In blogbericht 70 schreef ik over de eerdere Turkse troebelen
in Nederland. De Turkse overheid bemoeit zich op homo- en
vrouwvijandige wijze met Nederlanders. Twee Tweede Kamerleden van Turkse
afkomst praten dat goed en zijn na zetelroof een splinterpartijtje
begonnen dat volgens de peilingen weinig kans maakt. Waarom zouden wij
ons daar druk over moeten maken?
Trouw opent op 22 april 2016 de voorpagina met: "Turken in Nederland
voelen zich geïntimideerd door de regering in Ankara. Ze zijn
voorzichtiger met wat zij op sociale media schrijven, vrezen aanklachten
en mijden soms de moskee." Men vergeet "dat Turkije nog altijd veel afhankelijker is van Europa dan andersom." Immers: "Vijftig
procent van de Turkse handel is met de EU. Zonder ons valt hun economie
in elkaar. Wij moeten ons niet zo laten imponeren. Weg met die slappe
knieën."
Nederlandse columniste Ebru Umar gearresteerd in Turkije
Voor
mijn buitenlandse lezers zet ik de feiten even op een rijtje. Op 23
april 2016 wordt de Nederlandse columniste van Turkse afkomst Ebru Umar
op haar vakantieadres in Turkije gearresteerd omdat zij de Turkse
president beledigd zou hebben. Het Turkse consulaat in Rotterdam opent
een kliklijn maar ontkent dat vervolgens als een golf van kritiek
losbarst op deze oproep tot spionage voor de Turkse overheid. Ebru Umar
wordt vrijgelaten maar mag Turkije niet verlaten. Op 25 april 2016 vindt
een verdachte inbraak plaats in haar woning in Amsterdam. Op 26 april 2016 schrijft zij in haar column in het dagblad Metro
dat zij in Nederland wonende Turken verdenkt van de acties tegen haar.
Op 28 april 2016 kondigt zij aan een einde te willen maken aan haar Turkse nationaliteit. Op 3 mei 2016 bespreekt zij met premier Rutte de wenselijkheid om in Nederland beveiligd te worden omdat zij bedreigd wordt door in Nederland wonende Turken.
Amsterdamse oud-burgemeester Job Cohen
Laat
ik voorop stellen dat ik het op veel punten oneens ben met Ebru Umar.
Ik noem als voorbeeld haar feitelijk onjuiste kritiek op de Amsterdamse
oud-burgemeester Job Cohen. Hij schrijft op 27 april 2016 in een
ingezonden brief in de NRC: "Na de moord
op Theo van Gogh was ik aanwezig op een bijeenkomst waar ook Ebru Umar
bleek te zijn. Op een gegeven moment begon ze enorm op Amsterdam, waar
ik toen burgemeester was, af te geven. Ik reageerde met de woorden:
'Maar u hóeft hier niet te wonen.' Sindsdien ben ik haar
lievelingsvijand. Niets heerlijkers dan mij, ongeveer eens per week,
afzeiken. Daar is niks op tegen, het staat haar vrij. Wat haar niet vrij
staat, is in NRC (25/4) zonder enig argument het volgende te zeggen:
'Dat zijn mensen (Turkse Nederlanders die blij waren met haar arrestatie
in Turkije) die Nederland kapot maken. Job Cohen zou trots op hen
zijn.' Daar is natuurlijk geen sprake van, integendeel, ik hoop dat ze
snel weer in Nederland is. Vandaar mijn vraag aan haar: geef mij een
snipper bewijs waarom ik daar trots op zou zijn." Ik heb dat bewijs
nog niet gezien. Maar dat neemt niet weg dat in een democratische
rechtstaat met vrijheid van meningsuiting dat gelukkig geen reden is om
haar strafrechtelijk te vervolgen zoals dat wel op grote schaal in
Turkije gebeurt met journalisten die kritiek hebben op de Turkse
overheid.
Vrijheid van meningsuiting
In
de (a)sociale media heerst het misverstand dat de vrijheid van
meningsuiting inhoudt dat je alles maar mag schrijven. Die vrijheid is echter niet absoluut maar ingebed in ieders
verantwoordelijkheid voor de wet. Ik noem bijvoorbeeld het aanzetten tot
haat of het beledigen van personen die, als zij dat wensen, naar de
rechter kunnen stappen. Het is dan ook goed dat de Tweede Kamer een eind
wil maken aan de strafbaarstelling van het beledigen van staatshoofden
want in een democratie is iedereen gelijk voor de wet. Turkije is een schijndemocratie want de overheid gedraagt zich als een
dictatuur van een meerderheid in het omgaan met individuen en minderheden.
De
vrijheid van meningsuiting vooronderstelt het hebben en uiten van een
mening. Iemand uitschelden, geeft geen blijk van een mening maar van het
misbruiken van de eigen vrijheid om die van een ander te schaden. In
mijn blog heb ik bij herhaling onderbouwde kritiek geleverd op het feit
dat een groot aantal zich islamitisch noemende staten de mensenrechten
aantasten van andersdenkenden, in het bijzonder van ongodsdienstigen,
vrouwen en homoseksuelen. In veel van die landen wordt dergelijke onderbouwde kritiek opgevat als belediging maar dat is in strijd met de mensenrechten. Zolang dat in een land gebeurt, kan er geen
sprake zijn van enige toenadering tot de Europese Unie die deze mensenrechten
respecteert. Wie bang is dat de EU gegijzeld wordt door Turkije moet
bedenken dat de EU meer dan 500 miljoen inwoners telt en Turkije nog
geen 75 miljoen.
Vormen Turken in Nederland een bedreiging?
Nederland
telt 17 miljoen inwoners en het aantal Turken in Nederland dat de
huidige Turkse regering steunt, ligt hooguit rond de 200.000 zoals ik
heb aangetoond in mijn vorige blogbericht over Turkse troebelen. Dat is minder dan de helft van alle Nederlanders met een Turkse afkomst. Het dagblad Trouw schrijft op 28 april 2016
dat de Turkse overheid wel degelijk probeert om die groep in te zetten
voor haar politieke en godsdienstige doeleinden. Het is dus onjuist en
strategisch onverstandig om alle Turken in Nederland op één hoop te
gooien want zeker de helft daarvan zijn bondgenoten in onze strijd voor
een democratische rechtstaat waarin het zelfbeschikkingsrecht van
individuen en zelfgekozen minderheden gewaarborgd wordt.
Het splinterpartijtje van bovengenoemde twee dissidente Kamerleden noemt zich Denk.
Ik zou willen zeggen: denk inderdaad na, ofwel bezint eer ge begint. Om
te beginnen is er weinig draagvlak voor deze splinterpartij. Verder
staat Denk volgens de NRC van 29 april 2016 achter de arrestatie van
Ebru Umar, ontkennen zij de Turkse genocide op Armeniërs, en intimideren
zij Turkse Kamerleden die het niet met hen eens zijn. Oud-burgemeester
van Amsterdam Job Cohen en de huidige burgemeester van Rotterdam Ahmed
Aboutaleb hebben het al eerder gezegd: wie zoveel moeite heeft met onze
democratische rechtstaat is niet verplicht hier te blijven maar kan
zonder tegengehouden te worden verhuizen naar een land waar men zich
kennelijk meer thuis voelt.
Mediakritiek
In
de meeste Nederlandse media staat dat de meeste in Nederland wonende
Turken op de huidige Turkse regeringspartij hebben gestemd, zelfs meer
dan in Turkije zelf. Uit mijn eerdere blogbericht over Turkse troebelen blijkt
dat dit niet kan kloppen. Het is weer de klassieke denkfout van
slordige media: het gaat om die Turken in Nederland die gestemd hebben.
Diegenen die niet stemmen worden weer eens over het hoofd gezien en dat
is in dit geval heel slecht voor de Nederlandse beeldvorming over die
Nederlanders van Turkse afkomst die juist heel goed geïntegreerd zijn!
Gezien
de onkritische houding van grote delen van de Nederlandse en
buitenlandse media hoort dit blogbericht thuis in mijn serie over
mediakritiek. De blogberichten, Brexit? Schotland Exit! en Referendum? Schijnvertoning!, passen daar ook in. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de nummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, 111 over Columnist in de Gaykrant en 52 over Het monster Trotteldrom.
Naschrift: op 11 mei 2016 is columniste Ebru Umar teruggekeerd in Nederland na twee weken landarrest in Turkije. Zij wil niet meer naar Turkije, en verblijft op een geheim adres. Minister Asscher stelt op 13 mei 2016: "bedreigingen richting Umar beperken vrijheid van hele samenleving". Op 18 mei debatteert de Tweede Kamer over de kwestie Ebru Umar. Lees ook Vrij Nederland over "Het gelijk van Lodewijk Asscher over de jonge Turkse Nederlanders" en Trouw over allochtoon racisme. Stephan Sanders noemt de werkwijze van sommige Turken in Nederland "sociale lynching". De Tweede Kamer is geschokt door de bedreigingen door Turkse Erdogan-aanhangers in Nederland. Op 26 juli 2016 reageert de Tweede Kamer woedend op uitlatingen van de Turkse ambassadeur over de situatie in Nederland. Op 28 juli 2016 meldt de Nederlandse minister van Justitie Van der Steur dat tientallen aangiftes van Turkse bedreigingen in Nederland zijn gedaan. Op 29 juli 2016 melden Gülen-aanhangers in Nederland dat zij vrezen voor meer bedreigingen en geweld door Erdogan-aangangers in Nederland. Op 1 augustus 2016 reageert Ebru Umar op de beschuldiging van enkele in Nederland levende Turken dat zij een landverrader zou zijn. Op 10 augustus 2016 wordt bekend dat Ebru Umar in september voor een Turkse rechter moet verschijnen: zij zal niet naar Turkije gaan maar zich daar door een advocaat laten vertegenwoordigen. Op 27 augustus 2016 bekritiseert minister Asscher de Turkse kliklijnen en belt premier Rutte met Erdogan om te laten weten dat Nederland geen Turkse bemoeienis wil met binnenlandse aangelegenheden. Op 3 september 2016 maakt de Europese Unie bekend dat men een eensgezinde aanpak wil van de Turkse troebelen in Europa. Op 5 september 2016 wordt een 42-jarige Turkse Rotterdammer opgepakt wegens opruiing, belediging, bedreiging, haatzaaien en vernieling. Op 7 september 2016 wordt een tweede Turkse Rotterdammer opgepakt wegens opruiing, bedreiging en het aanzetten tot haat. Op 8 september 2016 worden journalisten ernstig bedreigd door Turks-Nederlandse jongeren in Zaandam. Op 9 september 2016 stelt minister Van der Steur dat de overlast door Turks-Nederlandse jongeren in Zaandam moet stoppen. Op 12 september 2016 doet een Zaans raadslid aangifte wegens bedreiging en intimidatie door hangjongeren van Turkse afkomst. Op 16 september 2016 bepaalt de rechtbank in Haarlem dat ouders een 'Gülenschool' geen school van terroristen meer mogen noemen. Dagblad Trouw bericht op 4 oktober 2016 dat Erdogan imams afstuurt op andersdenkenden zoals de alevieten die in Nederland aangesloten zijn bij de Humanistische Alliantie. Op 14 december 2016 roept ministers Koenders van Buitenlandse Zaken de Turkse ambassadeur op het matje omdat de ambassade persoonlijke gegevens van Nederlanders met een Turkse achtergrond heeft doorgespeeld aan Turkije. Op 24 december 2016 wordt bekend dat Sylvana Simons vertrekt
uit de partij van het Turks/Nederlandse Kamerlid Kuzu, onder andere
omdat zij daar te weinig ruimte krijgt om op te komen voor vrouwen- en
homo-emancipatie. Op 29 maart 2017 wordt de rechtszaak tegen Ebru Umar weer uitgesteld.
Zie voor het vervolg blogbericht 161, Turkse troebelen (3).
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 7 mei 2016
zaterdag 30 april 2016
141. Humanistisch Verbond & verhullende statistieken
Dit weekeinde lever ik mijn tekst in voor mijn boek met homoseksuele en humanistische levensherinneringen. Dit zijn dus spannende dagen voor mij! In blogbericht 137 plaatste ik als voorpublicatie al de inleiding van mijn boek. Hieronder een bewerking van een eerdere voorpublicatie die heel veel gelezen is in Rusland en Oekraïne. Vermoedelijk omdat het laat zien hoe sommige kerken proberen hun aanhang veel groter voor te stellen dan die in werkelijkheid is. In de komende anderhalve maand kan er nog wat aan de teksten worden veranderd. Op 15 juni 2016 gaat de uiteindelijke tekst naar de uitgever en als alles goed gaat dan verschijnt het boek eind dit jaar.
Verhullende statistieken
In het dagblad Trouw van 11 oktober 2014 schreef Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, een behartigenswaardig artikel onder de titel "Religieuze kaart CBS deugt niet". Hieronder enkele aanhalingen.
"Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde recent de 'religieuze kaart van Nederland'. Dit onderzoek hapert op veel punten". Hij noemt het feit dat alle, onderling zeer verschillende, islamieten op één hoop worden gegooid terwijl dat bij de christenen niet gebeurt.
"Nog onzorgvuldiger wordt omgesprongen met niet-religieuze Nederlanders. Net als eerder bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, worden zij als een amorfe groep behandeld: 47 procent van de Nederlanders! (...) Ook in andere landen wordt de groep niet-gelovigen groter en diverser: na het christendom en de islam zijn de 'ongebonden' wereldburgers de op twee na grootste levensbeschouwelijke groep in de wereld, nipt voor het hindoeïsme. (...) Humanisten en atheïsten hebben herhaaldelijk gevraagd naar een modernisering van de levensbeschouwelijke categorieën. Tevergeefs. Voor een goed begrip van onze samenleving moeten we de werkelijkheid als uitgangspunt nemen. Als de helft van de Nederlandse levensvisies stelselmatig wordt overgeslagen, levert dat scheve onderzoeks-resultaten op. Het wordt tijd de 50 procent 'niet-gelovigen' een gezicht te geven."
