zaterdag 19 april 2014

38. Blog meer dan vijfduizend keer gelezen!

Op 18 april 2014 werd mijn blog voor de vijfduizendste keer gelezen. Er zijn nu duizenden lezers in Nederland, honderden in de Verenigde Staten en Duitsland, tientallen in (naar aantallen gerangschikt) België, Rusland, Frankrijk, India, Verenigd Koninkrijk, Oekraïne, Zuid Afrika en Servië en enkele lezers in (naar alfabetische volgorde) Antigua, Australië, Brazilië, Canada, China, Costa Rica, Denemarken, Ecuador, Finland, Griekenland, Guatemala, Indonesië, Irak, Italië, Japan, Litouwen, Maleisië, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Panama, Polen, Singapore, Slowakije, Taiwan, Thailand, Tsjechische Republiek, Turkije, Venezuela, Zuid Korea en Zweden. Dat is mede te danken aan de over de hele wereld verspreide opleidingen Neerlandistiek die het aantal 23 miljoen Nederlandstaligen steeds verder uitbreidt in het buitenland.

De grootste stijger onder mijn buitenlandse lezers is Duitsland. Dat is niet opvallend als je ziet hoeveel studenten en scholieren in Duitsland er nu het vak Nederlands leren. Buiten Nederland, België en Suriname wordt in veertig landen aan 175 universiteiten Nederlands gegeven door 700 docenten aan 15.000 studenten en wordt door 6000 leraren Nederlandse lessen gegeven aan 400.000 scholieren op scholen voor basis- en voortgezet onderwijs. Het grootste aantal scholieren (23.000) is te vinden in de Duitse deelstaten die aan ons land grenzen: Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen.

Opvallend afwezig zijn lezers uit Suriname en de Caribische delen van het Koninkrijk der Nederlanden. Toch wonen daar meer mensen die Nederlands kunnen lezen dan in India en China waar mijn blog wel gelezen wordt. Vandaar mijn oproep aan iedereen die mogelijke belangstellenden daar kent om hen op het bestaan van mijn blog te wijzen. Bij voorbaat dank! [Eind april 2014 is vier keer vanuit Curacao en één keer vanuit Aruba naar mijn blog gekeken maar nog geen reactie...]

Eind 2013 waren de meest gelezen blogberichten: 1. Rob Tielman gaat bloggen, 2. Van column naar blog, 15. (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam  (vooral bekeken in de VS), 11. Frankrijk & Nederland (veel gelezen door Frans-Vlamingen die Nederlands leren) en 21. It wrede paradys (geliefd bij Friezen wereldwijd).

April 2014 zijn de meest gelezen blogberichten: 24. Pieter Admiraal (1929-2013) (vooral gelezen via de Universiteit voor Humanistiek), 27. "Dachautje spelen" (meestal gevonden dankzij Google), 33. Fryske gemeenteriedsferkiezings (dat werd op 22 maart geplaatst in de Leeuwarder Courant onder de titel "Taalvrede in gevaar"), 29. Сочи 2014 (vaak gelezen in Rusland, Oekraïne en Servië), en 15. (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam  (vooral bekeken in de VS).

Wat betreft de voorpublicaties uit mijn memoires in wording, is het meest gekeken naar de blogberichten 32. Mijn eerste vriendje (vooral gevonden via verwijzingen op Facebook), 27. "Dachautje spelen" (meestal via Google), 35. Twee katholieke kandidaatsexamens (vooral in Nederland bekeken), 28. Homojeugd en  37. Rampenzomer 1967 (deze twee meestal na het lezen van "Mijn eerste vriendje"). Leuk is dat met name de homoseksuele teksten uit mijn memoires in wording veel persoonlijke positieve reacties opleveren.

Ik kon ook zien dat in kringen van buitenlandse studenten en docenten Nederlands vooral gekeken werd naar de blogberichten 17. Disadvantaged by English en 12. Handicapé par la francophonie dankzij websites Neerlandistiek die daar aandacht aan hebben besteed.

Vanuit de Nederlandse Taalunie kreeg ik een heel aardige reactie:
"Het is fijn en inspirerend om te zien hoe taalliefhebbers buiten en binnen het Nederlandse taalgebied betrokken zijn bij het Nederlands en de Nederlandstalige cultuur en dat zij met de taal bezig zijn." 
Ik geef de verstrekte informatie door: "De Nederlandse Taalunie is een Nederlands-Vlaams-Surinaamse beleidsorganisatie die zich namens de regeringen van de drie landen bezig houdt met het maken en uitvoeren van het beleid m.b.t. het Nederlands. Zie voor meer informatie www.taalunie.org . Als overheidsorganisatie houden wij ons niet bezig met het volgen of aanvullen van blogs. Wel kan ik u wijzen op enkele pagina’s op onze website www.taalunieversum.org die informatie bevatten die interessant kan zijn voor uw lezers. Graag maak ik u attent op: http://taalunieversum.org/inhoud/feiten-en-cijfers  (feiten en cijfers over het Nederlands); 
http://taalunieversum.org/sectie/nederlands-internationaal/specifieke-gebieden  (over enkele gebieden buiten Nederland en Vlaanderen waar ook Nederlands gesproken wordt); http://taalunieversum.org/agenda/  (onze agenda over activiteiten m.b.t. het Nederlands die wereldwijd worden georganiseerd)." 
En de Nederlandse Taalunie eindigde met: "Wij danken u voor uw betrokkenheid bij het Nederlands en wij wensen u succes toe met uw blog."

