zaterdag 26 september 2015

112. Blog meer dan 50.000 keer bekeken!

In ruim twee jaar is mijn blog in meer dan 120 landen ruim 50.000 keer bekeken. De top tien landen met de meeste lezers zijn op dit ogenblik: Nederland, de Verenigde Staten, Rusland, Oekraïne, Duitsland, Frankrijk, België, Verenigd Koninkrijk, Ierland en Brazilië.

De eerste 5.000 keer dat mijn blog werd bekeken, werd na negen maanden bereikt. De tweede 5.000 na vijf maanden. De derde en vierde  5.000 na drie maanden. De vijfde 5.000 na twee maanden. En sindsdien wordt er elke maand gemiddeld 5.000 keer naar mijn blog gekeken. Die groei had ik werkelijk niet verwacht!

Die wereldwijde verspreiding is mede te danken aan de over grote delen van de wereld verspreide opleidingen Neerlandistiek en aan de Nederlandse Taalunie die hen met raad en daad ondersteunt. Buiten Nederland, België en Suriname wordt in veertig landen aan 175 universiteiten Nederlands gegeven door 700 docenten aan 15.000 studenten en wordt door 6000 leraren Nederlandse lessen gegeven aan 400.000 scholieren op scholen voor het basis- en voortgezet onderwijs. Het grootste aantal scholieren (23.000) is te vinden in de twee Duitse deelstaten die aan  Nederland grenzen: Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen. In Frans-Vlaanderen is het aantal scholieren dat Nederlands leert aanzienlijk gestegen. Ook in tweetalig Brussel wordt steeds meer Nederlands geleerd. Het aantal lezers van mijn blog in Belgisch Vlaanderen steeg het laatste halfjaar dankzij Het Roze Huis in Antwerpen.

De belangrijkste vijf websites die naar mijn blog verwijzen, zijn: 1. www.google.nl , 2. www.itnijs.nl , 3. l.facebook.com , 4. www.google.com en 5. www.hetrozehuis.be . Het meest voorkomend zoekwoord is Nederlands wereldtaal. Tenzij anders vermeld, vinden de meeste lezers mijn blog dankzij Google.

De meest gelezen onderwerpen
Hier de top tien aan thema's die de lezers tot nu gekozen hebben om te lezen: 1. Intimiteit en erotiek tussen mannen, 2. Humanisme, 3. Mijn eigen homoverleden, 4. Friesland, 5. Nederlands wereldwijd, 6. Wereldwijde homovervolging, 7. Racismediscussie, 8. Amerika, 9. Homoseksualiteit in Nederland en 10. Mediakritiek.

Deze volgorde vloeit voort uit de populariteit van de meest gelezen blogberichten. Voor ieder thema noem ik vervolgens de meest gelezen berichten binnen dat thema, ook in volgorde van populariteit.

1. Intimiteit en erotiek tussen mannen
Deze serie scoort het hoogst. Opmerkelijk genoeg, vooral in homovijandige landen. De best bekeken blogberichten in deze serie zijn: nr. 90 over Homo-erotiek in mannengroepen, nummer 89 over Gay Twinsnummer 92 over Homo-erotische sporters, nummer 93 over Mannennaakt dat geen porno is, nr. 84 over Mannenparen, nr. 80 over de World Press Photo 2014, nummer 87 over Mannen die mannen zoenen, nummer 85 over Zoenende voetballers, nummer 98 over Liever homo-erotiek dan homoporno en nummer 96 over de vraag: Wat is (homo)porno? (2). Opvallendste daler is nr. 83 over Vriendenparen, dat uit deze top tien viel. Het slechtst bekeken, is nummer 97 met Kritiek op homoporno: is daar een verklaring voor?

2. Humanisme
Het meest gelezen humanistisch bericht is nu nummer 65 over Verhullende statistieken. Vooral in Rusland was hier veel belangstelling voor: vermoedelijk vanwege de groeiende macht van de Russisch-orthodoxe kerk. Als tweede binnen dit thema eindigt nu nummer 24 over Pieter Admiraal (1929-2013) die wereldwijd een belangrijke rol speelde in de strijd voor legalisering van vrijwillige euthanasie. Dit bericht wordt in deze groep gevolgd door blogbericht 41 uit mijn humanistisch verleden over Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia, nummer 55 over Godsdienstwaanzin, nummer 7 over KGB & CIA, nummer 25 onder de titel Godgeklaagd!, nummer 46 over Jaap van Praag, grondlegger van de humanistische beweging, nummer 73 over Theocratische terreur, nr. 30 over mijn (On)godsdienstig verleden en nummer 54 over de "War on Christianity?" In deze top tien vonden geen verschuivingen plaats maar het eerstgenoemde bericht wordt steeds meer gelezen.

3. Mijn eigen homoverleden
Bovenaan staat blogbericht 32 over Mijn eerste vriendje. De andere berichten over mijn persoonlijk homoverleden die goed bekeken werden, waren nummer 45 over Gerard Reve & Antoine Bodar, nummer 37 over Rampenzomer 1967, nummer 28 over mijn eigen Homojeugd, nummer 40 over Benno Premsela, een nieuwe vader, nummer 74 over Valse nichten, nummer 47 over een Leerzaam avontuur en nummer 39 hoe ik werd Gered door een studentendecaan.

Nieuw in deze homoserie zijn nummer 104 over Mijn rol in het COC, nummer 105 over Homo/lesbische politiek, nummer 106 over de International Gay & Lesbian Movement, nummer 107 over Homostudies Utrecht, nummer 108 over Homodok, Homologie, Urania, Vrolijk & Schorer en nummer 111 over mijn rol als columnist in de Gaykrant.

4. Friesland
Het best bekeken blogbericht over Friesland is nummer 33 over de Friese taalvrede. Binnen deze groep zijn ook de blogberichten 9 over Vlaanderen & Friesland, nummer 21 over It wrede paradys en nummer 81 over de Fryske taalfrede veel bekeken. De Fryske webside It Nijs.frl besteedde aandacht aan mijn blog, onder andere door een in het Fries vertaald blogbericht te plaatsen: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts. Nieuw in deze serie is blogbericht 109: Fryske taalfrede op 'e nij bedrige.

5 Nederlands wereldwijd
De groep blogberichten over de positie van de Nederlandse taal en cultuur wereldwijd wordt vooral gelezen dankzij de opleidingen Neerlandistiek die van mijn blog gebruik maken. In deze groep werd het meest gekeken naar blogbericht 71 over Nederlands wereldtaal? gevolgd door nummer 17 over Disadvantaged by English, door nummer 22 over Nieuw Holland & Nieuw Zeeland, nummer 12 over Handicapé par la francophonie, nummer 13 over Afrikaner identiteit, nummer 20 over de Engelse vijandschap tegen het Nederlands: No Dutch please!, nummer 11 over Frankrijk & Nederland en nummer 10 over Vlaanderen & Nederland. Nieuw in deze serie is nr. 102 over Grenzenloos Nederlands.

