Op 4 november 2014 werden tussentijdse verkiezingen gehouden in de Verenigde Staten. Mij viel een aantal (al dan niet schijnbare) tegenstellingen op. Aan mijn lezers (al dan niet Amerikaans) de vraag hoe die tegenstellingen te verklaren zijn.
Homohaat
De afgelopen jaren is er in de VS heel veel gedoe geweest over de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht ('same sex marriages'). In de afgelopen maanden is het aantal staten met opengestelde huwelijken gestegen van een minderheid tot een meerderheid. Dit speelde bij deze verkiezingen nauwelijks een rol. Tegenstanders van 'marriage equality' (huwelijksgelijkberechtiging) roepen dat het ondemocratisch zou zijn van de homo/lesbische minderheid om dit aan een heteroseksuele meerderheid op te dringen. En het zou kinderen van homo/lesbische ouders schaden.
Deze tegenstanders geven blijk van een aantal misverstanden. In de eerste plaats is een echte democratie niet de dictatuur van de meerderheid. In de tweede plaats kunnen ook heteroseksuelen voorstander zijn van een gelijke behandeling van de homo/lesbische minderheid. In de derde plaats wordt niets aan deze tegenstanders opgedrongen want niemand dwingt hen om met partners van het eigen geslacht te trouwen. Als er al sprake zou zijn van opdringen dan zijn het de tegenstanders die de voorstanders iets willen verbieden. En in de vierde plaats blijken vooroordelen tegen roze gezinnen geheel ten onrechte te zijn. Waarom speelde deze homohaat bij deze verkiezingen vrijwel geen rol?
Ebolavrees
Bij deze verkiezingen speelde wel een rol dat president Obama gefaald zou hebben bij de bestrijding van ebola. Uit eigen ervaring wist ik al hoezeer de VS lijdt aan smetvrees. Zelfs postzegels kunnen gevaarlijk zijn: dangerous stamps! In de jaren tachtig heb ik zelf ervaren hoe de presidenten Reagan en Bush sr. de aids-epidemie in eigen land zo slecht hebben aangepakt dat onnodig vele duizenden slachtoffers zijn gevallen. Zij werden daar indertijd verhoudingsgewijs minder massaal op aangevallen vergeleken met de enkele gevallen die de huidige president werden verweten. Hoe is dat verschil te verklaren?
Islamangst
President Bush jr. heeft door zijn onbezonnen aanval in Irak de huidige radicalisering in het Midden Oosten op zijn geweten. Waarom wordt president Obama nu door veel kiezers bij deze verkiezingen verweten dat hij eerst nadenkt voordat hij met Amerikaanse troepen soortgelijk, averechts werkend, geweld toepast?
"It's the economy"
De Democratische presidenten Clinton en Obama hebben de Amerikaanse economie goed gestimuleerd terwijl de Republikeinse president Bush jr. die enorm geschaad heeft, vooral door het voeren van uiterst kostbare oorlogen en door het ontsporend winstbejag van vele rijken. Obama slaagt er geleidelijk in om de schade te repareren. Waarom worden dan de Democraten bij deze laatste verkiezingen gestraft en de Republikeinen beloond? Wie kan deze kortzichtigheid verklaren?
Voor alle bovenstaande vragen geldt: wie het weet mag het zeggen. Graag via robtielman46@gmail.com
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Een Nederlander met een Amerikaanse vriend schrijft: "De opkomst was dinsdag maar 30%. Dat is echt schokkend. En het
zijn altijd de ultra rechtse mensen die wél gaan stemmen. Mijn eigen vriend vond het kennelijk ook niet de moeite, volstrekt
verbijsterend. Ze verdienen deze puinhoop!"
Een Amerikaanse lezer schrijft: "Low
turn-out in by-elections often bring strange results. This one was
particularly irrational. US economy is doing better than most around the
world, unemployment is much diminished from worst period. Life in US is
generously good for so many...so, no good deed, even in government, goes
unpunished."
De Huffington Post wijst er op dat de Republikeinen weliswaar 53% van de senaatszetels hebben maar slechts 46% van de kiezers. Een vertekenend gevolg van het districtenstelsel...
Het was de laagste opkomst sinds 1942!
The Daily Beast stelt dat de meeste Republikeinen niet meer de anti-homo kaart spelen omdat inmiddels de meerderheid van de Amerikanen voor huwelijksgelijkberechtiging is.
zaterdag 8 november 2014
zaterdag 1 november 2014
66. Pride
De nieuwe film Pride is heel geschikt voor iedereen die de homo/lesbische geschiedenis beter wil begrijpen. En voor wie wil weten hoe het komt dat een van de meest verachte minderheden ter wereld er in enkele tientallen jaren in geslaagd is om in steeds meer landen gelijkberechtiging tot stand te brengen. Wat kunnen we van deze film leren?
Samenvatting
Eerst een samenvatting van Pride geschreven voor het jongerenmagazine Expreszo door Tom Haines en geplaatst op 24 oktober 2014. "Het is halverwege de jaren ’80 en het Verenigd Koninkrijk staat op springen. In Londen vecht een bont gezelschap homo’s en lesbiennes voor hun rechten. Op het platteland wordt door stakende mijnwerkers gestreden. Dat die twee groepen toch hun krachten weten te bundelen lijkt bijna te mooi om waar te zijn. Dat de film Pride toch op waar gebeurde feiten is gebaseerd, maakt hem zo ontroerend.
Samenvatting
Eerst een samenvatting van Pride geschreven voor het jongerenmagazine Expreszo door Tom Haines en geplaatst op 24 oktober 2014. "Het is halverwege de jaren ’80 en het Verenigd Koninkrijk staat op springen. In Londen vecht een bont gezelschap homo’s en lesbiennes voor hun rechten. Op het platteland wordt door stakende mijnwerkers gestreden. Dat die twee groepen toch hun krachten weten te bundelen lijkt bijna te mooi om waar te zijn. Dat de film Pride toch op waar gebeurde feiten is gebaseerd, maakt hem zo ontroerend.
Vanaf het moment dat de 20-jarige Joe uit de grip van zijn burgelijke
ouders ontsnapt om mee te lopen in een Prideparade, word je meegevoerd
in deze film.
Zowel de LHBT-activisten en de mijnwerkers zijn stuk voor stuk hilarische personages. De botsing van twee compleet verschillende werelden zorgt voor hilarische momenten. Zo wil een bejaarde Welshe dame weten of het waar is wat ze over lesbiennes heeft gehoord. “Zijn ze écht allemaal vegetariër?”
Uit een gevoel iets te moeten doen, ontstaat de actiegroep ‘Lesbians and Gays Support the Miners’ (LGSM). In de mijnbouwdorpen van Wales zit alleen niet iedereen te wachten op de steun uit onverwachte hoek. Ze worden belachelijk gemaakt, bedreigd en uitgebreid op de hak genomen in de roddelpers. Toch laten zowel LGSM als de mijnwerkers zich niet uit het veld slaan. (...) Als je dit jaar maar één roze film gaat zien, zorg dan dat het Pride is. De film heeft een enorm hoog feelgood-factor en je zult de bioscoop verlaten met een, zoals de titel verraadt, gevoel van trots."
Veel positieve reacties
Ook de meeste andere media schrijven positieve recensies. De drie dagbladen die ik lees, NRC, Trouw en Leeuwarder Courant, zijn zeer lovend. De landelijke homo/lesbische emancipatiebeweging COC schrijft op 24 oktober 2014 op zijn Facebookpagina: "FILMTIP: Pride - de film vertelt het waargebeurde verhaal van LHBT-activisten die in het Engeland van de jaren tachtig samen met mijnwerkers optrekken tegen de regering van Margaret Thatcher. Een ontroerende en onvervalste 'feel good movie.' Met zijn prikkelende enthousiasme voor activisme is de film een bron van inspiratie voor al die mensen die zich vandaag de dag onvermoeibaar inzetten voor LHBT-emancipatie. Pride draait in bioscopen in heel Nederland."
Zelforganisatie
Wat de film goed laat zien, is het belang van zelforganisatie. Nederland had vergeleken met Engeland een groot voordeel. Van 1911 tot de Duitse bezetting mei 1940 was het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee een van de oudste homo/lesbische organisaties ter wereld. Na de Duitse bezetting werd vanaf december 1946 de strijd voor gelijkberechtiging voortgezet door het nog altijd actieve COC. In Engeland ontbreekt een dergelijke traditie van zelforganisatie, mede omdat seks tussen mannen daar tot 1967 strafbaar was. Net zoals in grotere steden in de Verenigde Staten speelt in Londen de homo/lesbische boekhandel een belangrijke rol in de beginfase van zelforganisatie. Het is dan ook terecht dat de boekhandel Gay's the Word een centrale rol speelt in de film. De vergelijkbare Nederlandse boekhandel Vrolijk (waarvan ik van 1983 tot 2001 voorzitter was) speelde door het bestaan van het COC een meer bescheiden rol. Vrolijk was wel belangrijk bij de groei van homostudies.
Bondgenoten
De homo/lesbische minderheden over de hele wereld kunnen niet zonder bondgenoten. In Engeland was homoseksualiteit tussen vrouwen niet strafbaar. In Nederland discrimineerde artikel 248-bis zowel homo's als lesbo's. Daardoor had de Nederlandse homo/lesbische beweging in grote delen van de vrouwenbeweging wel een bondgenoot en die in Engeland veel minder. Het was strategisch een goede zet om bondgenoten te zoeken onder andere slachtoffers van het Thatcher-bewind. De film laat heel goed zien hoe veel vooroordelen verdwijnen als sneeuw voor de zon als men elkaar door het gedeelde leed beter leert kennen. Onbekend maakt onbemind.
Sleutelfiguren
Dankzij de Nederlandse verzuiling kon het homo/lesbische 'zuiltje' bij de grotere zuilen mensen vinden die bereid waren om met de homo/lesbische minderheid samen te werken. Dit is een belangrijke verklaring voor het succes van de Nederlandse homo/lesbische beweging. Zie voor een onderbouwing mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland; studie van een emancipatiebeweging (Amsterdam 1982). De film laat zien dat men toch in Engeland sleutelfiguren weet te mobiliseren. Vooral het geschiedenis makende optreden van de Britse popgroep Bronski Beat was belangrijk om zowel geld op te halen als het taboe op homoseksualiteit in de media te doorbreken.
Media
De meeste Britse media waren zeer homovijandig. De film laat daar stuitende voorbeelden van zien. De hetze tegen homoseksualiteit werkte uiteindelijk averechts omdat de homo's en lesbo's als men ze leerde kennen veel aardiger waren dan de vreselijke monsters uit de beeldvorming. De film breekt heersende vooroordelen op een komische wijze af. Het zou de moeite waard zijn om deze film op grote schaal in homovijandige landen als Rusland te laten zien.
Films
Dat brengt mij op mijn laatste punt. Er zijn maar weinig films die de homo/lesbische geschiedenis goed weergeven. Zelf vind ik de film over de eerste openlijk homoseksuele Amerikaanse politicus Milk zeer indrukwekkend. Maar de moord op hem is geen positief einde. Een vergelijkbaar slecht einde treft de Iers/Britse schrijver Oscar Wilde, in de gelijknamige film voortreffelijk gespeeld door Stephen Fry. Wel positief eindigen de films Maurice (naar een roman van de Britse schrijver E.M.Forster) en de eveneens Britse film My Beautiful Laundrette.
Het bijzondere aan de film Pride is dat ontwikkelingen uit de homo/lesbische geschiedenis (zoals in de twee eerstgenoemde films) gekoppeld worden aan de in Pride waar gebeurde goede afloop (zoals vergelijkbaar in de twee laatstgenoemde films). Dankzij de solidariteit met de mijnwerkers ontstaat er wederkerige solidariteit vanuit de Labour Party die er uiteindelijk toe bijdraagt dat homo/lesbische gelijkberechtiging in Engeland, Wales en Schotland tot stand komt. Eind goed, al goed!
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Een Amsterdamse lezer schrijft: "Wat een FANTASTISCH mooie film. Mooi gemaakt, een prachtig ontroerend verhaal dat over mensen gaat in al hun facetten. Ik was zeer geraakt! Ik krijg zo'n heimwee naar tijden waarin mensen nog sociaal waren. Ik heb zo'n hekel aan dit tijdperk van marktwerking en durfkapitaal. Ook leuk om al die jaren tachtig muziek terug te horen, daar heb ik zo vaak nachten lang op gedanst! :-)
Wat ik bijzonder goed aan die film vind, is dat het zo prachtig laat zien dat homorechten mensenrechten zijn. Het is allemaal met elkaar verweven. Mensen die homofoob zijn, hebben in feite een diep conflict met zichzelf, net zoals racisten . De Amerikaanse auteur Toni Robinson zegt daar hele interessante dingen over: ze noemt racisme een zeer ernstige ziekelijke neurose."
Zowel de LHBT-activisten en de mijnwerkers zijn stuk voor stuk hilarische personages. De botsing van twee compleet verschillende werelden zorgt voor hilarische momenten. Zo wil een bejaarde Welshe dame weten of het waar is wat ze over lesbiennes heeft gehoord. “Zijn ze écht allemaal vegetariër?”
