zaterdag 4 oktober 2014

62. Geschiedvervalsing

In het dagblad Trouw van 22 september 2014 staat een artikel van Bert van den Braak van het Parlementair Documentatie Centrum, het Montesquieu Instituut Den Haag. De titel luidt: "De migrantenstroom kwam niet van links". De meeste media hebben ons de laatste vijftien jaar doen geloven dat de toestroom van Marokkanen en Turken te wijten was aan de zogenaamde "linkse kerk". Het tegendeel blijkt het geval. Hieronder enkele zinnen uit het aangehaalde artikel.

De migrantenstroom kwam van centrum-rechts

"De problematiek van arbeidsmigratie, gezinshereniging en integratie begon begin jaren zestig, toen het bedrijfsleven vroeg om instroom van goedkope arbeidskrachten. In 1969, ten tijde van het centrum-rechtse kabinet-De Jong, kwamen wervingsovereenkomsten tot stand met Marokko en Tunesië. Juist door partijen ter linkerzijde werd toen gewezen op het gevaar van verdringing op de arbeidsmarkt."

"In 1983 verscheen een notitie over gezinshereniging van CDA'er Korte-Van Hemel, staatssecretaris van justitie in de jaren 1982-1989. Kernpunt was dat het recht op gezinshereniging én het recht op toelating van huwelijkspartners van gastarbeiders werd erkend. De VVD liet bij de behandeling van die notitie bij monde van Kamerlid Jan-Kees Wiebinga weten zich in het beleid van de staatssecretaris te kunnen vinden."  

Wat leert ons dit? Dat de migrantenstroom niet door links maar door centrum-rechts veroorzaakt werd. En het leert ons dat wij veel te gevoelig zijn voor mediamanipulatie. Gelukkig wordt er door steeds meer media tijd besteed en aandacht gegeven aan het toetsen van feiten.

Wetenschappelijke bijdrage van islamitische geleerden wordt overdreven

Zo opent het dagblad Trouw op 29 september met de kop: "Islamexpositie doet aan geschiedvervalsing". Het artikel van Marije van Beek en Wilfred van de Poll bespreekt de tentoonstelling '1001 inventions' in Rotterdam die gaat over de moslimbeschaving tussen de zevende en de zeventiende eeuw. Die "wemelt van de fouten" zeggen wetenschappers. Hieronder enkele zinnen uit het aangehaalde artikel.

"Dat moslimgeleerden hebben bijgedragen aan wetenschap is een feit, en het is belangrijk om daar meer aandacht op te vestigen. Maar zij verdienen ons respect voor het werk dat zij deden, niet voor sprookjes over wat zij niet deden."

"Bezoekers krijgen een lange rij losstaande 'feiten' te zien, maar historische verbanden worden niet of nauwelijks uitgediept. Men suggereert dat de islam de wetenschap heeft aangewakkerd, maar dat kun je niet zomaar zeggen. Dat hele wij-waren-eerst-narratief (verhaal, RT) klopt niet."

In het artikel worden enkele voorbeelden van deze 'sprookjes' gegeven. Dat islamieten de eerste vliegtuigen zouden hebben gebouwd, dat zij de bloedsomloop zouden hebben ontdekt, dat zij de eerste camera en de eerste klok zouden hebben gebouwd en dat er islamitische vrouwen onder de toenmalige wetenschappers waren. 

Het verzwijgen van de homovervolging voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog

Ikzelf heb tijdens mijn hele werkzame leven gestreden tegen het verdonkeremanen van de homovervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik kwam eind jaren zestig op dit spoor dankzij de redacteur van Vrij Nederland Jan Rogier. Hij vertelde mij over de advocate Lau Mazirel die voor, tijdens en na de oorlog veel vervolgde homoseksuelen juridisch heeft bijgestaan. Zij vertelde hem daar veel over en hij gaf mij die informatie door. Hij heeft verwoede pogingen gedaan om haar archieven te redden maar helaas zijn deze spoorloos verdwenen.

Ten behoeve van mijn proefschrift "Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging" (Amsterdam 1982) deed ik vele oproepen om homoseksuele vervolgingsslachtoffers te kunnen interviewen.  Het bleek heel moeilijk om homo's te vinden die bereid waren om hun verhaal te vertellen, zo groot was het trauma. Wel kon ik mij een beeld vormen van de homovervolging en heb die beschreven in hoofdstuk 10 over de Tweede Wereldoorlog (blz.128-138). Uiteindelijk heeft dit op 11 juni 1986 geleid tot de erkenning van homoseksualiteit als vervolgingsgrond in het kader van de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers van 1 januari 1973. Judith Schuyf heeft de moeizame weg naar erkenning goed beschreven in haar boek "Levenslang" (Amsterdam 2003). Zij vormde samen met Klaus Müller de redactie van een boek over homoseksualiteit en verzet tijdens de oorlog: "Het begint met nee zeggen" (Amsterdam 2006). En Klaus Müller was redacteur van het standaardwerk "Doodgeslagen, doodgezwegen. Vervolging van homoseksuelen door het nazi-regime 1933-1945" (Amsterdam 2005.

Het meest opvallend vind ik het jarenlang stelselmatig ontkennen van de homovervolging door de toenmalige  'rijksgeschiedschrijver' Loe de Jong en het door hem geleide RIOD (Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, nu het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) in Amsterdam. Een deel van die weerstand is te herleiden tot de misvatting dat homo's geen vervolgden maar vervolgers zouden zijn geweest. Ik werd mij daarvan bewust door mijn toenmalige hoogleraar Piet Thoenes toen hij mij vertelde over zijn ervaringen in concentratiekamp Dachau. Ik schreef daarover in blogbericht 41: "Als jonge homo wist ik niets van homoseksualiteit in de Duitse kampen. Eind jaren zestig kreeg ik pas te horen over de vervolging van homo's die als dragers van de roze driehoeken tot het uitschot in de kampen behoorden en vrijwel niet overleefden. Van Piet Thoenes hoorde ik voor het eerst hoe de anti-homopolitiek van de nazi's nauw samenhing met (homo)seksueel misbruik in de mannenkampen. Net zoals dat nu gebeurt in het Rusland van Poetin. Toch was Thoenes niet homovijandig, integendeel. Hij was degene die mij aanraadde om niet te promoveren op de taalstrijd in Vlaanderen maar op de geschiedenis van de homoseksualiteit in Nederland omdat de kennisachterstand daarover veel groter was."