6. Wereldwijde homovervolging
Het meest gelezen blogbericht hierover is nummer 29 over het homovijandige Rusland. Dat wordt in deze groep gevolgd door bericht 19 over de noodlottige Britse invloed op de wereldwijde homovervolging, door bericht 64 over homohaters, door bericht 4 over levensgevaarlijke preutsheid, door bericht 79 over Alan Turing (1912-1954), door bericht 72 over misleidend onderzoek naar het ontstaan van homoseksualiteit, door bericht 5 over mijn ervaringen in Rusland, door bericht 6 over homoseksualiteit in Rusland, Cuba en China, door bericht 66 over de film Pride en door nummer 8 over Tsjaikovski verbieden? 

Wie behoefte heeft aan positieve berichten op dit gebied verwijs ik naar de alsmaar groeiende huwelijksgelijkberechtiging. En ook naar mijn betoog dat door de meesten ten onrechte wordt aangenomen dat bijbel- en koranteksten homoseksualiteit verbieden: zie hierover mijn hoofdstuk over "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010). Klik hier voor bijbelse overwegingen om homohaat te bestrijden.

7. Racismediscussie
Deze groep berichten staat nu op de zevende plaats dankzij mijn reacties op het debat over Zwarte Piet: blogbericht 61 over Racisme? en nummer 69 over Divagedrag tegen Zwarte Piet werkt averechts. Dit laatste bericht is nu ook beschikbaar in Friese vertaling: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts. De soms vermeende discriminatie op grond van afkomst speelde ook een rol in blogbericht 70 over de Turkse troebelen. Lezers van dit laatste bericht kwamen vooral binnen via het landelijk platform voor openbaar onderwijs CBOO. Nieuw in deze racismeserie is nummer 110: Strategische blunders door 'antiracisten'.

8. Homoseksualiteit in Nederland
Als achtste eindigde blogbericht 51 over Homostudies. Binnen deze categorie gevolgd door de berichten 60 over Homovoorlichting , 78 over Homoseks en jongeren, 36 over Lesbisch ouderschap en 59 over Homojongeren. Uit deze blogberichten blijkt dat nog heel veel voorlichting over homoseksualiteit gegeven moet worden. Een veel bekroonde film die daar zeer geschikt voor is: Jongens.

9. Amerika
Het aantal Amerikaanse lezers van mijn blog is het grootst na die uit Nederland. In deze groep berichten werd het blogbericht 16 over Hans Brinker and a finger in a leaking dike het meest gelezen. Daarna gevolgd door blogbericht 15 over (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam. Ook veel bekeken werd blogbericht 18 over Dangerous stamps! Met dank aan Postzegelblog want postzegels kunnen heel veel onthullen over een land, in dit geval de Verenigde Staten. Tenslotte moeten genoemd worden nr. 67 over American paradoxes en nummer 101 over American Democracy 101.

10. Mediakritiek
Het beste bekeken in deze serie is nummer 34 over Vijf misverstanden over democratie. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing  en 52 over Het monster Trotteldrom.  

Nieuwe ontwikkeling
Het is de bedoeling dat het boek met mijn memoires eind 2016 uit zal komen. Tot nu toe heb ik vooral voorpublicaties in mijn blog geplaatst over mijn eigen homoverleden. De komende drie maanden zal ik dat ook gaan doen met enkele voorpublicaties over mijn humanistisch en mijn persoonlijk verleden. Dat biedt lezers de mogelijkheid om daarop te reageren als zij dat willen. Zo wordt mijn beoogde boek niet alleen mijn persoonlijke geschiedschrijving maar kan ik ook rekening houden met de eventuele opmerkingen en vragen van mijn lezers!


Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 19 september 2015

111. Columnist in de Gaykrant

Sinds maart 2014 plaats ik in mijn blog voorpublicaties uit mijn memoires in wording die gepland staan om eind 2016 in boekvorm te verschijnen. Verreweg het meest gelezen, is blogbericht 32 over Mijn eerste vriendje. De andere berichten over mijn persoonlijk homoverleden die goed bekeken werden, waren nummer 45 over Gerard Reve & Antoine Bodar, nummer 37 over de Rampenzomer 1967, nummer 28 over mijn eigen Homojeugd, nummer 40 over Benno Premsela, een nieuwe vader, nummer 94 over Valse nichten, nummer 47 over een Leerzaam avontuur en nummer 39 hoe ik werd Gered door een studentendecaan. Nieuw in deze serie zijn nummer 104 over Mijn rol in het COC, nummer 105 over mijn lobbywerk in Homo/lesbische politiek, nummer 106 over mijn activiteiten in de International Gay & Lesbian Movement, nummer 107 over mijn voorzitterschap van Homostudies Utrecht en nummer 108 over mijn bestuurlijk vrijwilligerswerk in Homodok, Homologie, Urania, Vrolijk & Schorer. Hieronder mijn verleden als onbezoldigd columnist in de Gaykrant van 1982 tot 2013. 

Gaykrant
Op dertig jaar maandelijks columns schrijven rond een actualiteit in de Gaykrant kijk ik met tevredenheid terug. Wat men verder ook van de toenmalige Gaykrant mag vinden: er is een belangrijke bijdrage aan de homo/lesbische gelijkberechtiging geleverd. Ik leerde hoofdredacteur Henk Krol februari 1982 kennen tijdens mijn promotie op het proefschrift 'Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging' (Amsterdam 1982) waarvan 8000 exemplaren werden verkocht. De belangstelling was reusachtig. De Utrechtse Senaatszaal was overvol en ik herinner me dat zelfs de toenmalige minister van onderwijs Arie Pais geen zitplaats meer kon vinden. Na afloop vroeg Henk Krol mij of ik maandelijks een column wilde schrijven en dat heb ik al die jaren gedaan omdat ik door het meest gelezen Nederlandstalig homoblad een belangrijk deel van de homogemeenschap kon bereiken.

Aids
Dat was een strategische overweging omdat juist in die tijd de aids-epidemie genadeloos toesloeg en seksuele gedragsverandering van groot belang was. Door vragenlijsten in de krant op te nemen, konden we snel nagaan hoe (on)veilig er gevreeën werd en wat de effecten van de voorlichting onder homomannen waren. Er was veel kritiek. Werd daardoor niet het beeld bevestigd dat aids een "homoziekte" zou zijn? Voerde ik geen "campagne tegen anale seks"? Schaadde het niet mijn academische loopbaan door in zo'n "ordinair blaadje met blootfoto's" te staan? Schrijver Frans Kellendonk vond zelfs dat ik mij "over de ruggen van homo's wilde verrijken" terwijl ik voor die columns nooit een cent wilde ontvangen. Ik trok mij daar niets van aan omdat veel vrienden van mij in die tijd stierven aan aids en ik het letterlijk van levensbelang vond om te voorkomen wat toen niet te genezen was.