Uit een gevoel iets te moeten doen, ontstaat de actiegroep ‘Lesbians and Gays Support the Miners’ (LGSM). In de mijnbouwdorpen van Wales zit alleen niet iedereen te wachten op de steun uit onverwachte hoek. Ze worden belachelijk gemaakt, bedreigd en uitgebreid op de hak genomen in de roddelpers. Toch laten zowel LGSM als de mijnwerkers zich niet uit het veld slaan. (...) Als je dit jaar maar één roze film gaat zien, zorg dan dat het Pride is. De film heeft een enorm hoog feelgood-factor en je zult de bioscoop verlaten met een, zoals de titel verraadt, gevoel van trots."
Veel positieve reacties
Ook de meeste andere media schrijven positieve recensies. De drie dagbladen die ik lees, NRC, Trouw en Leeuwarder Courant, zijn zeer lovend. De landelijke homo/lesbische emancipatiebeweging COC schrijft op 24 oktober 2014 op zijn Facebookpagina: "FILMTIP: Pride - de film vertelt het waargebeurde verhaal van LHBT-activisten die in het Engeland van de jaren tachtig samen met mijnwerkers optrekken tegen de regering van Margaret Thatcher. Een ontroerende en onvervalste 'feel good movie.' Met zijn prikkelende enthousiasme voor activisme is de film een bron van inspiratie voor al die mensen die zich vandaag de dag onvermoeibaar inzetten voor LHBT-emancipatie. Pride draait in bioscopen in heel Nederland."
Zelforganisatie
Wat de film goed laat zien, is het belang van zelforganisatie. Nederland had vergeleken met Engeland een groot voordeel. Van 1911 tot de Duitse bezetting mei 1940 was het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee een van de oudste homo/lesbische organisaties ter wereld. Na de Duitse bezetting werd vanaf december 1946 de strijd voor gelijkberechtiging voortgezet door het nog altijd actieve COC. In Engeland ontbreekt een dergelijke traditie van zelforganisatie, mede omdat seks tussen mannen daar tot 1967 strafbaar was. Net zoals in grotere steden in de Verenigde Staten speelt in Londen de homo/lesbische boekhandel een belangrijke rol in de beginfase van zelforganisatie. Het is dan ook terecht dat de boekhandel Gay's the Word een centrale rol speelt in de film. De vergelijkbare Nederlandse boekhandel Vrolijk (waarvan ik van 1983 tot 2001 voorzitter was) speelde door het bestaan van het COC een meer bescheiden rol. Vrolijk was wel belangrijk bij de groei van homostudies.
Bondgenoten
De homo/lesbische minderheden over de hele wereld kunnen niet zonder bondgenoten. In Engeland was homoseksualiteit tussen vrouwen niet strafbaar. In Nederland discrimineerde artikel 248-bis zowel homo's als lesbo's. Daardoor had de Nederlandse homo/lesbische beweging in grote delen van de vrouwenbeweging wel een bondgenoot en die in Engeland veel minder. Het was strategisch een goede zet om bondgenoten te zoeken onder andere slachtoffers van het Thatcher-bewind. De film laat heel goed zien hoe veel vooroordelen verdwijnen als sneeuw voor de zon als men elkaar door het gedeelde leed beter leert kennen. Onbekend maakt onbemind.
Sleutelfiguren
Dankzij de Nederlandse verzuiling kon het homo/lesbische 'zuiltje' bij de grotere zuilen mensen vinden die bereid waren om met de homo/lesbische minderheid samen te werken. Dit is een belangrijke verklaring voor het succes van de Nederlandse homo/lesbische beweging. Zie voor een onderbouwing mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland; studie van een emancipatiebeweging (Amsterdam 1982). De film laat zien dat men toch in Engeland sleutelfiguren weet te mobiliseren. Vooral het geschiedenis makende optreden van de Britse popgroep Bronski Beat was belangrijk om zowel geld op te halen als het taboe op homoseksualiteit in de media te doorbreken.
Media
De meeste Britse media waren zeer homovijandig. De film laat daar stuitende voorbeelden van zien. De hetze tegen homoseksualiteit werkte uiteindelijk averechts omdat de homo's en lesbo's als men ze leerde kennen veel aardiger waren dan de vreselijke monsters uit de beeldvorming. De film breekt heersende vooroordelen op een komische wijze af. Het zou de moeite waard zijn om deze film op grote schaal in homovijandige landen als Rusland te laten zien.
Films
Dat brengt mij op mijn laatste punt. Er zijn maar weinig films die de homo/lesbische geschiedenis goed weergeven. Zelf vind ik de film over de eerste openlijk homoseksuele Amerikaanse politicus Milk zeer indrukwekkend. Maar de moord op hem is geen positief einde. Een vergelijkbaar slecht einde treft de Iers/Britse schrijver Oscar Wilde, in de gelijknamige film voortreffelijk gespeeld door Stephen Fry. Wel positief eindigen de films Maurice (naar een roman van de Britse schrijver E.M.Forster) en de eveneens Britse film My Beautiful Laundrette.
Het bijzondere aan de film Pride is dat ontwikkelingen uit de homo/lesbische geschiedenis (zoals in de twee eerstgenoemde films) gekoppeld worden aan de in Pride waar gebeurde goede afloop (zoals vergelijkbaar in de twee laatstgenoemde films). Dankzij de solidariteit met de mijnwerkers ontstaat er wederkerige solidariteit vanuit de Labour Party die er uiteindelijk toe bijdraagt dat homo/lesbische gelijkberechtiging in Engeland, Wales en Schotland tot stand komt. Eind goed, al goed!
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Een Amsterdamse lezer schrijft: "Wat een FANTASTISCH mooie film. Mooi gemaakt, een prachtig ontroerend verhaal dat over mensen gaat in al hun facetten. Ik was zeer geraakt! Ik krijg zo'n heimwee naar tijden waarin mensen nog sociaal waren. Ik heb zo'n hekel aan dit tijdperk van marktwerking en durfkapitaal. Ook leuk om al die jaren tachtig muziek terug te horen, daar heb ik zo vaak nachten lang op gedanst! :-)
Wat ik bijzonder goed aan die film vind, is dat het zo prachtig laat zien dat homorechten mensenrechten zijn. Het is allemaal met elkaar verweven. Mensen die homofoob zijn, hebben in feite een diep conflict met zichzelf, net zoals racisten . De Amerikaanse auteur Toni Robinson zegt daar hele interessante dingen over: ze noemt racisme een zeer ernstige ziekelijke neurose."
zaterdag 25 oktober 2014
65. Verhullende statistieken (1)
In het dagblad Trouw van 11 oktober 2014 schrijft Boris van der Ham, de huidige voorzitter van het Humanistisch Verbond, een behartigenswaardig artikel onder de titel "Religieuze kaart CBS deugt niet". Hieronder enkele aanhalingen.
"Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde recent de 'religieuze kaart van Nederland'. Dit onderzoek hapert op veel punten". Hij noemt het feit dat alle islamieten op één hoop worden gegooid terwijl dat bij de christenen niet gebeurt.
"Nog onzorgvuldiger wordt omgesprongen met niet-religieuze Nederlanders. Net als eerder bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, worden zij als een amorfe groep behandeld: 47 procent van de Nederlanders! (...) Ook in andere landen wordt de groep niet-gelovigen groter en diverser: na het christendom en de islam zijn de 'ongebonden' wereldburgers de op twee na grootste levensbeschouwelijke groep in de wereld, nipt voor het hindoeïsme. (...) Humanisten en atheïsten hebben herhaaldelijk gevraagd naar een modernisering van de levensbeschouwelijke categorieën. Tevergeefs. Voor een goed begrip van onze samenleving moeten we de werkelijkheid als uitgangspunt nemen. Als de helft van de Nederlandse levensvisies stelselmatig wordt overgeslagen, levert dat scheve onderzoeks-resultaten op. Het wordt tijd de 50 procent 'niet-gelovigen' een gezicht te geven."
Als toenmalig voorzitter van het Humanistisch Verbond (1977-1987) heb ik er inderdaad herhaaldelijk op aangedrongen dat er een einde komt aan de verhullende statistieken van onder andere CBS en SCP. Hieronder geef ik enkele voorbeelden die terug te vinden zijn in het boek van Bert Gasenbeek en Floris van den Berg: "Rob Tielman, een begeesterd humanist" (Breda 2010).
Humanisme genegeerd
In 1983 schreef ik samen met Joos Sinke in het humanistisch wetenschappelijk tijdschrift Rekenschap: "Eén van de ernstigste verwijten die men Nederlandse sociale onderzoekers mag maken is, dat zij bijna stelselmatig het bestaan van het humanisme als geestelijke stroming genegeerd hebben. Een zeer kwalijk voorbeeld daarvan is Goddijn die het gepresteerd heeft om in een herhalingsonderzoek in 1979 het humanisme te 'vergeten', terwijl het eerste onderzoek al aangetoond had dat in 1969 9% van de mannen, en 5% van de vrouwen humanist waren. Men stelle zich eens voor dat een onderzoeker een geestelijke stroming met vergelijkbare omvang zoals de gereformeerden weggelaten zou hebben: een storm van kritiek zou losbarsten! Maar nu kwamen alleen protesten van humanistische zijde.
Zoals Van Praag het heeft uitgedrukt: 'Wat daar tegen het humanisme aan onkunde, geborneerdheid en hooghartigheid wordt uitgespeeld grenst aan het ongelooflijke. Niet dat humanisten in de geestelijke begeleiding een claim leggen op wie dan ook; mondige mensen laten zich niet claimen en humanisten willen dat niet. Maar humanisten aanvaarden het ook niet dat christenen een monopolie van geestelijk leven opeisen, dat in de geestelijke werkelijkheid geen grondslag heeft.' " (Blz. 72).
Humanisme niet meer weg te denken
In 1986 schreef ik in Rekenschap: "Kon in 1966 nog 7% tot de humanistische stroming gerekend worden, in 1978 was dat gestegen tot 14%, in 1983 tot 18% en in 1985 tot 23%. Als men bedenkt dat in 1982 de katholieke stroming 29%, de hervormde 16% en de gereformeerde 8% van de volwassen bevolking omvatte, dan zal het duidelijk zijn dat de humanistische stroming uit de Nederlandse samenleving niet meer weg te denken valt (hoewel veel sociale onderzoekers dat nog steeds trachten)." (Blz. 126).
Ontkerkelijking
In 1987 stelde ik in mijn oratie "Humanistische sociologie: een paradox als paradigma" (Utrecht 1987): "Onlangs gepubliceerd onderzoek naar ontkerkelijking en verzuiling maakt duidelijk hoezeer de officiële statistieken op dit gebied achterlopen bij de feitelijke maatschappelijke ontwikkelingen.
Rekende in 1960 nog ongeveer 80% van de bevolking zich tot een kerkgenootschap, nu, in 1987, blijkt bijna de helft van de Nederlandse volwassenen buitenkerkelijk. De laatst-gehouden volkstelling (uit 1971) registreert 25% buitenkerkelijken: bijna de helft van wat er nu aan buitenkerkelijken blijkt te bestaan. In een aantal grote gemeenten blijken er twee tot drie keer meer buitenkerkelijken te wonen dan de gemeentelijke bevolkings-administraties hebben geregistreerd. Die registraties blijken veel meer de kerkelijke gezindte van de ouders bij de geboorte van hun kinderen weer te geven dan de huidige situatie onder de inmiddels volwassen geworden kinderen, waardoor deze registraties een generatie achterlopen. Mede omdat deze cijfers doorwerken in de verdeling van onderwijsvoorzieningen, blijken grote delen van ons land (vooral in het westen en zuiden) meer dan 20% ondervertegenwoordiging van het openbaar en algemeen bijzonder onderwijs te kennen." (Blz. 137).
Humanisme als hoofdstroming in Nederland
In 2008 schreef ik samen met Bert Gasenbeek in het tijdschrift Civis Mundi in het artikel "Humanisme: de hoofdstroming van Nederland": "Het klassieke misverstand in godsdienstsociologisch onderzoek is dat het kerklidmaatschap (meestal opgelegd door geboorte!) als richtinggevend model voor andere geestelijke stromingen wordt gehanteerd. Het is dus niet voldoende om een simpele vraag te stellen naar iemands godsdienst of kerklidmaatschap omdat dit niets zegt over de daadwerkelijke affiniteit met een geestelijke stroming. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds georganiseerde godsdienst en levensbeschouwing (beweging) en anderzijds achterliggende geestelijke opvattingen (stroming).
Doet men een dergelijk onderzoek waarbij niet alleen met etiketten wordt gewerkt maar ook met achterliggende opvattingen en daadwerkelijk gedrag dan blijkt dat 40% van de volwassen Nederlanders zich verwant voelt met het humanisme, dat 10 tot 15% gebruik maakt van humanistische voorzieningen en dat 13% het humanisme van doorslaggevend belang vindt voor de toekomstige ontwikkeling van de samenleving tegen 12% voor het protestantisme, 9% voor het katholicisme en 8% voor de islam." (Blz. 204). Daar komt nog bij dat het aantal islamieten in Nederland stelselmatig te hoog werd ingeschat: zie mijn blogbericht over Turkse troebelen.