Als toenmalig voorzitter van het Humanistisch Verbond (1977-1987) heb ik er inderdaad herhaaldelijk op aangedrongen dat er een einde komt aan de verhullende statistieken van onder andere CBS en SCP. Hieronder geef ik enkele voorbeelden die terug te vinden zijn in het boek van Bert Gasenbeek en Floris van den Berg: Rob Tielman, een begeesterd humanist (Breda 2010). De nummers van de bladzijden verwijzen naar dit boek.
Humanisme genegeerd
In 1983 schreef ik samen met Joos Sinke in het humanistisch wetenschappelijk tijdschrift Rekenschap: "Eén van de ernstigste verwijten die men Nederlandse sociale onderzoekers mag maken is, dat zij bijna stelselmatig het bestaan van het humanisme als geestelijke stroming genegeerd hebben. Een zeer kwalijk voorbeeld daarvan is Goddijn die het gepresteerd heeft om in een herhalingsonderzoek in 1979 het humanisme te 'vergeten', terwijl het eerste onderzoek al aangetoond had dat in 1969 9% van de mannen, en 5% van de vrouwen humanist waren. Men stelle zich eens voor dat een onderzoeker een geestelijke stroming met vergelijkbare omvang zoals de gereformeerden weggelaten zou hebben: een storm van kritiek zou losbarsten! Maar nu kwamen alleen protesten van humanistische zijde.
Zoals Van Praag het heeft uitgedrukt: 'Wat daar tegen het humanisme aan onkunde, geborneerdheid en hooghartigheid wordt uitgespeeld grenst aan het ongelooflijke. Niet dat humanisten in de geestelijke begeleiding een claim leggen op wie dan ook; mondige mensen laten zich niet claimen en humanisten willen dat niet. Maar humanisten aanvaarden het ook niet dat christenen een monopolie van geestelijk leven opeisen, dat in de geestelijke werkelijkheid geen grondslag heeft.' " (Blz. 72).
Humanisme niet meer weg te denken
In 1986 schreef ik in Rekenschap: "Kon in 1966 nog 7% tot de humanistische stroming gerekend worden, in 1978 was dat gestegen tot 14%, in 1983 tot 18% en in 1985 tot 23%. Als men bedenkt dat in 1982 de katholieke stroming 29%, de hervormde 16% en de gereformeerde 8% van de volwassen bevolking omvatte, dan zal het duidelijk zijn dat de humanistische stroming uit de Nederlandse samenleving niet meer weg te denken valt (hoewel veel sociale onderzoekers dat nog steeds trachten)." (Blz. 126).
Ontkerkelijking
In 1987 stelde ik in mijn oratie "Humanistische sociologie: een paradox als paradigma" (Utrecht 1987): "Onlangs gepubliceerd onderzoek naar ontkerkelijking en verzuiling maakt duidelijk hoezeer de officiële statistieken op dit gebied achterlopen bij de feitelijke maatschappelijke ontwikkelingen.
Rekende in 1960 nog ongeveer 80% van de bevolking zich tot een kerkgenootschap, nu, in 1987, blijkt bijna de helft van de Nederlandse volwassenen buitenkerkelijk. De laatst-gehouden volkstelling (uit 1971) registreert 25% buitenkerkelijken: bijna de helft van wat er nu aan buitenkerkelijken blijkt te bestaan. In een aantal grote gemeenten blijken er twee tot drie keer meer buitenkerkelijken te wonen dan de gemeentelijke bevolkings-administraties hebben geregistreerd. Die registraties blijken veel meer de kerkelijke gezindte van de ouders bij de geboorte van hun kinderen weer te geven dan de huidige situatie onder de inmiddels volwassen geworden kinderen, waardoor deze registraties een generatie achterlopen. Mede omdat deze cijfers doorwerken in de verdeling van onderwijsvoorzieningen, blijken grote delen van ons land (vooral in het westen en zuiden) meer dan 20% ondervertegenwoordiging van het openbaar en algemeen bijzonder onderwijs te kennen." (Blz. 137).
Humanisme als hoofdstroming in Nederland
In 2008 schreef ik samen met Bert Gasenbeek in het tijdschrift Civis Mundi in het artikel "Humanisme: de hoofdstroming van Nederland": "Het klassieke misverstand in godsdienstsociologisch onderzoek is dat het kerklidmaatschap (meestal opgelegd door geboorte!) als richtinggevend model voor andere geestelijke stromingen wordt gehanteerd. Het is dus niet voldoende om een simpele vraag te stellen naar iemands godsdienst of kerklidmaatschap omdat dit niets zegt over de daadwerkelijke affiniteit met een geestelijke stroming. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds georganiseerde godsdienst en levensbeschouwing (beweging) en anderzijds achterliggende geestelijke opvattingen (stroming).
Doet men een dergelijk onderzoek waarbij niet alleen met etiketten wordt gewerkt maar ook met achterliggende opvattingen en daadwerkelijk gedrag, dan blijkt dat 40% van de volwassen Nederlanders zich verwant voelt met het humanisme, dat 10 tot 15% gebruik maakt van humanistische voorzieningen en dat 13% het humanisme van doorslaggevend belang vindt voor de toekomstige ontwikkeling van de samenleving tegen 12% voor het protestantisme, 9% voor het katholicisme en 8% voor de islam." (Blz. 204). Daar komt nog bij dat het aantal islamieten in Nederland stelselmatig te hoog werd en wordt ingeschat: zie mijn blogbericht over Turkse troebelen. Er wonen in Nederland geen miljoen islamieten maar enkele honderdduizenden minder.
Verhullende statistieken
Dit gesjoemel met statistieken door godsdienstsociologen heeft er onder andere toe geleid dat twee derde van het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs godsdienstig is en maar een derde openbaar of vergelijkbaar pluriform onderwijs is, terwijl dat eerder andersom zou moeten zijn. Toch is maar de vraag of het verhullen van feiten gunstig is geweest voor de kerken. In de eerste plaats werden de grote kerken hierdoor lang in slaap gesust en toen de feitelijke ontkerkelijking niet meer te ontkennen viel, was het al te laat om de ontwikkeling te stuiten als dat al mogelijk was geweest.
In de tweede plaats heeft de oververtegenwoordiging van godsdienstig onderwijs een averechts gevolg gehad. Op 7 december 2012 schreef ik in blogbericht 23 over mijn onderwijsverleden: "Sociologen vragen zich wel eens af hoe het komt dat tweederde van de Nederlanders op katholieke of protestante scholen heeft gezeten terwijl in feite maar eenderde van de Nederlanders kerkelijk blijkt te zijn. Ik vermoed op grond van mijn eigen ervaring dat het godsdienstig onderwijs een weerstandswerver tegen godsdienst moet zijn geweest."
Ik ben het dus geheel met Boris van der Ham eens dat een einde moet komen aan de eenzijdige aandacht voor de godsdiensten en aan het verhullen van de niet-godsdienstige levensbeschouwingen!
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
Verhullende statistieken
In het dagblad Trouw van 11 oktober 2014 schreef Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, een behartigenswaardig artikel onder de titel "Religieuze kaart CBS deugt niet". Hieronder enkele aanhalingen.
"Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde recent de 'religieuze kaart van Nederland'. Dit onderzoek hapert op veel punten". Hij noemt het feit dat alle, onderling zeer verschillende, islamieten op één hoop worden gegooid terwijl dat bij de christenen niet gebeurt.
"Nog onzorgvuldiger wordt omgesprongen met niet-religieuze Nederlanders. Net als eerder bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, worden zij als een amorfe groep behandeld: 47 procent van de Nederlanders! (...) Ook in andere landen wordt de groep niet-gelovigen groter en diverser: na het christendom en de islam zijn de 'ongebonden' wereldburgers de op twee na grootste levensbeschouwelijke groep in de wereld, nipt voor het hindoeïsme. (...) Humanisten en atheïsten hebben herhaaldelijk gevraagd naar een modernisering van de levensbeschouwelijke categorieën. Tevergeefs. Voor een goed begrip van onze samenleving moeten we de werkelijkheid als uitgangspunt nemen. Als de helft van de Nederlandse levensvisies stelselmatig wordt overgeslagen, levert dat scheve onderzoeks-resultaten op. Het wordt tijd de 50 procent 'niet-gelovigen' een gezicht te geven."
Als toenmalig voorzitter van het Humanistisch Verbond (1977-1987) heb ik er inderdaad herhaaldelijk op aangedrongen dat er een einde komt aan de verhullende statistieken van onder andere CBS en SCP. Hieronder geef ik enkele voorbeelden die terug te vinden zijn in het boek van Bert Gasenbeek en Floris van den Berg: Rob Tielman, een begeesterd humanist (Breda 2010). De nummers van de bladzijden verwijzen naar dit boek.
Humanisme genegeerd
In 1983 schreef ik samen met Joos Sinke in het humanistisch wetenschappelijk tijdschrift Rekenschap: "Eén van de ernstigste verwijten die men Nederlandse sociale onderzoekers mag maken is, dat zij bijna stelselmatig het bestaan van het humanisme als geestelijke stroming genegeerd hebben. Een zeer kwalijk voorbeeld daarvan is Goddijn die het gepresteerd heeft om in een herhalingsonderzoek in 1979 het humanisme te 'vergeten', terwijl het eerste onderzoek al aangetoond had dat in 1969 9% van de mannen, en 5% van de vrouwen humanist waren. Men stelle zich eens voor dat een onderzoeker een geestelijke stroming met vergelijkbare omvang zoals de gereformeerden weggelaten zou hebben: een storm van kritiek zou losbarsten! Maar nu kwamen alleen protesten van humanistische zijde.
Zoals Van Praag het heeft uitgedrukt: 'Wat daar tegen het humanisme aan onkunde, geborneerdheid en hooghartigheid wordt uitgespeeld grenst aan het ongelooflijke. Niet dat humanisten in de geestelijke begeleiding een claim leggen op wie dan ook; mondige mensen laten zich niet claimen en humanisten willen dat niet. Maar humanisten aanvaarden het ook niet dat christenen een monopolie van geestelijk leven opeisen, dat in de geestelijke werkelijkheid geen grondslag heeft.' " (Blz. 72).
Humanisme niet meer weg te denken
In 1986 schreef ik in Rekenschap: "Kon in 1966 nog 7% tot de humanistische stroming gerekend worden, in 1978 was dat gestegen tot 14%, in 1983 tot 18% en in 1985 tot 23%. Als men bedenkt dat in 1982 de katholieke stroming 29%, de hervormde 16% en de gereformeerde 8% van de volwassen bevolking omvatte, dan zal het duidelijk zijn dat de humanistische stroming uit de Nederlandse samenleving niet meer weg te denken valt (hoewel veel sociale onderzoekers dat nog steeds trachten)." (Blz. 126).
Ontkerkelijking
In 1987 stelde ik in mijn oratie "Humanistische sociologie: een paradox als paradigma" (Utrecht 1987): "Onlangs gepubliceerd onderzoek naar ontkerkelijking en verzuiling maakt duidelijk hoezeer de officiële statistieken op dit gebied achterlopen bij de feitelijke maatschappelijke ontwikkelingen.
Rekende in 1960 nog ongeveer 80% van de bevolking zich tot een kerkgenootschap, nu, in 1987, blijkt bijna de helft van de Nederlandse volwassenen buitenkerkelijk. De laatst-gehouden volkstelling (uit 1971) registreert 25% buitenkerkelijken: bijna de helft van wat er nu aan buitenkerkelijken blijkt te bestaan. In een aantal grote gemeenten blijken er twee tot drie keer meer buitenkerkelijken te wonen dan de gemeentelijke bevolkings-administraties hebben geregistreerd. Die registraties blijken veel meer de kerkelijke gezindte van de ouders bij de geboorte van hun kinderen weer te geven dan de huidige situatie onder de inmiddels volwassen geworden kinderen, waardoor deze registraties een generatie achterlopen. Mede omdat deze cijfers doorwerken in de verdeling van onderwijsvoorzieningen, blijken grote delen van ons land (vooral in het westen en zuiden) meer dan 20% ondervertegenwoordiging van het openbaar en algemeen bijzonder onderwijs te kennen." (Blz. 137).
Humanisme als hoofdstroming in Nederland
In 2008 schreef ik samen met Bert Gasenbeek in het tijdschrift Civis Mundi in het artikel "Humanisme: de hoofdstroming van Nederland": "Het klassieke misverstand in godsdienstsociologisch onderzoek is dat het kerklidmaatschap (meestal opgelegd door geboorte!) als richtinggevend model voor andere geestelijke stromingen wordt gehanteerd. Het is dus niet voldoende om een simpele vraag te stellen naar iemands godsdienst of kerklidmaatschap omdat dit niets zegt over de daadwerkelijke affiniteit met een geestelijke stroming. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds georganiseerde godsdienst en levensbeschouwing (beweging) en anderzijds achterliggende geestelijke opvattingen (stroming).
Doet men een dergelijk onderzoek waarbij niet alleen met etiketten wordt gewerkt maar ook met achterliggende opvattingen en daadwerkelijk gedrag, dan blijkt dat 40% van de volwassen Nederlanders zich verwant voelt met het humanisme, dat 10 tot 15% gebruik maakt van humanistische voorzieningen en dat 13% het humanisme van doorslaggevend belang vindt voor de toekomstige ontwikkeling van de samenleving tegen 12% voor het protestantisme, 9% voor het katholicisme en 8% voor de islam." (Blz. 204). Daar komt nog bij dat het aantal islamieten in Nederland stelselmatig te hoog werd en wordt ingeschat: zie mijn blogbericht over Turkse troebelen. Er wonen in Nederland geen miljoen islamieten maar enkele honderdduizenden minder.
Verhullende statistieken
Dit gesjoemel met statistieken door godsdienstsociologen heeft er onder andere toe geleid dat twee derde van het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs godsdienstig is en maar een derde openbaar of vergelijkbaar pluriform onderwijs is, terwijl dat eerder andersom zou moeten zijn. Toch is maar de vraag of het verhullen van feiten gunstig is geweest voor de kerken. In de eerste plaats werden de grote kerken hierdoor lang in slaap gesust en toen de feitelijke ontkerkelijking niet meer te ontkennen viel, was het al te laat om de ontwikkeling te stuiten als dat al mogelijk was geweest.
