, maar geeft mensen wel een bijzondere vrijheid en daardoor verantwoordelijkheid.

De humanistische visie op natuur is noch theocratisch, noch biocratisch, noch technocratisch (x). Er wordt geen goddelijke of natuurlijke orde voorondersteld waaraan wij onze normen zouden moeten ontlenen. Evenmin wordt de natuur gezien als een werktuig dat geheel los van de mens naar willekeur gebruikt kan worden. Het humanistisch perspectief op natuur kan het best geschetst worden aan de hand van bijvoorbeeld de verschijnselen ziekte en gezondheid.

Gezondheid is niet de afwezigheid van ziekte maar de aanwezigheid van het vermogen om jezelf te verdedigen tegen aanslagen op het welbevinden. Wie gezondheid ziet als de afwezigheid van ziekte zal de nadruk leggen op het van buitenaf verdedigen tegen aanvallen. Er moet als het ware een ‘cordon sanitaire’, een couveuse, een ruimteschild geschapen worden om het kwetsbare wezen te verdedigen dat zonder die hulp weerloos overgeleverd zou zijn aan de boze buitenwereld. Het is niet toevallig dat de Amerikaanse houding tegenover de natuur nauw samenhangt met de panische angst voor vreemde besmettingen en indringers. Lichamelijke en politieke smetvrees vinden hun paranoïde dieptepunt in de Amerikaanse visum-formulieren waarin AIDS en communisme op één lijn gebracht zijn.

De voornaamste reden waarom de Amerikaanse oorlogen tegen seks, alcohol, prostitutie, drugs en AIDS mislukt zijn, ligt in het onvermogen om de bedreiging als deel van de oplossing te zien. Wie iedere bedreiging tracht uit te bannen, bant het leven zelf uit. Wie bedreigingen ziet als uitdagingen die de bedreigden onder te beïnvloeden voorwaarden sterker maken, zal niet de nadruk leggen op het uitroeien maar op het scheppen van zodanige omstandigheden dat de verhoudingen leefbaar kunnen zijn.

Het Amerikaans/christelijke puritanisme heeft de menselijke geest op een voetstuk geplaatst dat haar ondergang kan inhouden. Het heeft geleid tot collectieve smetvrees voor alles wat vies en boos geacht werd. Het is die angst die de slechte raadgever is geweest achter het verbieden van allerlei zaken die op zichzelf geen ramp waren, maar dit door het verbieden ervan wel werden.

Het humanisme heeft de menselijke geest in haar lichamelijke context gehouden die haar voortbestaan mogelijk maakt. Het heeft in alle ‘verlokkingen des vlezes’ uitdagingen gezien tot grotere ontplooiing. Het is die openheid voor verleidingen die tot verdraagzaamheid en zelfregulatie heeft geleid.

Die landen die AIDS hebben aangegrepen om nog meer te verbieden en te trachten uit te bannen dan zij reeds deden, die landen hebben AIDS tot een welhaast onoplosbaar probleem gemaakt. Die landen daarentegen die AIDS hebben geïntegreerd in hun beleid gebaseerd op ieders vrijheid en verantwoordelijkheid, die landen zijn meer succesvol geweest in het leren leven met deze levensbedreigende ziekte. Wie AIDS de oorlog verklaart maakt meer slachtoffers dan wie eerst de mens ziet en dan pas het virus.

De verantwoordelijkheid voor het op menswaardige wijze omgaan met de natuur blijkt ook uit het beleid van de humanistische beweging op het gebied van de bio-ethiek (xi). Het heeft noch geleid tot een heilig verklaren van alles wat natuurlijk is, noch tot het verketteren ervan. Evenzeer als het verheerlijken van de ‘maagd Maria’ samenhangt met het onderdrukken van de zelfbeschikking van vrouwen, evenzeer hangt het verheerlijken van het romantisch natuurideaal van ‘moeder aarde’ samen met het beperken van lichamelijke zelfbeschikking (bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige inseminatie).

Het biocratisch denken is niet alleen terug te vinden in delen van de milieubeweging, maar ook in bepaalde vormen van feminisme. Deze (meestal Frans- of Engelstalige) feministen stellen dat het humanisme door de mens centraal te stellen in feite de man tot norm hebben verklaard en daardoor vrouwen gedwongen hebben zich aan mannen aan te passen (xii). Omdat er hier ook een zekere overlap is met de structuralistische kritiek, is het goed om er op te wijzen dat wederom de taal een belangrijke verklaring voor veel misverstanden is. Zowel in het Frans als in het Engels vallen de woorden mens en man samen, en kan het begrip gelijkheid niet opgesplitst worden in gelijkwaardigheid en gelijkvormigheid. Het gevolg is dat het in die talen bijzonder ingewikkeld is om de gelijkwaardigheid van mensen zo te verwoorden dat het niet lijkt op gelijkvormigheid aan mannen.

Waar in het dogmatisch rationalisme de gelijkheid van mensen de gelijkvormigheid van mannen en vrouwen lijkt in te houden, is in het Nederlandse humanisme de menselijke gelijkwaardigheid geheel in lijn met het positief waarderen van veelvormigheid van welke aard dan ook. Waar in het biocratische denken de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen zo bepalend zijn dat zij moeilijk onder de gemeenschappelijke noemer ‘mensen’ te brengen zijn, is het in het Nederlandse humanisme heel gebruikelijk dat iedereen zelf uitmaakt in hoeverre hij/zij verscheidenheid of gemeenschappelijkheid wil benadrukken zonder dat dit de gelijkwaardigheid aantast.