Verhullende statistieken
Dit gesjoemel met statistieken door godsdienstsociologen heeft er onder andere toe geleid dat tweederde van het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs godsdienstig is en maar eenderde openbaar of vergelijkbaar pluriform onderwijs is. Toch is maar de vraag of het verhullen van feiten gunstig is geweest voor de kerken. In de eerste plaats werden de grote kerken hierdoor lang in slaap gesust en toen de feitelijke ontkerkelijking niet meer te ontkennen viel, was het al te laat om de ontwikkeling te stuiten als dat al mogelijk was geweest.
In de tweede plaats heeft de oververtegenwoordiging van godsdienstig onderwijs een averechts gevolg gehad. Op 7 december 2012 schreef ik in blogbericht 23 over mijn onderwijsverleden: "Sociologen vragen zich wel eens af hoe het komt dat tweederde van de Nederlanders op katholieke of protestante scholen heeft gezeten terwijl in feite maar eenderde van de Nederlanders kerkelijk blijkt te zijn. Ik vermoed op grond van mijn eigen ervaring dat het godsdienstig onderwijs een weerstandswerver tegen godsdienst moet zijn geweest."
Ik ben het dus geheel met Boris van der Ham eens dat een einde moet komen aan de eenzijdige aandacht voor de godsdiensten en aan het verhullen van de niet-godsdienstige levensbeschouwingen!
Naschrift. Zie ook: blogbericht 268, Verhullende statistieken (2).
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Enkele berichten van lezers: "Uitstekende en goed onderbouwde blog!" "Mooi stuk! Dank!"
"Vooral het slot vond ik mooi. Herken ik ook. Het verhaal van Abraham en Isaak, waarin Abraham de opdracht krijgt zijn zoon Isaak te vermoorden is noch bevorderlijk voor de kinderziel van een zevenjarig kind, en is ook geen reclame voor het geloof. Er zijn wat dat betreft veel betere verhalen. Ook Bijbelse Geschiedenis, wat vooral bestond uit het hoofd leren van de namen van de bijbelboeken, droeg niet echt bij tot een (christelijke) levensvisie."
"Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde recent de 'religieuze kaart van Nederland'. Dit onderzoek hapert op veel punten". Hij noemt het feit dat alle islamieten op één hoop worden gegooid terwijl dat bij de christenen niet gebeurt.
"Nog onzorgvuldiger wordt omgesprongen met niet-religieuze Nederlanders. Net als eerder bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, worden zij als een amorfe groep behandeld: 47 procent van de Nederlanders! (...) Ook in andere landen wordt de groep niet-gelovigen groter en diverser: na het christendom en de islam zijn de 'ongebonden' wereldburgers de op twee na grootste levensbeschouwelijke groep in de wereld, nipt voor het hindoeïsme. (...) Humanisten en atheïsten hebben herhaaldelijk gevraagd naar een modernisering van de levensbeschouwelijke categorieën. Tevergeefs. Voor een goed begrip van onze samenleving moeten we de werkelijkheid als uitgangspunt nemen. Als de helft van de Nederlandse levensvisies stelselmatig wordt overgeslagen, levert dat scheve onderzoeks-resultaten op. Het wordt tijd de 50 procent 'niet-gelovigen' een gezicht te geven."
Als toenmalig voorzitter van het Humanistisch Verbond (1977-1987) heb ik er inderdaad herhaaldelijk op aangedrongen dat er een einde komt aan de verhullende statistieken van onder andere CBS en SCP. Hieronder geef ik enkele voorbeelden die terug te vinden zijn in het boek van Bert Gasenbeek en Floris van den Berg: "Rob Tielman, een begeesterd humanist" (Breda 2010).
Humanisme genegeerd
In 1983 schreef ik samen met Joos Sinke in het humanistisch wetenschappelijk tijdschrift Rekenschap: "Eén van de ernstigste verwijten die men Nederlandse sociale onderzoekers mag maken is, dat zij bijna stelselmatig het bestaan van het humanisme als geestelijke stroming genegeerd hebben. Een zeer kwalijk voorbeeld daarvan is Goddijn die het gepresteerd heeft om in een herhalingsonderzoek in 1979 het humanisme te 'vergeten', terwijl het eerste onderzoek al aangetoond had dat in 1969 9% van de mannen, en 5% van de vrouwen humanist waren. Men stelle zich eens voor dat een onderzoeker een geestelijke stroming met vergelijkbare omvang zoals de gereformeerden weggelaten zou hebben: een storm van kritiek zou losbarsten! Maar nu kwamen alleen protesten van humanistische zijde.
Zoals Van Praag het heeft uitgedrukt: 'Wat daar tegen het humanisme aan onkunde, geborneerdheid en hooghartigheid wordt uitgespeeld grenst aan het ongelooflijke. Niet dat humanisten in de geestelijke begeleiding een claim leggen op wie dan ook; mondige mensen laten zich niet claimen en humanisten willen dat niet. Maar humanisten aanvaarden het ook niet dat christenen een monopolie van geestelijk leven opeisen, dat in de geestelijke werkelijkheid geen grondslag heeft.' " (Blz. 72).
Humanisme niet meer weg te denken
In 1986 schreef ik in Rekenschap: "Kon in 1966 nog 7% tot de humanistische stroming gerekend worden, in 1978 was dat gestegen tot 14%, in 1983 tot 18% en in 1985 tot 23%. Als men bedenkt dat in 1982 de katholieke stroming 29%, de hervormde 16% en de gereformeerde 8% van de volwassen bevolking omvatte, dan zal het duidelijk zijn dat de humanistische stroming uit de Nederlandse samenleving niet meer weg te denken valt (hoewel veel sociale onderzoekers dat nog steeds trachten)." (Blz. 126).
Ontkerkelijking
In 1987 stelde ik in mijn oratie "Humanistische sociologie: een paradox als paradigma" (Utrecht 1987): "Onlangs gepubliceerd onderzoek naar ontkerkelijking en verzuiling maakt duidelijk hoezeer de officiële statistieken op dit gebied achterlopen bij de feitelijke maatschappelijke ontwikkelingen.
Rekende in 1960 nog ongeveer 80% van de bevolking zich tot een kerkgenootschap, nu, in 1987, blijkt bijna de helft van de Nederlandse volwassenen buitenkerkelijk. De laatst-gehouden volkstelling (uit 1971) registreert 25% buitenkerkelijken: bijna de helft van wat er nu aan buitenkerkelijken blijkt te bestaan. In een aantal grote gemeenten blijken er twee tot drie keer meer buitenkerkelijken te wonen dan de gemeentelijke bevolkings-administraties hebben geregistreerd. Die registraties blijken veel meer de kerkelijke gezindte van de ouders bij de geboorte van hun kinderen weer te geven dan de huidige situatie onder de inmiddels volwassen geworden kinderen, waardoor deze registraties een generatie achterlopen. Mede omdat deze cijfers doorwerken in de verdeling van onderwijsvoorzieningen, blijken grote delen van ons land (vooral in het westen en zuiden) meer dan 20% ondervertegenwoordiging van het openbaar en algemeen bijzonder onderwijs te kennen." (Blz. 137).
Humanisme als hoofdstroming in Nederland
In 2008 schreef ik samen met Bert Gasenbeek in het tijdschrift Civis Mundi in het artikel "Humanisme: de hoofdstroming van Nederland": "Het klassieke misverstand in godsdienstsociologisch onderzoek is dat het kerklidmaatschap (meestal opgelegd door geboorte!) als richtinggevend model voor andere geestelijke stromingen wordt gehanteerd. Het is dus niet voldoende om een simpele vraag te stellen naar iemands godsdienst of kerklidmaatschap omdat dit niets zegt over de daadwerkelijke affiniteit met een geestelijke stroming. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds georganiseerde godsdienst en levensbeschouwing (beweging) en anderzijds achterliggende geestelijke opvattingen (stroming).
Doet men een dergelijk onderzoek waarbij niet alleen met etiketten wordt gewerkt maar ook met achterliggende opvattingen en daadwerkelijk gedrag dan blijkt dat 40% van de volwassen Nederlanders zich verwant voelt met het humanisme, dat 10 tot 15% gebruik maakt van humanistische voorzieningen en dat 13% het humanisme van doorslaggevend belang vindt voor de toekomstige ontwikkeling van de samenleving tegen 12% voor het protestantisme, 9% voor het katholicisme en 8% voor de islam." (Blz. 204). Daar komt nog bij dat het aantal islamieten in Nederland stelselmatig te hoog werd ingeschat: zie mijn blogbericht over Turkse troebelen.
Verhullende statistieken
Dit gesjoemel met statistieken door godsdienstsociologen heeft er onder andere toe geleid dat tweederde van het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs godsdienstig is en maar eenderde openbaar of vergelijkbaar pluriform onderwijs is. Toch is maar de vraag of het verhullen van feiten gunstig is geweest voor de kerken. In de eerste plaats werden de grote kerken hierdoor lang in slaap gesust en toen de feitelijke ontkerkelijking niet meer te ontkennen viel, was het al te laat om de ontwikkeling te stuiten als dat al mogelijk was geweest.
In de tweede plaats heeft de oververtegenwoordiging van godsdienstig onderwijs een averechts gevolg gehad. Op 7 december 2012 schreef ik in blogbericht 23 over mijn onderwijsverleden: "Sociologen vragen zich wel eens af hoe het komt dat tweederde van de Nederlanders op katholieke of protestante scholen heeft gezeten terwijl in feite maar eenderde van de Nederlanders kerkelijk blijkt te zijn. Ik vermoed op grond van mijn eigen ervaring dat het godsdienstig onderwijs een weerstandswerver tegen godsdienst moet zijn geweest."
Ik ben het dus geheel met Boris van der Ham eens dat een einde moet komen aan de eenzijdige aandacht voor de godsdiensten en aan het verhullen van de niet-godsdienstige levensbeschouwingen!
Naschrift. Zie ook: blogbericht 268, Verhullende statistieken (2).
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Enkele berichten van lezers: "Uitstekende en goed onderbouwde blog!" "Mooi stuk! Dank!"
"Vooral het slot vond ik mooi. Herken ik ook. Het verhaal van Abraham en Isaak, waarin Abraham de opdracht krijgt zijn zoon Isaak te vermoorden is noch bevorderlijk voor de kinderziel van een zevenjarig kind, en is ook geen reclame voor het geloof. Er zijn wat dat betreft veel betere verhalen. Ook Bijbelse Geschiedenis, wat vooral bestond uit het hoofd leren van de namen van de bijbelboeken, droeg niet echt bij tot een (christelijke) levensvisie."
zaterdag 18 oktober 2014
64. Waar heersen homohaters?
In mijn vorig blogbericht beschreef ik enkele mediamissers. Een daarvan gaat over het volgende. "Op 26 september 2014 nam de VN-Mensenrechtenraad een belangrijke beslissing over wereldwijde discriminatie van homo/lesbische minderheden. De International Humanist and Ethical Union (IHEU) en de Nederlandse homo/lesbische beweging COC zijn daar waarnemers. In de aangenomen resolutie
werd deze discriminatie veroordeeld en werd besloten in alle landen na
te gaan in hoeverre er gediscrimineerd wordt en wat daar aan gedaan moet
worden. Over deze mijlpaal in de homo/lesbische geschiedenis heb ik
niets in de Nederlandse media kunnen terugvinden." Eerst beschrijf ik hieronder wie de voor- en tegenstanders in deze raadsvergadering waren. Dan ga ik in op de overwegingen tegen homo/lesbische gelijkberechtiging. En tenslotte bespreek ik het belang van deze beslissing en van de te nemen stappen in de nabije toekomst.
Voorstemmers; homoseksualiteit niet strafbaar
De 25 voorstemmers waren allemaal landen waar homoseksualiteit niet strafbaar is: Argentinië, Brazilië, Chili, Costa Rica, Cuba, Estland, Filipijnen, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Italië, Japan, Macedonië, Mexico, Montenegro, Oostenrijk, Peru, Roemenië, Tsjechië, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Vietnam, Zuid-Afrika, en Zuid-Korea. Het betreft hier voornamelijk Amerikaanse en Europese landen. Er waren 14 tegenstemmers, 7 onthoudingen en 1 afwezige (Benin). Het lidmaatschap wisselt om de zoveel jaren, dus er is geen zekerheid dat het hier om een blijvende meerderheid van voorstemmers gaat. Een belangrijke reden om niet achterover te leunen!
Onthoudingen; homoseksualiteit niet strafbaar
Een aantal landen heeft zich onthouden terwijl homoseksualiteit daar niet strafbaar is: Burkina Faso, China, Congo, en Kazachstan. In Franstalig Afrika was homoseksualiteit niet strafbaar dankzij de Franse revolutie en de daarbij behorende scheiding van kerk en staat. China ontwikkelt zich in gunstige richting. Kazachstan bevindt zich onder Russische invloed in de gevarenzone.
Onthoudingen; homoseksualiteit strafbaar
Dit betreft: India, Namibië en Sierra Leone. De strafbaarstelling van homoseksualiteit in India is een restant van Engels kolonialisme dat bestreden wordt. In Namibië en Sierra Leone is onduidelijk of er ook werkelijk vervolgd wordt.