In de tweede plaats heeft de oververtegenwoordiging van godsdienstig onderwijs een averechts gevolg gehad. Op 7 december 2012 schreef ik in blogbericht 23 over mijn onderwijsverleden: "Sociologen vragen zich wel eens af hoe het komt dat tweederde van de Nederlanders op katholieke of protestante scholen heeft gezeten terwijl in feite maar eenderde van de Nederlanders kerkelijk blijkt te zijn. Ik vermoed op grond van mijn eigen ervaring dat het godsdienstig onderwijs een weerstandswerver tegen godsdienst moet zijn geweest."
Ik ben het dus geheel met Boris van der Ham eens dat een einde moet komen aan de eenzijdige aandacht voor de godsdiensten en aan het verhullen van de niet-godsdienstige levensbeschouwingen!
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
zaterdag 23 april 2016
140. Brexit? Schotland Exit!
Het Verenigd Koninkrijk hoort tot de top tien landen waar mijn blog
gelezen wordt. Ik heb mij in het verleden in mijn blog kritisch
uitgelaten over Engeland. Bijvoorbeeld over de homovijandige invloed die
Engeland in het verleden heeft gehad op grote delen van de wereld.
Betekent dit dat ik er voorstander van ben dat de Britten de Europese
Unie gaan verlaten: de Brexit?
Homovijandig verleden
Ik heb eerder in blogbericht 19 aandacht besteed aan het Britse homovijandige verleden. Hieronder geef ik dat in hoofdlijnen weer. Het kwam allemaal in de openbaarheid tijdens het proces in 1895 tegen Oscar Wilde. Door dat proces kreeg een Engelse uitdrukking voor homoseksualiteit bekendheid: "the love that dare not speak its name". In Groot Brittannië stond tot 1861 de doodstraf op seks tussen mannen en daarna bleef homoseks (ook tussen volwassenen) strafbaar tot 1967. In Nederland eindigden al deze straffen in 1811 met dank aan de Franse en Bataafse Revoluties.
In de toenmalige Britse wetgevingsdiscussie speelde het begrip sodomy een belangrijke rol. Het is een onterechte verwijzing naar het bijbelverhaal over Sodom en Gomorra want dat gaat niet over homoseksualiteit maar over schending van het gastrecht door verkrachting. Zie mijn hoofdstuk: "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010).
Homovijandige invloed wereldwijd
Ruim twintig jaar geleden heb ik onderzoek gedaan naar de sociale en juridische positie rond homoseksualiteit in alle landen ter wereld. Zie de World Survey on the Social and Legal Position of Gays and Lesbians; in: The Third Pink Book; Buffalo NY, 1993; 247-342. Een belangrijke bevinding was dat anti-homoseksuele wetgeving vooral te vinden was in dertig landen met een islamitische meerderheid (in negen landen gepaard gaand met de doodstraf!) en in veertig landen die de homovijandige wetgeving uit Groot Brittannië in koloniale tijden opgelegd hadden gekregen.
Ik heb mijn onderzoeksgegevens nog eens gelegd naast een hedendaags overzicht van homo/lesbische rechten per land en dan blijkt dat de volgende landen de van oorsprong Britse strafbaarstelling van homoseksualiteit nog altijd kennen: Antigua, Bangladesh, Barbados, Botswana, Brunei, Birma, Cook Eilanden, Gambia, Ghana, Grenada, Guyana, India, Jamaica, Kameroen, Kenia, Kiribati, Malawi, Maleisië, Maldiven, Mauritius, Namibië, Nauru, Nigeria, Oeganda, Pakistan, Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Lucia, Seychellen, Sierra Leone, Singapore, Solomon Eilanden, Sri Lanka, Soedan, Tonga, Trinidad, Tuvalu, Zambia en Zimbabwe.
Ik herinner mij uit eigen ervaring in de jaren tachtig de homosauna's in Amsterdam en Bangkok waar mannen vrijelijk met elkaar konden omgaan terwijl tegelijkertijd in mannensauna's in de nabij gelegen steden Londen en Singapore de seksuele spanning te snijden was. Omdat de spionnen van de politie overal rondliepen. Die hadden kennelijk niets beters te doen of kwamen wellicht op die manier aan hun trekken. Gelukkig zijn er steeds meer landen waar homo/lesbische netwerken bij de politie bestaan. Die voorkomen een hoop ellende binnen en buiten de politie.
Er zijn enkele voormalige Engelse kolonies die de strafbaarstelling van homoseksualiteit aanvankelijk opgelegd kregen maar later afschaften. De sociale weerstand echter nog altijd groot in (delen van) Australië, Canada, India, Nieuw Zeeland, Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Alleen het laatste land heeft van alle bovengenoemde landen net zoals Nederland een landelijk geldende grondwettelijke gelijkberechtiging en openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Inmiddels heeft Engeland maart 2014 ook het huwelijk opengesteld maar woedt de homohaat voort in de voormalige Engelse kolonies...
Opvallend is dat vooral de Afrikaanse landen in dit lijstje roepen dat homoseksualiteit een koloniaal westers verschijnsel zou zijn. Terwijl het juist de aan hen opgelegde Britse homovijandige wetgeving is geweest die een einde wilde maken aan de vele tradities van Afrikaanse (en Aziatische) gelijkgeslachtelijke riten en relaties. En dan heb ik het nog niet gehad over de Amerikaanse fundamentalistische christenen die de homohaat in Afrika aanjagen, zoals in Oeganda, Nigeria en D.R.Congo. Over kolonialisme gesproken!
Brexit?
Betekent dit alles dat ik de Britten nu liever zie vertrekken uit de Europese Unie? Integendeel! Want het zijn juist de Raad van Europa en de Europese Unie geweest die er toe hebben bijgedragen dat de wetgeving in Engeland, Schotland en Wales aanzienlijk homovriendelijker is geworden. En het is juist de meest eurokritische partij UKIP die het meest homovijandig is.
Er is nog een andere reden waarom ik Brexit nu in mijn blog aan de orde stel. Zoals mijn vaste lezers weten, woon ik in Friesland en houd ik mij in mijn blog bezig met de plaats van minderheidstalen in Europa. Het is dankzij de Europese Unie dat meer aandacht wordt besteed aan de rechten van minderheidstalen. Dat is een reden waarom Schotland in grote meerderheid tegen de Brexit is. Mocht het Verenigd Koninkrijk toch voor een Brexit kiezen dan is de kans groot dat Schotland alsnog er voor kiest om uit het Verenigd Koninkrijk te stappen. Het opvallende is dat de meeste Nederlandse en buitenlandse media daar vrijwel geen aandacht aan besteden. Vooral veel Engelse media voeren een hetze tegen de EU zonder er bij te vertellen dat een exit van Schotland door hun gestook dichterbij komt.
Mediakritiek
Gezien de onkritische houding van grote delen van de Nederlandse en buitenlandse media hoort dit blogbericht thuis in mijn serie over mediakritiek. Mijn vorige blogbericht, Referendum? Schijnvertoning!, paste daar ook in. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de nummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, 111 over Columnist in de Gaykrant en 52 over Het monster Trotteldrom.
Zie ook: Brexit? Referendum exit! en Nexit? Fryslânexit!
Naschrift: op 5 mei 2016 werden in het Verenigd Koninkrijk lokale verkiezingen gehouden. In de meeste Nederlandse media werd alleen aandacht besteed aan de verkiezing van een nieuwe burgemeester in Londen. Nu blijkt dat de Schotse Nationale Partij in het Schotse parlement voor de derde keer de grootste partij is geworden, wordt er meer aandacht besteed aan een mogelijk vertrek van Schotland uit het Verenigd Koninkrijk na een mogelijke Brexit. Nu maar hopen dat dit ook doordringt tot de Engelse media. Een treurig voorbeeld van Britse anti-Europese stemmingmakerij: Boris Johnson vergelijkt beleid Europese Unie met dat van Hitler.
Op 28 maart 2017 stemt het Schotse parlement vóór het houden van een referendum over uittreding uit het Verenigd Koninkrijk vanwege de Brexit.
Op 16 december 2017 werd bekend dat nu een ruime meerderheid van de Britten tegen de Brexit is. Uit onderzoek blijkt dat die meerderheid vooral te danken is aan kiezers die in 2016 niet zijn gaan stemmen.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Homovijandig verleden
Ik heb eerder in blogbericht 19 aandacht besteed aan het Britse homovijandige verleden. Hieronder geef ik dat in hoofdlijnen weer. Het kwam allemaal in de openbaarheid tijdens het proces in 1895 tegen Oscar Wilde. Door dat proces kreeg een Engelse uitdrukking voor homoseksualiteit bekendheid: "the love that dare not speak its name". In Groot Brittannië stond tot 1861 de doodstraf op seks tussen mannen en daarna bleef homoseks (ook tussen volwassenen) strafbaar tot 1967. In Nederland eindigden al deze straffen in 1811 met dank aan de Franse en Bataafse Revoluties.
In de toenmalige Britse wetgevingsdiscussie speelde het begrip sodomy een belangrijke rol. Het is een onterechte verwijzing naar het bijbelverhaal over Sodom en Gomorra want dat gaat niet over homoseksualiteit maar over schending van het gastrecht door verkrachting. Zie mijn hoofdstuk: "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010).
Homovijandige invloed wereldwijd
Ruim twintig jaar geleden heb ik onderzoek gedaan naar de sociale en juridische positie rond homoseksualiteit in alle landen ter wereld. Zie de World Survey on the Social and Legal Position of Gays and Lesbians; in: The Third Pink Book; Buffalo NY, 1993; 247-342. Een belangrijke bevinding was dat anti-homoseksuele wetgeving vooral te vinden was in dertig landen met een islamitische meerderheid (in negen landen gepaard gaand met de doodstraf!) en in veertig landen die de homovijandige wetgeving uit Groot Brittannië in koloniale tijden opgelegd hadden gekregen.
Ik heb mijn onderzoeksgegevens nog eens gelegd naast een hedendaags overzicht van homo/lesbische rechten per land en dan blijkt dat de volgende landen de van oorsprong Britse strafbaarstelling van homoseksualiteit nog altijd kennen: Antigua, Bangladesh, Barbados, Botswana, Brunei, Birma, Cook Eilanden, Gambia, Ghana, Grenada, Guyana, India, Jamaica, Kameroen, Kenia, Kiribati, Malawi, Maleisië, Maldiven, Mauritius, Namibië, Nauru, Nigeria, Oeganda, Pakistan, Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Lucia, Seychellen, Sierra Leone, Singapore, Solomon Eilanden, Sri Lanka, Soedan, Tonga, Trinidad, Tuvalu, Zambia en Zimbabwe.
Ik herinner mij uit eigen ervaring in de jaren tachtig de homosauna's in Amsterdam en Bangkok waar mannen vrijelijk met elkaar konden omgaan terwijl tegelijkertijd in mannensauna's in de nabij gelegen steden Londen en Singapore de seksuele spanning te snijden was. Omdat de spionnen van de politie overal rondliepen. Die hadden kennelijk niets beters te doen of kwamen wellicht op die manier aan hun trekken. Gelukkig zijn er steeds meer landen waar homo/lesbische netwerken bij de politie bestaan. Die voorkomen een hoop ellende binnen en buiten de politie.
Er zijn enkele voormalige Engelse kolonies die de strafbaarstelling van homoseksualiteit aanvankelijk opgelegd kregen maar later afschaften. De sociale weerstand echter nog altijd groot in (delen van) Australië, Canada, India, Nieuw Zeeland, Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Alleen het laatste land heeft van alle bovengenoemde landen net zoals Nederland een landelijk geldende grondwettelijke gelijkberechtiging en openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Inmiddels heeft Engeland maart 2014 ook het huwelijk opengesteld maar woedt de homohaat voort in de voormalige Engelse kolonies...
Opvallend is dat vooral de Afrikaanse landen in dit lijstje roepen dat homoseksualiteit een koloniaal westers verschijnsel zou zijn. Terwijl het juist de aan hen opgelegde Britse homovijandige wetgeving is geweest die een einde wilde maken aan de vele tradities van Afrikaanse (en Aziatische) gelijkgeslachtelijke riten en relaties. En dan heb ik het nog niet gehad over de Amerikaanse fundamentalistische christenen die de homohaat in Afrika aanjagen, zoals in Oeganda, Nigeria en D.R.Congo. Over kolonialisme gesproken!
Brexit?
Betekent dit alles dat ik de Britten nu liever zie vertrekken uit de Europese Unie? Integendeel! Want het zijn juist de Raad van Europa en de Europese Unie geweest die er toe hebben bijgedragen dat de wetgeving in Engeland, Schotland en Wales aanzienlijk homovriendelijker is geworden. En het is juist de meest eurokritische partij UKIP die het meest homovijandig is.
Er is nog een andere reden waarom ik Brexit nu in mijn blog aan de orde stel. Zoals mijn vaste lezers weten, woon ik in Friesland en houd ik mij in mijn blog bezig met de plaats van minderheidstalen in Europa. Het is dankzij de Europese Unie dat meer aandacht wordt besteed aan de rechten van minderheidstalen. Dat is een reden waarom Schotland in grote meerderheid tegen de Brexit is. Mocht het Verenigd Koninkrijk toch voor een Brexit kiezen dan is de kans groot dat Schotland alsnog er voor kiest om uit het Verenigd Koninkrijk te stappen. Het opvallende is dat de meeste Nederlandse en buitenlandse media daar vrijwel geen aandacht aan besteden. Vooral veel Engelse media voeren een hetze tegen de EU zonder er bij te vertellen dat een exit van Schotland door hun gestook dichterbij komt.
Mediakritiek
Gezien de onkritische houding van grote delen van de Nederlandse en buitenlandse media hoort dit blogbericht thuis in mijn serie over mediakritiek. Mijn vorige blogbericht, Referendum? Schijnvertoning!, paste daar ook in. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de nummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, 111 over Columnist in de Gaykrant en 52 over Het monster Trotteldrom.