En nu maar hopen dat iemand gaat onderzoeken hoe het jarenlang stelselmatig ontkennen van de homovervolging in Nederland door Loe de Jong en RIOD/NIOD verklaard kan worden!

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.



Een lezer stuurde mij een voorbeeld over Alexander de Grote. Ofwel: hoe hedendaagse Grieken de 'Griekse beginselen' trachten te verdoezelen.

Een artikel over de homovervolging door Peter Tatchell .

zaterdag 27 september 2014

61. Racisme?

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan hield op 21 september 2014 de 25ste Abel Herzberglezing. Zijn pleidooi voor wederzijdse verdraagzaamheid werd ook geplaatst in het dagblad Trouw van 22 september 2014 onder de kop "Begrip voor elkaars leed". Omdat ik in het verleden enkele malen ben beschuldigd van 'racisme' ben ik zeer benieuwd welk leed achter die beschuldigingen schuil gaat.

1. Levensgevaarlijke preutsheid
Dit voorbeeld komt uit blogbericht 4 waar ik schrijf over mijn ervaring als adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
"In 1989 nam ik in Brazzaville in het het WHO-regiokantoor voor Afrika ten zuiden van de Sahara deel aan een WHO conferentie over de verspreiding van hiv/aids. Amerikaanse onderzoekers stelden op grond van hun onderzoek onder Afrikaanse vrouwen dat zij veel vaker aids hadden dan westerse vrouwen. Hun hypothese was dat vagina's van Afrikaanse vrouwen veel kwetsbaarder zouden zijn voor hiv-infecties. 
In de discussie bracht ik zo diplomatiek mogelijk mijn kritiek. Het onderzoek werd gedaan door blanke Amerikaanse mannen en dat verhoogt de betrouwbaarheid van de antwoorden van zwarte Afrikaanse vrouwen niet. Verder werd genegeerd dat veel antropologisch onderzoek in Afrika had aangetoond dat soms heteroseksuele contacten anaal waren als voorbehoedsmiddel of als middel om het maagdenvlies niet te breken. Bekend was toen al dat de anus van zowel mannen als vrouwen veel kwetsbaarder was voor infectie dan de vagina.
De verwijzing naar anale seks ging als een schok door de volle zaal. Inderdaad: 'obsceen taalgebruik' en zelfs 'rassendiscriminatie'. Ik hield staande dat wetenschappers de feiten bij hun naam moesten noemen omdat er anders onnodig vele doden zouden vallen door levensgevaarlijke preutsheid. De Amerikaanse onderzoekers waren ervan uitgegaan dat anale seks alleen bij homomannen zou voorkomen. Ook in Nederland leeft dat vooroordeel nog steeds. Over discriminatie gesproken!"


Welk leed gaat hierachter schuil? Het waren vooral Engelse koloniale zedenmeesters die deze levensgevaarlijke preutsheid in grote delen van Afrika oplegden. Dat zelfde gebeurt nu met de hetze die door Amerikaanse evangelisten tegen Afrikaanse homoseksuelen wordt gevoerd. In plaats van wetenschappelijk bewezen feiten over seksueel gedrag als Westers racisme te verwerpen zouden Afrikanen het juk van levensgevaarlijke preutsheid moeten afwerpen en het mensenrecht op seksuele diversiteit weer moeten ontdekken in hun eigen Afrikaanse geschiedenis.

2. Omgekeerd racisme
Dit voorbeeld komt uit blogbericht 17 waarin ik beschreef wat ik begin jaren negentig heb "meegemaakt tijdens een rechtstreeks uitgezonden televisiedebat in de VS over het Nederlandse aids-beleid. Ik werd toen door een 'Afro-American' politicus voor een 'racist' uitgescholden vanwege onze 'needle exchange policy': het beleid om schone naalden te verstrekken aan spuitende gebruikers van drugs. Dat beleid is heel doelmatig gebleken om verspreiding van hiv te voorkomen. In veel landen heeft het verbod daarop tot een dramatische verspreiding van aids geleid. Zijn (op de toestand in de VS gebaseerde) veronderstelling was dat het vooral zwarten zouden zijn die in Nederland drugs spoten, hetgeen niet het geval is, en dat het inwisselen van besmette voor schone naalden het drugsgebruik zou bevorderen, hetgeen evenmin klopt."

Het tragische van dit voorbeeld is dat degene die mij van racisme beschuldigde daar zelf het slachtoffer van was. Zijn vooroordelen over zwart drugsgebruik en misbruik van schone naalden leidden tot het vooroordeel dat ik als blanke Nederlander bewust zwarten zou willen benadelen. Deze ervaring heeft er toe geleid dat ik niet in de verdediging schiet als iemand mij van racisme beschuldigt. Ik ga dan eerst na of de betrokkene zelf racistisch denkt en handelt. Wie het hardst 'racisme!' roept, maakt zich daar waarschijnlijk zelf schuldig aan.

3. Islam is geen ras
In 2001 riep imam El Moumni in Rotterdam de vreselijkste dingen over homoseksualiteit. Ik heb mij toen samen met anderen ingezet om tot open dialogen te komen tussen moslims,  homoseksuelen en humanisten. Deze vele gesprekken hebben er mede toe geleid dat in Nederland homoseksualiteit onder moslims meer bespreekbaar is geworden dan elders vaak het geval is. Belangrijk was dat ik kon aantonen dat de koran homoseksualiteit niet verbiedt. Net zo min als het autorijden door vrouwen, en een heleboel andere dingen trouwens.

In die gesprekken viel het mij op dat mijn kritiek op islamitisch genoemde verschijnselen soms racisme werd genoemd. Islam is een godsdienst en geen ras. Het is in niemands belang als het begrip racisme zodanig wordt opgerekt dat er bijna alles onder valt waardoor het een leeg begrip wordt. Wetenschappelijk onderbouwde kritiek kan nimmer gelden als onterecht onderscheid op grond van afkomst of huidskleur. Mijn statistisch onderbouwde bewijzen dat er geen miljoen islamieten in Nederland wonen, zijn dus geen uitingen van racisme.