Tegenstemmers; homoseksualiteit niet strafbaar
Deze groep landen zal de meeste aandacht vragen omdat daar een verergering gevreesd moet worden: Gabon, Indonesië, Ivoorkust en Rusland. Vooral onder invloed van de groeiende homovijandige sfeer in voormalige Engelse kolonies dreigt nu ook een aantal voormalige Franse kolonies zich in homovijandige richting te ontwikkelen. Indonesië staat onder toenemende islamitische druk om homoseksualiteit strafbaar te stellen. In Atjeh is dat al het geval. Aan de achteruitgang in Rusland heb ik al veel aandacht besteed. De Russische homohaat dreigt zich nu ook te verspreiden in omringende landen die onder Russische invloed staan.
Tegenstemmers; homoseksualiteit strafbaar
Het betreft hier vooral islamitische landen en voormalige Engelse kolonies: Algerije, Botswana, Ethiopië, Kenia, Koeweit, Marokko, Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten. Er zijn vermoedelijk weinig mogelijkheden om deze tegenstemmers tot andere inzichten te brengen maar het beoogde VN-onderzoek kan wel duidelijk maken tot welke gruwelijke mensenrechtenschendingen deze landen in staat zijn. Je vraagt je wel af wat deze landen in een VN-Mensenrechtenraad te zoeken hebben!
Tegenstemmers; doodstraf op homoseksualiteit
Die vraag geldt helemaal voor de Maldiven en Saoedi-Arabië die op homoseksualiteit de doodstraf hebben staan. Overige staten of gebieden die momenteel geen lid zijn van de VN-Mensenrechtenraad en die in hun hele land homoseksualiteit met de dood bestraffen, zijn Afghanistan, Brunei, Gaza, Iran, Jemen, Mauritanië en Soedan. Bovendien zijn er landen waar in bepaalde landsdelen de doodstraf wordt uitgeoefend: Irak, Nigeria, Somalië, en Syrië.
Drogredenen
In mijn blogbericht over homovoorlichting heb ik al beschreven welke onterechte redenen meestal opgevoerd worden om homoseksualiteit te bestrijden: het zou een "zonde" zijn, een "ziekte" zijn, te "genezen" zijn, "tegennatuurlijk" zijn, en een "keuze" zijn. Ook wordt in de VN-Mensenrechtenraad vaak gesteld dat homorechten geen mensenrechten zouden zijn en dat zogenaamd "westerse" opvattingen aan de rest van de wereld opgedrongen zouden worden. In mijn Socrateslezing heb ik al aangetoond dat die redenering niet klopt. Het opdringen gebeurt niet door degenen die stellen dat alle mensen het recht hebben om zelf zin en vorm te geven aan hun eigen leven zolang zij de mensenrechten van anderen niet aantasten. Het opdringen gebeurt juist door die landen die het zelfbeschikkingsrecht van mensen niet erkennen.
Wat te doen?
Het is van groot belang dit komende VN-onderzoek te steunen. Bijvoorbeeld door het schenden van homo/lesbische mensenrechten door te geven. Daarom is het ook zo te betreuren dat Nederlandse media dit besluit tot het verrichten van onderzoek tot nu toe genegeerd hebben. Een belangrijke rol bij het verzamelen van deze gegevens en het aan de kaak stellen van discriminatie bij de betrokken landen speelt de Nederlander Boris Dittrich van Human Rights Watch. Zijn werk is via Facebook goed te volgen. Door juist nu waakzaam te zijn, kunnen we in de nabije toekomst de wereldwijde discriminatie van homo/lesbische minderheden tegengaan!
Heel belangrijk voor dit onderzoek en de besluitvorming erover: Nederland wordt van 2015 tot 2017 weer lid van de VN Mensenrechtenraad!
Lees meer over de toekomst van homorechten en huwelijksgelijkberechtiging.
Ook op internet moet homohaat bestreden worden.
Ruslands anti-homo-beleid wordt niet overgenomen door de Verenigde Naties.
Kijk voor een overzicht naar deze kaarten.
Zie voor een overzicht van mensenrechtenschendingen op grond van homoseksualiteit dit rapport van de UN Human Rights Commissioner.
Een wetenschappelijk rapport waar homohaters veel van kunnen leren in de Daily Maverick van 8 juli 2015.
Op 28 september 2015 maakt Mugabe zich belachelijk in de plenaire vergadering van de VN.
Begin 2016 heeft de VN postzegels uitgegeven ter ondersteuning van de gelijkberechtiging van homo/lesbische minderheden wereldwijd ondanks het verzet daartegen vanuit Rusland en Afrika.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Voorstemmers; homoseksualiteit niet strafbaar
De 25 voorstemmers waren allemaal landen waar homoseksualiteit niet strafbaar is: Argentinië, Brazilië, Chili, Costa Rica, Cuba, Estland, Filipijnen, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Italië, Japan, Macedonië, Mexico, Montenegro, Oostenrijk, Peru, Roemenië, Tsjechië, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Vietnam, Zuid-Afrika, en Zuid-Korea. Het betreft hier voornamelijk Amerikaanse en Europese landen. Er waren 14 tegenstemmers, 7 onthoudingen en 1 afwezige (Benin). Het lidmaatschap wisselt om de zoveel jaren, dus er is geen zekerheid dat het hier om een blijvende meerderheid van voorstemmers gaat. Een belangrijke reden om niet achterover te leunen!
Onthoudingen; homoseksualiteit niet strafbaar
Een aantal landen heeft zich onthouden terwijl homoseksualiteit daar niet strafbaar is: Burkina Faso, China, Congo, en Kazachstan. In Franstalig Afrika was homoseksualiteit niet strafbaar dankzij de Franse revolutie en de daarbij behorende scheiding van kerk en staat. China ontwikkelt zich in gunstige richting. Kazachstan bevindt zich onder Russische invloed in de gevarenzone.
Onthoudingen; homoseksualiteit strafbaar
Dit betreft: India, Namibië en Sierra Leone. De strafbaarstelling van homoseksualiteit in India is een restant van Engels kolonialisme dat bestreden wordt. In Namibië en Sierra Leone is onduidelijk of er ook werkelijk vervolgd wordt.
Tegenstemmers; homoseksualiteit niet strafbaar
Deze groep landen zal de meeste aandacht vragen omdat daar een verergering gevreesd moet worden: Gabon, Indonesië, Ivoorkust en Rusland. Vooral onder invloed van de groeiende homovijandige sfeer in voormalige Engelse kolonies dreigt nu ook een aantal voormalige Franse kolonies zich in homovijandige richting te ontwikkelen. Indonesië staat onder toenemende islamitische druk om homoseksualiteit strafbaar te stellen. In Atjeh is dat al het geval. Aan de achteruitgang in Rusland heb ik al veel aandacht besteed. De Russische homohaat dreigt zich nu ook te verspreiden in omringende landen die onder Russische invloed staan.
Tegenstemmers; homoseksualiteit strafbaar
Het betreft hier vooral islamitische landen en voormalige Engelse kolonies: Algerije, Botswana, Ethiopië, Kenia, Koeweit, Marokko, Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten. Er zijn vermoedelijk weinig mogelijkheden om deze tegenstemmers tot andere inzichten te brengen maar het beoogde VN-onderzoek kan wel duidelijk maken tot welke gruwelijke mensenrechtenschendingen deze landen in staat zijn. Je vraagt je wel af wat deze landen in een VN-Mensenrechtenraad te zoeken hebben!
Tegenstemmers; doodstraf op homoseksualiteit
Die vraag geldt helemaal voor de Maldiven en Saoedi-Arabië die op homoseksualiteit de doodstraf hebben staan. Overige staten of gebieden die momenteel geen lid zijn van de VN-Mensenrechtenraad en die in hun hele land homoseksualiteit met de dood bestraffen, zijn Afghanistan, Brunei, Gaza, Iran, Jemen, Mauritanië en Soedan. Bovendien zijn er landen waar in bepaalde landsdelen de doodstraf wordt uitgeoefend: Irak, Nigeria, Somalië, en Syrië.
Drogredenen
In mijn blogbericht over homovoorlichting heb ik al beschreven welke onterechte redenen meestal opgevoerd worden om homoseksualiteit te bestrijden: het zou een "zonde" zijn, een "ziekte" zijn, te "genezen" zijn, "tegennatuurlijk" zijn, en een "keuze" zijn. Ook wordt in de VN-Mensenrechtenraad vaak gesteld dat homorechten geen mensenrechten zouden zijn en dat zogenaamd "westerse" opvattingen aan de rest van de wereld opgedrongen zouden worden. In mijn Socrateslezing heb ik al aangetoond dat die redenering niet klopt. Het opdringen gebeurt niet door degenen die stellen dat alle mensen het recht hebben om zelf zin en vorm te geven aan hun eigen leven zolang zij de mensenrechten van anderen niet aantasten. Het opdringen gebeurt juist door die landen die het zelfbeschikkingsrecht van mensen niet erkennen.
Wat te doen?
Het is van groot belang dit komende VN-onderzoek te steunen. Bijvoorbeeld door het schenden van homo/lesbische mensenrechten door te geven. Daarom is het ook zo te betreuren dat Nederlandse media dit besluit tot het verrichten van onderzoek tot nu toe genegeerd hebben. Een belangrijke rol bij het verzamelen van deze gegevens en het aan de kaak stellen van discriminatie bij de betrokken landen speelt de Nederlander Boris Dittrich van Human Rights Watch. Zijn werk is via Facebook goed te volgen. Door juist nu waakzaam te zijn, kunnen we in de nabije toekomst de wereldwijde discriminatie van homo/lesbische minderheden tegengaan!
Heel belangrijk voor dit onderzoek en de besluitvorming erover: Nederland wordt van 2015 tot 2017 weer lid van de VN Mensenrechtenraad!
Lees meer over de toekomst van homorechten en huwelijksgelijkberechtiging.
Ook op internet moet homohaat bestreden worden.
Ruslands anti-homo-beleid wordt niet overgenomen door de Verenigde Naties.
Kijk voor een overzicht naar deze kaarten.
Zie voor een overzicht van mensenrechtenschendingen op grond van homoseksualiteit dit rapport van de UN Human Rights Commissioner.
Een wetenschappelijk rapport waar homohaters veel van kunnen leren in de Daily Maverick van 8 juli 2015.
Op 28 september 2015 maakt Mugabe zich belachelijk in de plenaire vergadering van de VN.
Begin 2016 heeft de VN postzegels uitgegeven ter ondersteuning van de gelijkberechtiging van homo/lesbische minderheden wereldwijd ondanks het verzet daartegen vanuit Rusland en Afrika.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 11 oktober 2014
63. Mediamissers
Na mijn eerdere blogberichten over levensgevaarlijke preutsheid, over mediamanipulatie, over de mediawet van schijnbare achteruitgang en over geschiedvervalsing dit keer enkele voorbeelden van mediamissers.
Blote mannen op boten
Zo heb ik mij jarenlang geërgerd aan het feit dat het NOS-Journaal, iedere keer weer als het over homoseksualiteit ging, er vooroordeelbevestigende beelden bij plaatste van blote mannen op boten tijdens de Amsterdamse Canal Parade. Ik heb niets tegen blote mannen maar het slaat nergens op om die beelden te gebruiken bij berichten over bijvoorbeeld geweld tegen homo's. Naar aanleiding van klachten kwam de NOS-ombudsman Tom van Brussel tot de onderstaande stellingname.
"Gisteren (maandag 17 november 2008) hadden we om 20.00 uur een kort onderwerp over geweld tegen homo’s. Daarbij lieten we onder andere beeld zien van de Gayparade. Het is niet voor het eerst dat we dat zo doen in soortgelijke onderwerpen.
Een zeer merkwaardige en foutieve keuze. En ook een keuze die bij veel kijkers ergernis oproept, zo blijkt uit mails. Beide onderwerpen hebben niks met elkaar te maken.
• Is er geweld tegen homo’s op die boten tijdens de Gayparade?
• Hebben deze deelnemers het veroorzaakt?
• Homoseksualiteit=Gayparade, bedoelen we dat?
Het is een keuze die ergernis oproept, omdat wij hiermee homoseksualiteit gelijk zouden stellen aan deze uitingen. Veel homo’s herkennen zich daar in het geheel niet in. Sterker, ze willen er niks mee te maken hebben. Om een collega te citeren: we gaan toch ook geen paaldansen laten zien bij een onderwerp over geweld tegen vrouwen?"
Goed nieuws over homo's is geen nieuws?
Op 26 september 2014 nam de VN-Mensenrechtenraad een belangrijke beslissing over wereldwijde discriminatie van homo/lesbische minderheden. De International Humanist and Ethical Union (IHEU) en de Nederlandse homo/lesbische beweging COC zijn daar waarnemers. In de aangenomen resolutie werd deze discriminatie veroordeeld en werd besloten in alle landen na te gaan in hoeverre er gediscrimineerd wordt en wat daar aan gedaan moet worden. Over deze mijlpaal in de homo/lesbische geschiedenis heb ik niets in de Nederlandse media kunnen terugvinden. Wel bijvoorbeeld in Zuid Afrika. Hoe is deze mediamisser te verklaren? Komt het omdat goed nieuws geen nieuws is?