Zie ook: Brexit? Referendum exit! en Nexit? Fryslânexit!
Naschrift: op 5 mei 2016 werden in het Verenigd Koninkrijk lokale verkiezingen gehouden. In de meeste Nederlandse media werd alleen aandacht besteed aan de verkiezing van een nieuwe burgemeester in Londen. Nu blijkt dat de Schotse Nationale Partij in het Schotse parlement voor de derde keer de grootste partij is geworden, wordt er meer aandacht besteed aan een mogelijk vertrek van Schotland uit het Verenigd Koninkrijk na een mogelijke Brexit. Nu maar hopen dat dit ook doordringt tot de Engelse media. Een treurig voorbeeld van Britse anti-Europese stemmingmakerij: Boris Johnson vergelijkt beleid Europese Unie met dat van Hitler.
Op 28 maart 2017 stemt het Schotse parlement vóór het houden van een referendum over uittreding uit het Verenigd Koninkrijk vanwege de Brexit.
Op 16 december 2017 werd bekend dat nu een ruime meerderheid van de Britten tegen de Brexit is. Uit onderzoek blijkt dat die meerderheid vooral te danken is aan kiezers die in 2016 niet zijn gaan stemmen.
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 16 april 2016
139. Referendum? Schijnvertoning! (1)
Omdat mijn blog in Oekraïne veel wordt gelezen (inmiddels ruim 4.000
keer bekeken), wil ik iets zeggen over het Nederlandse
Oekraïne-referendum van woensdag 6 april 2016. Ik bied als Nederlander
mijn verontschuldigingen aan voor deze schandelijke schijnvertoning.
Anders dan de meeste media ons willen doen geloven, heeft de overgrote
meerderheid van de Nederlandse bevolking zich niet tegen het
associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne uitgesproken. Het
ging slechts om 20% van de kiesgerechtigden en zelfs dat cijfer is nog
aan de hoge kant, zoals ik hieronder zal uitleggen.
Associatieverdrag tussen EU en Oekraïne
Omdat mijn blog in meer dan 120 landen wordt gelezen, moet ik eerst even uitleggen waar het over gaat. Het is in de eerste plaats een handelsverdrag zoals de EU er vele heeft gesloten. Die verdragen worden bij meerderheid besloten en dat betekent dat Nederland als één van de 28 lidstaten van de EU het verdrag niet kan tegenhouden. Alleen al om deze reden was dit raadgevend referendum een misleidende schijnvertoning die nooit had mogen plaatsvinden. In de tweede plaats ging dit referendum niet over een toetreding van Oekraïne tot de EU terwijl veel stemmers daar wel van uit gingen. Ook om deze reden had dit referendum nooit in deze vorm gehouden mogen worden. Er had een inleiding tot de vraag in moeten zitten waarin duidelijk gemaakt werd dat aansluiting bij de EU niet aan de orde was en is. Waarover Nederland wel vetorecht heeft, is het beperkte gedeelte van het verdrag dat o.a. gaat over de bestrijding van corruptie, de bevordering van mensenrechten en de versterking van de rechtstaat. Dat zijn zaken waar een verstandige democraat niets tegen kan hebben. Door het ontbreken van een inleiding tot de vraag kon bij velen het misverstand ontstaan dat het referendum ging over een mogelijke uittreding van Nederland uit de EU. Een uittreding die blijkens representatief onderzoek door de meerderheid van de Nederlanders niet gewenst wordt.
Mediamissers
In het dagblad Trouw van zaterdag 9 april 2019 staat op bladzijde 10 de volgende zin in een bericht van de "redactie politiek" over het referendum van woensdag 6 april 2016: "Een meerderheid van de Nederlanders stemde toen tegen het associatieverdrag van de EU met Oekraïne." Het feit dat misschien wel de beste krant van Nederland dergelijke feitelijke onzin verkondigt geeft te denken. Veel Nederlandse en buitenlandse media maakten zich hieraan schuldig. Ik zet de fouten voor alle zekerheid nog even op een rijtje.
Niet alle Nederlanders zijn kiesgerechtigd
Veel media hebben het over Nederland alsof alle Nederlanders kiesgerechtigd zijn. Dat is niet zo omdat minderjarigen en in Nederland (vaak al heel lang) woonachtige buitenlanders niet kiesgerechtigd zijn. Slordigheden als deze, kenmerken veel media waarin met het grootste gemak over "DE Nederlander" gesproken wordt terwijl ik in mijn Tresoar-lezing uitvoerig heb uitgelegd dat die niet bestaat. Men kan hooguit spreken van een meerderheid van de kiesgerechtigde Nederlanders.
Er heeft geen meerderheid tegengestemd
De overgrote meerderheid (twee derde) van de kiesgerechtigde Nederlanders heeft helemaal niet gestemd. Dat is het grootste aantal ooit in de Nederlandse geschiedenis. Slechts 20% van de kiesgerechtigde Nederlanders heeft tegen het associatieverdrag gestemd. De initiatiefnemers van dit referendum vinden zichzelf geweldig democratisch. Er wordt zelfs gesproken van "de wil van het volk". Dit kenmerkt de ondemocratische aard van dit referendum. Ik heb al eerder gewaarschuwd tegen de opvatting dat democratie de dictatuur van de meerderheid zou zijn.
Ik schreef daarover in blogbericht 34: "Deze misvatting bestaat vaak in schijndemocratieën zoals China, Rusland en Turkije. Maar ook in Nederland leeft dit misverstand, zoals blijkt uit gezegden als "de meeste stemmen tellen" en "de kiezer heeft altijd gelijk". Dat mag waar zijn als het gaat om de kleur van de straatverlichting maar het geldt niet als mensenrechten geschonden worden. Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm mogen geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Dit beschermt individuen en minderheden tegen onverdraagzame meerderheden." Hoe kon dit Oekraïne-referendum er toe leiden dat Nederland gegijzeld werd door een minderheid?
Nederland is gegijzeld door een minderheid van 20%
Gezien de vele misverstanden over de vraagstelling denk ik dat het aantal Nederlanders dat tegen het EU-verdrag hebben gestemd zelfs lager is dan de 20% van de kiesgerechtigden. Daar komt nog bij dat die 20% tegenstanders dit alleen maar hebben kunnen bereiken omdat 10% voorstanders wel gestemd hebben waardoor de 30% norm voor rechtsgeldigheid op het nippertje bereikt werd. En dan zijn er nog politici en media die durven te stellen dat dit een duidelijke uitslag is.
Veel voorstanders van het EU-verdrag met Oekraïne hebben niet gestemd in de hoop dat daardoor de drempel van 30% kiezers niet gehaald zou worden. De les die Nederland hier uit kan leren, is dat het gebruik van kiesdrempels tot ondemocratische gevolgen kan leiden door strategisch stemmen: het wegblijven bij verkiezingen. De beste oplossing is dat, ongeacht het aantal mensen dat gestemd heeft, een meerderheid van meer dan de helft van al de stemgerechtigden vereist is om een referendum te winnen.
Als er één ding duidelijk geworden is dat de overgrote meerderheid van de kiesgerechtigde Nederlanders niet tegen dit verdrag hebben gestemd waar de democratisch gekozen regering al toe besloten had. Dit roept de vraag op hoe democratisch referenda zijn.
Is directe democratie een betere democratie?
In blogbericht 34 schreef ik: "In theorie wel maar in de praktijk meestal niet. De meeste burgers zwichten voor de verleiding om minder belasting te willen betalen en tegelijkertijd meer dienstverlening van de overheid te verwachten. Uit eigen ervaring in Californië weet ik dat dit rampzalig kan aflopen. In deze tijden van privatisering hebben velen de neiging om zich niet als burgers maar als consumenten te gedragen. Maar de staat is niet een willekeurig bedrijf dat je in de steek kunt laten door naar een concurrent te lopen. De overheid dat zijn wij zelf en we kunnen niet onbeperkt uitgeven zonder voor inkomsten te zorgen. Daarom kiezen wij volksvertegenwoordigers die het gemeenschappelijk welbegrepen eigenbelang in de gaten moeten houden. Dat bestuur kun je niet overlaten aan verwende kinderen die steeds hun zin willen krijgen zonder rekening te houden met de onbedoelde gevolgen daarvan. Daarom moeten goede bestuurders geen willoze werktuigen zijn maar burgers op hun gedeelde verantwoordelijkheid wijzen. Anders gezegd: democratie is niet voor verwende bangeriken!" De Nederlandse regering en volksvertegenwoordiging doen er dan ook goed aan om dit raadgevend referendum in het belang van de Nederlandse, de Europese en de Oekraïense democratie weloverwogen naast zich neer te leggen.
Plofkippen en mensenrechten
De initiatiefnemers hebben zelf toegegeven dat het hen helemaal niet om Oekraïne ging maar om een opstap naar uittreding van Nederland uit de EU. In goed Nederlands heet dat volksverlakkerij. Uit een onderzoek van Ipsos is gebleken dat een meerderheid van de Nederlanders tegen een referendum is om uit de EU te treden en bijna twee derde tegen een Nederlands vertrek uit de EU.
De drie partijen die dit kiezersbedrog ondersteunden, hebben hierdoor hun ware aard onthuld. Het treurigst vind ik nog de splinterpartij die het belang van Oekraïense plofkippen belangrijker vindt dan de mensenrechten van de homo/lesbische minderheid in Oekraïne die in gevaar zouden komen als de tegenstanders hun zin zouden krijgen. Ik zwijg dan nog maar over de neppartij, waarvan alleen de leider en niemand anders lid kan worden, die in Nederland doet alsof zij homovriendelijk is maar in Europa samenwerkt met homovijandige partijen. En dan is er nog een voorheen communistische partij die zich kennelijk zo verwant voelt met de ex-communist Poetin dat ze liever hem naar de mond praten dan te luisteren naar de wensen van de meerderheid van het Oekraïense volk. Tezamen vertegenwoordigen zij geen meerderheid in de Nederlandse volksvertegenwoordiging maar zij zijn niet te beroerd om te doen alsof zij namens de Nederlandse bevolking spreken.
Mediakritiek
Gezien de onkritische houding van grote delen van de Nederlandse en buitenlandse media hoort dit blogbericht thuis in mijn serie over mediakritiek. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de nummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, 111 over Columnist in de Gaykrant en 52 over Het monster Trotteldrom.
Zie ook: Brexit? Referendum exit! en Referendum? Schijnvertoning! (2).
Naschrift
Op 12 mei 2016 ontving ik van Trouw onderstaand bericht.
Op 5 oktober 2016 plaatst dagblad Trouw het volgende ingezonden bericht:
"Cartoonist Pieter Geenen schrijft in Trouw van dinsdag 4 oktober: "Onze premier kreeg een heldere boodschap van de kiezers." Inderdaad: slechts 20% van de kiesgerechtigden stemde tegen het Oekraïneverdrag. Terecht dat de Nederlandse regering dit stemadvies niet serieus neemt.
Rob Tielman
Molkwerum"
Naschrift.
Op 16 april 2020 maakte het televisieprogramma Zembla bekend dat de latere FvD-leider Baudet "hint op Russische betalingen in aanloop naar het Oekraïne-referendum".
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Associatieverdrag tussen EU en Oekraïne
Omdat mijn blog in meer dan 120 landen wordt gelezen, moet ik eerst even uitleggen waar het over gaat. Het is in de eerste plaats een handelsverdrag zoals de EU er vele heeft gesloten. Die verdragen worden bij meerderheid besloten en dat betekent dat Nederland als één van de 28 lidstaten van de EU het verdrag niet kan tegenhouden. Alleen al om deze reden was dit raadgevend referendum een misleidende schijnvertoning die nooit had mogen plaatsvinden. In de tweede plaats ging dit referendum niet over een toetreding van Oekraïne tot de EU terwijl veel stemmers daar wel van uit gingen. Ook om deze reden had dit referendum nooit in deze vorm gehouden mogen worden. Er had een inleiding tot de vraag in moeten zitten waarin duidelijk gemaakt werd dat aansluiting bij de EU niet aan de orde was en is. Waarover Nederland wel vetorecht heeft, is het beperkte gedeelte van het verdrag dat o.a. gaat over de bestrijding van corruptie, de bevordering van mensenrechten en de versterking van de rechtstaat. Dat zijn zaken waar een verstandige democraat niets tegen kan hebben. Door het ontbreken van een inleiding tot de vraag kon bij velen het misverstand ontstaan dat het referendum ging over een mogelijke uittreding van Nederland uit de EU. Een uittreding die blijkens representatief onderzoek door de meerderheid van de Nederlanders niet gewenst wordt.
Mediamissers
In het dagblad Trouw van zaterdag 9 april 2019 staat op bladzijde 10 de volgende zin in een bericht van de "redactie politiek" over het referendum van woensdag 6 april 2016: "Een meerderheid van de Nederlanders stemde toen tegen het associatieverdrag van de EU met Oekraïne." Het feit dat misschien wel de beste krant van Nederland dergelijke feitelijke onzin verkondigt geeft te denken. Veel Nederlandse en buitenlandse media maakten zich hieraan schuldig. Ik zet de fouten voor alle zekerheid nog even op een rijtje.
Niet alle Nederlanders zijn kiesgerechtigd
Veel media hebben het over Nederland alsof alle Nederlanders kiesgerechtigd zijn. Dat is niet zo omdat minderjarigen en in Nederland (vaak al heel lang) woonachtige buitenlanders niet kiesgerechtigd zijn. Slordigheden als deze, kenmerken veel media waarin met het grootste gemak over "DE Nederlander" gesproken wordt terwijl ik in mijn Tresoar-lezing uitvoerig heb uitgelegd dat die niet bestaat. Men kan hooguit spreken van een meerderheid van de kiesgerechtigde Nederlanders.