Het is tegen deze achtergrond dus heel begrijpelijk dat de humanistische beweging zich altijd heeft ingespannen voor het versterken van vrouwenrechten in het kader van het zelfbeschikkingsdenken (men denke aan de echtscheidings-, abortus-, alternatieve relatie-, en anti-discriminatie-wetgeving, alsook aan het bevorderen van economische zelfstandigheid van vrouwen). De kritiek dat het humanisme vrouwen zou dwingen zich aan mannen aan te passen is wat het georganiseerde humanisme betreft dus geheel onjuist. Mijn kritiek daarentegen op het benadrukken van het biologisch determinisme is, dat daardoor de ontplooiingsmogelijkheden en keuzevrijheid van veel vrouwen beperkt dreigen te worden.

Dat geldt in versterkte mate wanneer biocratisch en theocratisch denken worden vermengd. Is de Nederlandse overheid imperialistisch als zij niet toelaat dat islamitische vaders hun dochters na het begin der menstruatie verbieden naar school te gaan? Vanuit een humanistisch zelfbeschikkingsdenken zijn kinderen niet het bezit van hun ouders, maar moeten zij zodanig begeleid worden dat zij in toenemende mate in staat zijn zelf zin en vorm te geven aan hun bestaan. Het is dus in het belang van hun toekomstige zelfbeschikking dat zij aan dat onderwijs kunnen blijven deelnemen.

Hoe subtiel die grenzen liggen, maakt de hoofddoekjes-kwestie in Frankrijk duidelijk. In het Franse openbare onderwijs bestond nog een sterke neutralistisch/rationalistische tendens waarin gelijkheid als gelijkvormigheid werd opgevat. Het is tegen die achtergrond te verklaren dat het dragen van hoofddoekjes door islamitische meisjes door sommigen als een aantasting van de neutrale school werd gezien. Het is ook begrijpelijk dat in het pluriforme openbare onderwijs in Nederland het dragen van hoofddoekjes, roze driehoeken en trouwringen volstrekt vanzelfsprekend is. Door de keuze die de Franse Raad van State heeft gemaakt, is nu ook daar de weg van de pluriformiteit gekozen.

Een soortgelijk probleem deed zich voor in de Verenigde Staten. Aan de ene kant wilden fundamentalistische ouders in het openbaar onderwijs naast de door hen als ‘humanistisch’ omschreven evolutietheorie in het biologie-onderwijs aandacht voor het bijbelse scheppingsverhaal. Dit werd door het Hooggerechtshof afgewezen, omdat het bijbelverhaal godsdienst is en geen wetenschap. Aan de andere kant wilden neutralistische besturen van openbare scholen geen facultatief godsdienstonderwijs buiten schooluren in schoolgebouwen. Het Amerikaanse Hooggerechtshof koos tegen de neutralistische en voor de pluriforme interpretatie van de scheiding van kerk en staat. Hierdoor begint het Amerikaanse openbaar onderwijs iets meer op het Nederlandse te lijken wat de levensbeschouwelijke pluriformiteit aangaat.

Binnen de humanistische beweging zijn het bij uitstek Frankrijk en de Verenigde Staten die zich voor het neutralisme en het rationalisme sterk hebben gemaakt. Zoals bovenstaande voorbeelden duidelijk maken, beginnen zich nu ook daar ontwikkelingen voor te doen die in de richting van onze pluriforme levensbeschouwelijke benadering wijzen.

Dat levensbeschouwelijke pluriformiteit niet geheel zonder gevaren is, heeft ons verstard verzuild verleden wel laten zien. Dit gevaar laat zich nog met een ander recent voorbeeld uit Nederland illustreren. Sommige groepen hebben er op aan gedrongen dat het facultatieve islamitische godsdienstonderwijs in de pluriforme openbare school ook in het Arabisch of Turks gegeven zou moeten kunnen worden. Waar van godsdienstige zijde veel begrip voor dit verlangen bestond, is daar juist van humanistische zijde (met succes) veel bezwaar tegen geuit.

Is dit weer een vorm van humanistische onverdraagzaamheid? Nee: wie de pluriforme school serieus neemt als een begeleider van kinderen op weg naar zelfbeschikking, vindt dat alle kinderen dat islamitisch godsdienstonderwijs moeten kunnen volgen. Het onvermogen om in het Nederlands over het islamitisch geloof te kunnen spreken zal de vanouds bestaande godsdienstige hokjes alleen maar helpen in stand te houden. Het kerkelijk begrip voor godsdienstig isolement van islamieten lijkt op het eerste gezicht verdraagzaam maar is bij nadere beschouwing erop gericht om jonge mensen in niet door henzelf gekozen hokjes te houden. Het wezenlijke onderscheid tussen verdraagzaamheid en lijdzaamheid ligt in de vraag of het al dan niet bijdraagt tot zelfbeschikking.

8. Kritiek op individualisme
En dat brengt mij tenslotte op een laatste vorm van humanisme-kritiek, de kritiek op het individualisme onder humanisten. Het is de bekende paradox: juist omdat je de individuele zelfbeschikking veilig wilt stellen, is het noodzakelijk om je maatschappelijk te organiseren.