Op 6 oktober 2014 nam het Amerikaanse Hooggerechtshof een besluit waardoor in de Verenigde Staten het aantal staten met gelijke huwelijksrechten voor de homo/lesbische minderheid wordt vergroot van 19 naar 30. Dit betekent dat in één keer van 44% naar 60% van de Amerikaanse bevolking leeft in staten met huwelijksgelijkheid voor hetero's en homo's. Het ziet er naar uit dat de overige staten in de VS zullen volgen. Aan dit goede nieuws werd wel enige aandacht besteed in de Nederlandse media. Waarom wel aandacht voor goed homo/lesbisch nieuws uit Amerika en niet als het om een grote internationale organisatie als de Verenigde Naties gaat?
Nederlandse navelstaarderij
Als algemeen secretaris van het COC (van 1971 tot 1975) en als (co)president van de IHEU (van 1986 tot 1998) had ik al grote moeite om aan Nederlanders duidelijk te maken hoe belangrijk de internationale homo/lesbische en humanistische samenwerking was. In het humanistisch wetenschappelijk tijdschrift Rekenschap schreef ik in 1991: "De meeste Nederlandse humanisten trekken zich in de huiskamer terug en zien op beeldbuis de wereld als een stripverhaal voorbijtrekken. Als er onverhoeds aan het raam getikt wordt, is het een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker, die we zullen vragen naar zijn paspoort om hem zo snel mogelijk weer terug te sturen. Wat zou van Nederland zijn geworden, en wat zou het Nederlandse humanisme hebben voorgesteld, als onze voorouders net zulke heikneuters zouden zijn geweest als de meeste Nederlandse humanisten nu?
Maar gelukkig hadden veel van onze voorouders een fijne neus om het eigenbelang zo naadloos mogelijk te laten aansluiten op dat van de vrije geesten die in hun eigen land door godsdienstwaanzinnigen vervolgd werden. Het is mede aan die horden intellectuele en economische vluchtelingen te danken dat wij een traditie van verdraagzaamheid en pluriformiteit hebben kunnen opbouwen. Een traditie die niet voor eeuwig vastligt, maar die telkens weer opnieuw in stand moet worden gehouden. Net zoals het humanisme.
Zonder buitenlandse bevruchting wordt iedere beschaving een treurig geval van inteelt. Het Nederlandse humanisme stond in open verbinding met buitenlandse geestverwanten, van wie velen hier hun toevlucht vonden in roerige tijden. Wie nu het Nederlandse humanisme beziet, moet door vele lagen zelfgenoegzaamheid heen om nog iets van die oorspronkelijke bevlogenheid van vrije en oorspronkelijke geesten tegen te komen."
De aangehaalde tekst uit 1991 is na te lezen in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red.); Rob Tielman, een begeesterd humanist (Breda 2010, blz. 288-289). De geringe belangstelling onder Nederlandse humanisten voor de wereldwijde humanistische beweging leidde er toe dat na 45 jaar in 1997 het hoofdkantoor van de IHEU verhuisde van Utrecht naar Londen (Bert Gasenbeek (red.); International Humanist and Ethical Union 1952-2002; Utrecht 2002, blz. 84-85).
Nederlandse zelfgenoegzaamheid en homoseksualiteit
Gelukkig heeft de Nederlandse humanistische beweging nu een organisatie als Hivos, en heeft de Nederlandse homo/lesbische beweging nu het COC, om mede uit een welbegrepen eigenbelang het wereldwijde belang van vrije en open samenlevingen te behartigen. Maar Nederland als geheel is niet vrij van kneuterigheid, zelfgenoegzaamheid en navelstaarderij.
Zo leeft vrij algemeen de gedachte dat homo's niet meer moeten zeuren nu ze mogen trouwen. Daarbij wordt snel vergeten dat er nog heel veel anti-homoseksueel geweld is in Nederland en zeker in de rest van de wereld. Daarom is het van groot belang dat de VN tot een anti-discriminatiebeleid komt. Als de meeste Nederlandse media de kans missen om te bekijken waar blijkens de debatten en stemmingen de weerstanden zitten en wat daaraan gedaan kan worden dan laat ik die kans zeker niet voorbij gaan. Daarover in mijn volgende blog meer!
Aanvullingen
Op 16 december 2014 was er weer een mediamisser. Alleen de NOS berichtte er over terwijl het om een hele belangrijke uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad gaat.
"Delano Felter was in 2010 in Amsterdam lijsttrekker van de Republikeinse Moderne Partij. Hij zei tijdens een lijsttrekkersdebat onder meer dat homo's te dominant werden. "Die mensen met die seksuele afwijkingen moeten gewoon bestreden worden door de hetero's", zei Felter. De partij kwam niet in de gemeenteraad.
Bij het Meldpunt Discriminatie kwamen veel klachten binnen en homobelangenvereniging COC deed aangifte tegen Felter. Het hof oordeelde dat een politicus vrijheid van meningsuiting moet hebben en dat de uitspraken niet bedreigend of intimiderend waren.
De Hoge Raad is het daar niet mee eens. Volgens de raad moet een politicus de ruimte hebben om te kwetsen en te choqueren, maar moet hij voorkomen dat zijn uitspraken kunnen aanzetten tot geweld, discriminatie of onverdraagzaamheid."
Op 11 mei 2015 verscheen een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau en dat leidde tot schijnbaar geheel tegengestelde berichten. De NRC schreef: "Nederland weer homovriendelijker". En nu.nl kopte: "Een derde van Nederlanders ziet liever geen zoenende homo's". Beide koppen blijken waar te zijn maar de eerste indrukken die blijven hangen, lijken tegengesteld...
Op 26 mei 2015 was er weer een mediamisser: de Europese Unie maakt bekend dat er nog dit jaar een Europees plan voor homo/lesbische emancipatie komt. Dat is groot nieuws voor met name die Oost-Europese landen waar nog zwaar gediscrimineerd wordt. De meeste Nederlandse media zien er kennelijk het belang niet van in... Zie hier wie in het Europese Parlement voor en tegen o.a. homo/lesbische gelijkberechtiging stemde. Deze stemming kreeg ook al geen aandacht in de meeste Nederlandse media...
Op 24 juni 2015 is de Stichting Media Ombudsman Nederland begonnen met een Mediamonitor die ik zeer kan aanbevelen!
Op 25 juli 2015 weer een mediamisser. De gezaghebbende federale Equal Employment Opportunity Commission in de Verenigde Staten heeft bepaald dat discriminatie op grond van homoseksualiteit een vorm is van discriminatie op grond van geslacht. Je staat aan een man die met een vrouw een relatie heeft wel rechten toe die je niet geeft aan een man die met een man een relatie heeft. Ik heb al eerder betoogd dat dit gunstige gevolgen kan hebben om wereldwijd de discriminatie op grond van homoseksualiteit te bestrijden. Ik ben dit bericht niet in de Nederlandse media tegengekomen...
Op 8 september 2015 besloot het Europees Parlement dat de EU de discriminatie van de homo/lesbische minderheid beter moet aanpakken. Ook dit kreeg vrijwel geen aandacht in de Nederlandse media. Een dubbel voorbeeld van een mediamisser: zowel goed nieuws uit Europa als goed homo/lesbisch nieuws is nog steeds geen nieuws!
Op 29 september 2015 brachten 12 belangrijke organisaties van de VN een gezamenlijke verklaring uit ter ondersteuning van de mensenrechten van homo/lesbische minderheden wereldwijd. Momenteel discrimineren nog altijd 76 lidstaten van de VN op grond van homoseksualiteit. Welke Nederlandse media besteedden aandacht aan deze voor de vervolgden belangrijke gebeurtenis?
Weer een voorbeeld van goed homo/lesbisch nieuws dat de Nederlandse media niet gehaald heeft: op 27 juni 2016 heeft de Europese Unie overeenstemming bereikt over het bestrijden van discriminatie van de homo/lesbische minderheid in Europa.
Op 30 juni 2017 ging het NOS-journaal weer in de fout toen aandacht werd besteed aan het besluit van de Duitse Bondsdag om het huwelijk open te stellen voor paren van gelijk geslacht. De eerste keer opende het NOS-journaal met het interviewen van een travestiet (!) en werd de indruk gewekt dat het besluit alleen over homomannen ging. Pas in de loop van de dag kwamen mannen- en vrouwenparen in beeld die heel blij waren nu te kunnen trouwen.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Blote mannen op boten
Zo heb ik mij jarenlang geërgerd aan het feit dat het NOS-Journaal, iedere keer weer als het over homoseksualiteit ging, er vooroordeelbevestigende beelden bij plaatste van blote mannen op boten tijdens de Amsterdamse Canal Parade. Ik heb niets tegen blote mannen maar het slaat nergens op om die beelden te gebruiken bij berichten over bijvoorbeeld geweld tegen homo's. Naar aanleiding van klachten kwam de NOS-ombudsman Tom van Brussel tot de onderstaande stellingname.
"Gisteren (maandag 17 november 2008) hadden we om 20.00 uur een kort onderwerp over geweld tegen homo’s. Daarbij lieten we onder andere beeld zien van de Gayparade. Het is niet voor het eerst dat we dat zo doen in soortgelijke onderwerpen.
Een zeer merkwaardige en foutieve keuze. En ook een keuze die bij veel kijkers ergernis oproept, zo blijkt uit mails. Beide onderwerpen hebben niks met elkaar te maken.
• Is er geweld tegen homo’s op die boten tijdens de Gayparade?
• Hebben deze deelnemers het veroorzaakt?
• Homoseksualiteit=Gayparade, bedoelen we dat?
Het is een keuze die ergernis oproept, omdat wij hiermee homoseksualiteit gelijk zouden stellen aan deze uitingen. Veel homo’s herkennen zich daar in het geheel niet in. Sterker, ze willen er niks mee te maken hebben. Om een collega te citeren: we gaan toch ook geen paaldansen laten zien bij een onderwerp over geweld tegen vrouwen?"
Goed nieuws over homo's is geen nieuws?
Op 26 september 2014 nam de VN-Mensenrechtenraad een belangrijke beslissing over wereldwijde discriminatie van homo/lesbische minderheden. De International Humanist and Ethical Union (IHEU) en de Nederlandse homo/lesbische beweging COC zijn daar waarnemers. In de aangenomen resolutie werd deze discriminatie veroordeeld en werd besloten in alle landen na te gaan in hoeverre er gediscrimineerd wordt en wat daar aan gedaan moet worden. Over deze mijlpaal in de homo/lesbische geschiedenis heb ik niets in de Nederlandse media kunnen terugvinden. Wel bijvoorbeeld in Zuid Afrika. Hoe is deze mediamisser te verklaren? Komt het omdat goed nieuws geen nieuws is?
Op 6 oktober 2014 nam het Amerikaanse Hooggerechtshof een besluit waardoor in de Verenigde Staten het aantal staten met gelijke huwelijksrechten voor de homo/lesbische minderheid wordt vergroot van 19 naar 30. Dit betekent dat in één keer van 44% naar 60% van de Amerikaanse bevolking leeft in staten met huwelijksgelijkheid voor hetero's en homo's. Het ziet er naar uit dat de overige staten in de VS zullen volgen. Aan dit goede nieuws werd wel enige aandacht besteed in de Nederlandse media. Waarom wel aandacht voor goed homo/lesbisch nieuws uit Amerika en niet als het om een grote internationale organisatie als de Verenigde Naties gaat?
Nederlandse navelstaarderij
Als algemeen secretaris van het COC (van 1971 tot 1975) en als (co)president van de IHEU (van 1986 tot 1998) had ik al grote moeite om aan Nederlanders duidelijk te maken hoe belangrijk de internationale homo/lesbische en humanistische samenwerking was. In het humanistisch wetenschappelijk tijdschrift Rekenschap schreef ik in 1991: "De meeste Nederlandse humanisten trekken zich in de huiskamer terug en zien op beeldbuis de wereld als een stripverhaal voorbijtrekken. Als er onverhoeds aan het raam getikt wordt, is het een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker, die we zullen vragen naar zijn paspoort om hem zo snel mogelijk weer terug te sturen. Wat zou van Nederland zijn geworden, en wat zou het Nederlandse humanisme hebben voorgesteld, als onze voorouders net zulke heikneuters zouden zijn geweest als de meeste Nederlandse humanisten nu?
Maar gelukkig hadden veel van onze voorouders een fijne neus om het eigenbelang zo naadloos mogelijk te laten aansluiten op dat van de vrije geesten die in hun eigen land door godsdienstwaanzinnigen vervolgd werden. Het is mede aan die horden intellectuele en economische vluchtelingen te danken dat wij een traditie van verdraagzaamheid en pluriformiteit hebben kunnen opbouwen. Een traditie die niet voor eeuwig vastligt, maar die telkens weer opnieuw in stand moet worden gehouden. Net zoals het humanisme.