Er heeft geen meerderheid tegengestemd
De overgrote meerderheid (twee derde) van de kiesgerechtigde Nederlanders heeft helemaal niet gestemd. Dat is het grootste aantal ooit in de Nederlandse geschiedenis. Slechts 20% van de kiesgerechtigde Nederlanders heeft tegen het associatieverdrag gestemd. De initiatiefnemers van dit referendum vinden zichzelf geweldig democratisch. Er wordt zelfs gesproken van "de wil van het volk". Dit kenmerkt de ondemocratische aard van dit referendum. Ik heb al eerder gewaarschuwd tegen de opvatting dat democratie de dictatuur van de meerderheid zou zijn.
Ik schreef daarover in blogbericht 34: "Deze misvatting bestaat vaak in schijndemocratieën zoals China, Rusland en Turkije. Maar ook in Nederland leeft dit misverstand, zoals blijkt uit gezegden als "de meeste stemmen tellen" en "de kiezer heeft altijd gelijk". Dat mag waar zijn als het gaat om de kleur van de straatverlichting maar het geldt niet als mensenrechten geschonden worden. Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm mogen geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Dit beschermt individuen en minderheden tegen onverdraagzame meerderheden." Hoe kon dit Oekraïne-referendum er toe leiden dat Nederland gegijzeld werd door een minderheid?
Nederland is gegijzeld door een minderheid van 20%
Gezien de vele misverstanden over de vraagstelling denk ik dat het aantal Nederlanders dat tegen het EU-verdrag hebben gestemd zelfs lager is dan de 20% van de kiesgerechtigden. Daar komt nog bij dat die 20% tegenstanders dit alleen maar hebben kunnen bereiken omdat 10% voorstanders wel gestemd hebben waardoor de 30% norm voor rechtsgeldigheid op het nippertje bereikt werd. En dan zijn er nog politici en media die durven te stellen dat dit een duidelijke uitslag is.
Veel voorstanders van het EU-verdrag met Oekraïne hebben niet gestemd in de hoop dat daardoor de drempel van 30% kiezers niet gehaald zou worden. De les die Nederland hier uit kan leren, is dat het gebruik van kiesdrempels tot ondemocratische gevolgen kan leiden door strategisch stemmen: het wegblijven bij verkiezingen. De beste oplossing is dat, ongeacht het aantal mensen dat gestemd heeft, een meerderheid van meer dan de helft van al de stemgerechtigden vereist is om een referendum te winnen.
Als er één ding duidelijk geworden is dat de overgrote meerderheid van de kiesgerechtigde Nederlanders niet tegen dit verdrag hebben gestemd waar de democratisch gekozen regering al toe besloten had. Dit roept de vraag op hoe democratisch referenda zijn.
Is directe democratie een betere democratie?
In blogbericht 34 schreef ik: "In theorie wel maar in de praktijk meestal niet. De meeste burgers zwichten voor de verleiding om minder belasting te willen betalen en tegelijkertijd meer dienstverlening van de overheid te verwachten. Uit eigen ervaring in Californië weet ik dat dit rampzalig kan aflopen. In deze tijden van privatisering hebben velen de neiging om zich niet als burgers maar als consumenten te gedragen. Maar de staat is niet een willekeurig bedrijf dat je in de steek kunt laten door naar een concurrent te lopen. De overheid dat zijn wij zelf en we kunnen niet onbeperkt uitgeven zonder voor inkomsten te zorgen. Daarom kiezen wij volksvertegenwoordigers die het gemeenschappelijk welbegrepen eigenbelang in de gaten moeten houden. Dat bestuur kun je niet overlaten aan verwende kinderen die steeds hun zin willen krijgen zonder rekening te houden met de onbedoelde gevolgen daarvan. Daarom moeten goede bestuurders geen willoze werktuigen zijn maar burgers op hun gedeelde verantwoordelijkheid wijzen. Anders gezegd: democratie is niet voor verwende bangeriken!" De Nederlandse regering en volksvertegenwoordiging doen er dan ook goed aan om dit raadgevend referendum in het belang van de Nederlandse, de Europese en de Oekraïense democratie weloverwogen naast zich neer te leggen.
Plofkippen en mensenrechten
De initiatiefnemers hebben zelf toegegeven dat het hen helemaal niet om Oekraïne ging maar om een opstap naar uittreding van Nederland uit de EU. In goed Nederlands heet dat volksverlakkerij. Uit een onderzoek van Ipsos is gebleken dat een meerderheid van de Nederlanders tegen een referendum is om uit de EU te treden en bijna twee derde tegen een Nederlands vertrek uit de EU.
De drie partijen die dit kiezersbedrog ondersteunden, hebben hierdoor hun ware aard onthuld. Het treurigst vind ik nog de splinterpartij die het belang van Oekraïense plofkippen belangrijker vindt dan de mensenrechten van de homo/lesbische minderheid in Oekraïne die in gevaar zouden komen als de tegenstanders hun zin zouden krijgen. Ik zwijg dan nog maar over de neppartij, waarvan alleen de leider en niemand anders lid kan worden, die in Nederland doet alsof zij homovriendelijk is maar in Europa samenwerkt met homovijandige partijen. En dan is er nog een voorheen communistische partij die zich kennelijk zo verwant voelt met de ex-communist Poetin dat ze liever hem naar de mond praten dan te luisteren naar de wensen van de meerderheid van het Oekraïense volk. Tezamen vertegenwoordigen zij geen meerderheid in de Nederlandse volksvertegenwoordiging maar zij zijn niet te beroerd om te doen alsof zij namens de Nederlandse bevolking spreken.
Mediakritiek
Gezien de onkritische houding van grote delen van de Nederlandse en buitenlandse media hoort dit blogbericht thuis in mijn serie over mediakritiek. Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de nummers 34 over Vijf misverstanden over democratie, 74 over Valse nichten, 63 over Mediamissers, 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, 44 over Mediamanipulatie, nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang, 62 over Geschiedvervalsing, 111 over Columnist in de Gaykrant en 52 over Het monster Trotteldrom.
Zie ook: Brexit? Referendum exit! en Referendum? Schijnvertoning! (2).
Naschrift
Op 12 mei 2016 ontving ik van Trouw onderstaand bericht.
Geachte heer Tielman,
Zaterdag 16 april j.l. heeft u mij een e-mail gestuurd, waarvoor ik u, helaas met enige vertraging, alsnog hartelijk dank zeg.
In het betreffende bericht verwees u naar uw blog
waarin u kritiek uitte op een zinsnede in Trouw inzake het in Nederland
gehouden referendum van 6 april. De redactie politiek van Trouw
berichtte zaterdag 9 april over dit referendum: ‘Een
meerderheid van de Nederlanders stemde toen tegen het associatieverdrag
van de EU met Oekraïne’. Naar aanleiding hiervan schreef u onder meer:
‘Het feit dat misschien wel de beste krant van Nederland dergelijke
feitelijke onzin verkondigt, geeft te denken.
Veel Nederlandse en buitenlandse media maakten zich hieraan schuldig’.
De chef van de politieke redactie, aan wie uw
opmerking is voorgelegd, heeft als volgt gereageerd: ‘Formeel heeft de
heer Tielman gelijk. Het is ongelukkig geformuleerd. Er had beter kunnen
staan dat de meerderheid van de Nederlanders die
de moeite namen te stemmen, het associatieverdrag met Oekraïne afwezen.
Slordig dus van ons’.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met oprecht excuus voor de late reactie mijnerzijds.
Hoogachtend,
Met vriendelijke groet,
Adri VermaatOp 5 oktober 2016 plaatst dagblad Trouw het volgende ingezonden bericht:
"Cartoonist Pieter Geenen schrijft in Trouw van dinsdag 4 oktober: "Onze premier kreeg een heldere boodschap van de kiezers." Inderdaad: slechts 20% van de kiesgerechtigden stemde tegen het Oekraïneverdrag. Terecht dat de Nederlandse regering dit stemadvies niet serieus neemt.
Rob Tielman
Molkwerum"
Naschrift.
Op 16 april 2020 maakte het televisieprogramma Zembla bekend dat de latere FvD-leider Baudet "hint op Russische betalingen in aanloop naar het Oekraïne-referendum".
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 9 april 2016
138. Mijn homoseksuele media-optredens
In blogbericht 136, Memoires in wording,
gaf ik een overzicht van mijn homoseksuele en humanistische
levensherinneringen die al in mijn blog zijn verschenen. In blogbericht
137, Waarom memoires?,
legde ik uit waarom ik dit beoogde boek belangrijk vind. In dit bericht
geef ik uit mijn boek een overzicht van mijn belangrijkste homoseksuele
media-optredens.
Op de achtergrond
Mijn rol in de media begon op de achtergrond. Op 21 januari 1969 werd op het Binnenhof in Den Haag de eerste homodemonstratie in Nederland gehouden. Dat was dus nog vóór de beroemde Stonewall-rellen eind juni 1969 in New York die wereldwijd tot een omslag leidden in de homo/lesbische beweging. Omdat de Nederlandse demonstratie gericht was tegen het beruchte 'chantage-artikel' 248-bis WvS dat seksuele contacten verbood tussen meerder- en minderjarigen van gelijk geslacht werd er voor gezorgd dat vooral jongeren onder de 21 (toen de leeftijdsgrens) aan deze demonstratie deelnamen. Sindsdien ben ik de media op de voet blijven volgen als zij (indertijd meestal negatief) over homo's en over homoseksualiteit schreven. Als bijvoorbeeld iemand in die tijd vermoord werd of gevangen genomen werd, vermeldden de media nooit dat betrokkenen hetero's waren maar juist wel als het homo's waren. Ook kwam het voor dat kranten schreven over "een man die een homoseksuele relatie met een man had": alsof je daar een heteroseksuele relatie mee kunt hebben! Vooral in de periode dat ik van 1972 tot 1975 algemeen secretaris was van het COC konden de media er op rekenen dat ik hen voortdurend wees op een discriminerende benadering rond homoseksualiteit. Dat hielp op den duur.
In de eigen achterban was het in die tijd gebruikelijk om van een hetero te zeggen: "hij is normaal". Die gewoonte heb ik met succes bestreden. Het gebruik van het begrip 'normaal' lijkt onbeduidend maar is dat niet. Het vermengt de betekenissen 'gangbaar' en 'gewenst'. Juist voor een minderheid die gelijkwaardigheid nastreeft, is het belangrijk om duidelijk te maken dat wanneer iets niet gangbaar is het daardoor niet ongewenst of minderwaardig is. Het is nu gelukkig gebruikelijk dat het woord 'hetero' wordt gebruikt in plaats van het begrip 'normaal'. Zo bestreed en bestrijd ik ook het gebruik van het woord 'natuurlijk' als 'vanzelfsprekend' bedoeld wordt. Voor homo's en lesbo's is er niets 'tegennatuurlijks' aan om de eigen seksuele natuur te volgen. Het doorbreken van de vanzelfsprekendheid van heteroseksualiteit is immers noodzakelijk om homo/lesbische jongeren meer kansen te bieden op een gelijkwaardig bestaan.
In 1970 was er veel te doen over de zogenaamde 'Homofielenpartij' van Harry Thomas die beweerde 20.000 leden te hebben. Dit leek mij, de homobeweging goed kennende, uiterst onwaarschijnlijk maar de meeste journalisten verzuimden dit na te gaan. Hij kreeg enorm veel publiciteit tot ik de mij bekende journalist Kees Noordewier inseinde. Hij onderzocht de zaak en kwam tot de ontdekking dat die partij helemaal niet bestond. In De Journalist van 15 december 1970 bewees hij dat Harry Thomas een "enorme fantast, querulant, herriemaker en bedrieger" was, waarmee deze politieke zeepbel tot een einde kwam.
Uit de kast
Op 19 december 1971 was ik in de zendtijd van de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming voor het eerst op de televisie als openlijke homoseksueel. Daarmee was ik na Gerard Reve (1963) en Benno Premsela (1964) een van de eersten. Ik was die eerste keer behoorlijk zenuwachtig maar mijn vroegere buurvrouw uit de Hilversumse Graaf Florislaan Netty Rosenfeld stelde mij als interviewster op een goede wijze gerust. Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik niet onherkenbaar in beeld zou komen zoals toen gebruikelijk. Als jonge homo had ik niets om mij voor te schamen. Ik herinner me dat ik de dag erna zeer benieuwd was naar de reacties. Opvallend was dat juist veel oudere homo's het gevaarlijk vonden dat ik zo openlijk uit de kast kwam. Benno Premsela vertelde mij dat hij een zelfde ervaring had. Het feit dat er openlijk over homoseksualiteit gesproken werd, zagen homo's in de kast als een bedreiging van hun dubbelleven. En het feit dat je uit de kast kon komen zonder negatieve gevolgen, deed de vraag opkomen waarom zij nog in de kast wilden blijven.
Mijn hele leven heb ik mij nooit als openlijke homo echt bedreigd gevoeld. Ik ben twee keer bedreigd. De eerste keer was in de jaren zeventig in het Poolse Poznan. In een park dat kennelijk een ontmoetingsplaats voor homo's was, wilde de politie mij oppakken tijdens een razzia. Ik kon een brief laten zien waaruit bleek dat ik als wetenschapper de gast was van de Polska Akademia Nauk, de Poolse Academie van Wetenschappen. Toen werd ik "voor mijn eigen veiligheid" door de politie het park uitgeleid. Niet de lokale homo's maar de politie had ik als een bedreiging ervaren.
De tweede keer was in de jaren negentig in Brussel. Samen met een bodybuildende vriend verliet ik een aldaar bekende homosauna toen wij in een verlaten straat bedreigend in het Frans werden uitgescholden door een groepje jongens met Noord-Afrikaans uiterlijk. Dankzij mijn vriend met een bodyguard-uiterlijk waren zij banger dan wij en we riepen vrolijk scanderend al doorlopend terug: "zielepoten!" Niet alleen omdat wij vermoedden dat zij boter op hun hoofd hadden, (wie staat immers bij een uitgang van een homosauna te wachten?), maar ook om nog even in te wrijven dat Brussel een tweetalige stad is terwijl zij kennelijk het Nederlands niet machtig waren.