In de meeste islamitische landen zijn ‘goddelozen’ rechteloos en zijn vrouwen tweederangsburgers. In de meeste ontwikkelingslanden is de gezondheidszorg in godsdienstige handen, met alle gevolgen voor geboorteregeling, abortus, AIDS-preventie, om nog maar te zwijgen van vrijwillige euthanasie. De omstandigheden in die landen zijn zo slecht voor humanisten dat zij zonder steun vanuit het westen niet kunnen overleven. Toch zijn vrijwel geen westerse humanisten in het lot van hun buitenlandse geestverwanten geïnteresseerd.

Wat is er toch in het humanisme dat die zelfgenoegzaamheid en gebrek aan solidariteit verklaart? De idealen van de Franse Revolutie zijn onlangs nog in herinnering geroepen, en zij vinden in humanistische kring nog altijd grote aanhang: vrijheid, gelijkheid, broederschap (xiii). Toch zijn de inhouden wat gaan verschuiven. Vrijheid is niet langer alleen de afwezigheid van dwang, maar veeleer de aanwezigheid van werkelijke keuzemogelijkheden. En wij hebben eerder gezien hoe het gelijkheidsbegrip in onze kring enigszins is bijgesteld: geen gelijkvormigheid maar gelijkwaardigheid.

Maar wat is er met de broederschap gebeurd? In het kader van de zusterschap zou men van verbondenheid kunnen spreken, maar dat geeft toch allerlei onbedoelde nevenbetekenissen. Het begrip verbonden benadrukt nogal de van buiten opgelegde beperking. Vanuit humanistisch oogpunt zou centraal moeten staan dat wij er voor kiezen elkaars bondgenoot te zijn in het streven naar een menswaardiger wereld. Ikzelf geef daarom de voorkeur aan het woord solidariteit. Met die solidariteit nu, is het in humanistische kring slecht gesteld.

Degenen die het humanisme als cultuur-imperialisme zien, vinden misschien juist dat humanisten zich al te veel met anderen bezighouden, bijvoorbeeld via de wetgeving. En daar vinden we dan ook meteen een belangrijke verklaring voor het gebrek aan solidariteit onder humanisten. Vanaf het ontstaan van de internationale organisaties zoals de VN, UNESCO en WHO, hebben humanisten een belangrijke rol gespeeld bij het tot stand komen en versterken van internationale solidariteit gebaseerd op mensenrechten. Ook nu werkt de IHEU vooral op dat gebied. En daardoor is de humanistische invloed er vooral een van bovenaf geweest, en niet van onderop. Sommigen noemen dat ook wel het elitaire karakter van het humanisme. Ik heb er niets tegen dat van bovenaf gewerkt wordt, zolang het ook maar van onderop gebeurt.

Juist humanisten moeten ervoor waken dat mensen zelf in vrijheid kunnen kiezen. Dat betekent enerzijds dat er sociale, economische en juridische structuren geschapen worden die de zelfbeschikking bevorderen. Humanistische intermediaire structuren kunnen daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Maar het betekent anderzijds ook dat via onderwijs, hulpverlening en media mensen in hun dagelijkse leefwereld ook daadwerkelijk op het humanisme moeten kunnen terugvallen. En dat aanbod van praktisch humanisme ontbreekt vrijwel overal buiten Nederland.

Het humanisme kent geen zendelingen, en dat moeten we vooral zo houden. Maar willen we de kritiek van overmatig individualisme en gebrek aan solidariteit serieus nemen, dan zullen we samen met onze buitenlandse geestverwanten moeten werken aan de opbouw van praktisch humanisme. In 1992 wordt in Amsterdam op een wereldcongres het veertigjarig bestaan van de internationale humanistische beweging gevierd. Het mooiste geschenk dat wij onszelf, onze buitenlandse geestverwanten en onze critici kunnen geven is het daadwerkelijk bewijs dat het humanisme waar maakt waarvoor het staat.



  1. Zie voor een overzicht: Paul Kurtz, Building a World Community: Humanism in the 21st Century, Prometheus Books, Buffalo, 1989.
  2. Zie voor een internationaal overzicht: Rob Tielman, Humanistische emancipatiebewegingen, in: Paul Cliteur en Wim van Dooren (red.), Geschiedenis van het humanisme, Boom, Amsterdam, 1991, pp. 289-302.
  3. Zie voor een overzicht van deze discussie: Harry Kunneman. Humanisme, postmodernisme en het deskundologische regime, Utrecht, 1989.
  4. Zie bijvoorbeeld: Rob Tielman, Humanistische sociologie: een paradox als paradigma, Socrates, Utrecht, 1987. En: Rob Tielman, Is secularisatie vooruitgang?, in: Rekenschap 41 (1994) nr. 2, pp.82-89.
  5. Zie voor een kenmerkend voorbeeld in het Nederlands: Eddy Borms, Humanisme-kritiek in het hedendaagse Franse denken, Nijmegen, 1986.
  6. Zie voor een uitwerking van deze redenering: Rob Tielman, Voorontwerp Humanistisch Perspectief, HV, Utrecht, 1983.
  7. Zie voor West-Europa: André Hielkema (red., Welzijn zonder grenzen; sociaal-culturele aspecten van de Europese integratie, Amsterdam, 1990.
  8. Zie voor een overzicht: Hans Achterhuis, Van moeder aarde tot ruimteschip: humanisme en milieucrisis, Wageningen, 1990.
  9. Jaap van Praag, Grondslagen van humanisme, Boom, Amsterdam, 1978.
  10. Zie voor een uitwerking: Humanistisch Perspectief, HV, Utrecht, 1989.
  11. Emmy Jacobs (red.), De bio-maatschappij; een humanistische visie op de ethiek van het bio-medisch handelen, Amersfoort/Leuven, 1990.
  12. Belangrijke woordvoersters zijn Lucy Irigary en Celia Kitzinger.
  13. Rob Tielman, De Franse Revolutie en de humanistische beweging, in: Rekenschap, 36 1989, nr.1, pp.44-47.