Zonder buitenlandse bevruchting wordt iedere beschaving een treurig geval van inteelt. Het Nederlandse humanisme stond in open verbinding met buitenlandse geestverwanten, van wie velen hier hun toevlucht vonden in roerige tijden. Wie nu het Nederlandse humanisme beziet, moet door vele lagen zelfgenoegzaamheid heen om nog iets van die oorspronkelijke bevlogenheid van vrije en oorspronkelijke geesten tegen te komen."
De aangehaalde tekst uit 1991 is na te lezen in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red.); Rob Tielman, een begeesterd humanist (Breda 2010, blz. 288-289). De geringe belangstelling onder Nederlandse humanisten voor de wereldwijde humanistische beweging leidde er toe dat na 45 jaar in 1997 het hoofdkantoor van de IHEU verhuisde van Utrecht naar Londen (Bert Gasenbeek (red.); International Humanist and Ethical Union 1952-2002; Utrecht 2002, blz. 84-85).
Nederlandse zelfgenoegzaamheid en homoseksualiteit
Gelukkig heeft de Nederlandse humanistische beweging nu een organisatie als Hivos, en heeft de Nederlandse homo/lesbische beweging nu het COC, om mede uit een welbegrepen eigenbelang het wereldwijde belang van vrije en open samenlevingen te behartigen. Maar Nederland als geheel is niet vrij van kneuterigheid, zelfgenoegzaamheid en navelstaarderij.
Zo leeft vrij algemeen de gedachte dat homo's niet meer moeten zeuren nu ze mogen trouwen. Daarbij wordt snel vergeten dat er nog heel veel anti-homoseksueel geweld is in Nederland en zeker in de rest van de wereld. Daarom is het van groot belang dat de VN tot een anti-discriminatiebeleid komt. Als de meeste Nederlandse media de kans missen om te bekijken waar blijkens de debatten en stemmingen de weerstanden zitten en wat daaraan gedaan kan worden dan laat ik die kans zeker niet voorbij gaan. Daarover in mijn volgende blog meer!
Aanvullingen
Op 16 december 2014 was er weer een mediamisser. Alleen de NOS berichtte er over terwijl het om een hele belangrijke uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad gaat.
"Delano Felter was in 2010 in Amsterdam lijsttrekker van de Republikeinse Moderne Partij. Hij zei tijdens een lijsttrekkersdebat onder meer dat homo's te dominant werden. "Die mensen met die seksuele afwijkingen moeten gewoon bestreden worden door de hetero's", zei Felter. De partij kwam niet in de gemeenteraad.
Bij het Meldpunt Discriminatie kwamen veel klachten binnen en homobelangenvereniging COC deed aangifte tegen Felter. Het hof oordeelde dat een politicus vrijheid van meningsuiting moet hebben en dat de uitspraken niet bedreigend of intimiderend waren.
De Hoge Raad is het daar niet mee eens. Volgens de raad moet een politicus de ruimte hebben om te kwetsen en te choqueren, maar moet hij voorkomen dat zijn uitspraken kunnen aanzetten tot geweld, discriminatie of onverdraagzaamheid."
Op 11 mei 2015 verscheen een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau en dat leidde tot schijnbaar geheel tegengestelde berichten. De NRC schreef: "Nederland weer homovriendelijker". En nu.nl kopte: "Een derde van Nederlanders ziet liever geen zoenende homo's". Beide koppen blijken waar te zijn maar de eerste indrukken die blijven hangen, lijken tegengesteld...
Op 26 mei 2015 was er weer een mediamisser: de Europese Unie maakt bekend dat er nog dit jaar een Europees plan voor homo/lesbische emancipatie komt. Dat is groot nieuws voor met name die Oost-Europese landen waar nog zwaar gediscrimineerd wordt. De meeste Nederlandse media zien er kennelijk het belang niet van in... Zie hier wie in het Europese Parlement voor en tegen o.a. homo/lesbische gelijkberechtiging stemde. Deze stemming kreeg ook al geen aandacht in de meeste Nederlandse media...
Op 24 juni 2015 is de Stichting Media Ombudsman Nederland begonnen met een Mediamonitor die ik zeer kan aanbevelen!
Op 25 juli 2015 weer een mediamisser. De gezaghebbende federale Equal Employment Opportunity Commission in de Verenigde Staten heeft bepaald dat discriminatie op grond van homoseksualiteit een vorm is van discriminatie op grond van geslacht. Je staat aan een man die met een vrouw een relatie heeft wel rechten toe die je niet geeft aan een man die met een man een relatie heeft. Ik heb al eerder betoogd dat dit gunstige gevolgen kan hebben om wereldwijd de discriminatie op grond van homoseksualiteit te bestrijden. Ik ben dit bericht niet in de Nederlandse media tegengekomen...
Op 8 september 2015 besloot het Europees Parlement dat de EU de discriminatie van de homo/lesbische minderheid beter moet aanpakken. Ook dit kreeg vrijwel geen aandacht in de Nederlandse media. Een dubbel voorbeeld van een mediamisser: zowel goed nieuws uit Europa als goed homo/lesbisch nieuws is nog steeds geen nieuws!
Op 29 september 2015 brachten 12 belangrijke organisaties van de VN een gezamenlijke verklaring uit ter ondersteuning van de mensenrechten van homo/lesbische minderheden wereldwijd. Momenteel discrimineren nog altijd 76 lidstaten van de VN op grond van homoseksualiteit. Welke Nederlandse media besteedden aandacht aan deze voor de vervolgden belangrijke gebeurtenis?
Weer een voorbeeld van goed homo/lesbisch nieuws dat de Nederlandse media niet gehaald heeft: op 27 juni 2016 heeft de Europese Unie overeenstemming bereikt over het bestrijden van discriminatie van de homo/lesbische minderheid in Europa.
Op 30 juni 2017 ging het NOS-journaal weer in de fout toen aandacht werd besteed aan het besluit van de Duitse Bondsdag om het huwelijk open te stellen voor paren van gelijk geslacht. De eerste keer opende het NOS-journaal met het interviewen van een travestiet (!) en werd de indruk gewekt dat het besluit alleen over homomannen ging. Pas in de loop van de dag kwamen mannen- en vrouwenparen in beeld die heel blij waren nu te kunnen trouwen.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 4 oktober 2014
62. Geschiedvervalsing
In het dagblad Trouw van 22 september 2014 staat een artikel van Bert van den Braak van het Parlementair Documentatie Centrum, het Montesquieu Instituut Den Haag. De titel luidt: "De migrantenstroom kwam niet van links". De meeste media hebben ons de laatste vijftien jaar doen geloven dat de toestroom van Marokkanen en Turken te wijten was aan de zogenaamde "linkse kerk". Het tegendeel blijkt het geval. Hieronder enkele zinnen uit het aangehaalde artikel.
De migrantenstroom kwam van centrum-rechts
"De problematiek van arbeidsmigratie, gezinshereniging en integratie begon begin jaren zestig, toen het bedrijfsleven vroeg om instroom van goedkope arbeidskrachten. In 1969, ten tijde van het centrum-rechtse kabinet-De Jong, kwamen wervingsovereenkomsten tot stand met Marokko en Tunesië. Juist door partijen ter linkerzijde werd toen gewezen op het gevaar van verdringing op de arbeidsmarkt."
"In 1983 verscheen een notitie over gezinshereniging van CDA'er Korte-Van Hemel, staatssecretaris van justitie in de jaren 1982-1989. Kernpunt was dat het recht op gezinshereniging én het recht op toelating van huwelijkspartners van gastarbeiders werd erkend. De VVD liet bij de behandeling van die notitie bij monde van Kamerlid Jan-Kees Wiebinga weten zich in het beleid van de staatssecretaris te kunnen vinden."
Wat leert ons dit? Dat de migrantenstroom niet door links maar door centrum-rechts veroorzaakt werd. En het leert ons dat wij veel te gevoelig zijn voor mediamanipulatie. Gelukkig wordt er door steeds meer media tijd besteed en aandacht gegeven aan het toetsen van feiten.
Wetenschappelijke bijdrage van islamitische geleerden wordt overdreven
Zo opent het dagblad Trouw op 29 september met de kop: "Islamexpositie doet aan geschiedvervalsing". Het artikel van Marije van Beek en Wilfred van de Poll bespreekt de tentoonstelling '1001 inventions' in Rotterdam die gaat over de moslimbeschaving tussen de zevende en de zeventiende eeuw. Die "wemelt van de fouten" zeggen wetenschappers. Hieronder enkele zinnen uit het aangehaalde artikel.
"Dat moslimgeleerden hebben bijgedragen aan wetenschap is een feit, en het is belangrijk om daar meer aandacht op te vestigen. Maar zij verdienen ons respect voor het werk dat zij deden, niet voor sprookjes over wat zij niet deden."
"Bezoekers krijgen een lange rij losstaande 'feiten' te zien, maar historische verbanden worden niet of nauwelijks uitgediept. Men suggereert dat de islam de wetenschap heeft aangewakkerd, maar dat kun je niet zomaar zeggen. Dat hele wij-waren-eerst-narratief (verhaal, RT) klopt niet."
In het artikel worden enkele voorbeelden van deze 'sprookjes' gegeven. Dat islamieten de eerste vliegtuigen zouden hebben gebouwd, dat zij de bloedsomloop zouden hebben ontdekt, dat zij de eerste camera en de eerste klok zouden hebben gebouwd en dat er islamitische vrouwen onder de toenmalige wetenschappers waren.
Het verzwijgen van de homovervolging voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
Ikzelf heb tijdens mijn hele werkzame leven gestreden tegen het verdonkeremanen van de homovervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik kwam eind jaren zestig op dit spoor dankzij de redacteur van Vrij Nederland Jan Rogier. Hij vertelde mij over de advocate Lau Mazirel die voor, tijdens en na de oorlog veel vervolgde homoseksuelen juridisch heeft bijgestaan. Zij vertelde hem daar veel over en hij gaf mij die informatie door. Hij heeft verwoede pogingen gedaan om haar archieven te redden maar helaas zijn deze spoorloos verdwenen.
Ten behoeve van mijn proefschrift "Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging" (Amsterdam 1982) deed ik vele oproepen om homoseksuele vervolgingsslachtoffers te kunnen interviewen. Het bleek heel moeilijk om homo's te vinden die bereid waren om hun verhaal te vertellen, zo groot was het trauma. Wel kon ik mij een beeld vormen van de homovervolging en heb die beschreven in hoofdstuk 10 over de Tweede Wereldoorlog (blz.128-138). Uiteindelijk heeft dit op 11 juni 1986 geleid tot de erkenning van homoseksualiteit als vervolgingsgrond in het kader van de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers van 1 januari 1973. Judith Schuyf heeft de moeizame weg naar erkenning goed beschreven in haar boek "Levenslang" (Amsterdam 2003). Zij vormde samen met Klaus Müller de redactie van een boek over homoseksualiteit en verzet tijdens de oorlog: "Het begint met nee zeggen" (Amsterdam 2006). En Klaus Müller was redacteur van het standaardwerk "Doodgeslagen, doodgezwegen. Vervolging van homoseksuelen door het nazi-regime 1933-1945" (Amsterdam 2005.
Het meest opvallend vind ik het jarenlang stelselmatig ontkennen van de homovervolging door de toenmalige 'rijksgeschiedschrijver' Loe de Jong en het door hem geleide RIOD (Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, nu het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) in Amsterdam. Een deel van die weerstand is te herleiden tot de misvatting dat homo's geen vervolgden maar vervolgers zouden zijn geweest. Ik werd mij daarvan bewust door mijn toenmalige hoogleraar Piet Thoenes toen hij mij vertelde over zijn ervaringen in concentratiekamp Dachau. Ik schreef daarover in blogbericht 41: "Als jonge homo wist ik niets van homoseksualiteit in de Duitse kampen. Eind jaren zestig kreeg ik pas te horen over de vervolging van homo's die als dragers van de roze driehoeken tot het uitschot in de kampen behoorden en vrijwel niet overleefden. Van Piet Thoenes hoorde ik voor het eerst hoe de anti-homopolitiek van de nazi's nauw samenhing met (homo)seksueel misbruik in de mannenkampen. Net zoals dat nu gebeurt in het Rusland van Poetin. Toch was Thoenes niet homovijandig, integendeel. Hij was degene die mij aanraadde om niet te promoveren op de taalstrijd in Vlaanderen maar op de geschiedenis van de homoseksualiteit in Nederland omdat de kennisachterstand daarover veel groter was."
En nu maar hopen dat iemand gaat onderzoeken hoe het jarenlang stelselmatig ontkennen van de homovervolging in Nederland door Loe de Jong en RIOD/NIOD verklaard kan worden!
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Een lezer stuurde mij een voorbeeld over Alexander de Grote. Ofwel: hoe hedendaagse Grieken de 'Griekse beginselen' trachten te verdoezelen.
Een artikel over de homovervolging door Peter Tatchell .
De migrantenstroom kwam van centrum-rechts
"De problematiek van arbeidsmigratie, gezinshereniging en integratie begon begin jaren zestig, toen het bedrijfsleven vroeg om instroom van goedkope arbeidskrachten. In 1969, ten tijde van het centrum-rechtse kabinet-De Jong, kwamen wervingsovereenkomsten tot stand met Marokko en Tunesië. Juist door partijen ter linkerzijde werd toen gewezen op het gevaar van verdringing op de arbeidsmarkt."