Koninklijke Goedkeuring
Na 27 jaar sociale, politieke en juridische strijd werd het COC najaar 1973 eindelijk rechtspersoon, de zogenoemde 'koninklijke goedkeuring'. Dit was mede dankzij D66-er Jan Glastra van Loon die van 1973 tot 1975 staatssecretaris voor Justitie in het kabinet Den Uyl was. Hij volgde mij van 1987 tot 1994 op als voorzitter van het Humanistisch Verbond. Tot 1973 waren bestuursleden van het COC hoofdelijk aansprakelijk, wat een zeer ernstige belemmering was voor de homo/lesbische beweging. En dat allemaal omdat het COC volgens de christelijke partijen een "gevaar voor de rechtsorde" was.
Zoals hiervoor beschreven, leerden mijn partner Herman Beks en ik elkaar 11 maart 1972 kennen. Heel snel daarna gingen wij samenwonen in mijn huurflat in de Utrecht wijk Overvecht. Dankzij vrienden van Benno Premsela hoorden wij dat er een verwaarloosd rijksmonument uit 1600 in Vianen te koop stond. Najaar 1973 liep Herman door een straatje van middeleeuws Vianen op weg om het pand te gaan bekijken toen hij mij plotseling door een raam op de televisie zag. Wat was er gebeurd?
Die middag was bekend geworden dat het COC eindelijk rechtspersoon zou worden. De NOS wilde Benno Premsela live in het Journaal van zes uur hebben maar hij vond het beter dat een jongere als ik dat zou doen. Het was de eerste rechtstreekse televisie-uitzending die ik meemaakte. Er zouden nog enkele volgen. Omdat er in die tijd nog geen mobieltjes waren, had ik Herman niet kunnen bereiken om hem in te seinen. Ik hoorde pas die avond laat dat hij mij had gezien door een raam in een huis vlak bij het huis waar wij ruim dertig jaar zouden gaan wonen. Ik ben niet bijgelovig maar deze samenloop van omstandigheden blijf ik heel toevallig vinden.
Uur U
Begin jaren zeventig was het VARA-programma Uur U van Koos Postema toonzettend en taboedoorbrekend. De uitzending 'Samenleven en niet trouwen' was de eerste waarin een grote groep homo's en lesbo's openlijk aanwezig waren. Zij bepleitten relatierechten voor paren van gelijk geslacht. In die tijd was het nog gebruikelijk dat een homo/lesbische partner bij ziekenhuisopname of overlijden van zijn of haar levenspartner geen enkel recht had en de vaak homovijandige familie van de overledene wraak kon nemen op de gehate partner. Dat leidde tot schrijnende gevallen. Ik was daar als algemeen secretaris de woordvoerder van het COC. Het was bovendien de eerste televisie-uitzending waarin Herman en ik samen aanwezig waren. We hadden toen geen idee dat het nog bijna dertig jaar zou duren voor huwelijksgelijkberechtiging in Nederland als eerste land ter wereld tot stand zou komen.
Misleidend onderzoek
In de jaren zeventig tot en met negentig was een belangrijk deel van mijn media-optredens in kranten, radio en televisie gekoppeld aan het verschijnsel dat regelmatig (zogenaamd) wetenschappelijk onderzoek verscheen over het ontstaan van homoseksualiteit. Waarom was er in het verleden vaak gedoe over onderzoek naar het vermeende ontstaan van homoseksualiteit en nu niet meer? Allereerst omdat veel onderzoekers onder de verdenking stonden homoseksualiteit als een te genezen ziekte te beschouwen. Dat kwam omdat zij vaak begrippen als 'afwijking' of 'abnormaal' gebruikten en dat werkte als een rode lap op een stier.
In de tweede plaats waren dergelijke onderzoekingen vaak niet representatief en waren en geen controlegroepen. Bijvoorbeeld een groep van een tiental homomannen die aan aids waren overleden, is wetenschappelijk ongeschikt om welke verantwoorde uitspraak over homoseksualiteit dan ook te doen. Het aantal is te klein. Er was geen controlegroep van lesbische vrouwen of homo's die niet aan aids waren overleden of die niet regelmatig naar New York vlogen waardoor hun tijdklok in de hersenen er anders uitzag.
Men is steeds meer gaan begrijpen dat onderzoek naar uitsluitend het ontstaan van zoiets ingewikkelds als homoseksualiteit en niet naar het ontstaan van bi- en heteroseksualiteit per definitie discriminerend is. En welk zinnig mens denkt discriminatie op grond van een zwarte huidskleur te kunnen bestrijden door onderzoek te doen naar het ontstaan van een zwarte huid? Waarom is nog nooit gezocht naar een homohaatgen? Omdat medische en biologische onderzoekers ongetwijfeld veel verstand hebben van hun vakgebieden maar meestal niet van zoiets ingewikkelds als homoseksualiteit en homohaat wereldwijd door alle eeuwen heen. Bovendien is in steeds meer delen van de wereld de homo/lesbische gelijkberechtiging zo ver voortgeschreden dat velen hun schouders ophalen bij weer het zoveelste onderzoek dat niets verandert aan het maatschappelijke vraagstuk van grote homovijandigheid waarmee velen nog worstelen.
Openstelling huwelijk
Tijdens de kabinetsformatie van Paars II begin zomer 1998 was het eindelijk zover. Met dank aan D66-onderhandelaar Boris Dittrich werd er overeenstemming bereikt over de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Dit lekte uit op een vroege zomeravond en het NOS Journaal wilde daar om tien uur aandacht aan besteden. Zij belden na negenen op naar Henk Krol in Eindhoven om zo snel als mogelijk naar Hilversum te komen maar daar was de tijd te kort voor. Hij stelde de NOS voor om mij te benaderen in de terechte veronderstelling dat ik dichter bij Hilversum zou zijn.
Het is bijna niet meer voor te stellen maar dit speelde zich af in de tijd dat nog niet iedereen over een mobieltje beschikte. Mijn vriend Herman was gelukkig thuis in Vianen en hij wist dat ik met het bestuur van het Humanistisch Vormings Onderwijs vergaderde in een hotel in Utrecht. De receptionist van het hotel had mij daar binnen zien komen en toen de NOS belde kon hij mij meteen naar de telefoon halen. Ik stapte onmiddellijk in mijn auto en was net op tijd in de studio in Hilversum.
Er was geen tijd voor vooroverleg en ik werd overvallen door de kritische vraag waarom het homo/lesbisch ouderschap nog niet geregeld was. In minder dan een seconde overwoog ik dat het een strategische blunder zou zijn om deze stap vooruit nu te ondergraven door kritiek te geven op het bereikte resultaat. Uit onderzoek was al gebleken dat Nederland in meerderheid voor gelijkberechtiging van volwassen paren was maar verdeeld was over homo/lesbisch ouderschap. Daarom zei ik dat ouderschapswetgeving iets anders was dan huwelijkswetgeving en dat ik heel blij was dat dit mensenrecht om te kunnen trouwen nu werkelijkheid zou worden.
Veel emancipatiebewegingen lijden aan het 'alles-of-niets-euvel'. Maar gelukkig begreep polderend Nederland dat we niet het onderste uit de kan moesten willen omdat we anders homovijandige toestanden als de afgelopen jaren in Frankrijk over ons heen hadden kunnen krijgen. Nu is inmiddels in alle rust ook het lesbisch ouderschap van de niet-biologische moeder wettelijk in Nederland tot stand gekomen. Het duurde even maar die rust is zeker voor opgroeiende kinderen ook heel wat waard.
Rémi van der Elzen
Aan deze televisie-uitzending op 28 februari 1996 van Teevee Studio door Remi van der Elzen heb ik de meest aangename herinneringen. In de eerste plaats omdat zij een goede gastvrouw was en mij liet uitpraten en niet voortdurend onderbrak zoals dat tegenwoordig de mode is op de Nederlandse televisie. In de tweede plaats omdat ik zelf muziek en filmpjes mocht uitzoeken en mij niet in een vorm hoefde te persen die helaas veel programmamakers opleggen aan mensen die ondervraagd worden alsof zij bedenkelijke halvegaren zijn. Na mijn terugtreden als voorzitter van de Interfacultaire Werkgroep Homostudies Utrecht in 1992 ging ik bij hoge uitzondering in op uitnodigingen om op radio of televisie te verschijnen. Dit televisieprogramma was zo'n uitzondering.
Benno Premsela
Een andere uitzondering was de televisiedocumentaire die Carrie de Swaan maakte over Benno Premsela en die op 17 november 1999 werd uitgezonden door de Humanistische Omroep. De eerste reden was dat Benno een tweede vader voor mij is geweest. De tweede reden was dat Carrie de Swaan uitstekende programma's had gemaakt. En de derde reden was dat ik heel blij was dat de Humanistische Omroep, door een programma over Benno te laten maken, liet zien dat hij een verbinding belichaamde tussen zowel de homo- als de humanistische emancipatiebewegingen waarin hij en ik actief waren. Wie de documentaire wil bekijken kan dat doen door de in 2008 verschenen biografie over Benno Premsela geschreven door Bert Boelaars te lezen waaraan de dvd als bijlage is toegevoegd.
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
Op de achtergrond
Mijn rol in de media begon op de achtergrond. Op 21 januari 1969 werd op het Binnenhof in Den Haag de eerste homodemonstratie in Nederland gehouden. Dat was dus nog vóór de beroemde Stonewall-rellen eind juni 1969 in New York die wereldwijd tot een omslag leidden in de homo/lesbische beweging. Omdat de Nederlandse demonstratie gericht was tegen het beruchte 'chantage-artikel' 248-bis WvS dat seksuele contacten verbood tussen meerder- en minderjarigen van gelijk geslacht werd er voor gezorgd dat vooral jongeren onder de 21 (toen de leeftijdsgrens) aan deze demonstratie deelnamen. Sindsdien ben ik de media op de voet blijven volgen als zij (indertijd meestal negatief) over homo's en over homoseksualiteit schreven. Als bijvoorbeeld iemand in die tijd vermoord werd of gevangen genomen werd, vermeldden de media nooit dat betrokkenen hetero's waren maar juist wel als het homo's waren. Ook kwam het voor dat kranten schreven over "een man die een homoseksuele relatie met een man had": alsof je daar een heteroseksuele relatie mee kunt hebben! Vooral in de periode dat ik van 1972 tot 1975 algemeen secretaris was van het COC konden de media er op rekenen dat ik hen voortdurend wees op een discriminerende benadering rond homoseksualiteit. Dat hielp op den duur.
In de eigen achterban was het in die tijd gebruikelijk om van een hetero te zeggen: "hij is normaal". Die gewoonte heb ik met succes bestreden. Het gebruik van het begrip 'normaal' lijkt onbeduidend maar is dat niet. Het vermengt de betekenissen 'gangbaar' en 'gewenst'. Juist voor een minderheid die gelijkwaardigheid nastreeft, is het belangrijk om duidelijk te maken dat wanneer iets niet gangbaar is het daardoor niet ongewenst of minderwaardig is. Het is nu gelukkig gebruikelijk dat het woord 'hetero' wordt gebruikt in plaats van het begrip 'normaal'. Zo bestreed en bestrijd ik ook het gebruik van het woord 'natuurlijk' als 'vanzelfsprekend' bedoeld wordt. Voor homo's en lesbo's is er niets 'tegennatuurlijks' aan om de eigen seksuele natuur te volgen. Het doorbreken van de vanzelfsprekendheid van heteroseksualiteit is immers noodzakelijk om homo/lesbische jongeren meer kansen te bieden op een gelijkwaardig bestaan.
In 1970 was er veel te doen over de zogenaamde 'Homofielenpartij' van Harry Thomas die beweerde 20.000 leden te hebben. Dit leek mij, de homobeweging goed kennende, uiterst onwaarschijnlijk maar de meeste journalisten verzuimden dit na te gaan. Hij kreeg enorm veel publiciteit tot ik de mij bekende journalist Kees Noordewier inseinde. Hij onderzocht de zaak en kwam tot de ontdekking dat die partij helemaal niet bestond. In De Journalist van 15 december 1970 bewees hij dat Harry Thomas een "enorme fantast, querulant, herriemaker en bedrieger" was, waarmee deze politieke zeepbel tot een einde kwam.
Uit de kast
Op 19 december 1971 was ik in de zendtijd van de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming voor het eerst op de televisie als openlijke homoseksueel. Daarmee was ik na Gerard Reve (1963) en Benno Premsela (1964) een van de eersten. Ik was die eerste keer behoorlijk zenuwachtig maar mijn vroegere buurvrouw uit de Hilversumse Graaf Florislaan Netty Rosenfeld stelde mij als interviewster op een goede wijze gerust. Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik niet onherkenbaar in beeld zou komen zoals toen gebruikelijk. Als jonge homo had ik niets om mij voor te schamen. Ik herinner me dat ik de dag erna zeer benieuwd was naar de reacties. Opvallend was dat juist veel oudere homo's het gevaarlijk vonden dat ik zo openlijk uit de kast kwam. Benno Premsela vertelde mij dat hij een zelfde ervaring had. Het feit dat er openlijk over homoseksualiteit gesproken werd, zagen homo's in de kast als een bedreiging van hun dubbelleven. En het feit dat je uit de kast kon komen zonder negatieve gevolgen, deed de vraag opkomen waarom zij nog in de kast wilden blijven.
Mijn hele leven heb ik mij nooit als openlijke homo echt bedreigd gevoeld. Ik ben twee keer bedreigd. De eerste keer was in de jaren zeventig in het Poolse Poznan. In een park dat kennelijk een ontmoetingsplaats voor homo's was, wilde de politie mij oppakken tijdens een razzia. Ik kon een brief laten zien waaruit bleek dat ik als wetenschapper de gast was van de Polska Akademia Nauk, de Poolse Academie van Wetenschappen. Toen werd ik "voor mijn eigen veiligheid" door de politie het park uitgeleid. Niet de lokale homo's maar de politie had ik als een bedreiging ervaren.