Naschrift. Humanisme
Het meest gelezen humanistisch bericht is nu nummer 65 over Verhullende statistieken (de grootste stijger in deze groep). Vooral in Rusland was hier veel belangstelling voor: mogelijk vanwege de groeiende macht van de Russisch-orthodoxe kerk. Als tweede binnen dit thema eindigt nu nummer 24 over Pieter Admiraal (1929-2013) die wereldwijd een zeer belangrijke rol speelde in de strijd voor legalisering van vrijwillige euthanasie. Dit blogbericht wordt in deze groep gevolgd door mijn blogbericht 41 uit mijn humanistisch verleden over Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia, nummer 123 over IHEU & Engeland , het nummer 55 over Godsdienstwaanzin, nummer 119 over IHEU & de Verenigde Staten, nummer 103 over Solidariteit, 46 over Jaap van Praag, grondlegger van de humanistische beweging, 25 onder de titel Godgeklaagd! en 7 over KGB & CIA. Deze berichten zijn te vinden in mijn memoires ('Humanisme als zelfbeschikking') die 2016 als boek verschenen.


Naschrift. Vlogberichten
Inmiddels zijn dertien vlogberichten verschenen:
1. Aanleiding memoires Rob Tielman, (het op twee na meest bekeken vlogbericht)
2. Boerkini's welkom op het naaktstrand, (het op een na meest bekeken vlogbericht)
3. Homo(zelf)haat,  
4. Tegen homoporno en voor homo-erotiek, (het meest bekeken vlogbericht)
5. Geweld en preutsheid in de VS,
6. Nederlandse en puriteinse tradities in de VS,
7. Frieslands 'iepen mienskip', (het meest bekeken Friese vlogbericht)
8. Friezen uitvinders poldermodel,
9. Atlas van Friesland,  
10. Homoseksualiteit en homocultuur, (het op drie na meest bekeken vlogbericht)
11. Internetdating homo's en beeldvorming,
12. Misverstanden rond Europese Unie en
13. Humanisme is niet het bestrijden van godsdienst.

zaterdag 4 mei 2019

292. Is Spanje in gevaar?

In deze serie over het overschatte gevaar van populisme in Europa bespreek ik met name de rol van die media die doen alsof er veel meer populisten zijn dan in werkelijkheid. Die onkritische rol van media is des te ernstiger omdat de mediavrijheid zelf in gevaar is door autoritaire leiders zoals bijv. Poetin, ErdoganXi en Trump. In onderstaand blogbericht schrijf ik over Spanje. In mijn zoektocht op internet naar de feiten valt het mij op dat de meeste media veel meer aandacht besteden aan de verwachte groei van één populistische partij dan aan de feitelijke uitslag van de verkiezingen waaruit blijkt dat in Spanje (zoals in de veel eerder besproken landen als Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, OostenrijkPolen, Hongarije, Italië, Griekenland en Zweden) deze uiterst homovijandige populisten vaak een kleine minderheid van de bevolking blijken te zijn. Media: let op!

Spaanse sociaal-democraten winnen veel meer, extreem rechts minder dan verwacht
Op 28 april 2019 vonden in Spanje landelijke verkiezingen plaats. Voorafgaand aan die verkiezingen werd in de meeste Nederlandse media aandacht gegeven aan de door hen verwachte grote groei van de rechts-extremistische en homovijandige partij VOX. Veel minder aandacht was er in de meeste Nederlandse media voor de min of meer definitieve uitslag. Daaruit bleek dat VOX slechts 10% van de stemmen haalde en nog minder, 24 van de 350, zetels. Waarmee de vooringenomenheid van veel media wederom aangetoond is.

De grote winnaar is de sociaaldemocratische PSOE met 29% van de stemmen de grootste partij met 123 zetels (was in 2016: 85 zetels). De voorheen grootste rechtse partij PP halveerde tot het laagste percentage ooit: 17% ofwel 66 zetels (was in 2016: 137 zetels).

Het rechtse blok haalde 125 van de 350 zetels. Het linkse blok 165 zetels. Om toch een meerderheid te vormen kan door de PSOE worden samengewerkt met kleinere partijen. Uitgangspunt daarvoor is een pro-EU-politiek en respect voor de regionale autonomie.