De meeste maatschappelijke reacties kwamen op het blogbericht 33 nadat het geplaatst was in de Leeuwarder Courant van 22 maart 2014 bij de dagstelling: "De taalvrede in Friesland wordt bedreigd". Directeur Bert Looper van het Fries historisch en letterkundig centrum Tresoar schreef:  "Hulde voor jouw stuk! Dat kan de discussie een goede kant opsturen." Pier Bergsma van de Fryske Akademy schreef:  "Lokwinske mei dit  poerbêste artikel yn de LC.  Dit wurket better as polarisaasje oan beide kanten. Tank !!" Jaap van der Bij, oud-voorzitter van de Ried fan de Fryske Beweging, schreef: "Sa'n ferhaal fan in "nije Fries" is tige sterk. It binne meastal Frysktaligen dy't miene dat se tsjin it Frysk wêze moatte." In de Leeuwarder Courant ontwikkelde zich een hele discussie. Op 31 maart 2014 schreef wethouder Douwe Willemsma van Littenseradiel bij de dagstelling "Friezen wurd wekker, Hollânsktaligen wurd solidêr": "Yn it artikel fan Tielman steane arguminten dy't ik net werhelje omdat ik it der mei iens bin en se al yn de krante stienen." Zie ook: It Nijs.

Het zou mooi zijn als mijn blog er toe kan bijdragen dat taalvrede niet alleen in Friesland maar wereldwijd blijft bestaan of tot stand komt en dat Oekraïense toestanden met dreigende ingrepen van homohatende macho's als Poetin voorkomen kunnen worden!


P.S. Weinig Nederlanders weten dat de provincie Groningen in het Fries Grinslân ofwel Grensland ofwel (in het Russisch) Oekraïne heet. Dat komt omdat eeuwen geleden de Groningse Ommelanden  Fries waren net zoals Holland, Zeeland en Utrecht. Gelukkig is er in Friesland nog geen Poetin opgestaan om deze gebieden te 'bevrijden'...

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 12 april 2014

37. Rampenzomer 1967

Op zaterdag 8 februari 2014 begon ik in blogbericht 28 met de beschrijving van mijn homojeugd in Hilversum. Dat werd gevolgd door blogbericht 32 over mijn eerste vriendje, in Nijmegen. Dat blogbericht eindigde met de ontdekking van zijn moeder, mijn hospita, dat wij bloot in elkaars armen lagen te slapen. Hij was negentien en ik nog net twintig. Hieronder het vervolg uit mijn memoires in wording. 

Hij had het als eerste door en ging zijn moeder achterna. Ik wachtte tot hij weer boven kwam. Hij was in paniek want zijn moeder dreigde naar de politie te lopen. Dankzij de studieboeken voor mijn bijvak rechten kon ik snel achterhalen dat wij niets strafbaars gedaan hadden.  Het was wel kantje boord geweest want een paar maanden later had ik in de gevangenis kunnen eindigen vanwege het beruchte artikel 248-bis. Met zo’n strafblad zou mijn loopbaan naar de knoppen zijn geweest. Gelukkig kon ik zijn moeder overtuigen dat de gang naar de politie zinloos was maar ik moest haar wel beloven om onmiddellijk het huis te verlaten en zo snel mogelijk te verhuizen.

Dat was niet zo eenvoudig want hoe moest ik dat regelen? De eerdere verhuizingen waren door mijn vader gedaan maar ik had geen zin om nu al open kaart te spelen gezien zijn eerdere negatieve uitlatingen over homoseksualiteit. Dus verzon ik een smoes dat mijn hospita de kamer zelf nodig had en de verhuizing verliep zonder problemen omdat ik via mijn netwerk bij een net getrouwd studentenechtpaar een kamer kon huren in de nieuwe Utrechtse wijk Overvecht. 

Dat ik uit Nijmegen weg wilde, was mij meteen duidelijk want ik kon het gevoelsmatig niet aan om in dezelfde stad te wonen als mijn eerste liefde waar ik noodgedwongen afscheid van moest nemen. Utrecht lag het dichtst bij mijn moeders woonplaats Hilversum. Mijn vaders eis om als spoorstudent in Hilversum te gaan wonen, kon ik als net meerderjarige naast mij neer leggen.  Ik hoefde mij niets meer van mijn vader aan te trekken, dacht ik.

Snel zou blijken dat ik dit verkeerd had ingeschat. Mijn moeder had ik meteen ingelicht over wat er werkelijk was gebeurd en zij was een en al begrip: “dat heb ik altijd al geweten” was haar antwoord. We spraken af dat zij mijn vader pas na het bereiken van mijn meerderjarigheid op 19 augustus 1967 zou inlichten. Daarna was ook meteen het hek van de dam.

