zaterdag 22 februari 2014

30. (On)godsdienstig verleden

Zoals ik op 28 december 2013 in blogbericht  26. Blogpauze heb aangekondigd, ben ik van plan de komende maanden regelmatig delen te plaatsen uit mijn memoires, die ik nu aan het schrijven ben. Dat doe ik langs drie hoofdlijnen: homoseksualiteit, humanisme en (openbaar) onderwijs.

Op 7 december 2013 begon ik met blogbericht 23. Onderwijsverleden. Op 8 februari 2014 werd dit gevolgd door blogbericht 28. Homojeugd. Nu begin ik met de oorsprong van mijn humanistisch verleden aan de hand van twee hoofdstukjes.


HILVERSUM ZOMER 1950 

Mijn tweede herinnering betreft de laan met hoge oude eikenbomen waar ik opgroeide, de Graaf Florislaan in Hilversum, vlakbij het beroemde gele raadhuis van Dudok. Mijn ouders woonden in een negentiende-eeuws herenhuis waar mijn grootouders van vaderszijde een kosthuis voor enkele vermogende oudere dames uitbaatten. Mijn sociaaldemocratische, ongodsdienstige grootouders waren in de crisisjaren dertig vanuit het armoedige Oost-Groningen naar het rijke Gooi getrokken in de hoop op een menswaardiger bestaan.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hun jongste zoon, mijn latere vader, op zestienjarige leeftijd opgepakt en via kamp Amersfoort naar een Duits werkkamp in Westfalen gevoerd. Mijn vader was daar gewond geraakt door een Engels bombardement en keerde in Hilversum terug als een achttienjarige die nauwelijks kon lopen door een been dat bijna was afgezet. Daar ontmoette mijn vader in diezelfde Graaf Florislaan het buurmeisje dat zijn vrouw en mijn moeder zou worden. Zij was met haar ouders aan het begin van de oorlog weggevlucht uit het door de Duitsers gebombardeerde Den Helder waar haar vader hoofdredacteur van een katholiek dagblad was. Omdat zij er Joods uitzag, kon zij de hele oorlog nauwelijks de deur uit.

De bevrijding gaf haar als twintigjarige niet alleen bewegingsruimte maar ook een aantrekkelijke achttienjarige buurjongen die overliep van hormonen na zijn kamptijd. Zij werden verliefd op elkaar en van het een kwam het ander. Haar zwangerschap kwam aan als een bominslag bij haar zwaar katholieke vader. Van abortus kon geen sprake zijn, er moest getrouwd worden, maar de verwekker was een socialistische heiden in een rolstoel!

Het ‘moetje’ (ik dus) moest katholiek opgevoed worden maar mocht als levend blijk van zoveel zedeloosheid niet het Roomse grootouderlijk huis aan de overzijde van de laan betreden. Grootmoeder was meer vergevingsgezind dan haar man: “Wat kan het kind er aan doen?” En dus kwam ik regelmatig in het geheim op verboden gebied als mijn Roomse grootvader niet thuis was. Maar op een keer kwam hij onverwacht thuis, trof mij daar aan en schreeuwde vol woede: “Wat moet dat hier?” Ik herinner me die (in mijn kinderlijke ogen) grote, levensbedreigende man nog als de dag van gisteren. Ik kreeg het gevoel geen levensrecht te hebben, volstrekt ongewenst te zijn. Grote paniek maakte zich van iedereen meester en ik werd als een verwerpelijk ding het huis uit gewerkt. 

Ik heb mijn grootvader nooit meer teruggezien want hij overleed later aan kanker. Dat was een half jaar nadat zijn door hem verstoten lesbische dochter zelfmoord had gepleegd op de hei bij Bussum. “God straft onmiddellijk” zeiden mijn heidense grootouders schamper. Ik kon mij later geen almachtige god voorstellen die mensen in kampen liet opsluiten en kinderen ongewenst ter wereld liet komen.

HILVERSUM WINTER 1962 

Mijn puberteit werd een opeenstapeling van verdrongen gevoelens in de loopgravenoorlog tussen atheïsten en katholieken. Zelfs naar de VARA-radiopraatjes van humanisten als Jaap van Praag moest ik in het geheim luisteren want mijn vader en zijn ouders waren socialisten van de platste soort die niets van "dat geouwehoer" moesten hebben.

De stem van Jaap van Praag had een rustgevende invloed op mij. Hij was een baken van redelijkheid in een zee van voortdurend hoog oplopende (on)godsdienstige hatelijkheden. Zijn standpunt dat mensen het recht hebben om zelf hun bestaan zin en vorm te geven zolang zij anderen niet schaden, sprak mij zeer aan omdat ik in een heel anders denkende omgeving leefde. Er werd voortdurend aan mij getrokken om partij te kiezen in deze kleinschalige koude oorlog. Het heeft mij wel geleerd om conflicten op diplomatieke wijze op te lossen en daar heb ik later veel aan gehad. Maar ik wens niemand zo'n jeugd toe.   



Zie voor het vervolg blogbericht 41: Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia.


Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 15 februari 2014

29. Сочи 2014

In de begintijd van mijn blog had ik in Rusland de meeste buitenlandse lezers. Tot ik op 3 augustus 2014 mijn bericht 5 "Towards Russia With Love" plaatste en mijn blog geblokkeerd werd in Rusland. Sindsdien is er in de aanloop naar Sotsji 2014 veel zin en onzin geschreven over de maatschappelijke positie van de homo/lesbische minderheid in Rusland. Hieronder enkele kanttekeningen bij veelgehoorde misverstanden, waar helaas ook Nederlandse journalisten in Rusland zich aan bezondigen.

"Homo/lesbische Russen willen die buitenlandse aandacht helemaal niet." Poetin kwam met dit argument nadat hij met de eigenaar van een homodisco zou hebben gesproken. In mijn proefschrift 'Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging' (Amsterdam, 1982) beschrijf ik dat de meeste eigenaren van commerciële homo/lesbische ontmoetingsplaatsen in homovijandige landen de emancipatie tegenwerken omdat zij er belang bij hebben hun klanten (die nergens anders terecht kunnen) zoveel mogelijk uit te buiten. In corrupte landen kopen die eigenaren de plaatselijke politie om waardoor die er ook belang bij heeft om de onderdrukking in stand te houden.

Een belangrijke verklaring voor het vroege succes van de Nederlandse homo/lesbische beweging is het feit dat het COC al meteen na de oprichting in 1946 waar mogelijk eigen sociëteiten oprichtte. Daardoor steunden de homo/lesbische geldstromen wel de eigen emancipatie en niet degenen die belang hadden bij voortzetting van de onderdrukking. Dankzij internet weten we dat er veel Russische zelforganisaties zijn die de buitenlandse steun wel waarderen mits die in overleg met de betrokkenen plaats vindt.