Nederlandse publieke omroep vooringenomen jegens sociaal-democraten
Het was mij al vaker opgevallen dat sinds de opkomst van Pim Fortuyn extreemrechtse politici met fluwelen handschoentjes aan worden benaderd (zoals Baudet bij Jinek) terwijl PvdA-politici de volle laag krijgen en amper kunnen uitspreken in agressieve interviews (zoals Asscher door Matroos). Op de verkiezingsavond ging 'Nieuwzuur' wederom in de fout door verbaasd te vragen hoe de PSOE in Spanje kon winnen terwijl in de rest van de Europa de sociaaldemocraten overal zouden verliezen. Dat is onjuist voor de EU waar nog altijd sociaaldemocraten in de meerderheid van de regeringen zitten en nu een kwart van de EU-premiers leveren. Maar ook onjuist voor Nederland omdat voor de PvdA sprake is van een stijgende lijn in de laatste verkiezingen waar geen aandacht voor was (bericht 287).

Er wordt in Nederland erg veel geklaagd over media die "te links" zouden zijn. De echte eenzijdigheid is niet dat zij te links zijn maar dat zij linkse politici veel harder aanpakken dan extreem-rechtse uit angst om voor links te worden versleten. Er wordt ook heel veel geklaagd over het Nederlandse omroepstelsel dat het o.a. mogelijk maakt om lid te worden van omroepverenigingen. Dankzij dat stelsel weten we dat rechtse omroepen heel weinig leden hebben en bovendien weinig kijkers trekken. Misschien zouden Nederlandse media wat meer aandacht kunnen besteden aan sociaalwetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt hoe gelukkig de meeste Nederlanders zijn en wat minder aan klagers die beweren "het volk" te vertegenwoordigen. Want goed nieuws is ook nieuws. Meer klaagschaamte graag!


Naschrift.
Op 2 juni 2019 heeft Finland een nieuwe regering onder leiding van een sociaal-democratische premier. Dit bericht kreeg nauwelijks aandacht in Nederlandse media. Op 10 november 2019 kregen de sociaaldemocraten in Spanje wederom verreweg de meeste stemmen. Op 7 januari 2020 geeft het Spaanse parlement aan de sociaaldemocraat Sánchez de bevoegdheid om als premier een linkse coalitieregering te vormen.


Naschrift. Mediakritiek
Het best bekeken in deze serie is nummer 226 over Terugblik op 2017: populismegolf gestopt (de grootste stijger in mijn blog). Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 80 over de World Press Photo 2014, het nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning!, nummer 74 over Valse nichten, nummer 186 Populismegolf gestopt in Nederland, nummer 34 over Vijf misverstanden over democratie, nummer 144 over de vraag: Is homo-nieuws geen nieuws? (1), nr. 184 over CDA-aanval op zelfbeschikking (1), bericht nummer 4 over Levensgevaarlijke preutsheid en nummer 63 over Mediamissers.


Naschrift. Blog- en vlogberichten over Europese Unie
Eerder schreef en sprak ik over de Europese Unie in de berichten nummer 43, Europese Unie, voors en tegens, daarna blogbericht nummer 155, Onzin over de Europese Unie, gevolgd door blogbericht nummer 201, Misverstanden rond Europese Unie: twaalfde vlog, blogbericht nummer 228, Populismepreventie in Europese Unie, blogbericht nummer 252, Is de Europese Unie in gevaar?, blogbericht nummer 253, Is Polen in gevaar?, bericht nummer 254, Is Hongarije in gevaar? en blogbericht 255, Is Italië in gevaar? Niet dus.


Naschrift. Zie verder in deze serie: Nederland, Frankrijk, Duitsland, OostenrijkPolen, Hongarije, Italië, Griekenland en Zweden.


Naschrift. Vlogberichten
Inmiddels zijn dertien vlogberichten verschenen:
1. Aanleiding memoires Rob Tielman, (het op twee na meest bekeken vlogbericht)
2. Boerkini's welkom op het naaktstrand, (het op een na meest bekeken vlogbericht)
3. Homo(zelf)haat,  
4. Tegen homoporno en voor homo-erotiek, (het meest bekeken vlogbericht)
5. Geweld en preutsheid in de VS,
6. Nederlandse en puriteinse tradities in de VS,
7. Frieslands 'iepen mienskip', (het meest bekeken Friese vlogbericht)
8. Friezen uitvinders poldermodel,
9. Atlas van Friesland,  
10. Homoseksualiteit en homocultuur, (het op drie na meest bekeken vlogbericht)
11. Internetdating homo's en beeldvorming,
12. Misverstanden rond Europese Unie en
13. Humanisme is niet het bestrijden van godsdienst.

zaterdag 27 april 2019

291. Nederlandse provincieverkiezingen (6)

Op 20 maart 2019 werden in Nederland verkiezingen gehouden voor de provincies die op hun beurt op 27 mei 2019 de senaat zullen kiezen. In veel media is de indruk gewekt dat populisten in Nederland veel machtiger geworden zouden zijn. In blogbericht 286 besprak ik wat er aan populismepreventie verbeterd kan worden. In blogbericht 287 liet ik zien dat er in Nederland geen sprake is van een grote populismegroei als je naar de feiten kijkt. In mijn blogbericht 288 besprak ik onderzoek waaruit blijkt dat men tegenstellingen groter inschat dan zij in werkelijkheid zijn. Die overschatting komt hoofdzakelijk door (a)sociale media. In blogbericht 289 besprak ik anti-EU-standpunten van Nederlandse populisten. In blogbericht 290 liet ik zien hoe antidemocratisch het Forum voor Democratie (FvD) is. In onderstaand blogbericht toon ik aan dat FvD-voorman Baudet de partij naar rechts trekt.