Vanwege mijn homoseksualiteit weigerde hij mijn studie nog langer te betalen. Maar hij ging wel door met het opstrijken van kinderbijslag en kinderaftrek. Het conflict liep zo hoog op dat mijn moeder wilde echtscheiden. Hun relatie was eigenlijk vanaf het begin een ramp geweest, maar vanwege de kinderen wilde zij bij elkaar blijven. Mijn vader wilde de echtscheiding niet aanvaarden en vond dat hij recht bleef houden op seks met haar ook al wilde zij dat niet meer.  Er was dus sprake van verkrachting binnen het huwelijk, dat toen nog niet strafbaar was. Uiteindelijk kwam het er op neer dat met medeweten van de politie de sloten van het huis vervangen werden en mijn vader de toegang tot ons ouderlijk huis werd ontzegd. 

Mijn anderhalf jaar jongere zus Inge en ik waren al de deur uit maar mijn elf jaar jongere broertje Albert heeft het meest geleden onder deze scheiding. Zo dreigde mijn vader hem uit de ouderlijke macht van mijn moeder te laten zetten omdat Albert met mij omging en daardoor "wel eens homo zou kunnen worden". Ik heb mijn vader tot zijn dood in 2003 nooit meer gezien. Het zou een verraad aan mijn moeder zijn geweest als ik hem ooit nog ontmoet zou hebben.






Zie voor het vervolg: blogbericht 40. Benno Premsela, een nieuwe vader.
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

Een lezer schrijft: "Dank, voor het weer zeer leesbare verhaal. Mooi die tegenstelling: een vader die jou en jouw vrijwillige seks met een vriendje afwijst maar zijn eigen seksualiteit dwingend aan een ander oplegt. Scherper kan de dwang van heteroseksualiteit als norm niet getekend worden. Mooi, maar tragisch en droevig.
Veel mannen van onze generatie kennen een dergelijke geschiedenis. Als ik de jongeren om mij heen zie en beluister, is er op dat gebied veel veranderd. Zo veel dat ze argeloos worden, geen kennis nemen van de geschiedenis van de homoseksualiteit en de bedreigingen voor de homo-emancipatie niet herkennen of erkennen. Er zal weer een terugslag moeten komen in de vrijheden om ze alert te maken voor wat er gebeuren kan, dankbaar voor wat de pioniers hebben betekend en bereidwillig om een rol te gaan spelen bij het opgroeien van de generaties die na hen komen."

zaterdag 5 april 2014

36. Lesbisch ouderschap

Op 1 april 2014 is in Nederland de Wet lesbisch ouderschap in werking getreden. Precies dertien jaar na de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Waarom zit daar zoveel tijd tussen? Om te beginnen: er is ook dertien jaar lobbywerk voorafgegaan aan de openstelling van het huwelijk. Dat vond voor het eerst in de wereld plaats vond op 1 april 2001. Wereldwijd snel en toch traag in Nederland: hoe zit dat?

Dit heeft alles met ons poldermodel te maken. Zie mijn blogbericht 17. Disadvantaged by English. De Nederlandse uitdrukking uit de tijd van de trekschuit luidt: 'Kalm aan, dan breekt het lijntje niet'. Loop je te snel van stapel dan kan daar een hoop gedonder uit voort vloeien zoals de homovijandige rellen in Frankrijk bewijzen. Zie blogbericht 12. Handicapé par la francophonie. 

Allereerst was het noodzakelijk om een Nederlandse regering tot stand te brengen zonder de toen homovijandige christelijke partijen. Als voorzitter van het Humanistisch Verbond van 1977 tot 1987 heb ik mij daar langdurig voor ingezet. De vijandschap tussen de twee grootste seculiere partijen, de PvdA en de VVD, was jarenlang te groot. In 1994 kwam eindelijk het eerste seculiere kabinet Paars I van PvdA, VVD en D66 tot stand. Ook toen moesten nog de nodige juridische en politieke hobbels opgeruimd worden.

Tijdens de kabinetsformatie van Paars II begin zomer 1998 was het eindelijk zover. Met dank aan D66 onderhandelaar Boris Dittrich werd er overeenstemming bereikt over de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Dit lekte uit op een vroege zomeravond en het NOS Journaal wilde daar om tien uur aandacht aan besteden. Zij belden na negenen op naar Henk Krol in Eindhoven om zo snel als mogelijk naar Hilversum te komen maar daar was de tijd te kort voor. Hij stelde de NOS voor om mij te benaderen in de terechte veronderstelling dat ik dichter bij Hilversum zou zijn.

Het is bijna niet meer voor te stellen maar dit speelde zich af in de tijd dat nog niet iedereen over een mobieltje beschikte. Mijn vriend Herman was gelukkig thuis in Vianen en hij wist dat ik met het bestuur van het humanistisch vormingsonderwijs vergaderde in een hotel in Utrecht. De receptionist van het hotel had mij daar binnen zien komen en toen de NOS belde kon hij mij meteen naar de telefoon halen. Ik stapte onmiddellijk in mijn auto en was net op tijd in de studio in Hilversum.

Er was geen tijd voor vooroverleg en ik werd overvallen door de kritische vraag waarom het homo/lesbisch ouderschap nog niet geregeld was. In minder dan een seconde overwoog ik dat het een strategische blunder zou zijn om deze stap vooruit nu te ondergraven door kritiek te geven op het bereikte resultaat. Uit onderzoek was al gebleken dat Nederland in meerderheid voor gelijkberechtiging van volwassen paren was maar verdeeld was over homo/lesbisch ouderschap. Daarom zei ik dat ouderschapswetgeving iets anders was dan huwelijkswetgeving en dat ik heel blij was dat dit mensenrecht om te kunnen trouwen nu werkelijkheid zou worden.