"Door die eenzijdige aandacht voor homorechten worden de andere schendingen van mensenrechten in Rusland verdonkeremaand." Veel heteroseksuelen denken dat de homo/lesbische minderheid gelijk is aan andere minderheden. Zoals de vroegere voorzitter van het COC, Benno Premsela, terecht stelde, is een belangrijk verschil dat kinderen die tot andere minderheden behoren, opgroeien bij ouders en in een omgeving die hen kunnen ondersteunen bij hun identiteitsontwikkeling. Bij opgroeiende homo/lesbische kinderen is dat niet het geval en dat maakt hun persoonlijke ontwikkeling uiterst kwetsbaar in een homovijandige omgeving. Zie het boek: Bert Boelaars, 'Benno Premsela, voorvechter van homo-emancipatie' (Bussum 2008).

Objectieve voorlichting over homoseksualiteit is dus van levensbelang voor homo/lesbische jongeren en dat is nu juist wat deze anti-homo-wet verbiedt. Iedere heksenjacht is te veroordelen maar deze verwoest onevenredig veel jonge levens. Het is daarom terecht dat het VN-Kinderrechtencomite heeft verklaard dat deze wet in strijd is met kinderrechten.

"Wij moeten onze opvattingen niet opdringen aan andere landen." Rusland is lid van de Raad van Europa, de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie. De nieuwe Russische anti-homo-wet en zeker de maatschappelijke vervolging van de homo/lesbische minderheid zijn in strijd met de handvesten van die organisaties. In mijn Socrates-lezing 1990 toon ik aan dat het verdedigen van het menselijk zelfbeschikkingsrecht nooit een vorm van opdringen kan zijn. Integendeel: het verdedigt het recht van mensen zelf zin en vorm aan hun eigen leven zolang zij het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantasten. Degenen die praten over het opdringen van opvattingen zijn juist degenen die zich daar zelf schuldig aan maken. Zoals het oude Nederlandse gezegde luidt: "de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet"!

"Sommige staten in de VS hebben ook homovijandige wetgeving." Dat klopt: nog twaalf deelstaten hebben "anti sodomy laws". Maar het verschil tussen Rusland en de VS is dat Rusland een nieuwe homovijandige federale wet heeft ingevoerd en dat de federale overheid in de VS de laatste jaren hard op weg is om steeds meer gelijkberechtiging tot stand te brengen. In de VS is inmiddels een duidelijke meerderheid voor homo/lesbische gelijkberechtiging en president Obama werkt aan een maatregel tegen homodiscriminatie. Omdat Rusland lid is van de Raad van Europa kunnen Russen in beroep gaan bij het mensenrechtenhof in Straatsburg. Ik hoop dat dit op grote schaal gaat gebeuren.

"Laten we eerst eens wat doen aan de homohaat in Nederland." Het één sluit het andere niet uit. De Nederlandse regering heeft een homobeleid ontwikkeld dat de helaas nog altijd bestaande homohaat wil tegengaan en voorkomen door homovoorlichting op scholen te verplichten en door ondersteuning van homo/lesbische zelforganisatie. De nieuwe Nederlandse telefilm 'Jongens' mag in Nederland wel vertoond worden maar in Rusland niet terwijl het veel bestaande vooroordelen daar zou wegnemen. Kan deze film met Russische ondertiteling op internet geplaatst worden?

"Poetin heeft gezegd niets tegen homo's te hebben als ze maar van kinderen afblijven." Zijn uitspraak is in tegenspraak met zichzelf want hij denkt kennelijk dat homo- en pedoseksualiteit hetzelfde zouden zijn: een gangbaar vooroordeel in alle homovijandige landen. Opmerkelijk is in die landen het samengaan van gewelddadige homohaat enerzijds en anderzijds het op grote schaal voorkomen van verkrachting van jongens en jonge mannen in gevangenissen en legers.

In mijn proefschrift (zie hierboven) laat ik zien dat dictators zich graag omringen met verborgen homo's omdat die af te persen zijn en op ieder gewenst ogenblik uitgeschakeld kunnen worden (zie Hitler en Röhm). Ook het oogluikend toelaten van homovijandig straatgeweld tegen openlijke homo's past in dit historische plaatje. Het is dus heel terecht dat de homo/lesbische beweging wereldwijd waarschuwt voor een dergelijke dreigende herhaling van de geschiedenis!




Naschrift

Omdat homovervolging vaak plaats vindt op grond van godsdienstige overwegingen is het belangrijk te weten dat dit gebaseerd is op onjuiste interpretatie van zogenaamd heilige teksten: Zie mijn hoofdstuk: "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010).

Het International Olympic Committee staat onder druk om in de toekomst discriminatie op grond van homoseksualiteit niet meer toe te staan in landen waar olympische spelen worden gehouden zoals in Rusland wel is gebeurd.
Inmiddels heeft het IOC besloten dat discriminatie op grond van homoseksualiteit niet meer toegestaan wordt in landen waar de spelen gehouden zullen worden!

Rusland speelt een bedenkelijke rol bij pogingen om via de VN Mensenrechtenraad onder het mom van 'gezinsbescherming' de homo/lesbische mensenrechten in te perken. Zie hier voor de tekst van de gewraakte resolutie. Rusland blijft proberen om een wereldwijd verbod op "homopropaganda" in te voeren. Toch is er ook goed nieuws uit de VN Mensenrechtenraad. Zie hier de stemverhouding.

Nederland maakt het makkelijker voor Russische LHBT om asiel te verkrijgen. Velen vluchten naar de Verenigde Staten.

Weer een verdachte dood van een anti-Poetin activist: Alexej Devotchenko en de vervolging van de homo/lesbische minderheid in Rusland gaat door. Dat geldt gelukkig ook voor de buitenlandse aandacht voor deze vervolging, bijvoorbeeld door Human Rights Watch.

Moskou doet vrijwel niets om een homovijandige mishandeling van een homoseksuele Nederlandse diplomaat in Moskou op te lossen.

Zie ook de winnaar van World Press Photo 2014 als protest tegen de homohaat in Rusland.

Het Manifest van de Russische Humanisten verklaart zich tegen discriminatie van vertegenwoordigers van de homo/bi/trans/lesbische gemeenschap en de staatsbemoeienis met de intieme levenssfeer.

IKEA stopt met Russisch magazine vanwege Russische anti-homo-wet

Ruslands anti-homo-beleid wordt niet overgenomen door de Verenigde Naties.

Homo/lesbische docenten worden ontslagen in Rusland.

Antihomowet in  Kirgizië gaat mogelijk niet door.

Homo/lesbische Russen kunnen makkelijker asiel aanvragen in Nederland.

Russische homo-asielzoeker mag blijven.

Rusland doet niets tegen de grootschalige homovervolging in Tsjetsjenië. Op 19 april 2017 wordt daar in Amsterdam tegen geprotesteerd. Op 2 mei 2017 dringt Merkel er tijdens een persconferentie met haar en Poetin op aan dat hij een einde maakt aan die vervolging. Op 9 mei 2017 wordt bekend dat een Russisch homo/lesbisch netwerk er in geslaagd is om tientallen homo' uit Rusland te laten ontsnappen aan deze vervolging. Op 11 juli 2017 wordt meer bekend over de eerste golf van vervolgingen en over de tweede golf die inmiddels plaats vindt.

De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst MIVD verklaart op 24 april 2017 dat Rusland na het terrorisme de grootste bedreiging voor Nederland vormt.

Op 20 juni 2017 oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de Russische wet tegen 'homopropaganda' discriminerend is.