"Baudet trekt de partij te veel naar rechts"
In het NRC Handelsblad van 20/21 april 2019 staat een onthullend vraaggesprek met de mede-oprichter van FvD Henk Otten. De onderstaande citaten komen in chronologische volgorde uit dat artikel met de kop: "Baudet trekt de partij te veel naar rechts". Otten is vanaf juni de beoogde fractievoorzitter in de senaat van de FvD , die daar de grootste zou kunnen worden. Over de ondergangsgedachte van de westerse beschaving van Baudet zegt hij: "Ik houd niet zo van emotionele taferelen". "Ik probeer er van alles aan te doen dat we niet ten onder gaan. Laten we vooral de handen uit de mouwen steken". Over de ideale witte (zogenaamd 'boreale') wereld van Baudet zegt hij kortaf: "Ik heb niks met rassen".

Over Baudet's 21 minuten lange overwinningstoespraak: "Ik vind: bewaar zo'n verhaal voor een lezing. Doe dit niet als heel Nederland bezig is met de uitslag. Ik zou alle lijsttrekkers uit de provincies op het podium hebben gehaald. Achteraf heb ik tegen hem gezegd: je had het succes meer moeten delen." Otten zegt zich Baudet's reactie niet meer te herinneren.

Baudet is voor een Nexit, Otten is daar tegen: "Ik wil economische samenwerking, zoals in de jaren tachtig en negentig. Dat ging heel goed. Maar het ligt in onze partij verdeeld".

Otten is er sterk tegen dat Baudet steeds over het christendom begon: "Ik zei: dan kap ik ermee(...) ik wil politiek los zien van geloof. (...) Ik zei: nu moet je niet de kant op gaan van de ChristenUnie en de SGP. Dat zie ik niet zitten en onze kiezers ook niet."(RT: Klopt).

Otten is ook tegen een meldpunt voor 'linkse indoctrinatie' in het onderwijs: "Dat vind ik een misser. Dat heeft toch iets van een kliklijn. Ik was er niet bij betrokken, het kwam van ons wetenschappelijk instituut. Er is een reëel probleem. Maar dat klik- klaaggedoe vind ik niet de manier om het te veranderen." (RT: Een democraat is tegen iedere indoctrinatie).

"Baudet moet onze mensen niet nodeloos in de wind zetten. Het is misschien leuk om een gewaagde uitspraak te doen, maar we zijn nu een grote partij. Hij gaat over zijn eigen woorden, maar woorden hebben consequenties. Je hebt verantwoordelijkheid voor andere mensen. Het is de vraag of je een politieke partij moet gebruiken als vehikel voor academische debatten die je zelf leuk vindt. Ik vind van niet". Hij raadt Baudet dat af.

Teksten van Baudet zitten vol van extreemrechtse 'hondenfluitjes': signalen die niet herkend worden door de meeste mensen maar wel door extreemrechts. Denk b.v. aan 'homeopatische verdunning van onze boreale cultuur', 'veranderingen in het ons huidig straatbeeld', 'puinhopen van de mooiste cultuur ooit', 'ongeremde immigratie', 'bestuurders, wetenschappers, journalisten en kunstenaars als vijanden van het volk': volgens sommige tegenstanders van Baudet verhullende oproepen tot haat jegens andersdenkenden en mensen met een andere huidskleur of godsdienst. Allemaal in strijd met onze grondwet.

Otten zegt daarover: "NRC had een intelligent stuk van Melvin Schut. Hij zegt: je trekt in feite de partij naar rechts en dan verlies je verbinding met het centrum. Dat was mijn analyse ook. Je trekt de partij met een ruk de kant op waar je volgens mij niet moet zijn."

Otten legt de vinger op een zere plek. Een Forum dat zegt voor democratie te zijn, moet voor zelfbeschikking in gelijkwaardigheid zijn en niet voor een leider die namens 'het volk' pretendeert te kunnen bepalen wie of wat 'eigen' is aan Nederland en andersdenkende bestuurders, wetenschappers, journalisten en kunstenaars ziet als 'vijanden van het volk'.

Op 23 april 2019 zegt Baudet "verrast" te zijn door de kritiek van partijgenoot Otten maar gaat niet inhoudelijk in op de argumenten van de beoogde FvD-senaatsfractievoorzitter. Otten trekt zich terug als penningmeester van de partij. Op 24 april 2019 maakt Baudet bekend dat Otten verzocht is af te treden als medewerker van de Tweede Kamer-fractie. Op 25 april 2019 maakt het FvD-partijbestuur bekend dat Otten verzocht is om ook zijn bestuurszetel op te geven wegens een "greep uit de kas". Otten vertrekt uit partijbestuur, heeft de omstreden ruim €30.000,- teruggestort en noemt het een  "karaktermoord".