Veel emancipatiebewegingen lijden aan het "alles-of-niets-euvel". Maar gelukkig begreep polderend Nederland dat we niet het onderste uit de kan moesten willen omdat we anders toestanden als vorig jaar in Frankrijk over ons heen hadden kunnen krijgen. Nu is in alle rust het lesbisch ouderschap van de niet-biologische moeder wettelijk tot stand gekomen. Het duurde even maar die rust is zeker voor opgroeiende kinderen ook heel wat waard!



Zie voor meer inlichtingen over roze ouderschap: Meer dan gewenst .

Amerikaanse media besteden veel aandacht aan een dochter die tegen lesbisch ouderschap is vanwege haar slechte ervaringen met een lesbische moeder. Ooit gehoord van media die tegen heteroseksueel ouderschap zijn vanwege alle slechte hetero-ouders? Lees een goede reactie in de Huffington Post.

Na vijftien jaar zijn in Nederland ruim 21.000 paren van gelijk geslacht getrouwd. Vrouwenparen scheiden twee keer vaker dan mannenparen.   Waarom is dat?  Vijftien jaar geschiedenis huwelijksgelijkberechtiging.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 29 maart 2014

35. Twee katholieke kandidaatsexamens

Op zaterdag 7 december 2013 schreef ik blogbericht 23. Onderwijsverleden. Op zaterdag 1 februari werd deze onderwijsreeks vervolgd met blogbericht 27. "Dachautje spelen". Deze beschrijving van misstanden aan de katholieke universiteit van Nijmegen sprak veel lezers wereldwijd kennelijk aan want dit blogbericht is nu het op één na meest bekeken bericht van mijn blog. In onderstaand onderdeel van mijn memoires komt een einde aan mijn lijdensweg door het katholiek onderwijs. Op grond van deze ervaringen lag mijn latere keuze voor het openbaar onderwijs voor de hand.


NIJMEGEN ZOMER 1967

In de zomer van 1967 zakte ik geheel onverwacht voor mijn kandidaatsexamen. Wat was er gebeurd? Tijdens mijn tentamen ethiek had hoogleraar Van Boxtel mij steeds gevraagd: “wat vindt u van?” en ik had steeds mijn mening gegeven, over zaken als homoseksualiteit, euthanasie, doodstraf, buitenechtelijke seks, kernwapens, enzovoorts. 

Toen ik in plaats van de door mij verwachte buluitreiking van de voorzitter van de examencommissie hoogleraar Thurlings (in aanwezigheid van Van Boxtel) te horen kreeg dat mij geen kandidaatsbul werd uitgereikt omdat ik gezakt was op ethiek, steeg ik (net zoals bij mijn ontgroening) uit boven mijn verlegen zelf en zei: “Uw collega Van Boxtel heeft tijdens het tentamen steeds naar mijn mening gevraagd over ethische vraagstukken. Dat betekent dat ik niet gezakt ben op gebrek aan feitenkennis maar op mijn opvattingen. Dat kan ik mij voorstellen bij een seminarie maar niet bij een universiteit. U heeft daarmee gehandeld in strijd met de bekostigingsgrondslag van overheidswege. Mij rest dus niets anders dan naar de minister van onderwijs te stappen en het verzoek in te dienen op grond hiervan de bekostiging van deze universiteit in te trekken. En ik zal mijn studie voortzetten in Utrecht waarnaar ik onmiddellijk zal verhuizen.”  

Ik zag de voltallige examencommissie bleek wegtrekken en Thurlings antwoordde: “Ik stel voor dat wij daar zo dadelijk nog even onder vier ogen over van gedachten wisselen voor u die stap zet.” Ik stemde daar mee in omdat wel duidelijk was dat Thurlings alles zou doen om dit recht te breien.

En zo geschiedde. Thurlings stelde voor dat ik na de zomer op één dag herexamen zou doen. Met de trein komend vanuit Utrecht zou ik vanaf het station van Nijmegen een taxi nemen naar het huis van zijn collega economie.  Die zou mij voor de vorm een vraag stellen. Met dezelfde taxi zou ik naar het huis van Thurlings rijden. Daar zou hetzelfde gebeuren. De treinkosten vanuit Utrecht en de taxikosten in Nijmegen zou hij mij dan vergoeden. Vervolgens zou ik mijn tocht met de taxi voortzetten naar het klooster waar Van Boxtel woonde en zou ik de taxi betalen en weg sturen. Op alle vragen van Van Boxtel die begonnen met: “wat vindt u van” zou ik dan antwoorden: “volgens het Thomisme is het zo dat”. Daarna zou de bul per post worden thuisgestuurd.

Ik stemde met deze oplossing in omdat ik geen enkel bewijs zou kunnen overleggen van wat er werkelijk tussen Van Boxtel en mij was besproken. Ik kreeg de indruk dat het niet de eerste keer was dat een dergelijke ‘reparatie’ plaats zou vinden. In het najaar liep alles volgens plan. Thurlings sprak nog wel de hoop uit tijdens zijn ‘tentamen’ dat ik een en ander niet aan de grote klok zou hangen waarop ik antwoordde dat ik niet op ruzie uit was. En dat was ook zo want ik had al genoeg aan mijn hoofd in die dagen. Maar ik had wel mijn bekomst van bijzonder onderwijs!