Vanaf 2019 dreigt men in Rusland niet mijn blog meer te kunnen lezen door een internetblokkade.

Op 13 mei 2019 wordt bekend dat een Russische trollenfabriek meer dan 65000 tweets plaatste in twee dagen na neerschieten MH17.

Op 31 mei 2019 werd bekend dat in Rusland verwijzingen naar homoseksualiteit uit de film Rocketman over Elton John zijn verwijderd.

Op 12 juli 2019 werd de Russische activiste voor homo/lesbische gelijkberechtiging Jelena Grigorjeva vermoord. De jaarlijkse Pride Walk Amsterdam wordt 27 juli 2019 aan haar opgedragen.

Op 24 november 2022 heeft de Doema besloten om iedere "homopropaganda" strafbaar te maken. Mensenrechtengroepen en lhbti+activisten vrezen dat de wet elke publieke uiting van homoseksualiteit onmogelijk zal maken waardoor alle lhbti+'ers gedwongen worden in de kast te leven en makkelijk gechanteerd kunnen worden.
In de Groene Amsterdammer van 22 december 2022 staat een dagboekfragment van de Russische schrijver Alexander Snegirjov van 26 november 2022: "De wet tegen homo-propaganda is aangenomen.Het is verboden om vanuit een positief standpunt relaties tussen mensen van hetzelfde geslavht te tonen of te beschrijven. Ik weet zeker dat de verhoogde interesse voor zulke relaties van onze wetgevers ingegeven is door hun eigen problemen. Ze hebben er overduidelijk belangstelling voor, maar schamen zich dat hun eigen persoonlijkheid niet beantwoordt aan de 'traditionele' norm. Ze kunnen zichzelf niet zijn en benijden en haten degenen die dat wel durven. Ze projecteren hun verknipte gevoelens op de hele maatschappij. Zo is een heel land slachtoffer van een paar vergiftigde persoonlijkheden. Allerlei gekken en boze types sluiten zich bij hen aan. Die zijn altijd heel actief.Ze zijn als onkruid dat alles verstikt, ze dulden geen enkele afwijking van de norm."

Op 18 januari 2023 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg bepaald dat Rusland huwelijken van paren van gelijk geslacht moet erkennen op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit moet ook gevolgen hebben voor Bulgarije, Letland, Litouwen, Polen en Slowakije die dergelijke huwelijken ook niet erkennen.

Op 14 juli 2023 komt de NOS met het volgende bericht: "Het Russische parlement heeft een wet aangenomen die geslachtsaanpassende operaties verbiedt. Het is een nieuwe inperking van de toch al zeer bescheiden lhbti-rechten in Rusland. Tegelijk met deze wet nam de Doema ook een resolutie aan waarbij transseksualiteit, travestie en pedofilie als ziektes worden bestempeld. De wet verbiedt "alle medische interventies die erop gericht zijn om de sekse van een persoon te veranderen". Ook mag het gender van een persoon niet worden aangepast in officiële documenten. Een uitzondering wordt gemaakt voor kinderen die met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken geboren zijn. De wet die is aangenomen is zelfs nog iets strenger dan het voorstel dat gisteren bij de Doema lag. Er zijn clausules toegevoegd waardoor een huwelijk ontbonden wordt als een persoon "van gender verandert" en waarmee het voor trans personen verboden wordt om kinderen te adopteren. Het voorstel moet nog goedgekeurd worden door het Russische Hogerhuis en getekend worden door president Poetin, maar dit is min of meer een formaliteit. Al jaren zijn er bij mensenrechtenorganisaties grote zorgen over de onderdrukking van lhbti-personen in Rusland. Rusland krijgt wetten die volgens de voorstanders bedoeld zijn om de "traditionele waarden" van het land te beschermen tegen de "Westerse anti-familie-ideologieën". Vorig jaar nam het parlement een wet aan waarbij het werd verboden om informatie over homo- en biseksualiteit te verspreiden. Sinds de invoering van de 'homopropagandawet' in 2013 gold dat verbod al voor verspreiding van informatie aan minderjarigen. Hierdoor werd het vrijwel onmogelijk voor actievoerders om nog te demonstreren voor homorechten. Naast de mensenrechtenorganisaties zijn ook sommige medici in Rusland het oneens met de wet die de Doema vandaag heeft aangenomen. Zo zegt Ljoebov Vinogradova, de directeur van de onafhankelijke psychiatrische vereniging, tegen persbureau AP dat de wet "mensenhatend" is. Volgens haar zouden de operaties niet geheel verboden moeten worden. "Want er zijn mensen voor wie het de enige manier is om normaal te bestaan en vrede met zichzelf te hebben". Tot zover het bericht van de NOS.

Op 30 november 2023 heeft het Russische hooggerechtshof bekend gemaakt dat de regen-booggemeenschap een wereldwijde terroristische organisatie zou zijn. Tot nu toe hebben Poetin-vriendjes in Nederland nog niet hierop gereageerd. De dag erna werden razzia's gehouden in homobars in Moskou. Nog steeds geen enkel woord van Nederlandse Poetin-vriendjes.

Op 29 augustus 2024 plaatste ik dit blogbericht 562 over de recente ontwikkelingen in Rusland. In het dagblad Trouw van 27 augustus 2024 staat op de voorpagina van het katern 'de Verdieping' de kop: "Onderdrukt. In Rusland krijgen lhbti+'ers het steeds zwaarder." Bij heel bijzondere gebeurtenissen gebruik ik vaak de uitdrukking: 'dat mag wel in de krant!' Dat is in dit geval terecht want de meeste media besteden geen aandacht meer aan de vervolging van leden van de regenbooggemeenschap in Rusland. Daarom is dit artikel van Jarron Kamphorst zeer te prijzen. Ik citeer hieronder.

"De Russischtalige onafhankelijke omroeporganisatie Current Time publiceerde in maart dit jaar een onderzoek over deze zogeheten 'conversieklinieken'. Daarbij kwamen de journa-listen tot de conclusie dat er minstens een dozijn van dit soort inrichtingen in Rusland zijn.

Over de telefoon lieten diverse instanties aan de anonieme verslaggevers weten dat ze de 'homo-aandoening' konden 'behandelen' met behulp van onder meer hypnose, medicatie, gebeden en psychologische therapiesessies. Gemiddelde kosten: 130.000 roebel (circa 1300 euro). (...) Ook rapporten van mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch beves-tigen het bestaan en de praktijk van conversieklinieken. Het fenomeen past in het alsmaar homofobere klimaat in Rusland onder het bewind van president Vladimir Poetin. Nadat de zogenaamde 'anti-homopropagandawet' in 2013 de rechten van lhbti+'ers al ernstig knevel-de, werden Russische queers in november vorig jaar officieel vogelvrij verklaard toen het hooggerechtshof de - zeer vaag gedefinieerde en niet bestaande - 'internationale lhbti+-beweging' als 'extremistische organisatie' brandmerkte. (...) De wetten en daaruit voort-vloeiende veroordelingen en beslissingen leggen de fundamenten voor een maatschap-pelijke context die lhbti+'ers veroordeelt tot de rol van universele zondebok. Een politiek-totalitaire tendens die niet alleen queer uitingen verbiedt, maar ook queer zijn in de ban doet. Het is een direct gevolg van de strijd die het Kremlin zegt te voeren tegen verdor-ven, westerse waarden die volgens Moskou een existentiële bedreiging vormen voor het traditionele, orthodoxe conservatisme dat Poetin predikt." Tot zover dit citaat uit Trouw.