"In 1983 verscheen een notitie over gezinshereniging van CDA'er Korte-Van Hemel, staatssecretaris van justitie in de jaren 1982-1989. Kernpunt was dat het recht op gezinshereniging én het recht op toelating van huwelijkspartners van gastarbeiders werd erkend. De VVD liet bij de behandeling van die notitie bij monde van Kamerlid Jan-Kees Wiebinga weten zich in het beleid van de staatssecretaris te kunnen vinden."
Wat leert ons dit? Dat de migrantenstroom niet door links maar door centrum-rechts veroorzaakt werd. En het leert ons dat wij veel te gevoelig zijn voor mediamanipulatie. Gelukkig wordt er door steeds meer media tijd besteed en aandacht gegeven aan het toetsen van feiten.
Wetenschappelijke bijdrage van islamitische geleerden wordt overdreven
Zo opent het dagblad Trouw op 29 september met de kop: "Islamexpositie doet aan geschiedvervalsing". Het artikel van Marije van Beek en Wilfred van de Poll bespreekt de tentoonstelling '1001 inventions' in Rotterdam die gaat over de moslimbeschaving tussen de zevende en de zeventiende eeuw. Die "wemelt van de fouten" zeggen wetenschappers. Hieronder enkele zinnen uit het aangehaalde artikel.
"Dat moslimgeleerden hebben bijgedragen aan wetenschap is een feit, en het is belangrijk om daar meer aandacht op te vestigen. Maar zij verdienen ons respect voor het werk dat zij deden, niet voor sprookjes over wat zij niet deden."
"Bezoekers krijgen een lange rij losstaande 'feiten' te zien, maar historische verbanden worden niet of nauwelijks uitgediept. Men suggereert dat de islam de wetenschap heeft aangewakkerd, maar dat kun je niet zomaar zeggen. Dat hele wij-waren-eerst-narratief (verhaal, RT) klopt niet."
In het artikel worden enkele voorbeelden van deze 'sprookjes' gegeven. Dat islamieten de eerste vliegtuigen zouden hebben gebouwd, dat zij de bloedsomloop zouden hebben ontdekt, dat zij de eerste camera en de eerste klok zouden hebben gebouwd en dat er islamitische vrouwen onder de toenmalige wetenschappers waren.
Het verzwijgen van de homovervolging voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
Ikzelf heb tijdens mijn hele werkzame leven gestreden tegen het verdonkeremanen van de homovervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik kwam eind jaren zestig op dit spoor dankzij de redacteur van Vrij Nederland Jan Rogier. Hij vertelde mij over de advocate Lau Mazirel die voor, tijdens en na de oorlog veel vervolgde homoseksuelen juridisch heeft bijgestaan. Zij vertelde hem daar veel over en hij gaf mij die informatie door. Hij heeft verwoede pogingen gedaan om haar archieven te redden maar helaas zijn deze spoorloos verdwenen.
Ten behoeve van mijn proefschrift "Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging" (Amsterdam 1982) deed ik vele oproepen om homoseksuele vervolgingsslachtoffers te kunnen interviewen. Het bleek heel moeilijk om homo's te vinden die bereid waren om hun verhaal te vertellen, zo groot was het trauma. Wel kon ik mij een beeld vormen van de homovervolging en heb die beschreven in hoofdstuk 10 over de Tweede Wereldoorlog (blz.128-138). Uiteindelijk heeft dit op 11 juni 1986 geleid tot de erkenning van homoseksualiteit als vervolgingsgrond in het kader van de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers van 1 januari 1973. Judith Schuyf heeft de moeizame weg naar erkenning goed beschreven in haar boek "Levenslang" (Amsterdam 2003). Zij vormde samen met Klaus Müller de redactie van een boek over homoseksualiteit en verzet tijdens de oorlog: "Het begint met nee zeggen" (Amsterdam 2006). En Klaus Müller was redacteur van het standaardwerk "Doodgeslagen, doodgezwegen. Vervolging van homoseksuelen door het nazi-regime 1933-1945" (Amsterdam 2005.
Het meest opvallend vind ik het jarenlang stelselmatig ontkennen van de homovervolging door de toenmalige 'rijksgeschiedschrijver' Loe de Jong en het door hem geleide RIOD (Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, nu het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) in Amsterdam. Een deel van die weerstand is te herleiden tot de misvatting dat homo's geen vervolgden maar vervolgers zouden zijn geweest. Ik werd mij daarvan bewust door mijn toenmalige hoogleraar Piet Thoenes toen hij mij vertelde over zijn ervaringen in concentratiekamp Dachau. Ik schreef daarover in blogbericht 41: "Als jonge homo wist ik niets van homoseksualiteit in de Duitse kampen. Eind jaren zestig kreeg ik pas te horen over de vervolging van homo's die als dragers van de roze driehoeken tot het uitschot in de kampen behoorden en vrijwel niet overleefden. Van Piet Thoenes hoorde ik voor het eerst hoe de anti-homopolitiek van de nazi's nauw samenhing met (homo)seksueel misbruik in de mannenkampen. Net zoals dat nu gebeurt in het Rusland van Poetin. Toch was Thoenes niet homovijandig, integendeel. Hij was degene die mij aanraadde om niet te promoveren op de taalstrijd in Vlaanderen maar op de geschiedenis van de homoseksualiteit in Nederland omdat de kennisachterstand daarover veel groter was."
En nu maar hopen dat iemand gaat onderzoeken hoe het jarenlang stelselmatig ontkennen van de homovervolging in Nederland door Loe de Jong en RIOD/NIOD verklaard kan worden!
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Een lezer stuurde mij een voorbeeld over Alexander de Grote. Ofwel: hoe hedendaagse Grieken de 'Griekse beginselen' trachten te verdoezelen.
Een artikel over de homovervolging door Peter Tatchell .
zaterdag 27 september 2014
61. Racisme?
De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan hield op 21 september 2014 de 25ste Abel Herzberglezing. Zijn pleidooi voor wederzijdse verdraagzaamheid werd ook geplaatst in het dagblad Trouw van 22 september 2014 onder de kop "Begrip voor elkaars leed". Omdat ik in het verleden enkele malen ben beschuldigd van 'racisme' ben ik zeer benieuwd welk leed achter die beschuldigingen schuil gaat.
1. Levensgevaarlijke preutsheid
Dit voorbeeld komt uit blogbericht 4 waar ik schrijf over mijn ervaring als adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
"In 1989 nam ik in Brazzaville in het het WHO-regiokantoor voor Afrika ten zuiden van de Sahara deel aan een WHO conferentie over de verspreiding van hiv/aids. Amerikaanse onderzoekers stelden op grond van hun onderzoek onder Afrikaanse vrouwen dat zij veel vaker aids hadden dan westerse vrouwen. Hun hypothese was dat vagina's van Afrikaanse vrouwen veel kwetsbaarder zouden zijn voor hiv-infecties.
In de discussie bracht ik zo diplomatiek mogelijk mijn kritiek. Het onderzoek werd gedaan door blanke Amerikaanse mannen en dat verhoogt de betrouwbaarheid van de antwoorden van zwarte Afrikaanse vrouwen niet. Verder werd genegeerd dat veel antropologisch onderzoek in Afrika had aangetoond dat soms heteroseksuele contacten anaal waren als voorbehoedsmiddel of als middel om het maagdenvlies niet te breken. Bekend was toen al dat de anus van zowel mannen als vrouwen veel kwetsbaarder was voor infectie dan de vagina.
De verwijzing naar anale seks ging als een schok door de volle zaal. Inderdaad: 'obsceen taalgebruik' en zelfs 'rassendiscriminatie'. Ik hield staande dat wetenschappers de feiten bij hun naam moesten noemen omdat er anders onnodig vele doden zouden vallen door levensgevaarlijke preutsheid. De Amerikaanse onderzoekers waren ervan uitgegaan dat anale seks alleen bij homomannen zou voorkomen. Ook in Nederland leeft dat vooroordeel nog steeds. Over discriminatie gesproken!"
Welk leed gaat hierachter schuil? Het waren vooral Engelse koloniale zedenmeesters die deze levensgevaarlijke preutsheid in grote delen van Afrika oplegden. Dat zelfde gebeurt nu met de hetze die door Amerikaanse evangelisten tegen Afrikaanse homoseksuelen wordt gevoerd. In plaats van wetenschappelijk bewezen feiten over seksueel gedrag als Westers racisme te verwerpen zouden Afrikanen het juk van levensgevaarlijke preutsheid moeten afwerpen en het mensenrecht op seksuele diversiteit weer moeten ontdekken in hun eigen Afrikaanse geschiedenis.
2. Omgekeerd racisme
Dit voorbeeld komt uit blogbericht 17 waarin ik beschreef wat ik begin jaren negentig heb "meegemaakt tijdens een rechtstreeks uitgezonden televisiedebat in de VS over het Nederlandse aids-beleid. Ik werd toen door een 'Afro-American' politicus voor een 'racist' uitgescholden vanwege onze 'needle exchange policy': het beleid om schone naalden te verstrekken aan spuitende gebruikers van drugs. Dat beleid is heel doelmatig gebleken om verspreiding van hiv te voorkomen. In veel landen heeft het verbod daarop tot een dramatische verspreiding van aids geleid. Zijn (op de toestand in de VS gebaseerde) veronderstelling was dat het vooral zwarten zouden zijn die in Nederland drugs spoten, hetgeen niet het geval is, en dat het inwisselen van besmette voor schone naalden het drugsgebruik zou bevorderen, hetgeen evenmin klopt."
Het tragische van dit voorbeeld is dat degene die mij van racisme beschuldigde daar zelf het slachtoffer van was. Zijn vooroordelen over zwart drugsgebruik en misbruik van schone naalden leidden tot het vooroordeel dat ik als blanke Nederlander bewust zwarten zou willen benadelen. Deze ervaring heeft er toe geleid dat ik niet in de verdediging schiet als iemand mij van racisme beschuldigt. Ik ga dan eerst na of de betrokkene zelf racistisch denkt en handelt. Wie het hardst 'racisme!' roept, maakt zich daar waarschijnlijk zelf schuldig aan.
3. Islam is geen ras
In 2001 riep imam El Moumni in Rotterdam de vreselijkste dingen over homoseksualiteit. Ik heb mij toen samen met anderen ingezet om tot open dialogen te komen tussen moslims, homoseksuelen en humanisten. Deze vele gesprekken hebben er mede toe geleid dat in Nederland homoseksualiteit onder moslims meer bespreekbaar is geworden dan elders vaak het geval is. Belangrijk was dat ik kon aantonen dat de koran homoseksualiteit niet verbiedt. Net zo min als het autorijden door vrouwen, en een heleboel andere dingen trouwens.
In die gesprekken viel het mij op dat mijn kritiek op islamitisch genoemde verschijnselen soms racisme werd genoemd. Islam is een godsdienst en geen ras. Het is in niemands belang als het begrip racisme zodanig wordt opgerekt dat er bijna alles onder valt waardoor het een leeg begrip wordt. Wetenschappelijk onderbouwde kritiek kan nimmer gelden als onterecht onderscheid op grond van afkomst of huidskleur. Mijn statistisch onderbouwde bewijzen dat er geen miljoen islamieten in Nederland wonen, zijn dus geen uitingen van racisme.
Ik kan mij best voorstellen dat sommige islamieten zich achtergesteld voelen in Nederland. Een eeuw geleden werden de homo/lesbische en de ongodsdienstige minderheden nog veel meer achtergesteld. Hun posities zijn mede dankzij emancipatiebewegingen als COC en HV aanzienlijk verbeterd. Als humanistische homo ben ik een ervaringsdeskundige. Ik bood mijn diensten aan om de islamitische minderheid te helpen om de negatieve beeldvorming aan te pakken. Van dat aanbod is geen gebruik gemaakt. De beeldvorming rond islam is er niet beter op geworden.
4. Zwartepieten
In blogbericht 19 schreef ik op 9 november 2013: "Ik wil niet zwartepieten maar het is wel opvallend dat een hoogleraar mensenrechten uit Jamaica onlangs Nederland beschuldigde van terugkeer naar de slavernij vanwege een traditioneel kinderfeestje maar die, voor zover ik kon nagaan, nog nooit geprotesteerd heeft tegen de moorddadige aanvallen op homo's op haar eigen eiland." Sterker nog: het vermoorden van homo's op Jamaica gaat volgens een oktober 2014 verschenen rapport van Human Rights Watch op grote schaal door!
Het kan aan mij liggen maar in mijn jeugd had ik begrepen dat Piet zwart was geworden door het roet uit de schoorsteen. Wij leefden in de jaren veertig en vijftig nog in het tijdperk van de kolenkachels dus ik kon mij dat toen goed voorstellen. De eerste zwarte man in Nederland zag ik eind jaren vijftig in het televisieprogramma Pension Hommeles in de persoon van Donald Jones. Ik geloofde toen al lang niet meer in Sinterklaas en onze zwart gemaakte tante Marijke leek in de verste verte niet op Donald Jones. Maar kennelijk is mij iets ontgaan als we nu van slavernij en racisme worden beschuldigd. Welk leed zit hier achter?