Huwelijksgelijkberechtiging
Maar ook op andere gebieden speelde de Gaykrant een grote rol. De openstelling van het huwelijk in 2001 is daarvan een belangrijk voorbeeld, nadat jarenlang de homo/lesbische belangenbehartiger COC er tegen was geweest. Als algemeen secretaris van het COC van 1971 tot 1975 vond ik het nogal opmerkelijk dat mijn medewerking aan de Gaykrant voor het COC reden was om mij jarenlang te negeren. Gelukkig werd dat door het COC oktober 1998 goedgemaakt door mij als "een van de belangrijkste pijlers onder het succes van integratie van homoseksualiteit in de Nederlandse samenleving in de afgelopen dertig jaar" de Bob Angelo Penning uit te reiken. Er was in het verleden opmerkelijk veel haat en nijd in homoland maar gelukkig zijn de tijden ook in dit opzicht veranderd.

Internet
Dat geldt ook voor de opkomst van internet hetgeen grote gevolgen heeft gehad voor de homo/lesbische beweging wereldwijd. Voor zover ik kan nagaan zijn mijn honderden columns in de Gaykrant niet op internet terug te vinden maar hopelijk zijn de archieven in de doorstart in 2013 niet verloren gegaan. Zelf heb ik de meeste columns in mijn eigen archieven maar in de pre-internet-tijd werden ze doorgebeld dus dat moet ik nog eens nagaan.

Geluk bij een ongeluk
Elk nadeel heeft zijn voordeel. Het einde van de Gaykrant oude stijl in 2013 betekende ook het einde van mijn column. De oude redactie bedankte mij voor mijn vele werk en van de nieuwe redactie heb ik nooit iets vernomen. Achteraf gezien, was dit een geluk bij een ongeluk. Ik ontving een persoonlijk briefje van minister van Onderwijs Jet Bussemaker: "Ik hoop je elders wel tegen te blijven komen en te kunnen blijven genieten van je altijd inhoudelijke kritiek en interessante denkbeelden." Toen besloot ik mijn maandelijkse column om te zetten in een wekelijkse blog. Oud-medewerker van Homostudies Utrecht, Carel Jansen, hielp mij daarbij.

Blog
Als columnist in de Gaykrant was ik wel gewend om regelmatig reacties te krijgen, vooral uit kringen van politiek en media. Maar als blogger stond en sta ik nu in een veel directer contact met mijn lezers. Bovendien kan ik dankzij de door Google bijgeleverde statistieken goed volgen wat en waar er gelezen wordt. Inmiddels is mijn blog in ruim twee jaar bijna 50.000 keer in meer dan 120 landen gelezen. Bovendien gaat mijn blog over veel meer onderwerpen dan alleen homoseksualiteit. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de top tien aan best gelezen onderwerpen: 1. intimiteit & erotiek tussen mannen, 2. humanisme, 3. mijn eigen homoseksualiteit, 4. Friesland, 5. Nederlands wereldwijd, 6. wereldwijde homovervolging, 7. racismediscussie, 8. homoseksualiteit in Nederland, 9. Amerika en 10. mediakritiek. Met dank aan de Gaykrant waar ik heb geleerd om voor een breed publiek te schrijven!


Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.


Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding. 

zaterdag 12 september 2015

110. Strategische blunders door 'antiracisten'

Op 28 augustus 2015 kwam het rapport uit van de Committee on the Elimination of Racial Discrimination van de Verenigde Naties. Daarin staat veel over wat verbeterd kan worden in Nederland. De meeste aandacht in de media wordt niet besteed aan discriminatie op grond van afkomst of huidskleur maar aan het vermeende racisme van de kindervriend Zwarte Piet. Wie is schuldig aan deze strategische blunder? En wat hadden zelfverklaarde, zogenaamde 'antiracisten' kunnen leren van het succes van de homo/lesbische beweging?

Divagedrag door tegenstanders van Zwarte Piet werkt averechts
In blogbericht 69 wees ik erop dat het divagedrag van veel tegenstanders van Zwarte Piet averechts uitpakt. Wie zwelgt in de eigen slachtofferrol vanwege een kindervriend maar zwijgt over de hedendaagse slavernij in veel Arabische staten wordt niet serieus genomen. Buiten de Randstad roept dit hoofdzakelijk Amsterdamse divagedrag om een heel vrolijk kinderfeestje te verstoren veel weerstand op waardoor de bereidheid daalt om naar een oplossing te zoeken. Wie Nederland zwart maakt in de Verenigde Staten roept daar een Amerikaans cultureel imperialisme op dat de Nederlandse weerstanden alleen maar vergroot. Het Nederlands kent daar een goede uitdrukking voor: "de pot verwijt de ketel dat ie zwart ziet". Rassendiscriminatie in Nederland valt in het niet vergeleken met het raciaal geweld in de Verenigde Staten. Nederland heeft in eigen land nauwelijks slavernij gekend, de VS op grote schaal wel. In sommige Amerikaanse media wordt gedaan alsof Nederland een grootmacht was in de slavenhandel terwijl het maar om enkele procenten gaat. Deze zwartmakerij zal de Nederlandse bereidheid om het uiterlijk van Zwarte Piet te veranderen alleen maar verminderen. Het feit dat Zwarte Piet volgens tegenstanders alle kleuren mag hebben maar niet zwart, is trouwens ook een vorm van discriminatie!

Zwart racisme
In blogbericht 61 heb ik beschreven hoe ik in Afrika en Amerika slachtoffer was van zwart racisme. Ik schreef: "Wie het hardst 'racisme' roept, maakt zich daar waarschijnlijk zelf schuldig aan". Nu we het toch over discriminatie hebben: veel Afrikaanse landen lopen voorop in het vervolgen van homo/lesbische minderheden, soms tot de dood er op volgt. De Jamaicaanse vrouw die zogenaamd namens de Verenigde Naties ons de les kwam lezen over discriminatie heeft, voor zover ik op internet heb kunnen nagaan, nog nooit kritiek geuit over de soms dodelijke vervolging van de homo/lesbische minderheid in eigen land. Dit meten met twee maten is een voorbeeld van selectieve verontwaardiging.

In de afgelopen jaren heeft de homo/lesbische beweging o.a. in de Verenigde Staten veel vooruitgang geboekt om tot huwelijksgelijkberechtiging te komen. Ook hier valt op dat (met uitzondering van Zuid-Afrika) heel Afrika achter blijft bij Europa en bij Noord- en Zuid-Amerika. Zie dit rapport van Hivos en dit vraaggesprek met Siya Khumalo.

Hoe zou het komen dat de Afro-Amerikaanse gemeenschap in de VS in een veel langere periode dan de homo/lesbische beweging veel minder vooruitgang geboekt heeft om achterstelling tegen te gaan? Misschien helpt het dat de homo/lesbische beweging niet zwelgt in de slachtofferrol van eeuwen van homovervolging maar zich richt op bestrijding van hedendaagse homovervolging wereldwijd. De homo/lesbische beweging heeft niet haar kracht gezocht in het isolement maar in zelforganisatie in samenwerking met bondgenoten en sleutelfiguren. Zo ontstonden bij de Amerikaanse, Nederlandse en Vlaamse politie roze netwerken terwijl veel Afro-Amerikanen zwarte politiemensen als verraders zien. Alle homo/lesbische demonstraties zijn daar en hier vooral vrolijk ("gay"!) en leiden niet tot zelfgekozen geweld en winkelplunderingen. De wereldwijde homo/lesbische beweging beseft dat eeuwenlange homovervolging nooit een rechtvaardiging mag zijn voor geweld en voor in het wilde weg critici beschuldigen van discriminatie.