Ik zie dit artikel als een waarschuwing dat de meeste media een kwalijke rol spelen door de aandacht voor deze voortdurende vervolging te doen verslappen. Wat Rusland doet, is in strijd met beleid van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO en met het mensenrechten-beleid van de Verenigde Naties en van de Raad van Europa. Het is van groot belang dat media de aandacht blijven vestigen op deze mensenrechten schendende praktijken.




Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 8 februari 2014

28. Homojeugd


Zoals aangekondigd, plaats ik de komende maanden enkele teksten uit mijn memoires. Uit mijn onderwijsverleden heb ik al twee berichten geplaatst. Hieronder begin ik met mijn persoonlijke homogeschiedenis: drie hoofdstukjes uit mijn memoires. 

Na de oorlog woonden mijn ouders in bij mijn grootouders die voor, tijdens en gedurende de eerste jaren na de oorlog een pension voor oudere dames hadden in de Graaf Florislaan in Hilversum.
 

HILVERSUM ZOMER 1949

In mijn vroegste herinnering sta ik als driejarige kleuter op de zonnige groenomzoomde Groest (een hoofdstraat in Hilversum) en vraag ik aan mijn moeder: “Waarom kunnen jongens niet met jongens trouwen?” Haar antwoord weet ik niet meer, maar ik heb toen wel geleerd dat je daarover beter kunt zwijgen. Ergens diep van binnen ontstond een geheime plek waar dit soort gevoelens werden opgeslagen in de hoop op betere tijden waarin het onnoembare bespreekbaar zou kunnen worden.


HILVERSUM ZOMER 1957

Nadat de laatste dame was overleden en aan het kosthuis een einde kwam, ging de ongehuwde broer van mijn vader, oom Wubbo, in die kamer wonen. Hij werkte bij de Nederlandse Spoorwegen als opzichter bij baanwerkzaamheden. Ik herinner mij hem als een altijd gespannen, zenuwachtige en kettingrokende man die vaak met onze eveneens ongehuwde buurman Johan met vakantie ging naar Baden-Baden. Pas meer dan tien jaar later ontdekte ik dat dit een geheim ontmoetingspunt was voor Duitse ‘gevoelsgenoten’ in een tijd dat homoseksualiteit daar nog strafbaar was.

Anders dan in Nederland was de strafbaarstelling van homoseksualiteit uit de nazi-tijd niet uit de Duitse wetgeving (paragraaf 175) geschrapt. Buurman Johan leek als twee druppels water op de boze buurman uit de film 'Ja zuster, nee zuster' al kon ik daar toen nog geen weet van hebben. Ik had regelmatig ruzie met hem omdat mijn krielkipjes door het gazen hek heen aten van de planten uit zijn tuin waar hij overigens verder geen enkele aandacht aan besteedde.

Hij woonde alleen in zijn ouderlijk huis dat gebouwd was in de jaren twintig. Dat huis was sindsdien geheel ongewijzigd gebleven, op door kettingroken zwart geworden behang en plafonds na. Het enige persoonlijke dat hij mij wel eens had toevertrouwd was dat hij om geld uit te sparen in plaats van wekelijks nu eens in de twee weken in bad ging en daar dan twee keer zo lang in bleef liggen.

Toen zijn buurman aan de andere kant van zijn huis overleed, begon de kersverse jonge weduwe hem en mijn oom Wubbo te benaderen op zoek naar een nieuwe echtgenoot. Dat leidde tot de nodige paniek bij beide heren. Johan wist zich handig daaraan te onttrekken door het klassieke verhaal op te hangen dat zijn verloofde helaas bij een bombardement in de oorlog was omgekomen en dat hij niet ontrouw wilde worden aan zijn Grote Liefde. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat ik stiekem een gesprek afluisterde tussen een huilende oom Wubbo en mijn moeder die hem troostte met de woorden dat hij "toch niet gedwongen was om te trouwen als je dat niet wilde". Pas tien jaar later besefte ik hoe diep de maatschappelijke veroordeling van de onnoembare liefde zat en welke levensvernietigende gevolgen er uit voort vloeiden.



HILVERSUM HERFST 1957

Bij gebrek aan vaderlijke aandacht, laat staan liefde, was ik daarnaar voortdurend op zoek bij oudere mannen die ik aardig vond. De vele ooms aan moeders kant moesten niets hebben van dat kleffe gedoe en de voelbare angst van oom Wubbo met buurman Johan sprak mij in het geheel niet aan. Maar gelukkig was daar nog de bloemist die goed bevriend was met mijn moeder. Hij kwam geregeld over de vloer om ons armoedige huishouden wat op te vrolijken door een bloemetje mee te nemen dat volgens eigen zeggen “toch was overgebleven omdat er geen kopers voor waren” en mijn moeder droeg dan uit dank heel romantische Duitse gedichten voor. Ik herinner mij nog van Goethe: “über allen Gipfeln ist Ruh, kaum spürest Du einen Hauch”, hetgeen voor mij kennelijk de hoogste vorm van gelukzaligheid uitdrukte in een leven vol haat en nijd.

Vanzelfsprekend wist mijn vader niets van deze heimelijke bezoekjes. Niet zozeer omdat hij kennelijk door had dat van de bloemist weinig gevaar op echtbreuk uitging, maar meer omdat hij alles haatte wat Duits was.  De bundels met Duitse gedichten werden dan ook door mijn moeder in een kast verborgen alsof het porno betrof.

Mijn vader was inmiddels na jaren van onledig thuiszitten portier bij de VARA geworden, een paar lanen verderop. Kennelijk deed hij dat goed want hij bracht het daar zonder enige opleiding tot hoofd van de huishoudelijke dienst. Via de VARA kende hij veel homo’s maar daar werd door hem nauwelijks of met enige minachting ("verwijfde types”) over gesproken.

Verwijfd was de bloemist zeker niet maar wel ongehuwd. Ik herinner mij nog goed dat aan zijn heimelijke bezoekjes een einde kwam nadat ik een keer naast hem was meegereden in zijn bloemenwagen. Hij vertelde mij dat hij mij heel aardig vond maar dat hij mijn moeder niet wilde bedriegen en dat het daarom beter was dat we elkaar niet meer zouden zien. Ik begreep er niets van maar was er heel verdrietig over zonder dat ik het mijn moeder durfde te vertellen. Ik voelde wel aan dat er anders een groot gevaar zou dreigen, al wist ik in mijn kinderlijke onschuld niet wat.



Mijn hele middelbare schooltijd speelde homoseksualiteit geen enkele rol al had ik wel door dat ik de lieveling was van de leraar Latijn. Zo groen als gras en zonder enige seksuele ervaring ging ik augustus 1964 in Nijmegen studeren. Zie voor het vervolg blogbericht 32: Mijn eerste vriendje van zaterdag 8 maart 2014.

Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 1 februari 2014

27. "Dachautje spelen"


Op zaterdag 7 december 2013 plaatste ik blogbericht 23 over mijn Onderwijsverleden. Hieronder staat een tweede tekst over onderwijs uit mijn memoires in wording. 

NIJMEGEN ZOMER 1964

Mijn vader was door zijn verblijf in een Duits kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog in feite een ongeschoold arbeider met een bijna afgezet been en met een moeizaam overwonnen tbc. Hij bracht het toch maar tot directeur huishoudelijke dienst van de VARA. Daarom vond hij dat ik na de lagere school ook maar moest gaan werken. Onder druk van mijn moeder legde hij er zich bij neer dat ik naar het lyceum ging. Ook onder haar druk vond hij het het uiteindelijk goed dat ik daarna ging studeren. Maar dan als spoorstudent in Utrecht of Amsterdam zodat ik thuis in Hilversum kon blijven wonen, want dat was goedkoper. De steeds maar oplopende spanning tussen hem en mij was echter inmiddels onhoudbaar geworden. En zo kwam ik in uiterste nood met de redenering dat hij als atheïst bij zijn huwelijk met mijn katholieke moeder had moeten beloven dat ik katholiek werd opgevoed. Dat werd dus studeren in Nijmegen, augustus 1964.

Het eerste nadeel van studeren in Nijmegen werd al snel duidelijk: alle studenten moesten (onder het motto “één God, één Kerk, één Corps”) verplicht lid worden van het Nijmeegs Studenten Corps met de bijbehorende ontgroening. Het tweede nadeel was de ongelooflijke slaafsheid van de (meest Brabantse en Limburgse) studenten die dat allemaal als geslagen honden over hen heen lieten komen.

Na de inschrijving bij de universiteit liep ik naar de sociëteit van het N.S.C. om mij daar ook even in te schrijven, dacht ik. Maar tot mijn verrassing kwam ik geheel onvoorbereid terecht op een tjokvolle zolder van het Corpsgebouw aan de Oranjesingel in Nijmegen waar zielige ouderejaars “Dachautje” aan het spelen waren met eerstejaars die al uren gedwongen werden om staande de meest vernederende dingen naar hun hoofd geslingerd te krijgen. 

Mijn vader had nooit wat over zijn kampervaringen willen vertellen maar mijn moeder wel, in haar goedbedoelde pogingen om de boel bij elkaar te houden. Aan de verhalen over volgepakte treinen bestaande uit veewagens heb ik levenslang een angst overgehouden voor volle ruimtes en daarom loop ik nog altijd weg uit volgepakte liften en treinen.

De meest fanatieke ontgroener was een Indische Nederlander, zo te horen uit Limburg, die ons toeschreeuwde: "Jullie willen toch lid worden van het Corps?!" Dat was voor mij de druppel die de emmer deed overlopen. Ik steeg boven mijn verlegen zelf uit en schreeuwde terug: "Ik wil helemaal niet lid worden maar wordt daar toe gedwongen! Wij leven in een vrij land en ik doe niet mee aan dit fascistische spelletje.” 

Met alle macht wilden de ouderejaars mij tegenhouden maar ik opende het zolderraam aan de kant van de drukke Oranjesingel en begon om politiehulp te schreeuwen. Om de overige eerstejaars niet verder te verontrusten die rumoerig werden door mijn opstandig optreden, liet men mij schijnbaar gaan. 

Schijnbaar, want volgens goed katholiek gebruik werd ik op weg naar buiten aan alle kanten benaderd om mij weer in het gareel te krijgen. Dat maakte mij alleen maar nog opstandiger. Ik dreigde naar het toen nog bestaande Nijmeegse Vrije Volk te lopen. In een laatste poging om deze rel te sussen, werd ik uitgenodigd bij de praeses die tot mijn verrassing uit West-Friesland bleek te komen. Hij had het over  “de achterlijkheid van Brabanders en Limburgers” en vanzelfsprekend hoefde ik aan de ontgroening niet meer mee te doen en werd ik toch lid van het Corps “want dat was nu eenmaal verplicht.” 

Binnen de kortste keren werd ik dankzij de net begonnen studentenvakbond SVB lid van de Nijmeegse studentengrondraad en kwam er (ondanks de tegenwerking van de nieuwe N.S.C. praeses en latere werkgeversvoorzitter Jacques Schraven) een einde aan deze verplichting. Dankzij mijn voorganger als SVB-fractievoorzitter (de latere uitgever en schrijver Wilfried Uitterhoeve) was mijn deelname aan de grondraad een goed lesje in het omgaan  met de macht van kerk en politiek.

Nijmeegse studenten maakten revolutionaire tijden mee en het viel mij als sociologiestudent met historische belangstelling op dat niemand het belang van goede archivering inzag waardoor vrijwel alle stukken in prullenmanden verdwenen. Dat werd een andere goede les: documenten toegankelijk bewaren voor latere onderzoekers. Ook leerde ik een medestudent kennen die correspondent was voor de NRC en zo kwam het dat ik mijn loopbaan als schrijver begon met een krantenberichtje over de toen al omstreden katholieke identiteit van de Nijmeegse universiteit.

Gelukkig was ik niet de enige dwarsligger in Nijmegen.  Zo werd ik lid van het onafhankelijke studentendispuut Bazarow, waar ik de latere vrijdenkersvoorzitter Anton van Hooff leerde kennen.  En ik werd ook lid van de socialistische studentenvereniging Politeia, waardoor ik de latere topambtenaar Henk Molleman ontmoette. Een en ander leidde er wel toe dat ik regelmatig op straat werd uitgescholden voor "vuile rotcommunist" door Nijmeegse studenten tot wie de politieke verschillen ter linkerzijde kennelijk nog niet waren doorgedrongen. De inmiddels opkomende Nijmeegse communistische studenten (die het ene geloof hadden ingewisseld voor het andere) vonden mij op hun beurt weer rechts omdat ik lid was geworden van "de klassenvijand" PvdA als tegenwicht tegen de polariserende politieke verhoudingen in Nijmegen.

Zoals ik in mijn eerste blogbericht over mijn onderwijsverleden al heb beschreven, wilde ik mijn hele jeugd architect worden maar door een (in het lager en middelbaar onderwijs niet ontdekte) afwijking in het hoofdrekenen (een-en-tachtig werd in mijn hoofd 18) ging dat niet door. De moord op Kennedy bracht mij tot verhoogd maatschappelijk bewustzijn en de keuze voor sociologie lag dus voor de hand: "geen huizen bouwen maar een betere maatschappij!" De studie sociologie verliep voorspoedig. 

Bij het nog steeds bestaande Instituut voor Toegepaste Sociologie werd ik assistent van de latere minister van onderwijs Jos van Kemenade en kreeg ik vooral tot taak mondelinge vragenlijsten af te nemen in de wijde omgeving van Nijmegen. Daardoor werd ik mij goed bewust van de enorme kloof tussen enerzijds de sociale wetenschappen en anderzijds de onderkant van de maatschappij omdat de vragen vaak niet of verkeerd begrepen werden.