Zie voor het vervolg: blogbericht 39. Gered door studentendecaan.
Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

Een lezer schrijft: "Dit is wel weer hilarisch, Rob! Zo deden ze dat dus. Je was opmerkelijk welbespraakt. blijkbaar toen al, en kende de feiten. Dat was men waarschijnlijk niet gewend van de volgzame Brabanders en Limburgers. Dat men je niet alleen een regeling op maat aanbood, maar je ook nog eens financieel tegemoet kwam, zegt veel. De doofpot mocht wat kosten. Heb je in jouw studententijd meer van dit soort verhalen gehoord? Er zal vaker iets soortgelijks hebben plaatsgevonden.
De sjoemelcultuur begon natuurlijk al op de seminaries, waar jongens die priester moesten worden (niet zelden zonen van rijke boeren en middenstanders of van vooraanstaande families), maar niet de intelligentie hadden waarmee ze een normaal gymnasiumdiploma zouden kunnen halen, de zogenaamde priesterzes kregen. Ze werden toch priester, dus wat maakte het uit?"

zaterdag 22 maart 2014

34. Vijf misverstanden over democratie

Rond de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 kwam ik weer veel misverstanden tegen over het begrip democratie. Hieronder zet ik de vijf belangrijkste op een rijtje in de hoop dat dit verhelderend werkt.

1. Is democratie de dictatuur van de meerderheid?
Deze misvatting bestaat vaak in schijndemocratieën zoals China, Rusland en Turkije. Maar ook in Nederland leeft dit misverstand, zoals blijkt uit gezegden als "de meeste stemmen tellen" en "de kiezer heeft altijd gelijk". Dat mag waar zijn als het gaat om de kleur van de straatverlichting maar het geldt niet als mensenrechten geschonden worden. Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm mogen geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Dit beschermt individuen en minderheden tegen onverdraagzame meerderheden.

2. Is een districtenstelsel democratischer?
In een districtenstelsel worden minderheden in districten niet landelijk vertegenwoordigd. Als in alle districten 40% van de kiezers het onderspit delven dan wordt 40% van de kiezers landelijk niet vertegenwoordigd. Het districtenstelsel is dus in strijd met het democratisch beginsel zoals verwoord in punt 1. Bovendien bevordert het dat kiezers kortzichtig meer kijken naar hun regionale belangen dan naar landelijke of wereldwijde. Dat is uiteindelijk in strijd met hun welbegrepen eigenbelang. Tenslotte nodigt het districtenstelsel uit tot manipulatie van de districtsgrenzen waardoor er geen sprake is van een representatieve volksvertegenwoordiging.

3. Is een tweepartijenstelsel democratischer?
De Verenigde Staten zijn een duidelijk voorbeeld van het tegendeel want de kiezers worden enorm beperkt in hun keuzemogelijkheden. Er wordt in Nederland veel geklaagd over de kloof tussen burgers en politiek. Maar ook hier geldt het gezegde: "klagers geen nood, pochers geen brood". Al het geklaag in Nederland kan niet verhullen dat het tot de gelukkigste landen ter wereld behoort. Als men zich niet kan vinden in de bestaande politieke partijen dan kan men naar hartenlust nieuwe partijen oprichten zoals bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen is gebleken: de plaatselijke partijen kregen bijna een derde van de stemmen. Hoezo kloof?

4. Is politieke versplintering gevaarlijk?
Er is niets tegen politieke verscheidenheid want dan valt er wat te kiezen en dat verkleint de kloof tussen burgers en overheid. Het wordt pas gevaarlijk als men niet bereid is om compromissen te sluiten. Sommige media en burgers leven in de veronderstelling dat ieder compromis kiezersbedrog zou zijn. Dat is pas zo als één partij de meerderheid heeft en toch kiezersbeloften niet nakomt. In een veelvormige samenleving als de Nederlandse is een meerderheidspartij eeuwenlang niet voorgekomen. Zoals ik in blogbericht 16 heb uitgelegd, is het in het welbegrepen eigenbelang van Nederland om door te polderen tot gemeenschappelijk gedragen oplossingen te komen. Iedereen die zich tegen dat polderen verzet, heeft niets van de Nederlandse geschiedenis begrepen.

5. Is directe democratie een betere democratie?
In theorie wel maar in de praktijk meestal niet. De meeste burgers zwichten voor de verleiding om minder belasting te willen betalen en tegelijkertijd meer dienstverlening van de overheid te verwachten. Uit eigen ervaring in Californië weet ik dat dit rampzalig kan aflopen. In deze tijden van privatisering hebben velen de neiging om zich niet als burgers maar als consumenten te gedragen. Maar de staat is niet een willekeurig bedrijf dat je in de steek kunt laten door naar een concurrent te lopen. De overheid dat zijn wij zelf en we kunnen niet onbeperkt uitgeven zonder voor inkomsten te zorgen. Daarom kiezen wij volksvertegenwoordigers die het gemeenschappelijk welbegrepen eigenbelang in de gaten moeten houden. Dat bestuur kun je niet overlaten aan verwende kinderen die steeds hun zin willen krijgen zonder rekening te houden met de onbedoelde gevolgen daarvan. Daarom moeten goede bestuurders geen willoze werktuigen zijn maar burgers op hun gedeelde verantwoordelijkheid wijzen. Anders gezegd: democratie is niet voor verwende bangeriken!