Wie "racistische" kinderfeestjes ruwweg verstoort zoals in de Randstad rond Zwarte Piet en Sinterklaas of demonstreert tegen een "racistische" Gouden Koets op een dag dat de hele wereld rouwt over dode vluchtelingen is niet antiracistisch maar verblind door het eigen divagedrag.

Over onze Zwarte Piet gesproken: hoe komt het dat de Iraanse Zwarte Piet onlangs tot werelderfgoed is verklaard terwijl de VN de Nederlandse Zwarte Piet als racistisch heeft veroordeeld? In gewoon Nederlands heet dat ongelijke behandeling ofwel discriminatie!



Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.


Naschrift: op zondag 27 december 2015 vond een nieuwe strategische blunder plaats uit zogenaamd 'antiracistische' kringen: een boekverbranding op de Dam in Amsterdam omdat in dat boek het woord 'neger' wordt gebruikt door iemand die in dat boek aan het woord komt. Daarmee plaatst deze beweging zich in een hoogst bedenkelijke traditie. In mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland beschrijf ik hoe de boekverbranding van homoboeken in het Duitsland van 1933 het begin was was de ernstigste homovervolging uit de twintigste eeuw. 

Op 2 mei 2017 schrijft columnist Ephimenco in Trouw over het boek 'Hallo witte mensen' van Anousha Nzume. Zij vindt dat "witte" mensen niet over "zwarte" mensen zouden mogen schrijven. Omgekeerd wel. Ephimenco noemt dat "het zwarte privilege van Anousha Nzuma": "Een mechanisme dat maakt dat als je een donkere huid bezit je blanke medemensen over één kam mag scheren en vol op het orgel de wij/zij-retoriek mag hanteren." 

zaterdag 5 september 2015

109. Fryske taalfrede op 'e nij bedrige


In de blogberichten 33 en 81 heb ik eerder geschreven over de Friese taalvrede. Nu wordt die opnieuw bedreigd. Dit keer gaat het om de zelfstandigheid van Omrop Fryslân en om het recht om Fries te spreken in de rechtszaal. Kennis van de Friese geschiedenis kan helpen om dreigend onrecht te keren. Woonden er Friezen in wat nu het Vlaamse kustgebied is?

Omrop Fryslân
Bezuinigingen bij de landelijke publieke omroep bedreigen de zelfstandigheid van Omrop Fryslân. Het lijkt zo onschuldig om het beheer van de Friese omroep landelijk te regelen. Maar de huidige aftakeling van de rechtbank in Leeuwarden laat zien dat het vaak begint met bestuurlijke schaalvergroting en dat het eindigt met een regelrechte aanslag op Friese taalrechten. Gelukkig is er nu Europese wetgeving om de rechten van taalminderheden te beschermen. De Nederlandse overheid doet net alsof er niets aan de hand is maar dat is een kenmerk van iedere meerderheid die een minderheid niet ziet staan.

Ik ben geboren in Hilversum en heb er achttien jaar gewoond. Mijn vader werkte bij de VARA en ik was als kleuter al voor de radio. Als oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond van 1977 tot 1987 weet ik wat het is om een zendgemachtigde te leiden. Als oud-lid van de Programmaraad van de Humanistische Omroep van 2000 tot 2009 heb ik zelf meegemaakt hoe de landelijke publieke omroep werkt. Er heerst in Hilversum een 'Engelse ziekte': je wordt doodgegooid met Engelstalige muziek en programma's en er is zo goed als geen aandacht voor de tweede rijkstaal Fries. Hoe vaak gebeurt het niet dat men in Hilversum leuk wil zijn door zogenaamd Friezen na te doen in een taaltje dat geen Fries is maar op Saksisch lijkt? 

Friestalige radio en televisie is een levensnoodzaak voor het Fries. Iedere taal kan in de hedendaagse wereld niet overleven zonder eigen televisie, radio en sociale media. Als 'nije Fries' heb ik veel aan Friestalige uitzendingen gehad om de taal te leren verstaan. Dat geldt ook voor andere inwoners van Friesland die thuis geen Fries spreken. Wie de zelfstandigheid van Omrop Fryslân bedreigt, pleegt een aanslag op de toekomst van het Fries. Daarom moet met alle politieke en juridische middelen de zelfstandigheid van Omrop Fryslân verdedigd worden!

Fries in de rechtspraak
Iedereen die de geschiedenis van Friesland kent die weet waar 'Kneppelfreed' van vrijdag 16 november 1951 voor staat. Met politieknuppels trachtten Friesvijandige Nederlanders de rechten van Friestaligen in de rechtspraak tegen te houden. Wil Justitie misschien opnieuw een Kneppelfreed uitlokken? Omdat één man uit Almelo weigert naar Friesland te komen, moeten grote aantallen Friezen naar Almelo komen wegens een uiterst gevoelige rechtszaak waar geen Fries gesproken mag worden.

We zien hier weer een klassiek geval van Nederlandse bekrompenheid. Omdat Justitie moet bezuinigen, wordt op de rechtspraak in Friesland bezuinigd waardoor Friezen die recht zoeken op kosten worden gejaagd. Maar er is meer aan de hand dan het over de schutting gooien van bezuinigingen waarvoor burgers moeten boeten. Er is sprake van een regelrechte minachting van Friestaligen als rechtszittingen worden verplaatst naar rechtbanken waar geen Fries mag worden gesproken. Wat zou er gebeuren als Nederlanders gedwongen zouden worden om in Duitsland in het Duits berecht te worden? Nederland zou te klein zijn. Terecht is er Europese wetgeving om dat te voorkomen. Maar opnieuw wordt er buiten Friesland gedaan alsof er niets aan de hand is.

Men hoeft geen socioloog te zijn zoals ik om te beseffen dat hier met vuur gespeeld wordt. Het ligt voor de hand om te verwachten dat net als in 1951 grote groepen Friezen hiertegen zullen protesteren. De kans is groot dat dit keer Almelo het toneel van gewelddadigheden wordt. Wie de geschiedenis van Friesland kent die weet dat Friezen veel kunnen verdragen maar dat er grenzen worden overschreden als men zich geminacht voelt. Het wordt de hoogste tijd dat er op het Zaailand voor de rechtbank in Leeuwarden een gedenkteken komt om Kneppelfreed te herdenken opdat de geschiedenis van onderdrukking van Friestaligen niet herhaald wordt!