Mijn voornemen om mijn zelfgekozen verbanning naar Nijmegen zo snel mogelijk na mijn meerderjarigheid (toen nog 21 jaar) te beëindigen, kwam in een stroomversnelling in de voor mij dramatisch verlopen zomer van 1967. Daarover meer in de derde aflevering van deze serie over mijn onderwijsverleden: blogbericht 35: Twee katholieke kandidaatsexamens van zaterdag 29 maart 2014.


Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 28 december 2013

26. Blogpauze (1)

Toen ik een half jaar geleden begon met het wekelijkse bloggen, vermoedde ik niet dat het zo goed zou aanslaan. Er zijn nu duizenden lezers in Nederland, honderden in de Verenigde Staten, tientallen in (gerangschikt naar aantallen) Rusland, Duitsland, België, Frankrijk, Oekraïne, Zuid Afrika, Servië en het Verenigd Koninkrijk, en enkele lezers in (alfabetische volgorde) Antigua, Australië, Brazilië, Canada, China, Costa Rica, Finland, Griekenland, India, Indonesië, Japan, Maleisië, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Polen, Singapore, Taiwan, Thailand, Tsjechië, Turkije, Venezuela, Zuid Korea en Zweden. Met dank aan de 175 in veertig landen over de hele wereld verspreide opleidingen Neerlandistiek!

Aanvankelijk zag ik erg op tegen het bloggen omdat sociale media vaak uitblinken in het slechtste wat een samenleving zichzelf kan aandoen. Maar het blijkt dat bloggen een ander soort mensen aantrekt: inhoudelijk belangstellend, bereid om met aanvullende inlichtingen en goed onderbouwde tegenoverwegingen te komen, en bogend op veel belangwekkende eigen ervaringen. Kritiek was er ook: "teveel aandacht voor Friesland" en "waarom niet in het Engels?" Opvallend genoeg kwam die kritiek alleen uit de Randstad en niet uit de rest van Nederland en het buitenland.

In mijn eerste blogbericht (van 6 juli 2013) schreef ik al heel duidelijk "dat ik mij niet meer hoef te beperken tot onderwerpen rond homoseksualiteit maar dat ik ook kan gaan schrijven over humanisme, openbaar onderwijs, Nederlandse cultuur (...) wereldwijd, Fryslân en wat me nog meer heeft beziggehouden en zal blijven boeien". Gegeven die doelstelling ligt het voor de hand dat Friesland af en toe aan de orde komt. Ik steek niet onder stoelen of banken dat mijn tienjarig verblijf daar mij beter is bevallen dan ruim 55 jaar in de Randstad. Dat steekt sommigen kennelijk. Maar wie Friesland een beetje kent, weet dat deze kritiek een aansporing is om daar vrolijk mee door te gaan: Fryslân boppe! (Zij die vrezen voor verfoeilijk Fries nationalisme: zie mijn Tresoar Lezing over Friese en homo- & lesbische identiteiten, op te vragen via robtielman46@gmail.com).

Gegeven mijn belangstelling voor Nederlandse cultuur wereldwijd en mijn ervaring met studenten Neerlandistiek in het buitenland, kies ik er bewust voor om in het Nederlands te schijven. Mensen die Nederlands willen leren, ergeren zich eraan dat Nederlanders meestal meteen omschakelen naar het Engels waardoor zij de taal moeilijker leren. Friezen die in dorpen leven, hebben dat gelukkig iets minder. Dat heeft het leren van het Fries voor mij vergemakkelijkt. Het lijkt wel alsof veel Nederlanders zich voor hun taal schamen en het maar raar vinden als buitenlanders trachten Nederlands te leren. Juist in een door internet steeds eentaliger wordende wereld is het belangrijk om de betekenis van kleine talen te onderkennen. Zoals ik in mijn Socrateslezing 1990 heb betoogd, lopen eentaligen het gevaar om taalgevangenen te worden en bevordert veeltaligheid een open houding ten opzichte van verscheidenheid in gelijkwaardigheid.

Een belangrijk voordeel van bloggen boven het schijven van columns in een maandblad is dat voortdurend nieuwe ontwikkelingen kunnen worden verwerkt in oude teksten. Dankzij de links met internetbronnen kan iedereen nagaan waar mijn gegevens vandaan komen. Bovendien kunnen lezers mij over het bloggen rechtstreeks via  robtielman46@gmail.com benaderen met het verzoek om hun reacties al dan niet op te nemen. Tot nu toe heb ik geen enkele reactie hoeven te weigeren.

Er zijn lezers die wel Nederlands lezen maar toch liever in hun eigen taal reageren. Enkele Engelstalige reacties heb ik al opgenomen omdat die meestal door mijn lezers begrepen worden. Maar ook reacties in Afrikaans, Fries, Duits, Frans, Spaans, Portugees, Italiaans, Noors, Esperanto en Russisch kunnen opgestuurd worden. Die zal ik plaatsen en indien nodig kort samengevat vertalen. Leve de veeltaligheid!

Een ander voordeel van bloggen zijn de blogstatistieken. Ik had het al over de landen waar de lezers zitten. Dankzij de blogstatistieken kan ik nu ook nagaan welke blogberichten het meest bekeken zijn. Vanzelfsprekend staan 1. Rob Tielman gaat bloggen en 2. Van column naar blog bovenaan want veel lezers willen weten waarom ik dit doe. Dan volgen 15. (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam  (vooral bekeken in de VS), 11. Frankrijk & Nederland (veel gelezen door Frans-Vlamingen die Nederlands leren) en 21. It wrede paradys (geliefd bij Friezen).

Ook leuk om te weten: de meeste lezers gebruiken Firefox (66%), Chrome (11%), Internet Explorer (10%) en Safari (9%). De meest gebruikte besturingssystemen onder mijn lezers zijn Mac (59%), Windows (28%), iPad (5%), iPhone (2%) en Linux (2%). En er komen veel lezers binnen dankzij Google, Speld, Postzegelblog, CBOO en lezers die over mijn blog schrijven op Facebook.

Mijn derde blogbericht (van 20 juli 2013) eindigde ik met: "En nu maar kijken of het schrijven van blogs het schrijven van memoires remt of bevordert!" En uitgerekend dat bleek het enige nadeel van het bloggen: het kostte mij meer tijd dan verwacht waardoor het schrijven van mijn memoires vertraging opliep. Mede dankzij het landelijk platform openbaar onderwijs CBOO is daar een oplossing voor gevonden. Maandelijks schrijf ik een blogbericht over (openbaar) onderwijs dat daarnaast zowel in mijn memoires als op http://www.openbaaronderwijs.nl/ zal verschijnen.

Ik overweeg eveneens maandelijks afleveringen uit mijn memoires in mijn blog te gaan opnemen. Dat betreft dan de andere twee hoofdlijnen in mijn memoires: homoseksualiteit en humanisme, elke hoofdlijn in een eigen lettertype. Daarnaast blijft er dan ook ruimte om maandelijks in te gaan op actuele ontwikkelingen in het lettertype dat ik nu gebruik. Maar eerst moet ik de opgelopen achterstanden wegwerken door enkele weken voorrang te geven aan het schrijven van mijn memoires. Daarom las ik de komende vijf weken een blogpauze in en verschijnt mijn eerstvolgende blogbericht op zaterdag 1 februari 2014. Alvast een goede jaarwisseling en een gelukkig 2014 gewenst!