Naschrift.
Op 29 april 2019 meldt Forum voor Democratie dat mede-oprichter Otten niet langer de beoogde fractievoorzitter voor de senaat is. Paul Cliteur neemt die positie over. Otten deelde desgevraagd mee zich niet terug te trekken als kandidaat-lid voor de senaat. Op 4 mei 2019 maakt Paul Cliteur bekend dat hij geen FvD-fractievoorzitter wil worden in de senaat. Op 15 mei 2019 werd bekend dat een met Otten bevriend Statenlid uit de FvD-fractie van Noord-Holland is gezet. Op 4 juni 2019 wordt bekend dat Paul Cliteut toch voorzitter wordt van de FvD-senaatsfractie die inmiddels niet meer als enige de grootste fractie is, hetgeen de kans op een voorzitterschap van de senaat verkleint. Op 24 juli 2019 wordt Otten uit de partij en de fractie gezet. Hij blijft lid van de senaat en besluit op 25 juli 2016 aangifte te doen tegen Baudet wegens smaad. Op 19 augustus 2019 besluit Otten om een nieuwe partij op te richten en twee FvD-senatoren gaan met hem mee. Op 23 augustus 2019 stapt een FvD-Statenlid in Flevoland over naar de nieuwe partij van Otten. Op 1 september 2019 gebeurt hetzelfde in Zuid-Holland waar de FvD niet meer de grootste partij is.


Naschrift. Verkiezingen in Nederland
Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179: Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180: Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181: De anti-elite-paradox, nummer 182: 'De kloof' bestaat niet in Nederland, nummer 183: "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184: CDA-aanval op zelfbeschikking (veel gelezen).

Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186: Populismegolf gestopt in Nederland (dit bericht is hiervan het meest gelezen), 187: Regeringsvorming in Nederland (1) over het belang van het oeroude poldermodel, 188: Regeringsvorming in Nederland (2) over het divagedrag van kiezers, 189: Regeringsvorming in Nederland (3) over het consumentengedrag van kiezers, 190: Regeringsvorming in Nederland (4) over het links/progressieve misverstand, 191: Regeringsvorming in Nederland (5) over het belang van samenwerkingsstrategieën, 192: Regeringsvorming in Nederland (6) over het belang van het maatschappelijk middenveld, en als laatste blogbericht in deze serie nummer 199: Regeringsvorming in Nederland (7) over de duur van de kabinetsformatie.

Hierna volgde een nieuwe serie over de staat van Nederland met blogbericht 211, Is de gekozen burgemeester ondemocratisch?, bericht 212, CDA-aanval op zelfbeschikking (2), blogbericht 226, Terugblik op 2017: populismegolf gestopt (het best bekeken in 2017 en 2018), blogbericht 227, Populismepreventie in Nederland, bericht 233, Referendum: aanval op democratie (1), bericht 234, Red de benoemde burgemeester!, blogbericht 235, Wat te doen met het "sleepwet"-referendum?, blogbericht 236, Verkiezingen van 21 maart 2018 hoopgevend, blogbericht 238, Nederlanders worden optimistischer!, blogbericht 265, Referendum: aanval op democratie (2), bericht 273, Homo/lesbische (on)veiligheid in Nederland, blogbericht 275, Staatscommissie parlementair stelsel Nederland, blogbericht 276, Nederland ontkerkelijkt snel, en blogbericht 277, De fabel van de gele hesjes & klaagschaamte (het begrip klaagschaamte heeft Google bereikt!).


Naschrift. Vlogberichten
Inmiddels zijn dertien vlogberichten verschenen:
1. Aanleiding memoires Rob Tielman, (het op twee na meest bekeken vlogbericht)
2. Boerkini's welkom op het naaktstrand, (het op een na meest bekeken vlogbericht)
3. Homo(zelf)haat,  
4. Tegen homoporno en voor homo-erotiek, (het meest bekeken vlogbericht)
5. Geweld en preutsheid in de VS,
6. Nederlandse en puriteinse tradities in de VS,
7. Frieslands 'iepen mienskip', (het meest bekeken Friese vlogbericht)
8. Friezen uitvinders poldermodel,
9. Atlas van Friesland,  
10. Homoseksualiteit en homocultuur, (het op drie na meest bekeken vlogbericht)
11. Internetdating homo's en beeldvorming,
12. Misverstanden rond Europese Unie en
13. Humanisme is niet het bestrijden van godsdienst.




zaterdag 20 april 2019

290. Nederlandse provincieverkiezingen (5)

Op 20 maart 2019 werden in Nederland verkiezingen gehouden voor de provincies die op hun beurt op 27 mei 2019 de senaat zullen kiezen. In veel media is de indruk gewekt dat populisten in Nederland veel machtiger geworden zouden zijn. In blogbericht 286 besprak ik wat er aan populismepreventie verbeterd kan worden. In blogbericht 287 liet ik zien dat er in Nederland geen sprake is van een grote populismegroei als je naar de feiten kijkt. In mijn blogbericht 288 besprak ik onderzoek waaruit blijkt dat men tegenstellingen groter inschat dan zij in werkelijkheid zijn. Die overschatting komt hoofdzakelijk door (a)sociale media. In blogbericht 289 besprak ik anti-EU-standpunten van Nederlandse populisten. In onderstaand blogbericht laat ik zien hoe antidemocratisch het Forum voor Democratie is.

Dictatuur van een meerderheid (of zelfs minderheid) is niet democratisch
Het Forum voor Democratie (FvD) doet alsof het een partij voor democratie is. Het FvD is voorstander van een bindend referendum en een gekozen burgemeester, commissaris van een provincie en premier. Dat is echter veel minder democratisch dan het lijkt omdat het uitgaat van het misverstand dat een dictatuur van een meerderheid (of een minderheid van de stemgerechtigden) democratisch zou zijn. Echte democratie is echter een rechtstaat die uitgaat van het beginsel dat alle mensen zelf zin en vorm mogen geven aan het eigen leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van andersdenkenden niet aantasten. Oordeel zelf.