De tweede keer was in de jaren negentig in Brussel. Samen met een bodybuildende vriend verliet ik een aldaar bekende homosauna toen wij in een verlaten straat bedreigend in het Frans werden uitgescholden door een groepje jongens met Noord-Afrikaans uiterlijk. Dankzij mijn vriend met een bodyguard-uiterlijk waren zij banger dan wij en we riepen vrolijk scanderend al doorlopend terug: "zielepoten!" Niet alleen omdat wij vermoedden dat zij boter op hun hoofd hadden, (wie staat immers bij een uitgang van een homosauna te wachten?), maar ook om nog even in te wrijven dat Brussel een tweetalige stad is terwijl zij kennelijk het Nederlands niet machtig waren.
Koninklijke Goedkeuring
Na 27 jaar sociale, politieke en juridische strijd werd het COC najaar 1973 eindelijk rechtspersoon, de zogenoemde 'koninklijke goedkeuring'. Dit was mede dankzij D66-er Jan Glastra van Loon die van 1973 tot 1975 staatssecretaris voor Justitie in het kabinet Den Uyl was. Hij volgde mij van 1987 tot 1994 op als voorzitter van het Humanistisch Verbond. Tot 1973 waren bestuursleden van het COC hoofdelijk aansprakelijk, wat een zeer ernstige belemmering was voor de homo/lesbische beweging. En dat allemaal omdat het COC volgens de christelijke partijen een "gevaar voor de rechtsorde" was.
Zoals hiervoor beschreven, leerden mijn partner Herman Beks en ik elkaar 11 maart 1972 kennen. Heel snel daarna gingen wij samenwonen in mijn huurflat in de Utrecht wijk Overvecht. Dankzij vrienden van Benno Premsela hoorden wij dat er een verwaarloosd rijksmonument uit 1600 in Vianen te koop stond. Najaar 1973 liep Herman door een straatje van middeleeuws Vianen op weg om het pand te gaan bekijken toen hij mij plotseling door een raam op de televisie zag. Wat was er gebeurd?
Die middag was bekend geworden dat het COC eindelijk rechtspersoon zou worden. De NOS wilde Benno Premsela live in het Journaal van zes uur hebben maar hij vond het beter dat een jongere als ik dat zou doen. Het was de eerste rechtstreekse televisie-uitzending die ik meemaakte. Er zouden nog enkele volgen. Omdat er in die tijd nog geen mobieltjes waren, had ik Herman niet kunnen bereiken om hem in te seinen. Ik hoorde pas die avond laat dat hij mij had gezien door een raam in een huis vlak bij het huis waar wij ruim dertig jaar zouden gaan wonen. Ik ben niet bijgelovig maar deze samenloop van omstandigheden blijf ik heel toevallig vinden.
Begin jaren zeventig was het VARA-programma Uur U van Koos Postema toonzettend en taboedoorbrekend. De uitzending 'Samenleven en niet trouwen' was de eerste waarin een grote groep homo's en lesbo's openlijk aanwezig waren. Zij bepleitten relatierechten voor paren van gelijk geslacht. In die tijd was het nog gebruikelijk dat een homo/lesbische partner bij ziekenhuisopname of overlijden van zijn of haar levenspartner geen enkel recht had en de vaak homovijandige familie van de overledene wraak kon nemen op de gehate partner. Dat leidde tot schrijnende gevallen. Ik was daar als algemeen secretaris de woordvoerder van het COC. Het was bovendien de eerste televisie-uitzending waarin Herman en ik samen aanwezig waren. We hadden toen geen idee dat het nog bijna dertig jaar zou duren voor huwelijksgelijkberechtiging in Nederland als eerste land ter wereld tot stand zou komen.
Misleidend onderzoek
In de jaren zeventig tot en met negentig was een belangrijk deel van mijn media-optredens in kranten, radio en televisie gekoppeld aan het verschijnsel dat regelmatig (zogenaamd) wetenschappelijk onderzoek verscheen over het ontstaan van homoseksualiteit. Waarom was er in het verleden vaak gedoe over onderzoek naar het vermeende ontstaan van homoseksualiteit en nu niet meer? Allereerst omdat veel onderzoekers onder de verdenking stonden homoseksualiteit als een te genezen ziekte te beschouwen. Dat kwam omdat zij vaak begrippen als 'afwijking' of 'abnormaal' gebruikten en dat werkte als een rode lap op een stier.
In de tweede plaats waren dergelijke onderzoekingen vaak niet representatief en waren en geen controlegroepen. Bijvoorbeeld een groep van een tiental homomannen die aan aids waren overleden, is wetenschappelijk ongeschikt om welke verantwoorde uitspraak over homoseksualiteit dan ook te doen. Het aantal is te klein. Er was geen controlegroep van lesbische vrouwen of homo's die niet aan aids waren overleden of die niet regelmatig naar New York vlogen waardoor hun tijdklok in de hersenen er anders uitzag.
Men is steeds meer gaan begrijpen dat onderzoek naar uitsluitend het ontstaan van zoiets ingewikkelds als homoseksualiteit en niet naar het ontstaan van bi- en heteroseksualiteit per definitie discriminerend is. En welk zinnig mens denkt discriminatie op grond van een zwarte huidskleur te kunnen bestrijden door onderzoek te doen naar het ontstaan van een zwarte huid? Waarom is nog nooit gezocht naar een homohaatgen? Omdat medische en biologische onderzoekers ongetwijfeld veel verstand hebben van hun vakgebieden maar meestal niet van zoiets ingewikkelds als homoseksualiteit en homohaat wereldwijd door alle eeuwen heen. Bovendien is in steeds meer delen van de wereld de homo/lesbische gelijkberechtiging zo ver voortgeschreden dat velen hun schouders ophalen bij weer het zoveelste onderzoek dat niets verandert aan het maatschappelijke vraagstuk van grote homovijandigheid waarmee velen nog worstelen.
Openstelling huwelijk
Tijdens de kabinetsformatie van Paars II begin zomer 1998 was het eindelijk zover. Met dank aan D66-onderhandelaar Boris Dittrich werd er overeenstemming bereikt over de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Dit lekte uit op een vroege zomeravond en het NOS Journaal wilde daar om tien uur aandacht aan besteden. Zij belden na negenen op naar Henk Krol in Eindhoven om zo snel als mogelijk naar Hilversum te komen maar daar was de tijd te kort voor. Hij stelde de NOS voor om mij te benaderen in de terechte veronderstelling dat ik dichter bij Hilversum zou zijn.
Het is bijna niet meer voor te stellen maar dit speelde zich af in de tijd dat nog niet iedereen over een mobieltje beschikte. Mijn vriend Herman was gelukkig thuis in Vianen en hij wist dat ik met het bestuur van het Humanistisch Vormings Onderwijs vergaderde in een hotel in Utrecht. De receptionist van het hotel had mij daar binnen zien komen en toen de NOS belde kon hij mij meteen naar de telefoon halen. Ik stapte onmiddellijk in mijn auto en was net op tijd in de studio in Hilversum.
Er was geen tijd voor vooroverleg en ik werd overvallen door de kritische vraag waarom het homo/lesbisch ouderschap nog niet geregeld was. In minder dan een seconde overwoog ik dat het een strategische blunder zou zijn om deze stap vooruit nu te ondergraven door kritiek te geven op het bereikte resultaat. Uit onderzoek was al gebleken dat Nederland in meerderheid voor gelijkberechtiging van volwassen paren was maar verdeeld was over homo/lesbisch ouderschap. Daarom zei ik dat ouderschapswetgeving iets anders was dan huwelijkswetgeving en dat ik heel blij was dat dit mensenrecht om te kunnen trouwen nu werkelijkheid zou worden.
Veel emancipatiebewegingen lijden aan het 'alles-of-niets-euvel'. Maar gelukkig begreep polderend Nederland dat we niet het onderste uit de kan moesten willen omdat we anders homovijandige toestanden als de afgelopen jaren in Frankrijk over ons heen hadden kunnen krijgen. Nu is inmiddels in alle rust ook het lesbisch ouderschap van de niet-biologische moeder wettelijk in Nederland tot stand gekomen. Het duurde even maar die rust is zeker voor opgroeiende kinderen ook heel wat waard.
Rémi van der Elzen
Aan deze televisie-uitzending op 28 februari 1996 van Teevee Studio door Remi van der Elzen heb ik de meest aangename herinneringen. In de eerste plaats omdat zij een goede gastvrouw was en mij liet uitpraten en niet voortdurend onderbrak zoals dat tegenwoordig de mode is op de Nederlandse televisie. In de tweede plaats omdat ik zelf muziek en filmpjes mocht uitzoeken en mij niet in een vorm hoefde te persen die helaas veel programmamakers opleggen aan mensen die ondervraagd worden alsof zij bedenkelijke halvegaren zijn. Na mijn terugtreden als voorzitter van de Interfacultaire Werkgroep Homostudies Utrecht in 1992 ging ik bij hoge uitzondering in op uitnodigingen om op radio of televisie te verschijnen. Dit televisieprogramma was zo'n uitzondering.
Benno Premsela
Een andere uitzondering was de televisiedocumentaire die Carrie de Swaan maakte over Benno Premsela en die op 17 november 1999 werd uitgezonden door de Humanistische Omroep. De eerste reden was dat Benno een tweede vader voor mij is geweest. De tweede reden was dat Carrie de Swaan uitstekende programma's had gemaakt. En de derde reden was dat ik heel blij was dat de Humanistische Omroep, door een programma over Benno te laten maken, liet zien dat hij een verbinding belichaamde tussen zowel de homo- als de humanistische emancipatiebewegingen waarin hij en ik actief waren. Wie de documentaire wil bekijken kan dat doen door de in 2008 verschenen biografie over Benno Premsela geschreven door Bert Boelaars te lezen waaraan de dvd als bijlage is toegevoegd.
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten zal ik niet steeds als citaat aanhalen. Dat doe ik wel met het aanhalen van eigen teksten die elders zijn verschenen, met bronvermelding.
zaterdag 2 april 2016
137. Waarom memoires?
Hieronder staat de concept-inleiding voor mijn boek met homoseksuele en humanistische levensherinneringen dat eind 2016 zal verschijnen. In mijn vorige blogbericht gaf ik een overzicht van de voorpublicaties die al verschenen zijn in mijn blog. In de onderstaande concept-inleiding leg ik uit waarom ik aan het beoogde boek ben begonnen. Mogelijke vragen en/of opmerkingen kunnen aan mij gestuurd worden via <robtielman46@gmail.com>.
Waarom vind ik dit belangrijk?
Dit boek is geen biografie. Die kan door iemand anders geschreven worden als daar ooit behoefte aan is. In dit boek beschrijf ik mijn belangrijkste levensherinneringen. Deels persoonlijk maar vooral maatschappelijk. Voor een socioloog als ik ben, ligt dat laatste voor de hand. Waarom vind ik dit belangrijk? Mijn hele leven heb ik grote belangstelling gehad voor geschiedenis. Wat is er in het verleden gebeurd en wat kunnen we daar voor de toekomst van leren? Anders dan in het buitenland zijn er in Nederland weinig humanisten en homo's die hun persoonlijke geschiedenis beschreven hebben. En dat vergroot de kans dat fouten uit het verleden herhaald worden. Dat tracht ik te helpen voorkomen door dit boek te schrijven.
Mijn proefschrift (Homoseksualiteit in Nederland, 1982) ging over de homo/lesbische emancipatiegeschiedenis. Die was tot dan toe nog niet uitvoerig beschreven. Mijn oratie (Humanistische sociologie, een paradox als paradigma, 1987) ging over een schijnbare tegenstelling als uitgangspunt. Aan de ene kant is sociologie een wetenschap. Aan de andere kant is humanisme een levensovertuiging. Dat zijn twee gebieden die elkaar maar gedeeltelijk overlappen. Het raakvlak is op een wetenschappelijke manier naar humanisme kijken en op een humanistische manier naar wetenschap. Dat tracht ik te doen in dit boek.
Er wordt al tijden veel onzin verkocht over humanisme en over homoseksualiteit. Met dit boek wil ik die onzin weerleggen door aan de hand van mijn eigen leven te laten zien dat de werkelijkheid soms anders in elkaar zit dan velen denken. Zo vind ik het belangrijkste kenmerk van het humanisme niet de bestrijding van de godsdienst maar de verdediging van het mensenrecht op zelfbeschikking. En is homoseksualiteit niet een ziekelijke afwijking maar een biologische variant zoals linkshandigheid, roodharigheid, muzikaliteit, taal- en rekenvaardigheid en creativiteit.
Humanisme
In mijn Socrateslezing (Humanisme onder kritiek, 1990) beschrijf en weerleg ik de meest belangrijke punten van humanismekritiek. Ik vat die hieronder samen. Het Nederlands kent de uitdrukking "van god los" om aan te geven dat iets of iemand niet deugt. Mijn leven toont aan dat het wel degelijk mogelijk is om zonder godsdienst menswaardig te leven. Voor het humanisme is het niet van belang of goden bestaan maar wel dat mensen vrij en verantwoordelijk zijn om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zonder zich daarbij te verschuilen achter god(en) en zonder het zelfbeschikkingsrecht van anderen aan te tasten.
Volgens humanisten is ons bestaan bij voorbaat noch zinvol, noch zinloos, maar kunnen we er wel zin aan geven. Evenmin is de mens van nature goed of slecht maar kunnen we wel zelf en samen met anderen een menswaardiger bestaan opbouwen.
Absolute vrijheid bestaat niet en pogingen daartoe verworden snel tot het recht van de sterkste en de onvrijheid van de zwakkeren. Humanistische vrijheid is niet de afwezigheid van regels maar de aanwezigheid van zodanige regels dat ieders zelfbeschikkingsrecht wordt gewaarborgd. Humanistische gelijkheid is niet gelijkvormigheid maar bovenal gelijkwaardigheid in veelvormigheid. Humanistische solidariteit wordt niet van boven af opgelegd maar vindt de grondslag in het welbegrepen eigenbelang dat wij allen hebben bij het elkaar niet in de steek laten. Niet het humanisme is schuldig aan de mentaliteit van "ikke, ikke en de rest kan stikke" maar die denkrichtingen die het eigen zielenheil boven alles stellen, ten koste van andersdenkenden.