Het belang van de Friese geschiedenis
Omdat ik in Friesland kwam wonen, heb ik mij verdiept in de Friese geschiedenis. Die verklaart heel veel van de hedendaagse Friese identiteit. Dat verdraagzaamheid, openheid en gemeenschapszin hier nauw samengaan met een sterke eigen identiteit gebaseerd op zelfbeschikking, vrijheidszin en gelijkberechtiging. Het wonen op terpen en in polders, het leven op schepen en de wereldwijde handelscontacten: het verklaart de weerzin tegen feodale machtsverhoudingen. Het leidde tot het besef dat we samen in het zelfde schuitje zitten en dus samen problemen moeten oplossen. Niet gelaten alles over je heen laten komen maar samen naar praktische oplossingen zoeken waar zo veel mogelijk mensen baat bij hebben. Niet 'ikke-ikke-en-de-rest-kan-stikke' maar 'mienskip' (gemeenschapszin).

Het belang van kennis van de Friese geschiedenis is dat Friezen en niet-Friezen kunnen leren hoe men op vreedzame wijze met elkaar om ging en kan blijven gaan. Dat Friesland geen Baskenland of Oekraïne wordt, dat is in ieders belang. Ik denk dat het eerder onwetendheid dan kwaadwilligheid is dat de Nederlandse overheid nu bezig is met vuur te spelen. Maar ik heb in ieder geval gewaarschuwd voor de gevaren die dreigen. In de hoop dat de fouten van 1951 niet herhaald worden!





Naschrift: wie meer wil weten over de vroege Friese geschiedenis raad ik aan om het boek te lezen van Luit van der Tuuk: De Friezen. De vroegste geschiedenis van het Nederlandse kustgebied (Uitgeverij Omniboek, Utrecht 2013). Hij besteedt geen aandacht aan de vraag of er vroeger Friezen woonden in wat nu het Vlaamse kustgebied is. Ik vermoed van wel!

Het belang van Friesland voor de Europese en wereldgeschiedenis wordt beschreven in het eerste hoofdstuk 'The invention of money' van het boek van Michael Pye: The Edge of the World. How the North Sea Made Us Who We Are (Uitgeverij Viking, Londen 2014). Wie meer wil weten over het belang van Omrop Fryslân kan terecht op de Fryske webside It Nijs.frl.

Zie hier de brief van 5 oktober 2015 van de Freonen fan Omrop Fryslân

Op 16 december 2016 werd bekend dat de Raad van Europa zeer ontevreden is over Nederland inzake het Friese taalbeleid. Zo zijn er onvoldoende waarborgen dat Fries gesproken kan worden in rechtbanken en wordt in het Friese taalonderwijs onvoldoende aandacht besteed aan het lezen en schrijven in het Fries en aan de Friese taal en cultuur. Als het gaat om de rechten van de Friese minderheid heeft Friesland veel bondgenoten in Europa. Lees: Nexit? Fryslânexit!

Op 21 december 2016 besloot de provincie Fryslân om Omrop Fryslân jaarlijks met € 655.000,- te steunen vanwege de grote betekenis voor de Friese taal en cultuur. Ondanks eerdere pogingen om de zelfstandigheid van deze Friestalige omroep af te schaffen, is het toch gelukt om die te behouden.

Op 22 december 2016 hield de burgerinitiatiefgroep Sis Tsiss ('zeg kaas' in het Fries) een fakkeloptocht in Leeuwarden waaraan 300 deelnemers meededen onder het motto Frysk op skoalle - in bernerjocht (Fries op school - een kinderrecht). Zestig 'pommeranten' (prominenten) steunen deze manifestatie voor het Friese onderwijs.




Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 29 augustus 2015

108. Homodok, Homologie, Urania, Vrolijk & Schorer

Mijn voorzitterschap van Homostudies Utrecht leidde tot veel andere activiteiten. Van bij voorbeeld het Documentatiecentrum Homostudies, het tijdschrift Homologie, de stichting Homo RTV Urania, de homo/lesbische boekhandel Vrolijk, de stichting voor de leerstoelen Lesbische en Homostudies, de Schorerstichting tot het huidige IHLIA LGBT Heritage.

Na het eeuwenlange doodzwijgen van homoseksualiteit werd de homo/lesbische beweging zichtbaar en strijdbaar in de jaren zeventig, tachtig en negentig om een nooit meer uit te wissen indruk achter te laten. Homoseksualiteit werd van een ziekte tot een biologische variant. Niet homoseksualiteit was een probleem maar de maatschappelijke veroordeling ervan. Ik ben blij aan die ontwikkeling een steentje te hebben kunnen bijdragen.

Van Homodok tot IHLIA LGBT Heritage
Vanuit Homostudies Utrecht zat ik van 1978 tot 1992 in het bestuur van het "Homodok" ofwel het Dokumentatiecentrum Homostudies in Amsterdam. Dat ging later op in wat nu IHLIA LGBT Heritage heet en gevestigd is in de Openbare Bibliotheek Amsterdam OBA. Van 2002 tot 2009 zat ik in het bestuur van IHLIA. In die tijd hield ik mij vooral bezig met het door de overheid bekostigde "Rechtsherstel Homoseksuelen Tweede Wereldoorlog", met een tentoonstelling over de homovervolging in WOII en met het boek Het begint met nee zeggen. Biografieën rond verzet en homoseksualiteit 1940-1945 onder redactie van Klaus Müller en Judith Schuyf (Amsterdam 2006). In verband met dit rechtsherstel moeten ook genoemd worden de boeken Doodgeslagen, doodgezwegen. Vervolging van homoseksuelen door het nazi-regime 1933-1945 onder redactie van Klaus Müller (Amsterdam 2005) en Levenslang. Tiemon Hofman, vervolgd homoseksueel en avonturier geschreven door Judith Schuyf (Amsterdam 2003).

Homologie
Van 1978 tot 1992 was ik voorzitter de stichting die het tijdschrift Homologie uitgaf van 1978 tot 1997. In de eerste redactie zaten Bert Boelaars, Martien Sleutjes, Sacha Wijmer en Henk Wilschut die na een jaar werd opgevolgd door Chris Verboog (1952-1992).
Homologie was een onafhankelijk tijdschrift dat meestentijds tweemaandelijks verscheen. Het besteedde aandacht aan homostudies en homoseksualiteit in een tijd dat de meeste media daar niet over schreven of sensatiegericht negatief. Van groot belang was de rubriek Relevant over recente publicaties rond homoseksualiteit, een activiteit die is opgegaan in de hierboven genoemde Homodok en IHLIA.  Ook nu nog algemeen bekende schrijvers in Homologie waren Hans Goedkoop, Bas Heijne, Marianne Hoogma, Maaike Meijer en Xandra Schutte.