Referendum is een aanval op democratie
Het FvD is voortgekomen uit de actiegroep achter het beruchte Oekraïne-referendum uit 2016. Door een opkomst van iets meer dan de drempel van 30% kon een minderheid van rond 20% van de stemgerechtigden net doen als zij "het volk" vertegenwoordigden. Iets soortgelijks gebeurde met het nog schadelijker Brexit-referendum datzelfde jaar in het Verenigd Koninkrijk. Referenda blijken door de simpele zwart-wit tegenstelling gekaapt te worden door feitenvrije manipulatie waardoor tegenstellingen in de bevolking vergroot in plaats van verkleind worden. Gemanipuleerde kiezers stemmen tegen hun eigen belangen.

Gekozen burgemeester, provinciecommissaris en premier zijn niet democratisch
Het lijkt heel democratisch: de gekozen burgemeester, provinciecommissaris en premier. Maar dat is het in Nederland niet. Want in de Nederlandse grondwet is het hoogste gezag in de gemeente de gemeenteraad, in de provincie de Provinciale Staten en in het hele land de Eerste en Tweede Kamer. Die volksvertegenwoordigingen zijn heel democratisch omdat minderheden daarin ook vertegenwoordigd zijn. Een rechtstreeks gekozen topbestuurder wordt een tweede kapitein op het schip die kan gaan denken dat hij/zij in zijn/haar eentje "het volk" vertegenwoordigt. Minderheden negerende bestuurders zoals Poetin, Erdogan en Trump misbruiken vrije democratie van velen voor autoritair leiderschap van enkelingen.

Forum voor Democratie heeft nauwelijks interne partijdemocratie
FvD noemt de bestaande politieke partijen een partijkartel en doet net alsof het één pot nat is. In werkelijkheid valt er heel veel te kiezen. Dat geldt niet voor het FvD waar de interne democratie zeer ingeperkt is, afdelingen geen macht meer hebben en de machtige top nauwelijks af te zetten is. Ofwel: zo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Door het gedurig klagen over een vermeend partijkartel verhult het zelf een kartelpartij te zijn.



Naschrift. Verkiezingen in Nederland
Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179: Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180: Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181: De anti-elite-paradox, nummer 182: 'De kloof' bestaat niet in Nederland, nummer 183: "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184: CDA-aanval op zelfbeschikking (veel gelezen).

Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186: Populismegolf gestopt in Nederland (dit bericht is hiervan het meest gelezen), 187: Regeringsvorming in Nederland (1) over het belang van het oeroude poldermodel, 188: Regeringsvorming in Nederland (2) over het divagedrag van kiezers, 189: Regeringsvorming in Nederland (3) over het consumentengedrag van kiezers, 190: Regeringsvorming in Nederland (4) over het links/progressieve misverstand, 191: Regeringsvorming in Nederland (5) over het belang van samenwerkingsstrategieën, 192: Regeringsvorming in Nederland (6) over het belang van het maatschappelijk middenveld, en als laatste blogbericht in deze serie nummer 199: Regeringsvorming in Nederland (7) over de duur van de kabinetsformatie.

Hierna volgde een nieuwe serie over de staat van Nederland met blogbericht 211, Is de gekozen burgemeester ondemocratisch?, bericht 212, CDA-aanval op zelfbeschikking (2), blogbericht 226, Terugblik op 2017: populismegolf gestopt (het best bekeken in 2017 en 2018), blogbericht 227, Populismepreventie in Nederland, bericht 233, Referendum: aanval op democratie (1), bericht 234, Red de benoemde burgemeester!, blogbericht 235, Wat te doen met het "sleepwet"-referendum?, blogbericht 236, Verkiezingen van 21 maart 2018 hoopgevend, blogbericht 238, Nederlanders worden optimistischer!, blogbericht 265, Referendum: aanval op democratie (2), bericht 273, Homo/lesbische (on)veiligheid in Nederland, blogbericht 275, Staatscommissie parlementair stelsel Nederland, blogbericht 276, Nederland ontkerkelijkt snel, en blogbericht 277, De fabel van de gele hesjes & klaagschaamte (het begrip klaagschaamte heeft Google bereikt!).


Naschrift. Vlogberichten
Inmiddels zijn dertien vlogberichten verschenen:
1. Aanleiding memoires Rob Tielman, (het op twee na meest bekeken vlogbericht)
2. Boerkini's welkom op het naaktstrand, (het op een na meest bekeken vlogbericht)
3. Homo(zelf)haat,  
4. Tegen homoporno en voor homo-erotiek, (het meest bekeken vlogbericht)
5. Geweld en preutsheid in de VS,
6. Nederlandse en puriteinse tradities in de VS,
7. Frieslands 'iepen mienskip', (het meest bekeken Friese vlogbericht)
8. Friezen uitvinders poldermodel,
9. Atlas van Friesland,  
10. Homoseksualiteit en homocultuur, (het op drie na meest bekeken vlogbericht)
11. Internetdating homo's en beeldvorming,
12. Misverstanden rond Europese Unie en
13. Humanisme is niet het bestrijden van godsdienst.