Ik kan mij best voorstellen dat sommige islamieten zich achtergesteld voelen in Nederland. Een eeuw geleden werden de homo/lesbische en de ongodsdienstige minderheden nog veel meer achtergesteld. Hun posities zijn mede dankzij emancipatiebewegingen als COC en HV aanzienlijk verbeterd. Als humanistische homo ben ik een ervaringsdeskundige. Ik bood mijn diensten aan om de islamitische minderheid te helpen om de negatieve beeldvorming aan te pakken. Van dat aanbod is geen gebruik gemaakt. De beeldvorming rond islam is er niet beter op geworden. 


4. Zwartepieten
In  blogbericht 19 schreef ik op 9 november 2013: "Ik wil niet zwartepieten maar het is wel opvallend dat een hoogleraar mensenrechten uit Jamaica onlangs Nederland beschuldigde van terugkeer naar de slavernij vanwege een traditioneel kinderfeestje maar die, voor zover ik kon nagaan, nog nooit geprotesteerd heeft tegen de moorddadige aanvallen op homo's op haar eigen eiland." Sterker nog: het vermoorden van homo's op Jamaica gaat volgens een oktober 2014 verschenen rapport van Human Rights Watch op grote schaal door!

Het kan aan mij liggen maar in mijn jeugd had ik begrepen dat Piet zwart was geworden door het roet uit de schoorsteen. Wij leefden in de jaren veertig en vijftig nog in het tijdperk van de kolenkachels dus ik kon mij dat toen goed voorstellen. De eerste zwarte man in Nederland zag ik eind jaren vijftig in het televisieprogramma Pension Hommeles in de persoon van Donald Jones. Ik geloofde toen al lang niet meer in Sinterklaas en onze zwart gemaakte tante Marijke leek in de verste verte niet op Donald Jones. Maar kennelijk is mij iets ontgaan als we nu van slavernij en racisme worden beschuldigd. Welk leed zit hier achter?

Ik heb mij altijd geërgerd als heteromannen een nichterige homo probeerden na te doen. Toch heb ik nooit de behoefte gevoeld om naar de rechter te stappen ten einde het te doen verbieden. Eeuwenlange homovervolging heeft mij er toe gebracht om er een nog altijd gelezen proefschrift over te schrijven: Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging. Maar ik ben nooit op de gedachte gekomen om een grote schadevergoeding te eisen van de Nederlandse staat vanwege bijvoorbeeld de gruwelijke 'sodomietenvervolging' rond 1730-1731. Al geef ik toe dat ik vereerd was om in 1999 op het Domplein in Utrecht een gedenksteen te mogen onthullen. Daar waren die vervolgingen namelijk ooit begonnen.

Hoe lang mag men leed koesteren? Wat mij betreft voor altijd. Ook heb ik er alle begrip voor dat Friezen bij mij in de buurt op it Reaklif de Slach by Warns van 26 september 1345 herdenken. Door de overwinning op de Hollanders konden de Friese taal en cultuur worden veilig gesteld. De Friezen in Noord-Holland en de Groningse Ommelanden werden wel de Friese taal en cultuur ontnomen maar tot nu toe heb ik aldaar weinig vernomen van een streven naar schadevergoeding daarvoor. En wat zou Spanje ons moeten betalen voor de Tachtigjarige Oorlog? Of omgekeerd...

Mij verbaast nog het meest dat sommigen zich drukker maken over de vroegere slavernij dan over de hedendaagse slavernij in veel Arabische staten. Want daar valt nu nog wat aan te doen. En over discriminatie op grond van afkomst of huidskleur gesproken: ik heb mij als Nederlander nog nooit zo gediscrimineerd gevoeld als op mijn vele bezoeken aan het eiland Curaçao dat (dit voor mijn buitenlandse lezers) deel uit maakt van ons aller Koninkrijk der Nederlanden. Misschien reden voor een rechtszaak wegens discriminatie en een eis tot schadevergoeding?




Ik ontving het volgende bericht: "Namens burgemeester Van der Laan wil ik u van harte bedanken voor uw e-mail van 27 september jl, waarin u reageert op de Abel Herzberglezing. Het is goed te lezen dat u daardoor geïnspireerd raakt voor uw blog. 
Met vriendelijke groet, 
Karin van der Wansem
Chef kabinet Burgemeester Van der Laan"

Op 12 november 2014 wordt de burgemeester van Amsterdam door de Raad van State in het gelijk gesteld dat hij Zwarte Piet niet hoeft te toetsen op vermeend racisme.

Discriminatie op grond van afkomst werkt soms heel anders dan men denkt: de knuffelmarokkaan! Trouw-columniste Elma Drayer schrijft op 23 oktober terecht: "Hoe een nep-Marokkaan een wijdverbreide mythe ontkracht".

Een lezer uit Amsterdam schrijft: "Zojuist de blog aangeklikt. Google maakt het makkelijk te vinden èn te volgen. Interessant. Zal ik vaker doen. Ik verbaas me er weleens over dat er in de media dikwijls meer aandacht wordt geschonken aan de vervuiling op het internet in plaats van de waardevolle bijdragen op het internet. Zoals in woord als in geschrift zetten de gedachten en overwegingen van Rob telkenmale tot nadenken."

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda. 

zaterdag 20 september 2014

60. Homovoorlichting

In dagblad Trouw van 10 september 2014 stelt de voorzitster van de Nederlandse koepel van basisscholen (de PO-Raad), in strijd met de huidige wet- en regelgeving, dat "de keuze of je voorlichting geeft over homoseksualiteit natuurlijk precies zo'n thema is dat je aan de leerkracht en de school zelf moet overlaten."  Wat daar "natuurlijk" aan zou zijn, daar kom ik later op terug.

In de afgelopen 25 jaar heb ik als toenmalig voorzitter van het landelijk platform openbaar onderwijs CBOO van nabij gezien dat de (tot voor kort) vrijwillige homovoorlichting in de praktijk betekende dat er meestal geen aandacht aan homoseksualiteit werd besteed. Uit mijn blogbericht van vorige week over homojongeren blijkt waarom doodzwijgen in vaak homovijandige scholen sommige homo/lesbische/biseksuele jongeren de dood in drijft. Dat wil de voorzitster van de PO-Raad toch niet op haar geweten hebben?