De grootste oplage was 3000. De eerste jaargang werd door de redactie zelf gedrukt, gevouwen en geniet. De drie jaren daarna kon men voor een vriendenprijs terecht bij drukkerij Bongers in Limburg. Toen het van krant in magazine veranderde, werd het op zakelijke basis gedrukt bij een andere drukkerij. Omdat de oplaag aan de lage kant bleef, was het blad op de lange termijn te duur om te kunnen voortbestaan. Uit de Lezersservice van Homologie is de nu nog bestaande boekhandel Vrolijk in Amsterdam voortgekomen. Van Homologie is helaas geen digitale versie beschikbaar: dat zou er wel moeten komen. In dit kader moeten ook nog de Homojaarboeken 1981, 1983 en 1985 genoemd worden, waarvan ik in de redactie zat.

Stichting Homo RTV Urania
De toenmalige homo/lesbische beweging ergerde zich mateloos aan de meeste media die meestal alleen maar aandacht besteedden aan homoseksualiteit als er iets negatiefs te berichten viel. Daarom werd de stichting Homo RTV Urania opgericht die van 1982 tot 1996 bestaan heeft. Ik was daarvan vice-voorzitter van 1982 tot 1992. Voorzitter was Petra Schedler. RTV Urania wilde nadrukkelijk geen eigen omroep oprichten maar wilde wel bevorderen dat de publieke omroep meer aandacht aan homoseksualiteit zou besteden. Het accent lag daarbij op radio omdat dat medium heel geschikt was om die homo's en lesbo's te bereiken die nog in de kast zaten. In die tijd werd televisie vooral bekeken in gezinsverband en tv-programma's over homoseksualiteit leidden voor homo's en lesbo's die nog in de kast zaten vaak tot pijnlijke situaties. Bovendien was radio in het pre-internet-tijdperk heel geschikt om actuele homo/lesbische activiteiten aan te kondigen.

Aanleiding om RTV Urania op te richten was het feit dat de VPRO stopte met het eerste homo/lesbische radioprogramma Ook zo met Reijer Breed en Diane de Coninck. Hoewel de stichting er formeel niet bij betrokken was, was het toch als lobbygroep succesvol om homo/lesbische zendtijd bij de publieke omroep te steunen. Het radioprogramma Homonos bestond van 1982 tot 1994 en werd opgevolgd door Het Roze Rijk, van 1994 tot 2003 als radioprogramma en van 2003 tot 2006 als website. Redacteuren met wie ik te maken had, waren Job Frieszo, Nelly Frijda, Jan NautaAletta Oosten, Jan Paul Helwig, Diane de Coninck, Bert Boelaars, Ali Karacabay, Peter van de Akker, Peter van der Vorst en Rémi van der Elzen. In 2004 en 2005 had ik een column bij www.rozerijk.nl.

Wie meer wil weten over de geschiedenis van Homoseksualiteit en de media kan terecht bij de gelijknamige bundel onder redactie van Erwin Bakker en Judith Schuyf (Utrecht 1985) en bij Homoseksualiteit in beeld onder redactie van Petra Schedler e.a. (Utrecht 1989) waaraan ik ook bijgedragen heb.

Pikant detail is dat ik de eerste zinnen van mijn memoires in wording meer dan twintig jaar geleden bij Homonos als radio-column heb uitgesproken: "In mijn vroegste herinnering sta ik als driejarige kleuter op de zonnige groenomzoomde Groest (een hoofdstraat in Hilversum) en vraag ik aan mijn moeder: “Waarom kunnen jongens niet met jongens trouwen?” Haar antwoord weet ik niet meer, maar ik heb toen wel geleerd dat je daarover beter kunt zwijgen. Ergens diep van binnen ontstond een geheime plek waar dit soort gevoelens werden opgeslagen in de hoop op betere tijden waarin het onnoembare bespreekbaar zou kunnen worden." Zie: Jan Nauta, Uit de kast. De mooiste columns uit Homonos (Amsterdam 1994).

Stichting Boekhandel Vrolijk
De huidige gay and lesbian book+dvd store vrolijk begon in 1982 met het verzenden van boeken voor het tijdschrift Homologie. De goede verkoop van onder andere mijn boek Homoseksualiteit in Nederland (Amsterdam 1982) leverde voldoende geld op om in 1984 de Stichting Boekhandel Vrolijk op te richten waarvan ik van 1984 tot 2001 voorzitter was. Net zoals in andere wereldsteden waren homo/lesbische boekhandels belangrijke centra omdat in de algemene boekhandels homo/lesbische boeken nauwelijks te vinden waren. Veel homo's en lesbo's durfden in die tijd daar ook geen homo/lesbische boeken te kopen of te bestellen. Er was een enorme achterstand in de verspreiding van homo/lesbische boeken. Bovendien waren homo/lesbische bladen belangrijke bronnen van informatie over wat er gaande was. Dat trok ook veel buitenlandse bezoekers aan. Vrolijk was dan ook een groot succes.

De belangrijkste bedreiging voor Vrolijk was de hetze die in 1996 ontstond rond Marc Dutroux. Boekhandel Vrolijk werd in media als 2 Vandaag, Telegraaf en Panorama ervan beschuldigd een centrum van jongensverkrachters te zijn. Vrolijk verkocht een jaarlijkse homogids waarin alle homo-ontmoetingsplaatsen opgesomd werden. Het was in die tijd in veel homokringen gebruikelijk om elkaar 'boys' te noemen ook al was men inmiddels van middelbare leeftijd. Het woord 'boys' werd door onnozele of kwaadaardige journalisten echter uit die context gerukt waardoor het beeld ontstond dat Vrolijk het homoseksueel misbruik van jongens bevorderde. Zij riepen op dat de boekhandel daarom gesloten zou moeten worden. Een klassiek voorbeeld van het eerder besproken vooroordeel dat homo's jongensverkrachters zouden zijn.

Ik schreef daarover maart 1997 in mijn column in de Gaykrant: "Wat is er eigenlijk gebeurd? Een heteroman vermoordde meisjes en vervolgens werden homoseksuele mannen valselijk beschuldigd van kindermisbruik. Er zijn honderden heteroporno-zaken die met rust gelaten werden, maar de enige op seksuele zelfbeschikking gerichte homo/lesbische boekhandel werd aangevallen op het verkopen van een boek dat vrijwel overal te koop is, de Spartacus-gids," Mijn opvolgster in 2001 als voorzitter van Vrolijk, Karin Spaink, schreef daarover een uitstekend verhaal. De hetze liep stuk op het feit dat iedereen die Vrolijk kende, wist dat het nergens op sloeg. Maar het liet weer eens zien hoe ontvankelijk sommige media voor homovijandige hetzes zijn.

Stichting Leerstoelen Lesbische en Homostudies
Na mijn vertrek in 1992 bij Homostudies Utrecht werd duidelijk hoezeer homostudies afhankelijk was van de personen die zich daarvoor inzetten. Zo was Homostudies Utrecht binnen tien jaar na mijn vertrek verdwenen. Daarom vond ik het belangrijk dat er binnen universiteiten structureel aandacht aan werd besteed. Daartoe werd in 1998 met behulp van directeur Riek Stienstra van de hierna te bespreken Schorerstichting een stichting opgericht om bijzondere leerstoelen lesbische en homostudies in te richten. Dat is gelukt in Amsterdam, Maastricht en Leiden. De stichting probeert daarnaast wetenschappelijk onderzoek en onderwijs te bevorderen binnen en buiten de universiteiten. Vanaf de oprichting ben ik secretaris van de stichting.