Zie voor een nadere beschouwing over het functioneren van democratie: Het Monster Trotteldrom.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 15 maart 2014

33. Fryske gemeenteriedsferkiezings

Op zaterdag 31 augustus 2013 schreef ik in blogbericht 9. Vlaanderen & Friesland: "veel van de hedendaagse problemen in België hadden vermeden kunnen worden als Walen en Vlamingen beter naar de Friese geschiedenis hadden gekeken. Zo is het een verademing om te zien hoe Friestaligen en niet-Friestaligen in Friesland met elkaar omgaan (Mienskip ofwel gemeenschapszin) in vergelijking met de minachting waarmee de meerderheid van de Franstaligen weigert Nederlands te leren verstaan".

Inmiddels wordt de taalvrede in Friesland bedreigd door een aantal Friesvijandige lieden die duidelijk niets geleerd hebben van de taalstrijdellende in onder andere Baskenland, België, Catalonië, voormalig Joegoslavië, Turks Koerdistan en Oekraïne. Zij beseffen kennelijk niet dat zij spelen met vuur. In de loop der eeuwen zijn de meeste Friezen heel gematigd en verdraagzaam omgegaan met anderstaligen die er kwamen wonen. Niemand werd gedwongen Fries te spreken maar het werd wel op prijs gesteld als men het leerde verstaan. Voor de meeste Friesonkundige Nederlanders is dat niet moeilijk zoals ik in de afgelopen tien jaar als nije Fries heb mogen ervaren. Friesland is voor mij een warm meertalenbad.

Op 16 november 1951 leerde Kneppelfreed aan Nederland dat hooghartige rechters te ver gingen die weigerden toe te staan dat Fries werd gesproken in Friese rechtbanken. Met dank aan deze Friesvijandige rechters zijn sindsdien de rechten van Friestaligen aanzienlijk verbeterd. Sinds 1 januari 2014 is er voor de tweede rijkstaal een eigen Friese taalwet. Dat is onder andere een uitwerking van het Europese Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden en het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Zo is bijvoorbeeld het recht geregeld om topografische aanduidingen in de eigen taal te gebruiken.

Geheel in strijd met deze regel heeft de gemeente Súdwest-Fryslân april 2013 besloten om op de plaatsnaamborden bij alle steden en dorpen de Nederlandse naam boven de Friese naam te plaatsen, ongeacht wat de betrokken bewoners daar zelf van vinden. Het provinciebestuur van Fryslân heeft er juni 2013 terecht op gewezen dat dit strijdig is met bovengenoemde verdragen. Friesgezinden volgen nu de juiste juridische weg om dit te veranderen zonder enige stemmingmakerij tegen andersdenkenden.

Dat liep heel anders toen het omgekeerde gebeurde. De nieuwe gemeente De Fryske Marren koos in lijn met bovengenoemde verdragen voor een Friese naam, hetgeen bovendien door de meerderheid van de bevolking gewenst werd. Meteen begonnen Friesvijandige lieden een hetze met overwegingen die ik hieronder zal bespreken.

1. "Die nieuwe plaatsnaamborden kosten teveel geld". Die overweging werd niet gebruikt toen Súdwest-Fryslân zo nodig alle plaatsnaamborden wilden vernederlandsen. Bovendien zal men dat geld toch moeten uitgeven als de rechters zullen bepalen dat bovengenoemde verdragen geschonden zijn. En uit eigen ervaring weet ik dat langs de taalgrens in België heel veel geld is uitgegeven omdat de betrokken bewoners het niet eens waren met plaatsnaamborden en wegwijzers. Grootschalige en herhaaldelijke vernielingen waren het gevolg.

2. "De toeristen blijven weg". De meeste toeristen vinden het juist aantrekkelijk om eens wat anders aan te treffen dan thuis. Blijven de vele Duitse toeristen uit Nederland weg omdat de plaatsnaamborden in het Nederlands zijn? Of Nederlandse toeristen uit Frankrijk omdat de borden in het Frans zijn? Toeristen blijven eerder weg wanneer haatzaaiers bevolkingsgroepen tegen elkaar opstoken.

3. "Het gebruik van Fries is slecht voor de economie".  Binnenlandse investeerders kunnen overal in Fryslân met Nederlands terecht. Buitenlandse investeerders blijven niet weg omdat in andere landen andere talen worden gesproken. Dankzij het Fries/Nederlands/Engelse onderwijs in Fryslân kunnen buitenlandse investeerders hier heel goed zaken doen. In België gingen buitenlandse investeerders graag naar het meertalige Vlaanderen en zij bleven vaak weg uit Franstalig België omdat daar de kennis van andere talen dan de zogenaamde "wereldtaal Frans" heel slecht was.