Ik ben het met de voorzitster van de PO-Raad eens dat de overheid niet op de stoel van de leerkrachten moet gaan zitten. Maar uitgerekend het gebleken onvermogen van de meeste docenten om met homoseksualiteit om te gaan, maakt duidelijk dat op sommige gebieden de overheid wel degelijk regels mag opstellen om vermijdbare zelfdodingen te voorkomen. Ik ben blij dat de minister van Onderwijs, de minister van Volksgezondheid en de Tweede Kamer hier anders over denken dan de voorzitster van de PO-Raad.

In de afgelopen 25 jaar ben ik in het onderwijs veel misverstanden tegengekomen. Ten onrechte denken veel onderwijsgevenden dat de "homo/lesbische emancipatie voltooid" zou zijn, dat er op hun school "geen problemen rond homoseksualiteit" zouden zijn, dat het scheldwoord "homo!" geen schade aanricht, dat voorlichting over homoseksualiteit "iets voor homo/lesbische docenten" zou zijn, dat "ouders niet zouden willen dat er op school over homoseksualiteit gesproken zou worden", dat "pesten niets met homoseksualiteit te maken zou hebben" en dat "het pesten van homo/lesbische leerlingen hen alleen maar sterker zou maken". Dat is allemaal levensgevaarlijk onjuist. En inhoudelijk weten veel docenten geen goed antwoord te geven als homovijandige leerlingen, ouders en collega's met de onderstaande feitelijke onjuistheden komen aanzetten.

1. "Homoseksualiteit is zondig."
Zoals ik eerder heb aangetoond, worden homoseksuelen niet veroordeeld in bijbel en koran. In de tijd dat die boeken geschreven werden, ging men er van uit dat iedereen heteroseksueel was. Men had er geen idee van dat ongeveer een tiende van de mensen homoseksueel was en is. Wat men niet kende, kon niet veroordeeld worden, zoals televisie kijken of auto rijden door vrouwen. Hooguit kan men in die teksten een veroordeling lezen van homoseksueel gedrag door heteroseksuelen. Bovendien staat er heel veel in die boeken dat veroordeeld wordt waar de meeste gelovigen zich niet aan houden. En tenslotte heeft niemand en geen overheid het recht om andersdenkenden de wet voor te schrijven zolang zij geen mensenrechten schenden.

2. "Homoseksualiteit is een ziekte."
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO van de Verenigde Naties heeft op 17 mei 1990 verklaard dat homoseksualiteit geen ziekte is. Het is een biologische variant zoals er vele zijn. Denk bijvoorbeeld aan roodharigheid, linkshandigheid, taalvaardigheid, lenigheid, muzikaliteit en intelligentie. Zoals ik eerder schreef: "Niet homoseksualiteit is een probleem maar de maatschappelijke veroordeling er van". Die veroordeling en vervolging worden vaak veroorzaakt door onkunde. En door het zoeken van zondebokken om leden van minderheden de schuld te geven van problemen waarmee mensen en maatschappijen worstelen. In sommige landen staat er zelfs de doodstraf op. Als men echt zou denken dat het een ziekte was waarom hebben homo's en lesbo's in al die homovijandige landen geen recht op een uitkering uit de ziektewet? En sinds wanneer moeten zieken de gevangenis in?

3. "Homoseksualiteit is te genezen."
Ondanks alle vergeefse pogingen ertoe blijkt dat homoseksualiteit niet te 'genezen' is. Dat is bovendien in strijd met het mensenrecht om zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven zolang men de mensenrechten van anderen niet aantast. Veel van die zogenaamde 'genezers' blijken zelf homo's te zijn die hun eigen seksuele voorkeuren onderdrukken door ze in anderen te bestrijden. Zij richten daardoor grote psychische schade aan en vormen een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid.

4. "Homoseksualiteit is tegennatuurlijk."
Mijn eerste vriendje en ik hadden het grote geluk om onze eigen seksualiteit te kunnen verkennen zonder de maatschappelijke veroordeling te ondergaan. Daardoor werd ik mij bewust dat mijn homoseksualiteit voor mij net zo natuurlijk was als heteroseksualiteit voor heteroseksuelen. Het sprookje dat het tegennatuurlijk zou zijn omdat homoseksualiteit bij dieren niet zou voorkomen, is inmiddels weerlegd want het blijkt overal in het dierenrijk voor te komen. Dit zegt dus meer over de vooroordelen van vroegere wetenschappers dan over de werkelijkheid. Bovendien: godsdienst komt niet bij dieren voor. Is dat dan ook een reden om het maar te vervolgen omdat het 'tegennatuurlijk' zou zijn? Zijn televisies, auto's en vliegtuigen natuurlijk? We noemen veel dingen 'natuurlijk' die het niet zijn maar die we 'gewoon', 'gangbaar' of 'vanzelfsprekend' zouden moeten noemen. Zie het begin van dit blogbericht. Als het om homoseksualiteit gaat, kun je als voorzitster van de PO-Raad niet zorgvuldig genoeg zijn in het woordgebruik. Een Freudiaanse verspreking?
 
5. "Homoseksualiteit is een keuze." 
Uit de voorgaande punten volgt dat homoseksualiteit geen keuze is. Geloven is dat wel. Toch is dat geen reden om godsdienst te verbieden. Waarom zou dat verbod dan wel voor homoseksualiteit gelden? Waarom zou je volgens sommige gelovigen wel homo mogen zijn maar er geen uiting aan mogen geven? Wat zouden die gelovigen er van vinden als zij wel mogen geloven maar er geen uiting aan mogen geven? Liefde is het mooiste wat mensen kunnen meemaken. Hoe liefdeloos is een godsdienst als je de liefde zelf verbiedt?