Wie ziet hoeveel onzinnig, zogenaamd wetenschappelijk, onderzoek gedaan wordt rond homoseksualiteit die begrijpt hoe nodig homostudies nog altijd is. Voor een nadere onderbouwing verwijs ik naar bericht 72: Misleidend onderzoek ontstaan homoseksualiteit. Meer dan twintig jaar na mijn vertrek bij Homostudies Utrecht word ik nog altijd benaderd door studenten om hen te begeleiden bij hun scripties op dit gebied. Ik blijf beschikbaar zo lang ik dat kan, maar ik heb (gelukkig) ook niet het eeuwige leven...

Schorerstichting
In mijn proefschrift beschrijf ik het belang van de opening in 1968 van, wat toen genoemd werd, een 'consultatiebureau voor homofilie', de Schorer(stichting) (1967-2012). De eerder door mij genoemde Riek Stienstra (1942-2007) was daarvan directeur van 1974 tot 2002. Stichting en directeur hebben een grote rol gespeeld bij de mentaliteitsverandering in de homo/lesbische hulpverlening. Ook moet de hulpverlening ('buddyzorg') voor mensen met HIV/AIDS genoemd worden. Evenals de zorg voor homo's en lesbo's afkomstig uit homovijandige culturen. Ik noem ook nog de uitgeverij Schorer Boeken en de Schorer Monitor die de gezondheid van homomannen in kaart bracht.

Ik ben van 2003 tot 2007 lid geweest van de Raad van Toezicht van dit Nederlands instituut voor homoseksualiteit, gezondheid en welzijn Schorer. In die tijd deed de toenmalige minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst, een mislukte poging om de subsidiekraan dicht te draaien. Gelukkig waren we toen nog in staat om door politieke lobby dit onheil voor homo/lesbische gezondheidszorg te keren. Op 24 juni 2010 mocht ik de Riek Stienstra Lezing houden. Ik zag het persoonlijk als een eerbetoon aan een vrouw die hopelijk niet in de vergetelheid zal verdwijnen zoals zovelen uit de homo/lesbische emancipatiegeschiedenis!


Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 22 augustus 2015

107. Homostudies Utrecht

In de rampenzomer van 1967 was ik mij hardhandig bewust geworden van het onrecht van de homovervolging. Dankzij de redacteur van Vrij Nederland Jan Rogier kwam ik op het spoor van de eeuwenlang doodgezwegen homogeschiedenis. Mijn boek Homoseksualiteit in Nederland. Studie van een emancipatiebeweging (Amsterdam 1982) was het gevolg van mijn zoektocht. Dat proefschrift kreeg in het voorjaar van 1982 zoveel aandacht dat nogal wat onderzoeksvragen gesteld werden. Dat droeg bij tot de oprichting van de universitaire Interfacultaire Werkgroep Homostudies Utrecht, waarvan ik van 1982 tot 1992 voorzitter was.

Een belangrijke reden om met homostudies te beginnen, was het feit dat wetenschappers een eeuw lang vooroordeelbevestigend onderzoek hadden gedaan naar homoseksualiteit. Het meeste onderzoek beperkte zich tot homoseksuelen die in aanraking waren gekomen met justitie of psychiatrie en dat was dus volstrekt niet representatief. Homostudies werd in het begin verweten niet wetenschappelijk te zijn omdat de onderzoekers "subjectief betrokken" zouden zijn. Waarop ik voorstelde om onderzoek onder hetero's voortaan door homo/lesbische onderzoekers te laten doen. Dat deed die kritiek snel verstommen. Ook leefde het vooroordeel dat homostudies-onderzoekers zelf homo of lesbisch moesten zijn. Vanzelfsprekend stond de deskundigheid voorop, niet de eigen seksuele voorkeur. 

Homostudies Utrecht
Het toeval wilde dat de Roze Zaterdag van 26 juni 1982 in Amersfoort te maken kreeg met homovijandige rellen. Dat maakte duidelijk dat de overheid beleid moest gaan ontwikkelen om de positie van de homo/lesbische minderheid te verbeteren. Najaar 1982 kon ik mijn proefschrift aanbieden aan de net aangetreden CDA-minister van Welzijn Elco Brinkman die verantwoordelijk werd voor het op te stellen landelijk homobeleid. Daaruit vloeiden veel onderzoeksopdrachten voort die leidden tot rapporten die verschenen in de publicatiereeks die hieronder vermeld wordt.

Een tweede samenloop van omstandigheden was de AIDS-crisis die vanaf 1981 zichtbaar werd. Over mijn persoonlijke rol bij de AIDS-bestrijding schrijf ik later een blogbericht. Wat Homostudies Utrecht betreft, leidde ook dit tot veel onderzoek. En ook tot een poging om homoseksualiteit te schrappen als ziekte door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. Van 1983 tot 1993 was ik adviseur van de WHO inzake AIDS-preventie onder mannen die seks hebben met mannen. Dat leidde onder andere tot het boek Bisexuality and HIV/AIDS: A Global Perspective (Buffalo NY 1991) waarvan ik redacteur was.

HIV/AIDS-preventie onder mannen die seks hebben met mannen werd ernstig gehinderd door het feit dat homoseksualiteit op de ziektelijst van de WHO stond. Bovendien was het wetenschappelijk gezien onzin want homoseksualiteit is net zo min een ziekte zoals bij voorbeeld linkshandigheid, roodharigheid, muzikaliteit of intelligentie. Het is een gewoon een biologische variant. Niet homoseksualiteit is een probleem maar de maatschappelijke veroordeling ervan. Het onderzoekswerk van Homostudies Utrecht bracht dat in kaart, met de mogelijkheden om daar verandering in aan te brengen.

Met onder andere de bedoeling om de WHO te beïnvloeden werd van 10 tot 12 december 1987 in Krasnapolsky in Amsterdam het grote internationale wetenschappelijke congres "Homosexuality Beyond Disease" georganiseerd in samenwerking met COC en ILGA. Daar namen sleutelfiguren uit wetenschap en politiek aan deel. Mede dankzij de steun van staatssecretaris Dick Dees (1944-) en directeur-generaal Joop van Londen (1931-2015), beiden van Volksgezondheid, verliep de lobby richting de WHO voorspoedig. Op 19 mei 1990 werd homoseksualiteit geschrapt van de ziektelijst. Sindsdien wordt wereldwijd op 17 mei de International Day Against Homophobia, Transphobia & Biphobia IDAHOT gevierd.

Afscheid
In tien jaar tijd was veel opgebouwd. Begin 1992 werkten er 25 (deeltijds)medewerkers. De meesten werden betaald uit de zogenaamde 'derde geldstroom': onderzoekssubsidies van buiten de universiteit. Dat riep kennelijk bij sommigen jaloezie op en ik had rond 1990 een roddelcampagne achter de rug waardoor mijn motivatie om door te gaan met Homostudies Utrecht was teruggelopen.