Dit zelfbeschikkingsdenken is niet imperialistisch zoals (vaak godsdienstige) tegenstanders beweren. Het zijn juist deze tegenstanders die trachten andersdenkenden hun wil op te leggen door zich te beroepen op hogere machten om zich te rechtvaardigen. Vooral ongodsdienstigen, vrouwen en homoseksuelen zijn daarvan al eeuwen slachtoffers.
Homoseksualiteit
Dat brengt mij op de tweede hoofdlijn uit dit boek. Zowel humanisten als homoseksuelen worden bedreigd in hun mensenrecht op zelfbeschikking. Kijk maar naar de doodstraf op ongodsdienstigheid en op homoseksualiteit in veel islamitische landen. Humanisten zouden nog wat kunnen leren van de wereldwijde successen van homo/lesbische emancipatie.
Zelforganisatie en het werken met sleutelfiguren en bondgenoten verklaren veel van de toegenomen homo/lesbische gelijkberechtiging, zoals de openstelling van het burgerlijk huwelijk. De homo/lesbische minderheden hebben veel kunnen bereiken door uit de kast te komen waartoe ze veroordeeld waren door onverdraagzame, meestal godsdienstige, meerderheden. Anders dan godsdiensten ons trachten wijs te maken, neemt het geloof in god(en) wereldwijd af. Maar helaas zijn de meeste ongodsdienstigen nog niet uit de kast gekomen. Daardoor laten zij de beeldvorming, net als vroeger bij homoseksualiteit het geval was, over aan hun tegenstanders.
Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar een rechtsorde die vooral het zelfbeschikkingsrecht van individuen en zelfgekozen minderheden respecteert. Ook op dit punt is homoseksualiteit een toetssteen, in dit geval voor een werkelijk democratische rechtsorde. In dit boek beschrijf ik mijn eigen ervaringen met de strijd voor het toenemend vermogen om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan, ofwel emancipatie, van homoseksuelen en humanisten. Die verworven vrijheid, gelijkheid en solidariteit zijn niet voor eeuwig vastgelegd. Zij vragen een voortdurende bereidheid om zich daarvoor in te zetten, juist in tijden waarin die verworvenheden weer bedreigd worden. Wie de eigen geschiedenis niet kent, loopt het risico dat de fouten uit het verleden herhaald worden. Ik hoop dat het lezen van dit boek tot de benodigde weerbaarheid zal leiden!
Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Waarom vind ik dit belangrijk?
Dit boek is geen biografie. Die kan door iemand anders geschreven worden als daar ooit behoefte aan is. In dit boek beschrijf ik mijn belangrijkste levensherinneringen. Deels persoonlijk maar vooral maatschappelijk. Voor een socioloog als ik ben, ligt dat laatste voor de hand. Waarom vind ik dit belangrijk? Mijn hele leven heb ik grote belangstelling gehad voor geschiedenis. Wat is er in het verleden gebeurd en wat kunnen we daar voor de toekomst van leren? Anders dan in het buitenland zijn er in Nederland weinig humanisten en homo's die hun persoonlijke geschiedenis beschreven hebben. En dat vergroot de kans dat fouten uit het verleden herhaald worden. Dat tracht ik te helpen voorkomen door dit boek te schrijven.
Mijn proefschrift (Homoseksualiteit in Nederland, 1982) ging over de homo/lesbische emancipatiegeschiedenis. Die was tot dan toe nog niet uitvoerig beschreven. Mijn oratie (Humanistische sociologie, een paradox als paradigma, 1987) ging over een schijnbare tegenstelling als uitgangspunt. Aan de ene kant is sociologie een wetenschap. Aan de andere kant is humanisme een levensovertuiging. Dat zijn twee gebieden die elkaar maar gedeeltelijk overlappen. Het raakvlak is op een wetenschappelijke manier naar humanisme kijken en op een humanistische manier naar wetenschap. Dat tracht ik te doen in dit boek.
Er wordt al tijden veel onzin verkocht over humanisme en over homoseksualiteit. Met dit boek wil ik die onzin weerleggen door aan de hand van mijn eigen leven te laten zien dat de werkelijkheid soms anders in elkaar zit dan velen denken. Zo vind ik het belangrijkste kenmerk van het humanisme niet de bestrijding van de godsdienst maar de verdediging van het mensenrecht op zelfbeschikking. En is homoseksualiteit niet een ziekelijke afwijking maar een biologische variant zoals linkshandigheid, roodharigheid, muzikaliteit, taal- en rekenvaardigheid en creativiteit.
Humanisme
In mijn Socrateslezing (Humanisme onder kritiek, 1990) beschrijf en weerleg ik de meest belangrijke punten van humanismekritiek. Ik vat die hieronder samen. Het Nederlands kent de uitdrukking "van god los" om aan te geven dat iets of iemand niet deugt. Mijn leven toont aan dat het wel degelijk mogelijk is om zonder godsdienst menswaardig te leven. Voor het humanisme is het niet van belang of goden bestaan maar wel dat mensen vrij en verantwoordelijk zijn om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zonder zich daarbij te verschuilen achter god(en) en zonder het zelfbeschikkingsrecht van anderen aan te tasten.
Volgens humanisten is ons bestaan bij voorbaat noch zinvol, noch zinloos, maar kunnen we er wel zin aan geven. Evenmin is de mens van nature goed of slecht maar kunnen we wel zelf en samen met anderen een menswaardiger bestaan opbouwen.
Absolute vrijheid bestaat niet en pogingen daartoe verworden snel tot het recht van de sterkste en de onvrijheid van de zwakkeren. Humanistische vrijheid is niet de afwezigheid van regels maar de aanwezigheid van zodanige regels dat ieders zelfbeschikkingsrecht wordt gewaarborgd. Humanistische gelijkheid is niet gelijkvormigheid maar bovenal gelijkwaardigheid in veelvormigheid. Humanistische solidariteit wordt niet van boven af opgelegd maar vindt de grondslag in het welbegrepen eigenbelang dat wij allen hebben bij het elkaar niet in de steek laten. Niet het humanisme is schuldig aan de mentaliteit van "ikke, ikke en de rest kan stikke" maar die denkrichtingen die het eigen zielenheil boven alles stellen, ten koste van andersdenkenden.
Dit zelfbeschikkingsdenken is niet imperialistisch zoals (vaak godsdienstige) tegenstanders beweren. Het zijn juist deze tegenstanders die trachten andersdenkenden hun wil op te leggen door zich te beroepen op hogere machten om zich te rechtvaardigen. Vooral ongodsdienstigen, vrouwen en homoseksuelen zijn daarvan al eeuwen slachtoffers.
Homoseksualiteit
Dat brengt mij op de tweede hoofdlijn uit dit boek. Zowel humanisten als homoseksuelen worden bedreigd in hun mensenrecht op zelfbeschikking. Kijk maar naar de doodstraf op ongodsdienstigheid en op homoseksualiteit in veel islamitische landen. Humanisten zouden nog wat kunnen leren van de wereldwijde successen van homo/lesbische emancipatie.
Zelforganisatie en het werken met sleutelfiguren en bondgenoten verklaren veel van de toegenomen homo/lesbische gelijkberechtiging, zoals de openstelling van het burgerlijk huwelijk. De homo/lesbische minderheden hebben veel kunnen bereiken door uit de kast te komen waartoe ze veroordeeld waren door onverdraagzame, meestal godsdienstige, meerderheden. Anders dan godsdiensten ons trachten wijs te maken, neemt het geloof in god(en) wereldwijd af. Maar helaas zijn de meeste ongodsdienstigen nog niet uit de kast gekomen. Daardoor laten zij de beeldvorming, net als vroeger bij homoseksualiteit het geval was, over aan hun tegenstanders.
Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar een rechtsorde die vooral het zelfbeschikkingsrecht van individuen en zelfgekozen minderheden respecteert. Ook op dit punt is homoseksualiteit een toetssteen, in dit geval voor een werkelijk democratische rechtsorde. In dit boek beschrijf ik mijn eigen ervaringen met de strijd voor het toenemend vermogen om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan, ofwel emancipatie, van homoseksuelen en humanisten. Die verworven vrijheid, gelijkheid en solidariteit zijn niet voor eeuwig vastgelegd. Zij vragen een voortdurende bereidheid om zich daarvoor in te zetten, juist in tijden waarin die verworvenheden weer bedreigd worden. Wie de eigen geschiedenis niet kent, loopt het risico dat de fouten uit het verleden herhaald worden. Ik hoop dat het lezen van dit boek tot de benodigde weerbaarheid zal leiden!
Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
zaterdag 26 maart 2016
136. Memoires in wording
Vaste lezers van mijn blog weten dat ik al een tijdje bezig ben met het beschrijven van mijn homoseksuele en humanistische levensherinneringen. In de afgelopen tijd heb ik af en toe voorpublicaties daaruit in blogberichten geplaatst. Dat leverde weer reacties op die hebben geleid tot een aantal veranderingen. Ik ben nu bezig om de laatste hoofdstukken te schrijven en de eerdere te herschrijven. De geplande datum van verschijnen van dit boek is eind 2016 en ik moet 1 mei aanstaande mijn teksten inleveren. Daarom bied ik nu voor de allerlaatste keer de mogelijkheid om te reageren op de reeds geplaatste teksten als daar aanleiding toe is. Om het de lezers iets makkelijker te maken heb ik de berichten geordend naar thema en in volgorde van mijn levensloop gezet. Dat wil niet zeggen dat deze berichten in dezelfde vorm en inhoud in het boek opgenomen zullen worden want ik wil die aanpassen mede op grond van de reacties die binnenkomen. Sommige blogberichten vallen binnen meer thema's en die komen dus twee of drie keer voor in onderstaande lijstjes.
Mijn onderwijsverleden
In deze groep blogberichten zijn inmiddels verschenen de nummers:
23. Onderwijsverleden, 27. "Dachautje spelen" (in deze groep het meest gelezen), 35. Twee katholieke kandidaatsexamens, 39. Gered door studentendecaan, 48. Jubeljaar 1971 en 50. Aan de dood ontsnapt (het minst gelezen: angst voor de dood misschien?).
Mijn homoverleden
In deze groep blogberichten zijn inmiddels verschenen de nummers:
28, Homojeugd, 32, Mijn eerste vriendje (in deze groep het meest gelezen), 37, Rampenzomer 1967, 40. Benno Premsela, een nieuwe vader, 45. Gerard Reve & Antoine Bodar (de meest binnengekomen zoekopdrachten aan Google die bij mijn blog uitkwamen, waren Reve en Bodar), 47. Leerzaam avontuur, 48. Jubeljaar 1971, 50. Aan de dood ontsnapt, 74. Valse nichten, 104. Mijn rol in het COC, 105. Homo/lesbische politiek, 106. International Gay & Lesbian Movement, 107. Homostudies Utrecht, 108. Homodok, Homologie, Urania, Vrolijk & Schorer, 111. Columnist in de Gaykrant, 4. Levensgevaarlijke preutsheid, 18. Dangerous stamps! en 72. Misleidend onderzoek ontstaan homoseksualiteit (dit is de sterkste stijger in aantallen lezers van de blogberichten over mijn verleden).
Mijn humanistisch verleden
In deze groep blogberichten zijn inmiddels verschenen de nummers:
30, (On)godsdienstig verleden, 41. Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia (in deze groep het meest gelezen), 46. Jaap van Praag, grondlegger van de humanistische beweging, 48. Jubeljaar 1971, 50. Aan de dood ontsnapt en 103. Solidariteit (het meeste actuele blogbericht over mijn verleden, vanwege de ontwikkelingen meer rond dan in de PvdA).
Reacties opsturen
Omdat veel van mijn lezers (al dan niet met behulp van Google Translate) wel Nederlands kunnen lezen maar niet kunnen schrijven, kunnen zij in hun eigen taal schrijven naar <robtielman46@gmail.com>. Bij voorbaat dank!
Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Mijn onderwijsverleden
In deze groep blogberichten zijn inmiddels verschenen de nummers:
23. Onderwijsverleden, 27. "Dachautje spelen" (in deze groep het meest gelezen), 35. Twee katholieke kandidaatsexamens, 39. Gered door studentendecaan, 48. Jubeljaar 1971 en 50. Aan de dood ontsnapt (het minst gelezen: angst voor de dood misschien?).
Mijn homoverleden
In deze groep blogberichten zijn inmiddels verschenen de nummers:
28, Homojeugd, 32, Mijn eerste vriendje (in deze groep het meest gelezen), 37, Rampenzomer 1967, 40. Benno Premsela, een nieuwe vader, 45. Gerard Reve & Antoine Bodar (de meest binnengekomen zoekopdrachten aan Google die bij mijn blog uitkwamen, waren Reve en Bodar), 47. Leerzaam avontuur, 48. Jubeljaar 1971, 50. Aan de dood ontsnapt, 74. Valse nichten, 104. Mijn rol in het COC, 105. Homo/lesbische politiek, 106. International Gay & Lesbian Movement, 107. Homostudies Utrecht, 108. Homodok, Homologie, Urania, Vrolijk & Schorer, 111. Columnist in de Gaykrant, 4. Levensgevaarlijke preutsheid, 18. Dangerous stamps! en 72. Misleidend onderzoek ontstaan homoseksualiteit (dit is de sterkste stijger in aantallen lezers van de blogberichten over mijn verleden).
Mijn humanistisch verleden
In deze groep blogberichten zijn inmiddels verschenen de nummers:
30, (On)godsdienstig verleden, 41. Piet Thoenes, van Dachau tot Utopia (in deze groep het meest gelezen), 46. Jaap van Praag, grondlegger van de humanistische beweging, 48. Jubeljaar 1971, 50. Aan de dood ontsnapt en 103. Solidariteit (het meeste actuele blogbericht over mijn verleden, vanwege de ontwikkelingen meer rond dan in de PvdA).
Reacties opsturen
Omdat veel van mijn lezers (al dan niet met behulp van Google Translate) wel Nederlands kunnen lezen maar niet kunnen schrijven, kunnen zij in hun eigen taal schrijven naar <robtielman46@gmail.com>. Bij voorbaat dank!
Naschrift: Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.
Abonneren op:
Posts (Atom)