Het onderwijs heeft een belangrijke rol te vervullen om discriminatie tegen te gaan. Dat is in ieders belang. En in het belang van de samenleving als geheel. Daarom is het goed dat homovoorlichting op alle scholen verplicht is geworden. Niet alleen om te voorkomen dat homo/lesbische/biseksuele jongeren een einde aan hun leven gaan maken. Maar ook omdat een maatschappij vol homohaat voor iedereen mensonwaardig is. Vandaag kunnen homo's de zondebokken zijn en morgen kan iedere andere groep geslachtofferd worden. Kijk maar naar de ellende die sommige linkshandigen vroeger in het onderwijs hebben meegemaakt omdat ze gedwongen werden rechtshandig te schrijven. Om nog maar te zwijgen van alle slachtoffers van de godsdienstwaanzin die vele landen teistert.

Dankzij het besluit op 17 mei 1990 van de WHO om homoseksualiteit te schrappen op de lijst van ziekten is 17 mei de internationale dag tegen homohaat geworden. Niemand in Nederland dwingt de basisscholen om aandacht aan die dag te besteden. Maar het feit dat "homo!" het meest gangbare scheldwoord op Nederlandse scholen is geworden, toont wel aan dat teveel mensen nog niet beseffen dat alle scholen voor iedereen veilig moeten zijn!




Naschrift: lezers vragen welke video's of films ik kan aanbevelen in het kader van homovoorlichting. Ik noem er enkele:
"Als ik het zeg, dan ben ik het ook echt."
"Alleen in die week hebben wij homo's in huis."
"In a Heartbeat"
"Jongens"
"Gewoon vrienden"

Zie ook: homoseks en jongeren. Homovoorlichting blijft achterlopen.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 13 september 2014

59. Homojongeren

Begin september 2014 heeft de Tweede Kamer er op aangedrongen dat meer gedaan wordt om te voorkomen dat homo/lesbische/biseksuele jongeren een einde willen maken aan hun leven. Minister Schippers van Volksgezondheid heeft toegezegd hier nader onderzoek naar te laten doen en met beleidsvoorstellen te komen. Waarom komt zelfdoding onder deze jongeren vele malen meer voor dan onder heterojongeren?

Anders dan vrijwel alle andere jongeren groeien homojongeren op in een omgeving waarin hun (meestal) heteroseksuele ouders geen vanzelfsprekende rolmodellen bieden voor hun seksuele identiteitsontwikkeling. Een van de belangrijkste voormannen uit de Nederlandse homoseksuele emancipatiebeweging, Benno Premsela, heeft er op gewezen dat bij alle andere minderheden de ouders een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van het zelfbewustzijn van hun kinderen als lid van een minderheid. Zij worden zo weerbaarder tegen bijvoorbeeld pesten en discriminatie. Homo/lesbische jongeren zijn op dit punt veel kwetsbaarder en pesters hebben dat vaak gevoelsmatig door. Zie voor het belang van identiteitsontwikkeling: blogbericht 13.

Nederlandse scholen zijn al verplicht om voorlichting te geven over homoseksualiteit en om aan pestpreventie te doen. Toch is "homo!" nog altijd een gangbaar scheldwoord waar de meeste scholen amper aandacht aan besteden. Dit kan heel schadelijke gevolgen hebben voor het zelfbewustzijn van homojongeren, tot aan zelfdoding aan toe. Het is dan ook heel belangrijk dat de heteroseksuele omgeving ingrijpt en niet doet alsof er niets aan de hand is. Daarbij kunnen vertrouwenspersonen een grote rol spelen.

Internet is een tweesnijdend zwaard. Aan de ene kant worden de moderne sociale media misbruikt om homojongeren te pesten. Aan de andere kant wordt het pesten daardoor zichtbaarder en kan het beter worden aangepakt. Bovendien biedt internet oneindig veel mogelijkheden om aan homojongeren duidelijk te maken dat zij niet alleen staan maar op de homo/lesbische beweging kunnen terugvallen en hulp kunnen zoeken. Een voorbeeld daarvan is: www.iedereenisanders.nl .

Mijn eigen homojeugd wijkt op een aantal punten af van de jeugd van vele hedendaagse homojongeren. Zo had ik geen idee van het verschijnsel homoseksualiteit en voor zover ik er mee in aanraking kwam, leek het niet op mij te slaan. Daardoor dachten mijn eerste vriendje en ik dat wij geen homo's waren waardoor wij onze seksualiteit konden ontplooien zonder de maatschappelijke veroordeling daarvan. De inmiddels toegenomen openheid over homoseksualiteit maakt dat niet meer mogelijk omdat ieder seksueel contact tussen jongens meteen gekleurd wordt door de nog altijd bestaande veroordeling ervan. Dat is vooral het geval onder puberjongens die onzeker zijn over hun seksuele identiteit. Meisjes schijnen hier minder last van te hebben.

Betekent dit dat wij terug zouden moeten naar de zogenaamd 'goede oude tijd' van de onbespreekbare homoseksualiteit? Nee, want die tijd was in werkelijkheid helemaal niet goed voor de homo/lesbische minderheid. De paradox is dat wij eerst door de fase van weerstand oproepende openheid heen moeten om bevrijding en gelijkberechtiging van homoseksualiteit tot stand te brengen. Daarbij is het belangrijk dat de homo/lesbische minderheid zichzelf goed organiseert. Dat zij maatschappelijke sleutelfiguren zoekt die hen willen steunen. En dat zij bondgenoten maakt onder bevriende mensenrechten steunende sociale en politieke bewegingen.

Wat heeft mij zelf weerbaar gemaakt om voor mijn homoseksualiteit uit te komen in de rampenzomer van 1967 ook al werd ik door mijn eigen vader verstoten? Allereerst mijn moeder die al veel eerder dan ik zelf door had dat ik homo was. In de tweede plaats hielp het dat ik inmiddels zeker was over mijn seksuele voorkeur. Ook dat gaat dankzij internet makkelijker dan vroeger, waardoor smoezelige porno minder belangrijk is geworden dan het wereldwijd ruim voorradige mannelijk (bijna) naakt.

Ten derde was er een hulpverlener die mij hielp om uit de ellende te komen. En tenslotte wist ik snel de weg te vinden naar gevoelsgenoten die mij leerden nog weerbaarder te worden. En ook dat is dankzij internet veel makkelijker geworden voor homojongeren.