Daar kwamen nog twee andere overwegingen bij. Omdat verreweg het meeste onderzoek in Nederland had plaats gevonden, waren er bijna geen nieuwe onderzoekopdrachten in eigen land te verwachten. Ik stelde voor om Europees te gaan maar daar voelde de staf weinig voor. In de tweede plaats was er een mogelijkheid om een nieuwe lerarenopleiding humanistisch vormingsonderwijs (HVO) op te zetten. Dat was voor mij een belangrijk sluitstuk van de humanistische emancipatie. Dus besloot ik begin 1992 af te treden. Er werd een mooi afscheidssymposium georganiseerd met een afscheidsbundel: nummer 20 in de onderstaande publicatiereeks. Daarin staat: "Zonder de inspanningen van Rob was er geen Homostudies geweest, zoals we dat nu op de Universiteit van Utrecht kennen. In de ruim tien jaar dat hij voorzitter van de Werkgroep was, heeft hij veel betekend voor nogal wat mensen die in Homostudies carrière hebben gemaakt."



PUBLICATIEREEKS HOMOSTUDIES UTRECHT
Brochurereeks tgv 350-jarig bestaan van de Rijksuniversiteit Utrecht:
1. Jan Bour, Ria Gresnigt, Rob Tielman. Homoseksualiteit en onderwijs. 1986
2. Joop Keegel, Rob Tielman. Homoseksueel ouderschap. 1986
3. Jaap Gerlof, Rob Tielman. Hebben homo's ouders? 1986
In eigen beheer verschenen:
1. Marianne Hoogma, Wet en Werkelijkheid. Literatuuronderzoek naar de voorwaarden waaronder een Wet Gelijke Behandeling optimaal kan functioneren. 1984
2. Cees Waaldijk, Rob Tielman. Grondrechtenafweging en de Wet Gelijke Behandeling. Een model en een toepassing. 1984
3. Marion Dobbeling, Pieter Koenders. Het topje van de ijsberg. Inventarisatie van tien jaar discriminatie op grond van homoseksualiteit en leefvorm. 1984
4. Edwin Bakker, Judith Schuyf (red.). Homoseksualiteit en de media. Verslag van een studiedag georganiseerd door Homo RTV Urania en Homostudies Utrecht. 1985
5. Ans van Ginhoven, Marianne Hoogma. Gelijk krijgen is de kunst. Een onderzoek naar het functioneren van commissies gelijke behandeling in verschillende landen. 1985
6. Jan Aandewiel, Theo van Soerland, Peter van Weert. Politie en homoseksualiteit. 1985
7. Karlein Schreurs. Het is maar hoe je bekijkt. Een onderzoek naar identiteit en subcultuur bij lesbische vrouwen uit Groep 7152. 1986
8. Klaas Soesbeek. Homomannen buiten het Homowereldje. 1986
9. Bert van Steenderen. Homo worden, Homo zijn. Een onderzoek naar de vormgeving van een homoseksuele identiteit bij jongens. 1987
10. Hans Warmerdam, Pieter Koenders. Cultuur en ontspanning. Het COC 1946-1966. 1988
11. Thijs Maasen. De pedagogische eros in het geding. Gustav Wyneken en de pedagogische vriendschap in de Freie Schulgemeinde Wickersdorf tussen 1906-1931. 1988
12. Rob Tielman, Evert van der Veen (red.). Second ILGA Pink Book. A Global View of Lesbian and Gay Liberation and Oppression. 1988
13. Theo Sandfort. Het belang van de ervaring. Over seksuele contacten in de vroege jeugdjaren en seksueel gedrag en beleven op latere leeftijd. 1988
14. Jeanette Geerlings, Marion van der Meer. Lesbisch moederschap, praktijk en theorie. 1989
15. Astrid Mattijssen, Martin Moerings (red.). Wet gelijke behandeling in perspektief. 1989
16. Agnes van Wijnen, Annemieke van Brandenburg, Rob Tielman. Homo's met een handicap bestaan niet. 1990
17. Michal Dallas. Onveilige seks bij homomannen. 1990
18. Karlein Schreurs. Vrouwen in lesbische relaties. Verbondenheid, autonomie en seksualiteit. 1990
19. Wouter Geurtsen, Annet Hofmeijer, Ton Zondervan. Homo of hetero, gezegend ben je! Remonstranten over huwelijk en andere relatievormen. 1991
20. Adrianne Dercksen, Marty van Kerkhof, Astrid Mattijssen, Theo Sandfort, Evert van der Veen (red.). Tolerantie onder NAP. 20 essays over homoseksualiteit voor Rob Tielman. 1992
21. Diana van Oort. (On)zichtbaar (seksueel) geweld tegen lesbische vrouwen en meisjes. 1993
22. Niels Teunis, John de Wit, Theo Sandfort. Voor een half uurtje lol ga ik geen risico lopen. Homoseksuele mannen en veilig vrijen. 1993
23. C.J. Hoekzema, Miriam van Hooren, Theo Sandfort. Vrijen met je sokken aan. Homoseksuele mannen en condoomgebruik. 1993
24. Klaas Soesbeek, Letty Bonfrere. Zouden ze bestaan?! Homoseksualiteit en ouder worden. 1993
25. Eline Stroes, Henny Bos, Theo Sandfort. Lesbische vrouwen en AIDS. Van solidariteit tot persoonlijke bezorgdheid. 1994
26. Carla Jonker, Theo Sandfort, Desirée Schyns. Lesbisch zijn in Nederland. Over vormgeving en bejegening in publieke situaties. 1994
27. Peter Dankmeijer. Vies niet, homo wel! Ervaringen van homo- en lesbische docenten. 1994
28. Ontbreekt in mijn archief: vermoedelijk niet verschenen.
29. Evert van der Veen, Adrianne Dercksen. Het steekt van tijd tot tijd de kop op. Homodiscriminatie in de jaren tachtig. 1994
30. Theo Sandfort, Ernest de Vroome. Homoseksuele mannen en 'gewone' SOA. 1996
31. Judith Schuyf. Oud Roze. De positie van lesbische en homoseksuele ouderen in Nederland. 1996
32. Vera Adriaanse e.a. Homo/lesbo worden. Aanbod van De Kringen en achtergronden van deelnemers. Zonder jaartal: 1996 ?
Boeken Homostudies Utrecht uitgegeven bij Uitgeverij Veen, Utrecht/Antwerpen:
1. Petra Schedler, Judith Schuyf, Klaas Soesbeek (red.). Homoseksualiteit in beeld. Radio, televisie, schrijvende pers, reclame. 1989
2. Lex van Naerssen. Labyrint zonder muren. Analyse van het seksueel verlangen. 1989
3. Marty van Kerkhof, Theo Sandfort, Rob Geensen. Als je het nou van hard werken kreeg! Tien jaar aids en homocultuur. 1991

Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.