4. "Friestaligen zijn onverdraagzaam". Het tegendeel is het geval. Friestaligen begonnen geen hetze tegen Friesonkundigen toen de minderheidsrechten werden geschonden. De anti-Friezen bleken zeer onverdraagzaam toen Friezen geheel in overeenstemming met de bovengenoemde verdragen handelden. Het ergste is nog dat onder de hetzemakers enkele zelfverklaarde Friezen zitten. Dat verschijnsel kennen we ook uit België waar vooral verfranste Vlamingen neerkeken en -kijken op Nederlandstalige Vlamingen.

5. "Kleine talen hebben geen toekomst". Ofwel: "Groter is beter". We hebben in het onderwijs gezien tot welke rampen de ongeremde grootschaligheid leidt. Mensen voelen zich meer betrokken in kleinschalige gemeenschappen. Komend uit de overbevolkte Randstad heb ik dat zelf kunnen ervaren. Het opkomen voor de Friese identiteit heeft Friesland eeuwenlang een voorsprong in menswaardig bestaan opgeleverd. En dat laten we ons niet afnemen door Friesvijandige hetzers.

Plaatsnaamborden lijken onbeduidend maar we hebben in het verleden te vaak gezien dat door het schenden van rechten van taalminderheden de vlam in de pan kan slaan met noodlottige gevolgen. Zo ben ik in de jaren zestig, zeventig en tachtig vele malen in het toenmalige Joegoslavië geweest zonder ook maar iets te merken van voortekenen die hebben geleid tot de vreselijke burgeroorlog in de jaren negentig. Ook voor Friesland geldt: voorkomen is beter dan genezen. Ik ben daarom benieuwd naar de uitslag van de komende gemeenteraadsverkiezingen in Friesland!



P.S. De Fryske Nasjonale Partij is na de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 weer gestaag gegroeid en nu de grootste partij in drie gemeenten, de tweede partij in vier gemeenten en de derde partij in Súdwest-Fryslân. Bovendien is de FNP lid van het provinciebestuur.
P.P.S. Een iets ingekorte versie van dit blogbericht verscheen op zaterdag 22 maart 2014 in de Leeuwarder Courant: "Taalvrede in gevaar". Dit verhaal is een van de meest bekeken blogberichten. Het is vertaald in het Fries verschenen in It Fryske blêd Swingel van juni 2014.

Friesland komt ook aan de orde in mijn blogberichten 21: It wrede paradys, 16: Hans Brinker and finger in a leaking dike, 12: Handicapé par la francophonie en 3: Van archieven naar memoires.


Hilbrand Polman schreef mij: "Hallo Rob, een interessante blog! Zelf heb ik als Groninger ook wel ervaren hoe Friezen omgaan met hun taal. Als niet-Friestalige wordt die je niet opgedrongen, maar het wordt gewaardeerd als je het tenminste kunt verstaan. Wat ik wel jammer vind is dat Friesland net iets te klein is om helemaal zelfstandig voorzieningen in de benen te houden. De Leeuwarder Courant is daarvan wel een sprekend voorbeeld. De krant werkt nu intensief samen met het Dagblad van het Noorden en de eindredactie geschiedt nu op de centrale redactie in Groningen." 

Toeristen vinden het Fries juist aantrekkelijk aan Friesland: It Frysk as bonus

De kosten van het verfriezen van De Friese Meren in De Fryske Marren komen lager uit dan begroot.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 8 maart 2014

32. Mijn eerste vriendje (1)

Op 8 februari 2014 ben ik in blogbericht 28. Homojeugd begonnen met het plaatsen van stukjes over mijn persoonlijke homogeschiedenis uit mijn memoires in wording. Ik ga nu verder met het derde hoofdstuk uit deel twee over mijn studietijd in Nijmegen van 1964 tot 1967.

NIJMEGEN ZOMER 1965 

Ik kwam te wonen bij een weduwe op een zolderkamertje waarnaast (gescheiden door een dun wandje) haar zoon van zeventien woonde. Hij was voor mij hoorbaar seksueel actief. Ik raakte hiervan opgewonden en dat was opmerkelijk want ik dacht inmiddels dat ik aseksueel was want meisjes en vrouwen deden mij niets. Ik had wel regelmatig nachtelijke zaadlozingen maar aftrekken deed ik mijzelf nooit. Het ontbrak mij aan opwindende mogelijkheden tot herkenning.

Maar daar kwam snel een einde aan want hij begreep uit mijn toespelingen dat ik een en ander gehoord had en hij wilde mij er graag bij betrekken. Sindsdien waren we onafscheidelijk. Sterker nog: zijn moeder, mijn hospita, stelde zelfs voor dat na een verhuizing naar de Nijmeegse buitenwijk Hatert haar zoon en ik samen op één kamer gingen slapen want dan kon zij een extra kamer verhuren. Ik hielp hem met zijn huiswerk en hij wijdde mij in de seksualiteit in. En we waren het helemaal eens met elkaar dat we geen homo’s waren want verwijfd waren we niet.

Dat ging zelfs zo ver dat we een homostudent die aan de overkant van de straat woonde, gingen plagen. Het was ons opgevallen dat hij vaak ’s middags als er verder niemand thuis was een medestudent op bezoek kreeg en dat dan de gordijnen van zijn studentenkamer dicht gingen. Om hem op heterdaad te betrappen, belde ik een keer aan. Het duurde even voor hij open deed en ik kon vragen om een kopje suiker. Aan zijn snel aangetrokken kleren was te zien dat ons vermoeden klopte. Aan de heimelijke ontmoetingen van de twee jongeheren kwam zo een einde. Achteraf schaam ik mij er voor maar het paste in ons toenmalige streven om vooral niet voor homo’s aangezien te worden.