Zie ook: homoseks en jongeren.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 6 september 2014

58. Stoppen met blog, memoires of voorpublicaties?

Mijn vorige blogbericht heeft kennelijk een aantal vragen opgeroepen. Hieronder zet ik ze op een rijtje en beantwoord ik deze vragen. Alvast dank voor de getoonde belangstelling!

1. Stop ik met mijn blog?
Een Limburger in Amsterdam die mijn blog met belangstelling volgt, schrijft: "Gewoon met jouw blog doorgaan hoor! Al is het maar om de Friezen te vriend te houden, want zij behoren kennelijk tot de trouwste vaste lezers." Mijn trouwe lezerskring in Friesland wil ik inderdaad niet teleurstellen. Dat geldt ook voor mijn honderden lezers in Rusland die het al zo moeilijk hebben en dan ook nog de grootste moeite moeten doen om de Russische internetblokkades te omzeilen ten einde mijn blog te kunnen lezen. En ik denk ook aan mijn lezers in homovijandige landen als Albanië, Antigua, Australië, China, Colombia, Griekenland, India, Indonesië, Irak, Italië, Japan, Maleisië, Marokko, Oekraïne, Polen, Roemenië, Servië, Singapore, Taiwan, Turkije, Venezuela en Zuid-Korea.

In lijn met de lijst van onderwerpen genoemd in mijn eerste blogbericht blijf ik schrijven over zaken als homoseksualiteit, humanisme, openbaar onderwijs, Nederlandse cultuur wereldwijd, en Fryslân. Gezien de belangstelling van mijn lezers voor blogberichten over democratie, Amerika, Rusland, en de rol van de oude en nieuwe media zal ik dan ook daarover blijven schrijven. Mochten er onder de lezers nog 'verzoeknummers' leven dan hoor ik dat graag via robtielman46@gmail.com.

2. Stop ik met mijn memoires?
Die vraag had ik niet gesteld maar enkele lezers hadden dat tussen de regels door wel zo begrepen. Het was hen opgevallen dat ik zeven weken niets meer over mijn memoires had geplaatst na blogbericht 50: Aan de dood ontsnapt... Kijk: dat zijn nou eens "oplettende lezertjes, als u begrijpt wat ik bedoel" zou de door mij geliefde schrijver Marten Toonder zijn stripfiguur Olivier B. Bommel laten zeggen.

Het klopt dat ik een beetje vastgelopen ben in het beschrijven van het tijdvak 1972-1975. Er is toen heel veel gebeurd. Ik leerde toen mijn huidige levenspartner Herman Beks kennen. Wij kochten een op instorten staand rijksmonument in het stadje Vianen om dat te restaureren. Ik werd lid van het hoofdbestuur van het Humanistisch Verbond en trad af als algemeen secretaris van het COC. Kortom: stof genoeg om over te schrijven maar teveel om allemaal op te noemen. Het wierp mij terug op de vraag: waarom ben ik aan deze klus begonnen? En hoe pak ik dit aan? Die vragen kwamen in een nieuw licht te staan dankzij het bericht van een lezer dat ik bij de volgende vraag behandel.

3. Stop ik met de voorpublicaties uit mijn memoires in wording?
Een volger van mijn blog vanaf het eerste begin, schrijft: "Ik zou toch doorgaan met de voorpublicaties, misschien kun je ze telkens linken aan een actualiteit. Probeer anders eens een wat recentere gebeurtenis te plaatsen, je hoeft immers in de blogberichten niet chronologisch te werk te gaan." Dat was precies de raadgeving die mij hielp om uit het schrijversblok te komen.

Ik was er onbewust van uit gegaan dat het schijven van mijn herinneringen het beste de volgorde van mijn levensloop zou kunnen volgen. Maar dat is helemaal niet noodzakelijk. Door aan te sluiten op de dingen van de dag wordt het voor lezers boeiender om te lezen hoe ik lessen uit het verleden trek. Zo heb ik in de jaren zestig, zeventig en tachtig achter het IJzeren Gordijn dingen meegemaakt die veel verklaren van het huidige beleid van Rusland.
 
Tijdens de Koude Oorlog had ik de indruk gekregen dat de voortdurende mediamanipulatie de Oost-Europese bevolking tot overtuigde communisten had gemaakt. Zoals vandaag de dag velen denken dat de Russen massaal achter Poetin staan. Tijdens mijn eerste bezoek aan de toenmalige DDR eind jaren zestig werd dat vooroordeel aanvankelijk bevestigd omdat geen Oost-Duitser zich kritisch over de 'communistische heilstaat' durfde uit te laten. Tot dat mijn trein het laatste station voor het IJzeren Gordijn verliet en het mij opviel dat de grenswachten elkaar onder schot hielden om te voorkomen dat collega's de 'trein naar de vrijheid' zouden nemen. Toen wist ik dat het schijnbare machtsblok een reus op lemen voeten was omdat men zelfs de eigen ordediensten niet kon vertrouwen.

Zo is het ook nu in Rusland. De machthebbers en de media daar doen het voorkomen dat men bang is voor een aanval vanuit het Westen. Maar de echte angst is dat zij de eigen mensen niet kunnen vertrouwen. Dat werd onlangs bevestigd toen gevangen genomen Russische soldaten die als 'vrijwilligers toevallig in Oekraïne verdwaald waren' verklaarden dat zij gedwongen waren als 'kanonnenvoer' het buurland binnen te dringen.

Westerse media laten zich vaak makkelijk om de tuin leiden door onderzoeken waaruit de populariteit van Poetin zou blijken. Dat is vergelijkbaar met de talloze onderzoeken die zouden aantonen hoe klein de homo/lesbische minderheid zou zijn. Iedereen hoort te weten dat dergelijke onderzoeken niets voorstellen omdat mensen zich niet vrij voelen om naar waarheid te antwoorden. Daarom is het belangrijk dat mensen die in onvrijheid leven dankzij internet toch kunnen weten wat werkelijke vrijheid inhoudt. Of, zoals een lezer schreef:"Niet stoppen met de voorpublicaties uit jouw memoires. Jouw eigen beleefde verhalen zijn het waard gelezen te worden door een breed internetpubliek!"
 


Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 30 augustus 2014

57. Blog meer dan tienduizend keer gelezen!

Nu mijn blog meer dan tienduizend keer is gelezen, biedt dat voldoende aan statistische gegevens om te bekijken voor welke onderwerpen mijn lezers de meeste belangstelling hebben. Hieronder staan de top tien aan thema's die mijn lezers gekozen hebben om te lezen: 1. Friesland, 2. humanisme, 3. mijn homoverleden, 4. democratie, 5. wereldwijde homovervolging, 6. Nederlandse cultuur wereldwijd, 7. onderwijs, 8. Amerika, 9. Rusland, en 10. de rol van de oude en nieuwe media. Deze volgorde vloeit voort uit de populariteit van de meest gelezen blogberichten. Per thema noem ik vervolgens de top drie aan meest gelezen blogberichten binnen dat thema, ook in volgorde van populariteit. Waar bekend, geef ik aan hoe lezers die berichten hebben gevonden.

Voor de wereldwijde spreiding van mijn lezers verwijs ik naar mijn blogbericht van 5 juli 2014 over de eerste verjaardag van mijn blog. Het blijkt dat vrijwel over de hele wereld mensen te vinden zijn die Nederlands kunnen lezen, met dank aan de 175 in veertig landen verspreide opleidingen Neerlandistiek.

1. Friesland
Een oorspronkelijke doelstelling van mijn blog is aandacht te besteden aan de "Nederlandse cultuur (maatschappij, taal, geschiedenis en aardrijkskunde) wereldwijd". Het is dan ook opvallend dat het verreweg meest gelezen blogbericht gaat over de Friese taalvrede. Dat is in iets gewijzigde vorm ook verschenen in de Leeuwarder Courant van 22 maart 2014 en (vertaald in het Fries) in It Fryske blêd Swingel van juni 2014. Die belangstelling is bij nadere beschouwing heel goed te begrijpen. Juist Friestaligen besteden veel aandacht aan de wereldwijde positie van de kleinere talen. Zie de 'webside' It Nijs, 'wrâldwiid nijs yn it Frysk'. Als het gaat om de toekomst van de kleinere talen kunnen Randstedelingen nog veel leren van Friezen, Vlamingen en Afrikaanstaligen. Tot de top drie rond dit onderwerp horen verder nog (ook mede dankzij It Nijs) de blogberichten over Vlaanderen & Friesland en It wrede paradys.

2. Humanisme
Het tweede meest gelezen blogbericht gaat over het overlijden van de wereldwijd bekende humanist en wegbereider van vrijwillige euthanasie Pieter Admiraal (1929-2013). Deze belangstelling voor dit bericht is mede te danken aan het Humanistisch Historisch Centrum en de Universiteit voor Humanistiek. Dat geldt ook voor het tweede gekozen onderwerp rond het thema humanisme over Piet Thoenes. Naar het derde humanistische onderwerp over Godsdienstwaanzin werd vooral met instemming verwezen op Facebook.

3. Mijn homoverleden
Het derde meest gelezen blogbericht gaat over Mijn eerste vriendje. Het homodeel van de voorpublicaties uit mijn memoires in wording blijkt de meeste aandacht te trekken. Tot de top drie hiervan horen ook Gerard Reve & Antoine Bodar en Homojeugd. Alle drie zijn vooral via Google gevonden.

4. Democratie
Het vierde meest gelezen blogbericht bespreekt Vijf misverstanden over democratie. Dat is vooral gevonden dankzij LinkTrailer. Tot de top drie rond het onderwerp democratie horen verder Het monster Trotteldrom en Europese Unie, voors en tegens.

5. Wereldwijde homovervolging
Het vijfde meest gelezen blogbericht is "No sex please, we're British". Tot de top drie van het onderwerp homovervolging horen ook Сочи 2014 (voornamelijk gelezen in Rusland en Oekraïne) en Oeganda-drama.

6. Nederlandse cultuur wereldwijd
In Frankrijk en België is het meest gekeken naar het zesde populaire bericht Handicapé par la francophonie. Dat was vooral dankzij Neerlandistiek.LinkTrailer. Dit geldt ook voor de andere twee blogberichten rond dit thema: Disadvantaged by English en Baie dankie!.

7. Onderwijs
Het zevende meest bekeken blogbericht was "Dachautje spelen". Dat bericht werd vooral gevonden via Google. Tot de top drie rond het thema onderwijs horen ook Gered door studentendecaan en Onderwijsverleden. De laatste dankzij het landelijk platform openbaar onderwijs CBOO.

8. Amerika
Achtste in populariteit is het blogbericht over (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam, vooral gelezen in de VS. Dat geldt ook voor Hans Brinker and a finger in a leaking dike. Maar niet voor het derde Amerikaanse onderwerp Dangerous stamps! want dat werd het meest bekeken via Postzegelblog.

9. Rusland
Het meest bekeken in Rusland en Oekraïne waren de blogberichten over Rusland: Towards Russia With Love, Rusland, Cuba en China en KGB & CIA. Zij vormen de negende in populariteit onder de lezers.

10. Media
Als tiende thema eindigt de rol van oude en nieuwe media. Het meest bekeken rond dit onderwerp is Levensgevaarlijke preutsheid, gevolgd door Mediamanipulatie en als derde de Mediawet van schijnbare achteruitgang.

Alles bij elkaar genomen, gaat slechts minder dan tien procent van de lezersaandacht naar de voorpublicaties uit mijn memoires. Daarvan gaat de meeste aandacht naar alles wat met mijn homoseksualiteit te maken heeft en dat is zelfs veel meer dan de aandacht voor het humanistische en het onderwijsdeel tezamen.

Verreweg het minst gelezen blogbericht over mijn memoires is (schrik niet): Aan de dood ontsnapt... Bij zo weinig belangstelling voor mijn welbevinden vraag ik mij oprecht af of ik door moet gaan met deze voorpublicaties...

Meer dan negentig procent van de aandacht gaat naar actualiteiten. De belangstelling is ongeveer even groot voor de thema's homoseksualiteit, Nederland wereldwijd, Friesland en de gezamenlijke overige onderwerpen. Wel valt op dat blogberichten over actualiteiten die verwijzingen bevatten naar mijn persoonlijke ervaringen uit het verleden meer lezers trekken, vooral als het over homoseksualiteit gaat.