Voor wie vijf weken erg lang is: (her)lees mijn Burgemeester Dales Lezing van 25 januari 2000 eens. In februari 2014 besteed ik aandacht aan mijn Nijmeegse ervaringen... 

Zie ook: Wikipedia over Rob Tielman

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda. 

zaterdag 21 december 2013

25. Godgeklaagd!

In Nederland is godslastering niet langer strafbaar. De Eerste Kamer besloot onlangs op 3 december 2013 een einde te maken aan deze al geruime tijd niet meer gebruikte wet. De jarenlange discussie over dit onderwerp ging in het algemeen over de gekwetste gevoelens van godsdienstigen in Nederland en niet over dodelijke gevolgen voor velen in de rest van de wereld. Boris van der Ham en Rein Zunderdorp stelden dit terecht aan de orde in de Volkskrant van 9 december 2013. Het is daarom goed dat onlangs het IHEU Freedom of Thought Report 2013 is uitgekomen. Hieronder een nadere beschouwing over belangrijke bevindingen.

Op grond van met name de artikelen 18, 19 en 20 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zou men mogen verwachten dat ongodsdienstigen wereldwijd gelijk behandeld zouden worden als godsdienstigen. Uit dit IHEU-rapport blijkt het tegendeel: vrijwel overal is sprake van lichte tot ernstige vormen van discriminatie. In 13 (allemaal islamitische) landen staat zelfs de doodstraf op het niet geloven in een god. In 39 landen kan godslastering tot gevangenisstraffen leiden en in Iran, Pakistan en Saoedi Arabië kan zelfs de doodstraf opgelegd worden.

De auteur Matt Cherry en redacteur Bob Churchill moeten een behoorlijke klus gehad hebben aan dit onderzoek in alle landen van de wereld. (Ik miste alleen de Dominicaanse Republiek en Vanuatu). Zelf heb ik ruim twintig jaar geleden een vergelijkbaar onderzoek gedaan naar de sociale en juridische posities inzake homoseksualiteit in alle toenmalige landen ter wereld: World Survey on the Social and Legal Position of Gays and Lesbians; in: The Third Pink Book; Buffalo NY, 1993; 247-342. Ik kreeg de medewerking van alle Nederlandse ambassades in het buitenland en van de meeste buitenlandse ambassades in Nederland of België. In die tijd werden mij vaak brieven geschreven met de strekking: "the practice of homosexuality does not exist in the Congo" (13 april 1987). Mensen met de nodige ervaringen ter plekke berichtten mij het tegendeel...

Een groot probleem was dat de wetgeving en de praktijk van alledag mijlenver uit elkaar konden liggen. Zo herinner ik mij uit de jaren tachtig dat in Polen homoseksualiteit in het wetboek van strafrecht niet voorkwam maar dat de politie regelmatig razzia's hield op de zogenoemde banen (homo-ontmoetingsplaatsen). Ik maakte dat een keer 's avonds mee in een parkje in Poznan: iedereen holde plotseling in paniek weg, ik hield mij van de domme, bleef rustig op een bankje zitten en moest mijn paspoort laten zien. Toen bleek dat ik een Nederlander was, werd mij verteld dat dit een ontmoetingsplaats van "Kriminelle" zou zijn. Mijn zo naïef mogelijk gestelde vraag of criminaliteit nog voorkwam in een socialistische heilstaat als Polen bracht de agenten in grote verwarring en ik kon gaan.

Tijdens mijn onderzoek kreeg ik het sterke vermoeden dat er een nauwe samenhang is tussen enerzijds het vervolgen van homoseksualiteit en anderzijds het schenden van het recht zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven zolang men het zelfbeschikkingsrecht van anderen respecteert. Ik heb dat verder uitgewerkt in mijn hoofdstuk: "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010).

Dankzij dit nieuwe IHEU-onderzoek kan ik dat nu bevestigen: in de meeste landen waar op homoseksualiteit de doodstraf staat, geldt dat ook voor ongodsdienstigheid: Afghanistan, Iran, Jemen, Mauritanië, Maldiven, Nigeria, Saoedi Arabië, Somalië en Soedan. Maar geldt ook het omgekeerde: is daar waar het gelijkgeslachtelijk huwelijk is opengesteld, er (in dit IHEU-rapport) ook sprake van een gelijke behandeling van (on)godsdienstigen?

Het klopt voor maar drie landen: België, Nederland en Uruguay. Maar het klopt niet voor veertien landen: Argentinië, Brazilië, Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Nieuw Zeeland, Noorwegen,  Portugal, Spanje, Zuid Afrika, Zweden en delen van Mexico en van de Verenigde Staten. Dit onlogische resultaat verbaast mij zeer. Wijst dat op een veel betere belangenbehartiging van homo/lesbische bewegingen dan van ongodsdienstige? Of wijst dat op een betwistbare indeling in dit rapport?

Die laatste vraag beantwoord ik aan de hand van de categorie "Free and Equal" uit het IHEU-rapport door na te gaan of in al die landen sprake is van vrijheid en gelijkheid voor homoseksuelen: België (ja), Benin (juridisch ja maar soctaal betwistbaar), Fiji (geen erkenning van homo/lesbische relaties), Jamaica (op homoseksualiteit staat 10 jaar gevangenisstraf en er vinden veel moorden op homo's plaats en de meeste moordenaars worden niet vervolgd), Japan (homoseksualiteit is een maatschappelijk taboe), Kosovo (idem), Kiribati (homoseksualiteit is verboden), Nauru (idem), Nederland (ja), Niger (homoseksualiteit is een maatschappelijk taboe), Sao Tomé (idem), Sierra Leone (op homoseksualiteit staat levenslang), Taiwan (er wordt aan de openstelling van het huwelijk gewerkt), Uruguay (ja), Zuid Korea (geen erkenning van homo/lesbische relaties). Kortom: de categorie "Free and Equal" in dit IHEU-rapport is hooguit theorie maar geen praktijk.

Terecht besteedt het IHEU-rapport veel aandacht aan de vraag of er in onderzochte landen sprake is van vrije media want die zijn van belang om de handhaving van mensenrechten te bewaken. Maar ik zou het bij een volgende versie van het rapport toejuichen als ook vrouwen- en homorechten meegenomen worden in de beantwoording van de vraag of landen ook echt "Free and Equal" zijn. Wellicht helpt het om de lidorganisaties van de International Humanist and Ethical Union meer bij dit onderzoek te betrekken, zoals nu af en toe gebeurd is.

In de categorie "Severe Discrimination" vallen in het IHEU-rapport landen als Algerije, Birma, Centraal Afrikaanse Republiek, Congo, Ethiopië, Kameroen, Kazakstan, Laos, Libanon, Palestina, Rusland, Sri Lanka, Tunesië, Tsjaad, Turkije, Uzbekistan, Vietnam, Wit-Rusland en Zimbabwe. Daar kan men zich iets bij voorstellen. Maar in het IHEU-rapport zijn landen als Denemarken, Duitsland, Nieuw Zeeland en IJsland in datzelfde rijtje terecht gekomen! En dat omdat zij (anders dan Nederland onlangs) nog geen einde hebben gemaakt aan de dode letter van een wet op de godslastering. Is dat niet wat kort door de bocht? Kortom: een belangwekkend IHEU-rapport maar voor verbetering vatbaar!