Ik heb mij altijd geërgerd als heteromannen een nichterige homo probeerden na te doen. Toch heb ik nooit de behoefte gevoeld om naar de rechter te stappen ten einde het te doen verbieden. Eeuwenlange homovervolging heeft mij er toe gebracht om er een nog altijd gelezen proefschrift over te schrijven: Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging. Maar ik ben nooit op de gedachte gekomen om een grote schadevergoeding te eisen van de Nederlandse staat vanwege bijvoorbeeld de gruwelijke 'sodomietenvervolging' rond 1730-1731. Al geef ik toe dat ik vereerd was om in 1999 op het Domplein in Utrecht een gedenksteen te mogen onthullen. Daar waren die vervolgingen namelijk ooit begonnen.
Hoe lang mag men leed koesteren? Wat mij betreft voor altijd. Ook heb ik er alle begrip voor dat Friezen bij mij in de buurt op it Reaklif de Slach by Warns van 26 september 1345 herdenken. Door de overwinning op de Hollanders konden de Friese taal en cultuur worden veilig gesteld. De Friezen in Noord-Holland en de Groningse Ommelanden werden wel de Friese taal en cultuur ontnomen maar tot nu toe heb ik aldaar weinig vernomen van een streven naar schadevergoeding daarvoor. En wat zou Spanje ons moeten betalen voor de Tachtigjarige Oorlog? Of omgekeerd...
Mij verbaast nog het meest dat sommigen zich drukker maken over de vroegere slavernij dan over de hedendaagse slavernij in veel Arabische staten. Want daar valt nu nog wat aan te doen. En over discriminatie op grond van afkomst of huidskleur gesproken: ik heb mij als Nederlander nog nooit zo gediscrimineerd gevoeld als op mijn vele bezoeken aan het eiland Curaçao dat (dit voor mijn buitenlandse lezers) deel uit maakt van ons aller Koninkrijk der Nederlanden. Misschien reden voor een rechtszaak wegens discriminatie en een eis tot schadevergoeding?
Op 12 november 2014 wordt de burgemeester van Amsterdam door de Raad van State in het gelijk gesteld dat hij Zwarte Piet niet hoeft te toetsen op vermeend racisme.
Discriminatie op grond van afkomst werkt soms heel anders dan men denkt: de knuffelmarokkaan! Trouw-columniste Elma Drayer schrijft op 23 oktober terecht: "Hoe een nep-Marokkaan een wijdverbreide mythe ontkracht".
Een lezer uit Amsterdam schrijft: "Zojuist de blog aangeklikt. Google maakt het makkelijk te vinden èn te volgen. Interessant. Zal ik vaker doen. Ik verbaas me er weleens over dat er in de media dikwijls meer aandacht wordt geschonken aan de vervuiling op het internet in plaats van de waardevolle bijdragen op het internet. Zoals in woord als in geschrift zetten de gedachten en overwegingen van Rob telkenmale tot nadenken."
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
1. Levensgevaarlijke preutsheid
Dit voorbeeld komt uit blogbericht 4 waar ik schrijf over mijn ervaring als adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
"In 1989 nam ik in Brazzaville in het het WHO-regiokantoor voor Afrika ten zuiden van de Sahara deel aan een WHO conferentie over de verspreiding van hiv/aids. Amerikaanse onderzoekers stelden op grond van hun onderzoek onder Afrikaanse vrouwen dat zij veel vaker aids hadden dan westerse vrouwen. Hun hypothese was dat vagina's van Afrikaanse vrouwen veel kwetsbaarder zouden zijn voor hiv-infecties.
In de discussie bracht ik zo diplomatiek mogelijk mijn kritiek. Het onderzoek werd gedaan door blanke Amerikaanse mannen en dat verhoogt de betrouwbaarheid van de antwoorden van zwarte Afrikaanse vrouwen niet. Verder werd genegeerd dat veel antropologisch onderzoek in Afrika had aangetoond dat soms heteroseksuele contacten anaal waren als voorbehoedsmiddel of als middel om het maagdenvlies niet te breken. Bekend was toen al dat de anus van zowel mannen als vrouwen veel kwetsbaarder was voor infectie dan de vagina.
De verwijzing naar anale seks ging als een schok door de volle zaal. Inderdaad: 'obsceen taalgebruik' en zelfs 'rassendiscriminatie'. Ik hield staande dat wetenschappers de feiten bij hun naam moesten noemen omdat er anders onnodig vele doden zouden vallen door levensgevaarlijke preutsheid. De Amerikaanse onderzoekers waren ervan uitgegaan dat anale seks alleen bij homomannen zou voorkomen. Ook in Nederland leeft dat vooroordeel nog steeds. Over discriminatie gesproken!"
Welk leed gaat hierachter schuil? Het waren vooral Engelse koloniale zedenmeesters die deze levensgevaarlijke preutsheid in grote delen van Afrika oplegden. Dat zelfde gebeurt nu met de hetze die door Amerikaanse evangelisten tegen Afrikaanse homoseksuelen wordt gevoerd. In plaats van wetenschappelijk bewezen feiten over seksueel gedrag als Westers racisme te verwerpen zouden Afrikanen het juk van levensgevaarlijke preutsheid moeten afwerpen en het mensenrecht op seksuele diversiteit weer moeten ontdekken in hun eigen Afrikaanse geschiedenis.
2. Omgekeerd racisme
Dit voorbeeld komt uit blogbericht 17 waarin ik beschreef wat ik begin jaren negentig heb "meegemaakt tijdens een rechtstreeks uitgezonden televisiedebat in de VS over het Nederlandse aids-beleid. Ik werd toen door een 'Afro-American' politicus voor een 'racist' uitgescholden vanwege onze 'needle exchange policy': het beleid om schone naalden te verstrekken aan spuitende gebruikers van drugs. Dat beleid is heel doelmatig gebleken om verspreiding van hiv te voorkomen. In veel landen heeft het verbod daarop tot een dramatische verspreiding van aids geleid. Zijn (op de toestand in de VS gebaseerde) veronderstelling was dat het vooral zwarten zouden zijn die in Nederland drugs spoten, hetgeen niet het geval is, en dat het inwisselen van besmette voor schone naalden het drugsgebruik zou bevorderen, hetgeen evenmin klopt."
Het tragische van dit voorbeeld is dat degene die mij van racisme beschuldigde daar zelf het slachtoffer van was. Zijn vooroordelen over zwart drugsgebruik en misbruik van schone naalden leidden tot het vooroordeel dat ik als blanke Nederlander bewust zwarten zou willen benadelen. Deze ervaring heeft er toe geleid dat ik niet in de verdediging schiet als iemand mij van racisme beschuldigt. Ik ga dan eerst na of de betrokkene zelf racistisch denkt en handelt. Wie het hardst 'racisme!' roept, maakt zich daar waarschijnlijk zelf schuldig aan.
3. Islam is geen ras
In 2001 riep imam El Moumni in Rotterdam de vreselijkste dingen over homoseksualiteit. Ik heb mij toen samen met anderen ingezet om tot open dialogen te komen tussen moslims, homoseksuelen en humanisten. Deze vele gesprekken hebben er mede toe geleid dat in Nederland homoseksualiteit onder moslims meer bespreekbaar is geworden dan elders vaak het geval is. Belangrijk was dat ik kon aantonen dat de koran homoseksualiteit niet verbiedt. Net zo min als het autorijden door vrouwen, en een heleboel andere dingen trouwens.
In die gesprekken viel het mij op dat mijn kritiek op islamitisch genoemde verschijnselen soms racisme werd genoemd. Islam is een godsdienst en geen ras. Het is in niemands belang als het begrip racisme zodanig wordt opgerekt dat er bijna alles onder valt waardoor het een leeg begrip wordt. Wetenschappelijk onderbouwde kritiek kan nimmer gelden als onterecht onderscheid op grond van afkomst of huidskleur. Mijn statistisch onderbouwde bewijzen dat er geen miljoen islamieten in Nederland wonen, zijn dus geen uitingen van racisme.
Ik kan mij best voorstellen dat sommige islamieten zich achtergesteld voelen in Nederland. Een eeuw geleden werden de homo/lesbische en de ongodsdienstige minderheden nog veel meer achtergesteld. Hun posities zijn mede dankzij emancipatiebewegingen als COC en HV aanzienlijk verbeterd. Als humanistische homo ben ik een ervaringsdeskundige. Ik bood mijn diensten aan om de islamitische minderheid te helpen om de negatieve beeldvorming aan te pakken. Van dat aanbod is geen gebruik gemaakt. De beeldvorming rond islam is er niet beter op geworden.
4. Zwartepieten
In blogbericht 19 schreef ik op 9 november 2013: "Ik wil niet zwartepieten maar het is wel opvallend dat een hoogleraar mensenrechten uit Jamaica onlangs Nederland beschuldigde van terugkeer naar de slavernij vanwege een traditioneel kinderfeestje maar die, voor zover ik kon nagaan, nog nooit geprotesteerd heeft tegen de moorddadige aanvallen op homo's op haar eigen eiland." Sterker nog: het vermoorden van homo's op Jamaica gaat volgens een oktober 2014 verschenen rapport van Human Rights Watch op grote schaal door!
Het kan aan mij liggen maar in mijn jeugd had ik begrepen dat Piet zwart was geworden door het roet uit de schoorsteen. Wij leefden in de jaren veertig en vijftig nog in het tijdperk van de kolenkachels dus ik kon mij dat toen goed voorstellen. De eerste zwarte man in Nederland zag ik eind jaren vijftig in het televisieprogramma Pension Hommeles in de persoon van Donald Jones. Ik geloofde toen al lang niet meer in Sinterklaas en onze zwart gemaakte tante Marijke leek in de verste verte niet op Donald Jones. Maar kennelijk is mij iets ontgaan als we nu van slavernij en racisme worden beschuldigd. Welk leed zit hier achter?
Ik heb mij altijd geërgerd als heteromannen een nichterige homo probeerden na te doen. Toch heb ik nooit de behoefte gevoeld om naar de rechter te stappen ten einde het te doen verbieden. Eeuwenlange homovervolging heeft mij er toe gebracht om er een nog altijd gelezen proefschrift over te schrijven: Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging. Maar ik ben nooit op de gedachte gekomen om een grote schadevergoeding te eisen van de Nederlandse staat vanwege bijvoorbeeld de gruwelijke 'sodomietenvervolging' rond 1730-1731. Al geef ik toe dat ik vereerd was om in 1999 op het Domplein in Utrecht een gedenksteen te mogen onthullen. Daar waren die vervolgingen namelijk ooit begonnen.
Hoe lang mag men leed koesteren? Wat mij betreft voor altijd. Ook heb ik er alle begrip voor dat Friezen bij mij in de buurt op it Reaklif de Slach by Warns van 26 september 1345 herdenken. Door de overwinning op de Hollanders konden de Friese taal en cultuur worden veilig gesteld. De Friezen in Noord-Holland en de Groningse Ommelanden werden wel de Friese taal en cultuur ontnomen maar tot nu toe heb ik aldaar weinig vernomen van een streven naar schadevergoeding daarvoor. En wat zou Spanje ons moeten betalen voor de Tachtigjarige Oorlog? Of omgekeerd...
Mij verbaast nog het meest dat sommigen zich drukker maken over de vroegere slavernij dan over de hedendaagse slavernij in veel Arabische staten. Want daar valt nu nog wat aan te doen. En over discriminatie op grond van afkomst of huidskleur gesproken: ik heb mij als Nederlander nog nooit zo gediscrimineerd gevoeld als op mijn vele bezoeken aan het eiland Curaçao dat (dit voor mijn buitenlandse lezers) deel uit maakt van ons aller Koninkrijk der Nederlanden. Misschien reden voor een rechtszaak wegens discriminatie en een eis tot schadevergoeding?
Ik ontving het volgende bericht: "Namens
burgemeester Van der Laan wil ik u van harte bedanken voor uw e-mail
van 27 september jl, waarin u reageert op de Abel Herzberglezing. Het is
goed te
lezen dat u daardoor geïnspireerd raakt voor uw blog.
Met vriendelijke groet,
Karin van der Wansem
Karin van der Wansem
Chef kabinet Burgemeester Van der Laan"
Op 12 november 2014 wordt de burgemeester van Amsterdam door de Raad van State in het gelijk gesteld dat hij Zwarte Piet niet hoeft te toetsen op vermeend racisme.
Discriminatie op grond van afkomst werkt soms heel anders dan men denkt: de knuffelmarokkaan! Trouw-columniste Elma Drayer schrijft op 23 oktober terecht: "Hoe een nep-Marokkaan een wijdverbreide mythe ontkracht".
Een lezer uit Amsterdam schrijft: "Zojuist de blog aangeklikt. Google maakt het makkelijk te vinden èn te volgen. Interessant. Zal ik vaker doen. Ik verbaas me er weleens over dat er in de media dikwijls meer aandacht wordt geschonken aan de vervuiling op het internet in plaats van de waardevolle bijdragen op het internet. Zoals in woord als in geschrift zetten de gedachten en overwegingen van Rob telkenmale tot nadenken."
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Abonneren op:
Posts (Atom)