Mijn vraag aan de lezers is nu of ik door moet gaan met de voorpublicaties uit mijn memoires in wording. Antwoorden graag via robtielman46@gmail.com.




Naschrift: de zoekmachine van Google blijft verbazen. Zo tikte iemand in: naaktstranden frans overzee gebie. Er komen veel tikfouten voor onder de gebruikte zoektermen die leiden naar mijn blog. Dat kan er op wijzen dat sommige zoekers het Nederlands nog niet goed beheersen. Wie die zoektermen zo intikt bij Google die komt uit op Rob Tielman blogt: november 2013. En wie dat aanklikt die komt terecht bij 22. Nieuw Holland & Nieuw Zeeland. Maar daar zijn die trefwoorden helemaal niet te vinden! Het blijkt dat de zoekmachine van Google alle blogs van die maand op één hoop gooit en de laatste pakt. Overigens: de naaktstranden (in de VS) zijn wel te vinden in Dangerous stamps! maar dat gaat kennelijk boven de pet van de zoekmachine...

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 23 augustus 2014

56. Mediawet van schijnbare achteruitgang

"Goed nieuws is geen nieuws": kent u die uitdrukking? Deze vorm van mediamanipulatie zorgt er voor dat veel mensen de toestand in de wereld slechter inschatten dan die is. Al wat mis gaat, wordt breed uitgemeten en al wat goed gaat, krijgt veel minder of geen aandacht. In Nederland leidt dat tot de opvatting: "met mij gaat het goed maar met ons gaat het slecht". Nederland hoort blijkens onderzoek tot de gelukkigste landen ter wereld maar in de beeldvorming van de meeste Nederlanders staan we er slecht voor.

Het zelfde zien we in de beeldvorming rond homo/lesbische emancipatiebewegingen wereldwijd. Als je het nieuws moet geloven dan neemt de homohaat overal toe. In een artikel in dagblad Trouw van 1 maart 2014 leg ik uit dat het tegenovergestelde het geval is. Homohaat was bijna altijd en overal aanwezig maar omdat vrijwel niemand zich daar tegen verzette, was het zo vanzelfsprekend dat het niet werd opgemerkt, laat staan bestreden. Juist de vooruitgang om homorechten als mensenrechten te erkennen, leidt er toe dat homohaat zichtbaarder wordt en beter aangepakt kan worden.

Een goed voorbeeld daarvan zijn de Verenigde Staten. De meeste mediaberichten gaan over de moeilijkheden rond de gelijkberechtiging van same sex marriages. Uit onderzoek blijkt dat in de VS in vijftien jaar een omslag heeft plaats gevonden. Was vroeger een meerderheid erg tégen homo/lesbische gelijkberechtiging (bijvoorbeeld inzake het huwelijk), nu is daar een grote meerderheid vóór. Dat geldt met name voor de jongere generaties. Belangrijk is de zeer toegenomen zichtbaarheid: steeds meer mensen kennen homo's en lesbo's in hun eigen omgeving. Onbekend maakt onbemind. Dat geldt heel sterk voor homovijandige landen als Rusland waar kerk en staat een hetze zijn begonnen tegen deze zondebokken van onze tijd.

Homovijandig geweld kwam ook in Nederland veel voor maar vrijwel niemand durfde aangifte te doen bij de politie, die bovendien zelf vaak homovijandig was. Zoals ik al beschreef in blogbericht 45 is de aangiftebereidheid enorm toegenomen mede dankzij de strategie van zelforganisatie, sleutelfiguren en bondgenoten. De gebleken statistische stijging van anti-homo-geweld in Amsterdam betekent dus niet vanzelf dat er meer geweld is maar kan ook betekenen dat de aangiften toenemen. In ieder geval houdt het in dat de homovoorlichting in het onderwijs verbeterd moet worden omdat vooral puberende jongens zich homovijandig gedragen.

Deze wetmatigheden heb ik trachten te omschrijven als de mediawet van de schijnbare achteruitgang. Onder vooruitgang versta ik het toenemend vermogen van mensen om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan. Achteruitgang is tegendeel daarvan.

Vooruitgang wordt (schijnbaar tegenstrijdig) bevorderd door makkelijk te overwinnen weerstanden ertegen. Door een reeks kleine overwinningen ontstaat het gevoel dat achterstelling beëindigd kan worden: de wet van de stimulerende achterstand.

Vooruitgang wordt evenzeer paradoxaal gehinderd door het ontbreken van weerstand waardoor velen gaan denken dat het werken aan vooruitgang niet meer nodig is. Dat noemt men de wet van de remmende voorsprong. Nederland heeft daar een tijd last van gehad waardoor de samenleving weerloos dreigt te worden tegen tegenspoed, zoals godsdienstig geweld.

Als er dan een omslag komt dan ontstaat in de meeste media de neiging om ontwikkelingen eenzijdig te somber af te schilderen waardoor men gaat denken dat er geen vooruitgang te behalen is: de mediawet van de schijnbare achteruitgang.

De meeste media benadrukken het slechte nieuws en besteden geen aandacht aan het goede nieuws. Daardoor bevestigen zij het beeld van de schijnbare achteruitgang waardoor mogelijke vooruitgang onopgemerkt blijft en daardoor niet tot stand komt. Dit heet de wet van de zichzelf waarmakende voorspelling. Deze is gebaseerd op het Thomas-theorema: als veel mensen denken dat iets waar is en zij gaan daar naar handelen dan vergroot dat de kans dat het waar gaat worden. Dat geldt bij voorbeeld voor het verslechteren van de economie, het instorten van de euro en de verwachting dat er oorlog komt.

Het is de taak van sociaalwetenschappelijk onderzoek om deze wetmatigheden te doorbreken. Niet alleen door de echte feiten boven water te krijgen maar ook door mogelijke verbeteringen goed te onderzoeken. Eenvoudiger gezegd: laat u niet de put in praten maar blijf werken aan een menswaardiger wereld. En wordt daardoor geen willoos slachtoffer van de mediawet van schijnbare achteruitgang!





Het volgende blogbericht over media is mediamissers.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.