Inmiddels wordt atheïsme in Saudi Arabië als vorm van terrorisme beschouwd en kan met de doodstraf bestraft worden.

Er is een boek verschenen over atheïstische Arabieren: Arabs Without God.

De European Humanist Federation heeft kritiek op de Europese Unie inzake godslastering.

Een bevriende deskundige die de onderstaande landen uit eigen ervaring goed kent, schreef mij over het IHEU-rapport:   
"1. South Africa: generally accurate, but misses the influence of increasingly vocal civil society groups, increasingly open access to social networking and international media.
2. United States of America: rather a simplistic view of an enormous country with legal complexities rarely found in others, since each State has legal independence in limited areas, provided that the state law/constitution does not contravene the Federal one; the past years' decisions by the administration and Supreme Court have often overidden church based social objections [don't ask/ don't tell, Defense of Marriage Act overturned, equal rights for same sex military spouses]; major impetus in the 'Obamacare' opposition comes from Republican dominated states where traditional religious views often hold sway, and from hierarchical church groups in matters relating to coverage for contraception and abortion.  
3. Germany has a unique intertwining of state and religion; issues surrounding Gay rights remain unresolved, such as 2nd parent adoption and full equality of marriage despite an extremely high level of social tolerance for openly sexually different people [not a level ever addressed anywhere in the report]. 
4. Israel: the section reflects the difficulties without acknowledging some successes, including the status 'y'dua batsibbur' --known in the community [like common law] and the state recognition for an array of purposes, largely not on the political radar; especially through the effective Supreme Court, Israel has gradually reduced religious prerogatives, which is unacknowledged; Secularism is accepted."

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 14 december 2013

24. Pieter Admiraal (1929-2013)

Mijn vorig bericht werd geplaatst in het weekeinde dat de hele wereld vol was van het overlijden van Nelson Mandela. Dit bericht verschijnt in het weekeinde dat hij begraven wordt. Waarom schrijf ik nu niet over zijn dood maar wel over het overlijden van iemand waar vrijwel geen aandacht aan is besteed?

Wie mijn blog het afgelopen half jaar heeft gevolgd die weet dat ik mij niet houd aan de wetten van de (sociale) media waar bijna iedereen van het ene nieuwtje naar het andere voortholt.  Mijn blog heeft iets tegendraads: juist aandacht besteden aan zaken die vergeten dreigen te worden.

Een van mijn aandachtsvelden in dit blog is de wereldwijde Nederlandse invloed. Zeker als het gaat om het recht van mensen om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zolang men het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantast. Een goed voorbeeld is de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht in 2001. Sindsdien is deze gelijkberechtiging in Nederland  gevolgd door (in alfabetische volgorde) Argentinië, België, Brazilië, Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Portugal, Spanje, Uriguay, Zuid Afrika, Zweden en delen van Mexico en van de Verenigde Staten. Binnenkort wordt openstelling van het huwelijk verwacht in Duitsland, Engeland, Finland, Luxemburg, Taiwan, Vietnam en Wales. Zie: Wikipedia same sex marriage.

Een soortgelijke ontwikkeling doet zich voor bij de wettelijke erkenning van het recht om zelf te beschikken over een menswaardig levenseinde. Dat begon in Nederland gevolgd door België, Luxemburg en Quebec (Canada). Hulp bij zelfdoding is nu wettelijk mogelijk in Zwitserland en in de Amerikaanse deelstaten Montana, Oregon, Vermont, en Washington. In veel landen of deelstaten doen zich ontwikkelingen in deze richting voor. Zie ook: Wikipedia legality of euthanasia. Zowel in Nederland als wereldwijd heeft de op 30 november 2013 overleden Pieter Admiraal een belangrijke rol gespeeld. Omdat aan zijn overlijden vrijwel geen aandacht is besteed, doe ik dat in dit blogbericht.

Pieter Admiraal studeerde in 1956 af als arts aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 1972 aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Van 1964 tot zijn pensionering in 1994 was hij als anesthesioloog verbonden aan het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. Sinds 1994 was hij erelid Medische Staf Reinier de Graaf Delft en vanaf 2005 drager van de Reinier de Graaf Penning. Hij was van 1970 tot 1973 voorzitter en daarna erelid van De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie. De NVA schrijft over hem: "Hij kan zonder enige overdrijving de vader van de Nederlandse palliatieve zorg genoemd worden".

De directeur van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, schreef mij: "Hij was erelid van de NVVE en één van de wegbereiders van de euthanasiewet. Door al in 1984 een boekje te schrijven, vanuit zijn professie als anesthesioloog, over hoe medisch gezien een euthanasie moet worden uitgevoerd is hij de initiator van de medische techniek van een zorgvuldige levensbeëindiging. Tot vlak voor zijn overlijden heeft hij zich nog actief bemoeid met de nieuwe richtlijn ‘Euthanasie’. We zullen hem en zijn opbouwende kritische inbreng missen."

Als president van de International Humanist and Ethical Union ontmoette ik hem op het IHEU congres van 1992 in Amsterdam toen hem de International Humanist Award werd uitgereikt "for advocating the right of self-determination in the field of voluntary euthanasia". Ik maakte hem sindsdien mee als Laureate of the International Academy of Humanism, Honorary Associate of Rationalist International, en als bestuurslid van het Center for Inquiry Low Countries.

Van iemand die zijn hele leven heeft gestreefd naar het feitelijk en wettelijk mogelijk maken van een menswaardige dood verwacht men wellicht dat hij somber gestemd was maar het tegendeel is het geval. Uit eigen ervaring kan ik het daarom volledig eens zijn met datgene wat collega's over hem schreven: "Pieter Admiraal was niet alleen een gedreven maar ook een markante persoonlijkheid die bekend stond om zijn humor en zijn acteertalent. Wij voelen ons bevoorrecht zo'n bijzondere persoonlijkheid en collega in ons midden te hebben gehad, en koesteren zijn nagedachtenis."

Pieter Admiraal heeft over de hele wereld meer dan 300 lezingen gegeven over het belang van het medisch-wetenschappelijk verantwoord begeleiden van mensen die een einde willen (doen) maken aan hun uitzichtloos en ongeneeslijk lijden. Zijn betekenis werd in 1994 erkend toen hij benoemd werd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Zijn strijd voor menswaardig sterven heeft velen uit hun lijden verlost en zal dat blijven doen ook na zijn dood. Alleen al om die reden mag zijn overlijden niet onopgemerkt voorbij gaan!



De docu Afscheid van een vriend van Karin Junger en Carel Jansen over Pieter Admiraal staat niet integraal op internet maar is te bestellen bij Beeld en Geluid:  
http://zoeken.beeldengeluid.nl/internet/index.aspx?chapterid=1164&filterid=974&contentid=7&searchID=3667211&columnorderid=-1&orderby=1&itemsOnPage=10&defsortcol=12&defsortby=2&pvname=personen&pis=expressies;selecties&startrow=5&resultitemid=46&nrofresults=53&verityID=/64956/65616/67777/120709@expressies

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.