Dat bracht mij nog in problemen toen mijn hospita probeerde mij te koppelen aan de dochter van de buurvrouw. Studenten waren in die tijd geliefde beoogde partners voor jongedames die aan de man gebracht moesten worden. Om geen wantrouwen te wekken bij mijn hospita moest ik het spelletje wel meespelen maar omdat ik geen enkele belangstelling toonde om verder te gaan dan saaie avondjes naar de bioscoop zag het buurmeisje na verloop van tijd van verdere ontmoetingen af. 

Mijn eerste vriendje en ik waren anderhalf jaar heel gelukkig met elkaar. Hij was dol op popmuziek en ik herinner mij nog goed dat onze eerste seksuele ontmoeting op mijn zolderkamertje werd opgeluisterd door het Beatles-liedje “Here comes the sun”. Iedere keer als ik die muziek hoor, moet ik daar nog steeds aan denken. Achteraf gezien, is de ontdekking van mijn seksualiteit daarom zo’n bevrijding geweest omdat het niet belast werd door de negatieve lading die het begrip homoseksualiteit met zich mee bracht.

De ontkenning van onze homoseksualiteit leidde er toe dat wij onze eigen seksualiteit speels konden verkennen en beleven zonder de eeuwenoude maatschappelijke onderdrukking te hoeven voelen. Bovendien werden we ook niet beïnvloed door opvattingen in de homoseksuele subcultuur over hoe je je als homo had te gedragen. Tot op de dag van vandaag denken veel jongens die hun homoseksualiteit ontdekken dat ze pas echt zichzelf zouden zijn als ze zich nichterig, ‘vrouwelijk’, gaan gedragen. Door het overnemen van maatschappelijke vooroordelen over homoseksualiteit bevestigen zij die vooroordelen. Daardoor maken zij het voor andere jonge homo's moeilijker om uit de kast te komen als die zichzelf niet kunnen herkennen in dat nichterige gedrag.

Om misverstanden te voorkomen: ik heb niets tegen vooroordeelbevestigend gedrag van zich ‘vrouwelijk’ gedragende homo’s. Maar als andere homo’s die zich ‘mannelijk’ gedragen niet uit de kast komen, worden de heersende vooroordelen over homo’s niet doorbroken. Deze vooroordelen komen nog steeds op grote schaal voor en maken de zelfontwikkeling van homo’s onnodig moeilijk. Zelfs een woordenboek als de Dikke Van Dale bezondigt zich eraan. Een “mie” is een zich ‘vrouwelijk’ gedragende homo maar staat er ten onrechte omschreven als een “mannelijke homoseksueel”: precies het tegenovergestelde dus!

Mijn moeder merkte kennelijk mijn opbloeien, hoorde over onze vriendschap en nodigde hem uit om in Hilversum te komen logeren. In één kamer met twee bedden, dat wel. Maar dat was geen probleem omdat we gewend waren om samen in een eenpersoonsbed te slapen. Zij was zo verstandig om het woord homoseksualiteit niet te laten vallen maar genoot van zijn speelse aanwezigheid: “hij is net een jonge hond!” 

Zoals zoveel jongeren die op elkaar verliefd werden, waren wij ons niet bewust van de maatschappelijke gevaren die ons bedreigden. Het beruchte artikel 248-bis (Wetboek van Strafrecht) uit 1911 bestond nog. Dat zou betekend hebben dat ik vanaf mijn 21ste verjaardag, 19 augustus 1967, vanwege mijn meerderjarigheid strafbaar zou zijn door mijn verhouding met mijn eerste vriendje voor de duur van ons leeftijdsverschil, dus tot zijn meerderjarigheid. 

Mijn hospita, zijn moeder, was slecht ter been en kwam daarom nooit de trap op lopen naar onze gedeelde kamer. Tot die ochtend aan het begin van de zomer van 1967 toen wij ons beiden versliepen en zij ons tot haar ontzetting naakt slapend in elkaars armen in één bed aantrof. De rampenzomer 1967 was begonnen.



Zie voor de afloop blogbericht 37: Rampenzomer 1967.
Zie ook: blogbericht 59: Homojongeren.
Dit blogbericht is herplaatst op 22 oktober 2016.

Naschrift:
Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

Enkele reacties van lezers: "Je beschrijft het mooi en nuchter. Dat smaakt naar meer." Een andere lezer:  "Mooi verhaal over jouw eerste vriendje. En weer laat je de dingen zien zoals ze echt zijn, dat jullie in staat waren om jullie seksualiteit te ontdekken juist omdat het niet die zware maatschappelijke lading had van het woord homoseksueel. We vergeten vaak hoezeer we gevormd worden, hoezeer we onder druk staan van al die maatschappelijke dogma's. Ik heb ook nog een tijdje make-up op mijn gezicht gehad, dat was laat jaren zeventig in. Maar natuurlijk iets wat in feite helemáál niet bij mij paste."